Gepubliceerd: 22 juni 2021
Indiener(s): Raymond Knops (CDA)
Onderwerpen: bestuur organisatie en beleid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35868-2.html
ID: 35868-2

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enkele bepalingen uit het bij koninklijke boodschap van 19 juli 2018 ingediende voorstel van wet (Kamerstukken 34 972) aan te passen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Indien het bij koninklijke boodschap van 19 juli 2018 ingediende voorstel van wet (Kamerstukken 34 972) tot wet wordt verheven, wordt die wet als volgt gewijzigd:

A

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt, aan het slot van dat lid, een zin toegevoegd luidende: Het zesde lid, aanhef en onderdelen b, c en d, zijn van overeenkomstige toepassing op een aanwijzing.

2. Het zesde lid komt te luiden:

  • 6. Onze Minister weigert een erkenning indien:

    • a. niet wordt voldaan aan de eisen bedoeld in het tweede of derde lid;

    • b. het ontwerp van het identificatiemiddel of de ontsluitende dienst naar de stand der techniek en andere redelijkerwijs beschikbare mogelijkheden op het moment van aanvraag onvoldoende voorziet in de bescherming van gegevens;

    • c. de aanvrager niet aannemelijk heeft gemaakt dat met de erkenning geen inkomsten worden verkregen uit het verhandelen of verstrekken van gegevens over gebruikers of authenticatie van gebruikers;

    • d. bij de voor de werking van het identificatiemiddel of de ontsluitende dienst noodzakelijke processen naar zijn oordeel onvoldoende gebruik wordt gemaakt van software die onder een open source licentie is gepubliceerd; of

    • e. zwaarwegende redenen zich tegen erkenning verzetten, waarvan in ieder geval sprake is wanneer ernstig gevaar bestaat voor de cyberveiligheid of staatsveiligheid of in geval ernstig gevaar bestaat dat de erkenning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen of uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen voordelen te benutten of anderszins de betrouwbaarheid en veiligheid van het Nederlandse stelsel voor elektronische dienstverlening in gevaar komt.

    Alvorens te beslissen op een aanvraag kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

3. Het zevende lid, eerste volzin, komt te luiden:

Onze Minister kan een erkenning wijzigen, schorsen of intrekken indien niet of niet langer wordt voldaan aan de eisen bedoeld in het tweede of derde lid, de eisen, voorschriften of beperkingen bedoeld in het vierde lid, of indien een van de gronden, genoemd in het zesde lid, van toepassing is.

4. Het negende lid komt te luiden:

  • 9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de toepassing van de gronden, genoemd in het zesde lid, de procedure van erkenning, wijziging, schorsing of intrekking en de in dat verband over te leggen gegevens en informatie.

B

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid vervalt in de eerste volzin «door Onze Minister aan te wijzen» en komt de tweede volzin te luiden:

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de toepassing van de gronden, genoemd in het achtste lid, de procedure van erkenning en de in dat verband over te leggen gegevens en informatie, het certificaat van conformiteit, de conformiteitsbeoordeling en de eisen waaraan een conformiteitsbeoordelingsinstantie moet voldoen.

2. Het achtste lid komt te luiden:

  • 8. Onze Minister weigert een erkenning indien:

    • a. niet wordt voldaan aan de eisen bedoeld in het eerste tot en met derde lid;

    • b. het ontwerp van het identificatiemiddel of de ontsluitende dienst naar de stand der techniek en andere redelijkerwijs beschikbare mogelijkheden op het moment van aanvraag onvoldoende voorziet in de bescherming van gegevens;

    • c. de aanvrager niet aannemelijk heeft gemaakt dat met de erkenning geen inkomsten worden verkregen uit het verhandelen of verstrekken van gegevens over gebruikers of authenticatie van gebruikers;

    • d. bij de voor de werking van het identificatiemiddel of de ontsluitende dienst noodzakelijke processen naar zijn oordeel onvoldoende gebruik wordt gemaakt van software die onder een open source licentie is gepubliceerd; of

    • e. zwaarwegende redenen zich tegen erkenning verzetten, waarvan in ieder geval sprake is wanneer ernstig gevaar bestaat voor de cyberveiligheid of staatsveiligheid of in geval ernstig gevaar bestaat dat de erkenning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen of uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen voordelen te benutten of anderszins de betrouwbaarheid en veiligheid van het Nederlandse stelsel voor elektronische dienstverlening in gevaar komt.

C

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt in de eerste volzin na «erkenning» ingevoegd «wijzigen,» en wordt na «niet» ingevoegd «of niet langer».

2. Aan het derde lid wordt, aan het slot van dat lid, een zin toegevoegd luidende: Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de procedure van wijziging, schorsing of intrekking en de in dat verband over te leggen gegevens en informatie.

D

De bijlage wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «onderdeel e» vervangen door «onderdeel g».

2. In het tweede lid wordt na «Pensioenwet» ingevoegd «en artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling».

ARTIKEL II

Indien het bij koninklijke boodschap van 19 juli 2018 ingediende voorstel van wet inhoudende algemene regels inzake het elektronisch verkeer in het publieke domein en inzake de generieke digitale infrastructuur (Kamerstukken 34 972) tot wet is of wordt verheven en die wet in werking treedt, treedt deze wet op hetzelfde tijdstip in werking.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,