Gepubliceerd: 7 mei 2021
Indiener(s): Wopke Hoekstra (minister financiën) (CDA), de Graaf (D66) , Stef Blok (VVD)
Onderwerpen: europese zaken internationaal
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35831-4.html
ID: 35831-4

Nr. 4 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT1

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State d.d. 31 maart 2021 en het nader rapport d.d. 3 mei 2021, aangeboden aan de Koning door de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Financiën. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 25 februari 2021, no. 2021000326, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 31 maart 2021, nr. W06.21.0044/III, bied ik U hierbij aan. De tekst van het advies treft u hieronder aan, voorzien van mijn reactie.

Bij Kabinetsmissive van 25 februari 2021, no. 2021000326, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot goedkeuring van de op 27 januari 2021 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst tot wijziging van het Verdrag tot instelling van het Europees Stabiliteitsmechanisme tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek en de Republiek Finland (Trb. 2021, 20), met memorie van toelichting.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen inhoudelijke opmerkingen bij het voorstel.

De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.

Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.

De vice-president van de Raad van State,

Th.C. de Graaf

Het voorstel van wet geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.

Overeenkomstig de redactionele opmerkingen van de Afdeling advisering van de Raad van State is in de memorie van toelichting nader toegelicht dat de onderhavige Overeenkomst uitsluitend van toepassing is op het Europese deel van Nederland, omdat Bonaire, Sint Eustatius en Saba geen deel uitmaken van de eurozone en het verdrag enkel geldt tussen de eurolanden. Tevens is in de artikelsgewijze toelichting nader ingegaan op de verwachte inhoud van het af te sluiten memorandum van samenwerking tussen de Europese Commissie en het ESM, alsook op het gezamenlijk werkdocument van de Europese Commissie en het ESM over de schuldhoudbaarheid en de terugbetaalcapaciteit. Van de gelegenheid is verder gebruikgemaakt om de memorie van toelichting op enkele punten te verduidelijken en om enkele redactionele wijzigingen aan te brengen.

Ik moge U, mede namens de Minister van Financiën, verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet vergezeld van de gewijzigde memorie van toelichting ter uitdrukkelijke goedkeuring aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no. W06.21.0044/III

  • In de toelichting de redenen noemen waarom aan het verdrag geen gelding voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt verleend (Ar. 8.13, lid 6).

  • In de toelichting op hoofdlijnen de inhoud beschrijven van: (i) het memorandum van samenwerking tussen de EC en het ESM over de samenwerking ten aanzien van de nieuwe taken van het ESM (aangehaald in paragraaf 3.1 van de toelichting) en (ii) het gezamenlijk werkdocument (met methodologie) van de EC en het ESM over schuldhoudbaarheid en terugbetaalcapaciteit (aangehaald in paragraaf 3.3 van de toelichting).