Gepubliceerd: 9 maart 2023
Indiener(s): Aukje de Vries (staatssecretaris financiƫn) (VVD)
Onderwerpen: belasting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36324-3.html
ID: 36324-3

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave

I.

ALGEMEEN

1

1.

Inleiding

1

2.

Hoofdlijnen van de wijziging

1

3.

Verwerking van persoonsgegevens

4

4.

Bijzondere persoonsgegevens

6

5.

Waarborgen

6

6.

Advies Autoriteit Persoonsgegevens en advies Afdeling advisering van de Raad van State

7

II.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

8

I. ALGEMEEN

1. Inleiding

Deze maatregel heeft tot doel het verstrekken van gegevens en inlichtingen, verkregen door de directoraten-generaal Toeslagen en Douane in de uitvoering van hun taken en waarop de geheimhoudingplicht van toepassing is, aan de inspectie belastingen, toeslagen en douane (IBTD) mogelijk te maken.

2. Hoofdlijnen van de wijziging

Per 1 januari 2022 is de IBTD ingesteld.1 De IBTD heeft de volgende taken:

  • a. het ter beoordeling van de inspecteur-generaal signaleren, onderzoeken en agenderen van structurele en incidentele problemen in de kwaliteit van de uitvoering door de directoraten-generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane. De IBTD houdt toezicht vanuit het perspectief van de rechtsstatelijkheid en kijkt daarbij naar het volledige proces van wet- en regelgeving, uitvoering inclusief rechtsbescherming en rechtspraak;

  • b. het toezicht houden op de directoraten-generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane, zowel op de taakuitvoering door die directoraten-generaal, als op de aansturing en de samenwerkingsrelaties in het kader van de uitvoering, en

  • c. het delen van bevindingen en adviezen met de bewindspersonen over onderwerpen die hen aangaan, voor zover dat het werkterrein van de IBTD betreft.2

Kort gezegd is haar taak erop toe te zien dat de overheid mensen en bedrijven rechtvaardig behandelt wanneer zij te maken hebben met belastingzaken, toeslagen of de douane. Dit toezicht heeft betrekking op zowel de taakuitvoering door de directoraten-generaal als op de aansturing en de samenwerkingsrelaties in het kader van de uitvoering. De IBTD onderzoekt structurele risico’s en kijkt daarbij naar het gehele proces van totstandkoming van wetten en regels tot en met de uitvoering daarvan. De bevindingen en adviezen van de IBTD worden gedeeld met de betrokken bewindspersonen. Ook kan zij op verzoek van een of beide Kamers der Staten-Generaal aan een of beide Kamers der Staten-Generaal feitelijke informatie verstrekken en haar oordelen op basis van door haar afgerond en openbaar gemaakt onderzoek bespreken.

In het kader van de uitoefening van de aan haar opgedragen taken verricht de IBTD verschillende soorten onderzoeken. Het kan onder andere gaan om thematisch, systeemgericht en actualiteitsonderzoek. Het actualiteitsonderzoek door de IBTD bestaat uit het onderzoek van actuele onderwerpen die door bijvoorbeeld burgers of medewerkers van het Ministerie van Financiën bij de IBTD zijn gemeld of die de IBTD zelf signaleert.

Om haar taken goed te kunnen uitoefenen, is een goede informatievoorziening van de IBTD essentieel. Om die goede informatievoorziening te borgen is in een regeling waarin de taakuitoefening en bevoegdheden van de IBTD zijn geregeld, voor alle medewerkers van het Ministerie van Financiën de verplichting neergelegd om de IBTD alle medewerking te verlenen en om alle informatie te verstrekken die naar het oordeel van de IBTD noodzakelijk is voor de uitvoering van de aan haar opgedragen taken.3 Wat voor informatie en uit welke informatiebronnen de IBTD informatie nodig heeft hangt af van de aard en het onderwerp van het onderzoek. Zo kan het voorkomen dat informatie over concrete individuele zaken noodzakelijk is om inzicht te krijgen in de uitwerking of toepassing van regels, beleid of afspraken in de praktijk en te kunnen onderzoeken of bepaalde knelpunten of risico’s structureel van aard zijn. De IBTD zal uitsluitend gegevens en inlichtingen opvragen die al in bezit zijn van de Douane of de Belastingdienst/Toeslagen en niet verzoeken aanvullende gegevens te verzamelen.

Op alle informatie die bij de uitvoering van de belastingwet of de inkomensafhankelijke regelingen is verkregen, is een geheimhoudingsplicht van toepassing.4 Ook alle door de Douane bij de uitoefening van haar taken verkregen inlichtingen die van vertrouwelijke aard zijn of die als vertrouwelijk zijn verstrekt, vallen onder het beroepsgeheim.5 Het betreft hier fiscale gegevens, concurrentiegevoelige gegevens of persoonsgegevens. Ten behoeve van de leesbaarheid van deze tekst zal verder overal waar «geheimhoudingsplicht» staat, ook het beroepsgeheim van de Douane worden bedoeld. Ingevolge de Regeling taakuitoefening en bevoegdheden IBTD6 wordt de informatie die door de medewerkers van het Ministerie van Financiën aan de IBTD wordt verstrekt, ontdaan van informatie waar de geheimhoudingsplicht op van toepassing is.

Indien in het kader van het onderzoek van de IBTD fiscale gegevens noodzakelijk blijken te zijn waarop de geheimhoudingsplicht van toepassing is, wordt door de inspecteur-generaal belastingen, toeslagen en douane aan de Minister van Financiën een verzoek om ontheffing gedaan.7 Dit geldt eveneens voor gegevens van de Douane op het gebied van accijns en belastingen die in het binnenland worden geheven op basis van de Wet op de accijns en de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken. Bij de beoordeling van een verzoek om ontheffing van de geheimhoudingsplicht zal steeds worden beoordeeld of de gevraagde gegevensverwerking voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit en of het belang van het onderzoek zwaarder weegt dan het handhaven van de geheimhoudingsplicht. Bij verlening van een ontheffing wordt steeds de voorwaarde gesteld dat de IBTD voldoet aan de daarvoor geldende privacyvereisten. Hierbij moet worden gedacht aan de wijze van opslag, de wijze van verwerking, wie de gegevens mogen verwerken en de opslagtermijn. Ook zal worden afgewogen of het in de rede ligt dat de belanghebbende moet worden geïnformeerd dat zijn gegevens worden verstrekt aan de IBTD.

Aangezien in de praktijk is gebleken dat de IBTD voor het uitvoeren van haar taak steeds vaker is aangewezen op gegevens waarop de geheimhoudingsplicht van de AWR8 van toepassing is, zal daarvoor een afzonderlijke structurele opheffing worden gecreëerd.

Het afgeven van een soortgelijke ontheffing van de geheimhoudingsplicht ten aanzien van gegevens die verkregen zijn bij de uitvoering van de inkomensafhankelijke regelingen en de andere dan hiervoor genoemde taken van de Douane is niet mogelijk. Alvorens informatie met de IBTD te kunnen delen, moet deze dus in beginsel worden ontdaan van de informatie waarop een geheimhoudingsplicht rust. Ingevolge de douane- en de toeslagenwetgeving mag namelijk alleen de bedoelde informatie worden verstrekt indien de Douane en de Belastingdienst/Toeslagen ingevolge een wettelijke bepaling daartoe gehouden is. Zoals al is aangekondigd in de toelichting bij de Regeling taakuitoefening en bevoegdheden IBTD, wordt om die reden met het onderhavige voorstel voor de gevallen waarvoor de gegevens in het kader van de taakuitoefening door de IBTD noodzakelijk blijken een formeel wettelijke basis gecreëerd om de geheimhoudingsplicht te doorbreken.

De onderzoeken van de IBTD richten zich niet op individuele casussen. Individuele casussen kunnen in onderlinge samenhang bezien echter wel een signaal opleveren dat een onderzoek op een bepaald onderwerp gerechtvaardigd is. De noodzaak om toegang te hebben tot informatie over individuele zaken om erachter te komen hoe bijvoorbeeld bepaalde regels, beleid of afspraken in de praktijk uitwerken of worden toegepast, is breder dan aanvankelijk voorzien. Om de «werking» te kunnen toetsen heeft de IBTD concrete voorbeelden uit de praktijk nodig. Die informatie wordt gebruikt om te onderzoeken of bepaalde knelpunten of risico’s structureel zijn. Voor de gevallen waarin de IBTD wel dergelijke gegevens nodig heeft om haar taken te kunnen uitvoeren, wordt met dit wetsvoorstel de geheimhoudingplicht opgeheven. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan hetgeen waar in de motie Eerdmans c.s. om is verzocht.9

3. Verwerking van persoonsgegevens

Door deze voorgestelde wijziging kunnen gegevens van vertrouwelijke aard of die vertrouwelijk zijn verstrekt worden gedeeld met de IBTD. Deze gegevens van vertrouwelijke aard of die vertrouwelijk zijn verstrekt kunnen ook persoonsgegevens in de zin van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)10 al dan niet in samenhang met de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, betreffen.11

Deze verwerking van persoonsgegevens maakt een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Het recht op eerbiediging daarvan is zowel in de Grondwet als in internationale verdragen opgenomen.

Ingevolge de Grondwet heeft eenieder recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen. Verder regelt de Grondwet dat de wet regels stelt ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met het vastleggen en verstrekken van persoonsgegevens. Tenslotte wordt geregeld dat de wet regels stelt inzake de aanspraken van personen op kennisneming van over hen vastgelegde gegevens en van het gebruik dat daarvan wordt gemaakt, alsmede op verbetering van zodanige gegevens.12 De AVG geeft de voorwaarden weer waaraan moet worden voldaan indien persoonsgegevens worden verwerkt.

In het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is het recht op eerbiediging van privé, familie- en gezinsleven vastgelegd. Bepaald is dat eenieder recht heeft op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.13 Wanneer een inmenging in het privéleven van een betrokkene aan de orde is, is vereist dat daar bij wet in is voorzien. Dit houdt in dat sprake is van een wettelijke basis (in het nationale recht) en dat deze strookt met de principes van de rechtstaat. Die wettelijke basis moet voor een betrokkene voldoende toegankelijk en voldoende voorzienbaar zijn. De wettelijke basis dient verder afdoende waarborgen te bevatten om willekeur en misbruik te vermijden.

De verwerking van de persoonsgegevens door de directoraten-generaal Toeslagen en Douane heeft tot doel de uitvoering van de taken van de directoraten-generaal Toeslagen en Douane. Het toezicht van de IBTD op de uitvoering van deze taken moet worden gezien als een voortzetting van deze taken. De grondslag voor de verwerking van informatie, voor zover het persoonsgegevens betreft, strookt met de AVG, aangezien de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de uitoefening van een publieke taak. Op grond van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 is het gezag over de rijksbelastingdienst, waar de directoraten-generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane formeel toe behoren, belegd bij de Minister van Financiën.14 De genoemde directoraten-generaal zijn daarmee, als dienstonderdeel van het Ministerie van Financiën, belast met de goede uitvoering van de wetgeving op de domeinen belastingen, toeslagen en douane. Het is de IBTD die namens de Minister op onafhankelijke wijze toezicht houdt op de goede uitvoering van de taken door deze directoraten-generaal.

Zoals eerder beschreven gebruikt (verwerkt) de IBTD bij de uitvoering van haar taken en werkzaamheden allerlei informatie. Gelet op de activiteiten en het doel van de IBTD is het mogelijk dat hierbij persoonsgegevens worden verwerkt. Deze persoonsgegevens kunnen betrekking hebben op:

  • a. medewerkers van de IBTD;

  • b. medewerkers van een organisatieonderdeel waar een onderzoek van de IBTD betrekking op heeft;

  • c. belastingplichtigen, belanghebbenden of toeslaggerechtigden in informatie van het IBTD-onderzoek.

De aard van het onderzoek van de IBTD bepaalt de benodigde informatie en informatiebronnen. In zijn algemeenheid kijkt de IBTD in het kader van een onderzoek naar bijvoorbeeld de werkprocessen, werkinstructies, registratiesystemen, selectiesystemen, protocollen en relevante beleidsnota’s en notulen van overleggen binnen en tussen de diensten van het Ministerie van Financiën. Het verstrekken van werkinstructies en informatie over processen kan noodzakelijk zijn in het kader van onderzoek naar de wijze van uitvoering in de praktijk en de effecten daarvan voor burgers en bedrijven. Tevens voeren medewerkers van de IBTD indien noodzakelijk in het kader van een onderzoek gesprekken met medewerkers en leidinggevenden van verschillende dienstonderdelen van het Ministerie van Financiën en wonen zij werkoverleggen en vergaderingen van managementteams op alle niveaus bij. Ook daarmee komt de benodigde informatie beschikbaar. Ten slotte voert de IBTD gesprekken met bedrijven en burgers op wie de uitvoering door de directoraten-generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane betrekking heeft. Hierbij zullen regelmatig noodzakelijkerwijs persoonsgegevens dienen te worden verwerkt die tevens vallen onder de geheimhoudingsplicht. Alleen in die gevallen waarin de IBTD deze gegevens nodig heeft om haar publiekrechtelijke taak uit te oefenen, kunnen deze gegevens worden verstrekt. Die verstrekking dient in overeenstemming te zijn met de AVG, zoals dataminimalisatie, doelmatigheid en rechtmatigheid.15 Dit betekent in de praktijk dat de betreffende persoonsgegevens in het geval dat de IBTD die gegevens niet nodig heeft om haar publiekrechtelijke taak uit te kunnen oefenen, niet door de IBTD opgevraagd kunnen worden. Hiermee wordt de proportionaliteit en de evenredigheid van de maatregel afdoende geborgd.

Een concreet voorbeeld van een lopend onderzoek waarvoor de verwerking van persoonsgegevens door de IBTD noodzakelijk is, betreft het onderzoek Vroegsignalering.16 Aan de hand van dossiers van de Belastingdienst, de Belastingdienst/Toeslagen en de Douane en interviews met de betrokken medewerkers en zzp’ers reconstrueert de IBTD vanuit het eindpunt, bijvoorbeeld de definitieve uitspraak van de rechter of de afhandeling van het betreffende dossier door het team, met behulp van een tijdlijn wat er is gebeurd, hoe dat is ervaren, wie er bij de afhandeling betrokken zijn geweest en op welke momenten op welke wijze gehandeld is. Naast de dossiers maakt de IBTD gebruik van persoonsgegevens om betrokken partijen, nadat zij daarvoor toestemming hebben gegeven, te benaderen voor een interview om de gang van zaken te reconstrueren. De van hen verkregen informatie wordt zoveel als mogelijk geanonimiseerd verwerkt. De onderzoeksresultaten die de IBTD naar buiten brengt, zullen niet herleidbaar zijn tot personen of medewerkers.

De verdere verwerking van de persoonsgegevens door de IBTD heeft geen directe gevolgen voor een betrokken natuurlijk persoon, anders dan de kwaliteitswaarborg die een adequaat toezicht op de directoraten-generaal met zich meebrengt.

4. Bijzondere persoonsgegevens

In bepaalde gevallen verwerken de directoraten-generaal Toeslagen en Douane bijzondere persoonsgegevens. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij het onderzoek naar risicoselectie en de systeemgerichte thema’s, zoals cultuur, sturing, rechtsbescherming en wet- en regelgeving. De IBTD volgt bij een eventuele verwerking van bijzondere persoonsgegeven de grondslagen van de directoraten Toeslagen en Douane, en verwerkt ook bijzondere persoonsgegevens uitsluitend als dit noodzakelijk is.

5. Waarborgen

Op grond van de Regeling taakuitoefening en bevoegdheden IBTD rust er op de medewerkers van de IBTD een geheimhoudingsplicht.17

Als onderdeel van het Ministerie van Financiën volgt de IBTD het privacybeleid van het Ministerie van Financiën. Dit betekent dat de IBTD in lijn met de geldende wettelijke eisen en richtlijnen een passende beveiliging van persoonsgegevens toepast overeenkomstig het privacybeleid van het Ministerie van Financiën. Betrokkenen kunnen overeenkomstig de procedures van het Ministerie van Financiën de rechten die zij hebben op grond van de AVG uitoefenen en bijvoorbeeld de Minister, als zijnde de verwerkingsverantwoordelijke, verzoeken om onder meer inzage in persoonsgegevens en verwijdering van persoonsgegevens die door de IBTD worden verwerkt. De Functionaris Gegevensbescherming van het Ministerie van Financiën is daarmee ook de Functionaris Gegevensbescherming voor de IBTD. Persoonsgegevens worden verder niet langer verwerkt dan noodzakelijk is voor het doel van de gegevensverwerking, dan op grond van de Archiefwet is vereist of anderszins wettelijk is bepaald. Deze informatie is ook terug te vinden in de privacyverklaring van het Ministerie van Financiën dat online raadpleegbaar is.18

Hiermee wordt een adequaat niveau van gegevensbescherming met betrekking tot de verstrekte persoonsgegevens gegarandeerd.

6. Advies Autoriteit Persoonsgegevens en advies Afdeling advisering van de Raad van State

Advies Autoriteit Persoonsgegevens19

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) geeft in haar advies aan dat zij niet overtuigd is van de noodzaak van het wetsvoorstel en adviseert de procedure niet voort te zetten tenzij de noodzaak overtuigend is onderbouwd. De AP geeft aan dat de IBTD naar haar oordeel geen op zichzelf staand bestuursorgaan is maar onder het Ministerie van Financiën valt en dat zij het geenszins vanzelfsprekend acht dat op de uitwisseling van gegevens tussen ambtenaren van hetzelfde bestuursorgaan de geheimhoudingsplicht van toepassing is. Een dergelijke geheimhoudingsplicht zou het normale functioneren van bestuursorganen in hoge mate frustreren. Daarnaast geeft de AP aan dat in artikel 2:5, eerste lid, Awb is bepaald dat de geheimhoudingsverplichting vastgelegd in dit artikel niet geldt als uit de taak van het bestuursorgaan de noodzaak tot mededeling voortvloeit. De AP vindt dat in het wetsvoorstel niet wordt onderbouwd waarom het meewerken met de IBTD niet tot de taak van Toeslagen moet worden gerekend. Hoewel de AP erkent dat de geheimhoudingsplicht in het Douanewetboek van de Unie (DWU) strikter is geformuleerd dan in artikel 2:5 Awb, concludeert de AP dat niet gegeven is dat een intern inspectiemechanisme niet gezien zou kunnen worden als noodzakelijk voor de uitvoering van de douanewetgeving.

De AP geeft daarnaast aan dat wetgeving duidelijk en nauwkeurig moet zijn en de toepassing ervan in de praktijk voor betrokkene voorspelbaar moet zijn, maar dat een wettelijke basis niet noodzakelijk is voor gegevensverstrekkingen voor interne controle, zoals volgens hen het geval is bij de controles door de IBTD.

De AP geeft tenslotte aan dat voortzetting van het concept niet zonder bezwaar is. De AP denkt dat onduidelijkheid over de reikwijdte van de geheimhoudingsplicht tussen ambtenaren van hetzelfde bestuursorgaan kan ontstaan en dat door deze verwerkingen wettelijk te verplichten afbreuk wordt gedaan aan het recht van betrokkene om bezwaar te maken tegen een concrete verwerking.

Advies Afdeling advisering van de Raad van State

De Afdeling advisering van de Raad van State (de Afdeling) merkt op dat in het algemeen geen wettelijke grondslag nodig is voor de verstrekking van gegevens van het ene onderdeel van een ministerie aan een ander onderdeel van hetzelfde ministerie. Er zijn volgens de Afdeling niettemin redenen voor een wettelijke grondslag wanneer het gaat om fiscale gegevens, concurrentiegevoelige gegevens of persoonsgegevens. Ook voor de verdere verwerking van dit type gegevens geldt dat deze gegevens niet zomaar gebruikt mogen worden voor een ander doel of taak dan waarvoor zij oorspronkelijk zijn verzameld (doelbinding).

Voor een dergelijk gebruik is een wettelijke grondslag wel noodzakelijk. Die noodzaak kan te meer gelden als de gegevens aan derden zoals aan beide Kamers worden verstrekt.

Ook merkt de Afdeling op dat in het onderhavige wetsvoorstel voor de verstrekking van slechts een bepaalde categorie persoonsgegevens een wettelijke grondslag wordt geregeld (te weten gegevens die worden ontvangen van de Belastingdienst/Toeslagen en de Douane waar een geheimhoudingsplicht op rust). Voor alle overige gegevensverwerkingen worden regels gesteld in de regeling die de taken en bevoegdheden van de IBTD regelt (Regeling taakuitoefening en bevoegdheden IBTD). Dit roept bij de Afdeling de vraag op naar de verhouding tussen de voorgestelde wettelijke bepalingen inzake gegevensverstrekking enerzijds, en de regulering van het verwerken en verdere gebruik van gegevens door de IBTD op het niveau van een ministeriële regeling anderzijds.

Zoals de Afdeling in haar advies aangeeft klopt het dat in het algemeen geen wettelijke grondslag nodig is voor de verstrekking van gegevens van het ene onderdeel van een ministerie aan een ander onderdeel van hetzelfde ministerie. De gegevens die de Belastingdienst/Toeslagen en de Douane verwerken betreffen echter voornamelijk gegevens met een hoog vertrouwelijkheidskarakter zoals fiscale gegevens, concurrentiegevoelige gegevens en persoonsgegevens. Daarom geeft het kabinet uitvoering aan de Motie Eerdmans c.s. waarin de Kamer heeft verzocht om een formeel wettelijke basis te creëren die ontheffing van de geldende geheimhoudingsplicht mogelijk maakt. Daarmee is voor eenieder duidelijk dat gegevens die worden aangeleverd aan de Belastingdienst/Toeslagen en de Douane kunnen worden gedeeld met de IBTD.

II. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel I (Artikel 1:38 van de Algemene douanewet)

Artikel 12 DWU20 biedt de mogelijkheid om in nationale wetgeving een uitzondering te maken op de geheimhoudingsplicht. In artikel 1:33 van de Algemene douanewet (Adw) zijn nationale uitzonderingen opgenomen. Aangezien dat artikel ziet op douanetoezicht en douanecontrole is een separate bepaling in een daarvoor in te voegen paragraaf in de Adw noodzakelijk teneinde de IBTD in de gelegenheid te stellen de haar opgedragen taken ten volle te kunnen uitvoeren. Door middel van het in te voegen artikel 1:38 Adw wordt de geheimhoudingsplicht om gegevens en inlichtingen te delen met de IBTD opgeheven. Dit voor zover deze gegevens en inlichtingen noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken van de IBTD. De IBTD mag alleen die gegevens opvragen die noodzakelijk zijn voor haar onderzoeken. Het wordt de IBTD niet toegestaan de verkregen gegevens en inlichtingen die van vertrouwelijke aard zijn aan derden te verstrekken.

Artikel II (artikel 38a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen)

Artikel 38a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) bevat een grondslag voor gegevensverstrekking door de Belastingdienst/Toeslagen in een aantal nader bepaalde situaties. Door middel van het toevoegen van een lid aan artikel 38a Awir wordt een grondslag gecreëerd voor de gegevensverstrekking door de Belastingdienst/Toeslagen aan de IBTD. Deze gegevensverstrekking is mogelijk voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken van de IBTD. De IBTD mag alleen die gegevens opvragen die noodzakelijk zijn voor haar onderzoeken. Het wordt de IBTD niet toegestaan de verkregen gegevens en inlichtingen die van vertrouwelijke aard zijn aan derden te verstrekken.

Artikel III

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de wet nadat dit wetsvoorstel tot wet is aangenomen en tot wet is verheven. Het tijdstip van inwerkingtreding wordt bepaald bij koninklijk besluit. De inwerkingtreding zal gebeuren op een vast verandermoment en met inachtneming van een minimale invoeringstermijn van twee maanden.

De Staatssecretaris van Financiën, A. de Vries