Kamerstuk 35619-4

Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader Rapport

Dossier: Samenvoeging van de gemeenten Landerd en Uden

Gepubliceerd: 3 november 2020
Indiener(s): de Graaf (D66)
Onderwerpen: bestuur gemeenten
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35619-4.html
ID: 35619-4

Nr. 4 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT1

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State d.d. 7 oktober 2020 en het nader rapport d.d. 29 oktober 2020, aangeboden aan de Koning door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 28 september, nr. 2020001992, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 7 oktober 2020, nr. W.04.20.0349/I, bied ik U hierbij aan.

De tekst van het advies treft u hieronder aan, voorzien van mijn reactie.

Bij Kabinetsmissive van 28 september 2020, no. 2020001992, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot samenvoeging van de gemeenten Landerd en Uden, met memorie van toelichting.

Dit wetsvoorstel regelt de samenvoeging van de gemeenten Landerd en Uden, gelegen in de provincie Noord-Brabant, tot de nieuwe gemeente Maashorst. Deze samenvoeging is op initiatief van de betrokken gemeenten zelf tot stand gekomen. De nieuwe gemeente die ontstaat heeft circa 57.000 inwoners, 6 kernen en een oppervlakte van 107 km2. De beoogde datum van herindeling is 1 januari 2022.

De Afdeling advisering van de Raad van State maakt een opmerking over de motivering van het voorstel. Zij acht een dragende motivering aangewezen van het op grond van het Beleidskader gemeentelijke herindeling vereiste criterium «regionale samenhang» van de nieuw te vormen gemeente.2

Volgens de toelichting draagt de herindeling bij aan de regionale samenhang omdat met de samenvoeging van Landerd en Uden er een gemeente ontstaat die zich qua omvang goed verhoudt tot de omliggende gemeenten in Noord-Brabant. Wel wordt hierbij gesteld dat de gemeente Bernheze hierbij heeft aangeven een heldere visie op regionale samenwerking te missen bij de nieuwe gemeente en dat de gemeente Oss heeft aangegeven de schaalgrootte van de nieuwe gemeente te beperkt te vinden voor de grotere regionale opgaven.

In reactie hierop geeft de regering aan dat de visie van Landerd en Uden op de positie van de nieuwe gemeente in de regio weliswaar minder tot uiting komt in de toekomstvisie van de nieuwe gemeente, maar wel in het herindelingsadvies. Ook wijst de regering erop dat er geen ideale schaalgrootte is en dat een mix van gemeenten van verschillende omvang kan leiden tot een goede aanpak van regionale opgaven.

De Afdeling wijst erop dat een herindeling, die leidt tot een bundeling van de krachten van de deelnemende gemeenten, tot gevolg zou moeten hebben dat problemen in de regio beter kunnen worden aangepakt. Dit volgt ook uit het toetsingskader waar wordt gesproken over de duurzaamheid van de herindeling en de daarvoor noodzakelijke regionale samenhang. In dat verband moet afgewogen worden of er andere gemeenten in de regio bij de herindeling betrokken zouden moeten worden, om te komen tot een oplossing die op de langere termijn in voldoende mate bijdraagt aan de noodzakelijke versterking van de bestuurskracht.

Gelet op de herindelingsgeschiedenis in het gebied waarop de voorgestelde herindeling betrekking heeft en de twijfel bij sommige omliggende gemeenten of deze herindeling werkelijk bijdraagt aan een met het oog op die bestuurskracht steviger regionale samenhang is het de Afdeling opgevallen dat niet wordt ingegaan op de vraag waarom Oss, Bernheze en Boekel niet bij deze herindeling zijn betrokken.

Tegen deze achtergrond is een nadere toelichting vereist op de in de toelichting opgenomen opvattingen dat de nieuw te vormen gemeente bijdraagt aan de regionale samenhang in bovengenoemde zin.

Tegen die achtergrond adviseert de Afdeling in de toelichting op dit punt alsnog een dragende motivering op te nemen.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.

De vice-president van de Raad van State,

Th.C. de Graaf

Naar het oordeel van de regering hebben de gemeenten Landerd en Uden een goede afweging gemaakt of andere gemeenten onderdeel van deze herindeling gemaakt dienden te worden. Bij de start van het herindelingsproces hebben zij hierover gesprekken gevoerd met de omliggende gemeenten. Zoals in de memorie van toelichting is beschreven, heeft alleen de gemeente Oss aangegeven onderdeel te willen worden van deze herindeling, door toevoeging van de Landerdse kern Schaijk aan de gemeente Oss. De gemeenten Landerd en Uden hebben hierop aangegeven dat splitsing van de gemeente Landerd onbespreekbaar is. Deze splitsing zou er juist voor zorgen dat de nieuwe gemeente niet het wenselijke schaalniveau krijgt om de ook door de gemeente Oss gewenste rol in de regio te vervullen.

Voor de gemeenten Bernheze en Boekel geldt dat zij niet betrokken wensen te worden bij deze herindeling: beide gemeenten hechten aan hun bestuurlijke zelfstandigheid en er is ook geen reden om aan de bestuurskracht van deze gemeenten te twijfelen.

In de ogen van de regering ontstaat met de voorgestelde samenvoeging een gemeente die naar verwachting vanuit haar eigen bestuurskracht in voldoende mate kan bijdragen aan gemeentegrensoverstijgende opgaven. De regering baseert zich hierbij op het herindelingsadvies en de zienswijze hierop van de provincie. In het herindelingsadvies staat beschreven dat de gemeenten samen sterker staan in de realisatie van gemeentegrensoverstijgende opgaven en ernaar uitzien om als nieuwe gemeente regionale opgaven op te pakken en te investeren in de relatie met gemeenten in de regio. De gemeenten geven aan een goede combinatie van «opschalen» en «afschalen» te willen maken. Hiermee bedoelen zij dat ze een sterkere positie willen innemen bij de aanpak van regionale opgaven en tegelijkertijd de band tussen het bestuur en inwoners en kernen willen versterken. Op deze wijze is de nieuwe gemeente naar verwachting beter in staat om de belangen van haar inwoners en kernen ook op regionaal niveau te behartigen.

Ten slotte wil ik nogmaals benadrukken dat een herindeling geen zuiver wiskundige exercitie is. Hoe een nieuwe gemeente zich bijvoorbeeld manifesteert in de regio zal ook moeten blijken in de praktijk. Het feit dat de gemeente Bernheze aangeeft een visie van de nieuwe gemeente op regionale samenwerking te missen dient ook in dit licht te worden bezien. Het is namelijk gebruikelijk dat fusiegemeenten niet vóór, maar na de herindelingsdatum op basis van een eigen kiezersmandaat nieuw beleid ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld een visie op regionale samenwerking. In het herindelingsadvies zijn in de ogen van de regering voldoende uitgangspunten opgenomen om ervan uit te gaan dat de nieuwe gemeente Maashorst deze handschoen op zal pakken.

Conform het advies van de Afdeling is in paragraaf 3.4 van de memorie van toelichting ter verheldering een nadere toelichting opgenomen conform het voorgaande.

Ik verzoek U het hierbij gevoegde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren