Kamerstuk 35619-6

Nota naar aanleiding van het verslag

Dossier: Samenvoeging van de gemeenten Landerd en Uden

Gepubliceerd: 12 januari 2021
Indiener(s): Kajsa Ollongren (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (D66)
Onderwerpen: bestuur gemeenten
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35619-6.html
ID: 35619-6

Nr. 6 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG

Ontvangen 13 januari 2021

Met belangstelling heb ik kennisgenomen van het verslag van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken waartoe de fracties van de VVD, het CDA, GroenLinks, de SP, de PvdA, de ChristenUnie en de SGP inbreng hebben geleverd. De verschillende vragen die zijn gesteld, worden hierna beantwoord, zoveel mogelijk in de volgorde waarin de inbreng is geleverd.

Inhoudsopgave

blz.

     

1.

Inleiding

1

2.

Voorgeschiedenis en totstandkoming herindelingsadvies

5

3.

Toets aan het Beleidskader gemeentelijke herindeling

6

4.

Naamgeving

15

1. Inleiding

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel Samenvoeging van de gemeenten Landerd en Uden. Graag willen zij de regering daarover een aantal vragen voorleggen.

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel tot samenvoeging van de gemeenten Landerd en Uden.

De leden van de GroenLinks-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel om de gemeenten Landerd en Uden samen te voegen. Oorspronkelijk stond er nog een hoorzitting gepland over de herindeling. Vanwege de aangescherpte corona-maatregelen kon deze helaas geen doorgang vinden. De leden van de fractie van GroenLinks begrijpen de teleurstelling bij een aantal genodigden voor de hoorzitting. Zij vinden het daarom van belang dat de regering in haar reactie uitgebreid ingaat op de bezwaren die door een deel van de bewoners zijn ingebracht. Daarom zouden de leden van de fractie van GroenLinks graag een nadere reactie van de regering ontvangen over de ingebrachte zienswijzen waaruit naar voren komt dat een deel van de inwoners van Schaijk en Reek niet met Uden willen fuseren, maar liever bij Oss aansluiten. Kan de regering hier uitgebreider op ingaan en kan zij ook nader ingaan op de betrokkenheid van de inwoners bij de keuzen zoals die nu in het wetsvoorstel zijn opgenomen? En kan de regering tot slot ook nader ingaan op hoe de buurgemeenten van de nieuwe gemeenten aankijken tegen de voorgenomen fusie en kan zij daarop reageren?

Gedurende het herindelingsproces heeft een groep inwoners van de Landerdse kern Schaijk de wens kenbaar gemaakt dat Schaijk en bij voorkeur ook de kern Reek aan de gemeente Oss moet worden toegevoegd. Deze inwoners hebben zich verenigd in de «Actiegroep Schaijk hoort bij Oss en niet bij Uden» (hierna: de actiegroep). Deze actiegroep is van mening dat de gemeenten Landerd en Uden tijdens het herindelingsproces onvoldoende rekening hebben gehouden met: 1) haar geluid, 2) een aangeboden petitie en 3) de uitkomsten van een enquête die onder de bevolking van Reek en Schaijk is gehouden. De actiegroep stelt dat er hiermee onvoldoende draagvlak voor de onderhavige herindeling aanwezig is. De regering deelt deze zienswijze niet.

Het is primair de verantwoordelijkheid van gemeenten om het maatschappelijk draagvlak voor een herindeling te beoordelen en hierin te investeren. Het streven is hierbij gericht op herindelingen die op een zo groot mogelijk draagvlak kunnen rekenen. Op basis van het herindelingsadvies en het logboek dat door Landerd en Uden is bijgehouden, constateert de regering dat deze herindeling een lange aanloop kent en er een zorgvuldig proces is doorlopen waarin ook de visie en argumenten van de actiegroep uit Schaijk uitvoerig zijn meegewogen door de gemeenteraad van Landerd. De leden van de gemeenteraad van Landerd waren goed op de hoogte van hoe inwoners in de drie kernen tegen de herindeling aankeken en op basis hiervan heeft hij een keuze gemaakt die het meest toekomstbestendig is en tegemoetkomt aan de wens van het merendeel van de inwoners. Hieronder volgt een nadere toelichting.

De gemeente Landerd, waartoe de kernen Schaijk en Reek behoren, heeft tussen 2011 en 2020 een intensief proces doorlopen om te komen tot de huidige herindelingskeuze. Twee gemeenteraadsverkiezingen stonden volledig in het teken van herindeling. De regering hecht eraan dit te benadrukken, omdat het peilen van de mening van inwoners over herindeling voor een belangrijk deel via de verkiezingen van 2014 en 2018 is verlopen en het bestuurlijk draagvlak hiermee zwaarwegend is. De argumenten van het actiecomité zijn al vanaf het begin van dit traject bekend bij de gemeenteraad, onderdeel geweest van de maatschappelijke en politieke discussie en opgenomen in de verkiezingsprogramma’s van enkele politieke partijen. Daarnaast heeft de gemeente op meerdere momenten de mening van inwoners gepeild. Begin 2015 zijn er in de drie kernen van de gemeente Landerd zogenaamde «mobiele huiskamergesprekken» georganiseerd waar inwoners in gesprek konden gaan met de gemeente over het thema herindeling. Daarnaast is er in 2015 een referendum georganiseerd waarin alle mogelijke herindelingsscenario’s aan de inwoners zijn voorgelegd. De uitkomst van dit referendum is voor interpretatie vatbaar, aangezien er meerdere herindelingsscenario’s aangekruist konden worden. 51% van de inwoners die deelnamen aan dit referendum (opkomstpercentage 52%) koos voor het scenario van samenvoeging met de gemeente Uden en (een deel van) de gemeente Bernheze, 19% sprak zich uit voor samenvoeging met alleen Uden, 28% van de inwoners gaf aan dat Landerd bestuurlijk zelfstandig moet blijven, 7% koos voor opsplitsing van de gemeente waarbij Reek naar Uden gaat en Schaijk naar Oss, 24% koos voor splitsing van de gemeente Landerd waarbij zowel Reek als Schaijk naar Oss gaan en 7% koos voor samenvoeging van Landerd met Oss.

Na deze stappen heeft Landerd ervoor gekozen om de kiezer in de gelegenheid te stellen om een definitieve keuze te maken tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Vier van de zes politieke partijen waren voor herindeling met Uden. De twee overige partijen wilden eerst zelf een enquête houden in Schaijk en Reek voordat zij hun standpunt bepaalden. 56,1% van de respondenten uit Schaijk koos voor samenvoeging met Oss, 41,3% voor samenvoeging met Uden en 2,6% van de stemmen was blanco. In Reek koos 58,9% van de respondenten voor Uden en 34,5% voor Oss. Na de verkiezingen werd er een duidingsdebat gehouden waarin de uitslag van de enquête is betrokken. Eén van de twee partijen die de enquête hadden georganiseerd duidde de uitkomst als «niet significant» en op basis van de verkiezingsuitslag en de enquête kozen uiteindelijk vijf van de zes partijen ervoor om te gaan voor een herindeling met Uden en te blijven investeren in het draagvlak voor deze koers.

De gemeentebesturen hebben ook goed gekeken naar de vraag in hoeverre de actiegroep uit Schaijk de inwoners van Schaijk en Reek representeert. Bij deze representativiteit zijn enkele kanttekeningen te plaatsen. De petitie «Schaijk hoort bij Oss en niet bij Uden» die door de actiegroep uit Schaijk in 2019 is opgesteld, is door 1.081 personen ondertekend. Dit aantal omvat slechts 14.9% van de bevolking van Schaijk. Ook moet bij dit aantal worden aangetekend dat een deel van de ondertekenaars anoniem is of uit omliggende kernen of de gemeente Oss komt. Daarnaast zijn er zowel vanuit Schaijk als Reek een aantal tegengeluiden gekomen van groepen inwoners die zich niet door de actiegroep gerepresenteerd voelen. Enkele van deze tegengeluiden zijn ook bij de Commissie voor Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer kenbaar gemaakt. Ten slotte werd op een totaal van 650 zienswijzen op het herindelingsontwerp (na ter inzagelegging en informatiebijeenkomsten in alle kernen) in slechts 46 van deze zienswijzen aangegeven dat Schaijk met Oss samengevoegd zou moeten worden en in 14 zienswijzen dat Reek met Oss samengevoegd zou moeten worden.

Op basis van het bovenstaande concludeert de regering dat het maatschappelijk draagvlak uitgebreid is onderzocht en dat de standpunten van de actiegroep uit Schaijk op meerdere momenten in het proces serieus zijn meegewogen. Het gemeentebestuur heeft het draagvlak daarnaast afgewogen tegenover (andere) inhoudelijke aspecten die met deze herindeling samenhangen, zoals bestuurskracht. Een herindeling is immers vooral gericht op het verbeteren van de bestuurskracht van de gemeente als bestuurlijke eenheid. Vanuit dit oogpunt, het draagvlak meewegend, hebben beide gemeenten besloten dat een ongedeelde herindeling van Landerd en Uden de beste stap is.

Door opsplitsing van de gemeente Landerd krijgt de nieuwe gemeente Maashorst niet het gewenste toekomstbestendige schaalniveau. Ook zou er in het geval van opsplitsing geen sprake meer zijn van een gelijkwaardige samenvoeging met de gemeente Uden, aangezien na toevoeging van de kernen Schaijk en Reek aan de gemeente Oss alleen de kern Zeeland met 7.000 inwoners over zou blijven om samen te voegen met de gemeente Uden. Juist het gelijkwaardige karakter van de herindeling is belangrijk voor Landerd, aangezien hiermee de belangen van Landerd beter geborgd kunnen worden. Beide gemeenten willen «door groei klein blijven», wat betekent dat zij opschaling noodzakelijk achten voor het behouden van het karakter van de zes relatief kleine kernen. Opsplitsing zou deze besturingsfilosofie verzwakken. Het bovenstaande overwegend is de regering van mening dat de gemeenteraden van Landerd en Uden op eigen initiatief zorgvuldig alle herindelingsvarianten hebben afgewogen en gekozen hebben voor een variant waarin de belangen van hun gemeenten het beste geborgd zijn en die op een zo groot mogelijk maatschappelijk draagvlak kan rekenen, conform het Beleidskader gemeentelijke herindelingen 2018.

Voorts vragen deze leden of de regering nader kan ingaan op hoe de buurgemeenten van de nieuwe gemeenten tegen de voorgenomen herindeling aankijken.

De meeste gemeenten in de regio staan neutraal-positief tegenover de herindeling. De gemeenten Oss en Boekel steunen de herindeling niet, de laatstgenoemde gemeente om de reden dat zij twijfelt aan de nut en noodzaak van gemeentelijke herindeling in algemene zin. De gemeente Oss had graag gezien dat de kern Schaijk bij Oss was gevoegd en stelt daarnaast dat de schaalgrootte van de nieuwe gemeente te beperkt is voor de grotere grensoverschrijdende opgaven. De gemeente Bernheze spreekt zich niet uit tegen de herindeling, maar stelt in haar zienswijze een heldere visie op de positie van de nieuwe gemeente in de regio te missen.

Naar het oordeel van de regering hebben Landerd en Uden goed onderzocht of andere gemeenten onderdeel van deze herindeling dienden te worden en of deze herindeling op draagvlak kan rekenen bij de omliggende gemeenten. De colleges van Uden en Landerd hebben regelmatig overleg gevoerd met de buurgemeenten. Daarnaast hebben zij adequaat gereageerd op de zienswijzen van deze gemeenten. Naar aanleiding van hun zienswijzen zijn de colleges van Landerd en Uden afzonderlijk in gesprek gegaan met de colleges van Oss en Bernheze. Daarin is ook de wens van beide gemeenten aan de orde gekomen voor een goede samenwerking in de toekomst. Mede naar aanleiding van deze gesprekken hebben Uden en Landerd in het herindelingsadvies een uitgebreide passage opgenomen over toekomstige samenwerking. Beide gemeenten geven daarin aan dat de opschaling mede tot doel heeft een sterkere positie te krijgen in de regio. De regering heeft begrip voor het standpunt van Landerd en Uden in reactie op de gemeente Oss dat splitsing van de gemeente Landerd voor een ongelijkwaardige herindeling met Uden zorgt en er juist voor zorgt dat de nieuwe gemeente niet het wenselijke schaalniveau krijgt om de ook door Oss gewenste rol in de regio te vervullen. In de ogen van de regering ontstaat met deze samenvoeging een gemeente die naar verwachting vanuit haar eigen bestuurskracht in voldoende mate kan bijdragen aan het oplossen van gemeentegrensoverstijgende opgaven. Hierdoor kan ook de bestuurskracht op regionaal niveau worden versterkt. Ten slotte zal uit de praktijk moeten blijken hoe de nieuwe gemeente zich manifesteert in de regio. Het feit dat de gemeente Bernheze aangeeft een visie van de nieuwe gemeente op regionale samenwerking te missen dient ook in dit licht te worden bezien. Het is namelijk gebruikelijk dat fusiegemeenten niet vóór, maar na de herindelingsdatum op basis van een eigen kiezersmandaat nieuw beleid ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld een visie op regionale samenwerking. In het herindelingsadvies zijn in de ogen van de regering voldoende uitgangspunten opgenomen om ervan uit te gaan dat de nieuwe gemeente Maashorst deze handschoen op zal pakken.

De leden van de SP-fractie hebben het voornemen tot herindeling gelezen en hebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen.

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggend wetsvoorstel. Ook deze leden geven de voorkeur aan gemeentelijke herindelingen «van onderop, waarbij de behoefte tot samengaan van de betreffende gemeenten zelf komt». De aan het woord zijnde leden zijn tevens van mening dat daarbij zoveel als mogelijk rekening dient te worden gehouden met de behoeften en meningen van de kernen waaruit de gemeenten nu nog bestaan. Dat geldt zeker voor gemeenten die relatief recent ontstaan zijn uit eerder zelfstandige kernen. Zij hebben met name in dat verband enkele vragen.

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben onder dankzegging kennisgenomen van voorliggend voorstel. Genoemde leden zijn zich er van bewust dat een samenvoeging van gemeenten niet enkel een bestuurlijke exercitie is, maar ook een grote impact heeft op de inwoners van de betrokken gemeenten. Dat is in het geval van voorliggende herindeling niet anders. De leden van de ChristenUnie-fractie spreken de hoop uit dat de samenvoeging van de gemeenten Landerd en Uden bijdraagt aan de bloei van de gemeenschap in deze gemeenten en wensen bewoners en bestuurders daarbij veel succes.

De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het wetsvoorstel. Zij hebben met name vragen over de positie van de kern Schaijk en de naamgeving van de nieuwe gemeente.

2. Voorgeschiedenis en totstandkoming herindelingsadvies

De leden van de CDA-fractie constateren, dat het voorliggende wetsvoorstel gebaseerd is op het herindelingsadvies van de betrokken gemeenten en de positieve zienswijze daarop van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant van 30 juni 2020. In de memorie van toelichting wordt bij herhaling verwezen naar het herindelingsadvies. Daarom zijn deze leden van mening dat het niet juist is, dat het herindelingsadvies met de bijbehorende documenten en de zienswijze van de provincie niet als bijlagen zijn opgenomen bij de memorie van toelichting. Deze leden verzoeken de regering het herindelingsadvies met de bijbehorende documenten en de zienswijze van de provincie alsnog als bijlagen op te nemen bij de nota naar aanleiding van het verslag.

Het herindelingsadvies en de zienswijze van gedeputeerde staten zijn gericht aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en maken als zodanig geen onderdeel uit van het wetsvoorstel. Sinds 2017 worden deze stukken niet meer met het betreffende wetsvoorstel gezonden maar in aanvulling op de beschikbaarstelling via gemeenten en provincies, op rijksoverheid.nl gepubliceerd. Op de eerste pagina van de memorie van toelichting is in een voetnoot een link opgenomen naar de vindplaats van het herindelingsadvies. Achtergrond van de nieuwe werkwijze is dat het meezenden van deze documenten in fysieke vorm – die in de loop der jaren omvangrijker zijn geworden en mede door de bijlage soms wel honderden pagina’s betreffen – op verschillende momenten in het wetgevingsproces leidt tot een papierproductie die niet past in het streven van de rijksoverheid om papierverspilling tegen te gaan. Omdat de leden van de CDA-fractie te kennen geven deze stukken toch graag te ontvangen, stuur ik bij deze als bijlagen mee de documenten, zoals deze door de gemeenten en provincie bij mij zijn aangeleverd1.

Met gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant, hechten de leden van de ChristenUnie-fractie aan het feit dat hier sprake is van een uitvoerige voorbereiding en aan het belang van ook bestuurlijk draagvlak binnen de nieuw te vormen gemeente. Tegelijkertijd onderschrijven zij, met de gedeputeerde staten, dat de bezwaren vanuit Schaijk een extra claim leggen op de nieuwe gemeente. De leden van de ChristenUnie-fractie onderschrijven dan ook de oproep aan bestuurders om met daadkracht te werken aan het verder uitbouwen van een weloverwogen beleid rondom kernen- en dorpen-democratie. Genoemde leden vragen of deze oproep ook vanuit de regering zal klinken.

De regering is het met de leden van de ChristenUnie-fractie eens dat het van groot belang is dat in de nieuwe gemeente Maashorst het dorpen- en kernenbeleid met daadkracht wordt opgepakt. Tegelijk heeft de regering er op basis van het herindelingsadvies ook alle vertrouwen in dat dit gaat gebeuren.

De leden van de SGP-fractie vragen de regering te reflecteren op de van verschillende zijden geponeerde stelling dat het positioneren van de kern Schaijk in de gemeente Landerd in het verleden als een bestuurlijke weeffout gezien moet worden, waarbij ook gewezen wordt op de totstandkomings-geschiedenis van deze gemeente. In hoeverre was deze herindeling voor de regering reden om eens kritisch naar de situatie te kijken? Zij vragen aandacht voor de voorbeelden van succesvolle splitsing van gemeenten die eerder niet op bevredigende wijze functioneerden.

De stelling dat de herindeling van Landerd in 1994 een bestuurlijke weeffout zou zijn vanwege een beperkte interne samenhang is ons bekend. De commissie Schampers adviseerde destijds een samenvoeging van Schaijk en Reek met Oss maar de wetgever koos ervoor om Schaijk en Reek samen te voegen met Zeeland tot de gemeente Landerd. De adviescommissie Veerkrachtig Bestuur in Brabant (cie. Huijbregts) sprak in haar advies van juni 2013 aan de provincie Noord-Brabant over weeffouten uit de jaren 90 rondom de gemeenten Landerd, Boekel, Maasdonk, Haaren, Bernheze en kernen van de gemeente Sint- Michielsgestel. Het toenmalige college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant was echter van mening dat de discussie over deze vermeende weeffouten vooral lokaal gevoerd moet worden. In Landerd heeft deze discussie niet geleid tot een splitsing omdat het gemeentebestuur niet van oordeel is dat er sprake is van een weeffout. De gemeente Landerd is inmiddels al 25 jaar een feit en de voorliggende herindeling is vanuit dit perspectief bezien. Dit betekent dat de regering bij de beoordeling van het herindelingsadvies van Landerd en Uden heeft gekeken of de nieuw te vormen gemeente een goede interne samenhang kent. Hierover oordeelt de regering positief.

3. Toets aan het Beleidskader gemeentelijke herindeling

3.1. Draagvlak

De gemeente Landerd bestaat uit de kernen Schaijk, Reek en Zeeland. De leden van de VVD-fractie begrijpen uit gegeven reacties dat inwoners van de kernen Schaijk en Reek niet voelen voor het samengaan met Uden, maar aan de gemeente Oss willen worden toegevoegd. Daarmee lijkt het maatschappelijk draagvlak niet groot voor deze herindeling. Ook een aangekondigd referendum is niet doorgegaan, dit tot teleurstelling van een groot deel van de inwoners van Schaijk. Daar komt bij dat er bij de omliggende gemeenten geen unanieme steun is voor deze herindeling. De leden van de VVD-fractie vragen in hoeverre deze herindeling duurzaam is. Wat zal de positie van de nieuwe gemeente Maashorst zijn ten opzichte van de gemeenten Oss en Meijerijstad? Zal de bestuurskracht van de nieuwe gemeente wel voldoende groot zijn ten opzichte van de buurgemeenten? Is er gekeken naar samenvoeging met Meijerijstad of met Boekel? Is de optie onderzocht om Schaijk bij de gemeente Oss te voegen? De leden van de VVD-fractie vragen de regering op deze aspecten van de herindeling in te gaan. Gaarne krijgen zij een reactie van de regering.

De regering is van mening dat er voldoende draagvlak is voor deze herindeling, zowel binnen de gemeenten Landerd en Uden als bij de meeste regiogemeenten. Zoals hiervoor (onder paragraaf 1) in antwoord op de vragen van de GroenLinks-fractie is aangegeven, is het een misvatting dat er beperkt maatschappelijk draagvlak is voor deze herindeling en alle inwoners van de kernen Schaijk en Reek bij de gemeente Oss willen horen. Naar het oordeel van de regering hebben de gemeenten Landerd en Uden een goede afweging gemaakt of andere gemeenten onderdeel van deze herindeling gemaakt dienden te worden. Bij de start van het herindelingsproces hebben zij hierover gesprekken gevoerd met de omliggende gemeenten, onder ander Meijerijstad, Oss en Boekel. Zoals in de memorie van toelichting is beschreven, heeft alleen de gemeente Oss aangegeven onderdeel te willen worden van dit herindelingsproces, door toevoeging van de Landerdse kern Schaijk aan de gemeente Oss. Alle mogelijke herindelingsopties, ook afsplitsing van de kern Schaijk, zijn afgewogen door de gemeenten en ook voorgelegd aan inwoners.

In de ogen van de regering ontstaat met deze herindeling een bestuurskrachtige gemeente die naar verwachting in voldoende mate kan bijdragen aan gemeentegrensoverstijgende opgaven en zich qua omvang goed verhoudt tot de omliggende gemeenten in Noord-Brabant, zoals Meijerijstad en Oss. De regering baseert zich hierbij op het herindelingsadvies en de zienswijze hierop van de provincie. De verwachting is dan ook dat deze herindeling een duurzame oplossing is.

De leden van de CDA-fractie lezen, dat in 60 zienswijzen vraagtekens werden gezet bij een ongedeelde herindeling. In 46 van deze zienswijzen werd aangegeven dat de Landerdse kern Schaijk met de gemeente Oss samengevoegd zou moeten worden, met name vanwege de oriëntatie van deze kern op Oss. In de overige 14 zienswijzen werd betoogd dat de Landerdse kern Reek met de gemeente Oss samengevoegd zou moeten worden. Hoe beoordeelt de regering het feit dat deze zienswijzen terzijde gelegd zijn, omdat de gemeenten Landerd en Uden hadden aangegeven dat splitsing van de gemeente Landerd onbespreekbaar was. Opsplitsing zou de besturingsfilosofie verzwakken. Voor opsplitsing van de gemeente Landerd was bovendien geen bestuurlijk draagvlak aangezien ongedeelde samenvoeging een harde voorwaarde was van beide gemeenteraden om over te gaan tot gemeentelijke herindeling. Deelt de regering de mening van de leden van de CDA-fractie, dat inhoudelijke argumenten tegen een herindeling in de voorgestelde vorm inhoudelijk beoordeeld moeten worden en dat een verwijzing naar een eerder genomen raadsbesluit niet volstaat?

Naar het oordeel van de regering hebben de gemeenten in de reactienota de bedoelde zienswijzen van een adequate en inhoudelijke reactie voorzien. Een splitsing is niet altijd onbespreekbaar geweest, maar op inhoudelijke gronden is deze weg gedurende het proces afgesloten. Deze inhoudelijke redenen zijn in de reactienota opgenomen, namelijk het feit dat door splitsing een gelijkwaardige fusie niet mogelijk is en de nieuwe gemeente niet het juiste schaalniveau kan bereiken. De inhoud van de genoemde zienswijzen was daarnaast al langer bekend en is op meerdere momenten meegewogen in het herindelingsproces (zie ook de antwoorden op de vragen van de leden van de GroenLinks-fractie hierboven).

«Met betrekking tot de Landerdse kern Schaijk geldt dat gedurende het herindelingsproces een groep inwoners van deze kern de wens kenbaar maken aan de gemeente Oss te willen worden toegevoegd. Deze inwoners hebben zich verenigd in de «Actiegroep Schaijk hoort bij Oss». De gemeenteraden hebben – als uitkomst van het gevoerde proces – evenwel gekozen voor een ongedeelde samenvoeging; alle kernen van de gemeente Landerd participeren in de samenvoeging met Uden.» Op welke wijze draagt deze handelwijze naar de mening van de betrokken gemeenten bij aan de door de gemeenten Landerd en Uden gewenste versterking van de band tussen het bestuur en inwoners en kernen?

Zoals in antwoord op de vragen van de GroenLinks-fractie uitgebreider is toegelicht, heeft de gemeenteraad van Landerd de wens van de actiegroep uit Schaijk op meerdere momenten in het proces meegewogen. De regering heeft begrip voor de afweging die de gemeenteraden, met name de gemeenteraad van Landerd, uiteindelijk hebben gemaakt. De gemeenteraad van Landerd heeft gekozen voor een ongedeelde herindeling omdat op deze manier een gemeente ontstaat van een robuust schaalniveau en omdat op deze manier Landerd als gelijkwaardige fusiepartner van Uden de belangen van haar inwoners binnen de nieuwe gemeente veilig kon stellen. De keuze van Landerd is de uitkomst van een democratisch gelegitimeerd proces, zeker gelet op het feit dat herindeling tijdens twee gemeenteraadsverkiezingen het prominente thema vormde. Zover de regering kan beoordelen heeft de gemeenteraad van Landerd een goed beeld van wat er leeft onder de inwoners van de verschillende kernen en heeft hij een keuze gemaakt die in zijn ogen het algemeen belang van de gehele gemeente het beste diende en op een zo groot mogelijk draagvlak kon rekenen onder inwoners. Wel wordt in dit soort processen zichtbaar dat er altijd een spanning kan zitten tussen het draagvlak in de gehele gemeente en het draagvlak in afzonderlijke kernen.

De gemeentebesturen van Landerd en Uden hebben in hun inbreng voor de hoorzitting benadrukt, dat door beide gemeenteraden een ongedeelde herindeling als harde voorwaarde is gesteld. De leden van de CDA-fractie vragen de regering, of in een herindelingsproces een dergelijke voorwaarde kan worden gesteld aan de wetgever. De gemeentebesturen van Landerd en Uden voeren verder aan, dat ook in het lange voortraject van deze herindeling opsplitsing nooit op bestuurlijk draagvlak heeft kunnen rekenen. «

De regering ziet graag dat herindelingen van onderop (op initiatief van gemeenten) tot stand komen. Dat is bij deze herindeling het geval. Gedurende het proces hebben beide gemeenten, met redenen omkleed, besloten tot een ongedeelde herindeling. Dit is echter geen voorwaarde die zij aan de wetgever stellen. De regering acht het passend om, aangezien we de voorkeur geven aan herindelingen van onderop, de keuzes die gemeenten maken zoveel mogelijk te respecteren en te vertrouwen op hun afwegingen. Daarnaast wordt benadrukt (onder verwijzing naar de antwoorden op de vragen van de GroenLinks-fractie) dat de keuzes van de gemeentebesturen zijn gemaakt op basis van een langdurig proces waarin een inwonerraadpleging (via verkiezingen en peilingen) een belangrijke plek had. Met de aangehaalde zin bedoelen de gemeenten niet dat zij een bestuurlijke keuze hebben gemaakt die volledig losstaat van wat inwoners willen, maar dat zij een keuze hebben gemaakt op basis van wat de meerderheid van de inwoners van de betrokken gemeenten wil, wetende dat zij hiermee nooit alle inwoners tevreden kunnen stellen.

De gemeentebesturen van Landerd en Uden brengen daartegen in, dat de gemeenteraad van Landerd – na een uitgebreid en zorgvuldig doorlopen proces, met veel aandacht voor participatie en co-creatie – in ruime meerderheid gekozen heeft voor een ongedeelde herindeling met de gemeente Uden, in het belang van alle inwoners, ondernemers en organisaties van Maashorst. De leden van de CDA-fractie vragen welk gewicht het criterium «voor hun eigen bestwil» in de schaal legt, als het gaat om het bepalen van maatschappelijke draagvlak voor een voorstel tot gemeentelijke herindeling.

De gemeenten wegen tijdens het herindelingsproces de belangen per kern, de belangen per gemeente en het belang van de toekomstige gemeente in hun keuzes. De gemeenten bedoelen met de aangehaalde zin dat zij veel hebben geïnvesteerd in het ophalen van wat inwoners willen en ervan zijn overtuigd dat de keuze voor een ongedeelde herindeling aansluit bij wat de meerderheid van de inwoners wil, maar daarnaast – gelet op de schaalgrootte – ook het beste is voor de nieuw te vormen gemeente.

De leden van de SP-fractie lezen dat er weerstand is in onder andere Uden. Hoe verhoudt zich dit tot de voorwaarde dat herindelingen van onderaf moeten komen? Wat zijn de voordelen voor de inwoners?

Het is de regering niet bekend dat er noemenswaardige weerstand zou zijn in Uden. Uit het participatieproces blijkt een breed draagvlak voor deze herindeling onder inwoners, maatschappelijk middenveld en bedrijfsleven. Wel zijn er inwoners en politieke partijen in Uden die zich hard hebben gemaakt voor behoud van de gemeentenaam «Uden». Meerwaarde van de herindeling voor de inwoners is dat er door de herindeling een bestuurskrachtige gemeente ontstaat die de grote opgaven in zowel het sociale als fysieke domein beter aankan en in staat is tot betere dienstverlening aan inwoners (zoals in de memorie van toelichting en het herindelingsadvies uitgebreider is beschreven).

De leden van de PvdA-fractie lezen dat vanuit de Landerdse kern Schaijk gedurende het herindelingsproces een groep inwoners van deze kern de wens kenbaar heeft gemaakt aan de gemeente Oss te willen worden toegevoegd. Deze inwoners hebben zich verenigd in de «Actiegroep Schaijk hoort bij Oss». Wat zijn de argumenten van deze actiegroep en waarom heeft de regering blijkens de inhoud van het wetsvoorstel geen rekening gehouden met die argumenten?

Het is de verantwoordelijkheid van gemeenten om bij de totstandkoming van een herindelingsadvies zoveel mogelijk rekening te houden met alle standpunten en argumenten die door inwoners en groeperingen naar voren worden gebracht. De regering kijkt op basis van het herindelingsadvies van gemeenten en de zienswijze van de betrokken provincie(s) of een herindelingsproces naar behoren is verlopen en het herindelingsadvies aan de criteria van het beleidskader voldoet.

De actiegroep uit Schaijk ziet graag dat de kernen Schaijk en Reek worden samengevoegd met de gemeente Oss in plaats van met Uden. Deze actiegroep is van mening dat de gemeenten Landerd en Uden tijdens het herindelingsproces onvoldoende rekening hebben gehouden met haar geluid, een aangeboden petitie en de uitkomsten van een enquête die onder de bevolking van Reek en Schaijk is gehouden. De actiegroep stelt dat er hiermee onvoldoende draagvlak voor de onderhavige herindeling aanwezig is. De regering deelt deze zienswijze niet, zoals in het antwoord op de vragen van de GroenLinks-fractie hierboven uitgebreider is toegelicht. Uit het herindelingsadvies blijkt dat er voldoende draagvlak is voor deze herindeling en de gemeenteraden de visie van de actiegroep en de uitkomsten van de enquête en petitie hebben meegenomen in hun uiteindelijke (democratisch gelegitimeerde) afweging.

Daarnaast vragen de leden van de PvdA-fractie of de regering de mening van deze leden deelt dat het niet alleen van belang is om rekening te houden met de wens van een meerderheid van de gemeenteraad van Landerd, maar dat mede gezien de ogenschijnlijke verschillen van mening over dit onderwerp, ook de afzonderlijke meningen van de betrokken kernen van belang zijn om tot een weloverwogen besluitvorming te kunnen komen? Zo ja, waarom en hoe zijn de meningen in de diverse kernen gepeild? Zo nee, waarom niet?

De regering deelt de mening van de PvdA-fractie in zoverre dat conform het beleidskader zowel bestuurlijk draagvlak als maatschappelijk draagvlak belangrijke criteria zijn bij de beoordeling van een herindeling. Hier moet bij worden aangetekend dat in een representatieve democratie zoals wij die kennen het bestuurlijk draagvlak ook iets zegt over het maatschappelijk draagvlak. Hoe een gemeente het maatschappelijk draagvlak peilt is echter aan de gemeente. In het geval van Landerd is er in 2015 een referendum gehouden en zijn onder andere «mobiele huiskamergesprekken» in alle kernen georganiseerd. Daarnaast was het voornemen tot herindeling het belangrijkste thema tijdens twee gemeenteraadsverkiezingen, is er – weliswaar in opdracht van twee politieke partijen – een enquête in Schaijk en Reek gehouden en is ook voor de vormgeving van de nieuwe gemeente een uitgebreid participatief proces gevolgd. Naar de mening van de regering heeft de gemeente Landerd hiermee op een adequate wijze het draagvlak onder inwoners in alle kernen voor deze herindeling gepeild.

Voorts vragen deze leden hoe groot het draagvlak is onder de inwoners van Schaijk om met de andere kernen van de gemeente Landerd samengevoegd te worden met de gemeente Uden? En hoe groot is het draagvlak van deze inwoners om bij voorkeur bij de gemeente Oss te worden gevoegd?

In 2018 hebben twee politieke partijen van Landerd een enquête gehouden in Schaijk en Reek. 56,1% van de inwoners van Schaijk koos voor samenvoeging met Oss, 41,3% voor samenvoeging met Uden en 2,6% van de stemmen waren blanco. De petitie van de actiegroep «Schaijk hoort bij Oss en niet bij Uden» werd in 2019 door 1.081 personen ondertekend (14.9% van het aantal inwoners van Schaijk), waarvan een deel van de ondertekenaars anoniem was en een deel uit andere kernen of de gemeente Oss kwam.

Ook vragen deze leden of de regering het mogelijk acht dat na een splitsing van de gemeente Landerd, waarbij de kern Schaijk bij de gemeente Oss worden gevoegd en de overige kernen van Landerd samengaan met de gemeente Uden, de dan nieuw te vormen gemeente Maashorst niet over voldoende bestuurskracht, interne samenhang en nabijheid van bestuur en regionale samenhang kan beschikken? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Waarom is het voor het voldoen aan de genoemde criteria voor gemeentelijke herindeling per se nodig dat Schaijk bij de te vormen gemeente Maashorst wordt gevoegd? Heeft de gemeente Maashorst zonder Schaijk niet de benodigde bestuurskracht om in voldoende mate gemeentegrens overstijgende opgaven te kunnen uitvoeren? Waarom zou door opsplitsing van de gemeente Landerd voor de nieuwe gemeente Maashorst niet het gewenste toekomstbestendige schaalniveau bereikt worden?

De leden van de SGP-fractie vragen een nadere onderbouwing van de stelling dat de aanwezigheid van de kern Schaijk noodzakelijk zou zijn voor het vormen van een nieuwe krachtige gemeente. Deze leden wijzen erop dat het niet waarschijnlijk is dat het verschil tussen 50.000 en 57.000 inwoners doorslaggevend is voor het uitvoeren van de taken van de gemeente.

De regering acht het mogelijk dat door splitsing van Landerd de nieuw te vormen gemeente Maashorst niet over voldoende bestuurskracht zal beschikken en de herindeling ook op andere criteria anders moet worden beoordeeld, aangezien de samenstelling en het schaalniveau van de nieuwe gemeente verandert. Verder constateert de regering dat splitsing van Landerd afbreuk doet aan belangrijke uitgangspunten van beide gemeenten. Het tast de gelijkwaardigheid tussen de herindelingspartners aan, wat met name voor Landerd belangrijk is om de belangen en waarden van de kleine kernen van Landerd goed in de nieuwe gemeente te borgen. De herindeling zal bij een gedeelde herindeling in feite neerkomen op een toevoeging van Reek en Zeeland aan Uden, wat de meerwaarde van de herindeling voor beide gemeenten aanzienlijk verkleint. De bovenstaande zaken zijn belangrijk voor de gemeentebesturen om het initiatief voor deze herindeling te nemen, na jarenlange meningsvorming. Naar de mening van de regering dient de keuze van de gemeenteraad van Landerd voor een ongedeelde herindeling gerespecteerd te worden, passend bij het uitgangspunt dat herindeling van onderop moet komen (op initiatief van gemeenten).

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben vanuit verschillende hoeken bezwaren vernomen ten aanzien van de keuze om de kern Schaijk niet aan de gemeente Oss toe te voegen. Genoemde leden vinden het van belang voor een goede afronding van het proces en een goed functioneren van de gemeente richting burgers en medeoverheden, dat er een zo breed mogelijk draagvlak voor de keuze tot samenvoeging is. Zij vragen de regering aan te geven wat er is gebeurd om het draagvlak in Schaijk, maar ook in Reek, te vergroten? Voorts vragen zij of vanuit de gemeente een peiling is gedaan naar het lokaal draagvlak.

Er is door de gemeente een uitgebreid participatief proces gevolgd om het draagvlak voor de herindeling te vergroten, waarbij inwoners konden meedenken over de toekomstvisie van de nieuwe gemeente. Op deze manier is gewerkt aan het vergroten van het draagvlak voor de herindeling.

De gemeente Landerd heeft in 2015 een referendum gehouden om het lokaal draagvlak te peilen. Verder stonden zowel de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 als de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 in het teken van herindeling, waardoor ook de verkiezingen zijn te beschouwen als belangrijke graadmeter voor het lokaal draagvlak. Voor de uitkomsten van het genoemde referendum wordt verwezen naar het antwoord op de vragen van de GroenLinks-fractie.

De leden van de SGP-fractie wijzen erop dat uit de raadpleging van de bevolking slechts 19 procent zich uitsprak voor de variant die uitsluitend gericht was op samenvoeging van Landerd met Uden. Deze variant wijkt dusdanig af van die van samenvoeging waarvan ook de gemeente Bernheeze zou uitmaken dat het niet reëel lijkt om de 51 procent hierop van toepassing te verklaren. Zo zou bijvoorbeeld een gemeente van maar liefst 90.000 inwoners ontstaan.

Het referendum is gehouden in 2015 toen er nog geen duidelijke herindelingsvariant op tafel lag. Tijdens het referendum konden inwoners uit zes herindelingsvarianten kiezen, maar konden zij ook meerdere opties aankruisen. Het is daarom lastig om een eenduidige interpretatie van de uitkomst te geven. De gemeenteraad heeft op basis van het referendum wel geconcludeerd dat er veel steun was voor herindeling en minder voor bestuurlijke zelfstandigheid. Daarnaast heeft de gemeente, op basis van het feit dat 51% van de inwoners koos voor de variant waarin Landerd werd samengevoegd met Uden en (een deel van) Bernheze, ervoor gekozen om deze variant verder te onderzoeken. Al snel bleek echter dat Bernheze zelfstandig wilde blijven. Samenvoeging van alleen Landerd en Uden werd als een logisch alternatief gezien. De gemeente Landerd heeft ervoor gekozen om niet nogmaals een referendum te organiseren (het houden van een referendum is ook geen verplichting). Het draagvlak is door de gemeenten op meerdere manieren beoordeeld, niet alleen op basis van dit referendum (voor een uitgebreide toelichting hierop wordt verwezen naar het antwoord op de vragen van de Groen-Links-fractie).

3.2 Bestuurskracht

De leden van de SP-fractie vragen of er nader gereflecteerd kan worden over de vraag hoe het kan dat er meer bestuurskracht bij de gemeenten nodig is? Waarom waren zij eerder wel en nu niet meer in staat de taken voor hun inwoners uit te voeren? Welke taken kunnen zij niet meer uitvoeren?

Met de voortdurend veranderende samenleving, veranderen ook de maatschappelijke opgaven waar gemeenten zich voor gesteld zien. Onderdeel van die veranderingen zijn dat het takenpakket waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn, substantieel is gegroeid. Gemeenten willen in hun werkwijzen en organisatie meebewegen met veranderende omstandigheden; soms achten zij een herindeling daarbij de beste oplossing voor hun inwoners. Het aanwijzen van specifieke taken die gemeenten dan zonder herindeling niet meer zouden kunnen uitvoeren, is niet eenvoudig. Doorgaans is de constatering namelijk dat voor het geheel aan taken de gemeente onvoldoende bestuurskrachtig is. Wanneer er slechts op een enkele taak versterking noodzakelijk is, kan dit vaak ook met samenwerking worden opgevangen.

Ook vragen deze leden waarom er geen referendum in alle deelnemende gemeenten is gehouden.

Het is op grond van het Beleidskader gemeentelijke herindeling primair aan het gemeentebestuur om te bepalen hoe het maatschappelijk draagvlak voor een herindeling wordt onderzocht. Voor de beoordeling van het maatschappelijk draagvlak is niet vereist dat een referendum heeft plaatsgevonden. Het is steeds aan de betrokken gemeentebesturen zelf om te bepalen op welke wijze zij tot oordeelsvorming en besluitvorming overgaan daarmee rechtdoend aan de vertegenwoordigende functie die de gemeenteraad uitoefent. Dat is een lokaal-autonoom proces. Op basis van verschillende methoden die in de memorie van toelichting en in het herindelingsadvies zijn beschreven, zijn de gemeenten van oordeel dat het maatschappelijk draagvlak voor deze herindeling voldoende is.

3.3 Interne samenhang en nabijheid van bestuur

De regering stelt, zo lezen de leden van de CDA-fractie, dat de interne samenhang binnen de nieuwe gemeente groot is, al is een deel van de inwoners van de kern Schaijk voornamelijk op voorzieningen in de gemeente Oss georiënteerd. De leden van de CDA-fractie vragen de regering nader in te gaan op de door de gemeente Oss aangevoerde samenhang: «Er is sinds jaar en dag een interne samenhang van onderdelen van de gemeente Landerd met onze gemeente: de dorpen Schaijk en Reek hebben een natuurlijke verbinding met de dorpen Herpen, Keent, Overlangel en Neerloon.» De gemeente Oss herinnert aan het advies van de commissie-Schampers (1989) die destijds pleitte voor een samengaan van Schaijk en Reek met de dorpen Herpen, Keent, Overlangel en Neerloon. In de Tweede Kamer werd er evenwel voor gekozen om Schaijk en Reek samen te voegen met Zeeland tot de gemeente Landerd, die nu het onderwerp is van herindeling. Er zou sprake zijn van een «bestuurlijke weeffout». Hoe beoordeelt de regering de stelling, dat culturele verschillen tussen de kern Zeeland enerzijds en Schaijk en Reek anderzijds niet tot een goed functionerende gemeente Landerd hebben geleid?

In algemene zin zien wij dat culturele verschillen tussen kernen binnen één gemeente negatieve en positieve gevolgen kunnen hebben. Dat ligt sterk aan hoe de gemeente hier mee omgaat. Een gemeente is een bestuurlijke eenheid, maar dit betekent niet dat er één culturele identiteit moet zijn binnen de gemeente. Steeds meer heringedeelde gemeenten gaan uit van «éénheid in verscheidenheid»: zij koesteren de verschillende identiteiten van de kernen binnen hun gemeente en maken er hun kracht van om zoveel mogelijk maatwerk per kern te leveren. De gemeente Landerd is daarnaast al 25 jaar een feit en de voorliggende herindeling is vanuit dit perspectief bezien. Hiermee bedoelt de regering dat op basis van het beleidskader dit herindelingsinitiatief van Landerd en Uden onder andere is beoordeeld of de nieuwe gemeente Maashorst een goede interne samenhang kent. Deze samenhang is er in voldoende mate naar de mening van de regering, al onderkennen wij het feit dat een deel van de inwoners van Schaijk en in mindere mate Reek, op Oss is georiënteerd. Het gaat hierbij nadrukkelijk om een dubbele oriëntatie: inwoners van beide kernen zijn ook georiënteerd op voorzieningen in Uden, zoals het ziekenhuis, winkels en recreatie (theater, natuurgebied). Veel gemeenten kennen kernen die sterk op buurgemeenten zijn georiënteerd; dat is een logisch verschijnsel voor kernen die zich aan de grenzen van gemeenten bevinden. De regering constateert dat de nieuwe gemeente hierop inspeelt door actief kernenbeleid te voeren en hierbij in te zetten op een goede relatie en samenwerking met buurgemeenten.

De leden van de CDA-fractie waarderen de praktische wijze waarop de gemeente Oss in de inbreng voor de hoorzitting de bestaande verbindingen schetst. De gemeente Oss voert diverse taken uit voor de gemeente Landerd, zoals het ophalen van afval, de toegang tot de gemeentewerf. Maar ook op het gebied van onderwijs, economie, cultuur, zorg, sport, verkeer en vervoer zijn inwoners van Schaijk en Reek georiënteerd op Oss. De leden van de CDA-fractie vragen de regering in het licht van deze schets opnieuw in te gaan op de gewenste interne samenhang van de voorgestelde gemeente Maashorst.

De regering onderkent het feit dat een deel van de inwoners van Schaijk en in mindere mate Reek, naast op Uden, ook op Oss zijn georiënteerd en heeft dit betrokken bij de beoordeling van de interne samenhang van de nieuwe gemeente Maashorst. De regering heeft echter begrip voor het besluit van de gemeenteraad van Landerd om te gaan voor een ongedeelde herindeling. Zoals in de beantwoording van de vergelijkbare vragen van andere fracties ook is toegelicht is het logisch dat kernen die aan de grenzen van gemeenten liggen veelal een dubbele oriëntatie kennen, zeker als zij relatief dicht tegen een kern of gemeente aanliggen met veel voorzieningen. De positieve beoordeling van deze herindeling op het criterium «interne samenhang en nabijheid van bestuur» blijft daarom ongewijzigd. In het beleidskader staat beschreven dat gemeenten die samengaan vaak gemeenschappelijke kenmerken hebben, maar soms juist ook complementair aan elkaar zijn. Waar de regering op let bij de beoordeling is of de nieuwe gemeente oog heeft voor overeenkomsten en verschillen en hier een passende besturingsfilosofie op ontwikkelt. De regering constateert dat de nieuwe gemeente dit doet door actief kernenbeleid te voeren en hierbij in te zetten op een goede relatie en samenwerking met buurgemeenten. De dubbele oriëntatie van Schaijk en Reek vraagt van zowel de nieuwe gemeente Maashorst als Oss om «grenzeloos bestuur». Hiermee wordt bedoeld dat zowel Maashorst als Oss in de eigen beleidsvorming de dubbele oriëntatie van Schaijk dient mee te wegen. De regering heeft er vertrouwen in dat beide gemeenten deze handschoen oppakken.

De leden van de CDA-fractie onderschrijven het pleidooi, ditmaal gedaan door de gemeente Oss, om in het Beleidskader gemeentelijke herindeling een veel belangrijkere plaats te geven aan de oriëntatie van inwoners in kernen. Een gemeentegrens is een menselijk construct, dat dient te gaan over de invloed, die inwoners, hebben op hun dagelijks leven en de opgaven waar de gemeenschap voor staat. Hoe beoordeelt de regering dit pleidooi?

De regering vindt de oriëntatie van inwoners ook belangrijk en hanteert daarom het criterium «interne samenhang en nabijheid van bestuur» als één van de criteria om een herindeling te beoordelen. Met de Tweede Kamer hecht zij echter ook aan het principe dat herindelingen van onderop tot stand dienen te komen, op initiatief van gemeenten zelf. Daar hoort bij dat beslissingen over het voornemen tot herindeling (gedeeld of ongedeeld) bij voorkeur dichtbij de burger genomen moeten worden door het lokaal bestuur. Wel is de regering van mening dat de keuze voor een gedeelde of ongedeelde herindeling bewust en goed beargumenteerd genomen moet worden. Hierbij dient een gemeente goed de oriëntatie en wensen vanuit de verschillende kernen in ogenschouw te nemen.

3.4 Regionale samenhang

De leden van de SGP-fractie vragen de regering om een reactie op de stelling dat de regio op inhoudelijke gronden het meest duidelijk en logisch te verdelen zou zijn tussen Maasland en Peel en dat de kern Schaijk dan beter zou passen bij Oss dan bij de nieuwe gemeente. Zij vragen daarbij ook hoe de regering de situatie weegt dat de inwoners van Schaijk voor de meeste en elementaire voorzieningen zijn aangewezen op Oss. Eveneens vragen zij wat de reactie van de regering is op de stelling van de gemeente Oss dat het natuurgebied Maashorst vanuit de positie van Schaijk eerder als een geografische barrière gezien moet worden dan als een verbinding.

Er zijn veel manieren om naar de bestuurlijke organisatie van Nederland te kijken. Dit kan langs de lijn van opgaven, maar bijvoorbeeld ook langs de lijn van maatschappelijke ecosystemen of cultuurhistorische of geografische samenhang. We hebben echter te maken met een bestaande bestuurlijke structuur die het uitgangspunt vormt van deze herindeling. De kern Schaijk behoort tot de gemeente Landerd. Landerd is een gemeente met een eigen democratisch gekozen bestuur dat tussen 2013 en 2020 een proces heeft doorlopen om uiteindelijk tot het voorliggende herindelingsinitiatief te komen. Naar het oordeel van de regering heeft de gemeente een goed proces gevolgd om de afweging te maken tussen een gedeelde of ongedeelde herindeling. De belangen van de inwoners van Schaijk zijn hierbij door het bestuur meegewogen. Voor een uitgebreid antwoord op de vraag over de weging van de dubbele oriëntatie van de kern Schaijk wordt verwezen naar de antwoorden op de vragen van de CDA-fractie. De regering begrijpt vanuit het perspectief van de gemeente Oss de stelling dat het natuurgebied Maashorst als een geografische barrière gezien moet worden, maar begrijpt ook dat Landerd en Uden, gegeven de gemeentenaam, het natuurgebied juist als verbindend element beschouwen.

4. Naamgeving

De leden van de VVD-begrijpen dat de naam van de nieuwe gemeente, te weten Maashorst, niet op de steun van alle inwoners en de omliggende gemeenten kan rekenen in verband met het feit dat er een nabijgelegen natuurgebied met dezelfde naam is. Zijn de geuite bezwaren voldoende meegenomen in de afweging van de naam, zo vragen de leden van de VVD-fractie. Overigens beseffen deze leden dat de naam van een gemeente aan de gemeente zelf is.

Landerd en Uden hebben in een vroeg stadium van het herindelingsproces al gekozen om de naam Maashorst te gebruiken waarmee het een belangrijk symbool van hun samenwerking werd. Dit heeft het bemoeilijkt om in een later stadium nog af te zien van deze naam op basis van de geuite bezwaren. In de ogen van de regering zijn de geuite bezwaren dan ook inderdaad onvoldoende meegewogen. Zoals ook in de toelichting op het wetsvoorstel is beschreven had de regering graag gezien dat Landerd en Uden een zorgvuldiger proces hadden gevolgd om tot naamgeving van de nieuwe gemeente te komen. Daarnaast had de regering graag gezien dat naar aanleiding van de bezwaren verdiepend onderzoek was gedaan, bijvoorbeeld door bij andere gemeenten in het land te rade te gaan (de gemeente Utrechtse Heuvelrug bijvoorbeeld, die gekozen heeft voor dezelfde naam als het nationaal park dat grotendeels binnen haar grenzen valt) of bij de Adviescommissie Aardrijkskundige Namen in Nederland. Op deze manier hadden de gemeenten kunnen laten zien dat zij de geuite bezwaren serieus namen. Hiermee spreekt de regering zich niet uit over de inhoudelijke keuze voor de naam Maashorst, wel over het gevolgde proces om tot deze naam te komen.

De leden van de SP-fractie vragen waarom er is gekozen voor de naam Maashorst. Levert dit geen verwarring op, bijvoorbeeld met Horst aan de Maas?

De naam «Maashorst» doelt op geografische kenmerken van beide gemeenten (Maas en Horst) en daarnaast is het de naam van het natuurgebied dat voor een belangrijk gedeelte in beide gemeente ligt. De naam vormt hiermee een verbindend element tussen beide gemeenten. Daarnaast is bewust gekozen voor een nieuwe naam die voor beide gemeenten betekenis heeft, passend bij de gelijkwaardigheid van beide gemeenten in het proces. Er is geen onderzoek gedaan naar de vraag of deze naam verwarring op kan leveren. De regering verwacht niet dat de naam verwarring oplevert met de gemeente Horst aan de Maas, aangezien er wel verschil zit in de namen en de gemeenten in verschillende provincies liggen.

Net als de provincie hebben de leden van de ChristenUnie-fractie begrip voor de bezwaren van de omliggende gemeenten ten aanzien van de naamgeving. Zij hebben begrip voor de wens om vanuit gelijkwaardigheid tot een nieuwe naam te komen, maar zien ook dat de naam Maashorst voor omliggende gemeenten tot onvrede leidt, gezien de gezamenlijke inspanning tot naamsbekendheid voor het gelijknamig natuurgebied. De regering sluit zich aan bij de opmerkingen van de regering dat een zorgvuldiger proces wellicht passender was geweest, en dat ook omliggende gemeenten hierbij in een eerder stadium betrokken hadden kunnen doen. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering of zij aanleiding ziet om in algemene zin een richtinggevend kader te scheppen voor het naamgevingsproces van nieuwe gemeenten.

In het beleidskader is een beknopt richtinggevend kader opgenomen. Daarnaast zijn in het Handboek Herindeling enkele suggesties opgenomen over hoe gemeenten het naamgevingsproces kunnen inrichten. Aangezien gemeenteraden op basis van artikel 158 Gemeentewet de bevoegdheid hebben de gemeentenaam te wijzigen, past het ook niet om een uitgebreider kader te scheppen. Dit is in de ogen van de regering ook niet nodig, aangezien veruit de meeste herindelingsgemeenten een zorgvuldig naamgevingsproces doorlopen waarbij omliggende gemeenten en inwoners van de eigen gemeente worden geconsulteerd.

De leden van de SGP-fractie vragen hoe de regering het risico weegt dat de naamgeving van de nieuwe gemeente een hypotheek legt op de samenwerking in de regio, waaronder de inzet voor het natuurgebied. Deze leden vragen waarom de regering geen sterkere consequenties heeft verbonden aan de conclusie dat het proces op dit punt onvoldoende zorgvuldig is verlopen. Wat heeft het te zeggen indien gemeenten niet eens bereid zijn advies in te winnen van een expertcommissie? Deze leden vinden het van belang dat maximaal recht gedaan wordt aan begrijpelijke gevoelens van alle betrokken gemeenten.

Het is aan de gemeenten om een naam te kiezen voor de nieuwe gemeente en deze naamskeuze voldoet aan de richtlijnen uit het beleidskader. Op basis van artikel 158 van de Gemeentewet zijn gemeenteraden zelf bevoegd om de naam van hun gemeente te wijzigen. Alleen indien de besluitvorming van de betrokken gemeenten over de naamskeuze niet tijdig is afgerond wordt ingevolge het Beleidskader de naam van de grootste gemeente in het wetsvoorstel opgenomen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren