Kamerstuk 35830-IIB-1

Jaarverslag overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad 2020

Dossier: Jaarverslag en slotwet overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad 2020

Gepubliceerd: 19 mei 2021
Indiener(s): Kajsa Ollongren (viceminister-president , minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (D66)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35830-IIB-1.html
ID: 35830-IIB-1

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN DE OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT, KABINETTEN VAN DE GOUVERNEURS EN DE KIESRAAD

Ontvangen 19 mei 2021

Vergaderjaar 2020–2021

GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 143.106.000

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 5.939.000

A. ALGEMEEN

1 1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik u het jaarverslag van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) over het jaar 2020 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties decharge te verlenen over het in het jaar 2020 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • 1. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;

  • 2. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;

  • 3. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 4. de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 5. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • 1. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2020;

  • 2. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • 3. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • 4. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2020 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2020, alsmede over de saldibalans over 2020 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,K.H. Ollongren

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. Leeswijzer

Voor u ligt het jaarverslag 2020 van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

Het jaarverslag 2020 is als volgt opgebouwd:

A. een algemeen deel met de dechargeverlening;

B. het beleidsverslag met de artikelen en de bedrijfsvoeringsparagraaf;

C. de jaarrekening met de verantwoordingsstaat, de saldibalans en de WNT-verantwoording 2020.

Specificatie apparaatsuitgaven

De begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad heeft geen apart centraal apparaatsartikel. In de beleidsartikelen is bij de toelichting onder de tabel budgettaire gevolgen van beleid een uitsplitsing opgenomen van de apparaatsuitgaven.

Groeiparagraaf

Ten opzichte van het jaarverslag 2019 zijn in dit jaarverslag geen wijzigingen te melden.

Grondslagen voor de vastlegging en de waardering

De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2021. Voor de begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast.

Focusonderwerpen

De Tweede Kamer heeft voor de verantwoording 2020 de toepassing van artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet 2016 als focusonderwerp aangewezen. Dit is voor de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad niet van toepassing.

Beleidsverslag

Beleidsprioriteiten

Een College dient, conform de Comptabiliteitswet 2016, artikel 2.1 lid 7 betreffende een niet-departementale begroting, enkel haar taken en bedrijfsvoering weer te geven. Derhalve bevat de niet-departementale begroting – in vergelijking met departementale begrotingen waarbij wel een weergave van het beleid wordt opgenomen – geen beleidsprioriteiten. In aansluiting hierop worden geen beleidsprioriteiten opgenomen in het jaarverslag.

Beleidsartikelen

Een beleidsartikel is opgebouwd uit de volgende elementen:

A. Algemene doelstelling;

B. Rol en verantwoordelijkheid;

C. Beleidsconclusies;

D. Budgettaire gevolgen van beleid;

E. Toelichting op de financiële instrumenten.

Het niet-beleidsartikel is opgebouwd uit de tabel budgettaire gevolgen en de toelichting op de tabel.

Toelichting op de financiële instrumenten

In de toelichting op de financiële instrumenten wordt een toelichting gegeven bij verschillen tussen de vastgestelde begroting 2020 en de realisatie 2020. Indien van toepassing wordt er verwezen naar de eerste en tweede suppletoire begroting 2020. Het uitgangspunt is om daar de beleidsmatige en technische mutaties toe te lichten die groter zijn dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften 2020 is opgenomen, de zogenaamde staffel, te weten:

Tabel 1 Ondergrens (staffel) op basis van de RBV

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerp-begroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

1. Raad van State

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.Ontvangsten: 2 mln.

2. Algemene Rekenkamer

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

3. De Nationale ombudsman

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

6. Kabinet Gouverneur van Aruba

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

7. Kabinet Gouverneur van Curacao

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

8. Kabinet Gouverneur van Sint Maarten

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

9. Kiesraad

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

10. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

Voor de overige Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad is een afzonderlijke bedrijfsvoeringsparagraaf opgenomen.

Jaarrekening

Verantwoordingsstaat

In de jaarrekening treft u de verantwoordingsstaat voor de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

Saldibalans

In de jaarrekening wordt de saldibalans opgenomen met de bijbehorende toelichting.

WNT-verantwoording

Het jaarverslag wordt afgesloten met de verantwoording van de Wet Normering Topinkomens (WNT) van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

B. BELEIDSVERSLAG

3. Beleidsartikelen

3.1 Artikel 1 Raad van State

A. Algemene doelstelling

Als adviseur voor wetgever en bestuur en als hoogste algemene bestuursrechter bijdragen aan behoud en versterking van de democratische rechtsstaat en daarbinnen aan de eenheid, legitimiteit en kwaliteit van het openbaar bestuur in brede zin, alsmede aan de rechtsbescherming van de burger.

De Grondwet en de Wet op de Raad van State vormen het wettelijk kader, waarbinnen de Raad van State zijn taken verricht. Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden vormt de grondslag voor zijn werkzaamheden als Raad van State van het Koninkrijk.

De Afdeling Advisering van de Raad van State is belast met het onafhankelijk toezicht op de naleving van de (Europese) begrotingsregels, als bedoeld in het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur (VSCB) en artikel 5 van Verordening (EU) 473/2013.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie. (Comptabiliteitswet 2016, artikel 4.4 lid 4).

C. Beleidsconclusies

Afdeling advisering

Taak van de Afdeling advisering is het op de meest doelmatige en kwalitatief goede wijze afdoen van binnengekomen adviesaanvragen. Tijdigheid, kenbaarheid en voorspelbaarheid zijn daarbij belangrijke kernbegrippen.

In de onderstaande tabel zijn de realisaties voor de jaren 2017– 2020 weergegeven. Voor het jaar 2020 is een vergelijking gemaakt tussen ontwerpbegroting en de realisatie (afgedaan).

Tabel 2 Instroom en afhandeling adviesaanvragen (in aantallen)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

 

2017

2018

2019

2020

2020

Instroom

416

410

427

508

400

Afhandeling

442

392

420

485

400

De aantallen instroom en afhandeling voor het jaar 2020 zijn hoger dan de voorgaande jaren. Een hogere instroom van adviesaanvragen is in een jaar voorafgaande aan een verkiezingsjaar gebruikelijk.

De in de ontwerpbegroting opgenomen aantallen voor instroom en afhandeling zijn, mede door de afhankelijkheid van externe factoren, indicatief.

Afdeling bestuursrechtspraak

Taak van de Afdeling bestuursrechtspraak is het op de meest doelmatige en kwalitatief goede wijze afdoen van binnengekomen zaken. Tijdigheid, kenbaarheid en voorspelbaarheid en bruikbare rechtsvorming zijn daarbij belangrijke aspecten.

De Afdeling bestuursrechtspraak bestaat uit drie kamers: de Omgevingskamer, de Algemene kamer en de Vreemdelingenkamer.

In de onderstaande tabel is de realisatie van de afhandeling van zaken door de Afdeling bestuursrechtspraak weergegeven. De gemiddelde doorlooptijden van alle afdoeningen (hoofdzaken en Voorlopige Voorzieningen) zijn weergegeven.

Tabel 3 Doorlooptijd in weken
 

Norm doorlooptijd

Realisatie 2020 gemiddelde doorlooptijd

Realisatie 2019 gemiddelde doorlooptijd

Omgevingskamer

52

33

48

Algemene kamer

40

40

34

Vreemdelingenkamer

23

12

11

Totaal bestuursrechtspraak

 

21

21

De in de ontwerpbegroting opgenomen instroomverwachtingen van de Omgevingskamer en de Algemene kamer zijn gebaseerd op ervaringsgegevens en een verondersteld ongewijzigd beleid bij de wetgever en de bestuursorganen. De veronderstellingen van de instroom en de uitstroom van hoger beroepen van vreemdelingen wordt doorgaans in de maand november voorafgaand aan het uitvoeringsjaar in het overleg van de partners in de vreemdelingenketen vastgesteld. De verwerking van de budgettaire gevolgen van deze actualisatie vindt plaats bij gelegenheid van de Voorjaarnota en in de suppletoire begrotingen.

De rechtspraak is na de uitbraak van Covid-19 aangewezen als onderdeel van de vitale infrastructuur van Nederland. Met inachtneming van de geldende maatregelen is de Afdeling bestuursrechtspraak blijven functioneren.

In 2020 was vooral binnen de Algemene kamer en de Vreemdelingenkamer aantal ingekomen zaken lager dan de prognose. In beide kamers was het aantal afgedane zaken hoger dan het aantal ingekomen zaken, zodat de aantallen onderhanden werk zijn teruggelopen.

De Afdeling bestuursrechtspraak is na de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de rechtbanken de laatste schakel in de vreemdelingenketen. De instroom van zaken binnen de Vreemdelingenkamer is grotendeels de uitkomst van de instroom, doorstroom en uitstroom bij de genoemde ketenpartners. In 2020 was de instroom van zaken lager dan het in de ontwerpbegroting vermelde aantal.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

58.906

54.691

63.633

67.900

78.389

67.034

11.355

        

Uitgaven

57.616

56.173

60.428

65.394

72.711

67.034

5.677

        

Institutionele inrichting

       

Advisering

7.375

7.519

5.193

6.084

6.960

6.545

415

Bestuursrechtspraak

50.241

24.832

28.598

31.475

32.422

37.286

‒ 4.864

Raad van State gemeenschappelijke diensten

0

23.822

26.637

27.835

33.329

23.203

10.126

        

Ontvangsten

1.725

1.899

1.704

1.557

1.280

1.950

‒ 670

E. Toelichting op de instrumenten
Tabel 5 Specificatie apparaatsuitgaven
 

2020

Totaal apparaat

72.711

waarvan personeel

61.253

Eigen personeel

52.756

Externe inhuur

5.904

Overig personeel

2.593

  

waarvan materieel

11.458

Uitgaven

Advisering

Bij gelegenheid van de 1e suppletoire begroting is de raming van het artikelonderdeel Advisering verhoogd. Deze verhoging betrof de toevoeging van begrotingsgelden bestemd voor de uitvoering van de nieuwe taak uit hoofde van de Klimaatwet (kamerstukken II, 2019/20 34534).

Binnen het artikelonderdeel zijn de gerealiseerde personele uitgaven voor het jaar 2020 hoger dan die in het jaar daarvoor. Gedurende 2019 is een relatief hoog aantal lastig te vervullen vacatures (ambtelijke capaciteit) met succes vervuld, hetgeen in combinatie met de CAO-stijgingen per januari en juli 2020 in de begrotingsuitvoering 2020 tot hogere personele uitgaven heeft geleid. Daarnaast zijn gedurende geheel 2020 ten behoeve van de nieuwe taak uit hoofde van de Klimaatwet voorbereidings- en uitvoeringskosten gemaakt.

Bestuursrechtspraak

Bij gelegenheid van de 1e suppletoire begroting is de uitgavenraming van het artikelonderdeel Bestuursrechtspraak verhoogd. Deze verhoging was het gevolg van een opwaartse bijstelling van de instroom- en productieraming in het Hoger Beroep Vreemdelingen. Bij gelegenheid van de 2e suppletoire begroting is het bedrag van de loon- en prijscompensatie aan de raming toegevoegd.

De ambtelijke capaciteit die beschikbaar is voor de bestuursrechtspraak is, in vergelijking met het jaar 2019, licht gegroeid. In combinatie met de CAO-stijgingen zijn de aan bestuursrechtspraak toe te rekenen personele uitgaven navenant gestegen.

Raad van State gemeenschappelijke diensten

De in 2020 gerealiseerde uitgaven zijn als gevolg van een aantal projecten op het vlak van de bedrijfsvoering en als gevolg van gestegen inhuur van externe capaciteit en aanschaffingen op het vlak van IT ontwikkeling en beheer hoger dan de realisatie 2019. Tot de aanschaffingen behoren de incidentele uitgaven die gemaakt zijn ten behoeve van de verbetering en beveiliging van het thuiswerken.

De beschikbare begrotingsgelden voor het programma digitaal procederen zijn in 2020 vrijwel volledig besteed.

Ontvangsten

De ontvangsten uit hoofde van de griffierechten vallen als gevolg van bovengenoemde ontwikkelingen met € 0,7 mln. lager uit dan begroot.

3.1 Artikel 2 Algemene Rekenkamer

A. Algemene doelstelling

De Algemene Rekenkamer is belast met het onderzoek van de ontvangsten en uitgaven van het Rijk. Zij heeft als doel het rechtmatig, doelmatig, doeltreffend en integer functioneren van het Rijk en de daarmee verbonden organen te toetsen en te helpen verbeteren. Daarbij toetst zij ook de nakoming van verplichtingen die Nederland in internationaal verband is aangegaan.

De wettelijke taak van de Algemene Rekenkamer als Hoog College van Staat is vastgelegd in de Grondwet (artikel 76 en artikel 105.3) en in de Comptabiliteitswet 2016.

Hierin ligt enerzijds de basis van de klassieke wettelijke opdracht om jaarlijks de rechtmatigheid te onderzoeken van het financieel beheer van het Rijk en een goedkeurende verklaring te geven bij de Rijksrekening. Het wettelijk kader bevat naast controle op rechtmatigheid anderzijds ook de opdracht om de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het gevoerde beleid te onderzoeken. De taken van de Algemene Rekenkamer vereisen een grondwettelijk geborgde, onafhankelijke positie ten opzichte van de regering en het parlement. Het vereist niet alleen een degelijke wettelijke basis, maar ook een bestendige financiële basis, die de ruimte om in onafhankelijkheid keuzes te kunnen maken ondersteunt.

De Algemeen Rekenkamer dient geen ander belang dan het goed en integer functioneren en presteren van het openbaar bestuur. De Algemene Rekenkamer laat op onpartijdige wijze zien hoe de rijksoverheid, inclusief de daaraan verbonden organen, in de praktijk functioneert en presteert en welke verbeteringen mogelijk zijn, ongeacht de samenstelling van het parlement en het kabinet. Daarmee wil zij ook een bijdrage leveren aan het vertrouwen van burgers dat de overheid zorgvuldig, zuinig en zinnig omgaat met publiek geld.

De Algemene Rekenkamer voorziet de regering, de Staten-Generaal en degenen die verantwoordelijk zijn voor de aan het Rijk verbonden organen van bruikbare en relevante informatie, aan de hand waarvan zij kunnen bepalen of het beleid van een minister rechtmatig, doelmatig en doeltreffend is uitgevoerd. Deze informatie bestaat uit onderzoeksbevindingen, oordelen en aanbevelingen over organisatie, beheer en beleid en is in beginsel voor het publiek toegankelijk. De Algemene Rekenkamer bepaalt zelf welke onderzoeken zij openbaar maakt. Twee keer per jaar actualiseert en publiceert de Algemene Rekenkamer haar lopende onderzoeksagenda.

Daarnaast rekent zij het tot haar verantwoordelijkheden om een bijdrage te leveren aan goed openbaar bestuur door kennisuitwisseling en samenwerking in binnen- en buitenland. Hoofdstuk 7 van de Comptabiliteitswet 2016 verschaft een wettelijke basis voor het uitvoeren van internationale werkzaamheden die aansluiten bij de wettelijke taken van de Algemene Rekenkamer.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie (Comptabiliteitswet 2016, artikel 4.4 lid 4).

C. Beleidsconclusies

Vernieuwde strategie

In 2020 heeft het college de vernieuwde strategie met als titel: ‘Vertrouwen in verantwoording’ vastgesteld voor de periode 2021 t/m 2025. Met de nieuwe strategische keuzes beginnen onderzoeken van de Algemene Rekenkamer niet alleen met de burgers en bedrijven in het land, ze eindigen er ook mee.

Onderzoeksprogramma´s

De afgelopen jaren heeft de Algemene Rekenkamer een aantal terreinen en thema’s aangewezen die centraal staan in de onderzoeken. De focusonderwerpen komen onder andere tot uitdrukking in programma’s. In 2020 zijn de programma’s Premiesectoren Zorg en Sociale Zekerheid (ZSZ) en Ontvangsten ontcijferd geëvalueerd. Van twee programma’s, te weten DOEN; «Investeren in methoden & technieken» en Toekomstbestendige Overheidsfinanciën (TOF) zijn de doelen grotendeels behaald en zij zijn daarom beëindigd. Ook in de komende jaren zal de Algemene Rekenkamer programmatisch blijven werken. In 2020 is het nieuwe onderzoeksprogramma Energietransitie opgestart.

Resultaten

De coronamaatregelen hebben in 2020 grote impact gehad. Medewerkers werkten grotendeels thuis, de samenwerking moest meer digitaal en anders plaatsvinden. Desondanks heeft de Algemene Rekenkamer vooruitgang gemaakt met de voor 2020 gestelde doelen.

Zo heeft de Algemene Rekenkamer in 2020 in totaal 67 publicaties opgeleverd:

  • 39 rapporten waarvan 21 verantwoordingsonderzoeken (inclusief SRV en Nationale Verklaring);

  • 8 updates van een webdossier;

  • 20 brieven aan de Tweede Kamer, waarvan 12 begrotingsbrieven.

Op www.rekenkamer.nl heeft de Algemene Rekenkamer de onderzoeksrapporten, de brieven aan de Tweede Kamer en de jaarlijkse Verslagen gepubliceerd. Daar zijn ook de webdossiers te vinden. De Algemene Rekenkamer maakt de uitgaven (het «grootboek») openbaar in de vorm van open data.

Voor de uit te voeren onderzoeken is lopende het jaar een herprioritering uitgevoerd. Verder is de toetsing van de kwaliteit van het onderzoek geïntensiveerd, zo is een peer review door buitenlandse rekenkamers afgerond. De formatie-opbouw voor de komende jaren is op hoofdlijnen vastgesteld en de P&C-cyclus is verder ontwikkeld. Verder is het organisatieontwikkelingstraject, gericht op het verbeteren van de interne beheersing en externe oriëntatie, voortgezet.

Samenvattend waren het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende beleidsresultaten het afgelopen jaar conform de verwachtingen. Als gevolg COVID-19 heeft een herprioritering van onderzoeken plaats gevonden. Er zijn evenwel geen grote afwijkingen of een noodzaak tot bijstelling aan het licht gekomen. Eerder ingezette doelen worden voortgezet.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2016

20147

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

29.159

28.555

31.088

33.307

32.879

33.140

‒ 261

        

Uitgaven

28.868

28.576

30.574

32.214

33.276

33.140

136

        

Institutionele inrichting

       

Recht- en doelmatigheidsbevordering

28.868

28.576

30.574

32.214

33.276

33.140

136

        

Ontvangsten

802

1.153

1.592

1.584

1.136

1.217

‒ 81

E. Toelichting op de instrumenten
Tabel 7 Specificatie apparaatsuitgaven
 

2020

Totaal apparaat

33.276

waarvan personeel

29.426

Eigen personeel

26.341

Externe inhuur

3.033

Overig personeel

52

  

waarvan materieel

3.850

ICT

1.909

Bijdrage aan SSO's

607

Overig materieel

1.334

Verplichtingen

De oorspronkelijk vastgestelde begroting 2020 voor de verplichtingen bedroeg € 33,1 mln. Met ingang van 2018 worden (meerjarige) verplichtingen voor externe inhuur, inleen en detacheringen vastgelegd in het jaar waarin zij zijn aangegaan. De onderuitputting bij de verplichtingen is vooral het gevolg van lagere uitgaven in 2020 ten gevolge van de Corona-crisis en minder overlopende verplichtingen, onder andere door minder externe inhuur in 2021.

Uitgaven

Recht- en doelmatigheidsbevordering

De oorspronkelijke uitgavenbegroting 2020 bedroeg € 33,1 mln. Bij de eerste en tweede suppletoire begroting 2020 is extra budget toegevoegd in verband met onder andere eindejaarsmarge en loon- en prijsontwikkeling. De stand na de tweede suppletoire begroting 2020 bedroeg € 34,4 mln. Het restant bedraagt € 1,16 mln. De lagere uitputting is vooral het gevolg van lagere uitgaven ten gevolge van de Coronamaatregelen. Hierdoor waren er minder uitgaven voor bijvoorbeeld woon- en werkverkeer, internationale dienstreizen en catering, en door vertraagde werving van personeel.

Ontvangsten

De ontvangstenbegroting voor 2020 bedroeg € 1,217 mln. De gerealiseerde ontvangsten waren circa € 0,1 mln. lager dan begroot. Dit kwam vooral door het realiseren van minder ontvangsten voor internationale projecten ten gevolge van de Coronamaatregelen.

3.1 Artikel 3 De Nationale ombudsman

A. Algemene doelstelling

De burger heeft recht op behoorlijke behandeling door de overheid. Meestal gebeurt dat ook, maar het lukt niet altijd. Dan kan de burger terecht bij de Nationale ombudsman. De missie van de Nationale ombudsman is: Wij geloven dat het perspectief van burgers geborgd moet worden in alles wat de overheid doet.

Door burgers (op weg) te helpen als het misgaat tussen hen en de overheid.

Door burgers de weg te wijzen naar het juiste loket. Door ze op weg te helpen met adviezen en tools. En door op een effectieve manier onderzoek te doen (reactief).

Door overheden uit te dagen anders te kijken naar diensten, processen en innovaties.

Door met een team van specialisten te kijken naar alles wat de overheid doet. Door na te denken over manieren waarop het anders en beter kan. Met meer oog voor het perspectief van de burger. Om overheden hier vervolgens op aan te spreken. En ze uit te dagen om zaken te verbeteren (proactief).

De Kinderombudsman en de Veteranenombudsman hebben tot doel te bevorderen dat de rechten van respectievelijk jeugdigen en veteranen worden geëerbiedigd door bestuursorganen en door privaatrechtelijke organisaties. De Kinderombudsman en de Veteranenombudsman zijn onderdeel van de Nationale ombudsman.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie. (Comptabiliteitswet 2016, artikel 4.4 lid 4).

C. Beleidsconclusies

Versterken klachtbehandeling en dienstverlening door de overheid

Bij Voorjaarsnota 2019 is besloten dat de Nationale ombudsman vanaf 2019 middelen tot zijn beschikking krijgt om de klachtbehandeling en de dienstverlening door de overheid te versterken. Hieraan heeft de ombudsman in 2020 verder vorm gegeven door een andere werkwijze, gebaseerd op drie pijlers.

Iedereen telt mee

In 2020 is ingezet op het versterken van de relatie met intermediairs. Zij hebben contact met de groepen die de Nationale ombudsman wil bereiken. Daarnaast kan de Nationale ombudsman hen (op weg) helpen bij problemen die hun cliënten aandragen en kunnen signalen bij hen opgehaald worden om problemen bij overheden aan te kaarten. Hiervoor heeft de ombudsman onder meer de Raadbaak ingericht, een online omgeving waar professionals met elkaar kennis kunnen delen, vragen kunnen stellen en knelpunten kunnen signaleren. Ook is in 2020 nader onderzocht welke groepen de Nationale ombudsman slecht weten te vinden, maar hulp wel goed zouden kunnen gebruiken. Het werkelijk fysiek aanwezig zijn in de regio's werd in 2020 bemoeilijkt door de maatregelen naar aanleiding van Covid-19. Onder meer de geplande provincie tours zijn geschrapt.

Op deze manier draagt de Nationale ombudsman er aan bij dat mensen het gevoel hebben dat de overheid er voor hen is. De Nationale ombudsman helpt zo de afstand tussen burger en overheid te verkleinen.

Burgerperspectief in een veranderende samenleving

De thema's en onderzoeken voor 2020 zijn opgenomen in de Ombudsagenda 2020. Verder is in 2020 ingezet op het professionaliseren van het relatiebeheer.

Door op een effectieve manier te focussen op relevante maatschappelijke problemen draagt de Nationale ombudsman bij aan het bevorderen van een goede dienstverlening door overheidsinstanties, waarbij het perspectief van de burger centraal staat.

Duurzaam versterken klachtbehandeling overheidsinstanties

In 2020 hebben medewerkers van de Nationale ombudsman, zowel op verzoek als uit eigen initiatief, workshops gegeven over professionele klachtbehandeling en complex klaaggedrag.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3. De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

16.662

16.131

17.949

19.172

21.932

19.800

2.132

        

Uitgaven

16.306

16.266

18.339

19.672

20.814

19.800

1.014

        

Institutionele inrichting

       

Taakuitoefening Nationale ombudsman

14.035

14.112

16.089

17.006

18.049

17.627

422

Materiële uitgaven

       

Taakuitoefening medeoverheden

2.271

2.154

2.250

2.666

2.765

2.173

592

        

Ontvangsten

2.775

2.580

2.357

2.360

2.817

2.189

628

E. Toelichting op de instrumenten
Tabel 9 Specificatie apparaatsuitgaven
 

2020

Totaal apparaat

20.814

waarvan personeel

16.452

Eigen personeel

15.663

Externe inhuur

655

Overig personeel

134

  

waarvan materieel

4.362

Uitgaven

Taakuitoefening Nationale ombudsman

Dit betreft de uitgaven voor klachtbehandeling door de Nationale ombudsman waaronder ook het onderzoek op eigen initiatief. Daarnaast ook uitgaven voor de uitvoering van taken van de Kinderombudsman en de Veteranenombudsman.

Gedurende het jaar 2020 is er, na bijstellingen, een onderbesteding van € 0,6 mln. ontstaan. Door COVID-19 zijn in de bedrijfsvoering kosten zoals catering, reiskosten, en geplande projectkosten sterk achtergebleven. Daarnaast zijn ook geplande uitgaven van bepaalde inhuur achtergebleven.

Tabel 10 Aantal klachten rijksoverheid
  

Realisatie

Klachten

2016

2017

2018

2019

2020

Nationale ombudsman

28.080

23.240

23.230

28.390

25.640

Kinderombudsman

3290

2.450

2.000

2.100

1.990

Veteranenombudsman

120

150

200

280

280

Totaal

 

25.840

25.430

30.770

27.910

In 2020 is het aantal door de Nationale ombudsman ontvangen klachten met 25.640 lager dan in 2019. De Kinderombudsman heeft 1990 verzoeken ontvangen. Dit is een afname van ruim 100 verzoeken (2019: 2100) ten opzichte van het jaar daarvoor. Voor 2020 blijft het beeld voor de Veteranenombudsman gelijk aan dat van 2019.

Taakuitoefening medeoverheden

Op dit artikelonderdeel worden alle uitgaven van de klachtbehandeling voor de mede overheden zichtbaar.

Tabel 11 aantal aangesloten gemeenten
  

Realisatie

Aangesloten gemeenten

2016

2017

2018

2019

2020

in percentage

70

71

73

73

75

17% van alle klachten die de Nationale ombudsman heeft ontvangen, heeft betrekking op gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, provincies en waterschappen. Het aantal geregistreerde klachten is in 2020 met 2% gedaald t.o.v. 2019. In totaal zijn er in 2020 4.268 klachten geregistreerd.

Ontvangsten

De ontvangsten hebben voornamelijk betrekking op de klachtbehandeling voor de medeoverheden.

3.1 Artikel 4 Kanselarij der Nederlandse Orden

A. Algemene doelstelling

De Kanselarij der Nederlandse Orden (KNO) is bij Koninklijk Besluit (KB) van 3 juni 1844 ingesteld. De Kanselarij der Nederlandse Orden is de organisatie die:

  • het Kapittel der Militaire Willems-Orde en het Kapittel voor de Civiele Orden huisvest en ambtelijk ondersteunt in hun advisering over de voorstellen tot decoratieverlening;

  • zorg draagt voor het beheer van de versierselen van de onderscheidingen en voor de correcte verzending ervan aan de betrokken ministeries; en

  • zorgt dat registers worden aangehouden van in het Koninkrijk der Nederlanden onderscheiden personen.

Kapittel der Militaire Willems-Orde

De taken van het Kapittel der Militaire Willems-Orde behelzen:

  • het adviseren van het hoofd van het betrokken departement van algemeen bestuur over de voordrachten voor benoeming of bevordering in en ontslag uit de Orde dan wel over aanvragen om in de Orde te worden opgenomen of bevorderd;

  • het verstrekken van inlichtingen aan het hoofd van het betrokken departement van algemeen bestuur alsmede het geven van inzage in alle zakelijke gegevens en bescheiden aan deze departementen;

  • het aanhouden van registers voor elk der vier klassen van ridders; en

  • het houden van aantekening van verlening van het ordeteken aan onderdelen van de krijgsmacht.

Kapittel voor de Civiele Orden

Het Kapittel voor de Civiele Orden heeft als adviescollege op landelijk niveau tot taak Onze Minister wie het aangaat te adviseren over het verlenen van onderscheidingen in één van de Civiele Orden.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie. (Comptabiliteitswet 2016, artikel 4.4 lid 4).

C. Beleidsconclusies

Ondanks alle coronamaatregelen zijn alle aanvragen voor Koninklijke onderscheidingen afgehandeld en voorzien van een advies. Ook zijn alle onderscheidingen die voor de lintjesregen waren aangevraagd, op alternatieve wijze uitgereikt.

In 2020 is het nieuwe ICT-systeem LINT dat wordt gebruikt voor de aanvraag en behandeling van Koninklijke onderscheidingen, volledig opgeleverd en in gebruik genomen. Inmiddels maken alle gemeenten, provincies, ministeries en de Kanselarij der Nederlandse Orden (KNO) gebruik van dit systeem.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

6.178

3.315

5.291

6.740

6.715

4.434

2.281

        

Uitgaven

4.409

4.807

5.392

5.739

6.801

4.434

2.367

        

Institutionele inrichting

       

Apparaat

3.187

3.326

4.364

4.539

5.080

2.673

2.407

Materiële uitgaven

       

Decoraties

1.221

1.480

1.027

1.199

1.720

1.756

‒ 36

Riddertoelagen

1

1

1

1

1

5

‒ 4

        

Ontvangsten

294

308

335

343

439

199

240

E. Toelichting op de instrumenten
Tabel 13 Specificatie apparaatsuitgaven
 

2020

Totaal apparaat

5.080

waarvan personeel

2.591

Eigen personeel

1.820

Externe inhuur

771

Overig personeel

0

  

waarvan materieel

2.489

ICT

1.685

Bijdrage aan SSO's

241

Overig

563

Uitgaven

Apparaat

De apparaatskosten zijn hoger dan de vastgestelde begroting. Deze uitgaven hebben betrekking op de oplevering en implementatie van het nieuwe ICT-systeem LINT. Bij de 1e suppletoire begroting, is de begroting van de KNO hiervoor met een bedrag van €1,5 mln. opgehoogd.

Decoraties

De gerealiseerde uitgaven voor decoraties heeft te maken met de benodigde uit te geven versierselen en toebehoren (zoals verpakkingen en oorkondes).

Riddertoelagen

Aan de in leven zijn de Ridders Militaire Willems-Orde, de weduwen/weduwnaars van Ridders Militaire Willems-Orde of de minderjarige kinderen van Ridders Militaire Willems-Orde wordt van rechtswege een jaarlijkse riddertoelage uitgekeerd.

Ontvangsten

Er zijn in 2020 meer borgsommen ontvangen dan was begroot voor het voor onbepaalde tijd in bruikleen houden van Koninklijke onderscheidingen door gedecoreerden of erven van gedecoreerden.

3.1 Artikel 6 Kabinet van de Gouverneur van Aruba

A. Algemene doelstelling

Het Kabinet van de Gouverneur van Aruba heeft tot taak het ondersteunen van de Gouverneur van Aruba in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de Koning als hoofd van de regering van Aruba en in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de regering van het Koninkrijk. Gezien deze ondersteunende rol zijn de taken van het Kabinet een afgeleide van de taken en bevoegdheden van de Gouverneur, die voornamelijk zijn geregeld in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Staatsregeling van Aruba en het Reglement voor de Gouverneur van Aruba. Het kabinet heeft ook tot taak het behandelen van consulaire aangelegenheden aangezien de gouverneur tevens bevoegdheden heeft in het kader van de verkrijging van het Nederlanderschap en de verstrekking van paspoorten en visa aan personen die woonachtig zijn in Aruba.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie (Comptabiliteitswet 2016, artikel 4.4 lid 4).

Voor het handelen van de gouverneur als landsorgaan leggen de ministers van Aruba verantwoording af aan de Staten van Aruba. De gouverneur is als Koninkrijksorgaan verantwoordelijk aan de regering van het Koninkrijk.

De gouverneur onderhoudt contacten met de minister-president en overige ministers van Aruba, de Staten, maatschappelijke organisaties en met ministers en andere bestuurders van de andere landen van het Koninkrijk. De gouverneur onderhoudt ook contacten met ambassadeurs van het Koninkrijk en van andere staten in de regio. De relaties met de Gouverneurs van Sint Maarten en Curaçao zijn geïnstitutionaliseerd en worden onderhouden.

Het kabinet onderhoudt contacten met andere organen van de overheid, zowel binnen als buiten het Koninkrijk. Bij de uitvoering van rijksregelgeving werkt het kabinet samen met verschillende ministeries, agentschappen en diensten van Nederland.

C. Beleidsconclusies

Er zijn in 2020 geen beleidswijzigingen geweest.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 14 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

1.978

2.006

1.876

2.399

2.096

1.908

188

        

Uitgaven

1.978

2.006

1.876

2.399

2.096

1.908

188

        

Institutionele inrichting

       

Kabinet Gouverneur Aruba

1.978

2.006

1.876

2.399

2.096

1.908

188

        

Ontvangsten

97

100

89

108

53

60

‒ 7

E. Toelichting op de instrumenten
Tabel 15 Specificatie apparaatsuitgaven
 

2020

Totaal apparaat

2.096

waarvan personeel

1.498

Eigen personeel

1.332

Externe inhuur

10

Overig personeel

156

  

waarvan materieel

598

Uitgaven

Kabinet Gouverneur Aruba

Het kabinet van de Gouverneur van Aruba is sinds 2019 aangevangen met een inhaalslag om de nodige vervangingsinvesteringen te laten plaatsvinden en onderhoud van gebouwen en installaties te laten uitvoeren. De verwachting was om deze inhaalslag in 2020 te kunnen realiseren. Dit heeft niet volledig plaats kunnen vinden als gevolg van de uitbraak van de coronapandemie.

Het Kabinet van de Gouverneur van Aruba heeft zich in 2020 voornamelijk gericht op investeringen op het gebied van veiligheid. Onder andere in het kader hiervan zijn de ICT-vervangingsinvesteringen inclusief de vervanging en beveiliging van het ICT-netwerk gerealiseerd. Als gevolg van de drastische verslechtering van de economische situatie op Aruba door de uitbraak van de coronapandemie heeft veiligheid extra aandacht gekregen en hebben aanbevelingen uit audits van zowel Nederlandse als Arubaanse (veiligheids-) diensten, -organisaties en ministeries geleid tot het nemen van extra maatregelen en het zorgdragen voor vervangingen, aanpassingen en/of uitbreidingen van veiligheidsvoorzieningen naast de reeds geplande vervangingsinvesteringen. De economische gevolgen op Aruba als gevolg van deze pandemie heeft tot vertragingen in het investeringsproces geleid waardoor niet alle investeringen en investeringen ten behoeve van veiligheidsvoorzieningen hebben kunnen plaatsvinden.

De restantgelden van twee stichtingen staan nog open. Er is opdracht verleend om werkzaamheden te verrichten om tot opheffing van deze stichtingen te kunnen komen.

Ontvangsten

De ontvangsten zijn in vergelijking met voorgaande jaren achtergebleven. Dit is voornamelijk het gevolg van Covid-19, waardoor minder reisbewegingen hebben plaatsgevonden.

3.1 Artikel 7 Kabinet van de Gouverneur van Curacao

A. Algemene doelstelling

De missie van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao is het optimaal ondersteunen van de gouverneur in de uitoefening van zijn taken in zijn beide hoedanigheden: als het hoofd van de regering van het land Curaçao en als orgaan van het Koninkrijk. De taken van het kabinet zijn afgeleid van de wettelijke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Gouverneur. De belangrijkste taken en bevoegdheden van de Gouverneur van Curaçao zijn opgenomen in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Staatsregeling van Curaçao, verschillende (organieke) Curaçaose landsverordeningen, Koninkrijkswetgeving en het Reglement van de Gouverneur van Curaçao.

Aan het feit dat de gouverneur het bevoegde orgaan is in de uitvoeringsregelingen van de Rijkswet op het Nederlanderschap en van de Paspoortwet ontleent het Kabinet van de Gouverneur dienstverlenende, uitvoerende consulaire werkzaamheden. De taken en inrichting van het kabinet zijn vastgelegd in een instellings- en beheersbesluit, evenals in een organisatie- en formatieplan.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de Minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie. (Comptabiliteitswet 2016, artikel 4.4 lid 4).

C. Beleidsconclusies

De bestuurlijke rol van de Gouverneur zowel binnen Curaçao als landsorgaan, als in relatie tot het Koninkrijk als Koninkrijksorgaan brengt met zich mee dat op het gehele werkveld van deze overheden contacten worden onderhouden. Ook onderhoudt het Kabinet ten behoeve van de Gouverneur contacten met de Staten van Curaçao, met ministers, andere bestuurders en instituties in het Koninkrijk, Curaçao en Nederland. Verder zijn de relaties met de collega Gouverneurs van Aruba en Sint Maarten geïnstitutionaliseerd. Met name bij de uitvoering van rijkswetgeving werkt het kabinet samen met verschillende Nederlandse ministeries, en diensten. Dit zijn in het bijzonder de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Rijksdienst voor Indentiteitsgegevens en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Binnen het land Curaçao werkt het kabinet intensief samen met de Staten, de Raad van Ministers en met diverse landsdiensten.

De meest relevante omgevingsfactor is de omvang van de externe vraag naar dienstverlening door het Kabinet (consulaire zaken, waaronder de verlening van visa voor Nederland, de BES- eilanden en het Schengengebied, reisdocumentenverstrekking en aanvragen voor verlening van het Nederlanderschap door naturalisatie en optie ) en het beroep op de Gouverneur van Curaçao om als orgaan van het Koninkrijk toezicht te houden op bestuursdaden in de diverse werkterreinen van de overheid.

De beperkte omvang van het Kabinet brengt met zich mee dat de vereiste expertise en adviescapaciteit niet altijd beschikbaar is. Enige flexibiliteit bij de inzet van derden is daarom aangewezen.

Bij een aantal uitvoerende processen is het kabinet afhankelijk van de informatie die door landsdiensten wordt verstrekt. De kwaliteit en de bereidheid tot en de mate van samenwerking is daarom bepalend voor het resultaat.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 16 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curacao (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

3.227

3.052

3.008

2.945

2.607

2.896

‒ 289

        

Uitgaven

3.227

3.052

3.008

2.945

2.607

2.896

‒ 289

        

Institutionele inrichting

       

Kabinet Gouverneur Curaçao

3.227

3.052

3.008

2.945

2.607

2.896

‒ 289

        

Ontvangsten

158

163

186

97

121

200

‒ 79

E. Toelichting op de instrumenten
Tabel 17 Specificatie apparaatsuitgaven
 

2020

Totaal apparaat

2.4691

waarvan personeel

1.724

Eigen personeel

1.561

Externe inhuur

1

Overig personeel

162

  

waarvan materieel

745

X Noot
1

Afwijking ten opzichte van de budgettaire tabel betreft koersverschillen.

Uitgaven

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Onderbesteding

Het Kabinet heeft minder besteed dan was begroot in 2020. Dit komt doordat het groot onderhoud van de gebouwen wat gepland stond niet meer is uitgevoerd en omdat de functie van hoofd bedrijfsvoering geruime tijd vacant is geweest. Ook is een ander deel van het budget niet benut vanwege de afgelasting van diverse bijeenkomsten en dienstreizen als gevolg van de Coronamaatregelen.

Ondersteunen van de Gouverneur

Het Kabinet analyseert maatschappelijke, politieke, juridische, bestuurlijke, economische, sociale en financiële ontwikkelingen en adviseert de Gouverneur hierover. Het gaat hierbij om een veelheid aan onderwerpen, van belastingwetgeving tot constitutionele verhoudingen, van armoedebeleid tot budgetdiscipline, van privatisering tot non-gouvernementele organisatie (NGO)-beleid. Het Kabinet is geen beleidsvormend orgaan. De informatieverwerving en analyses zijn uitsluitend bedoeld ter advisering aan de Gouverneur. De ambtelijke ondersteuning van de Gouverneur is erop gericht dat de Gouverneur zijn taken als Lands- en Koninkrijksorgaan op adequate wijze kan vervullen.

Bekrachtiging Landsverordeningen en Landsbesluiten

De Gouverneur is belast met het toezicht op de naleving van rijkswetten, algemene maatregelen van rijksbestuur en verdragen. In verband hiermee bereidt het Kabinet de toetsing voor van de aan de Gouverneur voorgelegde Curaçaose (concept-) regelgeving aan het hoger wettelijk kader, Koninkrijksbelangen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Aangeboden stukken worden tijdig en in correcte vorm aan de Gouverneur ter tekening of ter goedkeuring voorgelegd.

Uitvoeringstaken

Uit enkele verdragen en rijkswetten vloeit voort, dat de Gouverneur de uitvoering (van delen daarvan) daarvan verzorgt. Hierbij gaat het met name om de rijkswet op het Nederlanderschap, en de Paspoortwet en de vigerende visumregelgeving. Het Kabinet bereidt de afkondiging van rijkswetten en algemene maatregelen van rijksbestuur voor, behandelt de aanvragen voor overvliegvergunningen en havenbezoeken, verzoekschriften en voorstellen voor Koninklijke onderscheidingen. Aanvragen voor naturalisatie en/of optie, paspoorten en visa worden volgens de geldende voorschriften behandeld. Op de –deels gemandateerde- uitgifte van paspoorten door het land Curaçao wordt actief toezicht gehouden.

Ontvangsten

Het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao heeft behalve de ontvangsten uit consulaire producten, geen eigen inkomsten. De consulaire producten die een opbrengst (leges) genereren zijn naturalisaties en opties, nationale paspoorten en nooddocumenten en visa.

3.1 Artikel 8 Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

A. Algemene doelstelling

De missie van het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten is het ondersteunen van de gouverneur in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de Koning als hoofd van de regering van het land Sint Maarten en als vertegenwoordiger van de regering van het Koninkrijk.

De taken en bevoegdheden van de Gouverneur van Sint Maarten zijn opgenomen in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Staatsregeling van Sint Maarten, verschillende (organieke) Sint Maartense landsverordeningen, Koninkrijkswetgeving en het Reglement voor de Gouverneur van Sint Maarten.

Aan het feit dat de gouverneur bevoegd orgaan is tot uitvoering van de Rijkswet op het Nederlanderschap en van de Rijkswet Paspoortwet ontleent het Kabinet van de Gouverneur veel dienstverlenende, uitvoerende werkzaamheden. De taken en inrichting van het kabinet zijn vastgelegd in een instellings- en beheersbesluit, evenals in een organisatie- en formatieplan.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie (Comptabiliteitswet 2016, artikel 4.4 lid 4).

De bestuurlijke rol van de gouverneur zowel binnen Sint Maarten als landsorgaan, als in relatie tot het Koninkrijk als Koninkrijksorgaan brengt met zich mee dat door het kabinet ten behoeve van de Gouverneur op het gehele werkveld van deze overheden contacten worden onderhouden met de Staten van Sint Maarten, met ministers, andere bestuurders en instituties in het Koninkrijk, Sint Maarten en Nederland. De relaties met de Gouverneurs van Aruba en van Curaçao zijn geïnstitutionaliseerd en worden onderhouden.

Met name bij de uitvoering van (rijks-)wetgeving werkt het kabinet samen met verschillende ministeries, agentschappen en diensten. Dit zijn in het bijzonder de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Binnen het land Sint Maarten heeft het kabinet intensief contact met de Staten, de Raad van Ministers, de Hoge Colleges van Staat en met overige landsdiensten. De Gouverneur van Sint Maarten heeft de procedure van de aanvraag en uitgifte van nationale paspoorten aan ingezetenen van Sint Maarten deels gemandateerd aan de landsdienst voor Burgerzaken (Census Office).

C. Beleidsconclusies

Het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten verzamelt informatie aangaande politieke, juridische, bestuurlijke, economische, financiële en (sociaal)maatschappelijke ontwikkelingen en informeert de Gouverneur van Sint Maarten hierover. Het Kabinet is geen beleidsvormend orgaan. Het Kabinet voert de correspondentie namens de Gouverneur en begeleidt deze bij binnenlandse en buitenlandse bezoeken. Voorts behandelt en geleidt het Kabinet de aan de Gouverneur verrichte verzoekschriften door. De ambtelijke ondersteuning van de Gouverneur is erop gericht dat de Gouverneur zijn taken als Lands- en Koninkrijksorgaan op adequate wijze kan vervullen.

Voor de uitvoering van de consulaire werkzaamheden hebben zich door de Coronacrisis ten opzichte van voorgaand jaar forse wijzigingen voorgedaan. Er zijn in 2020 significant minder reisdocumenten en visa uitgegeven. Ook het aantal optieverzoeken en naturalisaties zijn ten opzichte van 2019 aanzienlijk minder.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 18 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

2.299

2.168

2.472

2.400

2.133

2.105

28

        

Uitgaven

2.321

2.194

2.472

2.400

2.133

2.105

28

        

Institutionele inrichting

       

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

2.321

2.194

2.472

2.400

2.133

2.105

28

        

Ontvangsten

113

114

135

81

92

75

17

E. Toelichting op de instrumenten
Tabel 19 Specificatie apparaatsuitgaven
 

2020

Totaal apparaat

1.8281

waarvan personeel

1.152

Eigen personeel

1.060

Externe inhuur

5

Overig personeel

87

  

waarvan materieel

676

X Noot
1

afwijking ten opzichte van de budgettaire tabel betreft koersverschillen.

Uitgaven

Apparaat Kabinet Gouverneur Sint Maarten

Bekrachtigen landsverordeningen en Landsbesluiten

De Gouverneur is belast met het toezicht op de naleving van rijkswetten, algemene maatregelen van rijksbestuur en verdragen. In verband hiermee toetst het Kabinet de aan de Gouverneur voorgelegde Sint Maartense (concept-) landsregelgeving en landsbesluiten aan het hoger wettelijk kader, Koninkrijksbelangen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Het Kabinet heeft minder besteed dan was begroot in 2020. Deze onderbesteding heeft een aantal oorzaken. Allereerst zijn er minder loonkosten gemaakt dan begroot. De voornaamste reden hiervan is dat de functie voor hoofd bedrijfsvoering gedurende 6 maanden vacant is geweest. Tevens is de functie senior jurist / plv. directeur vervuld middels een lokale aanstelling. Een lokale aanstelling brengt minder kosten met zich mee. Voorts is een deel van het budget niet volledig benut vanwege de afgelasting van diverse bijeenkomsten en dienstreizen als gevolg van de Coronamaatregelen. Door de afwezigheid van het hoofd bedrijfsvoering zijn ook een aantal investeringen en vervangingen niet uitgevoerd.

Uitvoeringstaken

Het Kabinet draagt zorgt voor afkondiging van rijkswetten en algemene maatregelen van rijksbestuur. In diverse verdragen en rijkswetten is bepaald dat de Gouverneur belast is met de uitvoering daarvan. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de Paspoortwet, het Verdrag van Schengen en de rijkswet op het Nederlanderschap. Zo geeft het kabinet paspoorten, laissez-passers en visa uit, beoordeelt en besluit op optieverklaringen, registreert en geleidt naturalisatieverzoeken door en organiseert de naturalisatieceremonies. Ook behandelt het kabinet aanvragen voor militaire bijstand van de landsregering en aanvragen voor toestemming van vreemde militaire schepen en militaire luchtvaartuigen die de Sint Maartense wateren respectievelijk het luchtruim willen bezoeken dan wel willen doorkruisen.

Paspoortuitgifte aan ingezetenen Sint Maarten

De Gouverneur heeft de uitgifte van paspoorten aan ingezeten van Sint Maarten met ingang van 10 oktober 2011 gemandateerd aan het Hoofd van de Burgeradministratie (Census). Tegelijkertijd blijft het op 10-10-‘10 gesloten convenant - en het daarin opgenomen toezicht instrument - onverkort van kracht. Op basis daarvan vindt, aan de hand van maandrapportages, maandelijks overleg plaats tussen het hoofd Burgeradministratie en de directeur van het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten.

Ontvangsten

Tabel 20 Specificatie ontvangsten

Opbrengsten

2020

Opties en Naturalisaties

27

Paspoortgelden

4

VISA

10

Overige ontvangsten consulair

0

Totaal

411

X Noot
1

afwijking ten opzichte van de budgettaire tabel betreft koersverschillen

Het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten heeft behalve de ontvangsten uit consulaire producten, geen eigen inkomsten. De consulaire producten die een opbrengst (leges) genereren zijn naturalisaties en opties, nationale paspoorten en nooddocumenten en visa. Deze opbrengsten zijn aanzienlijk minder dan in 2019. De oorzaak daarvan zijn de coronamaatregelen.

3.1 Artikel 9 Kiesraad

A. Algemene doelstelling

De Kiesraad fungeert als centraal stembureau voor de verkiezingen van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer en het Europese parlement. De Kiesraad registreert partijaanduidingen, nummert kandidatenlijsten en stelt de officiële verkiezingsuitslagen voor deze verkiezingen vast. Daarnaast is de Kiesraad het adviesorgaan voor het kabinet en parlement op het terrein van het kiesrecht en de organisatie en uitvoering van verkiezingen. Verder verschaft de Kiesraad informatie aan gemeenten, provincies, politieke partijen, burgers en media over kiesrecht en verkiezingen.

De Kiesraad treedt het gehele jaar door op als kennis- en informatiepunt over kiesrecht en verkiezingen voor gemeenten, provinciale griffies, politieke partijen, kiezers en media. Voorts adviseert de Kiesraad de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over kiesrechtelijke geschillen waarbij de Kiesraad niet zelf partij is.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie (Comptabiliteitswet 2016, artikel 4.4 lid 4).

C. Beleidsconclusies

De Kiesraad bracht in 2020 acht adviezen uit. De advisering in 2020 werd sterk gekenmerkt door de gevolgen van de Covid-19-pandemie. Het werd duidelijk dat er bijzondere maatregelen getroffen moesten worden om het verkiezingsproces doorgang te laten vinden. Dit leidde in juni tot een advies op initiatief van de Kiesraad over de dag van stemming met bijzondere maatregelen in het kader van Covid-19. De overige zeven adviezen werden uitgebracht op verzoek van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), waaronder vier adviezen over de wet- en regelgeving die betrekking heeft op de bijzondere maatregelen.

In 2020 zijn namen (aanduidingen) en logo’s geregistreerd of gewijzigd van politieke partijen die willen deelnemen aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer (TwK) en het Europees Parlement (EP). Het register voor de TwK-verkiezing is in 2020 uitgebreid met 43 aanduidingen tot 89 aanduidingen.

In 2020 werd vier keer beroep ingesteld tegen een besluit van de Kiesraad in zijn functie als centraal stembureau. In deze rechtszaken trad de Raad als verweerder op. In alle vier de gevallen werd het beroep tegen het besluit van de Kiesraad door appellant ingetrokken waardoor geen uitspraak is gedaan.

De Kiesraad benoemt nieuwe leden in (tijdelijke) vacatures in de Eerste Kamer en Tweede Kamer en in vacatures (Nederlandse leden) in het Europees Parlement. In 2020 heeft de Kiesraad drie nieuwe leden benoemd in het Europees parlement in de drie extra ontstane zetels als gevolg van het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.

Tabel 21 Aantal benoemingen in vacatures
 

2016

2017

2018

2019

2020

Tweede Kamer

13

15

16

15

9

Eerste Kamer

4

9

11

10

6

Europees Parlement

0

3

0

2

3

Bij verkiezingen maken politieke partijen, gemeenten en hoofdstembureaus en centrale stembureaus gebruik van Ondersteunende Software Verkiezingen (OSV). In 2020 is gewerkt aan het vervangen van de OSV-software door een geheel nieuwe versie, OSV2020, waarbij de bestaande functionaliteiten van OSV worden omgezet naar de nieuwe versie. In deze nieuwe versie zijn de in 2017 geconstateerde kwetsbaarheden in OSV opgelost en heeft de beveiliging en het up-to-date zijn van de softwarecomponenten grote prioriteit. Onderdeel van de realisatie van de nieuwe versie is het laten uitvoeren van penetratietesten en onafhankelijke toetsing. OSV2020 is voor het eerst ingezet bij de gemeentelijke herindelingsverkiezingen 2020. Ook is eraan gewerkt om de OSV2020-software geschikt te maken voor de Tweede Kamerverkiezing van maart 2021. Naast de vernieuwde OSV2020 versie, is een aanbesteding van het beheer, exploitatie en ontwikkeling van de digitale hulpmiddelen voor de verkiezingen in voorbereiding. De Kiesraad werkt samen met het ministerie van BZK en de VNG aan de verdere realisatie en aanbesteding van de digitale hulpmiddelen verkiezingen.

In 2020 is gewerkt aan de transitie van de Kiesraad tot verkiezingsautoriteit. Met de transitie wordt bepaald op welke manier de Kiesraad als verkiezingsautoriteit kan bijdragen aan een robuust verkiezingsproces en welke bevoegdheden hiervoor nodig zijn, waarbij het uitgangspunt is dat de verkiezingsautoriteit in staat moet zijn om uitspraken te doen over de betrouwbaarheid van de verkiezingen. Het transitietraject is een omvangrijke en complexe operatie die niet alleen de werkzaamheden van de Kiesraad raakt, maar ook die van de gemeenten en het ministerie van Binnenlandse Zaken. De veranderingen moeten hun weerslag in regelgeving krijgen. De ontwikkeling van een nieuw digitaal hulpmiddel om de uitslag van de verkiezingen te berekenen maakt ook onderdeel uit van de transitie.

Met het oog op de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2021 werd medio oktober 2020 een Informatiepunt Verkiezingen ingesteld. Het Informatiepunt beantwoordt vragen van gemeenten, provinciale griffies, politieke partijen, kiezers en media. Tot eind 2020 behandelde het Informatiepunt 1036 vragen, waaronder veel vragen over verkiezingen in relatie tot maatregelen m.b.t. Covid-19.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 22 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9. Kiesraad (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

  

2.526

5.144

2.637

2.465

172

        

Uitgaven

  

2.393

3.275

2.668

2.465

203

        

Institutionele inrichting

       

Kiesraad

  

2.393

3.275

2.668

2.465

203

        

Ontvangsten

  

0

95

1

0

1

E. Toelichting op de instrumenten
Tabel 23 Specificatie apparaatsuitgaven Kiesraad
 

2020

Totaal apparaat

2.668

waarvan personeel

1.831

Eigen personeel

1.356

Externe inhuur

474

Overig personeel

1

  

waarvan materieel

837

ICT

265

Bijdrage aan SSO's

548

Overig materieel

24

Uitgaven

Kiesraad

Bij de 1e suppletoire begroting 2020 heeft een ophoging van de begroting plaatsgevonden met € 0,885 mln. in 2020 voor de ontwikkeling van de nieuwe versie van OSV (hier zijn tevens middelen voor in 2021). Daarnaast is budget toegevoegd aan de begroting ten behoeve van de landelijke verkiezingen in 2021 en de decentrale verkiezingen in 2022. Tevens zijn er middelen toegevoegd aan de begroting van de Kiesraad voor het beheer en onderhoud van OSV. Ten slotte is € 0,138 mln voor ICT-ondersteuning beschikbaar gesteld.

Bij gelegenheid van de 2e suppletoire begroting 2020 heeft een ophoging van de begroting plaatsgevonden van € 0,067 mln. als gevolg van loon- en prijsbijstelling 2020. Daarnaast heeft een kasschuif plaatsgevonden van 0,886 mln. vanwege uitloop in de planning van de werkzaamheden aan OSV. Er is bij gelegenheid van de 2e suppletoire begroting € 0,25 mln. in mindering gebracht op het budget van de Kiesraad voor 2020 in verband met een geprognotiseerde onderrealisatie.

Nieuwe versie verkiezingssoftware

In 2019 is gestart met het vervangen van de huidige OSV-software door een geheel nieuwe versie van de software. Door een uitloop in de planning van werkzaamheden bij leverancier verschuiven daarmee samenhangende uitgaven van 2020 naar 2021.

Beheer en onderhoud OSV2020 en landelijke verkiezingen 2021 en decentrale verkiezingen 2022

In 2020 zijn beveiligingsonderzoeken uitgevoerd op OSV2020, waarbij na elk beveiligingsonderzoek ook een hertest plaatsvond. Ook is in 2020 een toetsing uitgevoerd daar de OSV2020-software dient te voldoen aan het in de Kieswet opgenomen kader voor software dat wordt toegepast bij de vaststelling van de verkiezingsuitslag; Na volledige acceptatie van de software vangt in de loop van 2021 het regulier onderhoud aan.

4. Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 10 Nog onverdeeld

Tabel 24 Budgettaire gevolgen artikel 10. Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

        

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

        

Nog te verdelen

       

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

Nog onverdeeld

0

0

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Vanuit dit artikel wordt de loon- en prijsbijstelling naar de artikelen geboekt.

5. Bedrijfsvoeringsparagraaf

Bedrijfsvoeringsparagraaf Raad van State

Paragraaf 1. Uitzonderingsrapportage

Rechtmatigheid

In 2020 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden. Er is sprake van een getrouwe weergave.

Totstandkoming niet-financiele verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

In het verantwoordingsonderzoek over het jaar 2019 heeft de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de informatiebeveiliging binnen de Raad van State onvolkomenheden geconstateerd. Daaraan gekoppeld heeft de Algemene Rekenkamer een viertal aanbevelingen gedaan. In 2020 heeft de Raad van State zich ingespannen om deze op te volgen. Er zijn organisatorische maatregelen getroffen om de functies die toezien op de informatiebeveiliging voldoende te borgen, bijvoorbeeld door deze te plaatsen binnen de staande organisatie en de noodzakelijke bevoegdheden te geven. Ook is een plan van aanpak opgesteld om in fases de informatiebeveiliging op niveau te brengen. Aan dat plan is in 2020 uitvoering gegeven, onder andere door het reeds geldende informatiebeleid te vernieuwen en extra capaciteit ten behoeve van de informatiebeveiliging toe te kennen.

De tijdige vastlegging van juridisch afdwingbare verplichtingen is ook in 2020 een punt van aandacht geweest. Met betrekking tot de jaarafsluiting 2021 zullen maatregelen genomen worden om verdere verbeteringen te realiseren

Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Paragraaf 2. Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Misbruik en oneigenlijk gebruik

De Raad van State heeft geen regelingen die vallen binnen het kader van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Grote lopende ICT-projecten

De Raad van State valt niet onder de rapportageplicht voor grote ICT-projecten.

Gebruik open standaarden en open source software

De Raad van State maakt gebruik van open standaarden. Van open source software wordt geen gebruik gemaakt.

Betaalgedrag

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Audit Committees

Dit punt is niet van toepassing aangezien de Raad van State geen Audit Committee kent.

Paragraaf 3. Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

In het jaar 2020 zijn voorbereidingen getroffen voor verandering van de IT-organisatie van de Raad van State, waaronder het positioneren van de kaderstellende functie in een separaat CIO office. Tot deze kaders behoren het beleid en de richtlijnen ten aanzien van de informatiebeveiliging conform de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO).

Bedrijfsvoeringsparagraaf Algemene Rekenkamer

Paragraaf 1. Uitzonderingsrapportage

De Algemene Rekenkamer besteedt op een gestructureerde wijze aandacht aan het primaire proces, aan de ondersteunende processen en aan de hiermee samenhangende beheerstaken. De Algemene Rekenkamer beschikt over een planning- en control cyclus, die voorziet in momenten waarop (financiële) managementinformatie wordt beoordeeld. In deze paragraaf worden opvallende zaken in de bedrijfsvoering toegelicht.

Rechtmatigheid

In 2020 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden. De financiële overzichten geven een getrouw beeld van de uitkomsten van de begrotingsuitvoering.

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Begrotingsbeheer, financieel beheer en materiële bedrijfsvoering

Verbeterplan Financieel Beheer

Op 13 maart 2020 heeft de openbare accountant een goedkeurende controleverklaring afgegeven over boekjaar 2019. In het verslag van bevindingen constateert de accountant dat het jaarrekeningproces is verbeterd. Dit neemt niet weg dat in 2020 verder is gewerkt aan de verbetering van het optimaliseren van het financiële beheer en de bedrijfsvoering met behulp van een verbeterplan financieel beheer.

Om een tijdige afsluiting van de financiële administratie en oplevering van het jaarverslag over 2020 te borgen is gewerkt met een tussentijdse afsluiting (medio 2020). Uit deze halfjaarcontrole 2020 blijkt dat het financieel beheer nog verdere verbetering behoeft. Verplichtingen zijn in 2020 niet altijd tijdig geboekt. Dit is gecorrigeerd en het werkproces is verder aangepast. Verder is het contractenbeheer en –registratie aangescherpt. Dit zal ook in 2021 regelmatig aandacht krijgen bij het monitoren en bespreken van het eerder genoemde verbeterplan financieel beheer.

De inrichting van de accountantscontrole bij de Algemene Rekenkamer

Vanaf 2018 is gekozen voor een controlemodel waarbij de ADR aanvullend op hun controleverklaring bij Hoofdstuk IIB Overige Hoge Colleges van Staat de financiële stromen en standen van de Algemene Rekenkamer controleert. In aanvulling hierop reviewt de extern ingehuurde openbare accountant (conform COS 610) de werkzaamheden van de ADR en geeft een controleverklaring af bij de financiële verantwoording van de Algemene Rekenkamer. Het controlemodel wordt jaarlijks geëvalueerd.

Interne Controle (IC)

In het licht van de bevindingen van de openbare accountant zijn in 2020 werkprocessen tegen het licht gehouden en aangepast en is de IC aangescherpt. Dit heeft ook geleid tot aanpassing van het interne controleplan in 2020. Verder zijn steekproefsgewijs controles op het materiële budget uitgevoerd. Ook is er een spendanalyse uitgevoerd. Bevindingen leiden tot het aanbrengen van verdere procesverbeteringen, bijv. bij het contractbeheer.

Overige aspecten van bedrijfsvoering

Informatiebeveiliging

De Algemene Rekenkamer heeft de beheersing van de informatiebeveiliging zodanig ingericht, dat op basis van risicomanagement wordt gestuurd op maatregelen die de vertrouwelijkheid, integriteit en de beschikbaarheid van informatie moeten waarborgen. In 2020 zijn de informatiebeveiligingsvisie en het –beleid opnieuw vastgesteld, zijn het risicomanagement en het incidentenproces beschreven en is de risicoanalyse geactualiseerd. De maatregelen zijn gebaseerd op de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). In het informatiebeveiligingsbeleid van 16 september 2020 zijn de taken en verantwoordelijkheden van de CISO-functie opgenomen.

De interne beheersing heeft zodanig gefunctioneerd dat voldoende zekerheid is verkregen dat de bedrijfsvoering voldoet aan het VIR 2007 / BIO en - waar nodig - aanvullende maatregelen zijn getroffen. In 2020 hebben zich acht beveiligingsincidenten voorgedaan. Daarbij is het beveiligingsbeleid effectief gebleken in de zin dat incidenten tijdig zijn gedetecteerd c.q. gemeld en door de getroffen maatregelen niet tot ernstig nadelige gevolgen hebben geleid. Met het formaliseren van het beleid en het vastleggen van processen en procedures is nog een aantal verbeterpunten afgerond. De Algemene Rekenkamer heeft in 2020 opdracht gegeven aan een extern bureau om een audit uit te voeren op de informatiebeveiliging. De audit is eind 2020 gestart en zal begin 2021 worden opgeleverd. Komend jaar zal het informatiebeveiligingsbeleid verder worden ingebed in de organisatie.

Reorganisatiekosten

De reorganisatie in 2017 (als gevolg van taakstellingen) had, naast inhoudelijke motieven in verband met de organisatieontwikkeling, eveneens tot doel een substantieel lagere personeelsformatie en –bezetting te realiseren. Om die beoogde personeelsreductie te bereiken is in 2017 het Van Werk Naar Werk-beleid van het rijk toegepast. Het jaar 2020 is het laatste jaar waarin nog kosten op basis van deze reorganisatie zijn betaald. Deze uitgaven zijn daarmee afgerond.

Tabel 25 Kosten reorganisatie in euro's

Reorganisatiekosten

2017

2018

2019

2020

Totaal

Stimuleringspremies

455.451

208.940

0

0

664.391

Buitengewoon verlof

271.852

1.231.701

296.602

71.037

1.871.192

Begeleiding en inhuur deskundigheid

603.579

108.438

5.677

2.152

719.846

Totaal

1.330.882

1.549.079

302.279

73.189

3.255.429

Externe inhuur

In 2020 was € 3.027 mln. gemoeid met externe inhuur (inclusief inhuur voor onderzoeksopdrachten, die onder categorie uitzendkrachten is opgenomen). Afgezet tegen de personele uitgaven ging het om 10,3%. Daarmee voldoet de Algemene Rekenkamer bijna aan de voor departementen geldende beleidsregel (Rijksbegrotingsvoorschriften 2021) dat 10% van de loonkosten aan inhuur mag worden besteed. Het gebruik van een flexibele schil is een bewuste keuze, waarbij het wel de bedoeling is dat de kosten voor externe inhuur de komende jaren minder dan 10% van het personeelsbudget zullen bedragen.

Er is vooral ingehuurd voor de verdere doorontwikkeling van de organisatie. Daarbij ging het onder meer om expertise op het gebied van onderzoek, accountancy, financiën, administratieve organisatie en organisatieontwikkeling. Daarnaast worden er uitzendkrachten ingehuurd (waaronder secretaresses), bijvoorbeeld in de vakantieperioden.

Tabel 26 Uitgaven externe inhuur (bedragen x € 1.000)

Categorie inhuur

2020

1. Interim-management

603

2. Organisatie- en Formatieadvies

41

3. Beleidsadvies

57

4. Communicatieadvisering

421

5. Huisvesting

145

Beleidsgevoelig (som 1 t/m 5)

1.267

6. Juridisch Advies

6

7. Advisering opdrachtgevers automatisering

139

8. Accountancy, financiën en administratieve organisatie

136

(Beleids)ondersteunend (som 6 t/m 8)

281

9. Uitzendkrachten - onderzoeksopdrachten

1.485

Ondersteuning bedrijfsvoering (som 9)

1.485

Totaal uitgaven inhuur externen

3.033

Paragraaf 2. Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Tijdigheid betaling crediteuren

In 2020 is 98 procent van de facturen binnen dertig dagen na factuurdatum betaald. Dat is een stijging van 6% (was 92%) ten opzichte van 2019. De Algemene Rekenkamer voldoet daarmee aan de rijksbrede doelstelling om ten minste 95 procent binnen dertig dagen te betalen (comply or explain-beginsel).

Audit Advisory Committee (AAC)

Het Audit Advisory Committee is door de Algemene Rekenkamer zelf ingesteld en legt zich voornamelijk toe op advisering over het functioneren van de Algemene Rekenkamer. Daarbij gaat het om de wijze waarop de Algemene Rekenkamer met haar organisatie en bedrijfsvoering is toegesneden op haar mandaat en op de daaruit voortvloeiende missie en strategie. Onderwerpen die zijn besproken, zijn onder meer de planning en control cyclus, staf van de toekomst, huisvesting en het strategisch personeelsbeleid. In 2020 is het AAC vijf maal bijeengekomen. In 2021 zal het AAC haar eigen functioneren evalueren door middel van een zelfevaluatie.

Paragraaf 3. Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Staf van de toekomst

In het kader van continu verbeteren heeft de Algemene Rekenkamer een plan ´staf van de toekomst´ opgesteld, met daarin aandacht voor een meer integrale en klantgerichte werkwijze. Per 1 maart 2020 heeft een structuurverandering van de stafdirectie plaatsgevonden. In drie groepen, met nieuw benoemde stafmanagers, heeft de stafdirectie zowel een verbeterslag gemaakt als het gaat om ´de basis op orde´ (onder andere ten aanzien van het financieel beheer en de inkoopfunctie), als ook een betere verbinding weten te realiseren in de samenwerking met de onderzoeksdirecties. De stafdirectie is leidend geweest in het faciliteren van andere werkvormen tijdens de Corona crisis; de informatievoorziening heeft een versnelde ontwikkelimpuls gekregen.

Project huisvesting

In 2018 is het project huisvesting Algemene Rekenkamer gestart. Redenen hiervoor zijn dat de huidige huisvesting niet meer voldoet aan de moderne maatstaven, dat er dringend onderhoud en reparatie nodig is en dat een herijking van de visie op huisvesting noodzakelijk werd geacht. Inmiddels heeft het college het ´ambitiedocument huisvesting´ vastgesteld en heeft op grond hiervan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) een ruimtelijke verkenning uitgevoerd met verschillende scenario´s. Deze verkenning vormde samen met de financiële doorrekeningen de basis voor de business case, waarop het college in oktober 2019 voorkeur heeft uitgesproken voor het scenario ´ingrijpend verbouwen´. In 2020 is gelet op de Corona crisis mede gekeken naar de effecten van hybride werken voor de toekomstige huisvesting. Naar verwachting wordt in 2021 een keuze gemaakt inzake het ontwerp dat wordt uitgevoerd en het ontwerpteam dat de ingrijpende verbouwing gaat leiden.

Bedrijfsvoeringsparagraaf De Nationale ombudsman

Paragraaf 1. Uitzonderingsrapportage

Rechtmatigheid

In enkele gevallen is er in 2020 sprake geweest van rechtmatigheidsfouten. Deze vallen binnen de voor de Nationale ombudsman geldende normen. Maatregelen zijn getroffen om deze in de toekomst te voorkomen.

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te vermelden.

Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Vastleggingen van verplichtingen en vorderingen zijn gedurende het jaar verbeterd. Dit blijft een aandachtspunt.

Overige aspecten van de bedrijfsvoering

In 2019 heeft de Algemene Rekenkamer op het gebied van informatiebeveiliging een aantal tekortkomingen geconstateerd. De tekortkomingen betroffen de aandachtsgebieden Governance, Inrichting van de organisatie, Risicomanagement en Incidentmanagement. De Nationale ombudsman heeft in 2020 nieuw informatiebeveiligingsbeleid vastgesteld, het jaarplan ICT is aangepast, nieuwe procedures voor Risicomanagement en Incidentmanagement zijn opgezet en er is gestart met een bewustwordingscampagne. Daarnaast implementeert de No ook, hoewel niet verplicht, de andere maatregelen die de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) voorschrijft. Hiermee zijn forse stappen gezet waardoor de organisatie op weg is naar in control zijn op dit terrein.

Paragraaf 2. Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

In 2020 werd 8% van de facturen te laat betaald. In 2019 was dit 13%. Een verbetering van 5%.

Paragraaf 3. Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

De No heeft continue aandacht voor ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering. Hiertoe zijn belangrijke stappen gezet op het gebied van proces management. In 2020 is voorts een nulmeting uitgevoerd met betrekking tot risicomanagement. Deze 0-meting biedt pragmatische verbeteringen voor de organisatie om risicomanagement structureel te versterken en te professionaliseren.

Bedrijfsvoeringsparagraaf Kanselarij der Nederlandse Orden

Paragraaf 1. Uitzonderingsrapportage

Rechtmatigheid

Er zijn geen overschrijdingen en/of bijzonderheden te melden.

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen overschrijdingen en/of bijzonderheden te melden.

Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Naar aanleiding van het verantwoordingsonderzoek over 2019 heeft de Algemene Rekenkamer een viertal adviezen gegeven. Deze adviezen zijn door de KNO opgevolgd. Zo zijn de wijzigingen alsnog gepubliceerd op Tendernet. Daarnaast is het systeem LINT uiteraard ingericht om vervuiling van gegevens tegen te gaan.

In 2020 is verder gewerkt aan het systeem LINT. Hierbij is, binnen het bestaande contract, aandacht besteed aan doorontwikkeling (€ 2 mln) van het systeem. Het systeem is eind 2020 succesvol opgeleverd waarna decharge is gegeven aan de IT-leverancier.

Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Er zijn geen overschrijdingen en/of bijzonderheden te melden.

Paragraaf 2. Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Paragraaf 3. Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Bedrijfsvoeringsparagraaf Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Paragraaf 1. Uitzonderingsrapportage

Rechtmatigheid

In 2020 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden en hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Gegevens over naturalisatieverzoeken, reisdocumenten, visa en optieverzoeken worden ontleend aan de wettelijke registratie, tezamen met de verplichting tot archiveren van de bijbehorende documenten. Voornoemde registraties worden ondersteund door geautomatiseerde gegevensbestanden (zoals RAAS en NVIS). Voorts worden gegevens voor de andere categorieën producten ontleend aan het Document Management System, waarin alle inkomende en uitgaande stukken waarop een archiveringsverplichting ligt, worden geregistreerd.

Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Het financieel beheer voldoet aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid en is zo doelmatig mogelijk ingericht.

De bevinding van de ADR over de aansluiting van de ontvangsten en verkochte aantallen consulaire producten is aanleiding geweest om de financiële afwikkeling van de consulaire kas op een andere manier in te richten. Hiervoor is een elektronisch kassasysteem aangeschaft en zijn stappen gezet in het ontwikkelen van formulieren om op een eenvoudige manier aansluiting tussen ontvangsten en uitgegeven aantallen te verkrijgen.

De vervanging en uitbreiding van het ICT-netwerk ten behoeve van de veiligheid is gerealiseerd. Daarnaast hebben investeringen plaatsgevonden ten aanzien van veiligheid van de gebouwen en personen.

Het verouderde en niet meer ondersteunde Data Management Systeem (DMS) wordt vervangen door Decos-Join. Het traject van de transitie van DMS naar DECOS-JOIN is in 2020 gestart en zal in 2021 worden afgerond.

De uitbraak van de coronapandemie en de negatieve invloed hiervan op de economie heeft geleid tot uitstel van investeringen of vertragingen in het inkoopproces. Een realistische voorspelling in dit bijzondere jaar over hetgeen gerealiseerd zou moeten worden, is lastig gebleken. Dit verklaart mede het budgetoverschot 2020.

De uitgestelde of vertraagde investeringen zullen worden doorgeschoven naar het volgende begrotingsjaar.

Overige aspecten van bedrijfsvoering

Organisatie

Per maart 2020 is de functie van directiesecretaresse opnieuw ingevuld. Deze functie werd daarvoor gedurende lange tijd uitgevoerd door een uitzendkracht, in verband met de lange procedure tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de vorige secretaresse. Na de ontbinding kon de vacature pas definitief worden ingevuld.

In 2019 is een sollicitatieprocedure gestart voor de nieuwe (vooralsnog tijdelijke) functie van communicatiemedewerker. De sollicitatieprocedure heeft toen niet geleid tot invulling van deze vacature. Na het opnieuw openstellen van de vacature heeft invulling van deze functie plaatsgevonden per september 2020. Deze functie is ingevuld op detacheringsbasis (vanuit de Rijksdienst Caribisch Nederland) voor vooralsnog een periode van één jaar.

Per 1 december 2021 gaat de medewerker documentaire informatievoorziening met pensioen. De vacature wordt begin 2021 opengesteld om zodoende zorg te kunnen dragen voor een gedegen werkoverdracht.

Voor alle functies binnen het Kabinet van de Gouverneur van Aruba (met uitzondering van die van de directeur) zijn in 2020 de functiebeschrijvingen en -waarderingen geactualiseerd en vastgelegd in een functieboek.

Huisvesting

In 2019 zijn de eerste stappen gezet om te komen tot een advies aan het ministerie van BZK over mogelijke verhuizing van het Kabinet. De huisvesting is te krap en door verschillende verbouwingen in het verleden niet efficiënt in te delen. Gebleken is dat het gebouw ook niet virusproof is. In het advies zal de noodzaak van een verhuizing en de hieraan verbonden kosten worden onderbouwd. De uitbraak van de pandemie heeft geleid tot vertraging in dit proces. De verwachting is dat medio 2021 het advies is afgerond.

De inhaalslag op de (vervangings)investeringen welke in 2020 gepland waren, zullen effect hebben op de begroting 2021. Het gaat onder andere om de vervanging van de airco-installatie van het Kabinet, de (her)inrichting van de bovenverdieping en de keuken en technische ruimte van Cas Ceremonial di Gobernador en de vervanging van de dienstauto’s.

Paragraaf 2. Rijksbrede bedrijfsonderwerpen

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Paragraaf 3. Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Bedrijfsvoeringsparagraaf Kabinet van de Gouverneur van Curacao

Paragraaf 1. Uitzonderingsrapportage

Rechtmatigheid

Begrotingsuitvoering wordt regulier door Auditdienst Rijk gecontroleerd. In 2020 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden en hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.

Totstandkoming niet financiële verantwoordingsinformatie

Gegevens over naturalisatieverzoeken, reisdocumenten, visa en optieverzoeken worden ontleend aan de wettelijke registratie, tezamen met de verplichting tot archiveren van de bijbehorende documenten. Voornoemde registraties worden ondersteund door geautomatiseerde gegevensbestanden (zoals RAAS en NVIS). Voorts worden gegevens voor de andere categorieën ontleend aan het Document Management System (JOIN), waarin alle inkomende en uitgaande stukken waarop en archiveringsverplichting ligt, worden geregistreerd.

Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Sturing van het financieel beheer verloopt op basis van maandelijks vergelijk tussen begroting, het maandelijks gegenereerde uitputtingsoverzicht en de voorgenomen uitgaven.

Bij het verantwoordingsonderzoek 2019 heeft de Algemene Rekenkamer (AR) opgemerkt dat het geen aansluiting heeft kunnen vinden tussen de ontvangsten van het Kabinet van de Gouverneur met de door het Kabinet van de Gouverneur aan de RvIG afgedragen gelden. In het kader van het verantwoordingsonderzoek 2020 van de AR heeft het Kabinet van de Gouverneur duidelijk kunnen maken dat de door de lokale autoriteit Kranshi geïnde paspoortgelden niet leiden tot ontvangsten voor het Kabinet van de Gouverneur. Het rijksdeel daarvan wordt via het Kabinet van de Gouverneur afgedragen aan de RvIG, terwijl de overige paspoortgelden vloeien naar de algemene middelen van Curaçao.

Gelet op de door het Kabinet van de Gouverneur gegeven toelichting is er geen aanleiding voor specifieke beheersmaatregelen naar aanleiding van het onderzoek van de AR over 2020.

Overige aspecten

Uitvoering van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

Hierbij verklaart het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao dat er in 2020 op grond van de WNT geen functionarissen met een bezoldiging c.q. uitkering wegens beëindiging dienstverband vermeld behoeven te worden.

Paragraaf 2. Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Paragraaf 3. Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Bedrijfsvoeringsparagraaf Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Paragraaf 1. Uitzonderingsrapportage

Rechtmatigheid

De ADR rapporteerde in 2020 een aantal kleine onzekerheden. Deze hadden betrekking op onvolledige inkoopdossiers. Derhalve zijn in 2020 de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden. Er is sprake van een getrouwe weergave.

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

De totstandkoming van de beleidsinformatie in het jaarverslag voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld in de Rijksbegrotingvoorschriften van het ministerie van Financiën. Processen en informatie worden beheerd in een Document Management Systeem (DMS). Aanvraag en uitgifte van paspoorten en visa worden in beheersystemen van Buitenlandse Zaken verwerkt. Ook organisatie- en personeelsinformatie is gedocumenteerd. Het per 1 juli 2015 geactualiseerde O&F-rapport wordt gehanteerd en hierin zijn in 2020 geen aanpassingen doorgevoerd.

Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Het financieel beheer voldoet aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid en wordt overigens zo doelmatig mogelijk ingericht.

Naar aanleiding van de bevindingen van de Algemene Rekenkamer in het verantwoordingsonderzoek 2019 heeft het Kabinet van de Gouverneur tezamen met de ADR geïnvesteerd in het optimaliseren van de samenwerking. Voorts is door de AR het financieel beheer van het Kabinet van de Gouverneur als «onvolkomen» bestempeld. Grondslag hiervoor was dat er op basis van het onderzoek van de ADR geen aansluiting gemaakt kon worden in de opbrengsten van het Kabinet met de gegevens van de RvIG. Eind 2020 is er door de AR een verantwoordingsonderzoek ingesteld naar de opbrengsten van het Kabinet. De conceptnota laat zien dat de AR aangeeft dat dit proces in grote lijnen voldoende is gewaarborgd. Desondanks het feit dat het financieel beheer van het Kabinet niet als geheel «onvolkomen» blijkt te zijn ziet het Kabinet zelf uiteraard nog ruimte voor verbetering. Zo zal onder andere het AO worden herijkt en de financiële processen verder geoptimaliseerd.

Overige aspecten van bedrijfsvoering

In het laatste kwartaal van 2020 is een plan van aanpak opgesteld om de bedrijfsvoering verder te optimaliseren. Zo zal in 2021 het nieuwe AO-IC, personeelshandboek en O&F worden vastgesteld. Ook zal er op het gebied van ICT diverse optimalisaties uitgevoerd gaan worden.

Paragraaf 2. Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Paragraaf 3. Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Bedrijfsvoeringsparagraaf Kiesraad

Paragraaf 1. Uitzonderingsrapportage

Rechtmatigheid

Er zijn geen overschrijdingen en/of bijzonderheden te melden.

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen overschrijdingen en/of bijzonderheden te melden.

Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Er zijn geen overschrijdingen en/of bijzonderheden te melden.

Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Er zijn geen overschrijdingen en/of bijzonderheden te melden.

Paragraaf 2. Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Paragraaf 3. Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

C. JAARREKENING

6. Verantwoordingsstaat

Tabel 27 Verantwoordingsstaat 2020 van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) (Bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting

(2) Realisatie

(3) = (2) - (1)

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

133.782

133.782

5.890

149.388

143.106

5.939

15.606

9.324

49

           
 

Beleidsartikelen

133.782

133.782

5.890

149.388

143.106

5.939

15.606

9.324

49

1

Raad van State

67.034

67.034

1.950

78.389

72.711

1.280

11.355

5.677

‒ 670

2

Algemene Rekenkamer

33.140

33.140

1.217

32.879

33.276

1.136

‒ 261

136

‒ 81

3

De Nationale ombudsman

19.800

19.800

2.189

21.932

20.814

2.817

2.132

1.014

628

4

Kanselarij der Nederlandse Orden

4.434

4.434

199

6.715

6.801

439

2.281

2.367

240

6

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

1.908

1.908

60

2.096

2.096

53

188

188

‒ 7

7

Kabinet van de Gouverneur van Curacao

2.896

2.896

200

2.607

2.607

121

‒ 289

‒ 289

‒ 79

8

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

2.105

2.105

75

2.133

2.133

92

28

28

17

9

Kiesraad

2.465

2.465

0

2.637

2.668

1

172

203

1

           
 

Niet-beleidsartikelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

10

Nog onverdeeld

0

0

0

0

0

0

0

0

0

7. Saldibalans

Tabel 28 Saldibalans per 31 december 2020 van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) (bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2020

 

31-12-2019

 

Passiva

31-12-2020

 

31-12-2019

          

Intra-comptabele posten

   

Intra-comptabele posten

   

1

Uitgaven ten laste van de begroting

143.106

 

134.036

2

Ontvangsten ten gunste van de begroting

5.939

 

6.223

3

Liquide middelen

1.190

 

1.039

     

4

Rekening-courant RHB

0

 

0

4a

Rekening-courant RHB

134.128

 

125.908

5

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

0

 

0

5a

Begrotingsreserves

0

 

0

6

Vorderingen buiten begrotingsverband

168

 

588

7

Schulden buiten begrotingsverband

4.397

 

3.532

8

Kas-transverschillen

0

 

0

     
          

Subtotaal intra-comptabel

144.464

 

135.663

Subtotaal intra-comptabel

144.464

 

135.663

          

Extra-comptabele posten

   

Extra-comptabele posten

   

9

Openstaande rechten

0

 

0

9a

Tegenrekening openstaande rechten

0

 

0

10

Vorderingen

336

 

216

10a

Tegenrekening vorderingen

336

 

216

11a

Tegenrekening schulden

160

 

0

11

Schulden

160

 

0

12

Voorschotten

1.623

 

1.792

12a

Tegenrekening voorschotten

1.623

 

1.792

13a

Tegenrekening garantieverplichtingen

0

 

0

13

Garantieverplichtingen

0

 

0

14a

Tegenrekening andere verplichtingen

21.000

 

14.718

14

Andere verplichtingen

21.000

 

14.718

15

Deelnemingen

0

 

0

15a

Tegenrekening deelnemingen

0

 

0

          

Subtotaal extra-comptabel

23.119

 

16.726

Subtotaal extra-comptabel

23.119

 

16.726

          

Totaal

167.583

 

152.389

Totaal

167.583

 

152.389

TOELICHTING OP DE SALDIBALANS per 31 december 2020

Ad 1 en 2. Uitgaven en ontvangsten

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar 2020, waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.

Ad 3. Liquide middelen

De post liquide middelen is opgebouwd uit het saldo bij de banken en de contante gelden aanwezig in de kluis van de kasbeheerders.

Tabel 29 Overzicht liquide middelen (bedragen in €)

Liquide middelen

Saldo

a) Raad van State

1.315

b) Algemene Rekenkamer

0

c) Nationale ombudsman

725

d) Kanselarij der Nederlandse Orden

169

e) Kabinet van de Gouverneur van Aruba

733.441

f) Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

303.368

g) Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

150.786

  

Totaal

1.189.804

Ad 4a. Rekening‑courant Rijkshoofdboekhouding

Op de rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) is de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën weergegeven. Opgenomen is het bedrag conform saldobiljet 2020. De volgende rekening-courantverhouding is opgenomen in de balans:

Tabel 30 Overzicht Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (bedragen in €)

Rekening-courant

Saldo

a) Rekening-courant FIN/RHB

134.127.875

  

Totaal

134.127.875

Ad 6. Vorderingen buiten begrotingsverband

Het bedrag aan vorderingen buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

Tabel 31 Overzicht vorderingen buiten begrotingsverband (bedragen in €)

Vorderingen

Saldo

a) Vorderingen kasbeheerders

 

Raad van State

66.458

Algemene Rekenkamer

18.325

Nationale Ombudsman

1.320

Kanselarij der Nederlandse Orden

0

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

13.988

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

2.617

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

64.777

b) Overige intra-comptabele vorderingen

0

  

Totaal

167.485

Ad a) Vorderingen kasbeheerders

Het saldo van de Raad van State heeft voornamelijk betrekking op vorderingen wegens bewust belonen, griffierechten, detacheringen en overige doorberekeningen (€ 54.182).

De vorderingen van de Algemene Rekenkamer betreffen voornamelijk levensloop saldi en te verrekenen pensioenpremies (€ 18.325).

De vordering van de Nationale ombudsman betreft de afwikkeling van pensioenkosten.

De vorderingen van Kabinet van de Gouverneur van Aruba hebben voornamelijk betrekking op voorschotten aan personeel, debiteuren en kruisposten.

De vordering van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao bestaat voornamelijk uit een verrekening met personeel en te ontvangen paspoortgelden.

Het bedrag van het Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten betreft voornamelijk te ontvangen paspoortgelden en paspoortleges (€ 66.258).

Ad 7. Schulden buiten begrotingsverband

Het bedrag aan schulden buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

Tabel 32 Overzicht schulden buiten begrotingsverband (bedragen in €)

Schulden

Saldo

a) Schulden kasbeheerders:

 

Raad van State

240.705

Algemene Rekenkamer

1.801.760

Nationale Ombudsman

110

Kanselarij der Nederlandse Orden

0

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

38.964

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

43.873

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

72.362

b) Overige intra-comptabele schulden

2.198.285

  

Totaal

4.396.059

Ad a) Schulden kasbeheerders

De schulden van de Raad van State bestaan voornamelijk uit de permanente bevoorschotting van griffierechten (€ 194.487)

De schulden van de Algemene Rekenkamer betreffen nog af te dragen loonheffing en sociale premies.

De schulden van de Nationale Ombudsman betreffen nog openstaande saldi inzake afwikkeling dienstverband.

De schulden van het Kabinet van de Gouverneur van Aruba bestaan voornamelijk uit te betalen paspoortgelden, nooddocumenten, naturalisatiegelden (€ 27.782) en gelden van twee stichtingen (€ 11.182).

De schulden van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao bestaan voornamelijk uit nooddocumenten, naturalisatiegelden (€ 31.458) en nog af te rekenen pensioenpremie APC (€ 8.288).

De schulden van het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten bestaan uit af te dragen paspoort- en naturalisatiegelden (€ 67.053) en te betalen pensionpremie (€ 5.309).

Ad b) Overige intracomptabele schulden

De overige posten bestaan uit nog af te dragen loonheffing en sociale premies.

Ad 10. Vorderingen

Ad 10a. Tegenrekening vorderingen 

Het totaal bedrag is als volgt opgebouwd:

Tabel 33 Overzicht schulden buiten begrotingsverband (bedragen in €)

Vorderingen

Saldo

a) Vorderingen kasbeheerders:

 

Raad van State

0

Algemene Rekenkamer

329.706

Nationale ombudsman

1.428

Kanselarij der Nederlandse Orden

0

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

0

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

2.616

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

0

b) Overige vorderingen:

 

Kiesraad

2.248

  

Totaal

335.998

Het saldo van de Algemene Rekenkamer bestaat voornamelijk uit door te berekenen loonkosten in verband met detacheringen (€ 168.099).

De vorderingen van de Nationale ombudsman bestaan uit vergoedingen aan decentrale overheden.

De vorderingen van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao bestaan uit te verrekenen paspoortlegen.

Ad 11. Extra-comptabele schulden

Ad 11a. Tegenrekening extra-comptabele schulden

Het totaal is als volgt opgebouwd:

Tabel 34 Overzicht extra-comptabele schulden (bedragen in €)

Schulden

Saldo

a) Extracomptabele schulden kasbeheerders:

 

Raad van State

0

Algemene Rekenkamer

159.190

Nationale ombudsman

0

Kanselarij der Nederlandse Orden

0

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

0

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

0

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

0

b) Overige extracomptabele schulden:

 

Kiesraad

0

  

Totaal

159.190

De extra comptabele schuld van de Algemene Rekenkamer betreft een nog te verrekenen bedrag met RvO inzake een meerjarig project.

Ad 12. Voorschotten

Ad 12a. Tegenrekening voorschotten

Het saldo van de openstaande voorschotten is als volgt opgebouwd:

Tabel 35 Overzicht openstaande voorschotten per 31 december 2020

Voorschotten

Saldo

a) Voorschotten kasbeheerders:

 

Raad van State

166.552

Algemene Rekenkamer

269.602

Nationale ombudsman

964.212

Kanselarij der Nederlandse Orden

220.033

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

0

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

0

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

0

b) Overige vorderingen:

 

Kiesraad

2.550

  

Totaal

1.622.949

De voorschotten van de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Nationale Ombudsman en de Kanselarij der Nederlandse Orden bestaan voornamelijk uit aan APG Service Partners (voorheen Loyalis) verstrekte voorschotten vanaf 2018. Deze worden afgerekend na ontvangst van een goedkeurende accountantsverklaring.

De overige voorschotten betreffen reiskosten personeel.

Het saldo van de in 2020 afgerekende voorschotten is als volgt opgebouwd:

Tabel 36 Specificatie afgerekende voorschotten (bedragen in €)

Voorschotten

Saldo

a) Voorschotten kasbeheerders:

 

Raad van State

53.287

Algemene Rekenkamer

87.337

Nationale Ombudsman

506.872

Kanselarij der Nederlandse Orden

79.735

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

0

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

0

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

0

b) Overige vorderingen:

 

Kiesraad

0

  

Totaal

727.231

Ad 14. Andere verplichtingen

Ad 14a. Tegenrekening andere verplichtingen

De stand openstaande verplichtingen is als volgt opgebouwd:

Tabel 37 Overzicht stand van de openstaande verplichtingen (bedragen in €)

Verplichtingen per 1/1

14.717.599

 

Aangegane verplichtingen in het verslagjaar

150.835.491

+/+

 

165.553.090

 
   

Tot betaling gekomen in 2020

143.106.000

-/-

Negatieve bijstellingen uit voorgaande jaren

1.447.491

-/-

Totaal

20.999.599

 

De negatieve bijstellingen betreffen inkooporders uit de jaren voor 2020 die om diverse redenen niet meer tot uitbetaling zijn gekomen en afgewikkeld zijn.

8. WNT-verantwoording 2020 overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad

De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen - al dan niet fictieve - dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk bezoldigingsmaximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen echter buiten de reikwijdte van de wet.

Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het algemeen bezoldigings­maximum bedraagt in 2020 € 201.000.

Tabel 38 Bezoldiging van topfunctionarissen

Naam instelling

Naam topfunctionaris

Functie

Datum aanvang dienstverband (indien van toepassing)

Datum einde dienstverband (indien van toepassing)

Dienstverband in fte (+ tussen haakjes omvang in 2019)

Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 kalender-mnd; > 12 kalender-mnd)

Beloning plus onkostenvergoedingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2019)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2019)

Totale bezoldiging in 2020 (+ tussen haakjes bedrag in 2019)

Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum

Motivering en bedrag (indien overschrijding)

Algemene Rekenkamer

Dhr. C. van der Werf

Secretaris

  

1 (1)

nee

152.856 (141.805)

20.921 (20.135)

173.777 (161.940)

201.000

 

Kanselarij der Nederlandse Orden

Mevr. M.A.K. van Grieken

Directeur

  

0,94 (0,94)

nee

127.363 (110.827)

19.115 (18.462)

146.478 (129.289)

189.833

 

Kiesraad

Mw. P.J. Young

Secretaris-directeur

  

1 (1)

nee

110.879 (39.289)

18.271 (6.933)

129.150 (46.219)

201.000

 

Kiesraad

Dhr. J.G.C. Wiebenga

Voorzitter

  

0,3 (0,3)

nee

35.956 (44.452)

 

35.956 (44.452)

60.300

 

Kiesraad

Dhr. R.B. Andeweg

Lid

  

0,10 (0,10)

nee

8.841 (9.442)

 

8.841 (9.442)

19.706

 

Kiesraad

Mw. J.E. van den Brink

Lid

  

0,02 (0,07)

nee

1.891 (6.213)

 

1.891 (6.213)

4.598

 

Kiesraad

Dhr. P. Castenmiller

Lid

  

0,06 (0,07)

nee

4.789 (6.527)

 

4.789 (6.527)

11.167

 

Kiesraad

Dhr. A.B.L. de Jonge

Lid

  

0,09 (0,09)

nee

7.206 (8.392)

 

7.206 (8.392)

17.735

 

Kiesraad

Dhr. R.J. Prins

Lid

  

0,08 (0,09)

nee

7.264 (8.019)

 

7.264 (8.019)

17.078

 

Kiesraad

Mw. H.E. Reukema-Gevers

Lid

  

0,10 (0,10)

nee

7.914 (8.995)

 

7.914 (8.995)

19.706

 

Nationale ombudsman

Mevr. H. van Essen

Directeur

  

1 (1)

nee

126.269 (121.793)

20.383 (19.541)

146.652 (14.1334)

201.000

 

Raad van State

Dhr. R.K. Visser

Secretaris

  

1 (1)

nee

180.721 (167.674)

21.731 (20.863)

202.452 (188.537)

201.000

Introductie IKB1

X Noot
1

De overschrijding is uitsluitend het gevolg van uitbetaling als gevolg van de wijziging van de betalingssystematiek van deze inkomensonderdelen door de bij CAO Rijk afgesproken start van het Individueel Keuzebudget. De overschrijding beperkt zich tot de uitbetaling in mei 2020 van de reservering van de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering uit 2019. Deze uitbetaling is dan ook toe te schrijven aan dat jaar of - indien in 2019 daarvoor onvoldoende WNT-ruimte resteert - aan eerdere jaren waar wel nog WNT-ruimte resteerde. De overschrijding beperkt zich tot de uitbetaling in mei 2020 van de reservering van de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering uit 2019.

Naast de hierboven vermelde functionarissen zijn er geen functionarissen die in 2020 een bezoldiging boven het toepasselijke bezoldigingsmaximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WOPT of de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. Er zijn in 2020 geen functionarissen die hun werkzaamheden als topfunctionaris hebben neergelegd en die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar aangemerkt worden als topfunctionaris. Er zijn in 2020 geen ontslaguitkeringen betaald die op grond van de WNT dienen te worden gerapporteerd. Er zijn geen functies als leidinggevend topfunctionaris bij andere instellingen(en) die op grond van de WNT gemeld en openbaar gemaakt moeten worden. 

D. BIJLAGEN

Bijlage 1: Toezichtrelaties rwt's en zbo's

Tabel 39 Overzichtstabel inzake RWT’s en ZBO’s van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (Bedragen x € 1.000).

Naam rwt/zbo

Begrote bijdrage moederdepartement aan rwt/zbo

Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan rwt/zbo

Begrote bijdrage overige departementen

Gerealiseerde bijdrage overige departementen

Bijzonderheden

Kiesraad

2.465

2.668

0

0

Nee