Kamerstuk 35830-VIII-4

Memorie van toelichting

Dossier: Jaarverslag en slotwet Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2020

Gepubliceerd: 19 mei 2021
Indiener(s): Ingrid van Engelshoven (minister onderwijs, cultuur en wetenschap) (D66)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35830-VIII-4.html
ID: 35830-VIII-4

Nr. 4 MEMORIE VAN TOELICHTING

Vergaderjaar 2020–2021

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 afzonderlijk bij wet vastgesteld en ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in:

  • 1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ;

  • 2. de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,I.K. van EngelshovenDe Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,A. Slob

B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTVERSCHILLEN)

Met dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de begroting van de verplichtingen te verlagen met € 209,7 miljoen. De uitgaven worden verlaagd met € 48,1 miljoen. De ontvangsten worden verhoogd met € 7,8 miljoen.

1 Leeswijzer

De beleidsmatige mutaties en technische mutaties groter of gelijk aan de ondergrenzen in onderstaande staffel worden op het niveau van de financiële instrumenten (en eventueel artikelonderdeel) toegelicht.

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerp-begroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

2 De beleidsartikelen

2.1 Beleidsartikel 1. Primair onderwijs

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 15,3 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het verplichtingenbudget op de bekostiging is per saldo met € 6,1 miljoen toegenomen. Hieronder liggen een tweetal mutaties aan ten grondslag: enerzijds is de verplichting op de hoofdbekostiging met € 21,4 miljoen opgehoogd en anderzijds zijn de verplichtingen op de regelingen hoogbegaafdheid en vervanging schoolleiders reeds eerder aangegaan, waardoor op die regelingen de verplichtingrealisatie € 15,0 miljoen lager is uitgevallen.

Bijdragen aan medeoverheden

Het verplichtingenbudget op het instrument bijdrage aan medeoverheden is met € 18,9 miljoen omlaag bijgesteld. Dit komt onder andere doordat de uitgaven en verplichtingen op de huisvestingsbudgetten in Caribisch Nederland pas in 2021 worden geboekt.

Uitgaven

Het budget wordt met € 2,2 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het uitgavenbudget op de bekostiging is met € 11,6 miljoen toegenomen. Dit heeft te maken met twee mutaties. Enerzijds is € 25,7 miljoen meer uitgegeven dan begroot was op de hoofdbekostiging. Dit heeft incidentele en technische oorzaken. Anderzijds is € 11,4 miljoen te weinig uitgekeerd aan de po-instellingen voor de regeling Prestatiebox 2020/21. Deze middelen worden begin 2021 alsnog conform de regeling uitgekeerd aan de po-instellingen.

Subsidies

Het uitgavenbudget op de subsidies is met € 11,3 miljoen verlaagd. Dit heeft diverse incidentele en technische oorzaken, zoals minder aanvragen voor de regelingen bewegingsonderwijs en cultuurbegeleider. Ook is budget dat oorspronkelijk op het instrument subsidies stond uiteindelijk door middel van het instrument opdrachten verstrekt, met een hogere realisatie bij het instrument opdrachten als gevolg.

Ontvangsten

Het budget wordt met € 10,6 miljoen verlaagd. Dit wordt veroorzaakt op de ontvangsten van het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid (GOAB). Op basis van uitvoeringsinformatie van eind november is gebleken dat uitbetalingen aan ontvangsten op GOAB in januari 2021 zullen vallen in plaats van in 2020.

2.2 Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 204,9 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Er is € 218,4 miljoen minder gerealiseerd aan verplichtingen op de bekostiging. Dit komt met name doordat er bij Najaarsnota is besloten om het verplichtingenbudget met de volledige loon- en prijsontwikkeling op te hogen voor het jaar 2021. Dit bleek niet nodig te zijn.

Garantieverplichtingen

Er is per saldo voor € 12,8 miljoen aan garantieverplichtingen verleend.

Uitgaven

Het budget wordt met € 8,7 miljoen verlaagd.

Ontvangsten

Het budget wordt met € 0,9 miljoen verlaagd.

2.3 Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 27,1 miljoen verhoogd.

Toelichting per instrument:

Subsidies

Op subsidies zijn de verplichtingen € 11,9 miljoen hoger dan begroot. Dit komt met name doordat er eind 2020 meerjarige verplichtingen ingeboekt zijn die kaseffect hebben in 2021.

Garantieverplichtingen

Er is per saldo voor € 31,8 miljoen aan garantieverplichtingen verleend.

Uitgaven

Het budget wordt met € 1,8 miljoen verlaagd.

Ontvangsten

Het budget wordt met € 0,2 miljoen verhoogd.

2.4 Beleidsartikel 6. Hoger beroepsonderwijs

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 6,8 miljoen verhoogd.

Uitgaven

Het budget wordt met € 1,3 miljoen verlaagd.

Ontvangsten

Het budget wordt met € 0,5 miljoen verhoogd.

2.5 Beleidsartikel 7. Wetenschappelijk onderwijs

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 12,4 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument:

Garantieverplichtingen

Er is per saldo voor € 12,7 miljoen minder aan garantieverplichtingen aangegaan.

Uitgaven

Het budget wordt met € 1,4 miljoen verlaagd.

2.6 Beleidsartikel 8. Internationaal beleid

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 0,2 miljoen verlaagd.

Uitgaven

Het budget wordt met € 0,1 miljoen verlaagd.

Ontvangsten

Het budget wordt met € 0,1 miljoen verlaagd.

2.7 Beleidsartikel 9. Arbeidsmarkt en personeelsbeleid

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 15,9 miljoen verhoogd.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Er is in totaal voor € 3,0 miljoen minder verplicht op de bekostiging. Dit komt doordat de realisatie van de reguliere opleidingsscholen lager is uitgevallen dan het plafond in de regeling. Het verplichtingenbudget was berekend op volledige realisatie van de reguliere opleidingsscholen en dus ook dat het volledige bedrag zou worden verplicht in de beschikkingen.

Subsidies

Er is in totaal voor € 20,5 miljoen meer verplicht op subsidies. Dit komt met name door een ophoging van het verplichtingenbudget voor de aanpak van het lerarentekort met € 15,0 miljoen. Daarnaast is het verplichtingenbudget verhoogd met € 5,5 miljoen als gevolg van het aangaan van meerjarige verplichtingen op de subsidieregeling onderwijsassistenten. Dit was pas later in het jaar bekend in verband met de sluitingstermijn van de regeling.

Uitgaven

Het budget wordt met € 2,6 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument:

Subsidies

Er is voor € 1,0 miljoen minder uitgegeven aan subsidies. Dit komt met name doordat de definitieve eindstanden van het aantal aanvragen voor de regeling zij-instroom en de regeling Korte scholingstrajecten lager uitvallen dan was begroot. Hierdoor worden de uitgaven € 1,5 miljoen verlaagd.

Ontvangsten

Het budget wordt met € 2,6 miljoen verlaagd. De verlaging wordt voornamelijk veroorzaakt door minder ontvangsten op de lerarenbeurs. Het budget voor de lerarenbeurs ligt lager dan voorgaande jaren. Hierdoor zijn er minder aanvragen goedgekeurd en ook minder mensen die een reeds ontvangen beurs terugbetalen als ze voortijdig stoppen met een studie.

2.8 Beleidsartikel 11. Studiefinanciering

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

De verplichtingen en uitgaven worden met € 7,6 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument:

Inkomensoverdrachten

  • Per saldo wordt op de inkomensoverdrachten € 30,2 miljoen minder gerealiseerd dan was begroot.

  • Het budget voor de reisvoorziening gift wordt met € 15,9 miljoen verlaagd. Dit komt deels omdat er minder reisvoorzieningen naar gift zijn omgezet dan verwacht (€ 6,3 miljoen). Daarnaast is de bijdrage van studerenden aan ov hoger dan geraamd (€ 7,1 miljoen). Door het tegenboek-effect (het betreft hier een negatieve post) zorgt dit voor een neerwaartse bijstelling. Ook zijn de gerealiseerde kosten aan het ov-contract lager dan geraamd (€ 3,0 miljoen).

  • De overige relevante uitgaven zijn met € 13,2 miljoen naar beneden bijgesteld. Uit de realisatiegegevens is gebleken dat de uitgaven lager zijn dan geraamd. Dit komt voornamelijk doordat er minder achterstallig lager recht (ALR) was dan geraamd.

Leningen

  • Per saldo wordt op het instrument leningen € 21,2 miljoen meer gerealiseerd.

  • Zowel de niet-relevante overige uitgaven als de niet-relevante uitgaven reisvoorziening zijn naar boven bijgesteld met respectievelijk € 31,0 miljoen en € 10,3 miljoen op basis van realisatiegegevens van DUO.

  • De niet-relevante uitgaven basisbeurs zijn ook naar boven bijgesteld met € 19,7 miljoen euro. Dit komt deels omdat er meer aan basisbeurs prestatiebeurs is opgeboekt dan geraamd (€ 4,5 miljoen). Ook is er minder prestatiebeurs omgezet in gift (€ 1,2 miljoen) en lening (€ 13,9 miljoen) dan geraamd. Door het tegenboek-effect (het betreffen hier negatieve posten) zorgen deze laatste twee posten voor een opwaartse bijstelling.

  • De niet-relevante rentedragende lening is naar beneden bijgesteld met € 45,9 miljoen. Dit komt deels omdat uit de realisatiegegevens van DUO blijkt dat er minder is geleend dan was geraamd (€ 35,8 miljoen), maar ook deels omdat er minder prestatiebeurzen zijn omgezet in een lening (€ 10,1 miljoen).

Bijdrage aan agentschappen

Per saldo wordt er op het instrument bijdrage aan agentschappen € 1,4 miljoen meer gerealiseerd.

Ontvangsten

Het budget wordt met € 25,8 miljoen verhoogd.

Toelichting per instrument:

Ontvangsten

De terugbetaling van de studieschuld wordt met € 29,2 miljoen omhoog bijgesteld. Dit bedrag is exclusief de bijstelling op de rente en de bijstelling op de overige ontvangsten.

2.9 Beleidsartikel 12. Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

De verplichtingen en de uitgaven worden met € 5,5 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument:

Inkomensoverdrachten

Er is in totaal voor € 5,6 miljoen minder uitgegeven op inkomensoverdrachten. Dit komt met name doordat de uitgaven voor meerderjarige scholieren in het voortgezet onderwijs € 5,1 miljoen lager zijn dan geraamd. Dit komt door lagere studentenaantallen dan geraamd.

Ontvangsten

Het budget wordt met € 0,9 miljoen verlaagd.

2.10 Beleidsartikel 13. Lesgeld

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

De verplichtingen en de uitgaven worden beide met € 0,1 miljoen verlaagd.

Ontvangsten

De lesgeldontvangsten worden op basis van de realisatiegegevens met € 1,2 miljoen omlaag bijgesteld.

2.11 Beleidsartikel 14. Cultuur

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 51,0 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

  • Op het instrument bekostiging is per saldo voor € 46,3 miljoen minder verplicht dan geraamd.

  • De verplichtingenrealisatie op de culturele BIS 2021 ‒ 2024 is € 33,3 miljoen lager dan geraamd.

  • Per saldo is de verplichtingenrealisatie voor de vierjaarlijkse fondsen en Cultuureducatie € 16,0 miljoen lager dan geraamd. Het budget voor de meerjarige verplichting voor Cultuureducatie zit vanaf 2021 in de vierjarige subsidie aan het Fonds voor Cultuurparticipatie. Met deze verschuiving is in de verplichtingenraming van 2020 geen rekening gehouden.

  • Het verplichtingenbudget voor de museale instellingen met een wettelijke taak is verhoogd met € 42,2 miljoen. Dit was eerder niet opgehoogd vooruitlopend op de veranderingen als gevolg van de nieuwe Cultuurplanperiode 2021 ‒ 2024.

  • Het verplichtingenbudget op de monumentenzorg is met € 16,0 miljoen verlaagd.

  • Als gevolg van voorbereidingen voor de culturele BIS 2021 ‒ 2024 die tot ver in 2020 doorliepen, is het verplichtingenbudget binnen Beheer en behoud collecties verlaagd met € 12,7 miljoen.

Subsidies

  • Op het instrument subsidies is per saldo € 22,8 miljoen minder verplicht dan geraamd.

  • Van de middelen voor Specifiek Cultuurbeleid in 2021 ‒ 2024 is een deel via projectsubsidies ter beschikking gesteld met de vierjarige culturele BIS-subsidies. Echter, € 11,9 miljoen is niet beschikt voor de periode 2021 ‒ 2024 en zal later worden aangegaan.

  • Een deel van de geraamde verplichtingen voor het verbreden van de inzet van cultuur is niet aangegaan in 2020 en het verplichtingenbudget wordt daarom verlaagd met € 10,4 miljoen.

Garantieverplichtingen

Er is per saldo voor € 14,0 miljoen aan garantieverplichtingen verleend.

Uitgaven

De uitgaven worden met € 1,8 miljoen verlaagd.

Ontvangsten

Het budget wordt met € 0,5 miljoen verhoogd.

2.12 Beleidsartikel 15. Media

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 20,9 miljoen verhoogd.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Er is in totaal voor € 23,4 miljoen meer verplicht op de bekostiging. Dit komt met name door een bijstelling van de verplichtingen die in de Mediabegrotingsbrief is gemeld. De huidige ruimte in de verplichtingen is op basis van het vastgestelde budget 2020, dat is vastgesteld in 2019, en dient derhalve verhoogd te worden.

Uitgaven

Het budget wordt met € 9,9 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument:

Subsidies

Op de subsidies wordt in totaal € 6,1 miljoen minder gerealiseerd. Hierin zit de € 5,5 miljoen aan onderuitputting op het Steunfonds lokale informatievoorziening. Deze middelen zijn toegevoegd aan het jaar 2021 via de Derde Incidentele Suppletoire Begroting van het Ministerie van OCW.

Ontvangsten

Het budget wordt met € 4,2 miljoen verlaagd.

2.13 Beleidsartikel 16. Onderzoek en wetenschapsbeleid

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 20,2 miljoen verhoogd.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Er is in totaal voor € 20,4 miljoen meer verplicht op de bekostiging. Dit komt door diverse correctieboekingen op de verplichtingen, zoals ook al eerder is gemeld in de brief waarin de beleidsmatige mutaties na de Tweede Suppletoire Begroting zijn toegelicht (Kamerstukken II, 2020/21, 35570 VIII, nr. 148). In de begrotingscyclus worden de verplichtingen van jaar T in jaar T-1 ingeboekt. Het verschil in verplichtingen wordt hierdoor veroorzaakt.

Uitgaven

De uitgaven zijn hetzelfde gebleven.

2.14 Beleidsartikel 25. Emancipatie

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 0,8 miljoen verlaagd.

Uitgaven

De uitgaven worden met € 2,2 miljoen verlaagd.

Toelichting per instrument:

Bijdrage aan medeoverheden

De lagere uitgaven worden voornamelijk veroorzaakt door een lagere realisatie op de bijdragen aan medeoverheden. Dit komt doordat de tegemoetkoming die zou worden verstrekt aan het transgendercollectief hoger uitvalt en in 2021 zal worden uitgekeerd in plaats van in 2020. In de zomer van 2021 volgt een specifieke uitwerking van de regeling.

3 De Niet-Beleidsartikelen

3.1 Niet-beleidsartikel 91. Nog onverdeeld

Toelichting

Artikel 91 dient als intermediair totdat de exacte verdeling over de betrokken artikelen bekend is. Op dit artikel worden dus geen feitelijke uitgaven verantwoord.

3.2 Niet-beleidsartikel 95. Apparaat Kerndepartement

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

De verplichtingen en de uitgaven worden beide met € 2,8 miljoen verlaagd.

Ontvangsten

Het budget wordt met € 1,2 miljoen verhoogd.