Gepubliceerd: 15 september 2020
Indiener(s): Eric Wiebes (minister economische zaken) (VVD)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35570-XIII-2.html
ID: 35570-XIII-2

Ontvangen 15 september 2020

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Vergaderjaar 2020–2021

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln). Totaal € 7.836,8 mln.

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln). Totaal € 4.816,0 mln.

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat/begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld en worden de verplichtingen, ontvangsten en uitgaven van verplichtingen-kasagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E. D. Wiebes

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

De leeswijzer gaat in op de volgende onderwerpen:

  • 1. Begrotingsstructuur;

  • 2. Prestatiegegevens;

  • 3. Groeiparagraaf;

  • 4. Verwerking motie Schouw en motie Hachchi c.s.;

  • 5. Ondergrenzen toelichtingen.

1. Begrotingsstructuur

Beleidsagenda

De beleidsagenda begint met het onderdeel beleidsprioriteiten. Aansluitend bij de missie van EZK hebben de beleidsprioriteiten de volgende opbouw: Inleiding, Economisch beeld en uitdagingen voor EZK, Ondernemend Nederland en Duurzaam Nederland. Na het onderdeel beleidsprioriteiten volgen: de belangrijkste begrotingsmutaties voor de uitgaven en de ontvangsten, het overzicht van de niet-juridisch verplichte uitgaven, de Strategische Evaluatie Agenda en de planning van de beleidsdoorlichtingen, het overzicht van de risicoregelingen en tenslotte de overzichtstabel bedrijfslevenbeleid en Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid.

Beleidsartikelen

Aansluitend op de beleidsagenda volgt de toelichting op de beleidsartikelen. Per beleidsartikel is een algemene doelstelling en een beschrijving van de rol en verantwoordelijkheid van de bewindspersonen opgenomen. Voor elk beleidsartikel zijn de belangrijkste beleidswijzigingen apart opgenomen onder het kopje «beleidswijzigingen». De financiële instrumenten zijn voorzien van een korte toelichting. Waar mogelijk wordt, voor een meer inhoudelijke en gedetailleerde beleidstoelichting, verwezen naar de relevante beleidsnota’s of brieven die al naar de Tweede Kamer zijn gestuurd.

In de budgettaire tabellen van de beleidsartikelen zijn de financiële instrumenten onderverdeeld naar de volgende categorieën: subsidies, opdrachten, garanties, leningen, bekostiging, bijdrage aan agentschappen, bijdrage aan ZBO’s/RWT’s, bijdrage aan (inter)nationale organisaties en bijdragen aan medeoverheden. Deze onderverdeling komt ook terug in de structuur van het beleidsartikel.

In de begroting zijn verder de volgende bijlagen opgenomen: (bijlage 1) een overzicht van de ZBO’s/RWT’s vallend onder het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, (bijlage 2) een toelichting op de mutaties ten opzichte van de stand Voorjaarsnota en Incidentele Suppletoire begrotingen, (bijlage 3) Moties en toezeggingen, (bijlage 4) het subsidieoverzicht met hyperlinks naar de betreffende subsidie, de meest recent uitgevoerde evaluatie en geprogrammeerde eerstvolgende evaluatie en de geplande einddatum van de subsidie en (bijlage 5) het overzicht van evaluatie- en overig onderzoek met een nadere uitwerking van de Strategische Evaluatie Agenda en de meest recent uitgevoerde en geprogrammeerde beleidsdoorlichtingen en evaluaties met hyperlinks naar de betreffende rapporten.

Begrotingsreserves

Een begrotingsreserve mag met toestemming van de Minister van Financiën ten laste van een begrotingsartikel worden aangehouden (artikel 2.21, lid 1 Comptabiliteitswet 2016). De begrotingsreserves zijn bestemd voor een concreet doel en kunnen alleen voor dat doel worden gebruikt. De begrotingsreserves op de EZK-begroting worden ingezet voor de volgende doelen:

  • Als borg voor de afgegeven garantstellingen (Borgstelling MKB-kredieten, Garantie Ondernemingsfinanciering, Groeifaciliteit, MKB financiering, garantieregeling Aardwarmte. Uit deze begrotingsreserves kunnen eventuele mismatches in de tijd tussen (premie-)inkomsten en uitgaven (verliesdeclaraties) worden opgevangen;

  • De uitfinanciering (op kasbasis) van reeds aangegane en deels nog aan te gane verplichtingen (reserve voor duurzame energie en lening ECN). Via de reserves blijven de middelen beschikbaar voor het specifieke doel tot het moment van uitbetaling.

  • Vanwege de onzekere aard en timing van maatregelen voor aanvullende CO2-reductie is een reserve van € 500 mln gevormd.

Tabel 1 Omvang reserves eind 2019 (bedragen x € 1 mln)
 

Totaal

% Juridisch verplicht

Specificatie naar type reserve (x € 1 mln)

   

Borg garanties

Duurzame energie

Lening ECN

Maatregelen CO2-reductie

Artikel 2

213,8

100%

213,8

   

Artikel 4

3.578,9

100%

22,0

3.155,1

6,6

395,2

Totaal

3.792,7

100%

235,8

3.155,1

6,6

395,2

In de 1e suppletoire begroting 2020 hebben op artikel 4 enkele onttrekkingen aan de begrotingsreserves plaatsgevonden, onder andere verliesdeclaraties op basis van de garantieregeling aardwarmte aan de reserve aardwarmte, de onbenutte Urgenda-middelen 2019 aan de reserve maatregelen CO2-reductie en een bijdrage aan het aanvullende Urgenda-maatregelen-pakket aan de reserve duurzame energie.

In de 1e suppletoire begroting 2020 hebben ook enkele onttrekkingen aan de begrotingsreserves op artikel 2 plaatsgevonden. Er is € 0,3 mln onttrokken aan de begrotingsreserve GO in het kader van de overdracht van de ontvangen premies over de uitstaande garanties GO-ETFF aan Invest-NL. Daarnaast is een onttrekking van € 10 mln geraamd aan de reserve Groeifacileit. Deze € 10 mln is in de 1e suppletoire begroting 2020 als storting geraamd in de reserve Garanties MKB-financiering ter afdekking van de uitstaande risico’s. Tot slot is in de 1e suppletoire begroting 2020 geraamd om € 1 mln te storten in de reserve BMKB ter afdekking van de risico’s samenhangend met het Stikstof/PFAS luik in de BMKB. Deze storting is bij ontwerpbegroting verhoogd met € 1,1, mln naar in totaal € 2,1 mln.

In de betreffende beleidsartikelen (2 en 4) van deze begroting worden de bovengenoemde begrotingsreserves apart toegelicht (conform artikel 2.21, lid 2 Comptabiliteitswet 2016). Naar aanleiding van de toezegging van de Minister van Financiën aan de Algemene Rekenkamer en de aangenomen motie Ronnes c.s. (Kamerstuk 34 475, nr. 20) wordt het percentage juridisch verplicht voor de begrotingsreserves in de beleidsartikelen 2 en 4 toegelicht. Daarnaast zijn conform de motie Van Veldhoven en Koolmees (Kamerstuk 34 475, nr. 12) de eventuele aanvullende afspraken over de begrotingsreserves opgenomen . Als opvolging van de motie Geurts (Kamerstuk 34 000 XIII, nr. 64) worden de geraamde wijzigingen gedurende het begrotingsjaar in de 1e en 2e suppletoire begroting inzichtelijk gemaakt. 

Overzicht maatregelen ten behoeve van het Energieakkoord, het Klimaatakkoord en CO2-reducerende maatregelen

Conform de motie Leegte (Kamerstuk 2014-2015, 30 196, nr. 278) is in beleidsartikel 4 (Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering) een totaaloverzicht opgenomen van alle maatregelen van alle ministeries ten behoeve van het Energieakkoord, het Klimaatakkoord en CO2-reducerende maatregelen.

Overzichtstabel agentschappen

In het hoofdstuk «De agentschappen» is een overzichtstabel agentschappen opgenomen. In deze tabel is de aansluiting te maken tussen de «opbrengst moederdepartement» zoals opgenomen in de agentschapsparagrafen en de «bijdrage aan agentschappen» zoals opgenomen in de begrotingsartikelen. Eventuele resterende verschillen zijn toegelicht.

2. Prestatiegegevens

In de beleidsartikelen wordt onder de algemene doelstelling aangegeven waar de Minister van EZK voor verantwoordelijk is. Indien voor deze doelstellingen een directe relatie gelegd kan worden tussen het gevoerde beleid en de gewenste (maatschappelijke) uitkomst, zijn prestatie-indicatoren opgenomen. De voorwaarde voor het opnemen van een indicator is een (doen) uitvoerende rol van de Minister. Bij de doelstellingen waarbij EZK een belangrijke bijdrage kan leveren door de juiste randvoorwaarden te creëren en het resultaat afhankelijk is van externe factoren, is het niet of beperkt mogelijk om prestatie-indicatoren op te nemen en wordt volstaan met kengetallen over ontwikkelingen op het betreffende beleidsterrein. Daarnaast zijn, waar mogelijk, prestatie-indicatoren en kengetallen opgenomen op instrumentniveau, die inzicht geven in het bereiken van specifieke resultaten.

3. Groeiparagraaf

De afgelopen maanden zijn voor een belangrijk deel getekend door de coronacrisis. Het kabinet heeft diverse (nood)maatregelen genomen om de crisis het hoofd te bieden. In de EZK-begroting 2021 onder het onderdeel belangrijkste beleidsmatige mutaties is een overzicht coronamaatregelen opgenomen, die inzcht heeft in de maatregelen die op de begroting van het Ministerie van EZK zijn genomen.

In het kader van operatie Inzicht in Kwaliteit van het kabinet is het gebruikelijke overzicht met een planning van beleidsdoorlichtingen omgevormd tot een Strategische Evaluatie Agenda (SEA). In de SEA staan de beleidsthema’s van de missie van EZK centraal. 2021 betreft een overgangs- en leerjaar met de SEA waardoor de agenda een eerste uitwerking betreft en waarbij ook nog een enkele traditionele beleidsdoorlichting zal worden uitgevoerd. Deze aanpassingen zijn verwerkt in de beleidsagenda en in bijlage 5: Evaluatie- en overig onderzoek.

In het wetgevingsoverleg over het Jaarverslag van EZK 2018 van 12 juni 2019 werd van de zijde van de Kamer aangedrongen op verdere verbetering van de informatie door tabellen met kernindicatoren op te nemen en op basis daarvan de relatie te schetsen tussen middelen, de prestaties en de doelen. Aan dit verzoek van de Kamer geeft de Minister van EZK gehoor gegeven door in de EZK-begroting 2020:

  • Meer ordening in de begroting aan te brengen door kernindicatoren op een gestructureerde wijze per artikel centraal te presenteren.

  • Doelstellingen zoveel als mogelijk te kwantificeren. Voor de artikelen 1 en 4 is, naar het voorbeeld van de artikelen 2 en 3, een lijst met kwantitatieve doelstellingen toegevoegd.

  • Daarnaast zijn in de begroting 2021 in artikel 4 een aantal kengetallen opgenomen over de uitvoering van de subsidieregelingen op het gebied van klimaat en energie.

Tijdens het WGO over het Jaarverslag 2018 van het Ministerie van EZK heeft de Minister van EZK toegezegd om zich in de begroting van 2020 in te spannen voor een betere toelichting op de bijdragen van de ODE aan de uitgaven voor duurzame energie. Hiertoe wordt in de begroting in een meerjarig overzicht aangegeven wat de relatie is tussen de SDE+-uitgaven en de ODE-ontvangsten op de EZK-begroting. Verder wordt in de begroting 2021 een overzicht gepresenteerd van de meerjarig (2020-2032) voor de duurzame energieregelingen beschikbare middelen en hoe deze zich verhouden tot de nog openstaande verplichtingen op deze regelingen. Daarnaast wordt sinds enkele jaren uitgebreid ingegaan op de mutaties op de reserve duurzame energie, welk deel van de reserve afkomstig is uit de ODE-ontvangsten resp. de algemene middelen, welk deel van de reserve juridisch verplicht is en wat het geraamde verloop van de reserve in het huidige uitvoeringsjaar en het begrotingsjaar zal zijn.

4. Verwerking motie Schouw en motie Hachchi c.s.

Motie Schouw

In juni 2011 is de motie Schouw c.s. ingediend en aangenomen (Kamerstuk 2010-2011, 21 501-20, nr. 537). Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen.

De Europese Commissie heeft in 2020 een landenspecifieke aanbeveling gedaan om publieke investeringsprojecten te vervroegen en private investeringen aan te moedigen om het economisch herstel te bevorderen. Daarnaast heeft de Europese Commissie aanbevolen de investeringen toe te spitsen op de groene en digitale transitie, met name op de ontwikkeling van digitale vaardigheden, duurzame infrastructuur, het schoon en efficiënt opwekken en gebruiken van energie, en missiegedreven onderzoek en innovatie. In de beleidsartikelen 1 (Goed functionerende economie en markten), 2 (Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei) en 4 (Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering) wordt op deze aanbeveling ingegaan.

Motie Hachchi c.s.

Ter uitvoering van de motie Hachchi c.s. (Kamerstuk 33 000 IV, nr. 28) brengen departementen in kaart welke uitgaven zij doen in Caribisch Nederland, uitgesplitst per instrument. Hiervoor geldt een ondergrens van € 1 mln. De totale uitgaven van EZK voor Caribisch Nederland in 2021 bedragen € 6,9 mln. Deze uitgaven zijn verdeeld over de beleidsartikelen 1, 2, en 4. De uitgaven voor het beleidsartikel 1 zijn lager dan de ondergrens van € 1 mln en worden derhalve niet opgenomen in de budgettaire tabel. 

5. Ondergrenzen toelichtingen

Voor wat betreft het toelichten van significante verschillen in de uitgaven, ontvangsten en verplichtingen zijn de ondergrenzen gehanteerd zoals opgenomen in de onderstaande tabel.

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

In sommige gevallen, waar politiek relevant, worden ook posten toegelicht beneden deze ondergrenzen.

2. Beleidsagenda

Beleidsprioriteiten

Inleiding

Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) staat voor een duurzaam en ondernemend Nederland. Het jaar 2021 zal voor EZK grotendeels in het teken staan van het herstellen van de gevolgen van de coronacrisis. EZK werkt aan de hervatting van de groei, in lijn met de Groeistrategie van het kabinet.

Samen met zijn partners werkt EZK aan de welvaart van alle Nederlanders, nu en later. Wij werken aan de klimaatambities, op weg naar een duurzame samenleving met schone, betrouwbare en betaalbare energie. We staan voor een open economie met een sterke internationale concurrentiepositie. We stimuleren innovatie en benutten de economische en maatschappelijke kansen van digitalisering. We geven ondernemers de ruimte en borgen de balans tussen de belangen van bedrijven en consumenten. Deze opgaven vragen erom dat verduurzaming en economische ontwikkeling samengaan.

Economisch beeld en uitdagingen voor EZK

De Nederlandse economie draaide voor de uitbraak van het coronavirus op volle kracht en Nederland stond er goed voor. Zo heeft de Nederlandse economie bijna zes jaar aaneengesloten economische groei ervaren. Deze periode bracht ons veel welvaart.1 Het inkomen per hoofd van de bevolking steeg naar het hoogste niveau ooit van 38.400 euro. Ook bereikte de arbeidsparticipatie met 69% zijn hoogtepunt en daalde het werkloosheidspercentage naar het laagste punt van 2,9% in het begin van 2020. Nederlanders zijn in Europa relatief het meest tevreden met hun leven, ervaren veel regie over hun eigen leven en in Nederland is het vertrouwen in instituties en de medemens hoog. Daarnaast scoort Nederland ook internationaal goed op het gebied van concurrentiekracht (World Economic Forum) en innovatie (Global Innovation Index).

Groeistrategie

Tegelijkertijd ging de groei die de Nederlandse economie heeft doorgemaakt voornamelijk op aan de stijgende kosten van collectieve voorzieningen en het aflossen van de staatsschuld, waardoor veel mensen te weinig van deze economische groei hebben kunnen merken in hun portemonnee. Om te borgen dat in de toekomst niet alleen de collectieve voorzieningen veilig worden gesteld, maar ook bestedingsruimte voor huishoudens wordt gecreëerd, heeft EZK de Groeistrategie ontwikkeld om op de lange termijn het verdienvermogen van Nederland te versterken.

De Groeistrategie is gericht op zes fundamentele gebieden: het opleiden van mensen in het onderwijs en gedurende hun werkzame leven, het bevorderen van arbeidsparticipatie, het versterken van onderzoeks- en innovatie-ecosystemen, het verbeteren van bereikbaarheid en het benutten van de klimaat- en energietransitie en de transities naar een circulaire economie en kringlooplandbouw die vragen om baanbrekende vernieuwingen in alle sectoren van de Nederlandse economie.2

Economische gevolgen van de coronacrisis

De coronacrisis raakt de Nederlandse economie ongekend hard en onderstreept het belang van het oplossen van de bestaande uitdagingen voor de Nederlandse economie, zoals het versterken van het verdienvermogen voor de lange termijn. Ondanks de sterke uitgangspositie voor de coronacrisis, worden zo goed als alle sectoren direct (door bijvoorbeeld gedwongen sluitingen) of indirect (door het wegvallen van vertrouwen en vraag) geraakt. Het CPB verwacht in het basisscenario een krimp van 5,0% in 2020, gevolgd door een onvolledig herstel van 3,5% in 2021.

De ontwikkelingen rondom de coronacrisis gaan snel en blijven onzeker. Ook bij positief verloop van ontwikkelingen rondom het coronavirus kunnen de economische gevolgen nog lange tijd zichtbaar blijven. Bijvoorbeeld omdat bedrijven tijd nodig hebben om te herstellen, omdat investeringen in mensen en kapitaalgoederen zijn uitgesteld, de internationale toeleverketen nog hinder ondervindt, of omdat de wereldwijde vraag naar goederen en diensten achterblijft.

Voor sommige bedrijven en hun werknemers zal ook na de coronacrisis de wereld er blijvend anders uit zien. Die nieuwe situatie vraagt om aanpassing en heroriëntatie. EZK geeft samen met andere ministeries en partners vorm aan de noodzakelijke stappen naar herstel en aanpassing van de economie, met oog voor de staatsschuld en kijkend naar de lange termijn. Het kabinet heeft daarom besloten de overbruggingsmaatregelen te verlengen en specifieker te richten, en als de situatie het toelaat ze daarna geleidelijk af te bouwen. Samen met een stimulering van investeringen, waarborgt het kabinet dat de aanpassingen aan de nieuwe situatie verantwoord en geleidelijk gebeuren.3 Daarnaast werkt het kabinet zoals aangekondigd in de Miljoenennota van 2019 ook aan de oprichting van het Nationaal Groeifonds. Daarmee wordt ook op de lange termijn het verdienvermogen van Nederland versterkt en perspectief geboden na de crisis, door te bouwen aan de economie van morgen.

Daarnaast onderzoekt het kabinet de mogelijkheden om ondernemers in zwaar weer te ondersteunen in hun zoektocht naar private oplossingen om een faillissement af te wenden. Het gaat hier bijvoorbeeld om ondersteuning bij het herstructureren van hun balans of het ombuigen van hun verdienmodel.

Waar het gaat om verduurzaming, streeft het kabinet naar een Europese doelstelling van een reductie van broeikasgassen van 55% in 2030 ten opzichte van 1990. Deze transitie vormt een grote opgave, maar een internationaal leidende positie van het Nederlandse bedrijfsleven biedt ook kansen voor ondernemers en daarmee voor ons duurzame verdienpotentieel.4

EZK zet zich in voor een blijvend sterke economie nu en op de lange termijn, waarin innovatieve koplopers die vernieuwing aanjagen en een brede basis van bedrijven die werkgelegenheid bieden aan velen. Het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid van EZK benut de innovatiekracht van de topsectoren om belangrijke bijdragen te leveren aan het vermarkten van vernieuwingen en het aanpakken van sociale en maatschappelijke vraagstukken. De creativiteit en innovatiekracht van startups en scale-ups en andere partners in het ecosysteem zijn essentieel voor een duurzaam economisch herstel. Zij zijn de banenmotor van de toekomst en dragen met hun innovatieve producten en diensten bij om oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken te ontwikkelen.

Ondernemend Nederland

Om onze welvaart ook in de toekomst te behouden is een excellent vestigings- en ondernemersklimaat, vernieuwing en verduurzaming cruciaal.

Vestigings- en investeringsklimaat

Voor de toekomstige welvaart van Nederland zetten wij ons in om koploper te zijn op het gebied van innovatie, verduurzaming en digitalisering. Het is van belang dat bedrijven die leidend zijn op deze gebieden - van klein tot groot en zowel Nederlands als buitenlands - in Nederland blijven investeren en daardoor hun activiteiten hier verder ontwikkelen en zo bijdragen aan duurzame groei. Deze investeringen zorgen voor hoogwaardige kennisontwikkeling en werkgelegenheid in Nederland. Door de belangrijke aanwezigheid van mondiale spelers zijn wij internationaal een serieuze gesprekspartner op deze gebieden. Daarom blijft het kabinet voortdurend werken aan de belangrijke vestigingsplaatsfactoren, zoals een goed functionerende arbeidsmarkt en een goede digitale en fysieke infrastructuur.

Hierbij heeft het stimuleren van het mkb in de transitie naar een duurzame en digitale economie extra de aandacht, zoals is uiteengezet in het MKB-Actieplan. Om het verdienvermogen van Nederland te herstellen en te vesterken, is internationalisering van het bedrijfsleven, met name het mkb, essentieel.

Ondernemers staan aan de basis van nieuwe producten en diensten die bijdragen aan vernieuwing en verduurzaming. Het is daarom van belang dat zij de ruimte krijgen om te groeien. Daarom zet EZK erop in om innovatie te stimuleren, digitalisering op te schalen en economische veiligheid en concurrerende markten te waarborgen. Daarbij is Europese samenwerking van belang. Zo bouwen we onze internationale toppositie verder uit.

Versterking van de samenwerking met (regionale) partijen is cruciaal om samen uit de crisis te kunnen komen. Dit krijgt bijvoorbeeld vorm via de Samenwerkingsagenda Rijk-Regio, de Regiodeals en de MKB-deals. Tegelijkertijd brengt de coronacrisis veel onzekerheid me zich mee. Juist in deze tijd is een voorspelbare, betrouwbare overheid van belang voor een aantrekkelijk ondernemersklimaat dat nodig is voor ondernemers om investeringen te doen en bij te dragen aan ons economisch herstel. Ook blijft EZK zich inzetten voor een goed werkende mkb-financieringsmarkt en voldoende geschikt menselijk kapitaal via de human capital agenda ICT.

Innovatie

Innovatie staat voor vooruitgang en is de sleutel tot herstel. Innovatie creëert namelijk nieuwe oplossingen, die een uitkomst kunnen bieden voor maatschappelijke uitdagingen. Bovendien kan innovatie leiden tot een grotere arbeidsproductiviteit en als gevolg tot een groter verdienvermogen op de lange termijn. Hierbij vormt ondernemerschap een belangrijke rol om te zorgen dat uitvindingen leiden tot innovaties die daadwerkelijk worden vermarkt. EZK stimuleert innovatie langs drie wegen: generiek innovatiebeleid, specifiek beleid en Europese samenwerking.

Generiek innovatiebeleid is volgens de recente beleidsdoorlichting succesvol en versterkt het Nederlandse vestigings- en ondernemers-klimaat.5 Uit de doorlichting blijkt dat de instrumenten die zich direct richten op het stimuleren van innovatie (zoals innovatiekrediet en WBSO),6 en ook de kapitaalmarktinstrumenten (waaronder SEED, Micro-financiering, Groeifaciliteit, BMKB) doeltreffend zijn en leiden tot meer innovatie. Dat geldt ook voor het beleid gericht op publiek-private onderzoekssamenwerking (PPS, zoals TKI’s).7

Daarnaast wordt innovatie bevorderd met specifiek beleid, zoals het Missiegedreven Topsectoren en Innovatiebeleid. Het doel van dit beleid is het koppelen van maatschappelijke missies aan verdienvermogen.8 Om na de coronacrisis snel te kunnen herstellen en op belangrijke gebieden een wereldspeler te blijven of te worden, zet EZK door op de weg van de gekozen maatschappelijke thema’s. Door de coronacrisis kan innovatie echter onder druk komen te staan, doordat bedrijven noodgedwongen bezuinigen en daarmee hun R&D-uitgaven verlagen. Om innovatiever en productiever te worden, zijn de investeringen in publiek-private samenwerking (nationaal en Europees) op sleuteltechnologieën van belang, zoals op het gebied van Artificiële Intelligentie (AI) en kwantumtechnologie.9

Ook is Europese samenwerking op gebied van innovatie nodig om onze ambities te kunnen realiseren. Nederland is te klein om op alle gebieden een wereldspeler te zijn. Het is daarom belangrijk dat Nederland in gezamenlijke innovatietrajecten investeert.10 Dit waarborgt dat we een belangrijke kunnen rol spelen en optimaal profiteren van en bijdragen aan het herstel van de Europese economie.

Start- en scale-up beleid

Het kabinet heeft de ambitie dat Nederland zich ontwikkelt tot één van de sterkste startup-ecosystemen van de wereld.11 Start- en scale-ups spelen ook een belangrijke rol voor economisch herstel. Zij zorgen voor de inkomsten en banen van morgen én dragen met hun innovatieve producten en diensten bij aan het oplossen van wereldwijde uitdagingen. In Nederland zijn snelle groeiers nog vaak afhankelijk van buitenlandse investeerders, zoals bij Smart Photonics.12 Als gevolg van de toenemende onzekerheid door uitbraak van het coronavirus trekken investeerders zich momenteel terug. Hierdoor nemen financieringsmogelijkheden voor start- en scale-ups verder af. Daarom ondersteunt het kabinet niet-bancaire financiers om beschikbaarheid van financiering uit Nederland voor start en scale-ups te vergroten. Ook wordt door de oprichting van een nationale-scale up faciliteit doorgroeimogelijkheden gestimuleerd door investeringen in het eigen vermogen.13

Daarnaast zet het kabinet in samenwerking met de provincies in op versterking van het fondsvermogen van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's).14 Hierdoor kunnen ROM's het eigen vermogen van start-ups en mkb-bedrijven versterken, door bijvoorbeeld het converteren van corona-overbruggingsleningen in eigen vermogen.

Digitalisering

Als gevolg van de coronacrisis werd op grootschalige wijze omgeschakeld naar digitale alternatieven om de economie en de samenleving zoveel mogelijk doorgang te laten vinden, zelfs op de momenten waarop werd opgeroepen om zoveel mogelijk thuis te blijven.

In de tweede update van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, die op 25 juni 2020 aan de Kamer is verzonden,15 heeft EZK in samenwerking met het Ministerie van Binnenlandse Zaken Koninkrijksrelaties (BZK) en het Ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) uiteengezet hoe digitalisering maximaal kan bijdragen aan economische groei, innovatie en de aanpak van maatschappelijke uitdagingen, inclusief economisch herstel. Voor EZK ligt de focus de komende periode op opschaling, datadeling, artificiële intelligentie, digitale connectiviteit en cyberweerbaarheid. De versnelling van de digitalisering van het mkb heeft specifiek de aandacht. De scope van de digitaliseringsstrategie wordt bovendien vergroot met een verkenning naar de bijdrage van digitalisering aan het thema duurzaamheid.

De urgentie van versnelde transformatie en digitalisering van de industrie is groter door de coronacrisis. Om ketens wendbaarder en weerbaarder te maken, wordt het EZK-beleid gericht op smart industry voortgezet en geïntensiveerd. EZK blijft in 2021 de Smart Industry Implementatieagenda 2018-2021 ondersteunen, die is opgesteld om digitalisering van de industrie te versnellen, met steun aan 43 fieldlabs waar bedrijven en kennisinstellingen experimenteren met de nieuwste technologieën om te komen tot innovatieve oplossingen.

EZK heeft de ambitie om Nederland een voorhoedepositie te bezorgen op het gebied van AI die waarde toevoegt voor mens, maatschappij en economie.16 Mede in reactie op de coronacrisis neemt het aantal AI-toepassingen toe in allerlei domeinen en sectoren. In 2021 wordt daarom met de Nederlandse AI-coalitie verder gebouwd aan uitbreiding en versterking van het Nederlandse AI-ecosysteem. Die krijgt een startimpuls van € 23,5 mln van het kabinet, voor onderzoek naar en het ontwikkelen van toepassingen.17 Door de sterke toename van digitale activiteiten is het van belang om de ontwikkeling van de Nederlandse infrastructuur voor vaste en mobiele communicatie op peil te houden. Daarom zet EZK in 2021 in op frequentieverdelingen voor mobiele communicatie18 en een 5G-innovatienetwerk.

Een samenleving die zich steeds meer online afspeelt, heeft behoefte aan versterkte cyberweerbaarheid. De taken van het Digital Trust Center worden daartoe uitgebreid, onder meer met een wettelijke basis voor het verwerken en delen van vertrouwelijke informatie over digitale bedreigingen voor ondernemend Nederland. Verder programmeert EZK voorlichtingscampagnes over cyberhygiëne en zet het zich in voor Europese normen voor internet of things-apparaten.

Om ook privacy online en grip op persoonsgegevens te waarborgen, spant het kabinet zich in voor de totstandkoming en implementatie van een ambitieuze Europese e-privacy verordening. 

Strategisch industriebeleid en economische veiligheid

De geopolitieke ontwikkelingen hebben gevolgen voor mondiale waardeketens. De Nederlandse industrie is sterk internationaal verweven en levert een grote bijdrage aan onze welvaart. De coronacrisis heeft aangetoond dat de buitenlandse leveringsketens waar de Nederlandse maatschappij op vertrouwt soms kwetsbaar zijn. Om deze kwetsbaarheden te verminderen zal EZK in 2021 verder investeren in de strategische relaties met de Europese Commissie, lidstaten en stakeholders. Een voorbeeld hiervan is de inzet op een samenwerking met de Europese Commissie om te verkennen hoe Nederlandse bedrijvigheid ook in de toekomst robuust kan worden verankerd in de mondiale waardeketens. De Nederlandse uitgangspositie blijft hierin om onze economie open en toegankelijk te houden, en tegelijk de concurrentiekracht op lange termijn te behouden door oog te hebben voor onze strategische economische belangen. Dit bereikt EZK door in te blijven zetten op een sterk mededingingsrechtelijk- en staatsteunkader, een goed investeringsklimaat, een sterke Europese interne markt en het missiegedreven innovatiebeleid. EZK zal hierop inzetten bij de uitwerking van de EU-industriestrategie.

Daarnaast zal EZK in 2021 intensief samenwerken met andere ministeries om kwetsbaarheid door internationale afhankelijkheden te verkleinen en tegelijkertijd nationale veiligheid te waarborgen. In samenwerking met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport werkt EZK aan verdere versterking van de productieketen in de farmaceutische sector en het innovatie-ecosysteem rondom de topsector ‘Life Sciences and Health’. Verder zet EZK samen met het Ministerie van Defensie in 2021, in lijn met de Defensie Industrie Strategie, in op het versterken en internationaal positioneren van een hoogwaardige en concurrerende defensie- en veiligheidgerelateerde industrie in Nederland. Voor het versterken van Europese defensiecapaciteiten werken EZK en Defensie intensief samen om Nederlandse kennisinstellingen en bedrijven te kunnen laten participeren in Europese onderzoek- en ontwikkelingsprojecten die vanaf 2021 worden ondersteund via het nieuwe Europees Defensie Fonds (EDF) onder het nieuwe MFK (2021-2027).

Ook veiligheid en economie raken steeds meer verweven. De combinatie van snelle en diepe technologische ontwikkelingen en een veranderende geopolitieke omgeving kunnen leiden tot risico’s die mogelijk gevolgen hebben voor de economie en de nationale veiligheid, door bijvoorbeeld cyberspionage, sabotage en door kwetsbaarheden als gevolg van ongewenste overnames en investeringen. Om dit tegen te gaan, beschikt Nederland op dit moment al over sectorale investeringstoetsen voor de gas- en elektriciteitssector. Daarnaast werkt EZK aan aanvullende sectorale toetsen voor onder andere investeringen in de telecom- en IT-sector19 en, samen met Defensie, voor toeleveranciers voor het vitale proces Inzet Defensie. Tegelijkertijd werkt het kabinet aan een breed stelsel van investeringstoetsen om risico’s voor de nationale veiligheid te minimaliseren.20 De wetsvoorstellen voor deze investeringstoetsen worden naar verwachting in 2021 aan de Tweede Kamer aangeboden.

Daarnaast treedt in oktober 2020 de Europese FDI-screeningsverordening (Foreign Direct Investment) in werking.21 De verordening schrijft voor dat lidstaten via een zogeheten contactpunt onderling en met de Europese Commissie vertrouwelijke informatie kunnen uitwisselen en over investeringen uit derde landen, waar mogelijke risico’s voor de nationale veiligheid aan verbonden zijn. Het Nederlandse contactpunt zal in lijn met de Verordening tegelijkertijd in werking treden.

Mededingings- en consumentenbeleid

Het is voor het optimaal functioneren van de economie van belang dat bedrijven concurreren om consumenten zoveel mogelijk waar voor hun geld te bieden, en dat consumenten worden beschermd.

Als gevolg van digitalisering is de platformeconomie in opkomst waarbij data en technologie van groot belang zijn. Dit leidt tot hiaten in de rechtsbescherming van consumenten. EZK maakt zich daarom in EU-verband sterk voor het borgen van concurrentie in markten waarop online platforms actief zijn. Sommige platforms hebben hierbij een poortwachtersfunctie, namelijk wanneer het gebruik maken van dit platform noodzakelijk is voor bedrijven en klanten om elkaar te vinden. EZK pleit voor de mogelijkheid dat een Europese toezichthouder platforms met dergelijke poortwachtersfunctie verplichtingen op kan leggen.22 In 2021 zet EZK zich er in het bijzonder voor in dat platforms verantwoordelijk worden gesteld voor het naleven van de rechten van consumenten die via platforms aankopen doen. Zo kunnen consumenten zowel in de winkel als online blijven vertrouwen op veilige producten en goede bescherming, en blijft het speelveld voor producenten en retailers gelijk.

Als gevolg van de coronacrisis hebben overheden in Nederland en in het buitenland maatregelen genomen om het bedrijfsleven te ondersteunen.23 Uiteindelijk zal het bedrijfsleven weer op eigen benen moeten staan. Concurrentiekracht – met name in Europees verband – is een belangrijke pijler in dit economisch herstel. Goede, toekomstgerichte mededingingskaders spelen daarin een belangrijke rol. Dit is ook toegelicht in de kabinetspositie Europese Concurrentiekracht24 en de Kamerbrief over het realiseren van een gelijk speelveld op de Europese Interne Markt voor alle ondernemingen.25 De Europese Commissie heeft voor 2021 evaluaties van de Europese Mededingingsregels aangekondigd.26 De inzet van EZK daarbij zal – aansluitend bij de kabinetspositie – gericht zijn op het actualiseren van het mededingingsinstrumentarium, zodanig dat een gelijk speelveld waarin bedrijven eerlijk kunnen concurreren blijvend kan worden gewaarborgd. Daarbij heeft EZK ook aandacht voor ontwikkelingen op het terrein van bijvoorbeeld digitalisering en duurzaamheid.

Aanbestedingen door overheden, die in Nederland circa € 73 mld per jaar bedragen, kunnen instrumenten vormen om de economie op een duurzame manier aan te jagen. Om dit verder aan te moedigen zal EZK in 2021 bestaande initiatieven om samenwerking tussen partijen in de aanbestedingspraktijk te verbeteren, zoals het vervolg op het programma «Beter Aanbesteden», hierop richten.27

Europese samenwerking

De uitdagingen waar Nederland voor staat, vragen steeds vaker om oplossingen op een schaal waarbij in elk geval Europees moet worden gedacht. Dat geldt ook voor de coronacrisis. Op Europees niveau worden in aanvulling op de nationale inspanningen onder andere via het EU Meerjarig Financieel Kader 2021-2027, het EU Herstelplan en het Europees Semester stappen gezet om het economisch herstel na de coronacrisis aan te jagen en te ondersteunen. Daarbij is het van belang om Europees beleid en Europese investeringen te richten op versterking van de Europese concurrentiekracht en het toekomstige verdienvermogen, zoals de groene en digitale transities, onderzoek en innovatie. EZK zal in 2021 inzetten op een actieve beïnvloeding van de Europese agenda op deze gebieden. Dit ook in de reactie op de in Europa weerklinkende roep om van strategische autonomie, waarbij het te doen is om het aan de orde stellen van eenzijdige ongewenste afhankelijkheden voor vitale processen (zoals van één land of één productielocatie) zonder overreactie vanuit protectionistische overwegingen.

Er wordt nog bezien hoe de middelen uit het Europese Recovery and Resilience Facility het beste kunnen worden ingezet om het economisch herstel te bevorderen en de weerbaarheid van onze economie te vergroten. Uiterlijk in het voorjaar van 2021 zal het kabinet een plan indienen bij de Europese Commissie. Daarnaast heeft EZK een plan opgesteld waarbij het kabinet cofinanciering levert, zodat bedrijven, universiteiten en andere deelnemers met Europese programma’s sneller uit de coronacrisis accelereren: innovatiever, duurzamer en digitaler. 

De Europese Commissie heeft op 11 december 2019 de European Green Deal gepresenteerd. EZK zal zich inzetten om samen met de kopgroep van andere lidstaten te werken aan een strategie voor een kosteneffectieve en maatschappelijk haalbare ophoging van het 2030-doel naar 55% en om in een mondiale context samen te werken om het momentum naar de klimaatconferentie in Glasgow (COP26) te behouden.28

Uiteraard blijft EZK zich inzetten om de schade van Brexit voor de Nederlandse reële economie zoveel mogelijk te beperken. De ambitie van de EU en Nederland om op 1 januari 2021 een nieuw partnerschap met het Verenigd Koninkrijk in werking te laten treden, met daarin het voor Nederland uiterst belangrijke pakket aan afspraken over de economische relatie met het Verenigd Koninkrijk. In 2021 zal EZK in nauwe samenwerking met andere betrokken departementen, VNO-NCW en brancheverenigingen het Nederlandse bedrijfsleven voorlichten over de nieuwe economische relatie met het Verenigd Koninkrijk en de nieuwe situatie na het aflopen van de huidige overgangsperiode. Het Brexit-loket blijft hierin een centrale rol spelen.

Duurzaam Nederland

EZK kiest voor een realistische en ambitieuze groeistrategie om de transitie op het gebied van een duurzame en klimaatneutrale economie te bewerkstelligen. De coronacrisis heeft een grote impact op de investeringen in energie.29 Door de dalende prijzen van fossiele brandstoffen, verslechtert de business case voor de investeringen in duurzame energie, waardoor onderinvesteringen dreigen. Samen met andere departementen zet EZK zich ervoor in om te komen tot 49% broeikas-gasreductie in 2030 en in Europees verband op een reductie van 55% aan te sturen, zoals vastgelegd in het Klimaatakkoord.30

Verduurzaming van de industrie

Een belangrijk onderdeel van het Klimaatakkoord is de verduurzaming van de industrie. De energie-intensieve industrie staat voor een grote transitieopgave naar een CO2-neutrale en circulaire industrie. EZK heeft in 2020 zijn visie gepubliceerd op verduurzaming van de basisindustrie voor 2050.31 Een zorgvuldige transitie naar en opbouw van een nieuwe groene basisindustrie kan bereikt worden door een inzet op duurzame energiedragers, opslag en hergebruik van CO2, vergaande elektrificatie, chemische recycling, procesefficiëntie en maximale warmtebenutting. Verduurzaming is een economische kans, een kans voor ondernemerschap. Nederland is hiervoor uitstekend uitgerust op gebied van ligging, kennis en infrastructuur. Dit stelt Nederland in staat om concurrentievoordeel te behalen, sociale kosten te vermijden en de bijdrage aan het behalen van Sustainable Development Goals te vergroten.

Waterstof kan een sleutelrol vervullen in de transitieopgave. Nederland heeft een unieke uitgangspositie voor grootschalige productie en toepassing van duurzame waterstof. Om dit potentieel te benutten, heeft EZK een ambitieus waterstofprogramma32 aangekondigd met een gefaseerde aanpak gericht op kostenreductie en innovatie. Dit programma is aangekondigd in het Klimaatakkoord en zal na een voorbereidende fase tot en met 2021 starten. Ook is waterstof op Europees niveau als strategische waardeketen aangewezen op basis van de bijdrage aan het concurrentievermogen, klimaatambities en strategische autonomie én nadrukkelijk aanwezig in Europese herstelplannen voor de coronacrisis. Daarom zal het kabinet innovaties en grootschalige pilot- en demoprojecten ondersteunen, beleid op het terrein van veiligheid, regelgeving en certificeren voorbereiden en hiermee de basis leggen voor de realisatie van de waterstofambities.33

Een andere belangrijke pijler die binnen de verduurzaming van de industrie bijdraagt aan de CO2-reductie is de toepassing van afvang en opslag van CO2 (CCS). CCS kan als opmaat voor hergebruik van CO2 (CCU) dienen. EZK zet in 2021 in op verdere realisatie van CCS-projecten middels een programmatische aanpak gericht op onderzoek en innovatie, internationale samenwerking, kennisuitwisseling en het aanpassen van wet- en regelgeving waar dat nodig is.

Daarnaast zet EZK in op stimuleren en beprijzen om de ambitieuze klimaatambities te behalen, en tegelijktijdig te waarborgen dat Nederland aantrekkelijk blijft als vestigingsland voor de energie-intensieve industrie. Dit gebeurt bijvoorbeeld via de introductie van een CO2-heffing en het verbreden van huidige stimuleringsregelingen. Zo wordt de huidige SDE+ verbreed naar SDE++,34 waarmee naast hernieuwbare energieproductie ook industriële CO2-reducerende technieken worden gestimuleerd. Ook zijn de innovatieregelingen voor de industrie aangepast, waaronder de TSE industrie en de GoChem regeling voor het mkb in de chemie. Beide regelingen bieden subsidie voor kleinere toegepaste onderzoeksprojecten voor met name het mkb.

Een tijdige ontwikkeling en beschikbaarheid van de benodigde infrastructuur voor energie en grondstoffen (o.a. CO2, restwarmte, elektriciteit en waterstof) is een cruciale randvoorwaarde voor de transitie en het realiseren van de klimaatopgave. Dit onderwerp zal extra inzet vanuit de Rijksoverheid vergen, met een sterkere publieke rol. De Taskforce Infrastructuur Klimaatakkoord Industrie (TIKI) heeft op 13 mei 2020 haar rapport aangeboden aan de Minister van EZK. Na de zomer volgt de kabinetsreactie.

Gaswinning Groningen

De gaswinning in Groningen heeft tot schade geleid aan woningen en gebouwen en heeft daarbij een grote maatschappelijke impact veroorzaakt. De veiligheid van de bewoners van Groningen staat daarbij op de eerste plaats. Voor de wettelijke kaders en normen van deze veiligheid zal het door de Minister van EZK ingestelde Adviescollege Veiligheid Groningen ook in 2021 gevraagd en ongevraagd advies geven.

Om verdere aardbevingen zoveel mogelijk te voorkomen, heeft het kabinet besloten de gaswinning uit het Groningenveld zo snel mogelijk volledig te beëindigen, met inachtneming van de leveringszekerheid.35 Vanaf medio 2022 is het Groningenveld naar verwachting alleen nodig als reservemiddel voor koude momenten en verstoringen in het gassysteem. Teneinde dit doel te bereiken, wordt actief gestuurd op het terugdringen van de vraag naar laagcalorisch Groningengas en het vergroten van het aanbod van pseudo-Groningengas (hoogcalorisch gas gemengd met stikstof).36 Zo wordt er extra stikstof ingekocht en wordt er gebouwd aan een stikstofinstallatie in Zuidbroek. Ook is met Shell en ExxonMobil een principe-akkoord bereikt om de gasopslag Norg structureel in te zetten om de gaswinning uit Groningen te kunnen minimaliseren. De financiële tegemoetkoming voor de gewijzigde inzet van Norg zal worden voorgelegd aan een arbitragepanel dat de kosten zal bepalen.37 Daarnaast brengt EZK de vraag naar laagcalorisch gas terug door de export naar Duitsland, België en Frankrijk af te bouwen en grootverbruikers van laagcalorisch gas te verplichten om hiervan af te schakelen.

EZK en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werken intensief samen om bewonders te helpen met schadeclaims en versterkingen. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen is verantwoordelijk voor het afhandelen van de schadeclaims door onafhankelijk te besluiten over aanvragen tot vergoeding van schade. De uitvoering van de versterkingsoperatie is belegd bij de Nationaal Coördinator Groningen, die onderdeel is van BZK.

Energiewet

De energietransitie vraagt om aanpassingen in wet- en regelgeving. EZK wil daarom in 2021 het wetsvoorstel voor de Energiewet indienen bij de Tweede Kamer.38 In dit wetsvoorstel worden afspraken uit het Klimaatakkoord, met name van de elektriciteitstafel, in wetgeving omgezet en worden de aangekondigde maatregelen in de Kamerbrief over de Energiewet uitgevoerd.39 De Energiewet kent zes pijlers: een versterkt kader voor toekomstige systeemintegratie; het benutten van energiedata; het efficiënter aansluiten, transporteren en distribueren van hernieuwbare elektriciteit; het creëren van meer ruimte voor nieuwe marktinitiatieven; het borgen en versterken van de positie van de eindafnemer; en de versterking van toezicht en stroomlijning van de wetgeving.

Tot slot

De coronapandemie zet de Nederlandse economie en ondernemers voor grote uitdagingen. Daarom zet EZK in op de veerkracht van Nederland en laat EZK zien dat dit hand in hand kan gaan met verduurzaming en vernieuwing om onze sterke concurrentiepositie te behouden en ontwikkelen. Daar hebben we iedereen voor nodig: burgers, werknemers, ondernemers, maatschappelijke organisaties, de verschillende ministeries, de regio, de EU en andere landen.

Overzicht coronamaatregelen

De afgelopen maanden zijn voor een belangrijk deel getekend door de coronacrisis. Het kabinet heeft diverse (nood)maatregelen genomen om de crisis het hoofd te bieden. Deze paragraaf geeft een overzicht van de maatregelen die op de begroting van [naam begroting invullen] zijn genomen. Een uitgebreid overzicht is te vinden op https://www.rijksfinancien.nl/corona-visual

Tabel 2 Coronamaatregelen op de EZK-begroting (bedragenx € 1 mln) 1

Maatregel

Bedrag 2020

Bedrag 2021

Bedrag 2022

Bedrag 2023

Bedrag 2024

Bedrag 2025

Relevante Kamerstukken

Noodloket (TOGS)

870

     

Kamerstuk 35 420, nr. 2 en Kamerstuk 35 420, nr. 16

Tegemoetkoming vaste lasten (TVL)

1.347

1.363

    

Kamerstuk 35 420, nr. 38, Kamerstuk 35 420, nr. 42 en Kamerstuk 35 420, nr. 81, Kamerbrief Steun- en herstelpakket

BMKB

203

     

Kamerstuk 35 420, nr. 1 en Kamerstuk 35 420, nr. 16

Garantie ondernemingsfinanciering (GO)

175

250

200

200

100

100

Kamerstuk 35 420, nr. 2 en Kamerstuk 35 420, nr. 16

Corona Overbruggingslening (COL)

300

     

Kamerstuk 35 420, nr. 16, Kamerstuk 35 420, nr. 38 en Kamerstuk 35 420, nr. 42

Garantieregeling Klein Krediet Corona (KKC)

164

     

Kamerstuk 35 420, nr. 31

Qredits

31

     

Kamerstuk 35 420, nr. 2 en Kamerstuk 35 420, nr. 16, Kamerbrief Steun- en herstelpakket

Bedrijfssteun

0

160

    

Kamerstuk 35 420, nr. 72, Kamerbrief Steun- en herstelpakket

Verlaging netbeheertarief Caribisch Nederland

5

8

    

Kamerstuk 35 420, nr. 25, Kamerbrief Steun- en herstelpakket

Telecom Caribisch Nederland

2

3

    

Kamerstuk 35 420, nr. 25, Kamerbrief Steun- en herstelpakket

Versterken fondsvermogen Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

75

75

    

Kamerbrief Steun- en herstelpakket

Omscholing naar tekortsectoren

 

38

    

Kamerbrief Steun- en herstelpakket

Bijdrage RVO.nl

41

19

    

Kamerstuk 35 420, nr. 2 en Kamerstuk 35 420, nr. 38, Kamerbrief Steun- en herstelpakket

Totaal

3.212

1.916

200

200

100

100

 
X Noot
1

De aanvullende middelen voor EU-cofinanciering zijn niet in deze tabel opgenomen want deze zijn maar ten dele corona-gerelateerd. Zij bewerkstelligen een economische impuls die bovendien -door de aanspraak op Europese middelen hierdoor- een grote hefboomwerking kennen.

Toelichting op coronamaatregelen

Noodloket (TOGS)

De Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren (TOGS, voorheen noodloket genoemd) is een belastingvrije gift van € 4.000 voor ondernemers die een dominant effect zien op hun bedrijfsvoering door het wegblijven van de consument als gevolg van de kabinetsmaatregelen in verband met COVID-19.

Tegemoetkoming Vaste Lasten mkb (TVL)

De TVL biedt bedrijven in sectoren die hard geraakt zijn door de overheidsmaatregelen ter bestrijding van het coronavirus een tegemoetkoming voor de vaste lasten. De TVL wordt vanaf 1 oktober 2020 met negen maanden verlengd, waarbij het maximale subsidiebedrag wordt verhoogd naar € 90.000 per drie maanden. Voor de periode tot en met 31 december wordt de TVL verlengd onder de huidige voorwaarden, dat wil zeggen dat bedrijven met een omzetverlies van meer dan 30% in aanmerking komen. Vanaf 1 januari worden de voorwaarden voor de TVL aangescherpt door deze omzetdervingsgrens te verhogen naar 40%. Voor de periode 1 april tot en met 30 juni wordt de grens op 45% gesteld. De overige voorwaarden voor de TVL blijven ongewijzigd: zo blijft het percentage van de vaste kosten dat de TVL vergoedt 50%.

BMKB

Het kabinet heeft een tijdelijke faciliteit onder de BMKB opengesteld voor door de Coronacrisis getroffen mkb-bedrijven om liquiditeitsproblemen op te vangen. Hierbij staat de overheid voor per saldo 67,5% borg op krediet aan in de kern gezonde mkb-bedrijven. Op basis van de verwachte benutting is het garantiebudget van de BMKB verhoogd van € 765 mln naar € 1,5 mld. In totaal is € 203 mln kasbudget beschikbaar gesteld voor het opvangen van eventuele verliesdeclaraties.

Garantie ondernemingsfinanciering (GO)

Het garantiebudget van de GO is met € 1,1 mld verhoogd tot € 1,5 mld. Daarnaast is het maximale krediet dat per onderneming onder de GO kan worden gegarandeerd verhoogd van € 50 mln naar € 150 mln. Als gevolg van deze verruiming wordt circa € 75 mln aan extra uitgaven verwacht. Aanvullend heeft het kabinet tijdelijk een corona-module voor garantie op bankleningen aan de GO toegevoegd (GO-C), met 80% garantie voor grootbedrijf en 90% voor mkb-ondernemingen. Het totale garantieplafond voor de GO (incl. de GO-C) is tevens verhoogd naar € 10 mld. Daarnaast is voor de GO-C verspreid over de jaren 2020-2026 een kasbuffer van € 1 mld aangelegd voor het opvangen van verliesdeclaraties.

Corona Overbruggingslening (COL)

Het kabinet heeft de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) een lening van € 300 mln verstrekt voor de uitvoering van de Corona overbruggingsleningen. De ROM’s verstrekken tot en met 30 september 2020 overbruggingskredieten tussen de € 50.000 en € 2 mln. Ondernemers die gefinancierd zijn met (extern) eigen vermogen (startups en scale-ups) en intern eigen vermogen die geen bankrelatie hebben (familiebedrijven en maakindustrie) kunnen een COL-aanvraag doen.

Garantieregeling Klein Krediet Corona (KKC)

Om getroffen ondernemers te helpen die geen kredietrelatie hebben met een bank of maar een kleine kredietbehoefte hebben, is de garantieregeling KKC gestart voor kredieten tot € 50.000, met een looptijd van 5 jaar, 95% garantie en een premie van 2%. De inschatting is dat met deze faciliteit € 750 mln aan krediet wordt verstrekt. Daarom is een garantiebudget van € 713 mln ter beschikking gesteld. Ter afdekking van eventuele verliezen is een kasbuffer van € 164 mln aangelegd.

Qredits

Qredits verstrekt kredieten tot € 250.000 aan kleine bedrijven die niet bij een bank terecht kunnen. Het kabinet heeft Qredits een subsidie van € 6 mln verleend om bestaande klanten waarvoor dit noodzakelijk is ten hoogste twaalf maanden uitstel van aflossing met rentekorting aan te bieden. Tevens heeft Qredits een subsidie in de vorm van een achtergestelde lening van € 25 mln ontvangen om overbruggingskredieten tot € 25.000 te verstrekken. De looptijd van het overbruggingskrediet is 48 maanden, vervroegd boetevrij aflossen is mogelijk en de rente op het overbruggingskrediet is het eerste jaar verlaagd naar 2%.

Bedrijfssteun

Het kabinet verstrekt een lening van € 150 mln aan de Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR). Met de lening kan SGR consumenten schadeloos blijven stellen na faillissement van aangesloten reisorganisaties en blijft het vouchersysteem voor pakketreizen in stand. Voor 2021 is € 150 mln aan kasuitgaven geraamd. Naast SGR is in 2021 voor leningen aan kleine garantiefondsen/regelingen in de reisbranche € 10 mln beschikbaar op de EZK-begroting.

Verlaging netbeheer Caribisch Nederland

Als specifieke maatregel voor de bewoners van de eilanden Bonaire, Saba en Sint-Eustatius is aan de energiebedrijven van deze eilanden subsidie verstrekt, zodat de netbeheertarieven in 2020 en 2021 op € 0 gesteld konden worden en de bewoners dus minder geld kwijt zijn aan hun energierekening.

Telecom Caribisch Nederland

Het kabinet verleent inwoners van de BES-eilanden (Caribisch Nederland) een vergoeding van 25 US dollar per vaste internetaansluiting per maand aan, ter vermindering van de armoedeproblematiek en facilitering van thuiswerken en thuisonderwijs. Het is een tijdelijke maatregel voor circa 9.800 aansluitingen voor de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 december 2021. Het budget voor de maatregel bedraagt € 1,8 mln in 2021 en € 3 mln in 2021.

Versterken fondsvermogen Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

Het kabinet stelt € 150 mln beschikbaar om het fondsvermogen van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) te versterken. Met de Corona-Overbruggingslening heeft het kabinet via de ROM’s straks circa 800 mkb-ondernemingen met overbruggingskredieten geholpen. Door het fondsvermogen van ROM’s te versterken, kunnen de ROM’s in nieuwe financieringsrondes ook het eigen vermogen van deze veelal innovatieve mkb-ondernemingen versterken. Daarmee wordt de solvabiliteitspositie van deze bedrijven verstevigd. Voorwaarde is wel dat de regio’s zelf cofinanciering verschaffen.

Omscholing naar tekortsectoren

In 2021 wordt € 37,5 mln. beschikbaar gesteld voor intersectorale scholing naar tekortberoepen in het mkb. Hiermee kunnen 10.000 trajecten met een gemiddeld subsidiebedrag van € 3.750,- per stuk worden gesubsidieerd, zijnde 50% van de verwachte gemiddelde kosten van een omscholingstraject van € 7.500,- per individu. De werkgever draagt zelf zorg voor de overige 50% (d.w.z. uit eigen middelen, sectorale opleidings- en ontwikkelingsfondsen of andere samenwerkingsverbanden).

Bijdrage RVO.nl

Betreft de uitvoeringskosten van RVO.nl voor de uitvoering van de coronamaatregelen.

Het kabinet monitort voortdurend hoe het pakket van generieke crisismaatregelen voor diverse economische actoren uitwerkt en of het pakket nog adequaat is. Als de schade van onder meer de garanties onverhoopt meer is dan uit de huidige ramingen blijkt, zal dit generaal worden gecompenseerd. Bij onderuitputting na definitieve beëindiging van de crisismaatregelen vloeien de middelen terug naar het algemene beeld.

Belangrijkste beleidsmatige mutaties

Overzicht intensiveringen Rutte III

In het Regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ zijn verschillende budgettaire intensiveringsenveloppes opgenomen. De volgende tabel geeft weer welke intensiveringsmiddelen uit het Regeerakkoord zijn overgeheveld naar de EZK-begroting.

Tabel 3 Overzicht intensiveringen Rutte III (bedragen x € 1 mln)
   

Toegevoegd aan begroting EZK (x € 1 mln)

 

Envelop

 

Status1

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

B8

Cybersecurity

b

 

5,0

7,0

9,0

9,0

9,0

9,0

9,0

E23

Klimaat

b

117,0

122,8

97,5

95,0

125,0

140,0

140,00

140,0

E24

Intensivering SDE+ uitgaven

b

  

103,0

368,0

290,0

288,0

576,0

576,0

G37

Toegepast onderzoek

b

75,0

112,0

150,0

150,0

150,0

150,0

150,0

150,0

L105

Regionale knelpunten

b

132,0

 

25,0

     

L107

Ombouw laag- naar hoogcalorisch

a

  

0,3

10,0

64,7

   

L108

Gas/regiofonds Groningen2

b

 

44,4

      
 

Totaal

 

324,0

284,2

382,8

632,0

638,7

587,0

875,0

875,0

X Noot
1

Verklaring code status: a = nog niets toegevoegd aan EZK-begroting; middelen staan nog op Aanvullende Post; b = aandeel EZK volledig toegevoegd aan begroting; geen middelen meer op Aanvullende Post.

X Noot
2

De middelen op de Aanvullende Post voor het gasfonds zijn een deel van de voeding van het Nationaal Programma Groningen. De verantwoordelijkheid hiervoor is in 2019 overgegaan naar de Minister van BZK. De besteding van deze middelen wordt vanaf 2020 verantwoord op de begroting en het jaarverslag van het Ministerie van BZK.

Totaaloverzicht belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar

Aansluitend een beknopte toelichting op de voornaamste mutaties ten opzichte van de stand Ontwerpbegroting 2020 (incl. Nota’s van Wijziging).

Tabel 4 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

Art.

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand begroting 2020 (inclusief NvW)

 

5.694.923

5.637.197

5.535.985

6.075.231

6.150.327

0

Belangrijkste mutaties

       

Coronamaatregelen

1 t/m 4

3.212.444

1.915.700

200.000

200.000

100.000

 

Cofinanciering Europese Programma's

1,2 en 4

 

38.000

89.000

65.000

46.000

 

Maatregelen Urgenda industrie

2

5.500

49.500

0

0

0

0

Kasschuif PPS-toeslag

2

‒ 50.000

 

15.000

24.000

11.000

 

Bedrijfssteun Royal IHC

2

40.000

     

Eindejaarsmarge Toekomstfonds

3

138.778

0

0

0

0

0

Kasschuiven toekomstfonds

3

‒ 84.849

21.897

29.211

22.041

7.830

 

Caribisch Nederland

4

14.500

     

Kasschuif ISDE

4

‒ 60.000

30.000

30.000

   

ETS-compensatie

4

 

179.000

    

Bijdrage EZK aan generale beeld

4

 

‒ 680.000

    

Eindejaarsmarge Groningen

5

25.378

     

Schadevergoedingen

5

200.000

150.000

    

Uitvoeringskosten schade, waardedaling en immateriële schade

5

57.000

55.000

    

Waardedaling en immateriële schade Groningen

5

303.000

345.000

    

Loon- en prijsbijstelling

1 t/m 40

53.626

51.936

47.789

47.579

47.368

 
        

Overige mutaties

 

118.682

43.526

36.910

13.478

1.594

0

Stand ontwerpbegroting 2021

 

9.668.982

7.836.756

5.983.895

6.447.329

6.364.119

6.144.636

Toelichting

Coronamaatregelen

Bij het onderdeel beleidsprioriteiten is een overzicht van de coronagerelateerde uitgaven van het Ministerie van EZK opgenomen. Deze uitgaven zijn in verschillende incidentele suppletoire begrotingen aan de EZK-begroting toegevoegd en verantwoord op de beleidsartikelen 1,2,3 en 4. Het betreft zowel subsidie-uitgaven als leningen en verwachte uitgaven op te verstrekken garanties in het kader van de verschillende garantiemodules.

Cofinanciering Europese Programma's

Het kabinet heeft € 255 mln vrijgemaakt voor cofinanciering van Europese programma’s, gericht op regionale ontwikkeling, onderzoek en innovatie, duurzaamheid en digitalisering. Dit biedt Nederlandse deelnemers een grotere slaagkans in de Europese calls for proposals, waarmee er meer Europese middelen worden geïnvesteerd in Nederlandse bedrijven, universiteiten en andere deelnemers. Van deze middelen wordt € 155 mln verantwoord op beleidsartikel 2 ten behoeve van EFRO (REACT EU € 30 mln), Cofinanciering Fonds voor Rechtvaardige Transitie (JTF, € 60 mln), Horizon partnerschappen (€ 45 mln) en het Europese Defensie Fonds (€ 20 mln). De resterende € 100 mln wordt verantwoord op artikel 1 (Digital Europe Programma, € 50 mln) en artikel 4 (Innovation Fund, € 50 mln).

Maatregelen Urgenda Industrie

Vanaf de aanvullende post worden middelen overgeboekt naar de EZK begroting voor 'stimulering specifieke maatregelen industrie'.

Kasschuif PPS-toeslag

Vanwege een vertraging in de uitfinanciering van de PPS-toeslag worden deze kasmiddelen meerjarig in de tijd gespreid.

Bedrijfssteun Royal IHC

Dit betreft een overbruggingsfaciliteit ten behoeve van de continuïteit van Royal IHC.

Eindejaarsmarge Toekomstfonds

De niet benutte middelen van het Toekomstfonds in 2019 worden conform de fondsconstructie toegevoegd aan het budget voor 2020. Het betreft begrotingsgeld voor onder meer het Innovatiekrediet, de Seed Capital regeling, Thematische Technology Transfer, Vroegefasefinanciering en Fundamenteel en toegepast onderzoek.

Kasschuiven Toekomstfonds

De middelen die in 2019 niet tot benutting zijn gekomen, zijn bij 1e suppletoire wet 2020 aan het Toekomstfonds toegevoegd. Met deze kasschuif worden deze middelen op de verschillende instrumenten (waaronder het Oncode Research, ROM's, TOF en TTT-regeling, Vroegefasefinancering en bijdrage aan RVO.nl) over de jaren verdeeld in het gewenste kasritme.

Caribisch Nederland

Voor de in 2020 op te richten beleidsdeelneming in de opslag van brandstof op Bonaire leveren IenW en EZK € 10,1 mln eigen vermogen aan. Daarnaast wordt € 3,4 mln beschikbaar gesteld om de energievoorziening op gang te houden als de olieleverantie vanuit de olieterminal Bobec onverhoopt stopt en € 1 mln voor het vormen van een werkbudget voor Bonaire.

Kasschuif ISDE

Op basis van het door Mulder c.s. ingediende amendement op de begroting 2020 (Kamerstuk 35 300 XIII, nr. 16) is het budget van de Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE) met € 100 mln opgehoogd. Doel van de ophoging is het stimuleren van de opwek van duurzame energie door het MKB. Omdat ook volgens de indieners van het amendement in 2020 slechts € 40 mln van de beschikbare € 100 mln benodigd is, wordt € 60 mln doorgeschoven naar 2021 en 2022.

ETS-compensatie

De subsidieregeling indirecte emissiekosten ETS biedt specifieke bedrijven die gevoelig zijn voor carbon leakage een subsidie ter compensatie voor hogere elektriciteitskosten als gevolg van de EU-emissiehandel. Deze mutatie voegt het verwacht benodigd budget voor de regeling in 2021 (€179 mln) uit de algemene middelen aan de EZK-begroting toe.

Bijdrage EZK aan generale beeld

EZK levert € 680 mln voor het generale beeld uit de eigen middelen (kasuitgaven SDE+) om bij te dragen aan Rijksbrede problematiek. In verband met de vele opgaven dit voorjaar is besloten om in brede context te zoeken naar oplossingen. Vanwege de budgettaire problematiek is ook rijksbreed gezocht naar ontlasting van het uitgavenkader 2021. De bijdrage van EZK van € 680 mln voor het generale beeld wordt om die reden volledig ten laste gebracht van de SDE+ uitgaven 2021. Voor zover dit leidt tot een tekort in de raming voor uitgaven SDE+ zal dit tekort aangevuld worden door een onttrekking uit de begrotingsreserve duurzame energie. Het geheel van de meerjarig beschikbare middelen, inclusief de begrotingsreserve duurzame energie, is toereikend voor het bereiken van de klimaatdoelstellingen.

Eindejaarsmarge Groningen

De niet benutte middelen van het meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen zijn bij Voorjaarsnota toegevoegd aan de begroting 2020. Het betreft de regelingen Verduurzaming (€ 14,3 mln) en Fonds achterstallig onderhoud (€ 8,7 mln), het onderzoeksbudget (€ 1,4 mln) en het werkbudget van de NCG (€ 0,9 mln). Fonds achterstallig onderhoud, het onderzoeksbudget en het werkbudget van de NCG zijn bij Julibrief overgeheveld naar BZK.

Schadevergoedingen

Dit betreft een bijstelling van de raming voor de afhandeling vanfysieke schade aan gebouwen in Groningen door het IMG.

Uitvoeringskosten schade, waardedaling en immateriële schade

De uitvoeringskosten van het IMG/RVO nemen toe als gevolg van de stijging van de afhandeling van fysieke schade aan gebouwen en vanaf 1 juli 2020 door de uitvoering van de regelingen voor waardedaling en immateriële schade.

Waardedaling en immateriële schade Groningen

Dit betreffen de verwachte uitgaven door het IMG voor de vergoeding van de waardedaling van woningen in Groningen en de vergoeding van immateriële schade in Groningen.

Loon- en prijsbijstelling

Bij Voorjaarsnota 2020 is loon- en prijsbijstellingstranche 2020 voor EZK uitgedeeld. De loonbijstelling betreft de vergoeding voor de stijging van de contractloonontwikkeling en de stijging van de sociale lasten en pensioenpremies voor de overheidswerkgevers. De prijsbijstelling betreft de verwerking van de stijging van de diverse prijsindexen.

Tabel 5 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

Art.

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand begroting 2020 (inclusief NvW)

 

4.903.988

4.360.245

4.124.343

4.576.371

4.589.275

0

Belangrijkste mutaties

       

Veilingen 5G-frequenties

1

822.586

407.924

    

Onttrekking reserve groeifaciliteit

2

10.000

     

Overbruggingsfaciliteit IHC

2

 

40.000

    

Bedrijfssteun SGR

2

  

32.000

32.000

32.000

 

Coronaoverbruggingsleningen (COL)

3

  

30.000

30.000

30.000

 

Co-investment venture capital instrument/EIF

3

15.000

     

Onttrekking begrotingsreserve duurzame energie

4

63.020

235.680

    

Onttrekking begrotingsreserve maatregelen voor CO2-reductie

4

66.160

     

Bijstelling ETS-raming

4

‒ 70.000

‒ 10.000

50.000

10.000

  

Ontvangsten NAM

5

687.061

550.000

    

Aardgasbaten

5

‒ 851.000

‒ 771.000

‒ 681.000

‒ 471.000

‒ 321.000

 
        

Overige mutaties

 

35.808

3.110

1.510

1.510

935

0

Stand ontwerpbegroting 2021

 

5.682.623

4.815.959

3.556.853

4.178.881

4.331.210

4.416.997

Toelichting

Veilingen 5G-frequenties

De veilingen van de zogenoemde frequentiebanden voor 700, 1400 en 2100 Megahertz zijn in juli 2020 afgerond. De opbrengst van deze veiling bedraagt € 1,23 mld. Dit bedrag zal in twee termijnen door de telecomproviders worden betaald. In 2020 zal naar verwachting € 822,6 mln worden betaald.

Onttrekking reserve groeifaciliteit

Ten behoeve van de begrotingsreserve garanties MKB-financiering wordt € 10 mln onttrokken aan de begrotingsreserve Groeifaciliteit.

Overbruggingsfaciliteit IHC

Dit betreft de raming van de aflossing van de overbruggingsfaciliteit door Royal IHC.

Bedrijfssteun SGR

Dit betreft de raming van de terugbetalingen op de leningen aan SGR en kleine garantiefondsen/regelingen in de reisbranche.

Coronaoverbruggingsleningen (COL)

Dit betreft de raming van de aflossingen van de aan de ROM’s verstrekte leningen voor het uitvoeren van de Coronaoverbruggingsleningen. Als meer duidelijkheid bestaat over de verliespercentages op deze leningen zal de raming daarop worden aangepast.

Co-investment venture capital instrument/EIF

Dit betreft de ontvangst van € 15 mln van Invest-NL in het kader van de overdracht van het Co-investment venture capital instrument/EIF aan Invest-NL conform de machtigingswet Invest-NL.

Onttrekking begrotingsreserve duurzame energie

Het Ministerie van EZK levert een bijdrage aan de financiering van de additionele Urgenda-maatregelen van in totaal € 298,7 mln, waarvan € 63 mln in 2020 en € 235,7 mln in 2021. De bijdrage wordt onttrokken aan de begrotingsreserve Duurzame Energie.

Onttrekking begrotingsreserve maatregelen voor CO2-reductie

De in 2019 door de Ministeries van BZK, LNV en EZK niet-benutte Urgenda-middelen worden aan de reserve maatregelen CO2-reductie onttrokken.

Bijstelling ETS-raming

Op basis van nieuwe ETS-ramingen worden de huidige ramingen in de begroting aangepast. Dit betreft een nieuwe raming van de prijzen, die door de Corona-crisis zijn gedaald. Daarnaast is er een nieuwe raming van de hoeveelheid te veilen rechten, die afhankelijk is van het marksstabiliteitsmechanisme.

Ontvangsten NAM

NAM vergoedt de uitgaven aan schadevergoedingen, waardedalingen en immateriële schade in Groningen. Ook de hierbij behorende uitvoeringskosten van RVO.nl worden door NAM vergoed.

Aardgasbaten

De MR heeft op 21 februari besloten tot de versnelde afbouw van de gaswinning in Groningen. Dit volume-effect wordt nu conform de begrotingsregels in de aardgasbaten verwerkt. Daarnaast wordt de raming van de aardgasbaten naar beneden bijgesteld als gevolg van de neerwaarts bijgestelde raming van de gasprijs in de komende jaren. Verder komt de lagere opbrengst onder meer door lagere inkomsten uit EBN met andere oorzaken dan de prijs (zoals operationele kosten of de bijstortingen in de voorzieningen voor de aardbevingskosten).

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

Tabel 6 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemming (bedragen x €1.000)
      

Art.

Naam artikel (totale uitgaven artikel)

Juridisch verplichte uitgaven1

Niet-juridische verplichte uitgaven1

 

Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven

1

Goed functionerende economie en markten (€ 239.028)

€ 215.125 (90%)

€ 23.903 (10%)

Cyber security

    

ICT Beleid

    

Beleidsvoorbereiding en evaluaties, Frequenties en Veiligheid

    

Opdrachten en onderzoek

    

Bijdrage internationale organisaties

    

Digital Trust Center

    

EU-cofinanciering Digital Europe

    

Telecom Caribisch Nederland

2

Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei (€ 2.950.996)

€ 1.074.296 (36%)

€ 1.876.700 (64%)

Urgenda maatregelen

    

Verduurzaming Industrie

    

PPS-toeslag

    

MIT

    

Bevorderen Ondernemerschap

    

EFRO

    

ROM's

    

Startup beleid

    

Internationaal Innoveren

    

Eurostars

    

Tegemoetkoming vaste lasten

    

EU-cofinanciering Just Transition Fund

    

Kasbuffer Coronamodule Garantieondernemingsfinanciering

    

Omscholing naar tekortsectoren

3

Toekomstfonds (€ 265.316)

€ 140.117 (53%)

€ 125.199 (47%)

Innovatiekrediet

    

Vroegefasefinanciering

    

TTT-regeling

    

Seed Capital regeling

    

Startups/mkb

    

Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek

    

Versterken fondsvermogen Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

4

Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering (€ 3.373.090)

€ 2.930.626 (87%)

€ 442.464 (13%)

Missiegedraven Onderzoek Ontwikkeling en Innovatie (MOOI)

    

Hernieuwbare Energietransitie (HER+)

    

Demonstratieregeling Klimaat- en Energie-innovatie (DEI+)

    

Projecten Klimaat- en Energieakkoord

    

SDE/SDE+

    

ISDE

    

ETS-compensatie

    

Carbon Capture Storage

    

Caribisch Nederland

    

Experticecentrum Warmte

    

Regeling Postcoderoos

    

Onderzoek en opdrachten

    

COVA-heffing

    

TNO

    

Uitkoopregeling

    

Bijdrage aan ECN-NRG

    

Bijdrage aan internationale contributies

    

Nationale co-financiering EU Innovation fund

5

Een veilig Groningen met perspectief (€ 722.013)

€ 715.807 (99%)

€ 6.206 (1%)

Verduurzamingsopgave (uit de aardgasbaten)

    

Werkbudget Groningen Bovengronds

    

Werkbudget Gastransitie Groningen

    

Geestelijke bijstand

Totaal aan niet verplichte uitgaven

€ 2.474.472

X Noot
1

De percentages in het overzicht zijn rekenkundig afgerond op een heel getal.

Strategische Evaluatie Agenda en beleidsdoorlichtingen

In het kader van operatie Inzicht in Kwaliteit van het kabinet wordt het gebruikelijke overzicht met een planning van beleidsdoorlichtingen omgevormd tot een Strategische Evaluatie Agenda (SEA). Richten beleidsdoorlichtingen zich primair op de doorlichting van afzonderlijke begrotingsartikelen, in de SEA staan de beleidsthema’s van de missie van EZK centraal. Daarmee komt het vizier meer te liggen op de integrale en samenhangende beleidsaanpak van een beleidsthema (zoals energietransitie of innovatie) en minder op de afzonderlijke beleidsonderdelen. Met deze eerste SEA wordt tevens beoogd onderzoeken beter te laten aansluiten op de beleidscyclus en wordt meer recht gedaan aan ontwikkelingen op een beleidsveld. Op deze wijze kunnen ook leerervaringen benut worden om het beleid tussentijds bij te sturen als dat nodig blijkt. In de toekomst hopen we meer ex-ante onderzoeken op te kunnen nemen. 2021 betreft een overgangs- en leerjaar met de SEA waardoor de agenda een eerste uitwerking betreft en waarbij ook nog een enkele traditionele beleidsdoorlichting zal worden uitgevoerd.

Beleidsdoorlichtingen

Voor artikel 1 (Goed functionerende economie en markten) staat in 2021 een beleidsdoorlichting gepland die in 2020 van start gaat.

Voor artikel 2 en 3 (Bedrijvenbeleid) is in 2020, als input voor de Brede Maatschappelijke Heroverwegingen, een alternatieve integrale beleidsdoorlichting afgerond en gepubliceerd (zie publicatie op https://www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl/beleidsevaluatie). Dit is tevens een voorbeeld van een integrale doorlichting van samenhangende onderdelen en instrumenten van een beleidsveld, in dit geval het bedrijvenbeleid.

Voor artikel 4 is in 2024 een beleidsdoorlichting Klimaatbeleid opgenomen in de Strategische Evaluatie Agenda.

Voor artikel 5 staat in 2021 een parlementaire enquête gaswinning Groningen in de planning waarmee de geplande beleidsdoorlichting komt te vervallen.

Strategische Evaluatie Agenda (SEA)

De SEA is gericht op onderstaande beleidsthema’s die het merendeel van de EZK-begroting afdekken. Hierbij is met name ingegaan op onderdelen waar geen recente beleidsdoorlichting of ander integraal onderzoek is ingepland/uitgevoerd en waar behoefte is aan nader inzicht. Deels gaat het om het verbeteren van methoden van onderzoek en opzetten van monitors en deels om het verkrijgen van inzicht in effecten van belangrijke beleidsmaatregelen. In de evaluatiebijlage wordt toegelicht welke onderliggende evaluatieplanning hiermee samenhangt.

Tabel 7 Strategische Evaluatie Agenda

Thema

Type onderzoek

Afronding

Artikel

Toelichting

Monitor Coronamaatregelen ter ondersteuning bedrijfsleven

Ex-durante

2020

2 en 3

Opzetten monitor om inzicht te krijgen in gebruikers van steunmaatregelen en een traject om de databronnen op microniveau van alle ondersteuningsmaatregelen voor bedrijven te koppelen aan het ABR van het CBS voor impact-analyses (B&I, RvO, CBS). Voor eerste resultaten:

    

zie: Monitor Coronamaatregelen

    

Deze data-infrastructuur biedt de basis voor een evaluatie van het noodpakket (verwacht in 2021), waarvan betrokken departementen (FIN, SZW en EZK) gebruik kunnen maken.

Expertcommissie evaluatiemethoden (Theeuwes 2.0)

Overig: Ontwikkeling evaluatie-aanpak

2021

1/2/3/4

Als vervolg op de aanbevelingen van de beleidsdoorlichting van het bedrijvenbeleid. Onderzoek staat in het teken van een doorontwikkeling en aanvulling van bestaande evaluatiepraktijk met evaluatieaanpakken die kunnen worden benut voor systeem- en transitie-evaluaties, zoals het missiegedreven innovatiebeleid (inclusief de bijdrage hieraan van de topsectoren) en het CO2-reductiebeleid.

Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid

Ex-durante

Eerste resultaten in 2021

2

Betreft opzet monitoring en effectmeting.

Monitor Klimaatbeleid

Ex-durante

2020 e.v.

2 en 4

Bij de Klimaatnota verschijnt in 2020 voor het eerst de Monitor Klimaatbeleid. Deze Monitor moet een objectief inzicht bieden, zowel kwalitatief als kwantitatief, in de voortgang van het beleid in het Klimaatplan (dat voor een belangrijk deel is bepaald door het Klimaatakkoord).

SDE++

Ex-post

2023

4

Bij de SDE++ staat het doel van 49 procent emissiereductie in 2030 en kosteneffectiviteit om dit doel te bereiken centraal. De SDE++ is het belangrijkste subsidie-instrument om dit klimaatdoel te halen.

Beleidsdoorlichting Klimaatbeleid

Synthese

2024

4

De Klimaatwet bepaalt dat iedere vijf jaar een herijking van de opgave plaatsvindt. Deze opgavegerichte doorlichting is een syntheseonderzoek van meerdere instrumentenevaluaties van betrokken departementen. Het brengt de samenhang tussen de instrumentenevaluaties in beeld en zal antwoord geven op evaluatievragen op systeemniveau. Jaarlijks wordt bij de Klimaatnota gerapporteerd over de voortgang van voor het Klimaatbeleid relevante evaluaties. In 2021 zal binnen de Operatie Inzicht in Kwaliteit nader worden uitgewerkt op welke evaluatievragen de integrale evaluatie zich in 2024 zal richten. Hierover wordt de Tweede Kamer bij de Klimaatnota in 2021 geïnformeerd.

Evaluaties van herziening in regelgevend kader (o.a. Energiewet en Warmtewet)

Synthese

2027

4

Betreft synthese van evaluaties van gewijzigde Elektriciteit- en gaswet en Warmtewet.

Studiegroep Invulling Klimaatopgave Green Deal

Ex-ante/Ex-durante

2020

4

Ambtelijke studiegroep die vanuit een brede blik analyseert wat de gevolgen van een aangescherpte Europese reductiedoelstelling is voor 2030 en wat vanuit Nederland mogelijke strategieën zijn om hier invulling aan te geven.

In aansluiting op voorgaande beleidsthema’s zijn ook de volgende Interdepartementale Beleidsonderzoeken (IBO’s) van belang:

  • IBO Financiering Energietransitie: start najaar 2020 (gericht op betaalbaarheid).

  • IBO Ruimtelijke Ordening: start najaar 2020 (gericht op interactie tussen energiebeleid en het ruimtelijk domein).

Voor een verdere onderbouwing van de meerjarenprogrammering zie bijlage 5 «Evaluatie- en overig onderzoek».

Overzicht risicoregelingen

Tabel 8 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitstaande Garanties 2019

Geraamd te verlenen 2020

Geraamd te vervallen 2020

Uitstaande garanties 2020

Geraamd te verlenen 2021

Geraamd te vervallen 2021

Uitstaande Garanties 2021

Garantieplafond

Totaal plafond

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

BMKB

1.868.331

1.500.000

474.000

2.894.331

765.000

530.000

3.129.331

1.500.000

0

Klein Krediet Corona garantieregeling

0

713.000

0

713.000

0

0

713.000

0

713.000

Garantie Ondernemingsfinanciering

320.912

1.500.000

50.667

1.770.245

400.000

50.000

2.120.245

1.500.000

0

Garantie Ondernemingsfinanciering Corona

0

8.500.000

0

8.500.000

0

1.400.000

7.100.000

0

8.500.000

Groeifaciliteit

91.193

85.000

23.674

152.519

85.000

23.000

214.519

85.000

0

MKB financiering

268.200

 

0

268.200

0

0

268.200

0

268.200

Qredits

124.980

5.000

6.447

123.533

0

11.273

112.260

0

130.000

           

Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Aardwarmte

45.475

66.600

34.425

77.650

66.600

0

144.250

66.600

0

           
 

Totaal

2.719.091

12.369.600

589.213

14.499.478

1.316.600

2.014.273

13.801.805

3.151.600

9.611.200

Tabel 9 Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitgaven 2019

Ontvangsten 2019

Stand risicovoorziening 2019

Saldo 2019

Uitgaven 2020

Ontvangsten 2020

Stand risicovoorziening 2020

Saldo 2020

Uitgaven 2021

Ontvangsten 2021

Stand risicovoorziening 2021

Saldo 2021

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

BMKB

23.682

37.196

108.333

13.514

36.897

33.000

110.433

‒ 3.897

37.523

33.000

111.583

‒ 4.523

Klein Krediet Corona garantieregeling

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Garantie Ondernemingsfinanciering

3.245

7.439

71.210

4.194

11.745

13.000

70.886

1.255

11.745

13.000

70.886

1.255

Garantie Ondernemingsfinanciering Corona

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Groeifaciliteit

2.017

30.112

24.546

28.095

8.772

8.000

14.546

‒ 772

8.472

8.000

14.546

‒ 472

MKB financiering

0

253

9.696

253

0

0

19.696

0

0

0

19.696

0

Qredits

0

182

0

182

0

0

0

0

0

0

0

0

              

Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Aardwarmte

0

420

21.974

420

4.500

700

18.094

‒ 3.800

600

1.000

18.414

400

              
 

Totaal

28.944

75.602

235.759

46.658

61.914

54.700

233.655

‒ 7.214

58.340

55.000

235.125

‒ 3.340

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

De BMKB biedt zowel banken als niet-bancaire financiers een borgstelling voor leningen aan midden- en kleinbedrijven (≤ 250 werknemers) voor zover deze bedrijven onvoldoende zekerheden kunnen bieden aan de bank. Het knelpunt dat met de BMKB wordt bestreden is het verschijnsel dat in de kern gezond MKB – met voldoende zicht op rentabiliteit en continuïteit – niet of onvoldoende in een kredietbehoefte kan voorzien door een tekort aan zekerheden (onderpand).

De gemiddelde eenmalige premie die voor het borgstellingskrediet wordt betaald is 4,8%. De premie is afhankelijk van de looptijd van het bedrijfsborgstellingskrediet. Er zal gedifferentieerd worden tussen de premies voor enerzijds startende en gevestigde bedrijven (gemiddeld 4,65%) en anderzijds voor innovatieve bedrijven (gemiddeld 6,65%). Hierbij wordt de mogelijkheid geboden de premiebetaling gedeeltelijk over de looptijd van het krediet te voldoen. De premie is niet kostendekkend. Op de begroting is structureel vanaf 2023 € 11 mln (inclusief de uitvoeringskosten) beschikbaar ter afdekking van de schades die niet door premie-ontvangsten worden gedekt. In de jaren 2019–2022 is dit gemiddeld ca. € 6 mln per jaar.

Tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2021 is de regeling met een PFAS/Stikstof-luik verruimd. Het hogere borgstellingspercentage van per saldo 67,5% geldt ook voor bedrijven in sectoren die zijn getroffen door de PFAS- en/of stikstofproblematiek (tot het maximum borgstellingskrediet van € 1,5 mln).

Per 16 maart 2020 is de regeling tot en met 1 april 2021 verruimd met een Coronaluik. Onder het Coronaluik worden borgstellingen gebracht voor bedrijven met een rekeningcourant-krediet en overbruggingskrediet met een looptijd van maximaal vier jaar die negatieve economische gevolgen ondervinden van het coronavirus. Dit is in tegenstelling tot het PFAS/Stikstofluik niet sectorgebonden. Het hogere borgstellingspercentage van per saldo 67,5% wordt gehanteerd. De premie voor het Coronaluik in de BMKB is 2% voor kredieten met een looptijd tot en met 2 jaar en 3% voor kredieten met een looptijd vanaf 2 jaar tot en met 4 jaar. Er is ook kasbudget gereserveerd voor de Corona maatregel, maar naar verwachting zal hier pas na 2020 aanspraak op worden gemaakt.

Er is een begrotingsreserve (risicovoorziening) voor de BMKB waardoor een verevening mogelijk is van premie-inkomsten en schade-uitgaven over een reeks van jaren. De regeling is namelijk conjunctuurgevoelig (in tijden van krimp en recessie hogere verliezen) waardoor uitgaven en inkomsten kunnen fluctueren.

De horizonbepaling voor de BMKB is 1 juli 2022. De volgende evaluatie zal in 2021 plaatsvinden.

Klein Krediet Corona (KKC)

De Klein Krediet Corona garantieregeling (KKC) is specifiek bedoeld voor kleine ondernemers met kredietaanvragen van € 10.000 tot € 50.000. Er bestaat een grote kans dat dit type bedrijven als gevolg van de coronacrisis juist extra liquiditeit nodig heeft, maar hiervoor dus niet bij een financier terecht kon. Deze kleine ondernemingen waren daarmee extra kwetsbaar. De lening staat open voor ondernemers met een omzet vanaf € 50.000,- die voor de coronacrisis voldoende winstgevend waren en die zijn ingeschreven in de KvK voor 1 januari 2019. Onder de regeling wordt 95% van het kredietbedrag dat kredietinstellingen verstrekken aan mkb-ondernemingen gegarandeerd door de Staat. De Staat ontvangt een eenmalige premie van 2% voor deze garantie en de kosten die financiers aan de ondernemers mogen doorrekenen als zij gebruik maken van deze garantieregeling is gemaximeerd op 4% van het kredietbedrag. Er is ook kasbudget gereserveerd voor de Corona maatregel, maar naar verwachting zal hier pas na 2020 aanspraak op worden gemaakt.

De horizonbepaling van de KKC garantieregeling is 31 december 2020.

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

De GO-regeling is bestemd voor ondernemers die financiering willen aantrekken bij banken en is gericht op (middel)grote ondernemingen met substantiële activiteiten in Nederland en met bevredigende rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven. De GO regeling biedt banken de mogelijkheid om nieuwe bankleningen te verstrekken en/of bankgaranties af te geven van minimaal € 1,5 mln en maximaal € 50 mln met een garantie van 50% door de overheid. De overheid deelt mee in de opbrengsten uit zekerheden. De GO is door het huidige kabinet structureel gemaakt met een jaarlijks garantieplafond van € 400 mln.

Het kredietbeheer ligt primair bij de bank. De bank heeft geen ander belang bij de betaling van rente en aflossing dan de overheid. Naast de 50% garantie van de overheid draagt de bank namelijk zelf eveneens 50% risico. RVO.nl beoordeelt de kredietaanvragen en wijziging van kredieten. Daarnaast is een kredietcommissie met externe deskundigen geïnstalleerd, die de kredietvoorstellen eveneens beoordeelt. De Commissie toetst – additioneel aan RVO.nl – het risico van het betreffende voorstel en bij fiattering wordt de premie bepaald op basis van het te lopen risico.

De premie bestaat in hoofdzaak uit de provisie op de rentemarge voor het debiteurenrisico van de bank onder aftrek van 0,25% die de bank voor haar beheersactiviteiten mag behouden. Andere bronnen van inkomsten zijn bijvoorbeeld afsluitprovisies en fees die ten gunste van bank en overheid komen. Uitgangspunt is dat de GO-regeling kostendekkend is. Een eventueel verschil tussen premieontvangsten, schades en uitvoeringskosten in enig jaar worden afgestort naar dan wel onttrokken aan de begrotingsreserve.

De horizonbepaling voor de GO is 1 april 2021. De evaluatie wordt afgerond in 2020.

GO Corona

De GO is tijdelijk tot en met 31 december 2020 verruimd met een GO-coronamodule (GO-C). In tegenstelling tot de reguliere GO-regeling kunnen landbouwsectoren eveneens aanspraak doen op de GO-C. Met de GO-C kunnen leningen tot een maximum van € 150 mln met als doel te voorzien in de liquiditeitsbehoefte die is ontstaan als gevolg van de uitbraak van het Coronavirus, worden gegarandeerd met een staatsgarantie van 90% voor het mkb met een omzet tot € 50 mln en 80% voor het (middel)grootbedrijf met een omzet vanaf € 50 mln.

De Staat ontvangt een garantieprovisie naar rato van het garantiepercentage. Dit is dezelfde provisie als die de financier ontvangt over het niet-gegarandeerde deel van de lening, onder aftrek van 0,5% die de bank voor haar beheeractiviteiten mag behouden. De afsluitprovisie komt geheel ten goede aan de bank. Deze zal nooit meer bedragen dan 1,0%. Er is ook kasbudget gereserveerd voor de Corona maatregel, maar naar verwachting zal hier pas na 2020 aanspraak op worden gemaakt.

De horizonbepaling van de GO-C is 31 december 2020.

Groeifaciliteit

De regeling Groeifaciliteit helpt bedrijven bij het aantrekken van risicodragend vermogen door garanties te geven op achtergestelde leningen verstrekt door banken en op aandelen verstrekt door participatiemaatschappijen aan ondernemingen. De Groeifaciliteit kan ondernemingen in een groeifase, bij bedrijfsovernames en bij herstructureringen helpen bij het aantrekken van risicokapitaal. De regeling wordt ook opengesteld voor bedrijven uit de agrosector.

Alleen deelnemende financiers kunnen een garantieaanvraag bij de overheid indienen. De maximumgarantie van de overheid is 50%, dat bij participaties neerkomt op maximaal € 12,5 mln en bij bancaire achtergestelde leningen op maximaal € 2,5 mln.

Financiers betalen om de garantie te verwerven in ieder geval een eenmalige premie van 1% van het garantiebedrag vooraf en vervolgens een premie van 3% over het uitstaande garantiebedrag. Het uitgangspunt is dat de Groeifaciliteit hiermee kostendekkend is. Deze jaarlijkse premie kan gedurende de looptijd van de garantiemaatregel worden herzien en zo nodig naar boven worden bijgesteld om ervoor te zorgen dat de premies de kosten van de regeling blijven dekken. Een eventueel verschil tussen premieontvangsten, schades en uitvoeringskosten in enig jaar wordt met ingang van 2014 afgestort in de begrotingsreserve.

De horizonbepaling voor de Groeifaciliteit is verlengd naar 1 juli 2021. De laatste evaluatie is in 2018 uitgevoerd. In de brief van 15 februari (Kamerstuk 28 165, nr. 281) is aangekondigd dat de Groeifaciliteit per 1 juli 2020 zou worden uitgefaseerd en afgeschaft, omdat verwacht wordt dat de doelen van deze faciliteit ook via de Investeringstak van Invest-NL bereikt kunnen worden. De uitfasering is in verband met de Coronacrisis een jaar uitgesteld (zie Kamerstuk 35 420, nr. 29).

MKB-financiering

In het kader van het aanvullend actieplan MKB-financiering van 8 juli 2014 heeft het kabinet inmiddels € 268,2 mln aan garanties verstrekt om de funding van nieuwe aanbieders van MKB-financiering mogelijk te maken. Naast alle andere initiatieven en plannen was er behoefte aan nieuwe financiers en nieuwe financieringsmogelijkheden voor het verstrekken van vreemd vermogen aan het MKB. Het vinden van funding voor deze nieuwe mogelijkheden was echter, bij gebrek aan voldoende track-record van dergelijke financiers, lastig. Met het Aanvullend Actieplan MKB-financiering is er daarom voor goede initiatieven ruimte beschikbaar gesteld om die funding te vereenvoudigen met behulp van een overheidsgarantie. De verstrekte overheidsgaranties zijn kostendekkend en mogen geen staatssteun inhouden. Er is een begrotingsreserve voor de verevening van premie-inkomsten en schade-uitgaven.

Qredits

Er is een eenmalige garantie verstrekt aan de Europese Investeringsbank van € 86,7 mln op de funding van Qredits met € 100 mln voor de verstrekking van micro- en MKB-krediet. Voor deze garantie is een premie van 0,4% verschuldigd. Daarnaast is een garantie van € 13,3 mln verstrekt aan de Council of Europe Bank (CEB) voor de funding van Qredits met een bedrag van € 16,6 mln waarvoor eveneens een premie van 0,4% is verschuldigd. Een garantie van € 25 mln is verstrekt aan het BNG voor € 50 mln funding van Qredits. Qredits is een premie van 0,4% verschuldigd op de garantie. In 2020 is een garantie van € 5 mln aan CEB verstrekt ten behoeve van de funding van € 10 mln aan Qredits. Voor de CEB garantie is Qredits een premie van 0,4% verschuldigd.

Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Aardwarmte

Aardwarmte wordt gezien als een kosteneffectieve duurzame energiebron met potentie. Het draagt bij aan het halen van de duurzame energiedoelstelling van Nederland. Aardwarmte is een belangrijke optie voor het behalen van energie- en klimaatdoelen. Stimuleren van aardwarmte is een prioriteit uit het energieakkoord, de warmtevisie, de beleidsbrief tuinbouw en de meerjarenafspraak energietransitie glastuinbouw 2014–2020. Ook het nieuwe Klimaatakkoord zet fors in op de ontwikkeling van geothermie in Nederland om de klimaatdoelen in 2030 te kunnen halen.

Het doel van de garantieregeling aardwarmte is het afdekken van het geologisch risico dat het boren van de putten voor de toepassing van aardwarmte, niet succesvol is. Het gaat om het risico dat de volgens het plan aangeboorde aardlaag minder warmwaterproductie oplevert en/of water van lagere temperatuur oplevert dan op basis van een gedegen geologisch vooronderzoek verwacht werd.

Het ontbreken van een (betaalbare) verzekering is nog steeds een belangrijk knelpunt voor de toepassing van aardwarmte. Door dit risico af te dekken wordt de toepassing van aardwarmte gestimuleerd. De garantieregeling dekt het risico dat een boring niet in een goede watervoerende laag uitkomt, waardoor het vermogen dat vooraf verwacht werd, niet wordt behaald. In dat geval wordt voor een deel van de gemaakte kosten een subsidie uitgekeerd, gerelateerd naar de mate waarin de aardwarmteboring mislukt is.

Er wordt een premie van 7% gevraagd.

De garantie wordt uitgekeerd wanneer projecten (deels) mislukken. Met de garantstelling worden projecten uitgelokt met een relatief klein risico (eis 90% slaagkans). Het verwacht vermogen dat aan de bodem onttrokken wordt (dit is het vermogen dat bij de aanvraag is opgegeven) is maximaal het vermogen dat met 90% zekerheid aan de ondergrond kan worden onttrokken (op basis van een locatiespecifiek geologisch onderzoek dat moet zijn opgesteld door een ISO 9001 gecertificeerde onderneming).

EZK maakt een garantieplafond en het maximaal te garanderen bedrag per boring bekend. EZK neemt binnen acht weken na de indiendatum een besluit op de aanvraag. De aanvrager moet binnen 12 maanden na goedkeuring van de aanvraag starten met het boorproject. Na de aanvang van de aardwarmteboring heeft de aanvrager een jaar voor de voltooiing. Het aardwarmteproject moet binnen twee jaar leiden tot toepassing van aardwarmte in Nederland.

De premieontvangsten worden gestort in de begrotingsreserve. Eventuele schade-uitkeringen komen ten laste van deze reserve. De horizonbepaling is 2021.

Tabel 10 Overzicht verstrekte leningen (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitstaande lening

Looptijd lening

Rente percentage

Wijze van aflossing

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Microkrediet Nederland1

46.296

1-4-2045

1% vanaf 2025

vanaf 2045 in halfjaarlijkse termijnenvan € 4,5 mln afhankelijk van de liquiditeitspositie

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Biopartner

13.524

31-12-2020

0%

Door middel van vervreemding van belangen

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

One Logistics

5.000

Tot leningnemer aan alle verplichtingen heeft voldaan, vooralsnog verwacht te beëindigen in 2025

6,50%

In vijf jaarlijkse termijnen van 1 mln vanaf 2021

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

NESEC

258

1-9-2020,

0,05%

Halfjaarlijkse termijnen. Laatste termijn in september 2020

Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Stichting Nuclear Research and Consultancy Group

78.154

Tot en met 2026

2,85%

afhankelijk uitkomsten bedrijfsvoering Stichting Nuclear Research and Consultancy Group tot en met 2026

Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Pallas

41.702

1-1-2022

1,50%

uiterlijk 2022

Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Fibrant

30.000

31-12-2034

0,00%

In 2034

Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

EBN

3.000

1-12-2032

0,00%

afhankelijk uitkomsten (cashflow uit geothermie projecten)

Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Ambigo

4.000

31-12-2027

2,00%

2028 tenzij wordt verlengd

Artikel 5 Een veilig Groningen met perspectief

Stichting Woonbedrijf Aardbevingsgebied Groningen

10.000

31-12-2026

0,00%

vanaf 1-1-2026

X Noot
1

Dit betreft een achtergestelde lening aan stichting Qredits voor het verstrekken microkrediet aan ondernemers.

Microkrediet Nederland

Dit betreft een achtergestelde lening aan stichting Qredits voor het verstrekken microkrediet aan ondernemers.

Biopartner

Dit betreft een in het jaar 2000 verstrekte lening ten behoeve van een start-up participatiefonds life sciences.

One Logistics

Dit betreft een in 2018 verstrekte lening aan Onelogistics ten behoeve van de voorbereidingen van een warehouse voor de opslag, het beheer en verzending van F-35 onderdelen op het Logistiek Centrum Woensdrecht.

NESEC

Dit betreft een in het jaar 2000 verstrekte lening aan Nesec ten behoeve van de financiering van scheepsnieuwbouworders ten behoeve van de Nederlandse Scheepsbouw. De lening wordt in 2020 afgelost.

Stichting Nuclear Research and Consultancy Group

Aan Stichting Nuclear Research and Consultancy Group (NRG) is een lening verstrekt voor het uitwerken en uitvoeren van een Herstelplan, in algemene zin gericht op de continuïteit van de bedrijfsvoering van NRG en in het bijzonder op het scheppen van de noodzakelijke financiële, technische, commerciële en organisatorische voorwaarden voor het in bedrijf houden van de Hoge Flux Reactor (HFR).

Pallas

Aan de Stichting Voorbereiding Pallas-reactor is een lening verstrekt voor fase 1 van de totstandkoming van een nieuwe hoge flux reactor (de Pallas-reactor), die bestemd is voor de productie van medische en industriële radio-isotopen en voor nucleair technologisch onderzoek.

Fibrant

De lening aan Fibrant is verstrekt tbv investeringen in (de ombouw van) installaties teneinde de uitstoot van lachgas (als CO2 equivalent) te reduceren. Hiermee worden in totaal drie projecten uitgevoerd met een totale lachgasreductie van ruim 0,6 Mton CO2 eq.

EBN

De achtergestelde lening tegen 0% rente van in totaal € 48 mln van EZK is bedoeld voor investeringen in geothermieprojecten in Nederland in de komende vijf jaar volgens het businessplan genaamd ‘Masterplan Aardwarmte’. Er is door EZK gekozen voor verplichte deelname van EBN in deze geothermieprojecten. De lening wordt verstrekt aan EBN bv, die deze lening doorstort als agio in EBN Aardwarmte bv. Deze dochter krijgt zo een solvabiliteit van 30%. Verder zal EBN eigen overtollige kasmiddelen inzetten als een groepslening van EBN bv aan EBN Aardwarmte bv waarmee voor 70% van de kapitaalbehoefte van de dochter EBN Aardwarmte bv gedekt wordt. EBN zal samen met professionele marktpartijen risicodragend deelnemen in projecten via haar dochter voor 20% tot 40%.

Ambigo

Deze lening is in 2017 verstrekt voor de ontwikkeling van een duurzame biomassavergassing installatie.

Stichting Woonbedrijf Aardbevingsgebied Groningen

Deze lening dient ter financiering van de aankoop van langdurig te koop staande particuliere woningen in het aarbevingsgebied. Deze lening is in 2020 overgedragen aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Overzichtstabel bedrijfslevenbeleid en Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid

De tabel bevat een meerjarig overzicht van de middelen die in 2020–2025 beschikbaar zijn binnen de begrotingen van een aantal departementen voor het bedrijvenbeleid en het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid. De indeling van de tabel geeft inzicht in de samenhang tussen de verschillende onderdelen. Voor een groot deel betreft dit het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid, dat uit een generieke pijler en een specifieke pijler bestaat. Het generieke beleid ondersteunt innovatie voor alle bedrijven, binnen en buiten de topsectoren (A1 en A2). Ook de bijdrage van Buitenlandse Zaken (A3) is generiek van aard. De kern van het specifieke beleid is publiek-private samenwerking (PPS, B1 en B2). Door een intensievere samenwerking tussen de excellente Nederlandse publieke kennisinfrastructuur en bedrijven vindt de kennis beter zijn weg in innovatieve producten en draagt het bij aan het realiseren van oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. PPS wordt gestimuleerd met de PPS-toeslag en de MIT. Internationale PPS wordt mogelijk gemaakt door EU-cofinanciering (B2), Innovatie Attachés en technologiemissies. Onderdeel C bevat de instrumenten voor aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt en tot slot bestaat onderdeel D uit verschillende specifieke bijdragen van departementen aan voor hun relevante topsectoren en missies.

In de tabel is aangegeven op welk begrotingsartikel de middelen op de departementale begrotingen staan. Daar zijn de hier getoonde reeksen vaak niet één op één terug te vinden, omdat hier alleen de middelen zijn getoond die samenhangen met het bedrijfslevenbeleid en Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid. De verantwoording over dit budget vindt plaats via de reguliere begrotingscyclus van de desbetreffende departementale begrotingen.

Tabel 11 Overzichtstabel bedrijfslevenbeleid en Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid (bedragen x € 1 mln)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Departement

Artikel

I Generiek

        

A1. Ondernemerschap en innovatie

590

220

167

151

140

142

EZK

 

Financieringsinstrumenten Toekomstfonds

590

220

167

151

140

142

EZK

3

         

A2. Fiscale maatregelen

1.287

1.443

1.348

1.286

1.286

1.286

EZK/FIN

 

Aftrek speur- en ontwikkelingswerk (WBSO)

6

5

5

5

5

5

EZK/FIN

2, belastingplan

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO)

1.281

1.438

1.281

1.281

1.281

1.281

EZK/FIN

2, belastingplan

Onderuitputting WBSO 2017 en 2018

  

62

     
         

A3. Internationaal

268

255

249

247

247

237

BH/OS

 

Internationaal ondernemen en ontwikkelingssamenwerking

218

205

199

197

197

187

BH/OS

1,2,3

Dutch Good Growth Fund (DGGF)

50

50

50

50

50

50

BH/OS

1

         

II Specifiek voor topsectoren

        

B1. Kennis en innovatie

620

620

620

620

620

620

  

NWO-PPS

100

100

100

100

100

100

OCW

16

NOW

       

16

NWO2

175

175

175

175

175

175

OCW

16

NWO-TTW

25

25

25

25

25

25

EZK

2

KNAW

14

14

14

14

14

14

OCW

16

         

Toegepast onderzoek (TO2)1

262

262

262

262

262

262

  

- TNO, Marin, NLR, Deltares

171

171

171

171

171

171

EZK

2,4

- Wageningen Research

91

91

91

91

91

91

LNV

23

         

Profilering kennisinfrastructuur

44

44

44

44

44

44

OCW

16

         

B2. Innovatie en PPS

259

322

345

341

318

297

  

PPS-toeslag

116

166

195

205

192

179

EZK

2

MKB Innovatiestimuleringsregeling Topsectoren

42

41

40

40

41

41

EZK

2

Cofinanciering EU-innovatieprogramma's en overige

65

79

84

72

65

61

EZK

2

Economische Ontwikkeling en Technologie

8

10

10

10

10

10

EZK

2

Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek

28

26

16

14

10

6

EZK

3

         

C. Onderwijs en arbeidsmarkt

23

22

22

42

39

39

  

Regionaal investeringsfonds MBO

23

22

22

42

39

39

OCW

4

         

D. Specifieke bijdragen departementen

257

276

293

277

250

221

  

Life Sciences & Health/zorg

60

62

63

61

60

58

VWS

1, 2, 4, kader Zorg

Energie-innovatie (excl. ECN)

132

169

175

169

156

136

EZK

4

Energietransitie gebouwde omgeving

1

2

6

10

8

16

BZK

4

Logistiek

18

     

IenW

divers H-XII, IF en DF

Water en Maritiem

24

18

24

12

  

IenW

divers H-XII, IF en DF

Creatief

12

15

15

15

15

n.n.b.

OCW

14

Defensie

10

10

10

10

11

11

DEF

9

         

Totaal

3.303

3.158

3.044

2.964

2.900

2.843

  
X Noot
1

Ongewijzigd, betreft bedragen Kennis- en Innovatie convenant 2020-2023.

3. Beleidsartikelen

Beleidsartikel 1 Goed functionerende economie en markten

A. Algemene doelstelling

Het scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende economie en goed functionerende markten, waaronder de markt voor elektronische communicatie en de markt voor overheidsopdrachten.

Goed functionerende markten dragen bij aan de economische groei en innovatie. Digitale ontwikkelingen leiden tot ingrijpende veranderingen in sectoren en domeinen. Er is sprake van een digitale transitie die onze manier van werken en leven ingrijpend verandert, met alle kansen en bedreigingen van dien. Om het economisch verdienvermogen te versterken en maatschappelijke uitdagingen aan te pakken zet het kabinet er op in dat Nederland digitaal koploper is en blijft in Europa, onder meer door het slim benutten van en zorgdragen voor hoogwaardige, betrouwbare en veilige digitale infrastructuren en door het stimuleren van onderzoek en innovatie op digitaal terrein.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Staatssecretaris van EZK is op grond van de Telecommunicatiewet verantwoordelijk voor het stellen van regels voor vaste en mobiele communicatienetwerken. De Staatssecretaris van EZK ziet het als taak eventuele belemmeringen voor het goed functioneren van markten te verminderen of weg te nemen en innovatie te stimuleren. De Minister van EZK heeft een systeemverantwoordelijkheid voor de statistische informatievoorziening van rijkswege.

De Staatssecretaris van EZK is samen met bewindspersonen van J&V en BZK verantwoordelijk voor de coördinatie van de Nederlandse Digitaliseringstrategie (2018; update 2019; update 2020). Dat is een kabinetsbrede agenda om de maatschappelijke en economische kansen van digitalisering te benutten en het fundament van de digitale transitie te versterken, waaronder digitale vaardigheden, cybersecurity, privacy, concurrentie en innovatie.

Hieruit vloeien de volgende verantwoordelijkheden voort:

Stimuleren

  • Het stimuleren van een goede balans tussen de belangen van bedrijven en consumenten met generiek consumentenbeleid waarbij de Wet handhaving consumentenbescherming centraal staat.

  • Stimuleren van innovatie in het bedrijfsleven.

Financieren

  • Het bijdragen aan het goed functioneren van markten door het financieren van een deel van de exploitatie van de Autoriteit Consument en Markt (ACM), van TenderNed (het elektronisch aanbestedingssysteem) en diverse organisaties op het gebied van metrologie, normalisatie, accreditatie en markttoezicht.

  • Het financieren van een deel van de exploitatie van het Agentschap Telecom en het verrichten van uitgaven voor opdrachten inzake beleidsvoorbereiding en evaluaties voor frequentiebeleid en veiligheid.

  • Het financieren van het CBS om het van overheidswege verrichten van statistisch onderzoek ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap en het openbaar maken van de op grond van zodanig onderzoek samengestelde statistieken mogelijk te maken.

  • «Het bijdragen aan een vrij, veilig en open internet door het financieren van een aantal (internationale) organisaties op het terrein van Internet Governance, waaronder het IGF.»

(Doen) uitvoeren

  • Het tegengaan van mededingingsbeperkende gedragingen met generiek mededingingsbeleid, zoals opgenomen in de Mededingingswet.

  • Het reguleren van de postmarkt met de Postwet 2009, waardoor een toegankelijke en betaalbare basisvoorziening voor de post is gewaarborgd (universele postdienst).

  • Het opstellen van regels voor het gebruik van de ether, door afspraken te maken in internationaal verband voor harmonisatie en door – in geval van schaarste – te bepalen op welke wijze het spectrum wordt verdeeld.

  • Het inzetten op het realiseren van hoogwaardige en innovatieve breedbandige mobiele communicatie en omroeptoepassingen door verruiming van gebruiksmogelijkheden van het spectrum en door de uitgifte van frequentieruimte.

Regisseren

  • Het bevorderen van goed functionerende markten door het scheppen van randvoorwaarden via wet- en regelgeving.

  • Het bevorderen van innovatie en digitalisering in economische sectoren en maatschappelijke domeinen, door coördinatie van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie.

  • Het scheppen van de juiste voorwaarden voor concurrentie met de Waarborgwet, de Winkeltijdenwet, de Aanbestedingswet 2012, de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie en de Metrologiewet.

  • Het moderniseren van de telecommunicatieregelgeving om deze te kunnen laten meegroeien met de ontwikkelingen in de markt en de behoeftes in de samenleving.

Om - aanvullend op de begroting – de Kamer te informeren over voortgang en effecten van beleid treft u op de website www.cbs.nl/nl-nl/publicatieplanning de planning aan van de CBS-publicaties. Actuele en gedetailleerde informatie over de specifieke beleidsgebieden treft u aan op de websites van PIANOo, de ACM (o.a. over de telecommunicatiemarkt), Agentschap Telecom (Staat van de Ether, jaarberichten), TNO (Monitor Draadloze Technologie) het CBS (Cybersecuritymonitor en DAB+ ontvangers) en NCSC (cybersecurity dreigingen, incidenten en maatregelen) en tenslotte het Digital Trust Center (DTC).

Voor de hierna benoemde beleidswijzigingen zijn data en kengetallen te vinden op de website Bedrijvenbeleid in beeld. De Monitor van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie biedt daarnaast een uitgebreid overzicht van data en kengetallen betreffende een veelheid van aspecten van de digitalisering in Nederland.

Tabel 12 Kengetallen

Kengetallen

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Ambitie 2022

Bron

1. Penetratiegraad van digitale radio ontvangers in huishoudens

4%

6%

6%

10%

12%

16%

35%

CBS

2. Ranglijst digitale economie en maatschappij (DESI)

4

4

3

2

3

4

Koploper

DESI

3a. Connectiviteit – beschikbaarheid vast breedband

84%

94%

95%

98%

97%

98%

98% (minimaal 100 Mbps in 2023)

DESI

3b. Connectiviteit – beschikbaarheid mobiel breedband

77%

80%

85%

88%

94%

99%

98%

DESI

In bovenstaande tabel staan de kengetallen uit het meest recente DESI-rapport (juni 2020) en de meest recente CBS-statistiek (oktober 2019). Het cijfer in DESI 2017 heeft betrekking op 2016, het cijfer in DESI 2018 heeft betrekking op 2017 en in DESI 2019 op 2018. De streefwaarden geven het streven van EZK aan voor genoemde activiteiten, in de komende jaarverslagen zal gerapporteerd worden over de voortgang. Uit het Regeerakkoord (2017) komt de ambitie naar voren dat op sociaal, economisch en digitaal vlak Nederland de Europese koploper wil worden. Volgens het Actieplan Digitale Connectiviteit (2018) stelt het kabinet concreet de volgende connectiviteitsdoelstelling vast: de overheid streeft naar kwalitatief hoogwaardige connectiviteit die een grote diversiteit aan vraag kan bedienen en altijd en overal beschikbaar is tegen concurrerende tarieven. Met mobiele netwerken moeten daarnaast in elk geval basisdiensten altijd en overal kunnen worden geraadpleegd.

Aansluitend de ranglijst digitale economie en maatschappij over 2019, waarin Nederland de 4e positie inneemt (oktober 2019).

Figuur 3 Index Digitale Economie en Samenleving

Bron: Europese commissie, Digitaal Scoreboard

C. Beleidswijzigingen

Voor de hierna benoemde beleidswijzigingen zijn data en kengetallen te vinden op de website Bedrijvenbeleid in beeld. De Monitor van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie biedt daarnaast een uitgebreid overzicht van data en kengetallen betreffende een veelheid van aspecten van de digitalisering in Nederland.

Nederlandse digitaliseringsstrategie (NDS)

De uitvoering van de NDS is in volle gang. In 2020 heeft de Kamer een update van de kabinetsbrede strategie ontvangen (Kamerbrief Nederlandse Digitaliseringsstrategie 2020 van 25 juni 2020). Hierin heeft het kabinet langs de zes prioriteiten (AI, data, digitale vaardigheden en inclusie, digitale overheid, digitale connectiviteit, digitale weerbaarheid) de voortgang en bijdrage van digitalisering aan maatschappelijke en economische uitdagingen zo tastbaar mogelijk gemaakt. De impact van de coronacrisis op digitalisering is hierin ook zoveel mogelijk meegenomen. Ook heeft het kabinet o.a. op basis van de Brede Maatschappelijke Heroverwegingen een aantal toekomstige uitdagingen op het terrein van digitalisering geschetst. Nieuwe ontwikkeling in de NDS is de verkenning die het kabinet is gestart naar de bijdrage die digitalisering kan leveren aan het thema duurzaamheid. Het kabinet vindt het van belang om enerzijds de ecologische impact van digitalisering zelf te verkleinen en anderzijds om digitalisering in te zetten om bedrijfssectoren efficiënter te laten werken. Met de uitvoering en update van de NDS komt het kabinet ook de landenspecifieke aanbevelingen voor Nederland in het kader van het Europees Semester tegemoet. Hierin wordt Nederland onder andere aangemoedigd te investeren in de digitale transitie met hierbij speciale aandacht voor digitale vaardigheden (aanbeveling drie). De Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) bundelt kabinetsbreed de ambities en doelstellingen voor een succesvolle digitale transitie in Nederland met digitale vaardigheden en inclusie als één van de hoofdprioriteiten. De Digitaliseringsagenda primair en voortgezet onderwijs, het Versnellingsplan Onderwijsinnovatie met ICT voor het hoger onderwijs, de strategische digitaliseringsagenda mbo en het kabinetsprogramma Tel mee voor Taal zijn voorbeelden van maatregelen op dit terrein. Verder bieden ook de nieuwe samenwerkingen in het onderwijs die in de COVID-19 crisis tot stand zijn gekomen kansen. Daarnaast investeert het kabinet in digitale sleuteltechnologieën, zoals AI. Zo heeft de staatssecretaris van EZK besloten een financiële impuls toe te kennen van € 23,5 mln voor de periode 2020-2024 voor acties van de Nederlandse AI Coalitie. In 2021 gaat het kabinet verder met de uitvoering van de NDS en zal, indien de omstandigheden dat toestaan, begin 2021 de Conferentie Nederland Digitaal organiseren.

Een sterke basis voor Artificiële Intelligentie (AI) onderzoek en innovatie

Nederland denkt mee, doet mee, profiteert mee en is medebepaler van de richting van digitalisering. Dat vereist een continu hoog niveau van kennis. En dat vraagt om samenwerking tussen universiteiten, hogescholen, overige kennisinstellingen, het bedrijfsleven en overheden over de hele AI-waardeketen. In 2021 zet EZK in op het verder bundelen van de krachten zodat Nederland de kansen van Artificiële Intelligentie (AI) op een verantwoorde wijze kan benutten. Het kader daarvoor vormt het strategisch actieplan AI van het kabinet (Kamerstuk 26 643, nr. 640). De aanpak in 2021 is onder andere gericht op het uitbreiden van de Nederlandse AI-coalitie. Deze zet zich in voor o.a. publiek-private onderzoekslaboratoria, kennisdeling voor het MKB, samenwerking voor maatschappelijke uitdagingen (o.a. zorg, veiligheid, landbouw), de technische industrie, datadelen voor AI, en kennisontwikkeling voor verantwoorde AI. Onderdeel van deze aanpak is ook de uitwerking van AI als sleuteltechnologie in het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid, synergie behalen met regionale AI-initiatieven en het versterken van samenwerking in Europa.

Onderwijscurriculum up-to-date

Om te bewerkstelligen dat jongeren mediawijs zijn en beschikken over goede ICT-basisvaardigheden en informatievaardigheden is een curriculum voor primair en voortgezet onderwijs opgesteld met aandacht voor digitale en praktische vaardigheden. Om de implementatie van het curriculum te bevorderen is door EZK en OCW de digitaliseringsagenda po/vo opgesteld. Hierin wordt in 2021 verder samengewerkt tussen onderwijs en bedrijfsleven om digitale vaardigheden van leerlingen en leraren te versterken.

Voldoende ICT-professionals

Om ervoor te zorgen dat bedrijven voldoende goed gekwalificeerd personeel kunnen vinden, ontwikkelt EZK de Human Capital Agenda ICT in 2021 verder door met nieuwe prioriteiten en wordt het Techniekpact voortgezet.

Een florerende data-economie

Nederland heeft een sterke uitgangspositie als het gaat om het delen van data, niet alleen binnen, maar ook tussen sectoren. Daarmee wordt een belangrijke voorwaarde ingevuld voor succesvolle innovatie op digitaal terrein. Ter ondersteuning daarvan heeft het kabinet een visie op datadeling tussen bedrijven gepubliceerd (Kamerstuk 26 643, nr. 594), wordt onderzoek uitgevoerd, en steunt ook in 2021 financieel concrete initiatieven voor vrijwillige datadeling tussen bedrijven, en dan vooral over sector en landsgrenzen heen.

Digitale infrastructuur van wereldklasse (connectiviteit)

De inspanningen van EZK zijn gericht op een sterke internationale positie voor Nederland op het gebied van vaste en mobiele communicatienetwerken. In 2020 heeft de veiling van de 700, 1400 en 2100 MHz plaatsgevonden. In 2021 en de jaren daarna vindt nog een aantal frequentieverdelingen plaats op basis van de nota mobiele communicatie (Kamerstuk 24 095, nr. 478). De verdeling van de 26 GHz band vindt naar verwachting in 2021 plaats. De veiling van de 3.5 GHz band is voorzien voor eind 2021 of begin 2022. Inmiddels heeft EZK de meerderheid van de acties uit het Actieplan Digitale Connectiviteit uitgevoerd en de Kamer geïnformeerd over de voortgang (Kamerstuk 26 643, nr. 654). Gemeenten worden ondersteund om faciliterend beleid te maken ten aanzien van digitale connectiviteit, zowel voor de vaste als de mobiele digitale infrastructuur. Ook is de meerderheid van de adressen in het buitengebied voorzien van snel internet. In 2021 wordt de ingezette lijn doorgetrokken. Het opgebouwde netwerk met gemeenten wordt onderhouden en verder verstevigd. Zo zal EZK in 2021 verder werken aan de transparantie en harmonisatie van lokaal beleid om een soepele uitrol te bevorderen. Ook wordt ondersteuning geboden bij de mogelijke uitdagingen die op hun pad komen met de komst van nog sneller mobiel internet, waaronder 5G. EZK organiseert ook in 2021 weer een 5G-Innovatienetwerk om toepassingen in maatschappelijke domeinen en economische sectoren te versnellen. EZK geeft daarmee ook invulling aan de afspraken in het Handvest 5G.

Implementatie nieuw Europees telecomkader

Eind december 2018 is de herziening van het Europese telecomkader gepubliceerd. Het belangrijkste doel van het nieuwe kader is het verbeteren van de randvoorwaarden voor het realiseren van snelle digitale communicatieverbindingen (connectiviteit) in de Europese Unie. Verder heeft deze herziening van het telecommunicatiekader als doel om investeringen in snelle breedbandnetwerken te stimuleren, een consistent radiospectrumbeleid en -beheer, een doeltreffende bescherming van consumenten, het creëren van een gelijk speelveld voor alle marktpartijen en een doeltreffender institutioneel regelgevingskader. De nieuwe EU-richtlijn, die vier bestaande richtlijnen vervangt, zal worden geïmplementeerd middels een aanpassing van de Telecommunicatiewet en de daarop gebaseerde lagere regelgeving. Behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is voorzien in2021. Vooruitlopend op het brede implementatiewetsvoorstel is een aantal onderdelen (o.a. toegangsregulering in geval van replicatiebelemmeringen en het overstappen van telecomaanbieder) uit de Telecomcode opgenomen in een separaat wetsvoorstel dat reeds is aangenomen en gepubliceerd (Stb. 2020, 199).

Een veilige digitale samenleving

Mensen en bedrijven moeten digitale technologieën veilig kunnen gebruiken. De roadmap veilige hard- en software (Kamerstuk 26 643, nr. 535) wordt nader ingevuld om veilige (hard- en software) producten te bevorderen. Dit is van belang omdat door de opkomst van het Internet of Things steeds meer (vaak onveilige) producten aan het internet worden gekoppeld. J&V en EZK voeren ook in 2021 voorlichtingscampagnes cyberhygiëne om burgers en bedrijven bewust te maken van het belang van digitale veiligheid en bijpassend handelingsperspectief te bieden. Cyberhygiëne is erop gericht dat burgers en bedrijven maatregelen nemen om zichzelf digitaal te beschermen, zoals het uitvoeren van veiligheidsupdates. De campagne ‘Doe je updates’ brengt het belang hiervan onder de aandacht.

Structureel is € 2,5 mln per jaar beschikbaar voor de activiteiten van het Digital Trust Center (DTC) om via voorlichting, tools en advisering bedrijven – van zzp-er tot grootbedrijf – beter in staat te stellen hun eigen cyberweerbaarheid te organiseren. Deze middelen zijn voor opdrachten zoals de doorontwikkeling van de website en een online platform, kennisopbouw over cyberrisico’s en kennisdeling met de doelgroep niet-vitale bedrijfsleven. Het DTC is extern geëvalueerd (Kamerstuk 26 643, nr. 668). De evaluatie gaf een positief beeld van de resultaten en doelbereik van het DTC. In lijn met de conclusies en aanbevelingen van deze evaluatie zal in 2021 gestart worden met het ontsluiten van vertrouwelijke dreigingsinformatie voor grote en meer cybermature bedrijven. Ook zal het landelijk dekkend stelsel van informatieknooppunten voor het niet-vitale bedrijfsleven via een subsidieregeling in 2021 verder uitgebreid en bestendigd worden. Voor de digitale dienstverleners zoals clouddiensten en on-line-marktplaatsen wordt de informatievoorziening van het Computer Security Incident Response Team (CSIRT) in 2021 verder vormgegeven. De technologische ontwikkelingen in de telecomsector in combinatie met de dreiging vanuit statelijke actoren nopen tot een aanscherping van het toezicht en veiligheidseisen ten aanzien van telecomnetwerken. Uiterlijk 28 juni 2021 wordt de Europese Verordening Cyber Security Act (CSA) geimplemteerd en Agentschap Telecom zal de taken van de nationale autoriteit uitvoeren. Het doel van de CSA is om door middel van een geharmoniseerde certificatiesystematiek de cyberveiligheid in Europa aan te jagen en de (digitale) interne markt te versterken.

Bescherming van en regie op Persoonsgegevens

De acties van EZK zijn er op gericht dat mensen erop kunnen vertrouwen dat hun privacy online goed beschermd is en grip hebben op hun persoonsgegevens. EZK zet zich in 2021 verder actief in voor de totstandkoming en implementatie van een ambitieuze Europese e-privacy verordening. De totstandkoming van de verordening heeft forse vertraging opgelopen door verdeeldheid in de Raad. Hierdoor is onduidelijk wanneer de Raad kan komen tot een algemene oriëntatie. Pas als die er is kunnen de trilogen met het Europese Parlement en de Commissie beginnen.

Mededinging en digitalisering

In april 2020 heeft EZK een Kamerbrief gepubliceerd over de voortgang van de modernisering van het mededingingsinstrumentarium in relatie tot digitalisering en online platforms (Kamerstuk 35 134, nr. 13). EZK is verheugd dat de Europese Commissie in lijn met de beleidsinzet van EZK heeft aangekondigd opties voor een ex ante instrumentarium voor platforms met een poortwachtersfunctie te zullen verkennen en uit te werken in concrete voorstellen. Naar verwachting komt de Commissie in het eerste kwartaal van 2021 met een voorstel. Omdat grote platforms in heel de EU actief zijn en vervolgacties daarom op Europees niveau plaats moeten vinden, zal EZK in 2021 doorgaan met het uitdragen van de Nederlandse beleidsinzet in Europa. Dit moet ervoor zorgen dat de concurrentie in de digitale economie wordt geborgd, zodat consumenten en ondernemers hun autonomie en keuzevrijheid behouden en zo de kansen die de platformeconomie biedt optimaal kunnen benutten.

Postmarkt

Een wetsvoorstel tot wijziging van de Postwet 2009 is op 30 maart 2020 ingediend bij de Tweede Kamer. Deze wijziging heeft als doel de postvoorziening ook in de toekomst beschikbaar, betaalbaar en betrouwbaar te houden en een overgang naar een brede bezorgmarkt op een verantwoorde manier vorm te geven. De beoogde inwerkingtreding van deze wet is halverwege 2021.

Telemarketing

Nederland kent op dit moment een zogenaamd opt-out regime, waarbij natuurlijke personen die telemarketing niet op prijs stellen dit kunnen aangeven door hun telefoonnummer in te schrijven in het Bel-me-niet register. In 2020 is het wetsvoorstel dat een opt-in systeem voor telemarketing instelt aanhangig gemaakt bij de Tweede Kamer. Wanneer de parlementaire behandeling voorspoedig verloopt kan dit wetsvoorstel in 2021 in werking treden.

Programma Vervolg Beter Aanbesteden

In 2020 is gewerkt aan de vormgeving van een programma Vervolg Beter Aanbesteden. Dit vervolg is medio 2019 aan de Kamer toegezegd (Kamerstuk 34 252, nr. 14). Doel van dit meerjarige programma is om te zorgen voor verbeteringen in de aanbestedingspraktijk door een betere dialoog tussen overheden en ondernemers en een betere verankering van aanbesteding in overheidsorganisaties. Voor dit programma is budget nodig. De omvang van dit budget wordt op dit moment nog uitgewerkt.

Rechtsbescherming

Als dialoog niet tot overeenstemming leidt, is het belangrijk dat ondernemers en aanbestedende diensten over evenwichtige rechtsbeschermingsmogelijkheden beschikken. In 2021 zullen de door het kabinet aangekondigde maatregelen om de rechtsbescherming bij aanbestedingen te verbeteren (Kamerstuk 34 252, nr. 13 en Aanhangsel Handelingen 2019-2020, nr. 582) verder worden geïmplementeerd.

Evaluatie werkwijze adviescommissie Gids Proportionaliteit

Begin 2017 is de schrijfgroep Gids Proportionaliteit omgevormd tot een adviesgroep (Kamerstuk 32 440, nr. 95). Daarbij is aangekondigd dat deze nieuwe werkwijze na de zittingsperiode van de eerste leden van de schrijfgroep, die afloopt per 1 juni 2021, geëvalueerd zou worden (Kamerstuk 32 440, nr. 99). De evaluatie zal in 2021 worden afgerond.

Evaluatie Raad voor Accreditatie (RvA)

Gelet op artikel 39, eerste lid van de Kaderwet ZBO’s, dient de Minister elke vijf jaar een verslag aan het parlement te sturen inzake het functioneren van de RvA. Het laatste verslag dateert van 2016. In 2021 zal een externe opdracht worden uitgezet om het functioneren van de RvA over de jaren 2016-2020 te evalueren.

EU-cofinanciering Digital Europe

Het Digital Europe Programma (DEP) is een nieuw programma binnen het MFK (Meerjarig Financieel Kader voor Europa) om het innovatie & concurrentievermogen van de EU te verhogen en de strategische digitale capaciteiten te verstevigen. Dit is aanvullend aan het Horizon Europe Programma, dat zich meer richt op ‘onderzoek en innovatie’. De voorgestelde prioriteiten binnen het programma zijn onder meer: Artificiële Intelligence, Cybersecurity en vertrouwen, Digitale vaardigheden voor gevorderden en European Digital innovation Hubs. Het gaat om een totaal bedrag van 50 mln in 2021 (verplichtingen).

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 13 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

265.347

228.275

280.737

226.357

227.801

222.389

223.660

Waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

Waarvan overige verplichtingen

265.345

228.275

280.737

226.357

227.801

222.389

223.660

        

Uitgaven

251.492

231.540

239.028

243.928

244.030

238.410

222.989

Waarvan juridisch verplicht

  

90%

    
        

Subsidies (regelingen)

517

2.582

8.000

15.000

15.000

15.000

0

Cyberweerbaarheid

517

778

0

0

0

0

0

Subsidiemaatregel telecom Caribisch Nederland (Corona)

0

1.804

3.000

0

0

0

0

EU-cofinanciering Digital Europe

0

0

5.000

15.000

15.000

15.000

0

        

Opdrachten

54.511

22.622

24.964

28.623

28.524

28.718

28.718

Onderzoek en Opdrachten

1.710

2.500

1.649

1.698

1.780

1.824

1.824

Beleidsvoorbereiding en evaluaties Frequenties en Veiligheid

6.204

5.430

5.295

6.610

6.855

7.005

7.005

Digital Trust Center

125

599

2.532

2.532

2.532

2.532

2.532

Cyber Security

901

6.642

6.526

8.245

8.245

8.245

8.245

ICT beleid

0

6.451

7.962

8.538

8.112

8.112

8.112

Terugbetaling boetes ACM

45.571

0

0

0

0

0

0

CSIRT-DSP

0

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

        

Bijdrage aan agentschappen

34.814

38.702

37.115

32.651

32.852

27.179

27.179

Agentschap Telecom

23.576

27.840

25.883

22.490

22.490

22.490

22.490

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

11.238

10.862

11.232

10.161

10.362

4.689

4.689

        

Bijdrage aan zbo/rwt's

157.720

163.653

164.983

163.677

163.677

163.536

163.115

Metrologie

9.480

9.741

9.741

9.741

9.741

9.741

9.741

Raad voor Accreditatie

235

271

271

271

271

271

271

ACM

614

761

761

761

761

761

761

CBS

147.391

152.880

154.210

152.904

152.904

152.763

152.342

        

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

3.931

3.981

3.966

3.977

3.977

3.977

3.977

Nederlands Normalisatie Instituut (NEN)

1.157

1.186

1.171

1.171

1.171

1.171

1.171

Internationale organisaties

2.774

2.795

2.795

2.806

2.806

2.806

2.806

        

Ontvangsten

19.559

854.540

439.858

31.934

31.934

31.934

31.934

Ontvangsten ACM

162

162

162

162

162

162

162

High Trust

17.486

30.200

30.200

30.200

30.200

30.200

30.200

Diverse ontvangsten

1.910

824.178

409.496

1.572

1.572

1.572

1.572

Budgetflexibiliteit

Subsidies: Het bedrag dat geraamd is in 2021 is niet juridisch verplicht. De € 3 mln voor de subsidiemaatregel telecom Caribisch Nederland (Corona) is wel bestuurlijk gebonden.

Opdrachten: Van het opdrachtenbudget is 62% juridisch verplicht. Het betreft de uitfinanciering van in voorgaande jaren verstrekte opdrachten, met name voor projecten op het gebied van wettelijke voorzieningen, onderzoeksopdrachten in verband met frequentie veilingen en telefonie. Het merendeel van de opdrachten zal worden afgerond in 2021.

Bijdrage aan agentschappen: Het budget betreft de financiering van de opdracht 2021 aan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl), Agentschap Telecom (AT) en DICTU en is 100% juridisch verplicht.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s: Van de totaal voor 2021 geraamde uitgaven voor artikel 1 is circa € 165 mln bestemd voor bijdragen aan ZBO’s/RWT 's. Hiervan is 100% niet flexibel inzetbaar in 2021 als gevolg van overeenkomsten met betrokken organisaties.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties: Van het beschikbare budget voor (inter)nationale organisaties is 70% juridisch verplicht. Het betreft o.a. contributies voor de Internationale Telecommunicatie-unie, Universal Postal Union en Internet Governance Forum. De afspraken gelden voor meerdere jaren.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Subsidies

Cyberweerbaarheid 

Naast de activiteiten van het Digital Trust Center wordt subsidie verstrekt aan groepen van bedrijven in niet-vitale sectoren die op cybersecurity-terrein willen samenwerken. De uitvoering van de regeling ligt bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Telecom Caribisch Nederland (corona)

Gegeven het feit dat de vaste lasten van essententiele diensten, zoals telecommunicatie, op Caribisch Nederland relatief hoog zijn en deze diensten in deze moeilijke tijd meer dan ooit nodig zijn (homescholing, thuiswerken), heeft het kabinet in 2020 maatregelen genomen om de kosten van deze diensten te verlagen. Van mei tot en met december 2020 was 25 USD per aansluiting per maand beschikbaar om de kosten van een vaste internetverbinding te verlagen. Deze tijdelijke maatregel wordt in 2021 tijdelijk grotendeels gecontinueerd, maar omdat internet Bovenwinds aanzienlijk duurder is in verband met de kleine schaal wordt bezien of differentiering tussen de eilanden zal plaatsvinden.

EU- cofinanciering Digital Europe

Het Digital Europe Programma (DEP) is een nieuw programma binnen het MFK (Meerjarig Financieel Kader voor Europa) om het innovatie & concurrentievermogen van de EU te verhogen en de strategische digitale capaciteiten te verstevigen. Dit is aanvullend aan het Horizon Europe Programma, dat zich meer richt op ‘onderzoek en innovatie’. De voorgestelde prioriteiten binnen het programma zijn onder meer: Artificiële Intelligence, Cybersecurity en vertrouwen, Digitale vaardigheden voor gevorderden en European Digital innovation Hubs.

Opdrachten

Onderzoek en opdrachten/beleidsvoorbereiding frequenties

Dit betreft onderzoeksopdrachten die dienen ter ondersteuning van het beleid op het gebied van onder andere het marktordeningsbeleid, mededingingsbeleid, consumentenbeleid, aanbestedingsbeleid, Europese zaken en strategie en telecom.

Voor het DTC is een budget van € 2,5 mln beschikbaar voor het opzetten van een Digital Trust Center (DTC) om 'Niet-vitale bedrijfsleven'beter in staat te stellen hun eigen cyberweerbaarheid te organiseren. Deze middelen zijn voor opdrachten zoals de ontwikkeling van een online platform.

CSIRT staat voor Computer Security Incident Response Team ofwel een gespecialiseerd team van professionals die snel kunnen handelen bij een beveiligingsincident met computers of netwerk. CSIRT geeft naast het nemen van maatregelen,advies bij incidenten en is pro-actief bezig met

het analyseren en opsporen van bedreigingen. Ook wordt de informatievoorziening o.a voor clouddiensten en online-marktplaatsen verder vormgegeven.

Vanaf 2020 wordt ingezet op voorlichting om burgers en bedrijven bewust te maken van het belang van digitale veiligheid en bijpassend handelingsperspectief te bieden.

Ook zal een aantal werkzaamheden bestaan uit het doen van concrete kennis- en innovatie calls, die voortvloeien vanuit de Kennis- en Innovatie Agenda. Deze innovatie en onderzoekscalls zullen mede worden vormgegeven door de (vak)departementen. Het in te zetten instrumentarium, zal onder meer bestaan uit calls in samenwerking met NWO, versterken specifieke kennisvragen met SMO (Samenwerkingsmiddelen Onderzoek) programmering van TNO en het (mede) ontwikkelen van instrumenten ten behoeve van een technology transfer facility. Daarnaast zal gebruik worden gemaakt van bewezen EZK instrumenten als SBIR en MKB instrumenten.

Specifieke aandacht zal uitgaan naar activiteiten die de crosssectorale doelstellingen vanuit het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid kunnen ondersteunen. Tot slot zullen middelen ingezet worden om een bijdrage te leveren aan het versterken van community building binnen de cybersecuritysector.

Bijdrage aan agentschappen

Agentschap Telecom

Agentschap Telecom draagt onder meer zorg voor de toelating tot het spectrum en ziet toe op het juiste gebruik daarvan. De voornaamste uitvoeringstaken zijn voorlichting in het kader van het antennebeleid, juridische procedures en een bijdrage voor werkzaamheden in het kader van vergunningsvrije toepassingen. De toezichtstaken hebben betrekking op onder meer toezicht ondergrondse netten (WION), Metrologiewet, Waarborgwet, bevoegd aftappen en dataretentie en de Cybersecuritywet voor netwerkbeveiliging en informatiebeveiliging (NIB-richtlijn). Ook voert Agentschap Telecom het toezicht uit op vertrouwensdiensten die onder de Europese eIDAS-Verordening vallen.

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

RVO.nl is de uitvoeringsdienst van het Ministerie van EZK en is onder meer verantwoordelijk voor de voorlichting van ondernemers over de aanbestedingsregelgeving. Hieronder vallen ook de taken van PIANOo als expertisecentrum voor aanbestedende diensten en het daarbij behorende TenderNed, het systeem voor het systeem voor elektronisch aanbesteden.

Bijdrage aan ZBO's/ RWT's

Metrologie

Met de Metrologiewet worden nationale meetstandaarden beschikbaar gesteld, die de basis vormen van een internationaal herleidbare metrologische infrastructuur. Het gebruik van gecontroleerde meetinstrumenten bij het leveren van goederen draagt onder andere bij aan eerlijke handel en consumentenbescherming. VSL is het nationaal metrologisch instituut (NMI) van Nederland. VSL B.V. ontwikkelt, beheert en onderhoudt de nationale meetstandaarden in opdracht van EZK op basis van een overeenkomst voor onbepaalde tijd.

Raad voor Accreditatie (RvA)

De Raad voor Accreditatie is een ZBO dat controleert of een keuringsinstantie, certificeringsinstantie, inspectie-instantie of een laboratorium aan de accreditatienormen voldoet. De taken van de Raad voor Accreditatie zijn vastgelegd in de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie. De RvA ontvangt jaarlijks een bijdrage van de Staat voor de kosten die de RvA maakt in het kader van Europese en internationale activiteiten die relevant zijn voor de accreditatie sector als geheel.

Autoriteit Consument en Markt (ACM)

De ACM is belast met wettelijke taken op het gebied van het generieke mededingingstoezicht (Mededingingswet), generieke consumentenbescherming (Wet handhaving consumentenbescherming), de regulering van de telecommarkt en het sectorspecifieke markttoezicht in de sectoren energie, telecommunicatie, post en vervoer. De apparaatsuitgaven van de ACM zijn geraamd op artikel 40, net als de kosten van de ACM die worden doorbelast naar marktorganisaties die onder het ACM-toezicht vallen. Het bedrag geraamd op artikel 1 betreft de geraamde kosten van de leden van het bestuur van de ACM. Informatie over de organisatie, onderwerpen en publicaties van de ACM treft u aan op: https://www.acm.nl/nl.

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Het Centraal Bureau voor de Statistiek is opgericht om te zorgen dat cijfers aan de basis liggen van (solide) beleid. Het CBS heeft als onafhankelijk kennisinstituut dan ook tot taak het publiceren van betrouwbare en samenhangende statistische informatie, waardoor becijferde maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden. Het werkterrein van het CBS omvat alle onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Informatie over het CBS treft u onder meer aan op: https://www.cbs.nl/nl-nl/over-ons/organisatie. Statline is de databank van het CBS.

Voor Caribisch Nederland maakt het CBS statistieken op het gebied van o.a. prijzen, bevolking, bedrijven, gezondheid en internationale handel.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Nederlands Normalisatie Instituut (NEN)

Het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) ontvangt een bijdrage van de Staat voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden die voortvloeien uit de Europese verordening voor normalisatie (Verordening (EU) Nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012) en de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen die over het geven van informatie over normen gaat. Tevens is de bijdrage bedoeld voor het informeren van Nederlandse belanghebbenden over initiatieven van de Europese en mondiale normalisatie-instellingen. Daarnaast gebruikt het NEN de bijdrage voor een deel van de contributies die het NEN is verschuldigd aan de Europese en mondiale normalisatie-instellingen en voor de controle op actualiteit van verwijzingen naar normen in regelgeving en kennisgeving aan ministeries indien verwezen wordt naar ingetrokken normen.

Internationale organisaties

Dit betreft bijdragen aan:

  • Universal Postal Union (UPU): is een internationale organisatie die de verschillende postovergangen tussen lidstaten controleert. Elke lidstaat gaat dan ook akkoord met de regels voor het internationaal postverkeer. Het is formeel een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties. De UPU speelt een voorname rol in het constant optimaliseren van postdiensten. De hoofddoelen van de UPU zijn de promotie van het mondiale postverkeer, toename van het aantal verwerkte poststukken door te voorzien in moderne producten en diensten, en een hoge servicekwaliteit voor de consument;

  • European Conference of Postal and Telecommunications Administrations (CEPT): De inzet in de ITU en UPU wordt regionaal voorbereid, voor landen in Europa is daarvoor CEPT het aangewezen kanaal. EZK draagt jaarlijks bij aan de kosten van ERO (het permanente ondersteunende bureau van CEPT in Kopenhagen);

  • Internationale organisaties Metrologie. Het gaat om bijdragen op het gebied van metrologie die vastliggen in internationale verdragen (Organisation Internationale de Métrologie Légale (OIML), WELMEC, Bureau International des Poids et Mesures (BIPM));

  • Nederland betaalt als lid van de International Telecommunications Union (ITU) lidmaatschap. Binnen de ITU worden internationale afspraken gemaakt over wereldwijde toewijzing van radiofrequenties aan categorieën van diensten en over de toewijzing van (schaarse) ruimteposities aan satellietsystemen;

  • EZK doneert jaarlijks een bedrag aan het secretariaat van het Internet Governance Forum (IGF). Dit forum is een uitvloeisel van het VN-top World Summit on Information Society in 2005.

Toelichting op de ontvangsten

Diverse ontvangsten

De veilingen van de zogenoemde frequentiebanden voor 700, 1400 en 2100 Megahertz zijn in juli 2020 afgerond. De opbrengst van deze veiling bedraagt € 1,23 mld. Dit bedrag zal in twee termijnen door de telecomproviders worden betaald. In 2020 zal naar verwachting € 822,6 mln worden ontvangen.

High Trust

Deze ontvangsten hebben betrekking op boetes die toezichthouders van EZK opleggen en waar – in het kader van het zogenaamde High Trust-beleid – een meerjarige raming voor wordt aangehouden. Verreweg het grootste deel van de ontvangsten betreft boetes die opgelegd worden door de ACM.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein. Het betreft de BTW-vrijstelling voor post. Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de Fiscale regelingen».

Beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

A. Algemene doelstelling

Met het bedrijvenbeleid40 zorgt EZK ervoor dat bedrijven kunnen floreren en hun bijdrage kunnen leveren aan de brede welvaart van onze samenleving. De maatschappelijke bijdrage van bedrijven bestaat uit het bieden van: werk, inkomen, economische vooruitgang, innovatieve toepassingen die de kwaliteit van ons leven vergroten, ontplooiingsmogelijkheden voor burgers en een hoge kwaliteit van de leefomgeving. Door innovatie en ondernemerschap te bevorderen draagt het bedrijvenbeleid bij aan onze welvaartsgroei, door economische vooruitgang op een evenwichtige wijze te combineren met een hoge kwaliteit van onze leefsituatie zodat Nederland internationaal aantrekkelijk blijft om in te wonen, te werken en te leven.

Corona en bedrijvenbeleid

Sinds het begin van 2020 staat ook het bedrijvenbeleid vooral in het teken van de economische en maatschappelijke gevolgen van de door het Corona-virus veroorzaakte gezondheidscrisis. Met het eerste en tweede steunpakket voor bedrijven heeft het kabinet maatregelen genomen om de directe schade zoveel mogelijk te beperken om zodoende zoveel mogelijk banen en inkomens te beschermen. Met het derde steunpakket continueert het kabinet de steun aan bedrijven met daarnaast aandacht voor investeringen, toekomstig groeivermogen en een sociaal pakket voor mensen van wie werk onder druk staat of die hun rekeningen niet meer kunnen betalen perspectief te bieden.

Het CPB heeft laten zien dat we het risico lopen dat de crisis blijvende schade aanricht aan ons groeivermogen op de middellange termijn vanwege de effecten die het heeft op (de kwaliteit van) het arbeidsaanbod en het teruglopen van investeringen en minder innovatie; met mogelijk nadelige gevolgen voor de productiviteitsontwikkeling. Het is daarom extra belangrijk om ons toekomstig verdienvermogen verder te versterken Met een pakket aan maatregelen gericht op investeringen bespoedigt het Kabinet het economische herstel en versterkt het ons groeivermogen. Het kabinet kiest er voor met een fiscale maatregel private investeringen in R&D uit te lokken. In 2021 wordt het tarief van de eerste schijf van de WBSO voor starters en niet-starters incidenteel verhoogd. Tevens worden publieke investeringen op een slimme manier naar voren gehaald en werkt het kabinet zoals aangekondigd in de Miljoenennota 2020 ook aan de oprichting van een investeringsfonds. Daarmee wordt ook op de lange termijn het verdienvermogen van Nederland versterkt.

Als de Coronacrisis één ding duidelijk heeft gemaakt dan is het wel de kwetsbaarheid van onze manier van leven en werken en ook de belangrijke rol die bedrijven daarbij spelen. Welvaartsgroei is geen vanzelfsprekendheid, of het nou gaat om onze gezondheid, de beschikbaarheid van voldoende zorg, inkomen, werk of winstgevende bedrijvigheid. Goed functionerende bedrijven bieden naast werk en inkomen ook een maatschappelijk verband waar werknemers zich gewaardeerd en betrokken voelen, zichzelf kunnen ontplooien en waar ze naar vermogen kunnen bijdragen aan maatschappelijke vooruitgang. Bedrijven hebben ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid om mogelijk de nadelige gevolgen van economische activiteiten voor de kwaliteit van onze leefomgeving en samenleving te beperken. Zo dragen bedrijven ook bij aan onderzoek en scholing, maatschappelijk verantwoorde producten, eerlijke prijzen, goede lonen en pensioenvoorzieningen, en aan een hoogwaardige leefomgeving door met nieuwe producten, diensten en technologieën bij te dragen aan de grote maatschappelijke vraagstukken van deze tijd, zoals de energietransitie en verduurzaming van de industrie en de digitalisering. Ook nu tijdens de Coronacrisis pakken bedrijven hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Samenwerking en maatschappelijke betrokkenheid is cruciaal voor onze welvaartsgroei. Samenwerking tussen grote internationaal opererende ondernemingen en het midden- en kleinbedrijf is essentieel voor het ondernemerssucces. Ook internationale samenwerking is onmisbaar voor een open economie als de onze. Strategische samenwerking tussen bedrijven, (hoge) scholen en wetenschap is ook belangrijk omdat de wetenschap en de (hoge) scholen fundamentele ideeën en ontwikkelcapaciteit bieden, en het bedrijfsleven de mogelijkheden ziet waar nieuwe technologieën kunnen worden toegepast in nieuwe producten, diensten of productieprocessen.

Nederland behoort tot de mondiale top van de meest dynamische en concurrerende kenniseconomieën en is ook één van de landen met de hoogste arbeidsproductiviteit ter wereld. Door de Coronacrisis krijgt onze economie een enorme schok te verduren met een forse economische krimp dit jaar tot gevolg, in het onverhoopte geval doorlopend in 2021. Het kabinet zet er met het bedrijvenbeleid en het steun- en herstelpakket op in deze toppositie te behouden en verder te versterken en onze welvaart duurzaam veilig te stellen voor de toekomstige generaties. Dat doen we met een offensieve innovatie- en ondernemersstrategie die niet alleen bijdraagt aan onze materiële welvaart maar ook aan bijvoorbeeld klimaat, duurzaamheid, veiligheid, gezondheid, voedselkwaliteit en een uitdagende werkomgeving.

Om deze toppositie(s) te handhaven en te versterken zet het kabinet in op het realiseren van de volgende twee strategische doelen:

  • 1. Het realiseren van innovaties die bijdragen aan de maatschappelijke vooruitgang, onder meer met het missiegedreven innovatiebeleid, de topsectorenaanpak en publiek-private onderzoekssamenwerking.

  • 2. Een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het waarborgen van goede randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie.

1) Het realiseren van duurzame innovaties die bijdragen aan de maatschappelijke vooruitgang met het missiegedreven innovatiebeleid, de topsectorenaanpak en publiek-private onderzoekssamenwerking.

Innovatie is één van de belangrijkste bronnen voor economische groei, welvaart en vooruitgang op tal van maatschappelijke terreinen. Succesvolle innovaties creëren niet alleen toegevoegde waarde, maar bieden ook (deel)oplossingen voor de maatschappelijke vraagstukken, onder meer op de terreinen «Energietransitie en Duurzaamheid», «Landbouw, Water en Voedsel», «Gezondheid en Zorg» en Veiligheid. Om bedrijven aan te zetten tot innovatie, stimuleert en financiert de overheid onderzoek en ontwikkeling (R&D) bij publieke kennisinstellingen en bedrijven. Het kabinet houdt vast aan de in Europees verband vastgelegde Nederlandse ambitie om een R&D-intensiteit van 2,5% van het BBP te realiseren (Kamerstuk 33 009, nr. 63). Investeren in R&D is echter geen doel in zichzelf, maar vormt één van de fundamenten voor het innovatief vermogen van een land, naast een goed ondernemingsklimaat, een goede kennisinfrastructuur, kennissamenwerking, een goed werkende financieringsmarkt (zie verder artikel 3 van deze begroting) en het beschikbaar zijn van bekwaam personeel.

Het kabinet wil zicht houden op de doelstelling voor R&D-investeringen in Nederland van 2,5% van het BBP. Het kabinet investeert conform het regeerakkoord vanaf 2020 structureel € 400 mln extra in fundamenteel en toegepast onderzoek, plus een incidentele investering in de onderzoeksinfrastructuur. Ook bevat het regeerakkoord een aantal meer structuur-georiënteerde beleidsveranderingen, onder andere door de sterkere focus van de topsectoren op de economische kansen van maatschappelijke thema’s en sleuteltechnologieën, en de voortzetting van het Techniekpact. De extra investeringen in toegepast onderzoek die lopen via EZK betreffen bedragen oplopend tot € 150 mln. In het verlengde van het regeerakkoord zet het kabinet vanaf 2018 in op drie structurele intensiveringen: 1) Een investering bij grote technologische instituten die aantoonbaar aan marktbehoeften tegemoet komen (€ 75 mln); 2) versterking van publiek-private samenwerking (€ 50 mln). Hiervoor is onder andere de PPS-toeslag verhoogd van 25% naar 30% in 2018; 3) versterking van het mkb in het innovatiebeleid (€ 25 mln), via uitbreiding van de MKB Innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) en de innovatiekredieten voor het mkb. Gekoppeld hieraan zet het kabinet in op ondersteuning van startups en het versterken van de rol van de overheid als launching customer via de SBIR.

Eén van de prioritaire missies van het kabinet betreft het klimaat en de verduurzaming van de industrie. Met de klimaatambities van het kabinet zal innovatie zich ook nadrukkelijk gaan richten op het realiseren van een CO2-neutrale en innovatieve industrie in 2050. Voor de periode tot 2030 is in het Klimaatakkoord afgesproken dat de industrie (inclusief de afvalverwerkende industrie) de uitstoot van broeikasgassen moet reduceren met 14,3 Mton (59% reductie ten opzichte van 1990). Vanuit het bedrijvenbeleid wordt hieraan bijgedragen met het missiegedreven innovatiebeleid en specifieke instrumenten ter stimulering van innovatie en demonstratie. Het rijksbrede programma Circulaire Economie onder coördinatie van IenW bestaat uit 5 Transitieagenda’s: Biomassa en voedsel, Kunststoffen, Maakindustrie, Bouw en Consumptiegoederen. De bijdrage die EZK in dit kader levert aan de circulaire maakindustrie draagt mede bij aan de verduurzaming van de industrie.

De publiek-private samenwerking in de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI) hebben er de afgelopen jaren toe geleid dat met publieke kennisinvesteringen additionele private kennisinvesteringen en cofinanciering zijn gerealiseerd. Door deze PPS-werkwijze zijn de beschikbare publieke en private investeringen voor onderzoek en ontwikkeling toegenomen. Met de nieuwe topsectorenaanpak van het missiegedreven innovatiebeleid geeft het kabinet aan die hefboom een nieuwe impuls. In de brief van 26 april 2019 (Kamerstuk 33 009, nr. 70) heeft het kabinet de aanpak van het «Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid» toegelicht. Daarin staan de economische kansen van maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën centraal. De kabinetsmissies op de terreinen energietransitie & duurzaamheid, landbouw, water, voedsel, veiligheid, gezondheid en zorg zijn daarbij leidend. Daarnaast worden voor de sleuteltechnologieën meerjarige R&D-programma’s opgesteld. Topsectoren hebben daarvoor kennis- en innovatieagenda’s 2020–2023 opgesteld. Op 11 november 2019 is het Kennis- en Innovatie Convenant (KIC) vastgesteld. Het KIC bevat afspraken met ruim 2.200 bedrijven, kennisinstellingen en overheden om gezamenlijk in 2020 ruim € 4,9 mld in economische kansen van maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën te investeren. Daarvan komt € 2,05 mld van bedrijven en € 2,85 mld uit publieke middelen. 

De ambities in het missiegedreven topsectoren en innovatiebeleid sluiten aan bij de recente landspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie. De Europese Commissie stelt voor om - in het licht van de COVID-19 uitbraak – geplande publieke investeringsprojecten te vervroegen en private investeringen aan te moedigen om het economisch herstel te bevorderen. Daarbij de investeringen onder meer toe te spitsen op missiegedreven onderzoek en innovatie. Het kabinet onderschrijft in haar reactie dat aandacht voor missiegedreven onderzoek en innovatie kan bijdragen aan het vinden van oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen, waaronder verduurzaming en digitalisering (brief van 5 juni 2020, Kamerstuk 21 501-20, nr. 1558). In het kennis en innovatie convenant (KIC) 2019 is het voornemen vastgelegd om vanaf 2020 per jaar bijna € 5 mld in te zetten op de zes kennis- en innovatie agenda’s (KIA’s). Er wordt naar gestreefd om dit beleid zoveel als mogelijk doorgang te laten vinden, ondanks de COVID-19 crisis.

2) Een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het creëren van excellente randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie.

EZK stimuleert langs verschillende wegen een goed functionerend bedrijfsleven, dat bestaat uit zowel grootbedrijf als mkb, uiteenlopend van kennisintensieve en multinationaal opererende ondernemers, tot startende bedrijven en éénpitters. EZK helpt bij de vernieuwing met wetten en regels, zoals het beschermen van intellectueel eigendom en het merkenrecht. Door oog te hebben voor veranderende machtsverhoudingen die vragen om een visie en regelgeving ten aanzien van het borgen van economische veiligheid en het delen van gegevens voor consumenten en bedrijven onderling. EZK steunt opschaling en uitrol van nieuwe technologieën door standaardisatie en voorwaarden vast te leggen. Verder zorgt EZK ervoor dat iedereen de economische en maatschappelijke kansen kan pakken die de digitalisering van de economie biedt (zie verder artikel 1 van deze begroting). EZK creëert ook de condities voor een gezond en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven. Dat is een bedrijfsleven dat in staat is om winstgevend te zijn en zich voortdurend vernieuwt, dat werkt aan maatschappelijke acceptatie, bijvoorbeeld door de «corporate governance code» over de manier waarop ondernemingen moeten worden geleid.

Daarbij vraagt deze tijd om groter te denken: de uitdagingen vragen vaak om oplossingen op een schaal waarbij tenminste Europees moet worden gedacht. De bescherming van burgers en het bedrijfsleven bij datadeling is zo’n voorbeeld. Ook economische veiligheid, het voorkomen van ongewenste afhankelijkheid en het vrijwaren van spionage en sabotage, is zo’n thema, dat nationaal en Europees moet worden aangepakt. Voor de economische kansen geldt dat net zo goed: met de grootte van de uitdagingen, de Europese interne markt, en de opkomst van mondiaal opererende bedrijven in digitale markten, geldt eens te meer dat Nederlandse ondernemers en bedrijven hun vleugels uit moeten slaan en zich moeten willen en kunnen richten op grotere markten dan Nederland alleen. Op al deze terreinen zet het bedrijvenbeleid in op een Europese aanpak.

In het MKB-actieplan (Kamerstuk 32 637, nr. 316) heeft het kabinet voor het mkb een samenhangende beleidsaanpak gepresenteerd op de terreinen van menselijk kapitaal, financiering, innovatie, internationaal ondernemen, regelgeving, fiscaliteit, economische samenwerking tussen Rijk en regio en digitalisering in het mkb. Het doel daarvan is om de aanpassing van de verschillende soorten mkb-bedrijven aan de nieuwe marktcondities te versnellen en te ondersteunen.

In onderstaande tabel staan de voornaamste kengetallen voor dit beleidsthema. EZK streeft naar een koppositie voor Nederland op de gepresenteerde ranglijsten, zoals de Global Competitiveness Index en het European Innovation Scorebord. De doelstelling voor R&D-investeringen in Nederland is 2,5% van het BBP. In de Nationale Digitaliseringsstrategie (Kamerstuk 26 643, nr. 541) streeft het kabinet ernaar om digitale koploper van Europa te worden. Nederland moet zich ontwikkelen tot proeftuin op het gebied van digitale innovatie (zie artikel 1 van deze begroting).

Tabel 14 Kengetallen

Kengetallen

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Bron

1.    Arbeidsproductiviteitsniveau (positie NL)

6

5

7

6

7

7

Conference Board

2.    Global Competitiveness Index (positie NL)

8

5

4

5

6

4

World Economic Forum

3.    European Innovation Scoreboard (positie NL)

51

5

4

4

4

4

Europese Commissie

4.    R&D intensiteit (in % van BBP)

2,17

2,15

2,15

2,18

2,14

N.n.b.

CBS

5.    Omvang PPS-projecten (in mln €)

814

970

1.060

1.207

1.282

1.228

RVO.nl/ TKI’s

6.   Broeikasgasemissies voor industrie inclusief afval (Mton CO2-equivalenten)

55,8

56,4

56,5

57,5

56,8

56,72

Emissieregistratie

7.    Kwaliteit ondernemersklimaat (positie NL)

3

2

Global Entrepreneurship Monitor (GEM), National Entrepreneurship Context Index (NECI)

X Noot
1

Positie in Innovation Union Scoreboard als voorganger van European Innovation Scoreboard.

X Noot
2

Dit betreft het voorlopige realisatiecijfer over 2019.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Onderstaande tabel geeft een samenvattend overzicht van de rollen en verantwoordelijken die de Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft in het bedrijvenbeleid. In de tekst onder de tabel wordt verder toegelicht wat deze rollen en verantwoordelijkheden behelzen en op welke van de twee hierboven onderscheiden strategische doelen ze betrekking hebben.

Tabel 15 Rol en verantwoordelijkheid
 

Stimuleren

Financieren

Regisseren

(Doen) uitvoeren

Stimuleren van (duurzame) innovatie

 

Goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door goede randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie

 

Het realiseren van duurzame innovaties die bijdragen aan maatschappelijke vooruitgang met onder meer het missiegedreven innovatiebeleid, de topsectorenaanpak en publiek-private onderzoekssamenwerking. 

Stimuleren

De minister stimuleert innovaties die bijdragen aan maatschappelijke vooruitgang door private investeringen in R&D te bevorderen via onder meer de WBSO en het inrichten van een effectief en efficiënt werkend stelsel van intellectueel eigendom. Voor het stimuleren van private deelname aan publiek-private onderzoeksinitiatieven wordt onder meer de PPS-toeslag ingezet vanuit de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s).

Financieren/regisseren

De Minister van EZK en de bewindspersonen van OCW coördineren en borgen de publieke kennisinfrastructuur voor toegepast, praktijkgericht en fundamenteel onderzoek. De minister financiert en regisseert het ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private samenwerking door onder meer:

  • de TO2-instituten TNO (inclusief ECN per 1 april 2018), Deltares, Marin en NLR te subsidiëren41;

  • gezamenlijke regie met OCW op de publiek-private samenwerking via NWO, waarbij EZK specifiek NWO-TTW subsidieert;

  • cofinanciering van de EFRO-programma’s (Europees Fonds Regionale Ontwikkeling; voor de EFRO-programma’s binnen Nederland draagt de minister systeemverantwoordelijkheid;

  • het bevorderen van innovatiegericht inkopen door overheden.

Een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het creëren van excellente randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie

Stimuleren

De minister stimuleert een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door onder meer:

  • het aanbieden van een pakket van fiscale ondernemersstimulering gericht op zelfstandig ondernemerschap, bedrijfsoverdrachten en bedrijfsinvesteringen. Daarnaast biedt het bedrijvenbeleid een samenhangend aanbod van financieringsinstrumenten om gewenste investeringen in bedrijven en projecten mogelijk te maken die onvoldoende financiering in de markt kunnen aantrekken (zie verder in artikel 3 van deze begroting);

  • het versnellen van de toepassing van digitalisering door het MKB via de programma’s «versnelling digitalisering MKB», «smart industry», de «retailagenda» en het identificeren en helpen opschalen van (regionale of sectorale) best practices op het gebied van digitalisering.

  • bedrijven te stimuleren om hun Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) risico's in hun internationale waardeketen te identificeren, voorkomen en verantwoorden. De OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen vormen hierbij het internationale kader. EZK stimuleert bedrijven om deze richtlijnen na te leven via o.a. IMVO-convenanten, de Transparantiebenchmark/Kristalprijs en voorlichting op de RVO-website. Daarnaast is RVO voor EZK aan het bezien hoe IMVO kan worden geintegreerd in de EZK-instrumenten en is EZK betrokken bij de IMVO-beleidsvernieuwing door het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Regisseren

De minister regisseert en coördineert de condities voor een gezond en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door onder meer:

  • samenwerking met de relevante regionale netwerken en partners;

  • informeren en ondersteunen van ondernemers (van het starten van een bedrijf tot het vinden van een opvolger) via de Kamer van Koophandel (KvK);

  • MKB-ondernemers beter bij wet- en regelgeving betrekken via MKB-toets en het toegankelijker maken van aanbestedingen voor het MKB;

  • het regisseren en uitvoeren van het Programma «Merkbaar betere regelgeving en dienstverlening 2018–2021»;

  • eerlijk en verantwoord handelsverkeer te bevorderen via afspraken, gedragscodes of regelgeving (corporate governance, franchise, betaalme.nu);

(Doen) uitvoeren

De minister biedt overheids- en informatiediensten aan ter ondersteuning van ondernemers op regionaal, nationaal en internationaal niveau door onder meer toegang tot overheidsdiensten (financieel en/of door middel van kennis) via:

(a) de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

(b) het aansturen van het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) met als oogmerk het aantrekken van buitenlandse investeerders naar Nederland, samen met de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking; en

(c) het Innovatie Attaché Netwerk ter ondersteuning van topsectoren, ondernemers en kennisinstellingen uit binnen- en buitenland bij hun internationale R&D- en innovatie-ambities.

Om – aanvullend op de begroting – de Kamer te informeren over voortgang en effecten van beleid treft u op de website https://www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl informatie aan over de indicatoren en kengetallen. Deze website is te zien als een digitale bijlage van de EZK-begroting en geeft onder meer een volledig overzicht van de uitkomsten van alle op dit artikel uitgevoerde evaluaties.

C. Beleidswijzigingen

Steun- en herstelpakket coronacrisis

Sinds het voorjaar van 2020 staat ook het bedrijvenbeleid vooral in het teken van de economische en maatschappelijke gevolgen van de door het virus veroorzaakte gezondheidscrisis. Met de beide steunpakketten voor bedrijven heeft het kabinet maatregelen genomen om de directe schade zoveel mogelijk te beperken door het bieden van werkgelegenheids-, liquiditeits- en financieringsondersteuning om daarmee zoveel mogelijk de banen te kunnen behouden. Voor de periode vanaf 1 oktober 2020 zijn de maatregelen opgenomen in het Steun- en herstelpakket. In totaliteit gaat het voor artikel 2 op dit moment om € 5.310 mln verspreid over de jaren tot en met 2026 en betreft het de volgende maatregelen: Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (€ 895 mln, inclusief € 25 mln voor geraamde uitvoeringskosten), Subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (€ 2.739,5 mln verspreid over 2020 en 2021, inclusief € 30 mln uitvoeringskosten), Borgstelling MKB-C (€ 203 mln); Garantie Ondernemersfinanciering (inclusief GO-C): (€ 1.080 mln, verspreid over de jaren 2020-2026), Klein Krediet Corona (€ 164 mln), lening Stichting Garantiefonds Reisgelden en kleine garantiefondsen in de reisbranche (€ 160 mln in 2021), omscholing naar tekortsectoren (€ 37,5 mln) en Qredits (€ 31 mln).

Vanwege de coronacrisis bestaat de kans dat (middel)grote Nederlandse bedrijven in toenemende mate met solvabiliteitsproblemen worden geconfronteerd. Bedrijven kunnen dan behoefte hebben aan een herkapitalisatie. VNO-NCW heeft het initiatief genomen om samen met institutionele beleggers een investeringsfonds op te richten dat Nederlandse (middel)grote bedrijven zou kunnen herkapitaliseren. De Staat zal zich hier opstellen als een stille investeerder op gelijke voet met de andere private investeerders, zodat er geen sprake zal zijn van staatssteun. Het kabinet vindt het positief dat private partijen met dit initiatief zijn gekomen. Omwille van de budgettaire systematiek reserveert het Kabinet nu alvast € 300 mln op de Aanvullende post voor een overheidsbijdrage in het fondskapitaal. Definitieve besluitvorming vindt later dit najaar plaats.

Economische ontwikkeling en technologie

De veranderende geopolitieke omstandigheden vragen om keuzes in het innovatiebeleid om sterke, internationaal onderscheidende posities in het bedrijfsleven en de kennisinfrastructuur te creëren. De Coronacrisis heeft ook de kwetsbaarheid en internationale afhankelijkheid van Nederland duidelijk gemaakt op cruciale kennisdomeinen. Het kabinet streeft naar een verhoging van de structurele economische groei, het oplossen van maatschappelijke uitdagingen en het versterken van onze concurrentiekracht. De investeringen in R&D in Nederland zijn laag in vergelijking met andere landen binnen de OESO, zowel publiek als privaat. Uit recent onderzoek blijkt bovendien dat Nederland relatief beperkt publieke middelen inzet op «up front» investeringen in sleuteltechnologieën42. Het kabinet gaat daarom extra investeren in sleuteltechnologieën, met als eerste stap extra middelen op de EZK-begroting oplopend tot € 10 mln per jaar, waarmee Nederland 2-3 prioritaire onderzoeksprogramma’s en ecosystemen kan versterken en op deze wijze kan bijdragen aan ons verdienvermogen op de lange termijn.

Samen met onderzoeksinstellingen en bedrijven zal het kabinet, als onderdeel van het missiegedreven innovatiebeleid, de komende jaren investeren in concrete, kansrijke meerjarige programma’s rond sleuteltechnologieën zoals kwantum en kunstmatige intelligentie.

WBSO

Het is het van belang dat we blijven innoveren. Daarom kiest het kabinet er onder andere voor met een fiscale maatregel private investeringen in R&D uit te lokken. In 2021 wordt het tarief van de eerste schijf van de wbso voor starters en niet-starters incidenteel verhoogd gefinancierd uit eerdere onderuitputting.

Cofinanciering EU-programma's

Het akkoord dat de Europese Raad heeft bereikt over het Meerjarig Financieel Kader 2021-2027 en Next Generation EU biedt mogelijkheden voor extra investeringen in Nederland. Het kabinet heeft € 255 mln vrijgemaakt voor cofinanciering van deze Europese programma’s, gericht op regionale ontwikkeling, onderzoek en innovatie, duurzaamheid en digitalisering. Dit biedt Nederlandse deelnemers een grotere slaagkans in de Europese calls for proposals, waarmee er meer Europese middelen worden geïnvesteerd in Nederlandse bedrijven, universiteiten en andere deelnemers. Van deze middelen wordt € 155 mln verantwoord op beleidsartikel 2 ten behoeve van EFRO (REACT EU € 30 mln), Cofinanciering Fonds voor Rechtvaardige Transitie (JTF, € 60 mln), Horizon partnerschappen (€ 45 mln) en het Europese Defensie Fonds (€ 20 mln). De resterende € 100 mln wordt verantwoord op artikel 1 (Digital Europe Programma, € 50 mln) en artikel 4 (Innovation Fund, € 50 mln).

Startup en scale-up agenda

Een sterk ecosysteem voor startups en scale-ups is essentieel voor het verdienvermogen, de innovatiekracht, de autonomie en de veerkracht van de Nederlandse economie. De Coronacrisis heeft laten zien dat veel innovatieve bedrijven snel en flexibel inspelen op maatschappelijke uitdagingen op het gebied van gezondheid en de 1,5 meter samenleving. Tegelijk is ook duidelijk geworden dat deze groep bedrijven vanwege hun financierings- en groeimodellen kwetsbaar is. Omzet is stilgevallen, ambitieuze groeiplannen stagneren, investeringsbeslissingen worden uitgesteld, terwijl de financiële buffers vaak gering zijn. Het kabinet wil dat start-ups en scale-ups kunnen blijven investeren en doorgroeien, aangezien zij een belangrijk deel van de nieuwe werkgelegenheid creëren. Om de groei van deze bedrijven te stimuleren werkt het kabinet aan het inrichten van een nationale scale-up faciliteit met Europese en nationale middelen en bijdragen van private investeerders, waarvoor € 150 mln beschikbaar wordt gesteld vanuit het Rijk. Deze middelen zijn beschikbaar op de Aanvullende post. Hiermee worden investeringen in het eigen vermogen van scale-ups gedaan, zodat hun solvabiliteitspositie verbetert en deze bedrijven kunnen doorgroeien. Ook stelt het kabinet € 150 mln beschikbaar om het fondsvermogen van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) te versterken. Met de Corona-Overbruggingslening (waarvoor in 2020 € 300 mln beschikbaar werd gesteld) heeft het kabinet via de ROM’s straks circa 800 mkb-ondernemingen met overbruggingskredieten geholpen. Door het fondsvermogen van ROM’s te versterken, kunnen de ROM’s in nieuwe financieringsrondes ook het eigen vermogen van deze veelal innovatieve mkb-ondernemingen versterken. Daarmee wordt de solvabiliteitspositie van deze bedrijven verstevigd. Voorwaarde is wel dat de regio’s zelf cofinanciering verschaffen. Deze middelen worden verantwoord op beleidsartikel 3 Toekomstfonds.

Omscholing naar tekortberoepen in het mkb

Tegenover de stijgende werkloosheid die de komende tijd verwacht wordt, staat dat verschillende sectoren nog altijd hard op zoek zijn naar arbeidskrachten. In sommige gevallen vereist dat intersectorale omscholing, die bewezen moeilijk is en nog onvoldoende van de grond komt. Het gaat daarbij ook om banen die essentieel zijn om de klimaat- en energietransitie uit te voeren. Mkb-ondernemers zijn extra kwetsbaar als het gaat om het vinden en opleiden van geschikt personeel. Daarom wordt in 2021 € 37,5 mln beschikbaar gesteld voor intersectorale scholing naar tekortberoepen in het mkb. Hiermee kunnen 10.000 trajecten met een gemiddeld subsidiebedrag van € 3.750,- per stuk worden gesubsidieerd, zijnde 50% van de verwachte gemiddelde kosten van een omscholingstraject van € 7.500,- per individu. De werkgever draagt zelf zorg voor de overige 50% (d.w.z. uit eigen middelen, sectorale opleidings- en ontwikkelingsfondsen of andere samenwerkingsverbanden).

CO2-heffing

De CO₂-heffing industrie is conform het Klimaatakkoord uitgewerkt tot wetsvoorstel. Het wetsvoorstel is als onderdeel van het Belastingplanpakket 2021 bij de Tweede Kamer ingediend. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2021. De vormgeving van de heffing is erop gericht te borgen dat de reductiedoelstelling voor de industrie van 14,3 Mton in 2030 - zoals afgesproken in het Klimaatakkoord - wordt gerealiseerd, terwijl het gelijke speelveld met omringende landen zo min mogelijk wordt aangetast. De heffing is onderdeel van een breed maatregelenpakket, dat industriële bedrijven stimuleert op een verstandige manier te verduurzamen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 16 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

VERPLICHTINGEN

1.745.131

15.974.727

3.944.399

2.160.656

2.175.749

2.185.913

2.221.117

Waarvan garantieverplichtingen

814.748

12.303.000

1.250.000

1.250.000

1.250.000

1.250.000

1.250.000

Waarvan overige verplichtingen

930.381

3.671.727

2.694.399

910.656

925.749

935.913

971.117

        

UITGAVEN

913.165

3.991.375

2.950.9961

1.317.070

1.319.059

1.193.934

1.167.780

Waarvan juridisch verplicht

  

36%

    
        

Subsidies (regelingen)

102.042

2.477.201

1.635.835

211.546

216.287

210.611

207.457

MKB-Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)

15.496

41.661

41.217

39.906

40.218

41.122

41.122

Eurostars

16.530

18.132

18.000

18.000

18.132

18.132

18.132

Bevorderen Ondernemerschap

18.367

20.738

18.090

10.965

13.915

13.340

13.340

Biobased Economy

8

0

0

0

0

0

0

Cofinanciering EFRO, inclusief INTERREG

24.709

14.825

25.590

38.335

26.477

31.977

32.077

Bijdrage aan ROM's

5.661

7.845

7.330

7.330

7.330

7.330

7.330

Verduurzaming industrie

12.588

48.000

36.264

52.666

79.159

82.654

84.400

Startup-beleid

3.637

13.618

18.300

18.300

10.000

0

0

Urgendamaatregelen industrie

386

53.764

59.500

10.000

0

0

0

Invest-NL

1.010

10.582

10.582

10.582

10.582

10.582

10.582

Noodloket (TOGS)

0

861.000

0

0

0

0

0

Noodloket (TOGS) Caribisch Nederland

0

9.000

0

0

0

0

0

Qredits

0

31.000

0

0

0

0

0

Tegemoetkoming vaste lasten

0

1.329.500

1.357.000

0

0

0

0

Tegemoetkoming vaste lasten Caribisch Nederland

0

17.000

6.000

0

0

0

0

EU-cofinanciering Europees Defensie Fonds

0

0

0

5.000

10.000

5.000

0

Omscholing naar tekortsectoren

0

0

37.500

0

0

0

0

Overige subsidies

3.650

536

462

462

474

474

474

        

Leningen

0

40.000

160.000

0

0

0

0

Bedrijfssteun

0

40.000

160.000

0

0

0

0

        

Garanties

28.944

599.364

307.740

257.541

262.195

162.945

162.945

BMKB

23.682

239.897

37.523

37.624

42.228

42.228

42.228

Klein Krediet Corona garantieregeling

0

164.000

0

0

0

0

0

Groeifaciliteit

2.017

8.722

8.472

8.172

8.222

8.972

8.972

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

3.245

86.745

11.745

11.745

11.745

11.745

11.745

Garantie Ondernemingsfinanciering (Corona)

0

100.000

250.000

200.000

200.000

100.000

100.000

Garanties MKB Financiering

0

0

0

0

0

0

0

        

Opdrachten

13.989

10.049

10.998

9.953

8.998

8.253

8.253

Onderzoek en opdrachten

3.655

3.836

3.766

4.156

3.806

4.156

4.156

Caribisch Nederland

976

1.161

1.296

1.296

1.296

1.096

1.096

ICT beleid

4.863

244

0

0

0

0

0

Regeldruk

1.380

2.206

2.271

2.336

2.336

2.336

2.336

Regiekosten regionale functie

94

549

665

665

665

665

665

Invest-NL

381

0

0

0

0

0

0

Cyber security

2.209

0

0

0

0

0

0

Small Business Innovation Research

431

2.053

3.000

1.500

895

0

0

        

Bijdrage aan agentschappen

100.232

146.923

105.599

85.612

84.705

84.705

84.705

Bijdrage RVO.nl

91.771

145.040

105.068

85.081

84.553

84.553

84.553

Bijdrage Agentschap Telecom

474

669

531

531

152

152

152

Bijdrage Logius

700

0

0

0

0

0

0

Invest-NL

7.287

1.214

0

0

0

0

0

        

Bijdrage aan ZBO's/RWT’s

321.274

353.202

326.810

321.752

321.664

321.664

321.664

Bijdrage aan TNO

171.636

202.954

177.836

173.307

173.307

173.307

173.307

Kamer van Koophandel

124.494

125.551

123.498

123.498

123.395

123.395

123.395

Bijdrage aan NWO-TTW

25.144

24.697

25.476

24.947

24.962

24.962

24.962

        

Bijdrage aan medeoverheden

5.000

6.800

0

0

0

0

0

Sterke Regio's en Nota Ruimte

5.000

6.800

0

0

0

0

0

        

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

318.506

345.736

402.864

429.516

425.210

405.756

382.756

Internationaal Innoveren

35.978

40.368

51.986

61.136

50.207

43.857

39.857

PPS-toeslag (voorheen TKI-toeslag)

144.922

115.856

166.411

195.286

204.609

191.509

178.728

TO2 (Deltares, MARIN en NLR)

48.914

56.682

59.682

53.082

52.832

52.332

52.332

Topsectoren overig

1.897

12.295

15.793

11.931

9.623

9.241

11.022

Ruimtevaart (ESA)

73.878

99.156

72.104

71.103

70.910

71.788

71.788

Bijdrage NBTC

9.036

9.250

9.239

9.239

9.239

9.239

9.239

Bijdragen organisaties

3.881

4.629

5.649

5.739

5.790

5.790

5.790

Economische ontwikkeling en technologie

0

7.500

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

EU-cofinanciering JTF

  

12.000

12.000

12.000

12.000

4.000

        

Storting begrotingsreserve

23.177

12.100

1.150

1.150

0

0

0

Storting reserve BMKB

16.877

2.100

1.150

1.150

0

0

0

Storting reserve Groeifaciliteit

1.767

0

0

0

0

0

0

Storting reserve GO

4.098

0

0

0

0

0

0

Storting reserve Garanties MKB Financiering

435

10.000

0

0

0

0

0

        

ONTVANGSTEN

121.961

152.733

153.738

139.547

141.020

139.549

137.536

BMKB

37.196

33.000

33.000

33.000

33.000

33.000

33.000

Groeifaciliteit

3.012

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

Onttrekking reserve Groeifaciliteit

0

10.000

0

0

0

0

0

Garantie Ondernemings-financiering (GO)

7.762

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

Onttrekking reserve GO

0

324

0

0

0

0

0

MKB Financiering

435

0

0

0

0

0

0

Luchtvaartkrediet-regeling

2.879

6.116

5.912

4.012

4.409

3.513

0

Rijksoctrooiwet

46.811

37.723

37.887

34.887

34.887

34.312

35.812

Eurostars

7.724

5.094

5.094

4.000

4.000

4.000

4.000

F-35

2.755

7.000

8.000

9.000

10.576

10.576

10.576

Bedrijfssteun

  

40.000

32.000

32.000

32.000

32.000

Diverse ontvangsten

13.384

32.476

2.845

1.648

1.148

1.148

1.148

X Noot
1

Bij de Nota van Wijziging vierde incidentele suppletoire begroting 2020 inzake noodpakket banen en economie 2.0 is in de budgettaire tabel beleidsartikel 2 het bedrag van € 50 mln aan bedrijfssteun per abuis niet opgeteld in de totaal mutatie uitgaven regel in het jaar 2021. Dit wordt bij de Ontwerpbegroting 2021 gecorrigeerd.

Budgetflexibiliteit

Subsidies: Van het beschikbare budget is 5% juridisch verplicht. Het betreft onder andere de uitfinanciering van tot en met 2020 aangegane verplichtingen voor Eurostars, MKB innovatiestimulering Topsectoren, EFRO-cofinanciering, Bevorderen Ondernemerschap, Verduurzaming industrie, Urgendamaatregelen, Invest-NL en Techleap.nl. Daarnaast is 1% van het budget bestuurlijk gebonden. Dit betreft € 7,3 mln voor de subsidiëring van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen en € 10,2 mln van het budget van de regeling MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT) die in 2021 via het Provinciefonds aan de provincies wordt overgeheveld voor de decentrale uitvoering van de MIT. Het budget voor de Tegemoetkoming vaste lasten van afgerond € 1,4 mld is nog niet juridisch verplicht dit betreft 83% van het budget.

Leningen: Het beschikbare budget is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft het kasbudget van de lening waarvoor in 2020 een verplichting is aangegaan ten behoeve van de Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR) en budget voor leningen aan kleine garantiefondsen/regelingen in de reisbranche.

Garanties: Het budget voor de verschillende garanties is voor 19% juridisch verplicht. Dit budget is nodig om de verwachte schades te kunnen betalen op garanties die eerder zijn aangegaan. De kasbuffer voor de Coronamodule van de Garantie Ondernemingsfinanciering van € 250 mln is bestuurlijk gebonden. Dit betreft 81% van het budget.

Opdrachten: Van het opdrachtenbudget is 45% juridisch verplicht. Het betreft de uitfinanciering van in voorgaande jaren aangegane verplichtingen voor onder andere beleidsondersteunend onderzoek, SBIR en Regeldruk.

Bijdrage aan agentschappen: Het budget betreft de financiering van het opdrachtenpakket 2021 aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en Agentschap Telecom en is voor 100% juridisch verplicht.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s: Het budget betreft de uitfinanciering van de verplichting 2021 aan TNO, de Kamer van Koophandel en NWO-TTW. Het budget is 100% juridisch verplicht.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties: Van dit bedrag is 84% juridisch verplicht. Dit betreft vooral de bijdragen aan de TO2-instituten, de regeling Internationaal Innoveren, Ruimtevaart, Holst, NBTC en economische ontwikkeling en technologie en een groot deel van het budget voor de PPS-toeslag. Van het budget is ca. 0,5% bestuurlijk gebonden. Dit betreft de bijdrage aan de World Tourism Organization (UNWTO), het eengemaakt octrooigerecht, de World Intellectual Property Organization (WIPO) en de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie (AWTI).

Storting begrotingsreserves: Het budget is niet juridisch verplicht maar bestuurlijk gebonden. Het betreft de storting in de reserve ter dekking van eventuele schades in het kader van het Stikstof/PFAS-luik in de BMKB.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

De financiële beleidsinstrumenten van het bedrijvenbeleid richten zich op het realiseren van de geformuleerde strategische doelen. Bij de toelichting op de instrumenten worden de interventies daarom samenhangend per strategisch beleidsdoel beschreven. Voor elk van de strategische doelen wordt vervolgens, overeenkomstig de voorschriften, de indeling van de begrotingstabel naar aard van de financiële beleidsinterventie gehanteerd. Op die manier wordt zowel de inhoudelijke samenhang van verschillende instrumenten, alsook de aard van de financiële interventie zichtbaar gemaakt. Voor elk van de instrumenten worden kengetallen gepresenteerd. Een meer uitgebreide rapportage van kengetallen en indicatoren is te vinden in de Monitor bedrijvenbeleid. Voor elk instrument is een verwijzing opgenomen naar de relevante website.

Strategisch doel 1 Het realiseren van duurzame innovaties die bijdragen aan de maatschappelijke vooruitgang met Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid en publiek-private onderzoekssamenwerking

Tabel 17 Kengetallen behorend bij strategisch doel 1

Kengetallen

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Bron

MIT

      

RVO.nl

Aantal bedrijven dat deelneemt aan MIT

662

1.206

1.287

1.434

1.407

1.692

 

Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met MIT (x € 1 mln)

61

86

83

96

102

112

 

Eurostars

      

RVO.nl

Aantal Nederlandse deelnemers aan Eurostars

20

69

75

72

72

68

 

waarvan bedrijven

13

50

52

49

55

43

 

waarvan hightech MKB (%)

100%

96%

90%

98%

93%

88%

 

Door Eurostars ondersteunde private R&D-uitgaven van Nederlandse deelnemers (x € 1 mln)

7

32

28

30

36

30

 

Horizon2020

      

RVO.nl/EC

Aantal Nederlandse deelnemers aan H2020

449

712

984

1.388

1.576

1.853

 

waarvan bedrijven

298

500

713

1.003

1.148

1.378

 

Omvang H2020-middelen voor Nederlandse deelnemers (retour in mln euro)

538

1.016

1.644

2.272

3.026

4.001

 

waarvan bedrijven (%)

31%

28%

25%

27%

26%

25%

 

Retourpercentage voor Nederland (%)

8,1%

7,7%

7,5%

7,6%

7,6%

7,7%

 

WBSO

      

RVO.nl

Aantal bedrijven dat gebruik maakt van WBSO

22.974

22.980

22.330

21.265

20.279

20.046

 

Door WBSO ondersteunde private R&D-uitgaven (toegekende S&O-loonuitgaven, x € 1 mln, inhoudingsplichtigen)

3.997

3.868

3.930

4.008

4.042

4.291

 

Door WBSO ondersteunde private R&D-uitgaven (toegekende S&O- NIET-loonuitgaven, x € 1 mln, inhoudingsplichtigen)

2.587

2.426

2.787

2.686

2.746

2.831

 

TO2

       

Klanttevredenheid Deltares

7,9

8,7

8,6

8,2

8,7

9,2

Deltares

Klanttevredenheid Marin

9

8,8

8,9

8,6

8,8

8,6

Marin

Klanttevredenheid NLR

8,7

8,8

8,7

8,7

8,7

8,7

NLR

Klanttevredenheid TNO

8,3

8,4

8,6

8,6

8,8

8,7

TNO

Kennisbenutting Deltares

 

96%

97%

93%

95%

88%

Deltares

Kennisbenutting Marin

 

97%

100%

100%

100%

97%

Marin

Kennisbenutting NLR

 

99%

99,5%

99%

96%

97%

NLR

Kennisbenutting TNO

 

98%

98%

98%

99%

96%

TNO

Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA)

       

Aantal Nederlandse bedrijven dat deelneemt aan ruimtevaartprogramma’s ESA1

552

121

121

136

160

179

ESA

Ruimtevaart geo-return/retour (%)

1,14

1,02

1,18

1,16

1,11

1,13

ESA

X Noot
1

Doordat ESA in 2015 is gestart met een nieuwe, opgeschoonde database valt de realisatiewaarde vanaf 2015 substantieel lager uit dan de referentiewaarde en de cumulatieve waarden tot en met 2014. De realisatiewaarde betreft een cumulatief getal op basis van databestanden van ESA vanaf 1 januari 2015.

Subsidies

MIT

De regeling MKB Innovatiestimulering Regio en Topsectoren heeft ten doel het bevorderen van innovatie bij het MKB. Daarnaast is het doel om het MKB beter in staat te stellen zich aan te sluiten bij de door de topsectoren opgestelde innovatieagenda’s, het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid en regionale innovatiestrategieën. Dit krijgt onder andere vorm door het stimuleren van samenwerking tussen MKB-bedrijven op het vlak van onderzoek, ontwikkeling en innovatie en het stimuleren van het gebruik van publiek gefinancierde kennis door het MKB. De regeling wordt in samenwerking met de provincies uitgevoerd en gefinancierd. Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u op Volginnovatie.nl.

Eurostars

«Eurostars» is een internationaal programma dat gezamenlijk gefinancierd wordt door 36 deelnemende landen en de EU. De regeling is met name gericht op het «hightech»-MKB en ondersteunt bedrijven en kennisinstellingen die met buitenlandse partijen samenwerken in projecten die gericht zijn op marktgericht technologisch onderzoek en technologische ontwikkeling.

Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u hier.

Cofinanciering EFRO, inclusief INTERREG

  • Programmaperiode 2014-2020

    Innovatiestimulering en de transitie naar een koolstofarme economie zijn de hoofddoelen van de programma’s die worden gefinancierd vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Daarbij is het MKB de belangrijkste doelgroep. EZK neemt namens het Rijk de voor EFRO vereiste cofinanciering deels voor zijn rekening, voor projecten die bijdragen aan nationale beleidsdoelen op het gebied van innovatie en energie. Bij de projectselectie wordt aansluiting gezocht bij de agenda’s van de topsectoren. Ook decentrale overheden en private partijen dragen bij aan cofinanciering van EFRO-projecten.

    Nederland heeft voor de periode 2014–2020 vanuit het EFRO middelen van de EU ontvangen voor vier landsdelige programma’s (€ 510 mln voor de programma’s Noord, Oost, Zuid en West samen) en voor vier programma’s voor grensoverschrijdende samenwerking «INTERREG A» (€ 309 mln voor Duitsland-Nederland, Euregio Maas-Rijn, Vlaanderen-Nederland en Twee Zeeën samen). EZK heeft voor cofinanciering een bedrag beschikbaar gesteld van € 92 mln voor de landsdelige programma’s en van € 49 mln voor de Interreg-programma’s. Deze programma’s zijn de komende jaren nog in uitvoering. De administratieve afhandeling is voorzien in 2025.

  • Programmaperiode 2021-2027

    Voor de programmaperiode 2021-2027 zijn de voorbereidingen gaande om tot nieuwe EFRO- en INTERREG-programma’s te komen. Wederom zullen innovatiestimulering en de transities naar een koolstofarme/circulaire economie een belangrijk doel zijn in deze programma’s, aansluitend bij de EU beleidsdoelstellingen: 1. Een slimmer Europa - innovatieve en slimme economische transformatie; en 2. Een groener, koolstofarm Europa. In INTERREG-programma’s zal ook invulling worden gegeven aan andere EU-beleidsdoelstellingen, zoals de barrièrewerking van grenzen.

Op basis van het nieuw Meerjarig Financieel Kader (MFK) en definitief vastgestelde verordeningen zal de verdere uitwerking van de programma’s inclusief de inzet van EU-middelen, als ook de inzet van de EZK cofinanciering plaatsvinden. Voor de nieuwe programmaperiode is voor de Europese Structuur- en Investeringsfondsen (ESI)-programma’s vallend onder EZK een bedrag van ca. € 152 mln aan cofinanciering beschikbaar, in te zetten voor projecten die bijdragen aan nationale beleidsdoelen, bijv. projecten die passen bij het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid.

In reactie op de COVID-19 crisis, worden de huidige EFRO programma’s met twee jaar verlengd. Uitgaven mogen, door de vier landsdelen die EFRO uitvoeren, worden besteed aan concrete acties ter bevordering van het crisisherstel in de context van de COVID-19-pandemie en ter voorbereiding van een groen, digitaal en veerkrachtig herstel van hun economieën. Net als bij regulier EFRO is het MKB de belangrijkste doelgroep. EZK gaat ook bij REACT EU uit van een bepaalde mate van cofinanciering (rijk, regio, privaat), conform regulier ERFO. De EZK-cofinanciering van in totaal € 30 mln zal dan gericht zijn op projecten die bijdragen aan nationale beleidsdoelen op het gebied van innovatie en energie. Bij de projectselectie wordt aansluiting gezocht bij het Missiegedreven Topsectoren-en Innovatiebeleid (MTIB).

Verduurzaming Industrie

De Klimaatenveloppe is vanaf 2020 meerjarig toegekend ter bevordering van de CO2-reducerende maatregelen in de industrie. Voor industrie is er vanuit de klimaatenveloppe in 2021 € 60 mln beschikbaar op de begroting van EZK (via de begroting van IenW wordt daarnaast € 10 mln beschikbaar gesteld). Deze wordt als volgt besteed:

  • Waterstof: vanuit de klimaatenveloppe voor de industrie wordt in 2021 € 10 mln bijgedragen aan de DEI+ en een nieuwe tenderregeling voor de opschaling van groene waterstof, via artikel 4 van de EZK-begroting.

  • CCUS: € 15 mln voor haalbaarheidsstudies en CC(U)S-pilots om hiermee de toepassing van CC(U)S-technologieën in de gehele CC(U)S-keten (afvang, transport, hergebruik en opslag van CO2) of in delen van de keten, te testen en/of te demonstreren in een praktijkomgeving of industriële omgeving.

  • CO2-reductie industrie: € 35 mln voor pilot en demonstratieprojecten voor versnelling van kosteneffectieve CO2-reductie in de industrie, veelal via de DEI+-regeling. Een deel van de middelen wordt bestemd voor haalbaarheidsstudies onder de bestaande TSE-regeling.

Op grond van de Klimaatwet zal jaarlijks op de vierde donderdag in oktober een klimaatnota aan de Tweede Kamer worden toegestuurd.

Urgenda

In 2021 zal verder uitvoering worden gegeven aan het tweede maatregelenpakket in het kader van het Urgendavonnis. Voor de industrie gaat het hierbij om de volgende maatregelen:

- Actieplan financiering energiebesparing

De maatregel ziet toe op het ondersteunen van de financiering van maatregelen met een grote impact op energiebesparing in de industrie. Aansluitend op het project 6-25 van de industriesector zal bekeken worden hoe de financiering van grootschalige energiebesparingsprojecten in de industrie kan worden versneld. Met deze maatregel kan circa 0,1-0,2 Mton CO2 worden gereduceerd.

- Stimulering specifieke maatregelen in de industrie

Het kabinet heeft de afgelopen periode projecten geïdentificeerd waarmee op korte termijn op kosteneffectieve wijze CO2-reductie kan worden gerealiseerd. Op dit moment werkt het kabinet samen met een aantal bedrijven aan concrete maatregelen, bijvoorbeeld de versnelde ombouw van installaties, procesoptimalisatie of installaties van CO2-arme technieken. Met deze maatregelen kan gezamenlijk circa 0,5 ‒ 0,9 Mton CO2 worden gereduceerd. Deze maatregelen leveren mogelijk ook enige bijdrage aan stikstofreductie.

De kosten voor de stimulering van specifieke maatregelen in de Industrie van € 49,5 mln in 2021 worden gefinancierd uit de begroting van EZK. De kosten van het actieplan financiering energiebesparing van € 50 mln in 2021 worden gefinancierd uit de hiertoe op de aanvullende post op de begroting van het Ministerie van Financiën gereserveerde middelen. Na goedkeuring van het bestedingsplan hiervoor zullen deze middelen bij Voorjaarsnota aan de begroting van EZK worden toegevoegd. De maatregelen zullen uiterlijk eind 2021 zijn uitgevoerd.

Daarnaast zal in 2021 mogelijk nog uitfinanciering plaatsvinden van de VEKI-regeling uit het eerste maatregelenpakket in het kader van het Urgendavonnis, over de periode t/m 2020.

Opdrachten

Onderzoek en opdrachten

De middelen zijn gereserveerd ten behoeve van de monitoring, effectmeting en feitelijke onderbouwing van beleid («evidence based policy making») en beleidsexperimenten en proefprojecten.

Bijdrage aan agentschappen

Bijdrage aan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) – Octrooicentrum Nederland

De bijdrage aan Octrooicentrum Nederland, onderdeel van RVO.nl, is bestemd voor de uitvoering van taken die bij, of op grond van, wetten of verdragen zijn opgedragen, zoals de verlening en registratie van octrooien, de inning van taksen, de vertegenwoordiging van Nederland in Europese en mondiale organisaties, de uitvoering van andere wettelijke taken onder de Rijksoctrooiwet 1995, evenals de nakoming van Europese en internationale verplichtingen. Daarnaast geeft Octrooicentrum Nederland voorlichting en advies aan bedrijven, kennisinstellingen, overheden en uitvinders. Doel is het vinden van de juiste balans tussen enerzijds kennisbescherming, om bedrijven te stimuleren om te innoveren, en anderzijds de verspreiding en benutting van kennis.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Bijdrage aan TNO

TNO (Nederlandse Organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek) werkt samen met MARIN, Deltares, Wageningen Research en NLR in de federatie Toegepaste Onderzoek Organisaties (TO2). EZK investeert samen met enkele andere ministeries in deze instituten, omdat hier onafhankelijk onderzoek in Nederland plaatsvindt dat kansen kan creëren voor innovatie en economische groei en dat een bijdrage levert aan de publieke kennis op terreinen van maatschappelijk belang. TNO bestrijkt een breed onderzoeksgebied op het terrein van meerdere topsectoren, met name HTSM en energie. Daarnaast ontwikkelt TNO kennis op een aantal maatschappelijke thema’s, met name defensie, maatschappelijke veiligheid en arbeid & gezondheid.

Bijdrage aan NWO-TTW

NWO financiert binnen het domein Toegepaste en Technische Wetenschappen (TTW) technisch wetenschappelijk onderzoek aan Nederlandse universiteiten en kennisinstellingen. Met de bijdrage van EZK worden met name de Perspectiefprogramma’s gefinancierd, die gericht worden op het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid. Voor de bijdrage aan NWO-TTW is structureel circa € 24,9 mln per jaar beschikbaar.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Internationaal Innoveren

In het kader van het beleid voor Internationaal Innoveren is voor Nederlandse deelname aan publiek-private onderzoeksprogramma’s in Europees verband cofinanciering beschikbaar. Deze middelen worden ingezet voor Eureka clusters en het Joint Technology Initiative ECSEL dat is gelieerd aan Horizon 2020, en Global Stars. Dit laatste instrument wordt ingezet ten behoeve van de ondersteuning van innovatiesamenwerking van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen met partners uit niet-Eureka landen (onder de vlag van Eureka). Voor dit instrument is een beleidsbudget beschikbaar van circa € 2 mln per jaar (in 2022 € 3 mln).

Binnen het Europese kaderprogramma voor onderzoek en innovatie voor de periode 2021-2027 Horizon Europe, spelen partnerschappen een nog grotere rol. Hiervoor wordt in 2021 € 45 mln aan extra financiering ter beschikking gesteld, waarvan de kasuitgaven in de periode 2021-2024 zullen worden gedaan. Voor EZK zijn de relevante partnerschappen die voor Key Digital Technologies, Clean Energy Transition, Innovative SMEs, Metrology en Clean Aviation. Deelname aan deze partnerschappen sluit goed aan bij nationale missiegedreven topsectoren en innovatiebeleid met een focus op digitalisering, duurzaamheid, sleuteltechnologieën en innovatief mkb.

Op Volginnovatie.nl vindt u meer informatie over de ondersteunde projecten van de Joint Technology Initiatives en KP7 (de voorganger van Horizon 2020) en van Eureka.

PPS-toeslag

In 2013 zijn de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) gestart met het bundelen en stroomlijnen van de onderzoeksprogrammering in de gehele kennisketen. Het doel is om meer privaat-publieke samenwerkingsprogramma’s (PPS) vanuit de onderzoekagenda’s van de topsectoren te genereren, die zich daarbij richten op economische kansen van de maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën. De TKI’s zijn daarbij programmerend en regisserend. Via de PPS-toeslagregeling (voorheen TKI-toeslagregeling) kunnen PPS-projecten voor elke privaat ingelegde euro 30% toeslag verdienen voor onderzoek dat past binnen de onderzoekagenda’s van de topsectoren. Zowel de TKI’s als de PPS-en zelf kunnen toeslag aanvragen. De laatste jaren is de regeling flink op stoom gekomen.

Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u op Volginnovatie.nl.

TO2 (toegepaste onderzoeksorganisaties)

De middelen zijn gereserveerd voor de financiering van onderzoek en onderzoeksfaciliteiten in het kader van de topsectoren, maatschappelijke thema’s en de daarbij behorende missies, sleuteltechnologieën en voor onderzoek ten behoeve van (wettelijke) taken van de overheid. Met de subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek (Stcrt. 2018, 5475) wordt bereikt dat het merendeel van de TO2-instellingen onder dezelfde voorwaarden de rijksbijdrage ontvangen. Het is de bedoeling dat de subsidierelatie met TNO in de toekomst ook wordt ondergebracht in de subsidieregeling. Naast TNO (zie «Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s») omvat TO2 de volgende instituten:

  • Deltares (Delta Research): instituut op het gebied van deltatechnologie. Deltares levert ten behoeve van de overheid en de topsector Water en Maritiem bijdragen aan innovatieve oplossingen voor water-, ondergrond- en deltavraagstukken die het leven in delta’s, kust- en riviergebieden veilig, schoon en duurzaam maken. De bijdrage aan Deltares bedraagt in 2021 circa € 20 mln;

  • MARIN (Maritiem Research Instituut Nederland): instituut op het gebied van hydrodynamisch en nautisch onderzoek ten behoeve van schone, slimme en veilige schepen en een duurzaam gebruik van de zee. Het onderzoek van MARIN draagt bij aan de ambities van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Defensie en Economische Zaken en Klimaat en van de topsector Water en Maritiem. De bijdrage aan MARIN bedraagt in 2021 circa € 13,2 mln, waarvan € 6,0 mln bestemd is als eenmalige bijdrage aan de kosten voor de bouw van een nieuwe simulator.

  • NLR (Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium): instituut op het gebied van militaire en civiele lucht- en ruimtevaart ten behoeve van de ministeries van Defensie, Infrastructuur en Waterstaat, Economische Zaken en Klimaat en de topsectoren HTSM en Water en Maritiem. De bijdrage aan NLR in 2021 bedraagt circa € 26,4 mln;

  • De middelen voor de TO2 Wageningen Research zijn opgenomen in de begroting van het Ministerie van LNV.

Topsectoren overig

Deze post bevat onder andere het beleidsondersteunend budget voor de topteams in het kader van het topsectorenbeleid. Ten behoeve van de activiteiten voor een gezamenlijke Human Capital Roadmap van de topsectoren is een bedrag van € 0,4 mln voor een bijdrage aan Platform Bètatechniek (PBT) gereserveerd. Voor de ondersteuning van het Holst onderzoekscentrum is € 4,1 mln gereserveerd. Ook vallen onder dit budget de middelen voor eventuele compensatie van de TO2-instituten.

Ruimtevaart (ESA)

Het ruimtevaartprogramma bestaat uit bijdragen aan verplichte programma’s en inschrijvingen in optionele programma’s van het Europese Ruimtevaartagentschap (ESA). Deze middelen vloeien via opdrachten aan Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen ter realisatie van de onderscheiden ruimtevaartprogramma’s terug naar Nederland («Geo Return»-systeem). Daarnaast kent het ruimtevaartprogramma een (beperkt) nationaal flankerend programma, waarin onder andere de interactie van bedrijven en kennisinstellingen met ESTEC wordt bevorderd. Ook wordt daarmee technologieontwikkeling en de benutting van satellietdata door overheden gestimuleerd. Uitvoering van het beleid is opgedragen aan het Netherlands Space Office (NSO).

Economische ontwikkeling en technologie

De veranderende geopolitieke omstandigheden vragen om keuzes in het innovatiebeleid om sterke, internationaal onderscheidende posities in het bedrijfsleven en de kennisinfrastructuur te creëren. De regering heeft hiertoe een bedrag oplopend naar € 10 mln vanaf 2021 structureel beschikbaar gesteld om een aanzet te geven aan investeringen in sleuteltechnologieën, zoals kwantum en kunstmatige intelligentie.

Met deze middelen worden meerjarenprogramma’s ontwikkeld waarin overheden, bedrijven en kennisinstellingen samenwerken. Dat is nodig om in de verdere ontwikkeling, diffusie en opschalingsfasen concurrerend te zijn en te blijven ten opzichte van andere landen.

EU-Cofinanciering Fonds voor een Rechtvaardige Transitie (JTF)

Dit nieuwe fonds zal zich vooral richten op de economische diversificatie van de zwaarst door de klimaattransitie getroffen gebieden en op de omscholing en actieve inclusie van de werknemers en werkzoekenden in deze gebieden. De middelen zullen worden toebedeeld op COROP niveau. EZK neemt de voor JTF vereiste cofinanciering deels voor zijn rekening, voor projecten die bijdragen aan nationale beleidsdoelen op het gebied van innovatie en de energietransitie, waarbij aansluiting wordt gezocht bij het Missiegedreven Topsectoren-en Innovatiebeleid (MTIB) en het nationale klimaatakkoord. De cofinanciering door EZK bedraagt € 60 mln verplichtingenbudget in 2021, waarvan de kasuitgaven zijn geraamd in de periode 2021-2027. Ook decentrale overheden en private partijen zullen bijdragen aan cofinanciering van JTF-projecten.

Fiscale maatregelen

WBSO

De fiscale regeling WBSO is gericht op het stimuleren van Speur- en Ontwikkelingswerk door het bedrijfsleven, door het verlagen van de aan S&O-gerelateerde kosten43 (loonkosten en overige kosten en uitgaven). Informatie over de totale toegekende WBSO-bedragen per provincie vindt u op Volginnovatie.nl.

Strategisch doel 2 Een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het creëren van excellente randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie

Tabel 18 Kengetallen behorend bij strategisch doel 2

Kengetallen

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Bron

BMKB

      

RVO.nl

Verstrekte garanties BMKB (x € 1 mln)1

335

401

591

502

527

538

 

Totaal aantal verstrekte garanties

1.949

2.545

3.688

3.299

3.094

2.751

 

Groeifaciliteit

      

RVO.nl

Verstrekte garanties Groeifaciliteit (x € 1 mln)

32

19

37

21

19

10

 

Totaal aantal verstrekte garanties

20

14

17

8

10

9

 

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

      

RVO.nl

Verstrekte garanties GO (x € 1 mln)

82

137

58

91

56

45

 

Totaal aantal verstrekte garanties

39

76

36

80

54

31

 

Qredits

      

Qredits

Aantal verstrekte kredieten2

1.192

1.373

1.750

2.238

3.557

4.245

 

Innovatie Attaché Netwerk

      

IAN/RVO.nl

Geformaliseerde samenwerkingsverbanden

115

78

97

60

57

37

 

Klanttevredenheid

8,8

8,6

8,1

8,2

8

8,6

 

Netherlands Foreign Investment Agency

      

NFIA/RVO.nl

Projecten

187

207

227

224

248

268

 

Investeringsomvang (x € 1 mln)

3.185

1.765

1.467

1.227

2.760

4.105

 

Werkgelegenheid (arbeidsplaatsen)3

6.304

7.779

7.570

8.158

8.475

10.866

 

KvK/Ondernemerspleinen

      

KvK

Waardering Kamer van Koophandel4

7,1

7,1

7,2

‒ 10

‒ 10

‒ 5

 
X Noot
1

Deze cijfers wijken af van de realisatiecijfers die de afgelopen jaren zijn gepresenteerd. De afgelopen jaren werd 100% van het gerealiseerde borgstellingskrediet gerapporteerd, terwijl de borgstelling van de Staat 90% van het borgstellingskrediet afdekt. Vanaf de begroting 2020 wordt daarom 90% van het borgstellingskrediet als realisatie gerapporteerd. Dit is met terugwerkende kracht ook voor de voorgaande jaren gecorrigeerd.

X Noot
2

Microkrediet, MKB-krediet, flexibele kredieten, achtergestelde leningen, lease en Carribean krediet.

X Noot
3

Zowel nieuwe werkgelegenheid als behoud van werkgelegenheid.

X Noot
4

De waardering van KvK wordt sinds 2017 uitgedrukt als een Net Promotor Score (NPS). Een NPS score meet hoe klanten van de KvK producten of diensten aanbevelen bij collega’s of zakenrelaties en wordt berekend als het verschil tussen het percentage promotors (score hoger dan 9) en criticasters (score lager dan 6). De NPS zelf wordt niet uitgedrukt als een percentage, maar als een absoluut getal. Een score van -5 geeft aan dat een score boven 9 dus 5 procentpunt minder is gegeven dan een score onder 6.

Garanties

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

De BMKB maakt mogelijk dat bedrijven met te weinig zekerheden (onderpand) toch financiering kunnen krijgen, doordat de overheid borg staat voor het deel van de lening waar het bedrijf geen onderpand voor heeft. De overheidsborg bedraagt 90% van het borgstellingskrediet van 50% van het totaal verstrekte krediet (voor starters en innovatieve bedrijven gelden in verhouding hogere borgstellingskredieten ten opzicht van het totaal verstrekte krediet). De kredietverstrekker kan, mocht dat nodig zijn, voor dat deel dus terugvallen op de overheid. Het kabinet heeft besloten de BMKB permanent open te stellen voor niet-bancaire partijen (zie Kamerstuk 32 637, nr. 286). Het gebruik van de regeling hangt af van de kredietbehoefte van het bedrijfsleven en is afhankelijk van de ontwikkeling van de conjunctuur en de risicobereidheid van financiers. De raming betreft de verwachte schades die kredietverstrekkers declareren bij EZK als kredieten niet terug kunnen worden betaald. Tegenover de schades staan premies en ontvangsten bij uitwinning van faillissementen. In de budgettaire tabel is een splitsing gemaakt tussen de werkelijke schadebetalingen en stortingen in de begrotingsreserve BMKB.

Sinds 16 maart 2020 heeft de BMKB-regeling een corona-module (BMKB-C) met ruimere mogelijkheden voor in de kern gezonde ondernemingen die liquiditeitsproblemen ondervinden als gevolg van het Corona-virus. De BMKB-C module is opengesteld tot 1 april 2021 en is bestemd voor mkb-bedrijven die getroffen zijn door de uitbraak van het Coronavirus. De tijdelijke faciliteit levert een hogere borgstelling van de overheid op zodat financiers eerder en sneller kunnen financieren. De overheidsborg is verhoogd tot 90% van het borgtellingskrediet van 75% van het totaal verstrekte krediet. Om het gebruik van de BMKB-C optimaal te kunnen laten gebruiken is het totale garantiebudget BMKB voor het jaar 2020 verhoogd naar € 1,5 mld, waarvan € 1,35 mld voor geaccrediteerde bancaire financiers en € 150 mln voor geaccrediteerde non-bancaire financiers.

Groeifaciliteit

De Groeifaciliteit richt zich op buffervermogen – zoals eigen vermogen van participatiemaatschappijen en achtergestelde leningen door banken – en is vooral gericht op de groei- en expansiefase van een bedrijf. Achtergestelde leningen en aandelenkapitaal verstrekt door participatiemaatschappijen vallen tot maximaal € 25 mln onder de garantieregeling. Een bank kan een garantiefinanciering verstrekken tot maximaal € 5 mln in de vorm van achtergestelde leningen. De garantie van de overheid bedraagt 50%. De Groeifaciliteit wordt uiterlijk per 1 juli 2021 als publieke regeling uitgefaseerd en afgeschaft omdat verwacht wordt dat het doel van deze faciliteit ook via de investeringstak van Invest-NL bereikt kan worden (zie Kamerstuk 28 165, nr. 281). Deze uitfasering was eerder voorzien op 1 juli 2020, maar is in verband met de Coronacrisis uitgesteld tot 1 juli 2021 Kamerstuk 35 420, nr. 29.

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

De GO-regeling geeft financiers de mogelijkheid om een garantie van 50% van de overheid te verkrijgen, indien zij vanwege het risicoprofiel niet zelfstandig of onvoldoende in staat zijn in de kern gezonde bedrijven te financieren. Jaarlijks kan voor maximaal € 400 mln aan garanties worden verleend waarbij het gebruik afhankelijk is van de conjuncturele ontwikkeling. Het geraamde bedrag betreft de verwachte schades op de regeling. Tegenover de schades staan premieontvangsten. De GO-regeling is kostendekkend.

Sinds 29 april jl. heeft de GO-regeling een corona-module (GO-C) met ruimere mogelijkheden voor in de kern gezonde ondernemingen die liquiditeitsproblemen ondervinden als gevolg van de Coronacrisi. De voorwaarden van GO-C zijn gebaseerd op het tijdelijk staatssteunkader van de Europese Commissie. Het garantiepercentage van GO-C is 80% voor grootbedrijf en 90% voor mkb-bedrijven. Het totale garantieplafond voor de GO in 2020 is verhoogd van € 1,5 mld naar € 10 mld. Voor dit garantiebudget en de aanname van een jaarlijks schadepercentage van 4% wordt rekening gehouden met een minimale kasbuffer van in totaal € 1 mld verspreid over de jaren 2020-2026. De GO-C module heeft (net als het tijdelijk staatssteunkader van EC) als vervaldatum 31 december 2020.

Subsidies

Bevorderen Ondernemerschap

Deze middelen zijn gereserveerd voor diverse initiatieven ter bevordering van het ondernemerschap, waaronder Valorisatie, Versnelling digitalisering MKB, «NL Groeit» en het «Techniekpact». Ook wordt een bijdrage van € 0,8 mln verstrekt aan het Platform Bètatechniek voor de ondersteuning van het Techniekpact.

Veiligheid en economie raken steeds meer verweven door geopolitieke ontwikkelingen. Er moet een goede balans worden gevonden tussen enerzijds het beschermen tegen oneerlijke concurrentie van buitenaf en anderzijds de mogelijkheid om onbelemmerd internationaal zaken te kunnen blijven doen. In de beleidsnotitie «Nederland-China: een nieuwe balans» van het kabinet is daarbij aangegeven dat we beter oog moeten hebben voor onze economische veiligheid. Daarnaast is in de Kamerbrief «Tegengaan statelijke dreiging» aangegeven dat het kabinet een stelsel van investeringstoetsing uitwerkt en investeringsscreening zal gaan verrichten op risico’s voor de nationale veiligheid. Daarbij moet Nederland op basis van de Europese FDI-screeningsverordening «Verordening (EU) 2019/452 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Unie)» informatie over directe buitenlandse investeringen uit derde landen gaan delen met andere Europese lidstaten. Hiertoe moet Nederland een contactpunt opzetten. Voor economische veiligheid, het uitvoeren van FDI-screening en Nederlandse deelname aan het Europese samenwerkingsmechanisme (contactpunt) wordt in 2021 € 2,1 mln en daarna structureel € 1,9 mln ingezet.

Microkrediet

In de categorie subsidies vallen ook de uitgaven aan «Qredits» ten behoeve van micro- en MKB kredieten voor ondernemers met een haalbaar ondernemingsplan die geen toegang hebben tot het reguliere financiële circuit. Daarnaast biedt Qredits coaching en begeleiding aan kleine en startende ondernemers. De afgelopen jaren is er in totaal een lening van € 45 mln verstrekt voor micro- en MKB-krediet. Voor 2020 en volgende jaren zijn er geen aanvullende uitgaven geraamd op de begroting. In het kader van het Corona noodpakket is er € 6 mln verstrekt aan Qredits voor uitstel van aflossing met rentekorting en overbruggingskredieten met rentekorting. Daarnaast heeft Qredits in 2020 een achtergestelde lening van € 25 mln ontvangen voor het verstrekken van Corona overbruggingskredieten.

Bijdrage aan ROM’s

Met deze middelen worden de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen ondersteund: NOM (Noord), BOM (Brabant), LIOF (Limburg), Oost NL (Oost), «Innovation Quarter» (IQ, Zuidvleugel), Impuls Zeeland (Zeeland), ROM Regio Utrecht (Utrecht) en Horizon Flevoland (Flevoland). Deze middelen hebben tot doel de economische krachten in de regio te versterken en te bundelen met sectorale initiatieven vanuit het topsectorenbeleid en ander generiek beleid en daarnaast om de samenwerking tussen het (innovatieve) MKB en kennisinstellingen in de regio te bevorderen.

Startup-beleid

Voor de uitvoering van de startup en scale-up agenda wordt in 2021 € 18,3 mln beschikbaar gesteld. Deze middelen worden ingezet voor het nieuwe programma van TechLeap.NL, voor initiatieven vanuit het ecosysteem, en voor flankerend beleid van EZK, zoals het Netherlands Point of Entry en de RVO Fastlane.

Invest-NL

Er is in 2021 en volgende jaren € 10,6 mln structureel beschikbaar voor projectontwikkeling door de Business Development dochter van Invest-NL. Naast het verstrekken van financiering aan ondernemingen, heeft Invest-NL ook als taak het ontplooien van ontwikkelactiviteiten en het aangaan van samenwerking met nationale en internationale promotionele instellingen. Deze activiteiten dienen marktfalen te bestrijden zodat er meer rendabele financieringsmogelijkheden ontstaan voor marktpartijen.

Tegemoetkoming Vaste Lasten mkb (TVL)

De TVL biedt bedrijven in sectoren die hard geraakt zijn door de overheidsmaatregelen ter bestrijding van het coronavirus een tegemoetkoming voor de vaste lasten. Ook na alle versoepelingen blijven deze sectoren in meer of mindere mate geconfronteerd met beperkingen in hun bedrijfsmodellen. Het kabinet biedt deze bedrijven ook na 1 oktober ondersteuning, om ze in staat te stellen de noodzakelijke aanpassingen in hun bedrijfsvoering te doen. Het kabinet heeft besloten de TVL daartoe met negen maanden te verlengen, waarbij het maximale subsidiebedrag wordt verhoogd naar € 90.000 per drie maanden. Zo kan de TVL beter tegemoetkomen aan de behoeften van het (midden)grote mkb, voor wie de huidige cap van € 50.000 voor vier maanden te laag is om een wezenlijke bijdrage aan de vaste kosten te leveren. Bovendien wordt de TVL vanaf 1 januari gerichter ingezet op de bedrijven die het sterkst worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Voor de periode tot en met 31 december wordt de TVL verlengd onder de huidige voorwaarden, dat wil zeggen dat bedrijven met een omzetverlies van meer dan 30% in aanmerking komen. Vanaf 1 januari worden de voorwaarden voor de TVL aangescherpt door deze omzetdervingsgrens te verhogen naar 40%. Voor de periode 1 april tot en met 30 juni wordt de grens op 45% gesteld. De overige voorwaarden voor de TVL blijven ongewijzigd: zo blijft het percentage van de vaste kosten dat de TVL vergoedt 50%.

Tegemoetkoming Vaste Lasten Caribisch Nederland

Dit betreft de middelen die zijn gereserveerd voor de TVL voor Caribisch Nederland waarvoor een vergelijkbare regeling als voor Europees Nederland is ingericht.

Cofinanciering Europees Defensie Fonds

Het nieuwe Europese Defensie Fonds (EDF) onder het Meerjarig Financieel Kader (MFK, 2021-2027) gaat vanaf 2021 de ontwikkeling van militaire capaciteiten door de lidstaten ondersteunen en de Europese Defensie Industrie versterken. Het fonds ondersteunt de ontwikkeling van kennis en technologie door Europese bedrijven en kennisinstellingen die uiteindelijk geïntegreerd kan worden in defensie platformen of (sub)systemen. Deze nieuwe technologie vindt vervolgens vaak ook een toepassing op de civiele markt.

De Europese defensiemarkt is een imperfecte markt met een ongelijk speelveld. Door financiële ondersteuning van Nederlandse bedrijven in EDF projecten wordt het kennisniveau en innovatie-ecosysteem van de Nederlandse defensie industrie versterkt en investeringen gestimuleerd. Het draagt bij aan het realiseren van de ambitie in de Defensie Industrie Strategie (2018) dat Nederland tot de top 10 van landen wil behoren die gebruikmaken van EDF. Via deelname aan EDF projecten blijft de Nederlandse Defensie sector relevant en innovatief zodat zij kan bijdragen aan de bescherming van nationale veiligheidsbelangen en het verdienvermogen van Nederland. Voor cofinanciering wordt nu € 20 mln verplichtingenbudget geraamd in 2021. De daadwerkelijke uitgaven zullen naar verwachting vanaf 2022 plaatsvinden.

Omscholing naar tekortsectoren

In 2021 wordt € 37,5 mln beschikbaar gesteld voor intersectorale scholing naar tekortberoepen in het mkb. Hiermee kunnen 10.000 trajecten met een gemiddeld subsidiebedrag van € 3.750,- per stuk worden gesubsidieerd, zijnde 50% van de verwachte gemiddelde kosten van een omscholingstraject van € 7.500,- per individu. De werkgever draagt zelf zorg voor de overige 50% (d.w.z. uit eigen middelen, sectorale opleidings- en ontwikkelingsfondsen of andere samenwerkingsverbanden).

Overige subsidies

Deze middelen worden aangewend voor onder andere de bijdragen aan Nederland Maritiem Land (NML) voor Maritieme Innovatie Impulsprojecten en aan Stichting Toekomstbeeld der Techniek.

Leningen

Bedrijfssteun

Als steunmaatregel is in 2020 een lening van € 150 mln verstrekt aan Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR). Door deze lening kan SGR consumenten schadeloos blijven stellen bij faillissement van aangesloten reisorganisaties. Tevens kan door deze steun het vouchersysteem voor pakketreizen na 1 juni 2020 in stand blijven. Het vouchersysteem voorkomt dat consumenten massaal hun reisgelden terugvragen bij geannuleerde pakketreizen, met mogelijke faillissementen van reisorganisaties tot gevolg. Voor kleine garantiefondsen/regelingen is daarnaast € 10 mln beschikbaar. Voor 2021 is in totaal € 160 mln aan kasuitgaven geraamd.

Opdrachten

Regeldruk

De ambities van het kabinet op dit gebied zijn neergelegd in de kabinetsbrief Merkbaar betere regelgeving en dienstverlening. Het kabinet heeft bij de aanpak van de regeldruk voor ondernemers gekozen voor het oplossen van concrete knelpunten in bestaande wet- en regelgeving via departementale actieprogramma’s en generieke instrumenten zoals de maatwerkaanpak en klantreizen. Tevens zet het kabinet in op de totstandkoming van betere regelgeving die ondernemers de ruimte tot vernieuwing geeft en tegelijkertijd publieke belangen borgt, onder meer via de «MKB-toets» bij aanvang van het wetgevingsproces en via effecttoetsing van nieuwe regelgeving door het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR).

Caribisch Nederland

Het budget betreft onder meer de uitgaven voor de Rijksdienst Caribisch Nederland en de kosten van statistisch en beleidsonderzoek door onder andere het CBS voor Caribisch Nederland.

SBIR

Small Busines Innovation Research (SBIR) is innovatie in opdracht van de overheid. De overheid daagt door middel van een SBIR ondernemers uit om nieuwe producten te ontwikkelen en op de markt te brengen. SBIR is een competitie die de creativiteit van ondernemers gebruikt om maatschappelijke problemen op te lossen. Er is in de kabinetsperiode 2018–2021 in totaal € 10 mln beschikbaar voor het opzetten van SBIR oproepen.

Bijdrage aan agentschappen

Bijdrage aan RVO.nl – Innovatie-attachés

De Innovatie Attachés, onderdeel van RVO.nl, werken in opdracht van EZK in vijftien landen vanuit ambassades en consulaten. Zij leveren kennis en informatie over ontwikkelingen en trends op het terrein van innovatie, technologie en wetenschap in het buitenland, creëren verbindingen tussen Nederlandse en buitenlandse bedrijven, kennisinstellingen en overheden, en bevorderen daarmee de internationale innovatiesamenwerking ten behoeve van het Nederlandse concurrentievermogen. Door innovatiesamenwerking komt voor de betrokken partijen de beste kennis en kunde beschikbaar, worden lange termijn relaties gesmeed en handelsrelaties versterkt. Ook zorgen de Innovatie-attachés in samenwerking met de NFIA ervoor dat er meer buitenlandse R&D naar Nederland komt.

Bijdrage aan RVO.nl - Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA)

De bijdrage van de NFIA is erop gericht om investeringen van buitenlandse bedrijven in Nederland te stimuleren. De NFIA ondersteunt buitenlandse bedrijven die zich willen vestigen in Nederland of die hier willen uitbreiden bij hun investeringsbeslissing. Tevens coördineert de NFIA de samenwerking met regionale partijen binnen het Invest in Holland netwerk en heeft het een signaalfunctie naar beleid over actuele ontwikkelingen in het vestigingsklimaat. De NFIA focust zich op het aantrekken van buitenlandse bedrijven die juist ook bijdragen aan versterking van de innovatie-ecosystemen (samen met het IA-netwerk) en de verduurzaming en digitalisering van de Nederlandse economie. De dienstverlening richting buitenlandse bedrijven bestaat onder meer uit informatievoorziening, praktische assistentie en introductie bij relevante partijen.

Bijdrage aan RVO.nl – uitvoering instrumentarium

Deze middelen zijn grotendeels voor de uitvoering van de financierings- en innovatie-instrumenten (MKB Innovatiestimulering Topsectoren, Eurostars, Internationaal Innoveren, PPS-toeslag, WBSO, BMKB, Groeifaciliteit, Garantie Ondernemingsfinanciering). Dit betreft activiteiten als beoordeling van aanvragen, bedrijfscontroles, voorlichting over de instrumenten, de organisatie van innovatiemissies en het terugontvangen van kredieten.

Bijdrage aan Agentschap Telecom

Met deze bijdrage verzorgt Agentschap Telecom de uitvoering, het toezicht en de handhaving van de bepalingen uit de Wet ruimtevaartactiviteiten. Het gaat om werkzaamheden die voortkomen uit aanvragen, toetsen en eventueel afgifte van een ruimtevaartvergunning, registreren van ruimtevoorwerpen, deelname aan internationale gremia, adviseren en voorlichting geven over ruimtevaartactiviteiten. Het wettelijke toezicht heeft betrekking op de afgifte van ruimtevaartvergunningen.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Kamer van Koophandel

De Kamer van Koophandel voert wettelijke taken uit in het kader van ondernemerschapsbeleid: houden van het handelsregister, voorlichting en regiostimulering, innovatiestimulering en de ontwikkeling en het beheer van het digitale en de fysieke ondernemerspleinen. Met het regeerakkoord is de beleidsverantwoordelijkheid voor het digitaal ondernemersplein en de bijbehorende middelen naar het Ministerie van BZK overgegaan.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Bijdrage NBTC

EZK stelt op basis van meerjarenafspraken budget beschikbaar voor bestemmingsmanagement waaronder internationale «branding», ontwikkeling van aanbod, kennis en data, spreiding van toeristen en congreswerving.

Overige bijdragen aan organisaties

Dit betreft onder meer de bijdrage aan het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de Staat van het MKB en de Koning Willem I Stichting (circa € 0,3 mln waaraan IenW € 0,07 mln bijdraagt).

Industriële participatie – Commissariaat Militaire productie

EZK werkt aan het versterken, beschermen en (internationaal) positioneren van een hoogwaardige en concurrerende defensie- en veiligheid (gerelateerde) industrie in Nederland. De Defensie Industrie Strategie (2018) presenteert de gewenste Nederlandse Defensie Technologische en Industriële Basis (DTIB) en geeft aan welke kennis, technologie en industriële capaciteiten zoveel als mogelijk nationaal moeten worden verankerd om de wezenlijke belangen van nationale veiligheid te kunnen beschermen. De defensiemarkt kenmerkt zich door een hoge kennisintensiteit en vraag naar innovatieve oplossingen, maar op de internationale defensiemarkt ontbreekt het aan een gelijk speelveld. EZK zet het industrieel participatiebeleid in om enerzijds de Nederlandse DTIB verder te versterken en anderzijds om Nederlandse defensiebedrijven en kennisinstituten te positioneren binnen de veelal gesloten en op nationaal niveau georganiseerde Europese en trans-Atlantische toeleveringsketens van ontwikkeling, productie en instandhouding van defensiematerieel. Gerichte inzet van industrieel participatiebeleid is van belang voor het beschermen van nationale veiligheidsbelangen en draagt bij aan het openen van internationale toeleveranciersketens, waarmee EZK een gelijker speelveld op de internationale defensiemarkt bevordert.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:

  • Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid

  • Vrijstelling aandelenopties werknemers van startups

  • Persoonsgebonden aftrekpost durfkapitaal

Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de fiscale regelingen».

Tabel 19 Fiscale regelingen 2019–2021, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € 1 mln) 1
 

2019

2020

2021

FOR aftrek

197

202

211

FOR belaste uitkering

‒ 114

‒ 115

‒ 118

Zelfstandigenaftrek

1.888

1.758

1.657

Extra zelfstandigenaftrek starters

108

103

102

Meewerkaftrek

8

7

8

Stakingsaftrek

16

14

14

Aftrek speur- en ontwikkelingswerk

6

6

5

Willekeurige afschrijving starters

8

7

7

Doorschuiving stakingswinst

278

283

295

MKB-winstvrijstelling

2.045

1.750

1.867

Terbeschikkingstellingsvrijstelling

19

18

18

Innovatiebox

1.344

831

696

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

431

377

382

OVB Vrijstelling bedrijfsoverdracht in familiesfeer2

16

17

22

Schenk- en erfbelasting Bedrijfsopvolgingsfaciliteit

459

459

459

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk WBSO

1.182

1.281

1.438

Verlaagd gebruikelijk loon voor dga’s van startups

23

21

21

BTW Kleine ondernemersregeling

194

206

219

BPM Vrijstelling bestelauto ondernemers3

838

592

680

MRB Verlaagd tarief bestelauto ondernemers4

924

959

993

X Noot
1

[-] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.

X Noot
2

OVB = Overdrachtsbelasting

X Noot
3

BPM = Belasting van personenauto’s en motorrijwielen

X Noot
4

MRB = Motorrijtuigenbelasting

Toelichting op de ontvangsten

De ontvangsten voor de BMKB, Groeifaciliteit, Garantie Ondernemingsfinanciering betreffen de premie-inkomsten in het kader van de verstrekte garanties. Bij de BMKB is daarnaast ook sprake van ontvangsten als gevolg van uitbetaalde maar later afgewezen verliesdeclaraties.

De ontvangsten in het kader van de Luchtvaartkredietregeling betreffen terugbetalingen (kredietsom en rente) van kredieten, verleend in de periode 1998 tot en met 2003 en 2008 tot en met 2011 voor vliegtuigtechnologieprojecten.

De ontvangsten Rijksoctrooiwet 1995 betreffen de ontvangsten van Octrooicentrum NL, uit hoofde van procedure- en instandhoudingtaksen op basis van de Rijksoctrooiwet 1995. Daarin zijn begrepen de instandhoudingstaksen voor Europese octrooien, waarvoor geldt dat de hiervoor geraamde ontvangsten de helft zijn van de feitelijke ontvangsten uit taksen. De andere helft wordt afgedragen aan het Europees Octrooibureau.

De ontvangsten Eurostars betreffen de Europese bijdrage aan Eurostars-projecten. De bijdrage betreft 25,75% van de nationale bijdrage.

De ontvangsten F-35 hebben betrekking op de geraamde afdrachten door de defensie-industrie aan de Staat. Op basis van de gesloten medefinancieringsovereenkomst over de deelname van Nederland aan de ontwikkeling van de F-35 draagt de industrie 2% over de gerealiseerde omzet voor ontwikkeling en onderhoud van de F-35 af aan EZK.

De ontvangsten bedrijfssteun hebben betrekking op de aflossing van de overbruggingsfaciliteit IHC (2021) en de aflossing van de leningfaciliteit aan SGR en kleine garantiefondsen (2022 en volgende jaren).

Toelichting op de begrotingsreserves

De begrotingsreserves zijn bedoeld om inkomsten uit premies en uitgaven voor schades, die over de jaren kunnen fluctueren, te verevenen. De reserve wordt aangehouden om als buffer te dienen voor uitgaven door EZK indien bedrijven niet aan hun terugbetalingsverplichtingen kunnen voldoen inzake leningen bij financieringsinstellingen waarop EZK een borgstelling heeft afgegeven. Voor meer informatie over de ontwikkeling van de garanties en het verloop van de reserves wordt verwezen naar het overzicht van de risicoregelingen in het hoofdstuk Beleidsagenda van deze begroting.

Er zijn begrotingsreserves voor de BMKB, de regeling Garantie Ondernemingsfinanciering (GO), de Groeifaciliteit (GF) en de garanties voor nieuwe aanbieders van MKB-financiering. De GO, GF en de garanties voor alternatieve aanbieders van MKB-financiering betreffen kostendekkende garanties, waarvan de te realiseren premieontvangsten in principe toereikend zijn voor het afdekken van eventuele verliesdeclaraties. Ultimo begrotingsjaar wordt op basis van de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven vastgesteld of een onttrekking of storting dient plaats te vinden.

Tabel 20 Stand begrotingsreserves per 31 december 2019 (bedragen x € 1.000)
  

Waarvan juridisch verplicht

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

108.333

100%

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

71.210

100%

Groeifaciliteit

24.546

100%

Garantie MKB-faciliteiten

9.696

100%

Budgetflexibiliteit begrotingsreserves

BMKB

De BMKB is een niet geheel kostendekkende regeling. In de periode 2009–2015 is voor circa € 384 mln aan schades – veroorzaakt door het hoge aantal faillissementen als gevolg van de economische crisis – en uitvoeringskosten uit begrotingsmiddelen gefinancierd. Om in de toekomst bestand te zijn tegen een crisis met een dergelijke omvang, dient in tijden van hoogconjunctuur «gespaard» te worden. De begrotingsreserve kan als gevolg daarvan toenemen tot een forse omvang. Op het moment dat een economische crisis aan de orde is en de verliesdeclaraties toenemen, is de voorziening noodzakelijk om de tekorten aan te vullen. Het uitstaand obligo van de BMKB was ultimo 2019 circa € 1,9 mld waarmee de volledige begrotingsreserve juridisch verplicht is.

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) en de Groeifaciliteit (GF)

Bij de Garantie Ondernemingsfinanciering en de Groeifaciliteit is sprake van in opzet kostendekkende regelingen. Bij deze regelingen dient de begrotingsreserve ertoe de discrepantie in de tijd tussen ontvangsten en uitgaven te verevenen. Bij deze regelingen kunnen relatief grote verliesdeclaraties worden ingediend, die de omvang van de in enig jaar te ontvangen provisies te boven gaan. Voor die situaties is het nodig een forse begrotingsreserve aan te houden om deze tegenvallers binnen de begroting te kunnen accommoderen. Het uitstaande obligo voor deze regelingen was ultimo 2019 € 321 mln (GO) en € 91 mln (GF), waardoor de volledige reserves voor deze regelingen juridisch verplicht zijn. De omvang en benutting van de begrotingsreserves worden betrokken bij de evaluatie van deze regelingen.

MKB-faciliteiten

Dit betreft de begrotingsreserve ten behoeve van de fundinggaranties in het kader van het Aanvullend actieplan MKB-financiering. De begrotingsreserve dient er toe de discrepantie in de tijd tussen de premieontvangsten en de uitgaven te verevenen. Het uitstaand obligo ultimo 2019 van deze garanties is € 393,2 mln, waarmee de volledige voorziening juridisch is verplicht.

Beleidsartikel 3 Toekomstfonds

A. Algemene doelstelling

Versterken van de innovatieve kracht van Nederland door het beschikbaar stellen van financiering voor het innovatief en snelgroeiend mkb en voor fundamenteel en toegepast onderzoek en het behouden van vermogen voor toekomstige generaties.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Economische Zaken en Klimaat is rijksbreed verantwoordelijk voor versterking van het innovatievermogen, in het bijzonder gericht op het bedrijfsleven en verantwoordelijk voor het scheppen van randvoorwaarden voor een excellent ondernemingsklimaat.

De Minister van EZK en de bewindslieden van OCW coördineren en borgen de publieke kennisinfrastructuur voor toegepast en fundamenteel onderzoek.

Vanuit deze verantwoordelijkheden heeft de minister een financierende en faciliterende rol, samenhangend met de stimulerende, regisserende en faciliterende rollen zoals vermeld in artikel 2 van deze begroting:

Financieren/faciliteren

  • Het mede-financieren van investeringen in R&D en innovatie;

  • Het faciliteren van toegang tot en financieren van (risico)kapitaal voor bedrijven;

  • Het mede-financieren van Europese en internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie.

Om – aanvullend op de begroting – de Kamer te informeren over voortgang en effecten van beleid treft u op de website https://www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl informatie aan over de indicatoren en kengetallen. Deze website is te zien als een digitale bijlage van de EZK-begroting.

C. Beleidswijzigingen

In de Kamerbrief van 15 november 2019 (Kamerstuk 32 637, nr. 389) is aangekondigd dat vanuit het deel fundamenteel en toegepast onderzoek van het Toekomstfonds, middelen beschikbaar zullen worden gesteld voor een tweede tender van de op 1 februari 2019 gepubliceerde Thematische Technology Transfer regeling. De tweede tender zal in 2020 worden geopend en de daaruit voortvloeiende verplichtingen zullen in 2021 worden aangegaan.

Daarnaast wordt € 15 mln van de middelen uit het Toekomstfonds ter beschikking gesteld aan het recent opgerichte publiek-private financieringsfonds van RegMedXB in de vorm van een revolverende lening. Dit fonds richt zich op de financiering van projecten gericht op nieuwe innovaties en bedrijvigheid en kostenbeheersing door nieuwe medische oplossingen. Met deze € 15 mln worden de door het Ministerie van VWS voor dit financieringsfonds gereserveerde subsidiemiddelen gematcht. VWS zal deze middelen overhevelen naar de EZK-begroting (Toekomstfonds).

De voorziene voeding voor het deel fundamenteel en toegepast onderzoek van het Toekomstfonds, voortvloeiend uit meevallers uit de gasbaten voor zover die boven de daarvoor bepaalde ijklijn uit zouden komen, heeft zich tot op heden niet voorgedaan. Daarnaast is het vanwege het terugbrengen van de gaswinning in Groningen niet realistisch te veronderstellen dat er - gegeven de systematiek - in de toekomst een substantiële voeding zal kunnen plaatsvinden. De betreffende ijklijn is daarom in de begroting geschrapt.

Naar aanleiding van de evaluatie van de regeling Vroegefasefinanciering (VFF) (Kamerstuk 32 637, nr. 344) werken het Ministerie van EZK, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de provincies en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen samen aan de ontwikkeling van een nieuwe regeling, die verder geïntegreerd zal worden bij het bestaande vroege fase ecosysteem. Hiervoor wordt in de jaren 2021 t/m 2023 € 10 mln per jaar beschikbaar gesteld.

Het co-investment venture capital instrument is in februari volledig conform Machtigingswet oprichting Invest-NL ondergebracht bij Invest-NL. Tijdens de behandeling van deze wet in de Tweede Kamer op 15 mei 2020 is toegezegd om onderzoek te doen naar de haalbaarheid en de marktappreciatie van het in de markt zetten van het Dutch Venture Initiative (DVI) (Handelingen II 2018/19, nr. 82, item 16). Op 20 december 2019 is de Tweede Kamer geïnformeerd (Kamerstuk 32 637, nr. 400) over de eerste inzichten in de verkoopmogelijkheden, de meest bepalende voorwaarden en structuren waaronder een verkoop haalbaar kan worden geacht en het vervolgtraject

In 2020 heeft EZK samen met lokale stakeholders voor de regio Utrecht een regionale ontwikkelingsmaatschappij (ROM) opgericht op initiatief van regio Utrecht. Voor Flevoland zal naar verwachting in het najaar van 2020 een ROM worden opgericht. De ingezette middelen hebben tot doel de economische krachten in de regio te versterken middels participatie in innovatieve mkb bedrijven en waar mogelijk samen met marktpartijen. Verder beogen zij sectorale initiatieven vanuit het topsectorenbeleid en ander generiek beleid te ondersteunen middels subsidies. Tenslotte beogen zij de samenwerking tussen het (innovatieve) mkb en kennisinstellingen in de regio te bevorderen.

Tot slot zijn in het voorjaar van 2020 overbruggingsleningen beschikbaar gekomen via de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen voor ondernemers die als gevolg van de Coronacrisis liquiditeitsproblemen hebben en overwegend met (extern) eigen vermogen gefinancierd zijn. Het totaalbudget voor deze leningen betreft € 300 mln voor rekening en risico van de Staat. Deze middelen zijn beschikbaar voor aanvragen in de periode tot en met september 2020. De overbruggingskredieten hebben een looptijd van maximaal 5 jaar tot ultimo 2025. Daarnaast is in twee tranches van € 75 mln in 2020 en 2021 in totaal € 150 mln beschikbaar gesteld voor de versterking van het fondsvermogen van de ROM's. Met de Corona-Overbruggingslening heeft het kabinet via de ROM’s straks circa 800 mkb-ondernemingen met overbruggingskredieten geholpen. Door het fondsvermogen van ROM’s te versterken, kunnen de ROM’s in nieuwe financieringsrondes ook het eigen vermogen van deze veelal innovatieve mkb-ondernemingen versterken. Daarmee wordt de solvabiliteitspositie van deze bedrijven verstevigd.

De geraamde middelen voor start-ups/mkb worden ingezet voor het MKB-actieplan (Kamerstuk 32 637, nr. 316).

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 21 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

132.206

625.150

250.348

163.163

154.957

146.233

162.033

Waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

Waarvan overige verplichtingen

132.205

625.150

250.348

163.163

154.957

146.233

162.033

        

Uitgaven

124.308

639.387

265.316

192.024

173.569

159.353

157.602

Waarvan juridisch verplicht

  

53%

    
        

Subsidies (regelingen)

1.050

3.353

4.264

3.100

3.074

2.916

2.348

Smart Industry

254

718

183

184

158

0

0

Haalbaarheidsstudies NWO-TTW

796

812

800

0

0

0

0

Thematische Technology Transfer

0

1.823

3.281

2.916

2.916

2.916

2.348

        

Leningen

114.532

626.948

247.144

180.366

161.937

147.879

146.696

Startups / MKB financiering

       

Volledig revolverend

       

Fund to Fund

28.000

37.676

31.592

27.292

11.266

13.101

25.800

ROM's

0

405.905

85.000

12.000

4.000

0

0

Co-investment venture capital instrument / EIF

5.000

0

0

0

0

0

0

Deels revolverend

       

Innovatiekrediet

40.954

55.465

48.682

56.999

56.933

58.689

57.689

Risicokapitaal Seed Capital

27.617

76.630

33.620

49.559

57.257

53.253

44.086

Vroegefasefinanciering / informal investors

10.736

14.125

21.260

21.514

21.497

14.597

14.597

Startups / MKB

0

12.872

4.995

392

359

825

492

Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek

       

Met vermogensbehoud

       

Fundamenteel en toegepast onderzoek

1.732

5.445

10.952

2.500

0

0

2.500

Onco research

0

4.196

3.031

2.431

1.170

630

360

Smart Industry

493

382

239

315

0

0

0

Thematische Technology Transfer

0

4.252

7.773

7.364

6.955

4.284

1.172

Regmed

0

10.000

0

0

2.500

2.500

0

        

Bijdrage aan agentschappen

8.724

9.086

13.908

8.558

8.558

8.558

8.558

Bijdrage RVO.nl

8.724

9.086

13.908

8.558

8.558

8.558

8.558

        

Ontvangsten

33.448

62.305

44.000

75.300

80.200

80.300

262.100

ROM's

0

8.905

0

30.000

30.000

30.000

210.000

Fund to Fund

0

11.850

17.900

17.900

17.900

15.000

13.800

DVI II

0

150

800

1.100

2.000

5.000

8.000

Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek

5.981

0

0

0

0

0

0

Co-investment venture capital instrument / EIF

0

15.000

0

0

0

0

0

Innovatiekrediet

10.585

17.000

15.000

16.000

20.000

20.000

20.000

Seed Capital

14.156

9.400

10.300

10.300

10.300

10.300

10.300

Vroegefasefinanciering / informal investors

2.725

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Leningen: Het budget in 2021 is voor 50% juridisch verplicht. Dit betreft een groot deel van het budget voor Innovatiekredieten, de Seed Capital regeling, Vroegefasefinanciering, de investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek en de regeling Thematische Technology Transfer. Het budget voor DVI/Fund of funds, Smart Industry en Oncode Institute is volledig juridisch verplicht.

Subsidies: Het budget in 2021 is voor 57% juridisch verplicht. Dit betreft de uitfinanciering van de verplichtingen aan NWO-TTW in het kader van de haalbaarheidssubsidies, de regeling Smart Industry en de regeling Thematische Technology Transfer (TTT). De 2e tender van de TTT-regeling is al wel opengesteld in 2020, maar de committeringen zullen in 2021 plaatsvinden. Als gevolg daarvan zal dan in 2021 het budget volledig juridisch verplicht zijn.

Bijdrage aan agentschappen: Het budget betreft de financiering van het opdrachtenpakket 2020 aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) en is 100% juridisch verplicht.

Revolverendheid

Opbrengsten van succesvolle innovaties vloeien terug in het Toekomstfonds, zodat ze weer opnieuw kunnen worden ingezet. Het fonds is daarmee additioneel aan de markt: de overheid neemt het grootste risico, waardoor private investeerders kunnen mee-investeren in innovatieve ondernemingen. De overheid deelt mee in de opbrengsten van geslaagde innovaties, waardoor deze middelen opnieuw kunnen worden ingezet voor het vergroten van het beschikbare risicokapitaal voor innovatieve bedrijven.

Figuur 4 Instrumenten Volledig revolverend (x € 1 mln)

Figuur 5 Instrumenten Gedeeltelijk revolverend (x € 1 mln)

Figuur 6 Instrumenten Fundamenteel en toegepast onderzoek (x € 1 mln)

Toelichting: In bovenstaande grafieken is voor de verschillende onderdelen van het Toekomstfonds weergegeven wat de verhouding is tussen de (geraamde) uitgaven van de diverse regelingen en de (geraamde) terug-ontvangsten op verstrekte kredieten. Ontvangsten op de geïnvesteerde bedragen worden eerst na verloop van een aantal jaar gerealiseerd. Bij instrumenten die relatief kort bestaan (bijvoorbeeld investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek) zijn hierdoor nog geen of nauwelijks ontvangsten gerealiseerd. Dit is het geval bij MKB-financiering volledig revolverend (DVI sinds ultimo 2012 en het Co-investeringsfonds sinds 2017) en de investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek (sinds 2016). De instrumenten in het onderdeel MKB-financiering gedeeltelijk revolverend, zoals de Seed Capital regeling en het Innovatiekrediet, bestaan al langer en kennen hierdoor al een substantiële ontvangstenrealisatie. Naar verwachting vloeit 60% tot 80% van deze investeringen terug naar het fonds.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Het Toekomstfonds heeft een startkapitaal van € 200 mln. De middelen worden met behoud van vermogen ingezet voor de financiering van innovatieve en snelgroeiende mkb-bedrijven en voor fundamenteel en toepassingsgericht onderzoek. Ook de begrotingsmiddelen voor het Innovatiefonds MKB+ en de participatie van het Rijk in de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) zijn in het Toekomstfonds ondergebracht.

Leningen

Binnen de structuur van het in 2014 gevormde Toekomstfonds (Kamerstuk 34 000 XIII, nr. 5), bestaat het Innovatiefonds MKB+ uit volledig revolverende instrumenten (het Dutch Venture Initiative (DVI) en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen en gedeeltelijk revolverende instrumenten (Innovatiekrediet, de Seed Capital regeling (risicokapitaal), en de regeling Vroegefasefinanciering)

MKB-financiering: volledig revolverend

Dutch Venture Initiative

DVI is bedoeld om snel groeiende innovatieve bedrijven betere toegang tot investeringskapitaal te geven en andere private investeerders aan te trekken. Het bestaat uit twee DVI fund-of-funds waaronder een specifiek fonds voor business angels.

DVI heeft een vliegwieleffect voor de risicokapitaalmarkt omdat het in fondsen investeert waarin private investeerders tussen de minimaal 50|% en 90% meefinancieren. Dit effect wordt versterkt door het feit dat bedrijven met dit risicokapitaal makkelijker nieuw vreemd vermogen kunnen aantrekken. Met ondersteuning van DVI-fund-of-funds is sinds 2014 in totaal al voor meer dan € 3,8 mld aan risicokapitaal beschikbaar gekomen. De venture capital fondsen verkrijgen tussen € 5 mln en € 20 mln uit DVI. Al meer dan 269 ondernemingen hebben financiering uit DVI-fondsen verkregen.

Het eerste DVI fonds van € 202,5 mln (EZK-bijdrage € 130 mln, EIF-bijdrage € 67,5 mln en BOM-bijdrage € 5 mln) is opgericht in 2013 en is inmiddels volledig gecommitteerd in 14 venture capital fondsen, waaronder een specifiek fonds voor business angels van € 45 mln. Het tweede DVI fund-of-funds van € 200 mln (EZK-bijdrage € 100 mln, EIF-bijdrage € 100 mln) is opgericht in 2016 en er zijn inmiddels 13 fondsen operationeel.

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

De eventuele participaties in de ROM’s worden onder de revolverende investeringen verantwoord. In 2020 en 2021 is onder meer in twee tranches van € 75 mln in totaal € 150 mln geraamd voor de versterking van het fondsvermogen van de ROM's.

Figuur 7 Participaties Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen ultimo 2019 (x € 1 mln)

Co-investment venture capital instrument/EIF

Het Co-investment venture capital instrument/EIF is overeenkomstig de Machtigingswet Invest-NL per 15 februari 2020 overgedragen aan Invest-NL.

MKB-financiering: gedeeltelijk revolverend

Innovatiekrediet

Het innovatiekrediet biedt toegang tot financiering voor met name het innovatieve mkb en start-ups en helpt bij het aantrekken van risicokapitaal. In een fase waarin bancaire financiering niet of nauwelijks beschikbaar is, maakt het Innovatiekrediet onder voorwaarde van 50-75% eigen middelen innovatieprojecten mogelijk met een maximale ondersteuning van € 10 mln voor technische ontwikkelingsprojecten en € 5 mln voor klinische projecten.

Seed Capital regeling

De Seed Capital regeling (risicokapitaal) ondersteunt starters in high tech en creatieve sectoren bij het verwerven van risicokapitaal.

Vroegefasefinanciering

De regeling Vroegefasefinanciering biedt financiering - in de vorm van een geldlening - voor academische, hbo en TO2 starters, voor innovatieve starters en kleine bedrijven in een vroege ontwikkelingsfase: van validatie en onderbouwing van een business case, van idee naar concept. Hierdoor wordt ook de toegang tot vervolgfinanciering gefaciliteerd. Dit initiatief wordt door RVO.nl en door NWO-TTW uitgevoerd.

Startups/mkb

Dit betreft de middelen die worden ingezet voor het MKB-actieplan (Kamerstuk 32 637, nr. 316).

Bovengenoemde instrumenten versterken en stimuleren private vermogensverschaffers om innovatieprojecten van bedrijven te financieren en voorzien in de behoefte van bedrijven voor een betere toegang tot risicokapitaal voor innovatie.

Figuur 8 Gebruik regelingen Toekomstfonds

Tabel 22 Kengetallen

Kengetallen

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Bron

Innovatiekrediet

      

RVO.nl

Aantal bedrijven dat Innovatiekrediet gebruikt

40

33

32

29

31

29

 

Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met een Innovatiekrediet (x € 1 mln)

123

119

136

159

173

139

 

Seed Capital en Fund of funds

      

RVO.nl/EIF

Aantal participaties via Seed Capital en Fund of Funds

32

50

81

95

125

146

 

Omvang gestimuleerd risicokapitaal voor innovatieve bedrijven door Seed Capital en Dutch Venture Initiative/Fund of Funds (x € 1 mln)

257

553

744

182

1.606

351

 

Vroegefasefinanciering

      

RVO.nl

Aantal ondernemers dat Vroege Fase Financiering gebruikt

 

40

37

41

40

33

 

Met ingang van 2020 zal voor de TTT-regeling worden gerapporteerd over een tweetal kengetallen, namelijk 1) Het aantal nieuwe participaties van TTT-fondsen in het afgelopen kalenderjaar en 2) Aantal startende bedrijven als resultaar van de valorisatieactiviteiten door een TTT-samenwerkingsverband.

Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek (met vermogensbehoud)

Vanuit het onderzoeksdeel van het Toekomstfonds wordt geïnvesteerd in nieuwe onderzoeksfaciliteiten, upgrading van bestaande faciliteiten en kennisbenutting.

De € 100 mln startkapitaal wordt geïnvesteerd in fundamenteel en toepassingsgericht onderzoek en kennisbenutting. Dit wordt ingezet voor de regeling Toekomstfondskrediet voor Onderzoeksfaciliteiten (TOF), Thematische Technology Transfer (TTT), Smart Industry (SI), Proof of Concept (PoC) en RegMed XB.

Fundamenteel en Toegepast onderzoek

De middelen zijn nodig voor de uitfinanciering van de regeling Toekomstfonds Onderzoeksfaciliteiten (TOF), waarmee van 2015 tot en met 2017 investeringen in hoogwaardige onderzoeksfaciliteiten zijn ondersteund.

Ook betreft dit de over meerdere jaren beschikbare buffer voor de niet volledig revolverende investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek.

Oncode Institute

Oncode Institute wordt mede gefinancierd uit het onderzoeksdeel van het Toekomstfonds, gericht op Thematische Technology Transfer. Oncode Institute is een pilot die zich richt op de toepassing van wetenschappelijk oncologisch onderzoek voor betaalbare oplossingen voor de patiënt.

Smart Industry

Dit betreft de uitfinanciering van het leningendeel van de regeling Smart Industry Fieldlabs die in 2017 is gepubliceerd en eenmalig is opengesteld. De regeling heeft als doel om de digitalisering van de industrie te versnellen door de slimme inzet van nieuwe productietechnologieën (bijvoorbeeld 3D-printers, robots, drones en sensoren) in combinatie met ICT. De verstrekte subsidie bestaat voor tweederde uit een renteloze lening.

Thematische Technology Transfer

De TTT-regeling heeft als doel het vergroten van de beschikbaarheid van risicofinanciering voor kennisstarters. Dit wordt gedaan door middel van TTT-fondsen in de periode 2019 tot en met 2025. De investeringen van de fondsen revolveren en hebben een looptijd van maximaal 9 jaar.

RegMed XB

Voor een publiek privaat ondernemerschapsfonds voor regeneratieve geneeskunde RegMed XB wordt verspreid over enkele jaren in totaal € 15 mln beschikbaar gesteld in de vorm van een revolverende lening. Dit fonds richt zich op de financiering van innovaties, bedrijvigheid en kostenbeheersing door nieuwe medische oplossingen.

Subsidies

Smart Industry

Dit betreft de uitfinanciering van het subsidiedeel van de regeling Smart Industry (zie toelichting onder investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek met vermogensbehoud). Daarnaast is er € 3,5 mln beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de Implementatie-agenda Smart Industry 2018-2021, waaronder de regionale Smart Industry Hubs.

Haalbaarheidsstudies

Via Proof of Concept, onderdeel van de investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek (met vermogensbehoud), is verspreid over de jaren 2017-2021 € 4 mln beschikbaar gesteld voor haalbaarheidsstudies voor innovatieve TO2 starters. Met een haalbaarheidsstudie kan de innovatieve TO2 starter het proof of principle aantonen, evenals het commercieel perspectief van het beoogde product of proces of de beoogde dienst.

Thematische Technology Transfer

Dit betreft subsidies voor de genoemde activiteiten van de thematische samenwerkingsverbanden gericht op kennisoverdrachtsactiviteiten op een bepaald thema met als doel het helpen oprichten van kennisstarters in de periode 2019-2025. Tevens is er een beperkt budget voor managementkosten van de TTT-fondsen

Bijdragen aan agentschappen

Dit betreft de bijdrage aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor de uitvoering van de diverse regelingen van het Toekomstfonds, zoals het Innovatiekrediet, de Seed Capital regeling, Vroegefasefinanciering, Toekomstfondskrediet onderzoeksfaciliteiten, de TTT-regeling en de regeling Smart Industry.

Toelichting op de ontvangsten

De ontvangsten van het Toekomstfonds betreffen de op de EZK-begroting geraamde terugbetalingen van kredieten (hoofdsom en rente) in het kader van het Innovatiekrediet en Vroegefasefinanciering. Daarnaast worden de terugontvangsten van het Dutch Venture Initiative (DVI) en de Seed Capital regelingen verantwoord. Deze ontvangsten bestaan uit de opbrengsten van rente, dividend en de verkoopwaarde van ondernemingen op het moment dat een fonds haar belangen daarin verkoopt.

Ook worden de ontvangsten in het kader van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen in het Toekomstfonds verantwoord. Dit betreft eventuele dividenden of in voorkomende gevallen de opbrengst van aandelenverkopen. Ook hebben de ontvangsten betrekking op de terugontvangst van de middelen die aan de ROM's ter beschikking zijn gesteld voor het verstrekken van de Coronaoverbruggingsleningen aan bedrijven.

Beleidsartikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

A. Algemene doelstelling

De doelstelling bij artikel 4 is om in het kader van het klimaatbeleid in internationaal verband bij te dragen aan het realiseren van de doelen van de klimaatovereenkomst van Parijs en, in Europees verband, het beperken van de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met minstens 40% ten opzichte van 1990. De EU heeft inmiddels eind 2019 besloten dat de EU in 2050 klimaatneutraal moet zijn.

Afgeleid van klimaatneutraliteit in 2050 streeft Nederland samen met andere lidstaten naar een ambitieuzer klimaatdoel voor 2030 van 55%; Nationaal worden de doelen uit de Klimaatwet nagestreefd:

  • een reductie van de emissies van broeikasgassen van 49% in 2030 ten opzichte van 1990

  • een reductie van de emissies van broeikasgassen met 95% in 2050 ten opzichte van 1990

  • een volledige CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050.

Figuur 9 Uitstoot broeikasgassen Nederland in mld CO2-equivalenten.

Bron CBS. De cijfers voor 2019 zijn voorlopige cijfers.

In het kader van het energiebeleid werken we toe naar een CO2-arme energievoorziening die veilig, betrouwbaar en betaalbaar is, op zodanige wijze dat economische kansen worden verzilverd en energie in het ruimtelijk beleid is geïntegreerd. De belangrijkste maatschappelijke uitdagingen waarop gefocust wordt zijn de klimaat- en energietransitie en de goede technische en veilige invulling van de afbouw van de winning uit het Groningenveld.

Om het reductiedoel voor 2030 te realiseren wordt uitvoering gegeven aan de afspraken uit het Klimaatakkoord. Dit is vastgelegd in het Klimaatplan, waarmee wordt gestuurd op realisatie van de doelen uit de Klimaatwet. De maatregelen die het kabinet hiervoor neemt vormen een samenhangend pakket dat door verschillende partijen in verschillende sectoren wordt uitgevoerd. De maatregelen zijn er onder andere op gericht om CO2-reducerende technieken verder uit te rollen en rendabel te maken, knelpunten die een transitie naar een CO2-arme economie in de weg staan op te lossen en regionale en lokale samenwerking en participatie rond de transitie te versterken. Voor de kortere termijn stuurt het kabinet daarnaast nog op het realiseren van de doelstelling van 16% duurzame energie in 2023, die nog voortvloeit uit het Energieakkoord.

Om deze doelstellingen te bereiken zet EZK financiële instrumenten in zoals subsidies en garanties, maar ook niet-financiële instrumenten zoals het transitiegericht maken van energieregelgeving om de werking van de energiemarkt te verbeteren.

Het kabinet heeft een omvangrijk Urgenda-pakket vastgesteld om het doel van 25% CO2-reductie in 2020 en de jaren erna te behalen. Deze maatregelen zijn ook goed voor huishoudens en economische activiteit en zullen, door in te zetten op hernieuwbare energie en energiebesparing, tevens bijdragen aan de doelen van het Energieakkoord. De doelstelling voor het aandeel hernieuwbare energie van 14% zal in Nederland in 2020 desondanks niet gehaald worden. Het kabinet blijft maximaal inzetten op een groter aandeel hernieuwbare energie nationaal en zal daarnaast voor 2020 gebruik maken van de mogelijkheid tot statistische overdracht om te verzekeren dat de doelstelling wordt behaald. Als onderdeel van bredere samenwerking op het gebied van energie en klimaat is hier een akkoord over gesloten met Denemarken.

In oktober 2020 presenteert het kabinet de eerste Klimaatnota, die zal ingaan op de realisatie van de klimaatdoelen in 2030. Daarbij zullen ook de Klimaat- en Energieverkenning 2020 en eerste Klimaatmonitor een belangrijke rol spelen. Voor de uitkijk naar 2030 kan ook een eventueel aangescherpt EU-doel effect hebben op de klimaatopgave in Nederland. Daarom zal EZK in kaart brengen hoe Nederland aan de hogere Europese doelstelling zal kunnen bijdragen.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Op het gebied van het klimaatbeleid regisseert de Minister van EZK, op basis van de Klimaatwet, het nationale klimaatbeleid en de inhoudelijke lijn voor de nationale inbreng in de ontwikkeling van het Europese en het mondiale klimaatbeleid.

De Minister van EZK is verder op grond van de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet, de Warmtewet en de Mijnbouwwet verantwoordelijk voor het energiebeleid. Hieruit vloeien de volgende verantwoordelijkheden voort:

Klimaatbeleid

Regisseren

  • Regisseren van het nationale klimaatbeleid op basis van de nationale doelen en de werkwijze zoals deze is vastgelegd in de Klimaatwet, met het oog op het door Nederland nakomen van de (onder andere) in United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) en EU-verband gemaakte afspraken over het reduceren van CO2 en overige broeikasgasemissies. Hieronder valt ook het emissiehandelssysteem, waarin CO2-emissierechten worden toegewezen en geveild.

  • De regie op de internationale aspecten van het klimaatbeleid, inclusief het politieke optreden en de vertegenwoordiging in de betreffende internationale gremia. Daaronder vallen onder andere de Europese Transport- en Milieuraad en relevante VN-bijeenkomsten.

(Doen)Uitvoeren

  • De coördinatie van de Nederlandse inzet in internationaal kader bij de vaststelling van normen en plafonds, de vertaling daarvan naar Nederlandse wet- en regelgeving en de verdeling van doelstellingen over sectoren en milieuthema’s. De doelen en normen hebben betrekking op het reduceren van CO2-emissies, op de productie en de inzet van duurzame biobrandstoffen, op de mondiale uitfasering van ozonlaagafbrekende stoffen en van gefluorideerde broeikasgassen en op de handel in CO2-emissierechten (Emissions Trading System/ETS).

  • De opdracht aan de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) voor het handelssysteem in CO2-emissierechten, waaronder het toewijzen en doen veilen van CO2-emissierechten. Ook de registratie van hernieuwbare energie voor het verkeer en de rapportage hierover ter controle van de duurzaamheid en de CO2-prestatie en het toezicht op de bijstook van duurzame biomassa bij energiecentrales zijn hier onderdeel van.

Stimuleren

Om de klimaatdoelen te behalen worden maatschappelijke partners proactief betrokken. De Minister van EZK stimuleert het in stand houden, aangaan en organiseren van allianties met en tussen bedrijven, branches, overheden, burgers en kennisorganisaties rondom de doelen uit de Overeenkomst van Parijs, het Klimaatakkoord en het Energieakkoord.

Energiebeleid

Regisseren

  • Het regisseren van de realisatie van grote energie–infrastructuurprojecten die onder de Rijkscoördinatieregeling (RCR) vallen; dit betekent als projectminister, samen met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), verantwoordelijk voor de ruimtelijke inpassing van projecten en voor de coördinatie van benodigde vergunningen.

  • Het versneld uitrollen van windenergie op zee richting 2030 en verder.

  • Het actief participeren in Europese en internationale netwerken ten behoeve van energy governance, kennis brengen naar en leren van andere landen en instellingen, inclusief de bijdrage aan het internationale oliecrisisbeleid.

  • Het creëren van randvoorwaarden waardoor de energievoorziening internationaal kan concurreren en het verdienpotentieel van de energiesector in relatie tot de energietransitie ten volle wordt benut.

  • Het creëren van randvoorwaarden voor een doelmatige, veilige en verantwoorde winning van onze bodemschatten.

  • Het bieden van mogelijkheden aan, en het faciliteren van, lokale duurzame energie-initiatieven.

  • Het coördineren van het energiebesparingsbeleid via de verschillende vakministers.

  • Het creëren van randvoorwaarden voor de ontwikkeling van innovatie-ecosystemen;.

  • Het uitvoeren van de vergunningverlening voor de mijnbouw.

  • Het creëren van randvoorwaarden voor een goede nucleaire (kennis)infrastructuur en veilige uraniumverrijking, met inbegrip van de taken die hierover zijn opgenomen in internationale verdragen, met het oog op de bewaking en beveiliging van de hierbij betrokken kennis en technologie.

Financieren

Het voeren van het financieel instrumentarium op de beleidsterreinen hernieuwbare energie, energiebesparing, energie-infrastructuur, mijnbouwklimaat en klimaat- en energie-innovatie, gericht op het realiseren van CO2-reductie en een goed werkend energiesysteem.

Stimuleren

  • Het vergroten van het aandeel hernieuwbare energie conform afspraken Energieakkoord respectievelijk Klimaatakkoord en de Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED).

  • Het stimuleren van energiebesparing(conform afspraken Energieakkoord respectievelijk Klimaatakkoord en de Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED).

  • Het stimuleren van de ontwikkeling en gebruik van klimaat- en energie-innovaties.

  • Het stimuleren van de verdergaande reductie van CO2-uitstoot van en energiebesparing bij energiebedrijven en industrie.

  • Het stimuleren van goed werkende nationale en Europese energiemarkten met een adequate infrastructuur en bijbehorende wetgeving.

  • Het stimuleren van de transitie naar een duurzame en betrouwbare energievoorziening.

Tabel 23 Prestatie-indicatoren behorend bij Klimaat- en energiebeleid

Prestatie-indicatoren

2015

2016

2017

2018

2019

Ambitie 2020

Ambitie 2030

Bron

1.    Reductie van de emissies van broeikasgassen t.o.v. 1990

11,6%

11,7%

12,6%

15,1%

18,0%

25%1

49%

RIVM, KEV2019

2.    Gerealiseerde hernieuwbare elektriciteit op land (wind en zon-pv in TWh)

7,28

7,64

8,47

9,78

12,58

n.v.t.2

35 TWh

CBS, KEV2019

3.    Gerealiseerde hernieuwbare elektriciteit op zee (in Twh)

1,03

2,32

3,38

3,45

3,57

n.v.t.2

49 TWh

CBS, KEV2019

4.    Aandeel duurzame energie (% van het totale energieverbruik)

5,8%

6,0%

6,6%

7,4%

8,7%

14%

n.v.t.3

CBS, PBL

X Noot
1

In het vonnis van de Urgenda-zaak is uitgesproken dat de Staat 25% CO-reductie in 2020 ten opzichte van 1990 moet realiseren.

X Noot
2

De indicatoren voor het Klimaatakkoord hebben een ambitie voor 2030 geformuleerd, niet voor 2020.

X Noot
3

Er is geen ambitie geformuleerd voor het jaar 2030 omdat deze indicator onderdeel is van het Energieakkoord. De ambitie van deze indicator is vastgesteld voor het jaar 2023 op 16%.

De prestatie-indicatoren 1 tot en met 3 vloeien voort uit het Klimaatakkoord, de prestatie-indicator 4 uit het Energieakkoord.

Voor het aandeel duurzame energieproductie is een ambitie geformuleerd voor 2020 (14%) en 2023 (16%).

De gerealiseerde hernieuwbare elektriciteit op land betreft waterkracht, wind op land, zon en biomassa voor elektriciteit.

Meer informatie is te vinden bij de NEa (o.a. voor het klimaatbeleid en het Emissions Trading System). Overige informatieve links zijn: EBN, PBL (feiten en cijfers over energie en energievoorziening), CBS (Energiebalans: aanbod, omzetting en verbruik), RVO.nl (publicaties en documenten inzake duurzame energieproductie), energieopwek.nl (online benadering van dagelijks opgewekte duurzame energie).

Tabel 24 Kengetallen in afgelopen jaren verstrekte subsidies (bedragen x € 1.000)

Kengetallen

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Bron

1.    Aantal energieprojecten dat subsidie ontvangt op basis van MEP, SDE of SDE+

11.905

12.128

12.681

13.495

15.597

19.034

RVO.nl

waarvan aantal windparken op land

630

507

377

322

416

513

 

waarvan aantal windparken op zee

2

3

5

4

4

3

 

waarvan aantal zon-PV projecten

10.952

11.261

11.907

12.730

14.715

18.025

 

waarvan aantal biomassa-projecten

292

323

355

397

410

430

 

waarvan aantal overige (covergisting, wkk, geothermie e.d.)

29

34

37

42

52

63

 

2.    Bedrag verstrekte garanties garantieregeling aardwarmte

 

31.873

27.675

11.050

  

RVO.nl

Aantal verstrekte garanties garantieregeling aardwarmte

 

4

4

1

   

3.   Bedrag uitgekochte woningen op basis van uitkoopregeling

   

24.380

20.988

15.978

RVO.nl

Aantal uitgekochte woningen op basis van uitkoopregeling

   

64

56

44

 

4.    Aantal gesubsidieerde projecten op basis van de Tenderregeling Energie-innovatie

115

130

99

105

230

128

RVO.nl

5.   Aantal gesubsidieerde projecten op basis van de DEI/DEI+

15

21

23

22

15

87

RVO.nl

6.   Aantal gesubsidieerde projecten op basis van de HER

32

37

27

26

21

18

RVO.nl

7.    Aantal deelnemende bedrijven bij TKI

612

1.150

1.200

1.400

1.800

2.100

RVO.nl

C. Beleidswijzigingen

Beleidswijzigingen Klimaatbeleid

Uitvoering Klimaatakkoord

In lijn met de afspraken uit het Regeerakkoord heeft het kabinet een Klimaatakkoord uitgewerkt met maatschappelijke partijen dat als doel heeft om de uitstoot van broeikasgassen met 49% te beperken in 2030 ten opzichte van 1990. Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het definitieve Klimaatakkoord gepresenteerd (Kamerstuk 32 813, nr. 342).

In 2020 zijn er belangrijke mijlpalen bereikt in de uitvoering van het Klimaatakkoord: de SDE++ wordt voor het eerst opengesteld, concept-Regionale Energiestrategieën (RES'en) zijn opgesteld en de rijksvisie marktontwikkeling voor de energietransitie (Kamerstuk 32 813, nr. 536) is gepresenteerd. Ook zal in oktober 2020 de eerste Klimaatnota gepresenteerd worden, als onderdeel van de monitorings- en borgingscyclus uit de Klimaatwet. In 2021 volgt een aantal belangrijke aanvullende mijlpalen: de CO2-heffing voor de industrie wordt van kracht, de definitieve Regionale Energiestrategieën (RES'en) worden gepresenteerd en de transitievisies Warmte worden in elke gemeente vastgesteld. Met deze en andere maatregelen wordt een stevig fundament gelegd voor de verdere transitie de komende jaren.

Europese Klimaatdoelen 

De EU heeft eind 2019 tijdens de Europese Raad besloten om als eerste continent in de wereld in 2050 klimaatneutraal te zijn, op basis daarvan haar lange termijn strategie vastgesteld en heeft deze in maart 2020 aan het UNFCCC-secretariaat gecommuniceerd. Nederland blijft met de andere ambitieuze landen (de ‘kopgroep’) samenwerken om eind dit jaar het doel voor 2030 aan te scherpen naar 55%. Daarvoor is het van belang dat de Europese Commissie tijdig haar Impact Assessment uitbrengt, die als basis voor de besluitvorming over de ophoging dient. Er wordt een analyse uitgevoerd van de impact van de Europese Green Deal op het nationale klimaatbeleid.

Daarnaast werkt Nederland met klimaatambitieuze landen samen om de economische herstelmaatregelen om uit de COVID-19 crisis te komen te integreren met de Green Deal en het European Green Deal Investment Plan. Daarbij wordt gekeken naar mogelijkheden om maatregelen naar voren te halen om een groen herstel te versterken. Ook wil het kabinet dat de EU-uitgaven de klimaat- en milieudoelen van de EU niet schaden en dat volledige afhankelijkheden van fossiele brandstoffen worden voorkomen. Tevens blijft de inzet om in het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK) minimaal 25% te besteden aan klimaatgerelateerde uitgaven en de overige 75% bij te laten dragen aan het behalen van de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs.

Uitvoering Urgenda-vonnis

Op 24 april 2020 heeft het kabinet aanvullende maatregelen gepresenteerd om uitvoering te geven aan het Urgenda-vonnis om in 2020 en de jaren daarna de CO2-uitstoot terug te brengen met 25% ten opzichte van 1990 (Kamerstuk 32 813, nr. 496). De uitvoering van deze maatregelen is per direct opgepakt; vanwege de doorlooptijd van de uitvoering van diverse maatregelen, waaronder aanpassing van wet- en regelgeving en het moeten doorlopen van staatssteunprocedures, zal het volledige reductiepotentieel van maatregelen vermoedelijk in 2021 worden gerealiseerd. Het kabinet heeft diverse maatregelen in verschillende sectoren aangekondigd, waarmee op korte termijn CO2-reductie kan worden gerealiseerd en die op draagvlak kunnen rekenen en handelingsperspectief bieden aan burgers en bedrijven om zelf mee te doen aan de transitie.

Kolencentrales

In de brief over de uitvoering van het Urgenda-vonnis (Kamerstuk 32 813, nr. 496) geeft het kabinet aan dat het in aanvulling op de wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie er voor kiest om een forse CO2-reductie te realiseren door de komende jaren de elektriciteitsproductie met kolen substantieel terug te dringen. Het kabinet richt zich op maatregelen die maximale CO2-reductie realiseren, terwijl ook de leveringszekerheid gegarandeerd blijft. Uitgangspunt is dat de elektriciteitsproductie met kolen in 2021, 2022 en 2023 wordt beperkt tegen een passende nadeelcompensatie. Doel daarbij is om jaarlijks een aanvullende CO2-reductie te realiseren van circa 5 tot 7,5 Mton, terwijl de centrales in de positie blijven om eventuele leveringszekerheidsrisico’s op te vangen.

Beleidswijzigingen Energiebeleid

Energiewet

Het in de Wetgevingsagenda Energietransitie (Kamerstuk 30 196, nr. 566) aangekondigde wetsvoorstel Energiewet zal in 2021 bij de Tweede Kamer worden ingediend. In dit wetsvoorstel worden afspraken uit het Klimaatakkoord, met name van de elektriciteitstafel, in wetgeving omgezet (Kamerstuk 32 813, nr. 394) en worden de aangekondigde maatregelen in de Kamerbrief over de Energiewet uitgevoerd (Kamerstuk 30 196, nr. 669). Ook wordt hiermee het vierde elektriciteitspakket van de EU geïmplementeerd (Kamerstuk 30 196, nr. 644). Het wetsvoorstel is samen te vatten in zes pijlers:

  • Pijler I: een versterkt kader voor toekomstige systeemintegratie

  • Pijler II: energiedata als noodzakelijke en kansrijke informatie

  • Pijler III: efficiënter hernieuwbare elektriciteit aansluiten, transporteren en distribueren

  • Pijler IV: meer ruimte voor nieuwe marktinitiatieven

  • Pijler V: borgen en versterken van de positie van de eindafnemer

  • Pijler VI: versterking toezicht en stroomlijning van de wetgeving

Doorontwikkeling SDE++

In het Regeerakkoord heeft het kabinet aangekondigd de inzet van de middelen voor de SDE+ te verbreden van hernieuwbare energieproductie naar CO2-reductie. Op deze manier worden de beschikbare middelen ingezet om een zo groot mogelijke CO2-reductie te realiseren en daarmee bij te dragen aan de ambities voor 2030. Voor maatregelen die kosteneffectief bijdragen aan CO2-reductie, maar die op dit moment niet onder de SDE+ vallen, wordt onderzocht of en hoe deze het beste ondersteund kunnen worden. In het begin van 2021 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de nieuwe regeling en welke technieken worden opengesteld in het najaar van 2021.

Programma Energiehoofdstructuur

In het Klimaatakkoord en in het ontwerp van de Nationale Omgevingsvisie is aangekondigd dat het Rijk een nieuw programma zal ontwikkelen voor de ruimtelijke planning van het energiesysteem.

De ambitie van het Programma Energiehoofdstructuur is om tijdig te zorgen voor voldoende ruimte voor de nationale energiehoofdstructuur, op basis van een integrale afweging met andere opgaven en belangen, binnen een (inter)nationale context en waarbij een goede leefomgevingskwaliteit randvoorwaarde is. Het programma heeft betrekking op ruimtelijk beleid op land en de grote wateren en hanteert als tijdshorizon 2030-2050. Het gaat dus over het gehele Nederlandse grondoppervlak, uitgezonderd de Noordzee.

Medio 2021 worden de eerste ruimtelijke voorkeursstrategieën voor 2030 en 2050 vastgesteld. In 2022 volgt vaststelling van het programma.

Regionale Energiestrategieën (RES'en)

Overal in Nederland zijn gemeenten, provincies en waterschappen aan de slag met het RES-proces. Door coronamaatregelen is het tijdsschema van de RES’en verruimd. Op 1 oktober 2020 zal de bestuurlijk vastgestelde concept-RES aangeleverd moeten zijn bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De PBL-analyse van de concept-RES’en komt op 1 februari 2021 beschikbaar, samen met de analyse van het Nationaal Programma RES. De verdeelsystematiek van de landelijke duurzame opwekopgave van 35 TWh aan zon en wind – waar nodig – wordt gepland voor 1 februari 2021 en de RES 1.0 dient op 1 juli 2021 aangeleverd te worden. Om van de concept-RES naar een definitieve RES te gaan, waarin de plannen zoveel mogelijk geconcretiseerd worden, vraagt inzet van alle overheidslagen. Het Rijk (BZK, EZK) speelt hierin een rol als een actieve, gecommitteerde partner in het RES-proces. Dit doet het Rijk niet alleen vanuit de borging van de afspraken uit het Klimaatakkoord, maar ook vanuit zijn verantwoordelijkheden en bevoegdheden in het klimaat- en energiebeleid, de betrouwbaarheid en betaalbaarheid van het energiesysteem, de inzet van Rijksgronden en -vastgoed en de borging van nationale belangen en ruimtelijke uitgangspunten voor de RES.

Kaders voor risicobeleid voor de energietransitie

Zoals eind 2019 aangekondigd (Aanhangsel van de Handelingen 2019-2020, nr. 852) werkt het Ministerie van EZK samen met andere departementen aan algemene beleidsuitgangspunten voor het omgaan met veiligheids- en gezondheidsrisico’s van de energietransitie. Voor de transitie naar een duurzame, betrouwbare, veilige en betaalbare energievoorziening is het essentieel dat er voldoende aandacht is voor verantwoord omgaan met risico’s, naast ruimte voor pragmatisch al doende leren en verbeteren en voor het nuchter aanvaarden van restrisico’s en onzekerheid. Het risicobeleid voor de energietransitie wordt gebaseerd op generiek risicobeleid van IenW, BZK, EZK en J&V en rapporten van adviesraden zoals de WRR, de ROB en de RLI, en krijgt de vorm van zes uitgangspunten. Deze zijn bedoeld als basis om consistent risicobeleid te bepalen voor waterstof, aardwarmte, CCS en dergelijke, in aanvulling op bestaande beleidskaders.

Tegelijkertijd heeft EZK studies in gang gezet om meer inzicht te krijgen in de feitelijke risico’s van duurzame energie. Deze leveren als eerste beeld op dat de energietransitie niet alleen een reductie van broeikasgasemissies zal opleveren, maar ook een verbetering in veiligheid en gezondheid. Een vervolgonderzoek door RIVM is onlangs op verzoek van EZK van start gegaan.

Expertise Centrum Warmte

Het Expertise Centrum Warmte (ECW) heeft haar ondersteuningsmogelijkheden voor gemeenten uitgebreid. In 2021 heeft het extra geld beschikbaar voor het uitvoeren van de regeling Extern Advies Warmtetransitie, waarmee gemeenten expertise kunnen inkopen voor de ontwikkeling van hun Transitievisie Warmte.

ISDE

Zoals aangekondigd in de Kamerbrief over het Klimaatakkoord (Kamerstuk 32 813, nr. 342) zal de regeling Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) worden verbreed. Vanaf 2021 zal de regeling zich naast investeringen in warmtepompen en zonneboilers ook richten op investeringen in de isolatie van woningen.

Investeringen in het Energiesysteem op basis van verkenningen

Het Programma Energiehoofdstructuur vormt de ruimtelijke beleidsmatige basis voor investeringen van marktpartijen en netbeheerders in de ontwikkeling van het energiesysteem van nationaal belang. EZK is hierbij, vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en in de toekomst de Omgevingswet, het bevoegd gezag bij projecten van nationaal belang (Rijkscoördinatieregeling, Wro en projectbesluit Omgevingswet). De manier waarop EZK deze bevoegdheid invult, gaat veranderen. In lijn met het Klimaatakkoord is het de bedoeling om flexibeler om te gaan met de toepassing van een projectbesluit door het Rijk voor genoemde energie-infrastructurele werken. Enerzijds zal het Rijk waar mogelijk de ruimtelijke besluitvorming overlaten aan de decentrale overheden en haar projectbevoegdheid dan ook op verzoek overdragen. Anderzijds zal het Rijk, indien dit nodig is voor de voortgang van de energietransitie, ook zijn eigen verantwoordelijkheid nemen in lijn met de Omgevingswet. In de Energiewet zal dit verder uitgewerkt worden.

Verduurzaming van het Nederlandse gassysteem

Gasvormige energiedragers hebben een onvervangbare rol in de verduurzamingsopgave van het energiesysteem. Het kabinet zet in op de ontwikkeling van hernieuwbare gassen, zoals groen gas en waterstof, als alternatief voor aardgas om de toekomstige gasbehoefte duurzaam in te kunnen vullen. Aardgas blijft de komende decennia noodzakelijk, totdat er genoeg hernieuwbare gassen beschikbaar zijn. In de brief aan de Tweede Kamer over de rol van gas in het energiesysteem van nu en in de toekomst (Kamerstuk 32 813, nr. 486) is de rol van deze drie gasvormige energiedragers (aardgas, groen gas, waterstof) uitgelegd.

Het voorstel tot wijziging van de Mijnbouwwet in verband met het verwijderen of hergebruiken van mijnbouwwerken en de investeringsaftrek, dat in de vorige begroting was aangekondigd om in de tweede helft van 2019 te worden ingediend bij de Tweede Kamer, is op 19 mei 2020 bij de Tweede Kamer ingediend. In de hierboven genoemde Kamerbrief over de rol van gas in het energiesysteem van nu en in de toekomst is aangegeven dat naar alternatieven wordt gezocht voor de aangekondigde verhoging tot 40% van de investeringsaftrek die alleen geldt voor gaswinning op de Noordzee. Teneinde tot snelle invoering van de investeringsaftrek te komen is ervoor gekozen om de investeringsaftrek zowel op zee als land van toepassing te doen zijn. Dit voorstel is opgenomen in het wetsvoorstel en zal naar verwachting op 1 januari 2021 in werking kunnen treden. Aangezien de mijnbouwondernemingen op land vrijwillig afzien van het toepassen van de investeringsaftrek bij gaswinning op land zijn er geen aanvullende budgettaire consequenties.

In de Routekaart Groen Gas (Kamerstuk 32 813, nr. 487) heeft het kabinet een beleidsagenda geschetst om de productie van groen gas te bevorderen. Deze beleidsagenda wordt in 2021 uitgevoerd en omvat onder meer het bezien van alternatieve instrumenten om groen gas productie te ondersteunen, waaronder fiscale differentiatie, een bijmengverplichting of een separaat subsidie-instrument. Ook zet het kabinet in op sterk flankerend beleid (onderzoek, R&D, kaderstelling) op het gebied van innovatie, netbeheer, locatiebeschikbaarheid en biomassa. Voor de Transitievisies Warmte die gemeenten in 2021 zullen opstellen, heeft het kabinet duidelijkheid geboden over de positie van groen gas in de warmtetransitie.

De kabinetsvisie waterstof (Kamerstuk 32 813, nr. 485) bevat een uitgebreide beleidsagenda, gebaseerd op de afspraken in het Klimaatakkoord. Het jaar 2021 staat in het teken van het in gang zetten van de eerste concrete beleidswijzigingen. Centrale uitdaging is het op gang brengen van een duurzame waterstofketen en met name de opschaling en kostenreductie van de productie van duurzame waterstof. Het kabinet heeft aangeven hierin de regie te nemen. EZK gaat dan ook op een aantal terreinen het beleid vormgeven. In 2020 draaide dit met name om het voorbereiden van de benodigde wet- en regelgeving voor onderwerpen als marktordening, de taken van netbeheerders, hergebruik van infrastructuur, certificering en veiligheid; in 2021 wordt dit in de praktijk gebracht. Daarnaast komt EZK in 2021 op basis van de uitkomsten van onderzoeken met een aanpak voor een koppeling van waterstofproductie en windparken op zee en bijmenging van waterstof in het gasnet om de marktontwikkeling te stimuleren.

Een cruciaal onderdeel van het waterstofprogramma is de opschaling van de productiecapaciteit voor groene waterstof, het kabinet stelt hiervoor vanaf 2021 een budget van € 35 mln per jaar ter beschikking.

Afhandeling Mijnbouwschade

Op 10 juli 2019 (Kamerstuk 32 849, nr. 189) is de Tweede Kamer geïnformeerd over het streven om een oplossing te zoeken voor burgers die worden geconfronteerd met schade aan hun huis als gevolg van mijnbouw van meer dan 30 jaar geleden, waarbij het recht op vergoeding van deze schade is verjaard, dan wel niet meer vergoed kan worden door de toenmalige verantwoordelijke mijnbouwonderneming omdat deze onderneming 30 jaar na beëindiging van de mijnbouwactiviteiten is opgeheven. Burgers moeten enerzijds niet met schade blijven zitten en de mijnbouwbedrijven en rechtsopvolgers kunnen anderzijds niet zonder meer met claims uit een ver verleden worden geconfronteerd.

De schadeafhandeling zal een onderdeel worden van de landelijke aanpak, waar de onafhankelijke en deskundige Commissie Mijnbouwschade zorgt voor een transparante behandeling en beoordeling van de schadeclaims. De Commissie is vanaf 1 juli 2020 operationeel. Voor het herstel van verjaarde en niet meer te verhalen mijnbouwschades is een fonds noodzakelijk. In 2020 zal EZK de eerste middelen voor dit fonds beschikbaar stellen.

Wijziging rol EBN

In 2018 is een motie ingediend door Kamerlid Beckerman (Kamerstuk 30 175, nr. 277) waarin werd verzocht: «…met een toekomstvisie op de rol van EBN te komen, waarbij het loslaten van de fossiele belangen en zich richten op duurzame energie het uitgangspunt vormt.»

Momenteel wordt met een Kamerbrief gewerkt aan een antwoord op deze motie en aan het identificeren van nieuwe mogelijke publieke taken voor EBN die consequenties zouden kunnen hebben voor artikel 82 van de Mijnbouwwet. In deze Kamerbrief wordt duidelijk dat EBN, als beleidsdeelneming met veel kennis en kunde op het gebied van de diepe ondergrond en grootschalige energieprojecten, op onder meer aardwarmte, CCS, groen gas, waterstof en energieopslag van toegevoegde waarde is en kan zijn. Om deze reden is eerder besloten tot deelname van EBN in aardwarmteprojecten en in het CCS-project Porthos. De genoemde Kamerbrief zal naar verwachting in het najaar van 2020 naar de Kamer worden verzonden.

EU-energiedossier

Op 11 december 2019 heeft de Europese Commissie de mededeling over de Europese Green Deal gepresenteerd. In de loop van 2020 en de eerste helft van 2021 zal de Europese Commissie vervolgens met een serie voorstellen komen op het terrein van energie ter invulling van de Green Deal. Dit betreft onder andere een strategie voor integratie van het energiesysteem, een strategie voor het ontwikkelen van wind op zee, een herziening van de Trans-Europese Energienetwerk (TEN-E) verordening en een aanpassing van de richtlijn energiebelastingen. Ten slotte zal de Commissie, indien het broeikasgasdoel van de EU voor 2030 wordt verhoogd naar 50-55%, ook in 2021 de relevante energiewetgeving in lijn brengen met deze doelstelling. Dat betekent concreet herzieningen van onder andere de Richtlijn hernieuwbare energie en de Richtlijn energie-efficiëntie.

Uitwerking landenspecifieke aanbevelingen (motie Schouw)

De Europese Commissie heeft in 2020 een landenspecifieke aanbeveling gedaan om investeringen toe te spitsen op de groene en digitale transitie, onder andere op de ontwikkeling van duurzame infrastructuur en het schoon en efficiënt opwekken en gebruiken van energie. Het kabinet erkent in zijn reactie dat een ambitieus klimaat- en energiebeleid en digitaliseringsbeleid essentieel is voor het toekomstige verdienvermogen van Nederland (brief van 5 juni 2020, Kamerstuk 21 501-20, nr. 1558). De ontwikkeling van duurzame infrastructuur is de inzet van het Programma Energiehoofdstructuur, waarin een nieuwe ruimtelijke planning van het energiesysteem wordt opgezet. Voor de ontwikkeling van het efficiënt opwekken van energie wordt de SDE+ in 2021 verbreed van hernieuwbare energieproductie naar CO2-reductie. Ook voor maatregelen die kosteneffectief bijdragen aan CO2-reductie, maar die op dit moment niet onder de SDE+ vallen, wordt nog onderzocht of en hoe deze het beste ondersteund kunnen worden. De Kamer zal hierover geïnformeerd worden.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 25 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

10.752.857

10.763.426

6.077.587

709.639

683.152

634.387

629.928

waarvan garantieverplichtingen

 

71.700

66.600

    

waarvan overige verplichtingen

10.752.857

10.691.726

6.010.987

709.639

683.152

634.387

629.928

        

Uitgaven

2.925.027

3.739.495

3.373.090

3.927.477

4.425.174

4.489.154

4.319.797

waarvan juridisch verplicht

  

87%

    
        

Subsidies (regelingen)

1.664.641

2.291.906

3.031.902

3.559.766

4.107.742

4.173.043

4.006.966

Missiegedraven Onderzoek Ontwikkeling en Innovatie (MOOI)

57.589

45.704

49.470

51.923

48.909

46.172

43.700

Hernieuwbare Energietransitie (HER+)

26.535

39.423

47.440

42.140

45.540

42.000

25.540

Energie-efficiency

3.281

3.083

2.368

2.368

2.368

2.368

2.368

Green Deals

118

500

500

500

500

500

500

Demonstratieregeling Klimaat- en Energie-innovatie (DEI+)

42.139

44.690

67.232

74.694

70.537

66.079

64.976

Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS)

1.392

2.500

4.941

6.075

4.296

1.696

1.696

Projecten Klimaat en Energieakkoord

1.708

622

4.491

4.491

4.616

4.870

4.870

MEP

1.515

591

0

0

0

0

0

SDE

559.025

694.867

663.831

687.400

648.200

559.800

515.500

SDE+

706.742

1.173.219

1.830.414

2.503.508

3.132.956

3.288.976

3.215.219

Aardwarmte

20.000

15.000

15.000

17.500

17.500

25.000

0

ISDE-regeling

84.368

104.000

130.000

130.000

100.000

100.000

100.000

Compensatie Energie-intensieve bedrijven (ETS)

40.313

110.625

179.000

0

0

0

0

Carbon Capture and Storage (CCS)

6.586

7.888

4.380

2.880

3.480

5.480

5.480

Subidieregeling Energiebesparing en duurzame energie sportaccommodaties (EDS)

36

65

0

0

0

0

0

Hoge Flux Reactor

7.250

7.251

6.401

6.401

6.401

5.401

5.401

Elektrisch rijden

42

0

0

0

0

0

0

Caribisch Nederland

6.791

24.784

12.844

4.144

4.144

4.144

4.144

Overige subsidies

16.711

5.194

5.625

0

0

0

0

Maatregelen voor CO2-reductie

82.500

11.900

0

0

0

0

0

Postcoderoosregeling

0

0

2.965

5.742

8.295

10.557

12.572

Nationale co-financiering EU Innovation Fund

0

0

5.000

20.000

10.000

10.000

5.000

        

Leningen

3.000

4.000

5.000

61.400

9.000

10.000

9.000

Lening EBN

3.000

4.000

5.000

61.400

9.000

10.000

9.000

        

Garanties

0

4.500

600

0

0

0

0

Verliesdeclaratie aardwarmte

0

4.500

600

0

0

0

0

        

Opdrachten

6.718

10.719

11.234

11.985

11.610

11.760

11.760

Onderzoek mijnbouwbodembeweging

1.937

2.466

1.720

2.020

1.570

1.570

1.570

SodM onderzoek

0

1.925

2.025

2.425

2.500

2.500

2.500

Joint Implementation

1.368

0

0

0

0

0

0

Uitvoeringsagenda Klimaat

288

577

623

623

623

623

623

Klimaat mondiaal

120

477

327

378

378

378

378

Onderzoek en opdrachten

3.005

5.274

6.539

6.539

6.539

6.689

6.689

        

Bijdrage aan agentschappen

75.957

88.036

76.498

74.370

78.838

76.468

72.788

Bijdrage aan RVO.nl

66.634

71.973

56.861

56.713

61.552

61.552

61.552

Bijdrage aan Agentschap Telecom

 

461

4.820

6.050

6.050

3.680

 

Bijdrage aan NEa

5.962

8.862

7.194

6.664

6.287

6.287

6.287

Bijdrage aan KNMI

1.419

1.699

1.239

1.239

1.245

1.245

1.245

Bijdrage aan NVWA

703

814

867

867

867

867

867

Bijdrage aan RIVM

0

52

1.565

1.565

1.565

1.565

1.565

Bijdrage aan RWS

1.239

4.175

3.952

1.272

1.272

1.272

1.272

        

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

142.831

134.010

142.567

142.573

142.573

142.723

142.723

Doorsluis COVA-heffing

110.088

100.450

111.000

111.000

111.000

111.000

111.000

TNO kerndepartement

31.637

32.218

29.875

29.881

29.881

29.881

29.881

TNO-SodM

1.106

1.342

1.692

1.692

1.692

1.842

1.842

        

Bijdrage aan medeoverheden

15.978

23.765

27.579

1.340

0

0

0

Uitkoopregeling

15.978

23.765

27.579

1.340

0

0

0

        

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

10.800

14.202

10.377

9.710

9.078

8.827

10.227

ECN-NRG

9.008

12.429

8.793

8.118

7.486

7.235

8.635

Internationale contributies

1.792

1.773

1.584

1.592

1.592

1.592

1.592

        

Stortingen begrotingsreserve

1.005.102

1.168.357

67.333

66.333

66.333

66.333

66.333

Storting in begrotingsreserve duurzame energie

993.682

1.167.657

66.333

66.333

66.333

66.333

66.333

Storting begrotingsreserve maatregelen voor CO2-reductie

11.000

0

0

0

0

0

0

Storting in begrotingsreserve aardwarmte

420

700

1.000

0

0

0

0

        

Ontvangsten

2.390.399

3.557.003

3.379.371

3.226.091

3.862.391

4.016.091

3.922.091

Ontvangsten COVA

110.088

111.000

111.000

111.000

111.000

111.000

111.000

Opbrengst heffing ODE (SDE+)

1.631.970

2.411.000

2.648.000

2.692.000

2.838.300

3.062.000

3.198.000

Ontvangsten zoutwinning

2.399

2.511

2.511

2.511

2.511

2.511

2.511

Onttrekking reserve Duurzame Energie

78.000

236.020

235.680

0

450.000

400.000

150.000

ETS-ontvangsten

440.136

380.000

370.000

410.000

450.000

430.000

450.000

Onttrekking begrotingsreserve maatregelen voor CO2-reductie

115.790

390.610

0

0

0

0

0

Diverse ontvangsten

12.016

25.862

12.180

10.580

10.580

10.580

10.580

Budgetflexibiliteit

Subsidies: Van het totale subsidiebudget is 91% juridisch verplicht. Dit percentage is hoog als gevolg van uitfinanciering van tot en met 2020 aangegane verplichtingen, met name langlopende uitbetalingen op reeds afgegeven beschikkingen in het kader van de SDE en verplichtingen die in 2011 tot en met 2020 zijn aangegaan voor de SDE+. Omdat het resterende budget van de duurzame energieregelingen in de begrotingsreserve duurzame energie gestort zal worden, is het subsidiebudget weinig flexibel.

Leningen: Van het voor leningen beschikbare budget is 100% juridisch verplicht. Het betreft hier de uitbetaling van de eerder aan EBN verstrekte lening om deelname aan aardwarmteprojecten mogelijk te maken.

Opdrachten: Van het opdrachtenbudget is 27% juridisch verplicht. Het betreft uitfinanciering van in voorgaande jaren verstrekte opdrachten, met name voor projecten op het gebied van mijnbouw/bodembeweging, energie- en klimaatonderzoek en ter ondersteuning van de uitvoering van de Rijkscoördinatieregeling (RCR). Het resterende budget is voor een groot deel bestuurlijk gebonden, onder meer door de afspraken die zijn gemaakt over het Kennisprogramma Effecten Mijnbouw (KEM), de wettelijke taken van EZK op het gebied van de RCR en de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) en de verplichting planschade als gevolg van energieprojecten te vergoeden.

Bijdragen aan agentschappen: Het budget betreft de financiering van de opdracht 2021 aan RVO.nl, NVWA, het KNMI, AT, de NEa, het RIVM en RWS en is 100% juridisch verplicht.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s: Op dit onderdeel is sprake van zeer beperkte budgetflexibiliteit, hoewel slechts 18% van het budget juridisch verplicht is. Deze beperkte budgetflexibiliteit vloeit met name voort uit de doorsluis van de COVA-heffing op aardolieproducten, bedoeld voor het dekken van de kosten van het aanhouden van strategische olievoorraden. Dit is gebaseerd op nationale en internationale wetgeving. Daarnaast wordt de bijdrage aan TNO (energie-, klimaat- en mijnbouwonderzoek) uit dit budget bekostigd.

Bijdragen aan medeoverheden: Het budget betreft de bijdrage van EZK aan de kosten van uitkoop van woningen die loodrecht onder hoogspanningslijnen staan. De regeling is per 1 januari 2017 opengesteld en wordt door de betrokken gemeenten uitgevoerd. Het budget is daarmee niet juridisch verplicht, maar zeer beperkt flexibel, aangezien het kabinet naar de betrokken huiseigenaren heeft aangegeven dat de uitkoopregeling een looptijd van vijf jaar kent.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties: Van het beschikbare budget voor (inter)nationale organisaties is 58% juridisch verplicht, vooral door de bijdrage aan NRG ten behoeve van nucleaire activiteiten. Daarnaast worden uit dit onderdeel de jaarlijkse contributies aan internationale klimaat- en energieorganisaties gefinancierd. Dit betekent dat er op dit onderdeel sprake is van enige budgetflexibiliteit, zij het beperkt op de korte termijn.

Storting in begrotingsreseves: het voor stortingen in de reserves beschikbare budget is 100% juridisch verplicht. Bij de reserve duurzame energie gaat het in 2020 om de storting van de in 2020 verwachte onderuitputting op de voor de SDE, de SDE+ en de ISDE beschikbare budgetten. Voor 2021 en verder betreft het de terugstorting in de reserve duurzame energie van in totaal € 398 mln die in de periode 2015 tot en met 2020 tijdelijk aan de reserve was onttrokken.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Subsidies

Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI)

De Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) regeling ondersteunt integrale innovatieve oplossingen die wezenlijk bijdragen aan het realiseren van de doelen uit het Klimaatakkoord. De MOOI stimuleert een brede samenwerking van bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en overheden die samen een consortium kunnen vormen en actief worden uitgedaagd om eindgebruikers, ontwikkelaars en vernieuwers en uitdagers uit het MKB te betrekken. Op die manier hebben innovaties een grotere kans op succes. De MOOI richt zich op de thema’s 'Wind op zee', 'Hernieuwbare energie op land', «Gebouwde omgeving» en 'Industrie'. De Meerjarige Missiegedreven Innovatie Programma’s (MMIP's) van de Topsector Energie beschrijven de innovatieopgaven van deze klimaatdoelen en vormen de basis voor de inhoud van de MOOI-regeling. In 2020 is de MOOI-regeling voor het eerst breed opengesteld, mede met een bijdrage vanuit het Ministerie van BZK. In 2022 is een nieuwe openstelling voorzien. De MOOI-regeling is grotendeels in de plaats gekomen van de aparte TSE-subsidiemodules om zo meer focus te leggen op de ontwikkeling van integrale innovatieve concepten en bredere benodigde samenwerkingsverbanden gericht op CO2-reductie. Er zijn echter nog enkele andere TSE-subsidiemodules waarin kleinere innovatieve projecten gefaciliteerd kunnen worden voor de gebouwde omgeving, de industrie, op het gebied van systeemintegratie en brandstoffen. Hiervoor is een jaarlijkse openstelling mogelijk.

Hernieuwbare Energietransitie (HER+)

De subsidie Hernieuwbare Energietransitie (HER+) heeft als doel om de klimaat- en energiedoelstellingen tegen minder kosten te realiseren door innovatieve projecten. De innovaties uit de projecten moeten leiden tot een besparing op de toekomstige uitgaven aan subsidies voor de Stimuleringsregeling Duurzame Energietransitie (SDE++). De regeling werkt daarom als een soort voorportaal van de SDE++ en wordt gefinancierd uit een afgezonderd deel van de SDE-middelen. Sinds de openstelling van 1 september 2020 tot en met 31 maart 2021 is de regeling verbreed van hernieuwbare energieproductie naar CO2-reductie in lijn met de SDE++. Ook in 2021 is openstelling van de HER+ voorzien.

Energie-efficiëntie

EZK financiert projecten ter uitvoering van de Meerjarenafspraken Energie-efficiëntie (MJA-E) voor verbetering van de energie-efficiëntie. Deze afspraken zijn gericht op de realisatie van CO2-reductie en het behalen van de energiebesparingsdoelen in het Klimaatakkoord.

Green Deals

Green Deals zijn gericht op het ruimte geven aan vernieuwende initiatieven uit de samenleving om de transitie naar een duurzame economie te versnellen. De Green Deal aanpak is sinds 2011 een onderdeel van het groene groei beleid van het kabinet. Zij hebben een bijdrage geleverd aan de realisatie van de ambities in het Energieakkoord. Green Deals kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan de innovatie, opschaling en uitrol van de afspraken in het Klimaatakkoord. De onderwerpen van deze energiedeals zijn zeer divers, variërend van participatie van de omgeving in duurzame energieprojecten, energiebesparing, warmtenetten, aardwarmte tot elektrisch vervoer. Green Deals zijn grotendeels budgetneutraal: er is een kleine hoeveelheid procesgeld (€ 0,5 mln per jaar) beschikbaar om initiatieven verder te brengen. Een compleet overzicht van Green Deals is te vinden op: http://www.greendeals.nl/.

Demonstratieregeling Klimaat- en Energie-innovatie (DEI+)

De Demonstratieregeling Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) komt voort uit het Energieakkoord en is vanaf 2019 in lijn gebracht met het Klimaatakkoord. De DEI+ is gericht op de commercialisering van pilot- en demonstratieprojecten van klimaat- en energie-innovaties die een bijdrage kunnen leveren aan Nederlandse CO2-reductie opgaven. Flexibilisering van het energiesysteem en optimale ruimtelijke benutting van het energielandschap horen daar ook bij. Het Ministerie van BZK en IenW maken tevens gebruik van de DEI+-regeling voor het faciliteren van hun beleidsterreinen op het gebied van de gebouwde omgeving en circulariteit. Zo mogelijk is er voor de openstelling van de DEI+ in 2021 akkoord op het staatssteunmeldingstraject bij de Europese Commissie om demonstratieprojecten te faciliteren op het gebied van waterstof, CCUS en geavanceerde biobrandstoffen.

Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS)

Bij amendement (Kamerstuk 34 550 XIII, nr. 117 en Kamerstuk 37 775 XIII, nr. 113) heeft de Tweede Kamer gevraagd om de instelling van een Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS) die tot doel heeft innovatieve manieren om de scheepsbouw te verduurzamen te stimuleren. Op basis van de tussentijdse evaluatie (Kamerstuk 35 000 XIII, nr. 83) zijn middelen gereserveerd om deze regeling de komende drie jaar open te stellen voor een bedrag van € 4,6 mln per jaar.

Milieukwaliteit van de Elektriciteitsproductie (MEP)

MEP-subsidie is verleend aan producenten van elektriciteit uit wind- en zonne-energie, waterkracht en biomassa. Projecten ontvingen MEP-subsidie tot aan het einde van de subsidietermijn. De MEP-subsidie geldt voor een periode van tien jaar. Aan het eind van de looptijd wordt de definitieve subsidie vastgesteld. In 2021 worden geen betalingen op de MEP meer verwacht.

Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE)

De regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) is de opvolger van de MEP. De SDE is een exploitatiesubsidie die het verschil vergoedt tussen de kostprijs van hernieuwbare energie en de marktprijs (de onrendabele top) voor projecten op het gebied van hernieuwbaar gas en hernieuwbare elektriciteit. De regeling is daarmee breder dan de MEP. Met ingang van 2011 is de SDE omgevormd en aangepast tot de SDE+. De voor 2021 en verder geraamde budgetten betreffen de uitfinanciering van verplichtingen die in het verleden in het kader van de SDE zijn aangegaan.

Stimulering Duurzame Energieproductie+ (SDE+)

In het Energieakkoord voor duurzame energie is afgesproken dat Nederland in 2020 een aandeel van 14% hernieuwbare energieproductie heeft. Verder is afgesproken dat dit aandeel in 2023 16% zal zijn. Het belangrijkste instrument dat het kabinet heeft om dit te realiseren is de SDE+. De SDE+ richt zich op de opties hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte en subsidieert het verschil tussen de kostprijs van hernieuwbare energie en de marktprijs, de zogenaamde onrendabele top.

Stimuleringsregeling Duurzame Energietransitie (SDE++)

Met ingang van 2020 is de SDE+ omgevormd tot de SDE++, zodat naast hernieuwbare energieproductie ook CO₂-reducerende technologieën in aanmerking komen voor subsidie. Doordat in de SDE++ goedkopere projecten voorrang hebben bij het verkrijgen van subsidie en er concurrentie is tussen verschillende vormen van CO₂-reducerende technologieën, zal op de meest kosteneffectieve wijze de reductie van CO₂ worden gestimuleerd. De totale uitgaven zijn afhankelijk van de beschikbare projecten en de ontwikkeling van de energieprijs. Voor de SDE++ geldt dat de openstelling 2020 (€ 5 mld) pas in 2021 verplicht zal worden: hiermee is in het beschikbare verplichtingenbudget voor 2021 rekening gehouden. Voor de openstelling van de SDE++ in 2021 wordt opnieuw uitgegaan van een openstelling van € 5 mld: zodra hier een definitief besluit over genomen is zal het hiervoor benodigde verplichtingenbudget in de begroting 2022 worden opgenomen, aangezien ook deze openstelling pas in het jaar volgend op de openstelling tot verplichting zal komen. In het budget voor 2021 wordt opnieuw uitgegaan van een subsidieloze tender Windenergie op Zee.

Inclusief de middelen uit de begrotingsreserve duurzame energie is er in de meerjarencijfers in de periode 2020-2032 € 47,2 mld beschikbaar voor uitgaven voor de MEP, de SDE, de SDE+, de SDE++, de HER en de ISDE, alsmede voor de uitvoeringskosten van deze duurzame energieregelingen. Deze beschikbare middelen zijn gebaseerd op:

  • 1. de bij het Energieakkoord gemaakte raming van de benodigde kasmiddelen voor de doelstellingen van 14% duurzame energie in 2020 en 16% in 2023;

  • 2. de middelen die in het kader van het Klimaatakkoord meerjarig zijn toegevoegd;

  • 3. de middelen die na 2022 conform de afspraak in de startnota van het kabinet Rutte-III meerjarig uit de begrotingsreserve duurzame energie aan het SDE+-budget zijn toegevoegd.

Tabel 26 Beschikbare middelen en kasuitloop duurzame energieregelingen (bedragen x € 1 mln)

Beschikbare middelen

MEP

SDE

SDE+

HER

ISDE

Uitvoeringskosten RVO.nl

Totaal 2020-2032

Meerjarencijfers 2020 t/m 20321

1

5.546

37.168

242

1.350

302

44.608

Begrotingsreserve Duurzame Energie per 1-1-2020

73

740

2.342

   

3.155

Geplande meerjarige stortingen in begrotingsreserve

 

398

1.168

   

1.566

Geplande meerjarige onttrekkingen aan begrotingsreserve

 

‒ 321

‒ 1.851

   

‒ 2.172

Totaal beschikbaar (incl. Klimaatakkoord) 2020-2032

74

6.363

38.827

242

1.350

302

47.157

Totaal openstaande juridische verplichtingen over periode 2020-2032 per 01/01/2020

47

6.226

41.587

71

103

35

48.069

X Noot
1

Budget SDE+ is inclusief toevoeging van € 1,7 mld uit de begrotingsreserve duurzame energie.

Van de in totaal beschikbare € 47,2 mld zal bij de huidige inzichten € 27,7 mld nodig zijn voor uitgaven in de periode 2020-2032 op verplichtingen die tot en met 31 december 2019 zijn aangegaan. De resterende € 19,5 mld is nodig voor de subsidieverleningen die in 2020 zijn en worden afgegeven en om in de periode 2021-2030 nieuwe subsidiebeschikkingen te kunnen afgeven via de SDE++, de HER en de ISDE en om de uitvoeringskosten van RVO.nl te dekken.

Tabel 27 Budget duurzame energieregelingen per jaar (bedragen x € 1 mln)

Beschikbare middelen

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

Totaal

MEP

1

            

1

SDE

695

664

687

648

560

516

493

473

449

274

83

5

 

5.546

SDE+ (incl. flankerend beleid en aanleg net op zee)

1.173

1.830

2.504

3.133

3.289

3.215

3.172

3.154

2.969

3.100

3.310

3.188

3.131

37.168

HER

39

47

42

46

42

26

0

0

0

0

0

0

0

242

ISDE

104

130

130

100

100

100

98

98

98

98

98

98

98

1.350

Uitvoeringskosten RVO.nl

36

27

27

27

27

27

27

27

27

27

27

0

0

302

Beschikbare middelen op begroting

2.048

2.698

3.390

3.953

4.017

3.883

3.790

3.751

3.543

3.498

3.517

3.291

3.229

44.608

               

Stand reserve Duurzame Energie per 1-1

3.155

4.087

3.918

3.984

3.600

3.267

3.183

2.949

2.649

2.549

2.549

2.549

2.549

 

Storting in reserve

1.168

66

66

66

66

66

66

      

1.566

Onttrekking reserve

‒ 236

‒ 236

 

‒ 450

‒ 400

‒ 150

‒ 300

‒ 300

‒ 100

    

‒ 2.172

Saldo stortingen en onttrekkingen per jaar

932

‒ 169

66

‒ 384

‒ 334

‒ 84

‒ 234

‒ 300

‒ 100

    

‒ 606

Stand reserve Duurzame Energie per 31-12

4.087

3.918

3.984

3.600

3.267

3.183

2.949

2.649

2.549

2.549

2.549

2.549

2.549

 

Figuur 10 Beschikbare middelen en geraamde kasuitloop duurzame energieregelingen (bedragen x € 1 mln)

1

Dit is inclusief de HER, ISDE en uitvoeringskosten RVO.nl, maar exclusief reeds begrote stortingen in de reserve duurzame energie.

De geraamde kasuitloop in de figuur gaat niet uit van het maximaal uit te keren bedrag aan subsidies, maar is een realistische inschatting van de verwachte kasuitloop van de afgegeven beschikkingen op basis van de verwachte intrekking van beschikkingen, van de vertraging van energieprojecten en van de ontwikkeling van de SDE+-basisbedragen in de toekomst. Budgetten die niet tot besteding komen worden in de begrotingsreserve duurzame energie gestort, zodat deze middelen beschikbaar blijven voor de subsidiëring van toekomstige duurzame energieprojecten.

Aardwarmte

Vanuit de Klimaatenveloppe 2018 is voor de jaren 2018 en 2019 € 36 mln beschikbaar gekomen voor een project van EBN (SCAN) om in samenwerking met TNO de ondergrond in Nederland in kaart te brengen, zodat inzicht verkregen kan worden in het volledige potentieel van aardwarmte in Nederland. Om het project de komende jaren voort te kunnen zetten is in de jaren 2020 tot en met 2024 vanuit het SDE+-budget in totaal € 90 mln beschikbaar gesteld.

InvesteringsSubsidie Duurzame Energie (ISDE)

De Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) betreft een tegemoetkoming bij de aankoop van zonneboilers en warmtepompen. Deze regeling is voor particulieren en zakelijke gebruikers. Zoals aangekondigd in de Kamerbrief over het Klimaatakkoord zal de ISDE-regeling worden verlengd tot 2030. Vanaf 2021 zal de regeling zich naast investeringen in warmtepompen en zonneboilers ook richten op investeringen in de isolatie van woningen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de ISDE jaarlijks voor € 100 mln wordt opengesteld. Bij amendement (Kamerstuk 35 300 XIII, nr. 16) is daarnaast in totaal € 100 mln, verdeeld over de jaren 2020 tot en met 2022, uit de begrotingsreserve duurzame energie toegevoegd aan het ISDE-budget ten behoeve van investeringssubsidies op het gebied van duurzame energie voor het MKB. 

Subsidieregeling indirecte emissiekosten ETS

Door de introductie van het Europese Emissiehandelssysteem (ETS) wordt de CO2-prijs door de elektriciteitsproducenten aan de elektriciteitsgrootgebruikers doorberekend. Elektriciteitsgrootgebruikers die internationaal concurreren kunnen in veel gevallen die CO2-kosten (ook wel indirecte kosten genoemd) niet doorberekenen, omdat de concurrenten buiten de EU die kosten niet hebben. Naast verstoring van het gelijke speelveld leidt dit tot een CO2-weglekrisico (het verplaatsen van bedrijven met veel directe of indirecte CO2-uitstoot naar landen waar de uitstoot van CO2 geen prijs heeft). Voor de compensatie van de indirecte kosten door het ETS is, gelet op de gestegen CO2-prijs, in 2021 ten opzichte van 2020 het beschikbare budget opgehoogd naar € 179 mln.

Carbon Capture and Storage (CCS)

De afvang en opslag van CO2 (CCS) wordt gezien als een onmisbare transitietechnologie in de mix van maatregelen om kosteneffectief CO2-uitstoot te reduceren in bepaalde industriële sectoren. Om CCS breed toe te kunnen passen is het belangrijk om in te zetten op (internationaal) onderzoek, grootschalige demonstratieprojecten, realiseren van kostenreductie en het wegnemen van belemmeringen. Om internationaal onderzoek naar CO2-afvang, -transport en -opslag te bevorderen, neemt Nederland deel aan het Europese onderzoeksprogramma ACT (Accelerating CCS Technologies). EZK heeft voor ACT I ruim € 4 mln aan onderzoeksbudget beschikbaar gesteld (2017-2020). Voor ACT II (2019-2022) heeft Nederland € 4,5 mln beschikbaar gesteld. Voor ACT III (2021-2024) zal Nederland opnieuw een bijdrage leveren van € 4 mln. Nederlandse onderzoeksinstellingen en bedrijven werken hierin samen met organisaties uit Europa en Noord-Amerika.

Hoge Flux Reactor (HFR)

De HFR in Petten is eigendom van de Europese Commissie en wordt geëxploiteerd door de Nuclear Research and consultancy Group (NRG). De exploitatie van de HFR wordt ondersteund door een reeks aanvullende onderzoeksprogramma’s. De voor de HFR opgenomen middelen betreffen de Nederlandse bijdrage aan het «Aanvullend Programma» van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (JRC) van de Europese Commissie, dat in de HFR wordt uitgevoerd. Het voornaamste doel van het aanvullend onderzoeksprogramma van de HFR is een constante en betrouwbare neutronenflux voor experimentele doeleinden te leveren.

Caribisch Nederland

De energievoorziening op de eilanden van Caribisch Nederland kent schaalnadelen, anderzijds zijn er zeer goede mogelijkheden voor elektriciteitsproductie met wind en zon. Het Ministerie van EZK zet in op kostprijsverlaging door introductie van duurzame elektriciteitsproductie en op andere ondersteuning van de elektriciteitsbedrijven op Caribisch Nederland. In het kader van het corona-herstelpakket worden de netbeheertarieven op Caribisch Nederland in 2020 en 2021 naar 0 teruggebracht.

Overige subsidies

Het voor 2021 beschikbare budget betreft betalingen ten behoeve van het Expertisecentrum Warmte (ECW), waarmee onder andere gemeenten in staat gesteld worden extern advies in te winnen voor de Transitievisie Warmte.

Maatregelen voor CO2-reductie

Er is in 2019 in totaal € 94,4 mln beschikbaar gesteld voor maatregelen van individuele bedrijven waarmee een significante broeikasgasreductie kan worden behaald. Hiervan is in 2019 € 82,5 mln besteed aan de sluiting van de Hemweg-centrale van Vattenfall NV per 1-1-2020 en aan reducerende maatregelen bij het bedrijf Fibrant op Chemelot. Daarnaast wordt met de invoering van de informatieplicht, die per 1 juli 2019 is ingevoerd, voor bedrijven - met name MKB - de uitvoering van de energiebesparingsverplichting vergemakkelijkt. Hiervoor was € 2,5 mln beschikbaar in 2019 en € 2,5 mln in 2020. De in 2019 niet-bestede middelen op de maatregelen voor individuele bedrijven (€ 11,9 mln) zijn doorgeschoven naar 2020.

Postcoderoosregeling

Met de huidige postcoderoosregeling kunnen leden van een coöperatie een energiebelastingkorting op hun energienota voor lokaal en duurzaam opgewekte elektriciteit krijgen. Door deze regeling kunnen inwoners van een wijk of dorp met elkaar op een financieel rendabele manier aan de slag met lokaal opgewekte duurzame energie. De postcoderoosregeling is tot en met 2020 een fiscale regeling en wordt vanaf 2021 een subsidieregeling (Kamerstuk 31 239, nr. 318). Als gevolg hiervan is er een kadercorrectie doorgevoerd, waarmee het voor deze regeling benodigde budget aan de EZK-begroting is toegevoegd.

Nationale cofinanciering EU Innvation Fund

Het Innovation Fund is een Europees subsidieprogramma, gericht op grote CO2-reducerende projecten voor ETS-bedrijven en de opschaling en uitrol van innovatieve technieken om de energietransitie te ondersteunen. Het is een intergouvernementeel fonds met een budget van € 1 mld in 2020, gefinancierd vanuit ETS-opbrengsten, buiten het Meerjarig Financieel Kader MFK). Dit fonds is beschikbaar voor projecten met investeringskosten groter dan € 7,5 mln en die gereed zijn voor grootschalige demonstratie. Hoeveel er voor het Nederlandse bedrijfsleven uit dit fonds beschikbaar komt is onbepaald. Met de nationale cofinanciering kan Nederland deze grootschalige investeringen of flagship projecten ondersteunen en versnellen. De doelstellingen van het fonds zijn in lijn met het Klimaatakkoord en het versnellen van industriële verduurzaming en duurzame energieopwekking, groen herstel en de Recovery and Resilience Facility (RRF). Dit biedt daarom mogelijkheden om de industriële transitie en met name grootschalige demonstratie en uitrol van innovatieve verduurzamingsprojecten, zoals op het gebied van waterstof, Carbon Capture (Usage) and Storage (CC(U)S), elektrificatie of chemische recycling, te ondersteunen.

Leningen

EBN

Op 21 maart 2019 (Kamerstuk 31 239, nr. 298) is de Tweede Kamer geïnformeerd over de financiële deelname van Energie Bedrijf Nederland (EBN) in aardwarmteprojecten. Om deze taak de komende jaren invulling te geven is cumulatief € 48 mln als lening aan EBN verstrekt. Daarnaast zal aan EBN in 2020 een lening verstrekt worden, zodat EBN vreemd vermogen kan aantrekken en daarmee deel kan nemen aan het Porthos-project. De door EBN verkregen rendementen op aardwarmteprojecten en het Porthos-project zullen worden gebruikt om de beide leningen af te lossen.

Garanties

Aardwarmte

Aardwarmte betreft het winnen van warmte uit diepe aardlagen. Het potentieel van aardwarmte is 15 petajoule (PJ) in 2030. Het ontbreken van een (betaalbare) verzekering is een belangrijk knelpunt voor de toepassing van aardwarmte. De garantieregeling aardwarmte heeft als doel het afdekken van het risico dat het boren van putten voor de toepassing van aardwarmte niet succesvol is. Omdat dit risico in de markt (nog) niet verzekerbaar is, dekt de overheid dit risico af door middel van het verlenen van garanties aan marktpartijen die hiervoor een kostendekkende premie betalen. De uitgaven betreffen enerzijds uit te keren verliesdeclaraties, anderzijds de storting van ontvangen premies in de begrotingsreserve aardwarmte.

Opdrachten

Onderzoek mijnbouw-bodembeweging

Dit budget betreft onderzoek binnen het Kennisprogramma Effecten Mijnbouw (KEM) en (onderzoeks)opdrachten van de Technische commissie bodembeweging (Tcbb) en de Mijnraad gerelateerd aan de aardbevingsproblematiek in Groningen en de mijnbouwproblematiek in Limburg. Ook worden uit dit budget adviezen bekostigd in het kader van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO).

SodM onderzoek

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) heeft op basis van haar onafhankelijke positie een eigen budget om onderzoek in het kader van het Kennisprogramma Effecten Mijnbouw (KEM) uit te kunnen voeren.

Uitvoeringsagenda Klimaat

Vanuit dit budget worden uitvoerings- en onderzoeksopdrachten voor de ontwikkeling van de klimaatagenda gefinancierd.

Klimaat mondiaal

Dit budget is bedoeld om kosten rondom mondiale klimaatprojecten, zoals de jaarlijkse Conference of Parties (COP) klimaatbijeenkomst, te financieren.

Overige onderzoeken en opdrachten

Dit betreft kleinere onderzoeksopdrachten die dienen ter ondersteuning van het klimaat- en energiebeleid en die veelal gericht zijn op beantwoording van één specifieke vraag. Ook worden diverse uitgaven ter uitvoering van de Rijkscoördinatieregeling (RCR) uit dit budget bekostigd, zoals het ondersteunen van Rijksinpassingsplannen, opstellen MER-adviezen ten aanzien van kavelbesluiten, het opstellen en uitvoeren van communicatieplannen, het inschakelen van gebiedscoördinatoren en planschadeadviseurs en het doen van planschade-uitkeringen. Het RCR-budget is ook bedoeld om de visie uit de Kamerbrief «Samen energieprojecten realiseren: visie op omgevingsmanagement» en vervolgbrieven (Kamerstuk 31 239, nr. 211, Kamerstuk 31 239, nr. 254) binnen de RCR vorm te geven. Het budget wordt ook aangewend om pilots, ondersteuning en training op het gebied van omgevingsmanagement binnen RCR-projecten (wind, zon, hoogspanning, mijnbouw) te organiseren.

Bijdrage aan agentschappen

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

Dit budget betreft vooral de kosten van uitvoering door RVO.nl van energiesubsidieregelingen, waaronder de innovatieregelingen (DEI+, MOOI, HER), de ISDE en Stimulering Duurzame Energieproductie(+) (SDE/SDE+/SDE++). Voor een deel heeft het budget betrekking op voorbereidende en uitvoerende werkzaamheden van RVO.nl op het gebied van het klimaat- en energiebeleid naar aanleiding van het Klimaatakkoord.

Agentschap Telecom (AT)

Medio 2019 is afgesproken dat de huidige fiscale salderingsregeling niet wordt opgevolgd met een subsidie-instrument, zoals in het Regeerakkoord stond, maar een fiscale regeling blijft die wordt uitgefaseerd door middel van een geleidelijke afbouw. Voor een geleidelijke afbouw van salderen is het noodzakelijk dat burgers en bedrijven vanaf 1 januari 2023 beschikken over een meetinrichting die afname en invoeding apart kan meten. Agentschap Telecom wordt verantwoordelijk voor de handhaving van deze verplichting.

Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

Met ingang van 2018 verstrekt EZK een jaarlijkse opdracht aan de NEa voor de uitvoering van alle werkzaamheden in het kader van de emissiehandel, waaronder de voorbereidingen voor de vierde handelsperiode, alsmede met betrekking tot het register voor biobrandstoffen en het toezicht op de bijstook van biomassa bij elektriciteitscentrales. Daarnaast wordt in 2020 aan de NEa een opdracht verstrekt voor de handhaving van en advisering over de CO2-minimumprijs voor elektriciteitsproductie.

Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI)

De werkzaamheden die het KNMI voor EZK uitvoert betreffen vooral de advisering en ondersteuning van de uitvoering van het mijnbouw-, klimaat- en energiebeleid. De werkzaamheden zijn onder te verdelen in monitoring van seismiciteit (veelvuldigheid en hevigheid waarmee op een bepaalde plaats aardbevingen voorkomen) van de gaswinning en overige mijnbouwactiviteiten, kennisontwikkeling en advisering over aan mijnbouw gerelateerde risico’s en communicatie en informatievoorziening. Daarnaast verricht het KNMI in internationaal verband diverse werkzaamheden in het kader van klimaatonderzoek voor verschillende internationale gremia, waaronder het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC).

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

NVWA voert het toezicht uit op de naleving van de Wet Implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie. De werkzaamheden van NVWA in dat kader betreffen het uitvoeren van inspecties en producttesten, het onderhouden van internationale contacten, interventies bij niet-naleving, het volgen van marktontwikkelingen en het geven van voorlichting.

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Het betreft hier de uitvoering van twee kennisopdrachten voor de Emissieregistratie (vaststelling van een dataset met eenduidige emissiegegevens) en voor het Montreal Protocol (uitvoering van studies en monitoringsactiviteiten als lid van het Scientific Assessment Panel van het Montreal Protocol). Er zal op dit instrument geen realisatie plaatsvinden, omdat het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) als coördinerend opdrachtgever voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat optreedt en de beschikbare budgetten naar de coördinerende opdrachtgever worden overgeheveld gedurende het uitvoeringsjaar.

Rijkswaterstaat (RWS)

De werkzaamheden van RWS richten zich op de uitvoering van Infomil (centraal punt voor bundeling en verspreiding van milieuwet- en regelgeving) en de uitvoering van werkzaamheden en het leveren van expertise op het beleidsterrein klimaat (onder andere het faciliteren van kennisdeling onder medeoverheden en het uitvoeren van wettelijke taken rondom ozonlaagafbrekende stoffen en gefluoreerde broeikasgassen).

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Doorsluis heffing Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten (COVA)

Het crisisbeleid gericht op de olievoorzieningszekerheid dient verstoringen in de olieaanvoer op te vangen. De Stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten (COVA) en het oliebedrijfsleven houden in opdracht van EZK strategische olievoorraden aan in lijn met wat hierover geregeld is in de Wet voorraadvorming aardolieproducten (Wva 2012). De uitgavenreeks op de EZK-begroting betreft de doorsluis van de ontvangen voorraadheffingen naar de COVA. De voorraadheffing is een heffing ingesteld op aan accijns van minerale oliën onderworpen aardolieproducten. De heffing bedraagt momenteel € 8,– per 1.000 liter benzine, diesel, LPG en andere (motor)brandstoffen en wordt door de Minister van Financiën geheven en ingevorderd door de Belastingdienst. De Minister van EZK keert de opbrengst van de heffing uit aan de stichting COVA ter dekking van de operationele kosten en financieringslasten van de COVA.

TNO Kerndepartement

Dit betreft een bijdrage vanuit EZK aan TNO-AGE voor de adviestaak voortvloeiend uit de Mijnbouwwet en Mijnbouwregeling. De adviserende taak ligt op het vlak van het opsporen en winnen van delfstoffen (olie, gas en steenzout) en aardwarmte en van het opslaan van stoffen in de (diepe) ondergrond van Nederland. Daarnaast wordt uit dit budget het toegepaste duurzame energieonderzoek gefinancierd dat met ingang van 2018 van ECN is overgegaan naar TNO.

TNO SodM

Dit betreft eveneens de adviestaak van TNO-AGE voortvloeiend uit de Mijnbouwwet en de Mijnbouwregeling, maar dan de bijdrage vanuit het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM).

Bijdragen aan medeoverheden

Uitkoopregeling

Woningen die loodrecht onder de hoogspanningslijnen staan van 220kV- en 380kV-verbindingen en 110kV- en 150kV-verbindingen buiten de bevolkingskernen, komen sinds 1 januari 2017 in aanmerking voor uitkoop. Het Rijk heeft in de periode 2017-2021 € 140 mln beschikbaar gesteld voor een vrijwillige uitkoopregeling onder de voorwaarde dat de betrokken gemeenten zorgen dat door herbestemming de woonfunctie van het betreffende pand wordt gewijzigd. De regeling is samen met de betrokken gemeenten uitgewerkt en heeft een looptijd van vijf jaar (Stcrt. 2016, 68302). De regeling wordt door de betrokken gemeenten uitgevoerd. In samenhang hiermee heeft het Rijk per 1 januari 2019 wettelijk mogelijk gemaakt dat op verzoek van een gemeente en/of provincie bestaande hoogspanningslijnen van 50, 110 en 150 kV binnen bevolkingskernen onder de grond gebracht kunnen worden (verkabelen) of dat de tracés kunnen worden verplaatst.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Nuclear Research and consultancy Group (NRG)

De Nuclear Research and consultancy Group, die onderdeel is van de Stichting ECN, voert onderzoeksactiviteiten uit op het gebied van onder meer de nucleaire veiligheid, radioactief afval en stralingsbescherming. Centraal daarbij staat de ontwikkeling van kennis, producten en processen voor veilige toepassing van nucleaire technologie voor energie, milieu en gezondheid.

Internationale contributies

Nederland kiest voor een actieve participatie in met name de internationale netwerken van het Internationaal Energieagentschap IEA (kennissamenwerking en oliecrisisbeleid), het International Renewable Energy Agency (IRENA, hernieuwbare energie), Clean Energy Ministerial (uitrol van bestaande duurzame energie-technologie), Mission Innovation (vergroten van inzet op energie-innovatie) en het Energy Charter (investeringsbescherming en energietransit). De contributies volgen uit internationale verplichtingen. Daarnaast ontvangt het Clingendael International Energy Programme jaarlijks € 50.000 subsidie voor het uitvoeren van publieke activiteiten ter ondersteuning van de maatschappelijke discussie over internationale ontwikkelingen in de energiesector. Internationale klimaatcontributies versterken de internationale positie van Nederland in het wereldwijde klimaatdebat. Deze contributies gaan onder andere naar het United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC), het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), het Montrealprotocol, het verdrag van Wenen en de OESO.

Stortingen in reserves

Voor de stortingen in de verschillende reserves wordt verwezen naar wat hierover is opgenomen onder ‘toelichting op de begrotingsreserves’.

Toelichting op de ontvangsten

COVA

Deze ontvangsten betreffen ontvangsten uit hoofde van de voorraadheffing COVA, zoals toegelicht bij de uitgavenpost «Doorsluis heffing COVA».

Opbrengst heffing ODE (SDE+)

Het uitgaveninstrument voor de SDE+-subsidie is tegelijkertijd ingesteld met een opslag op de energierekening, de Opslag Duurzame energie- en klimaattransitie (ODE). Deze opslag is in 2013 ingevoerd en stijgt naar de huidige inzichten in 2021 naar € 2,65 mld. De ruimte voor de uitgaven en de geraamde inkomsten waren oorspronkelijk aan elkaar gelijk. In bijgaande tabel is de relatie tussen uitgaven voor de SDE+ en ODE-ontvangsten verduidelijkt.

Tabel 28 Opbrengst heffing ODE (SDE+) (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand SDE+ Ontwerpbegroting 2021

1.173.219

1.830.414

2.503.508

3.132.956

3.288.976

3.215.219

Stand ODE Ontwerpbegroting 2021

2.411.000

2.648.000

2.692.000

2.838.300

3.062.000

3.198.000

Verschil tussen SDE+ en ODE

‒ 1.237.781

‒ 817.586

‒ 188.492

294.656

226.976

17.219

       

Verklaring:

      

Dekking uitvoeringskosten RVO t.b.v. energieregelingen

‒ 17.608

‒ 17.608

‒ 17.608

‒ 17.608

‒ 17.608

‒ 17.608

Financiering Hernieuwbare Energietransitie (HER+)

‒ 39.423

‒ 47.440

‒ 42.140

‒ 45.540

‒ 42.000

‒ 25.540

Financiering InvesteringsSubsidie Duurzame Energie ( ISDE)

‒ 100.0001

‒ 100.000

‒ 100.000

‒ 100.000

‒ 100.000

‒ 100.000

Geplande storting SDE+-budget in reserve duurzame energie

‒ 1.131.9552

     

Budgetoverheveling van/naar andere departementen

‒ 9.503

‒ 331

44

44

44

44

Overboeking naar diensten/org.onderdelen EZK (o.a. ECN-TNO/ACM)

‒ 1.100

‒ 780

‒ 780

‒ 780

‒ 780

‒ 780

Kasschuif van 2019 naar 2020, 2021 en 2022

34.900

10.800

14.300

   

Onttrekking aan de reserve duurzame energie

   

450.000

400.000

150.000

Overheveling budget van MEP en SDE naar SDE+

47.707

47.000

45.000

50.000

45.000

40.000

Bijdrage EZK kosten scheepvaartveiligheid als gevolg van Wind op Zee

‒ 5.799

‒ 14.227

‒ 16.408

‒ 23.960

‒ 32.680

‒ 28.897

Bijdrage aan SCAN-programma EBN

‒ 15.000

‒ 15.000

‒ 17.500

‒ 17.500

‒ 25.000

 

Bijdrage aan lening EBN t.b.v. Porthos-project

  

‒ 53.400

   

Bijdrage EZK aan generale beeld 2021

 

‒ 680.000

    

Totaal verklaard

‒ 1.237.781

‒ 817.586

‒ 188.492

294.656

226.976

17.219

X Noot
1

De beschikbare budgetten voor de ISDE zijn in de jaren 2020, 2021 en 2022 in totaal € 100 mln hoger, maar deze € 100 mln is niet uit het SDE+-budget gedekt, maar is op basis van een amendement (Kamerstuk 35 300 XIII, nr. 16) uit de reserve duurzame energie gefinancierd.

X Noot
2

Naast deze storting van SDE+-budget vindt ook een storting van € 36 mln ISDE-budget en een kleine onttrekking van € 0,298 mln voor de uitfinanciering van de MEP plaats, zodat per saldo de totale in 2020 verwachte storting in de reserve duurzame energie € 1.167.657 bedraagt

Ontvangsten zoutwinning

Deze ontvangsten betreffen opbrengsten uit afgegeven concessies voor de winning van steenzout.

Onttrekking begrotingsreserve duurzame energie

De onttrekking aan de reserve in de jaren 2019 tot en met 2021 (totaal € 549,7 mln) is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

  • de tijdelijke onttrekking (€151 mln) van in totaal € 398 mln in de periode 2015-2020 die bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2015 aan de orde is geweest (zie hiervoor onder meer het antwoord op vraag 5 en 6 in Kamerstuk 34 210 XIII, nr. 4, blz. 5–7). De volledige € 398 mln wordt in de periode 2021 tot en met 2026 teruggestort in de reserve.

  • de onttrekking van € 100 mln ter financiering van het amendement-Mulder c.s. over de openstelling van de ISDE voor het MKB (zie bij ISDE).

  • de onttrekking van € 298,7 mln ter financiering van aanvullende maatregelen om tot CO2-reductie te komen. Deze middelen zijn overgeheveld naar het Ministerie van Financiën en daar op de Aanvullende Post geplaatst.

Conform de afspraak in de Startnota van het kabinet Rutte-III dat de middelen in de reserve bij het afsluiten van het Klimaatakkoord toegevoegd zullen worden aan de voor de SDE+ beschikbare middelen, zal vanaf 2023 in totaal € 1,7 mld aan de reserve worden onttrokken.

ETS-ontvangsten

De opgenomen ontvangsten betreffen de geraamde opbrengsten van de verkoop van CO2-emissierechten, als onderdeel van het Europese Emissions Trading System (EU ETS). De geraamde ontvangsten zijn gebaseerd op het aantal te veilen ETS-rechten en de prijs per recht.

Onttrekking begrotingsreserve maatregelen voor CO2-reductie

Op basis van de in de Incidentele Suppletoire Begrotingen (ISB’s) van de ministeries van EZK, LNV, BZK, Financiën en IenW in 2020 te besteden Urgenda-middelen (€ 324,4 mln), de in 2019 naar het Ministerie van EZK teruggestorte, in 2019 niet-benutte middelen ( € 55,2 mln) en een additionele storting in 2019 van Urgenda-gerelateerde middelen (€ 11 mln), wordt in 2020 in totaal € 390,6 mln aan de Urgenda-reserve onttrokken. Het gaat om onttrekkingen bij uitgaven voor CO2-reductie projecten uitgevoerd door IenW (€ 63,8 mln), LNV (€ 87,0 mln), BZK (€ 175,6 mln), EZK (€ 49,6 mln) en Financiën (€ 14,7 mln)

Diverse ontvangsten

Deze ontvangsten hebben voor een deel betrekking op doorberekening van kosten, aan initiatiefnemers van energieprojecten, die het Ministerie van EZK maakt in het kader van de Rijkscoördinatieregeling (RCR). Daarnaast worden ook de door het ministerie betaalde planschade-uitkeringen verhaald op deze initiatiefnemers. Ook de ontvangen provisies in het kader van de garantieregeling aardwarmte, de onttrekkingen aan de begrotingsreserve aardwarmte en de door RVO.nl en de NEa terugontvangen subsidievoorschotten worden ten gunste van dit budget begroot.

Toelichting op de begrotingsreserves

Tabel 29 Stand begrotingsreserves per 31 december 2019 (bedragen x € 1.000)
  

Waarvan juridisch verplicht

Begrotingsreserve duurzame energie

3.155.088

100%

Begrotingsreserve Aardwarmte

21.974

100%

Begrotingsreserve ECN verstrekte leningen

6.600

0%

Begrotingsreserve maatregelen CO2-reductie

395.210

51%

Duurzame energie

De begrotingsreserve voor duurzame energie is bestemd voor onbesteed gebleven middelen als gevolg van vertraging bij of het niet doorgaan van projecten waaraan subsidie is toegekend op basis van de MEP, de SDE, de SDE+, de SDE++, de HER of de ISDE. Via de reserve blijven deze middelen ook in de toekomst beschikbaar voor het stimuleren van hernieuwbare energieproductie respectievelijk het bevorderen van CO2-reductie. De afspraken over en de werking van de begrotingsreserve duurzame energie zijn het meest recent toegelicht in de volgende stukken:

  • Kamerstuk 31 865, nr. 79: Brief van Minister van EZ van 25 maart 2016 inzake het behouden van de middelen van de reserve;

  • Kamerstuk 31 239, nr. 218: Brief van Minister van EZ van 1 juli 2016 inzake voor- en nadelen fondsvorming en specificaties begrotingsreserve duurzame energie, waaronder een toelichting op het aandeel «juridisch verplicht».

Tabel 30 Specificatie van begrotingsreserve Duurzame Energie (bedragen x € 1 mln)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Totaal

MEP (algemene middelen)

23

16

2

0

34

‒ 2

0

73

SDE (algemene middelen)

143

220

297

191

63

16

135

1.065

Tijdelijke onttrekking (MEP/SDE)

  

‒ 20

‒ 77

‒ 77

‒ 73

‒ 78

‒ 325

SDE+ (ODE gefinancierd)

59

134

204

282

281

523

859

2.342

Totaal

225

370

483

396

301

464

916

3.155

Eind 2019 bedraagt de stand van de reserve € 3.155,1 mln. Daarvan is 100% juridisch verplicht. Bij de huidige inzichten is de in de meerjarencijfers beschikbare uitgavenruimte voorlopig toereikend voor de kasuitloop van de afgegeven beschikkingen. Naar de huidige inzichten, onder meer gebaseerd op de meerjarenramingen van RVO.nl (de uitvoerder van de SDE+), zal de begrotingsreserve duurzame energie in 2020 nog toenemen met € 932 mln (saldo storting en onttrekking).

Tabel 31 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Duurzame Energie (bedragen x € 1 mln)

2020

  

2021

   

Stand per 01.01

Verwachte toevoegingen

Verwachte onttrekkingen

Verwachte stand per 01.01

Verwachte toevoegingen

Verwachte onttrekkingen

Verwachte stand per 31.12

3.155,1

1.167,7

‒ 236,0

4.086,7

66,3

‒ 235,7

3.917,4

Voor 2021 wordt een onttrekking aan de reserve geraamd van € 235,7 mln Deze onttrekking heeft betrekking op de financiering van aanvullende maatregelen om tot CO2-reductie te komen (zie bij Ontvangsten).

Met de brief van 25 maart 2016 (Kamerstuk 31 865, nr. 79, blz. 2) is uiteengezet dat een nieuw kabinet de in de begrotingsreserve opgebouwde middelen kan overboeken naar de begroting en de meerjarencijfers op basis van de dan actuele inzichten. Naast de al geplande tijdelijke onttrekking van € 73 mln en de onttrekking van € 100 mln ter financiering van het amendement-Mulder c.s. over de openstelling van de ISDE voor het MKB in 2020 en de onttrekking van in totaal € 298,7 mln in 2020 en 2021 ter financiering van aanvullende CO2-reducrende maatregelen is in 2021 rekening gehouden met de eerste terugstorting van € 66,3 mln van in totaal € 398 mln die in de jaren 2015 tot en met 2020 tijdelijk aan de reserve was onttrokken. In de jaren 2023 tot en met 2028 is verder rekening gehouden met een onttrekking uit de begrotingsreserve en overboeking naar het SDE+-budget van in totaal € 1,7 mld. Van de € 3,9 mld die naar verwachting eind 2021 in de begrotingsreserve beschikbaar is zal dan nog ruim € 2,5 mld resteren. Deze € 2,5 mld kan gezien worden als een buffer om eventuele tegenvallers in de ontwikkeling van de energieprijs (en daarmee hogere subsidie-uitkeringen) in de periode 2020-2030 op te kunnen vangen. Zie tabel 27 voor het overzicht van alle geplande stortingen in en onttrekkingen aan de reserve.

Tabel 32 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Aardwarmte (bedragen x € 1 mln)

2020

  

2021

   

Stand per 01.01

Verwachte toevoegingen

Verwachte onttrekkingen

Verwachte stand per 01.01

Verwachte toevoegingen

Verwachte onttrekkingen

Verwachte stand per 31.12

22,0

0,7

‒ 4,6

18,1

1,0

‒ 0,7

18,4

De begrotingsreserve voor de garantieregeling Aardwarmte is bedoeld om het budget voor het mogelijk uitbetalen van verliesdeclaraties meerjarig in te kunnen zetten en een eventuele mismatch in de tijd tussen inkomsten (premies) en uitgaven (verliesdeclaraties) op te vangen. Om gebruik te kunnen maken van de garantieregeling Aardwarmte betalen marktpartijen een kostendekkende premie aan de uitvoerder van de regeling (RVO.nl) die wordt gestort in de begrotingsreserve. Het uitstaande bedrag aan garanties bedroeg per 1 januari 2020 € 45,5 mln. Omdat het hier om omvangrijke garanties gaat (maximaal € 18,7 mln per project) is in 2014 een extra storting in de reserve gedaan van ruim € 9 mln. Uit het toetsingskader van de garantieregeling aardwarmte blijkt dat, rekening houdend met het risicoprofiel van de aardwarmtegaranties (tussen de 1,4% kans op volledige en 7,6% op gedeeltelijke mislukking), de huidige omvang van de begrotingsreserve samen met de over de verstrekte garanties te ontvangen provisies (7%) benodigd is om ook in 2021 een garantieplafond van € 66,6 mln mogelijk te maken. Gelet op de uitstaande garanties en het genoemde risicoprofiel is de gehele reserve benodigd om mogelijke verliesdeclaraties op te kunnen vangen en is daarmee voor 100% inflexibel.

Omdat aardwarmte/geothermie ook in het Klimaatakkoord een belangrijke rol speelt, is de verwachting dat de komende jaren een toenemend beroep op de garantieregeling zal worden gedaan. Dit zal enerzijds leiden tot hogere premie-inkomsten (stortingen), anderzijds tot hogere uitgaven aan verliesdeclaraties (onttrekkingen). Wat dit per saldo voor gevolgen zal hebben voor de omvang van de reserve is nu nog niet te voorzien.

Voor meer informatie over de ontwikkeling van de garanties en het verloop van de reserve wordt verwezen naar het overzicht van de risicoregelingen in het hoofdstuk Beleidsagenda van deze begroting

Tabel 33 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve ECN (bedragen x € 1 mln)

2020

  

2021

   

Stand per 01.01

Verwachte toevoegingen

Verwachte onttrekkingen

Verwachte stand per 01.01

Verwachte toevoegingen

Verwachte onttrekkingen

Verwachte stand per 31.12

6,6

  

6,6

  

6,6

De middelen in de begrotingsreserve risicopremie ECN/NRG zullen worden aangesproken als ECN – al dan niet tijdelijk – (gedeeltelijk) niet kan voldoen aan de terugbetalingsverplichtingen volgens de afgesloten leningsovereenkomst. Deze reserve betreft uitsluitend een zekerstelling binnen de rijksbegroting. Derden kunnen geen beroep op deze middelen doen en daarmee zijn de middelen op deze reserve niet juridisch verplicht.

Tabel 34 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve maatregelen CO2-reductie (bedragen x € 1 mln)

2020

  

2021

   

Stand per 01.01

Verwachte toevoegingen

Verwachte onttrekkingen

Verwachte stand per 01.01

Verwachte toevoegingen

Verwachte onttrekkingen

Verwachte stand per 31.12

395,2

 

‒ 390,6

4,6

  

4,6

Het kabinet heeft in 2019 en 2020 additionele maatregelen genomen om aanvullende CO2-reductie te realiseren (Kamerstuk 32 813, nr. 341). Gelet op de onzekere aard en timing van de aanvullende maatregelen heeft het kabinet besloten deze maatregelen via een tijdelijke begrotingsreserve met een omvang van € 500 mln financieel mogelijk te maken bij de Najaarsnota 2018. Andere departementen, zoals LNV, IenW en BZK hebben ook een beroep kunnen doen op deze reserve voor CO2-reducerende maatregelen. Door middel van aparte Incidentele Suppletoire Begrotingen zijn de middelen in 2019 aan de reserve onttrokken en verdeeld over de vier betrokken departementen (Kamerstukken 35 234, nr. 1; 35 235, nr. 1; 35 236, nr. 1; 35 237, nr. 1).

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:

  • EB Stadsverwarmingsregeling

  • EB Verlaagd tarief openbare laadpalen

  • EB en kolenbelasting Inputvrijstelling

Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota ‘Toelichting op de fiscale regelingen’.

Tabel 35 Fiscale regelingen 2019–2021, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € 1 mln) 1
 

2019

2020

2021

Energie-investeringsaftrek (EIA)

127

147

149

EB Teruggaaf energie-intensieve industrie2

8

8

9

EB Verlaagd tarief lokaal opgewekte duurzame energie

4

7

7

EB Salderingsregeling

253

303

332

EB Vrijstellingen voor energie-intensieve processen

101

120

140

X Noot
1

[-] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.

X Noot
2

EB = Energiebelasting

Overzicht maatregelen ten behoeve van het Energieakkoord, het Klimaatakkoord en CO2-reducerende maatregelen (uitvoering Urgenda-vonnis)

Conform de motie Leegte (Kamerstuk 30 196, nr. 278) is onderstaand een totaaloverzicht opgenomen van alle maatregelen van alle ministeries ten behoeve van het Energieakkoord, het Klimaatakkoord en de uitvoering van het Urgenda-vonnis. De maatregelen zijn gegroepeerd op basis van de doelstelling uit het Energieakkoord waaraan de maatregelen het meest direct bijdragen. Veel maatregelen dragen echter bij aan meerdere doelen.

In de begrotingen van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zijn verwijzingen naar dit totaaloverzicht opgenomen. De betreffende maatregelen die op deze begrotingen staan zijn in onderstaand overzicht opgenomen. Achter de maatregelen in dit overzicht wordt aangegeven op welke begroting en beleidsartikel de maatregelen feitelijk staan.

De budgettaire gevolgen van het Energieakkoord zijn als bijlage bij de aanbiedingsbrief van het Energieakkoord gevoegd (Kamerstuk 30 196, nr. 202). Hierin zijn ook de fiscale maatregelen vermeld die onderdeel vormen van het Energieakkoord. De fiscale maatregelen zijn, met uitzondering van de Energie-InvesteringsAftrek (EIA) en de MIA/VAMIL voor zover dat een Urgenda-maatregel betreft, niet meegenomen in dit overzicht en worden ook niet apart vermeld in de begroting van Financiën (IX).

De budgettaire gevolgen van het Klimaatakkoord zijn opgenomen in het Klimaatakkoord (Kamerstuk 32 813, nr. 348). De middelen die in de begrotingsreserve Maatregelen CO2-reductie beschikbaar waren voor extra maatregelen ter uitvoering van het Urgenda-vonnis zijn door middel van Incidentele Suppletoire Begrotingen toegevoegd aan de begrotingen van EZK, BZK, IenW en LNV (Kamerstuk 22 813, nr. 341).

Tabel 36 Overzicht maatregelen ten behoeve van het Energieakkoord, het Klimaatakkoord en CO2-reducerende maatregelen (uitvoering Urgenda-vonnis) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

ENERGIEBESPARING

395.927

610.267

575.669

357.548

306.588

252.784

233.990

MJA3 / MEE (EZK, art. 4)

3.281

3.083

2.368

2.368

2.368

2.368

2.368

EIA (FIN, fiscaal)

127.000

147.000

149.000

149.000

149.000

149.000

149.000

Compensatie indirecte kosten ETS (EZK, art. 4)

40.313

110.625

179.000

    

Subsidieregeling Energiebesparing en duurzame energie sportaccommodaties (EZK, art. 4)

36

65

     

Aardwarmte (SCAN-programma EBN) (EZK, art. 4)

20.000

15.000

15.000

17.500

17.500

25.000

 

Overige subsidies (Warmterotonde, Expertisecentrum Warmte) (EZK, art. 4)

16.711

5.194

5.625

    

Innovatieagenda Energie (LNV, art. 11)

5.956

6.398

1.292

2.666

2.766

2.666

2.666

Marktintroductie energie innovaties (MEI) (LNV, art. 11)

3.131

5.789

6.039

5.889

5.789

5.539

5.539

Energie-efficiency glastuinbouw (EG) (LNV, art. 11)

8.421

4.767

4.967

6.442

6.442

4.942

6.942

Nationaal Energiebespaarfonds (NEF) (BZK, art. 4)

18.000

      

Bijdragen aan agentschappen (BZK, art. 4)

4.887

4.532

4.532

4.528

527

523

523

Energiebesparing huursector STEP (BZK, art. 4)

134.309

100.449

37.000

18.951

   

Energietransitie en duurzaamheid (Subsidies en opdrachten) (BZK, art. 4)

12.562

66.398

24.607

7.504

5.575

5.575

1.952

Energiebesparing Koopsector SEEH (BZK, art. 4)

1.320

1.940

3.500

4.500

   

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken Innovatieprogamma CO2 (BZK art. 4)

 

4.514

6.640

10.000

13.721

12.171

20.000

GF aardgasvrije wijken (PAW) (BZK, art. 4)

 

69.727

100.000

55.000

10.000

10.000

0

Regionale energiestrategie (RES) Gemeentefonds (BZK, art. 4)

 

486

1.199

    

Regionale energiestrategie (RES) Data en Monitoring (BZK, art. 4)

 

500

500

    

Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) (BZK, art. 4)

 

48.800

19.400

58.200

67.900

  

Renovatieversneller klimaatakkoord (BZK, art. 4)

 

5.000

5.000

15.000

25.000

35.000

45.000

Verduurzaming en ontzorging maatschappelijk vastgoed (BZK, art. 4)

 

10.000

     

Wijkgerichte aanpak aargasvrij koopwoningen (SAK) (BZK, art.4)

  

10.000

    
        

HERNIEUWBARE ENERGIE

2.345.752

3.145.534

2.695.143

3.392.983

3.955.784

4.025.666

3.909.624

MEP (EZK, art. 4)

1.515

591

     

SDE/SDE+, incl. flankerend beleid en Net op Zee (EZK, art.4)

1.265.767

1.868.086

2.494.245

3.190.908

3.781.156

3.848.776

3.730.719

Postcoderoosregeling (EZK, art. 4)

  

2.965

5.742

8.295

10.557

12.572

Storting in begrotingsreserve duurzame energie (EZK, art. 4)

993.682

1.167.657

66.333

66.333

66.333

66.333

66.333

Storting in begrotingsreserve aardwarmte (EZK, art. 4)

420

700

1.000

    

Garantieregeling Aardwarmte (EZK, art. 4)

0

4.500

600

    

InvesteringsSubsidie Duurzame Energie (EZK, art.4)

84.368

104.000

130.000

130.000

100.000

100.000

100.000

        

ENERGIE-INNOVATIE

140.243

182.317

209.347

246.498

258.441

248.601

225.312

Verduurzaming industrie (EZK, art. 2)

12.588

48.000

36.264

52.666

79.159

82.654

84.400

Missiegedreven Onderzoek Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) (EZK, art. 4)

57.589

45.704

49.470

51.923

48.909

46.172

43.700

Demonstratieregeling Klimaat en Energie-innovatie (DEI+) (EZK, art. 4)

42.139

44.690

67.232

74.694

70.537

66.079

64.976

Nationale co-financiering EU Innovation Fund (EZK, art. 4)

  

5.000

20.000

10.000

10.000

5.000

Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (EZK, art. 4)

1.392

4.500

3.941

5.075

4.296

1.696

1.696

Hernieuwbare Energietransitie (HER+) (EZK, art. 4)

26.535

39.423

47.440

42.140

45.540

42.000

25.540

        

MOBILITEIT

18.539

81.522

133.000

147.000

170.500

167.200

136.000

Elektrisch rijden (EZK, art. 4)

42

      

Elektrisch rijden (IenW, art. 14)

1.498

      

Organisatiekosten Green Deal Autodelen (IenW, art. 14)

30

      

Campagne veilige, zuinige, stille banden op spanning (IenW, art. 14)1

0

      

Nationale benchmark duurzame mobiliteit (IenW, art. 14)

42

      

Diverse beleidsonderzoeken duurzame mobiliteit (IenW, art. 14)

50

      

Werkgeversaanpak mobiliteit (IenW, art. 14)

54

      

Klimaatenveloppe 2019 (IenW, art. 14)

16.823

13.700

8.000

    

Laadinfrastructuur - Klimaatenveloppe 2019 (IenW, art. 14)

 

15.022

     

Duurzame energiedragers zero-emissiebussen (IenW, art. 14)

 

5.000

9.500

11.000

12.000

12.500

10.000

Duurzame energiedragers tankinfra (IenW, art. 14)

 

1.300

3.500

5.000

6.500

8.700

5.000

Duurzame logistiek (IenW, art. 14)

 

7.000

13.000

15.000

20.000

20.000

15.000

Verduurzaming personenmobiliteit (IenW, art. 14)

 

7.500

10.000

10.000

11.000

11.500

10.000

Klimaatakkoord: Elektrisch Vervoer (IenW, art. 14)

 

2.000

6.000

6.000

6.000

7.000

7.000

Klimaatakkoord: nieuwe elektrische auto's (IenW, art. 14)

 

11.000

16.000

20.000

22.000

39.000

44.000

Klimaatakkoord: 2e hands elektrische auto's (IenW, art. 14)

 

8.000

15.000

20.000

30.000

27.000

 

Klimaatakkoord: Bestel en Vracht (IenW, art. 14)

 

6.000

17.000

25.000

38.000

41.500

45.000

Innovatieregeling bouw GWW (IenW, art. 12)

 

5.000

10.000

10.000

   

Aavulling klimaatakkoord: Fietsparkeren (IenW, art. 13)

  

25.000

25.000

25.000

  
        

URGENDA-MAATREGELEN

106.433

418.817

220.000

10.000

0

0

0

Urgenda en industrie (EZK, art. 2)

386

53.764

59.500

10.000

   

Maatregelen CO2-reductie (EZK, art. 4)

82.500

11.900

     

Storting begrotingsreserve maatregelen voor CO2-reductie (EZK, art. 4)

11.000

      

Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH+) en Programma reductie energieverbruik (PRE) (BZK, art. 4)

4.228

178.772

     

Programma reductie energieverbruik (PRE) (BZK, art. 4)( koop en huur)

 

25.000

125.000

    

Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (LNV, art. 11)2

 

60.000

10.000

    

Energie-efficiency glastuinbouw (EG) (LNV, art. 21)

 

1.500

14.500

    

Energiebesparingsmaatregelen warmtenetten (restwarmte CO2 project ) (LNV, art. 21)

  

2.500

    

MIA/VAMIL (fiscaal, FIN)

 

10.000

     

Stimulering van Recycling en biobased kunststoffen en textile (IenW, art. 21, via DEI+)

219

23.281

     

Stimulering van CO2-reducerende maatregelen Circulaire Economie (IenW, art. 21 via DEI+)

1.190

27.510

     

uitvoeringkosten voor RVO voor de ophoging van de MIA en de VAMIL (IenW, art. 21)

 

300

     

Maatregelen in de Grond-Weg- en Waterbouw (IenW, art. 21)

1.000

16.500

     

Campagne veilige, zuinige, stille banden op spanning (IenW, art. 14)

836

1.164

     

Campagne het nieuwe rijden (IenW, art. 14)

 

2.000

     

Versterken overige gedragsmaatregelen, monitoring en evaluatie (IenW, art. 14)

54

1.946

     

Retourpremie koel- en vrieskasten (IenW, art. 21)

  

1.000

    

Circulaire maatregelen in de Grond, Weg en Waterbouw (IenW, art. 21)

  

7.500

    

Bijdrage RWS (IenW, art. 21)

2.500

2.500

     

Bijdrage EZK (EZK, art. 4)

2.500

2.500

     

Bijdrage ILT (EZK, art. 4)

20

180

     
        

CIRCULAIRE ECONOMIE

0

5.000

10.000

10.000

15.000

15.000

15.000

Maatregelen in de Grond- Weg- en Waterbouw (GWW) (IenW, art. 21)

 

1.000

2.000

2.000

3.000

3.000

3.000

Ketenaanpak (IenW, art. 21)

 

3.000

3.000

3.000

5.000

5.000

5.000

Klimaatneutraal en circulair inkopen en aanbesteden (IenW, art. 21)

 

1.000

2.000

2.000

3.000

3.000

3.000

Kunststof- en textielrecycling (IenW, art. 21)

  

3.000

3.000

4.000

4.000

4.000

        

LANDBOUW

0

137.828

179.309

103.178

64.438

59.934

74.813

Subsidieregeling brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (LNV, art. 21)

 

928

4.209

7.178

9.438

10.434

29.813

Geïntegreerde aanpak methaan en ammoniak via voer- en dierspoor (LNV, art. 21)

 

6.000

6.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Brongerichte maatregelen pilots en demo's (LNV, art. 21)

 

3.400

4.600

4.000

4.000

4.000

4.000

Kas als Energiebron (EG) (LNV, art. 21)

 

3.500

16.500

17.000

17.000

18.500

16.500

Kas als Energiebron (innovatie) (LNV, art. 21)

 

9.500

10.500

7.500

8.500

8.500

8.500

Kennisverspreiding en innovatie bodemkoolstof (LNV, art. 21)

 

8.000

7.000

3.000

3.000

2.000

2.000

Kunstmestvervanging (LNV, art. 21)

  

4.000

4.000

4.000

3.000

3.000

Randvoorwaarden voor verdienmodel / klimaatvriendelijke producten (LNV, art. 21)

 

2.000

2.000

2.000

   

Advisering ondernemers ikv kringlooplandbouw (LNV, art. 21)

 

1.000

1.000

500

500

1.000

1.000

Tegengaan voedselverspilling (LNV, art. 21)

 

1.000

1.000

500

500

  

Versterken bomen, bos, natuur (LNV, art. 22)

 

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

3.500

Aanpak veenweideproblematiek en impuls veenweidegebieden (LNV, art. 22)

 

76.500

76.500

6.500

6.500

1.500

1.500

Minder intensief landgebruik veehouderijen nabij Natura 2000-gebieden (LNV, art. 22)

 

20.000

40.000

40.000

   
        

OVERIGE

25.958

35.840

26.625

26.625

26.625

26.625

26.625

Bijdrage RVO.nl uitvoeringslasten Energieakkoord (EZK, art. 4)

4.987

5.000

     

Bijdrage RVO.nl uitvoeringslasten MEP/SDE/SDE+/ISDE/HER (EZK, art. 4)

20.971

30.840

26.625

26.625

26.625

26.625

26.625

        

Totaal

3.032.852

4.617.125

4.049.093

4.293.832

4.797.376

4.795.810

4.621.364

X Noot
1

Gesplitst omdat de budgetten per 2018 naar artikel 21 zijn overgeheveld.

X Noot
2

Naast deze regeling is er voor LNV ook voor energie-efficiëntie Glastuinbouw (EG) in 2019 € 4,0 mln en in 2020 € 12,0 mln beschikbaar gekomen. Voor Innovatieagenda energie € 2,5 mln in 2020. Deze bedragen zijn meegenomen in de categorie energiebesparing.

Beleidsartikel 5 Een veilig Groningen met perspectief

A. Algemene doelstelling

De inwoners van Groningen hebben dagelijks te maken met de gevolgen van de gaswinning. Dit brengt gevoelens van angst, frustratie en onzekerheid met zich mee. Voor het kabinet staan de veiligheid, het goed afhandelen van schade en het creëren van perspectief voor de inwoners voorop. Het kabinet werkt hieraan langs drie sporen:

  • 1. Beëindiging van de gaswinning uit het Groningenveld.

  • 2. Goede afhandeling van de negatieve gevolgen van de gaswinning.

  • 3. Een Nationaal Programma om Groningen perspectief te bieden. In het kader van de taakherschikking tussen EZK en BZK heeft de Minister van BZK de coördinatie vanuit het Rijk overgenomen van EZK. De Minister van EZK blijft betrokken als lid van het NPG-bestuur.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Het Rijk werkt samen met provincie en gemeenten voor een veilig Groningen met perspectief.

In lijn met de aanpassing van de Mijnbouwwet (artikel 52g, derde lid, in werking getreden op 1 januari 2019) heeft de Minister van EZK de verantwoordelijkheid om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad. De Minister van EZK wordt daarin geadviseerd door het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG), dat in 2019 is ingesteld. Het ACVG beoordeelt de technische en bouwkundige veiligheidsnormen op basis waarvan de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) de uitvoering van de versterking op zich neemt.

Met de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet Groningen op 1 juli 2020 is het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) van start gegaan.

De Staat heeft daarmee de behandeling van verzoeken tot schadevergoeding voor alle vormen van schade als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld en de gasopslag Norg volledig van NAM overgenomen. Via de website van het IMG (https://www.schadedoormijnbouw.nl/cijfers) is informatie over de schadeafhandeling beschikbaar: de site geeft een actueel overzicht van de aantallen schadeafhandelingen, schade-opnames, besluiten, het aantal meldingen acuut onveilige situaties (AOS) en de voortgang in afhandeling. Informatie over het aantal aardbevingen in Groningen en de zwaarte hiervan is te vinden op de site van het KNMI.

In het Regeerakkoord is vastgelegd dat NAM op afstand komt te staan van de afhandeling van de bovengrondse gevolgen van de gaswinning. In 2020 staat NAM op bijna alle onderdelen op afstand. Waar dat nog niet zo is, wordt dat in 2021 afgerond. De rol van NAM wordt hiermee beperkt tot enkel het betalen van de kosten. De kosten van de schadeafhandeling worden per juli 2020, bij inwerking treding van de tijdelijk wet Groningen, via een heffing op NAM verhaald.

Sinds 1 januari 2019 wordt de versterkingsopgave uitgevoerd door de Nationaal Coördinator Groningen (NCG). De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de versterking is op 16 oktober 2019 overgedragen aan de Minister van BZK (Kamerstuk 33 529, nr. 695). De NCG is sinds 1 januari 2020 een dienstonderdeel van BZK. De publieke aansturing van de versterkingsoperatie wordt wettelijk vastgelegd. Hiertoe is een wetsvoorstel in voorbereiding dat zo spoedig mogelijk naar de Kamer wordt gestuurd. Dit zal een aanvulling zijn op het wetsvoorstel Tijdelijke wet Groningen dat op 1 juli 2020 inwerking is getreden.

C. Beleidswijzigingen

Beleidswijzigingen beëindiging van de gaswinning in het Groningenveld

Afbouw van de gaswinning in Groningen

Vanaf medio 2022 is de benodigde gaswinning uit Groningen nagenoeg nul in een gemiddeld jaar (Kamerstuk 33 529, nr. 726). Dit is jaren eerder dan verwacht bij het kabinetsbesluit van 29 maart 2018 om de gaswinning uit Groningen volledig te beëindigen. Voor gasjaar 2019-2020 is het winningsniveau vastgesteld op 11,8 miljard Nm3 in een gemiddeld jaar, onder het door het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) geadviseerde van 12 miljard Nm3 (Kamerstuk 33 529, nr. 678). Met een tijdelijke maatregel is het winningsniveau tussentijds verder verlaagd naar 10,7 miljard Nm3 in een gemiddeld jaar (Kamerstuk 33 529, nr. 738). Voor gasjaar 2020-2021 wordt een winningsniveau verwacht van 9,3 miljard Nm3. Het definitieve winningsniveau voor gasjaar 2020-2021 wordt vastgelegd in het vaststellingsbesluit dat uiterlijk 1 oktober 2020 genomen dient te worden. Na 2022 blijft het Groningenveld naar verwachting alleen nodig als reservemiddel voor koude momenten en verstoringen in het gassysteem. Het kabinet blijft zoeken naar alternatieven om het Groningenveld zo snel als mogelijk definitief te kunnen sluiten.

Afspraken met Shell en ExxonMobil

Met Shell en ExxonMobil zijn afspraken gemaakt over de gewijzigde inzet van gasopslag Norg om de gaswinning voor gasjaar 2019-2020 te beperken. Deze afspraken zijn vastgelegd in een interim-akkoord (Kamerstuk 33 529, nr. 678). Sindsdien wordt er gewerkt aan het maken van definitieve afspraken (in aanvulling op het Akkoord op Hoofdlijnen van juni 2018). In mei 2019 is een principe-afspraak gemaakt met Shell en ExxonMobil over de voortzetting van de gewijzigde inzet van Norg (Kamerstuk 33 529, nr. 768). De vergoeding voor Norg wordt in arbitrage vastgesteld. Ook zal de Staat met Shell en ExxonMobil in arbitrage gaan over de financiële consequenties van de versnelde afbouw van de gaswinning. Met de uitkomst wordt ook de reeds gedane betaling van het voorlopig bedrag uit het Interim Akkoord verrekend. In de tussentijd zijn alle partijen in goed overleg om uitvoering te blijven geven aan de afspraken in het Akkoord op Hoofdlijnen en het Interim Akkoord, met als hoofddoel het beëindigen van de volumematige gaswinning in Groningen in 2022.

Taskforce Ombouw buitenland

Er is een taskforce opgericht met vertegenwoordigers van de overheden, netbeheerders en energietoezichthouders uit buurlanden Duitsland, België en Frankrijk. De taskforce monitort de afbouw van de export van laagcalorisch gas naar de buurlanden en rapporteert tweemaal per jaar over de voortgang. Op 21 februari is de eerste rapportage gedeeld met de Tweede Kamer (Kamerstuk 33 529, nr. 726).

Publiek beleggen risicoanalyse Groningen

NAM wordt voor wat betreft de gevolgen van de gaswinning in Groningen op afstand gezet. Eerder zijn de schade-afhandeling en de versterking al in publiek beheer gebracht. Vanaf 2021 zal ook het beheer en de ontwikkeling van het risicoberekeningsmodel (de Hazard and Risk Assessment, HRA) publiek belegd worden. De HRA wordt jaarlijks gebruikt bij het vaststellen van het winningsniveau van gas uit het Groningenveld. De meest onveilige panden die voortkomen uit de HRA worden vervolgens in de versterkingsopgave geprioriteerd.

In de praktijk zal TNO het beheer en de verdere ontwikkeling van de modellen van NAM overnemen. De Minister van EZK zal TNO hiervoor opdracht geven, inclusief het uitvoeren van de jaarlijkse risicoberekening tot de insluiting van het Groningenveld. Om TNO in de gelegenheid te stellen de jaarlijkse berekeningen te doen, draagt NAM een dataset over aan EZK met informatie over gebouwen in Groningen. Deze overdracht valt samen met het overhevelen van gegevens over oude schade-inspecties door NAM.

Beleidswijzigingen afhandeling negatieve gevolgen van de gaswinning

Middelen op de Aanvullende Post

In de Voorjaarsnota 2018 is voor Groningen een reservering van structureel € 100 mln. per jaar gemaakt. Deze middelen staan meerjarig op de Aanvullende Post van de Rijksbegroting. In deze begroting zijn alleen de middelen voor «Groningen» uit de Aanvullende Post voor 2019 en 2020 opgenomen. Bij Voorjaarsnota 2020 zijn opnieuw middelen toegevoegd voor 2020 en latere jaren uit de Aanvullende Post. Voorts bevat de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties eveneens middelen uit deze Aanvullende Post.

Veiligheid

Per 1 januari 2020 lopen de uitgaven voor versterken niet meer via NAM. De uitgaven voor bouwkundig versterken die nodig zijn voor de veiligheid worden voorgefinancierd door de Staat en lopen via de begroting van het Ministerie van BZK. De kosten worden per kwartaal achteraf aan NAM gefactureerd. Na inwerkingtreding van het wetsvoorstel versterking Groningen worden de kosten via een heffing op NAM verhaald.

Schadeafhandeling

Op 1 juli 2020 is het IMG opgericht. Het IMG zal ook in 2021 meldingen van alle vormen van schade in behandeling blijven nemen (waaronder afhandeling van fysieke schade aan gebouwen, waardedaling en immateriële schade). De kosten hiervan lopen via de EZK-begroting en worden op NAM verhaald. Op deze wijze is geborgd dat NAM op afstand staat van de besluitvorming en uitvoering van de schadeafhandeling. Prioriteit in 2021 is dat het IMG schademeldingen van bewoners en bedrijven binnen een redelijke termijn behandelt, transparantie biedt over de voortgang en stuwmeren zoveel mogelijk voorkomt. In 2021 wordt de samenwerking tussen IMG en NCG verder geïntensiveerd, opdat bewoners met zowel schade als versterken goed geholpen worden.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 37 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

834.537

760.448

722.013

16.572

2

2

2

waarvan garantieverplichtingen

       

waarvan overige verplichtingen

834.537

760.448

722.013

16.572

2

2

2

        

Uitgaven

825.005

760.448

722.013

16.572

2

2

2

waarvan juridisch verplicht

  

99%

    
        

Subsidies (regelingen)

121.826

36.091

21.756

14.192

2

2

2

Verduurzamingsopgave uit aardgasbaten

314

35.988

21.653

14.190

   

Geestelijke bijstand/overige

111

103

103

2

2

2

2

Bijdrage aan Nationaal Programma Groningen

108.385

0

0

0

0

0

0

Instrumentarium Woningmarkt

13.016

0

0

0

0

0

0

        

Inkomensoverdrachten

136.572

553.000

545.000

0

0

0

0

Schadevergoedingen

136.572

250.000

200.000

0

0

0

0

Vergoeding waardedaling Groningen

0

298.000

245.000

0

0

0

0

Vergoeding immateriële schade Groningen

0

5.000

100.000

0

0

0

0

        

Opdrachten

468.679

11.180

2.380

2.380

0

0

0

Onderzoek en compensatie gemeenten en provincie

2.841

0

0

0

0

0

0

Werkbudget

18.783

3.180

2.380

2.380

0

0

0

Versterken

84.055

0

0

0

0

0

0

Interim Akkoord met Shell en Exxon

363.000

0

0

0

0

0

0

BTW-compensatie NAM

0

8.000

0

0

0

0

0

        

Bijdrage aan agentschappen

97.927

156.877

152.877

0

0

0

0

Bijdrage aan RVO.nl

96.400

154.877

152.877

0

0

0

0

Instituut Mijnbouwschade Groningen

1.527

2.000

0

0

0

0

0

        

Bijdrage aan (internationale) organisaties

0

3.300

0

0

0

0

0

Organisatie- en programmabudget ACVG

0

3.300

0

0

0

0

0

        
        

Ontvangsten

862.756

1.031.061

774.000

59.000

39.000

39.000

39.000

Schadevergoedingen

55.527

377.061

200.000

0

0

0

0

Uitvoeringskosten Schade

79.360

152.000

150.000

0

0

0

0

Bijdrage aan Nationaal Programma Groningen

150.000

0

0

0

0

0

0

Aardgasbaten

577.867

0

0

0

0

0

0

Dividenduitkering EBN

0

35.000

0

0

0

0

0

Dividenduitkering GasTerra

0

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

Mijnbouwwet

0

160.000

75.000

55.000

35.000

35.000

35.000

Vergoeding waardedaling Groningen

0

298.000

245.000

0

0

0

0

Vergoeding immateriële schade Groningen

0

5.000

100.000

0

0

0

0

Ontvangsten NCG

2

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

De niet-juridisch verplichte uitgaven op artikel 5 betreffen de verduurzamingsopgave uit de aardgasbaten (€ 3,7 mln), geestelijke bijstand (€ 0,1 mln) en de werkbudgetten voor Gastransitie Groningen (€ 0,7 mln) en Groningen Bovengronds (€ 1,7 mln).

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Subsidies

Verduurzamingsopgave uit aardgasbaten

In 2017 is de waardevermeerderingsregeling ingesteld cf. de motie-Bosman c.s. (Kamerstuk 33 529 nr. 242). Bewoners met € 1.000 schade of meer, kunnen in deze regeling maximaal € 4.000 subsidie ontvangen voor de verduurzaming van hun woning. Het Samenwerkingsverband Noord Nederland voert in opdracht van het Ministerie van EZK deze regeling uit. Voor deze regeling is in totaal meerjarig € 89,2 mln gereserveerd. De stand per 1 juni 2020 is dat SNN € 35,8 mln heeft uitgekeerd aan 9.587 gedupeerden. De in 2019 niet benutte middelen (€ 9,9 mln) zijn doorgeschoven naar 2020 en verder.

Geestelijke bijstand/overige

Middels een motie van de ChristenUnie is eerder € 300.000 uit het NPG gereserveerd voor Platform Kerk en Aardbeving. Het Platform heeft een beschikking gekregen voor drie jaar van € 100.000 per jaar. De beschikking loopt tot en met 2021. Met middelen trekt Platform Kerk en Aardbeving extra geestelijk verzorgers aan wordt een «proatbus» aangeschaft, waarmee de geestelijk verzorgers de hulpbehoevenden in de aardbevingsregio op kunnen zoeken.

Inkomensoverdrachten

Schadevergoedingen

Met ingang van 1 juli 2020 besluit het IMG over schadevergoedingen aan bewoners uit Groningen die aardbevingsschade hebben als gevolg van de gaswinning. Daarvoor werd de schade afgehandeld door de TCMG. Het IMG bepaalt onafhankelijk wie recht heeft op een schadevergoeding en hoe hoog deze vergoeding is, hierbij volgt het IMG het schadeprotocol. Deze schadevergoedingen worden uitbetaald door het IMG/RVO.nl. De kosten daarvan worden via een heffing op NAM verhaald, zoals vastgelegd in de tijdelijke wet Groningen.

Vergoeding waardedaling Groningen

Per september 2020 zal het IMG ook schadeafhandelingen doen voor de waardedaling van Groningers in het aardbevingsgebied. De verwachting is dat daar in 2020 € 298 mln voor wordt uitgegeven en in 2021 € 245 mln. Deze kosten worden via een heffing op NAM verhaald.

Vergoeding immateriële schade Groningen

Per november 2020 zal het IMG schadeafhandelingen doen voor de immateriële schade van Groningers in het aardbevingsgebied. De verwachting is dat daar in 2020 € 5 mln en 2021 € 100 mln per jaar voor wordt uitgegeven. Deze kosten worden via een heffing op NAM verhaald.

Opdrachten

Werkbudget

Dit betreffen de werkbudgetten van de directies Gastransitie Groningen en Groningen Bovengronds.

BTW-compensatie NAM

Vanuit de Aanvullende Post is € 8,0 mln beschikbaar voor 2020 voor compensatie BTW bij schade. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de declaraties aan NAM.

Bijdrage aan agentschappen

Bijdrage aan RVO.nl

RVO.nl voert in opdracht van de TCMG/IMG de schadeafhandeling uit. Het IMG is opdrachtgever voor RVO.nl. Deze kosten worden via een heffing op NAM verhaald.

Instituut Mijnbouwschade Groningen

De uitvoeringskosten van de TCMG voor de eerste helft van 2020 en vanaf 1 juli het bestuur van de IMG bedragen totaal in 2020 € 2 mln. Het budget voor IMG na 2020 staat gereserveerd op de Aanvullende Post en wordt in 2021 overgeheveld naar de begroting van EZK.

Bijdrage aan (internationale) organisaties

Organisatie- en programmabudget ACVG

Voor het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) wordt vanuit de Aanvullende Post in 2020 € 3,3 mln vrijgemaakt.

Toelichting op de ontvangsten

Ontvangsten NAM voor schadevergoedingen en uitvoeringskosten

Overeenkomstig de gemaakte afspraken declareert EZK bij NAM de door RVO.nl uit te keren schadevergoedingen en de uitvoeringskosten voor de schadeafwikkeling. Per 1 juli 2020 wordt conform de Tijdelijke Wet Groningen aan NAM een heffing opgelegd voor de kosten van alle vormen van schade.

Aardgasbaten

Met ingang van begrotingsjaar 2021 worden de aardgasbaten op andere wijze weergegeven op de begroting. Niet langer is sprake van één post waarop de aardgasbaten binnenkomen. In plaats daarvan worden de inkomsten uitgesplitst in drie posten: dividendontvangsten van EBN, dividendontvangsten van GasTerra en inkomsten uit de Mijnbouwwet. De splitsing in drie afzonderlijke posten geeft beter inzicht in de verschillende inkomsten uit de gaswinning.

Het valt op dat de raming voor de komende jaren aanzienlijk omlaag is bijgesteld. Verreweg het grootste deel van de neerwaartse bijstelling hangt samen met de historisch lage gasprijs. Verder komt de lagere opbrengst onder meer door lagere inkomsten uit EBN met andere oorzaken dan de prijs (zoals operationele kosten of de bijstortingen in de voorzieningen voor de aardbevingskosten). De oude ramingswerkwijze leende zich goed voor het ramen van grote volumes en hoge omzetten, maar is niet adequaat gezien de sterk teruglopende gaswinning. De nieuwe werkwijze geeft naar verwachting een realistischer en gedetailleerder beeld van de inkomsten uit de gaswinning.

Dividenduitkering EBN

EZK ontvangt dividend van EBN over het geconsolideerde nettoresultaat. Dit wordt lager door de afbouw van gaswinning in Groningen, de afnemende productie uit kleine velden, hogere kosten in verband met schade en versterken, en de verbreding van activiteiten naar CCS en geothermie. Door deze factoren en vanwege de (prijs)ontwikkelingen op de gasmarkt verwacht EBN in de komende jaren geen dividend uit te keren.

Dividenduitkering GasTerra

Gasterra keert een vast dividend uit aan de aandeelhouders. Voor EZK is dit € 4 mln per jaar.

Mijnbouwwet

Deze post bestaat uit winstaandelen van de vergunninghouders voor gaswinning, cijns (heffing van een percentage van de omzet), en oppervlakterecht. Door teruglopende winning uit het Groningerveld, lagere prijzen en hogere productiekosten loopt deze post de komende jaren terug naar een vast niveau van € 35 mln per jaar.

Tabel 38 Geraamde productie aardgas (in mld Nm3 en kalenderjaren)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Productie totaal (in mld Nm3)

28

23

15

11

11

11

Waarvan: Groningenveld

10

7

2

0

0

0

Waarvan: kleine velden

18

16

13

11

11

11

In bovenstaande tabel wordt de geraamde productie van aardgas voor zowel Groningen als de kleine velden weergegeven. Voor het Groningenveld wordt hierbij uitgegaan van de productievolumes uit de Voorjaarsnota 2020. Het kabinet doet er alles aan om na 2022 in een gemiddeld jaar geen gas meer te winnen uit het Groningenveld.

Tabel 39 Verwachting 2020–2021

Verwachting 2020-2021

2020

2021

Productie aardgas totaal (in mld Nm³)

28

23

Beursprijs van TTF-gas (eurocent/ m3)

8,9

11,6

In de afgelopen jaren is de gaswinning sterk gedaald, met bijbehorende budgettaire gevolgen. De volgende tabel laat de mutaties in de gasbaten zien ten opzichte van de Startnota 2017. Omdat 2024 en 2025 geen onderdeel uitmaakten van de meerjarenraming in de Startnota 2017, zijn voor die jaren geen cijfers opgenomen.

Tabel 40 Aansluiting raming gasbaten Startnota 2017 met raming Miljoenennota 2021 (bedragen x € 1 mld, kasbasis)

a - Stand Startnota 2017

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Niet-belastingmiddelen (geraamd op EZK-begroting)

1,85

1,75

1,70

1,65

Vennootschapsbelasting

0,15

0,15

0,15

0,20

Totale gasbaten

2,00

1,90

1,85

1,85

       

b - Mutaties ten opzichte van Startnota 2017

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Niet-belastingmiddelen (geraamd op EZK-begroting)

‒ 1,65

‒ 1,67

‒ 1,64

‒ 1,61

Vennootschapsbelasting

‒ 0,15

‒ 0,15

‒ 0,15

‒ 0,20

Totale gasbaten

‒ 1,80

‒ 1,82

‒ 1,79

‒ 1,81

       

c- Stand Miljoenennota 2021

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Niet-belastingmiddelen (geraamd op EZK-begroting)

0,20

0,08

0,06

0,04

0,04

0,04

Vennootschapsbelasting1

      

Totale gasbaten

0,20

0,08

0,06

0,04

0,04

0,04

X Noot
1

Vanwege de lagere volumina in de gaswinning en corresponderende lagere aardgasbaten worden de inkomsten die samenhangen met de vennootschapsbelasting in de nieuwe ramingsmethodiek geraamd op nihil.

Kengetallen

Tabel 41 Kengetallen
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Bron

1. Gewonnen volume aardgas kleine velden (in Nm3)

24 mld Nm3

22 mld Nm3

20 mld Nm3

18 mld Nm3

16 mld Nm3

14 mld Nm3

TNO

2. Aantal boringen exploratie onshore en offshore

21

16

4

6

5

4

TNO

3. Aantal boringen productie onshore en offshore

32

17

16

8

7

7

TNO

4. Productie aardgas totaal (in Nm3)

66 mld Nm3

50 mld Nm3

48 mld Nm3

42 mld Nm3

35 mld Nm3

29 mld Nm3

TNO

5. Euro/dollarkoers

1,33

1,11

1,11

1,13

1,18

1,12

CBS/CPB

6. Olieprijs (dollar/vat) Bron: CBS/CPB

101,4

52,5

43,3

54,0

70,9

61,0

CBS/CPB

7. Beursprijs van TTF-gas (eurocent/ m3)

21,3

19,8

13,6

16,6

21,5

14,9

APX Endex

  • 1 t/m 4 In het kader van voorzieningszekerheid is het van belang dat het aardgas dat zich bevindt in de Nederlandse kleine velden ook wordt gewonnen. Dit omvat zowel het produceren van reeds ontdekte velden (kengetal 1, 3 en 4) als het exploreren van nieuwe velden (kengetal 2). EZK stelt de randvoorwaarden voor een concurrerend mijnbouwklimaat: marktpartijen nemen de productie en exploratie voor hun rekening. Kengetal 1 geeft de totale hoeveelheid gewonnen gas uit kleine velden (onshore en offshore). Kengetal 4 geeft de totale aardgasproductie in Nederland weer in Normaal m3, dus aardgas gewonnen uit kleine velden en het Groningerveld.

  • 5 t/m 7 De aardgasprijs is gerelateerd aan enerzijds de prijs van olie in dollars in combinatie met de euro/dollarkoers en anderzijds aan de prijs van gas die onafhankelijk van de olieprijs op de markt tot stand komt op onder andere gasbeurzen.

Vergoeding waardedaling Groningen

Dit betreffen ontvangsten van NAM voor de schadeafhandelingen in het kader van de waardedalingsregeling voor Groningers in het aardbevingsgebied. Deze worden via een heffing op NAM verhaald.

Vergoeding immateriële schade Groningen

Dit betreffen ontvangsten van NAM voor de schadeafhandelingen in het kader van de immateriële voor Groningers in het aardbevingsgebied. Deze worden via een heffing op NAM verhaald.

Indicatoren

Schadeafhandeling

Het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) rapporteert op kwartaalbasis onder andere over het aantal afgehandelde meldingen, het aantal geaccepteerde schadevergoedingen en klanttevredenheid. De volgende tabel geeft de stand van de schadeafhandeling door de IMG weer. In volgende begrotingsstukken wordt hier een update van gegeven.

Tabel 42 Schadeafhandeling door de TCMG /IMG (stand 27 juli 2020)

Aantal ingediende schademeldingen

72.850

Aantal besluiten van de TCMG/IMG

39.864

Anderszins afgehandeld

5.957

Totaal uitgekeerd schadebedrag (x € 1 mln), incl. stuwmeerregeling

306,7

Nog openstaande schademeldingen

27.029

De volgende tabel geeft het gebruik van de stuwmeerregeling aan:

Tabel 43 Gebruik stuwmeerregeling (stand 31 juli 2020)

Aantal aanbiedingen in het kader van de stuwmeerregeling

16.840

Waarvan keuze voor vaste vergoeding van € 5.000

10.000

Waarvan keuze voor variabele vergoeding van max. € 11.000

471

Waarvan keuze om door te gaan in het reguliere schadeproces

6.369

Seismiciteit

Het kabinet beëindigt de gaswinning in Groningen om de oorzaak van de aardbevingen weg te nemen. Actuele en historische informatie over de seismiciteit in de Groningerbodem staat op de site van het KNMI.

Overzicht middelen op de rijksbegroting voor Groningen

In totaal is op de Rijksbegroting € 899 mln beschikbaar voor Groningen. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:

Tabel 44 Beschikbaar voor Groningen op de Rijksbegroting (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

EZK - subsidies

      

Verduurzamingsopgave (uit aardgasbaten)

35.988

21.653

14.190

   

Geestelijke bijstand/overige

103

103

2

2

2

2

BZK - Subsidies

      

Verduurzamingsopgave (plafond relevant)

10.410

10.400

    
       

EZK - opdrachten

      

BTW-compensatie NAM bij schade

8.000

     

Onderzoek en werkbudget

3.180

2.380

2.380

   

BZK - opdrachten

      

Werkbudget

13.109

12.563

12.315

10.714

6.680

280

Versterkingsmiddelen Uit de Aanvullende Post

34.470

     
       

EZK - Bijdrage aan agentschappen/ZBO's

      

Uitvoeringskosten IMG

2.000

     

Organisatie- en programmabudget ACVG

3.300

     
       

BZK-bijdragen aan medeoverheden

      

Nationaal Programma Groningen

125.849

75.000

25.000

25.000

25.000

25.000

Compensatie gemeenten en provincie

40.000

10.000

10.000

   

OCW

      

Achterstallig onderhoud erfgoed (RA-envelop)

4.500

4.500

    
       
       

Aanvullende Post van de Rijksbegroting

      

Gasfonds Groningen (RA-envelop voor NPG)

55.600

50.000

50.000

10.000

9.000

3.300

Rijksbijdrage aan NPG

  

30.000

40.000

39.000

38.000

Totaal op de Aanvullende Post voor NPG

55.600

50.000

80.000

50.000

48.000

41.300

       

Totaal beschikbaar voor Groningen

336.509

186.599

143.887

85.716

79.682

66.582

       

Totaal beschikbaar in de periode 2020 ‒ 2025

     

898.975

4. Niet-beleidsartikelen

Artikel 40 Apparaat

Op dit artikel zijn de personele en materiële uitgaven en ontvangsten van EZK geraamd, voor zover die betrekking hebben op het kerndepartement (Directoraten-Generaal en stafdirecties) en de diensten van EZK (ACM45, CPB en SodM). Enkele stafdirecties van EZK werken als gemeenschappelijke dienst voor EZK en LNV. In deze begroting is enkel het EZK-aandeel van deze gedeelde diensten geraamd, te weten 57%, de overige 43% van het budget staat op de LNV-begroting geraamd. De uitgaven aan externe inhuur, de uitgaven aan ICT en de bijdragen aan shared service organisaties (SSO’s) worden apart inzichtelijk gemaakt en meerjarig geraamd. Tevens bevat dit artikel een raming voor de bijdragen aan DICTU voor zover het opdrachten betreft ten behoeve van het kernministerie EZK.

Tabel 45 Apparaatsuitgaven kerndepartement en diensten Budgettaire gevolgen (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

298.069

306.737

286.313

286.824

285.495

283.266

276.466

Uitgaven

298.069

306.737

286.313

286.824

285.495

283.266

276.466

        

Personele uitgaven

214.956

213.426

197.549

203.628

201.453

199.296

192.285

waarvan eigen personeel

179.851

182.918

171.294

175.002

172.534

168.692

164.277

waarvan inhuur externen

19.505

12.937

10.293

9.974

10.212

10.135

10.785

waarvan overige personele uitgaven

15.600

17.571

15.962

18.652

18.707

20.469

17.223

Materiële uitgaven

83.112

93.311

88.764

83.196

84.042

83.970

84.181

waarvan ICT1

8.284

20.230

14.998

14.661

14.800

14.800

14.800

waarvan bijdrage aan SSO's

14.794

13.742

14.066

13.382

13.382

13.382

13.382

waarvan DICTU

32.148

23.747

21.147

20.200

20.000

20.000

20.050

waarvan overige materiële uitgaven

27.886

35.592

38.553

34.953

35.860

35.788

35.949

        

Ontvangsten

26.426

24.981

24.992

24.981

24.336

24.336

24.336

waarvan ACM

19.034

17.589

17.589

17.589

17.589

17.589

17.589

waarvan SodM

3.150

3.150

3.150

3.150

3.150

3.150

3.150

waarvan CPB

1.643

1.643

1.643

1.643

1.643

1.643

1.643

waarvan kerndepartement

2.599

2.599

2.610

2.599

1.954

1.954

1.954

X Noot
1

Het totaal van de ICT-uitgaven van het kerndepartement en buitendiensten bestaat uit de ICT-uitgaven geraamd onder de post materiële uitgaven en de bijdrage aan de DICTU.

Toelichting op de uitgaven

Personele uitgaven

Betreft alle personeelsuitgaven voor het kerndepartement en de diensten. In de begroting 2021 zijn de ramingen voor externe inhuur apart gespecificeerd. Onder de overige personele uitgaven valt het sociaal plan voor onder andere afronding uitvoeringsorganisatie DLG en wachtgelduitgaven.

Materiële uitgaven

Betreft de materiële uitgaven van de ondersteunende processen voor het kerndepartement en de buitendiensten. Dit omvat onder andere huisvesting, communicatie, ICT en de bijdrage aan het Inkoopuitvoeringscentrum (IUC) dat gepositioneerd is bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Vanaf de begroting 2014 zijn de uitgaven voor ICT en bijdrage aan shared service organisaties (SSO’s) apart zichtbaar gemaakt. ICT bevat zowel de uitgaven voor projecten als structurele uitgaven (onderhoud, licenties en vervanging). De bijdragen aan SSO’s betreffen onder andere het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en Expertisecentrum/Ontwikkelingscentrum Rijk. De bijdrage aan DICTU is bestemd voor ICT-dienstverlening aan het kerndepartement. Het betreft hier werkplekservices, infrabeheer en applicatieservices.

Toelichting op de ontvangsten

De ontvangsten betreffen bij de ACM voornamelijk de bijdragen uit de markt voor de sectoren energie, telecommunicatie, vervoer en post. Bij het SodM betreft het de kosten die zijn doorberekend aan de markt voor vergunningverlening en taken die volgen uit de (nieuwe) Europese Richtlijn 2013/30/EU. Bij het CPB gaat het om ontvangsten in verband met werken voor tweeden. De ontvangsten van het kerndepartement bestaan o.a. uit ontvangsten voor detacheringen en ontvangsten voor doorbelaste kosten.

Voor 2021 wordt voor totaal EZK een percentage externe inhuur voorzien dat ruim boven de zgn. Roemer-norm ligt (maximaal 10% van de personeelskosten voor externe inhuur). Onderstaande tabel geeft de percentages externe inhuur weer voor alle onderdelen van EZK. De inhuur van externen bij het kerndepartement ligt in 2020 en 2021 boven de zgn. Roemer-norm. DICTU zit in zowel 2020 als 2021 aanzienlijk boven deze norm. De norm wordt naar verwachting ook overschreden door RVO.

Tabel 46 Percentage externe inhuur
 

2019

2020

2021

Kerndepartement

10,3%

9,4%

10,2%

Autoriteit Consument & Markt

7,6%

5,6%

6,0%

Centraal Planbureau

5,1%

1,4%

1,5%

Staatstoezicht op de Mijnen

12,9%

9,2%

9,5%

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

17,8%

19,9%

15,2%

Agentschap Telecom

11,1%

11,2%

10,0%

Dienst ICT Uitvoering

59,3%

53,2%

51,2%

Nederlandse Emissie Autoriteit

7,9%

7,7%

7,7%

Totaal

24,2%

23,8%

21,4%

  • Het percentage externe inhuur voor het kerndepartement in 2020 en 2021 is lager dan het percentage in 2019. Dit komt voornamelijk doordat het budget van de NCG niet meer onder de EZK-begroting valt. BZK beheert vanaf 2020 de budgetten voor de NCG.

  • Bij de percentages externe inhuur voor DICTU moet worden bedacht dat ICT-beheer en -ontwikkeling voor dit rijksbreed opererende agentschap een kerntaak is, hetgeen externe inhuur boven de Roemer-norm onvermijdelijk maakt, gegeven de bestaande krapte op de arbeidsmarkt en de wisselende behoefte aan gespecialiseerde ICT-kennis. Bovendien is het inhuren van schaarse ICT expertise relatief duur. Als gevolg daarvan zijn de personeelsuitgaven voor externe inhuur ten opzichte van de totale personeelsuitgaven eveneens relatief hoog.

  • RVO is een uitvoerder van een groot aantal verschillende opdrachtgevers, namelijk meerdere ministeries, decentrale overheden en de Europese Unie. RVO verzorgt de uitvoering van ruim 650 regelingen, subsidies, vergunningen en ontheffingen. Van subsidies voor boeren, tot octrooiverlening, ondersteuning bij het verkennen van buitenlandse markten en de afhandeling van schadegevallen in Groningen. Omdat dit per taak toegesneden expertise vereist, die per jaar kan fluctueren qua capaciteitsomvang, is flexibele capaciteitsinzet een randvoorwaarde voor kwalitatief hoogstaande dienstverlening.

Genoemde agentschappen zien mogelijkheden om dichterbij de norm te komen. Gelet op het specifieke karakter van DICTU en RVO zijn er echter grenzen aan de mogelijkheden om de externe inhuur te beperken, zonder risico’s te lopen voor de bedrijfsvoering en de kwaliteit van de dienstverlening. De ontwikkeling van de uitgaven externe inhuur heeft zowel de aandacht van de departementsleiding als van de onderdelen die substantieel boven de Roemer-norm scoren (DICTU en RVO). Periodiek wordt een dashboard besproken met het actuele beeld van de uitgaven externe inhuur en beide agentschappen hebben een plan van aanpak geïmplementeerd om het inhuurpercentage te verlagen, door middel van:

  • Het formuleren van beleid voor externe inhuur in het strategisch personeelsplan en hieruit een doelstelling formuleren voor de optimale verhouding tussen inhuur en eigen personeel.

  • Het terugbrengen van de externe inhuur door deze te vervangen door eigen personeel (verambtelijking) middels vaste of tijdelijke contracten. Echter, het blijkt niet altijd mogelijk om externe inhuur te vervangen door vaste dan wel tijdelijke contracten, door (wisselende) specifieke kennis en schaarste op de arbeidsmarkt voor o.a. ICT-professionals.

In de agentschapsparagraaf worden de uitgaven aan externe inhuur bij DICTU en RVO verder toegelicht.

Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agent-schappen, ZBO’s en RWT’s

De onderstaande tabel geeft de totale apparaatsuitgaven voor EZK weer. Hierbij zijn de apparaatsuitgaven voor het kernministerie en de buitendiensten alsmede de apparaatskosten van de agentschappen en de ZBO’s en RWT’s (voor zover deze via de Rijksbegroting gefinancierd worden) weergegeven.

Tabel 47 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en ZBO's/RWT's (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

1. Totaal apparaatsuitgaven ministerie

298.069

306.737

286.313

286.824

285.495

283.266

276.466

Kerndepartement (beleid en staf)

192.549

201.593

186.970

188.880

188.637

189.737

182.987

        

Apparaatsuitgaven diensten

105.520

105.144

99.343

97.944

96.858

93.529

93.479

Centraal Planbureau (CPB)

17.271

18.305

17.416

16.911

16.525

16.396

16.396

Autoriteit Consument en Markten (ACM)1

73.092

71.723

67.659

66.851

66.187

63.687

63.687

Staatstoezicht op de Mijnen (SodM)

15.157

15.116

14.268

14.182

14.146

13.446

13.396

        

2. Totaal apparaatskosten agentschappen

1.019.206

1.142.116

1.096.249

883.433

884.135

871.075

871.088

Agentschap Telecom (AT)

48.703

48.373

57.260

56.174

56.173

55.938

55.710

Dienst ICT Uitvoering (DICTU)

271.254

263.905

270.483

275.891

281.409

287.037

292.778

Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

8.480

8.747

10.727

10.521

9.661

9.981

9.981

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

690.769

821.091

757.779

540.847

536.892

518.119

512.619

        

3. Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's

861.037

870.469

     

Centraal Bureau voor de Statistiek

187.362

194.120

     

Stichting COVA

1.410

1.646

     

Raad voor Accreditatie

14.374

9.980

     

Bestuur Autoriteit Consument en Markt

614

761

     

TNO

426.367

446.662

     

Kamer van Koophandel

230.910

217.300

     
X Noot
1

Om invulling te geven aan de Kaderrichtlijn, 2002/21/EG, zoals gewijzigd door 2009/140/EG, artikel 3 inclusief considerans 13, wordt opgemerkt dat van het totaalbedrag voor de apparaatsuitgaven van de ACM, een bedrag van circa € 13,9 mln in 2021 specifiek voor toezicht op de elektronische communicatiesector wordt geraamd (inclusief betreffende kosten van het bestuur van de ACM).

In de bovenstaande tabel zijn onder andere de personele en materiële apparaatskosten van de agentschappen, ZBO’s en RWT’s vermeld. Echter, deze apparaatskosten worden niet alleen door EZK gefinancierd, maar ook door andere opdrachtgevende ministeries en derden. In de betreffende agentschapsparagrafen en de bijlage ZBO’s en RWT’s wordt dit nader toegelicht.

Tabel 48 Tabel apparaatsuitgaven per dienstonderdeel van het kerndepartement en diensten (bedragen x € 1.000)
 

2021

Totaal apparaat

286.313

DG Klimaat en Energie

22.195

DG Bedrijfsleven en Innovatie

27.827

Diensten CPB, ACM en SodM

99.343

Stafdirecties BBR, DC, DEIZ, FEZ en WJZ (inclusief gezamenlijke onderdelen EZK/LNV)

136.948

In bovenstaande tabel worden de personeelsuitgaven van DG Klimaat en Energie en DG Bedrijfsleven en innovatie weergegeven. De onderdelen diensten en stafdirecties bevat zowel personele als materiële uitgaven.

Artikel 41 Nog onverdeeld

Tabel 49 Budgettaire gevolgen artikel 41 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

        

Loonbijstelling

       

waarvan programma

       

waarvan apparaat

       

Prijsbijstelling

       

waarvan programma

       

waarvan apparaat

       

Onvoorzien

       
        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Dit artikel is een administratief begrotingstechnisch artikel. Dit betekent dat er geen daadwerkelijke uitgaven ten laste van artikel 41 worden gedaan. Vanuit dit artikel vinden overboekingen van loon- en prijsbijstellingen naar de loon- en prijsgevoelige artikelen binnen de begroting plaats. Ook worden er taakstellingen of extra middelen op dit artikel geplaatst die nog niet aan de beleidsartikelen zijn toegevoegd. Voor 2021 is dat niet aan de orde.

5. Begroting agentschappen

Aansluiting raming begroting agentschappen met financiering door moederdepartement EZK

Tabel 50 A – Begroting agentschappen 2021 (bedragen x € 1.000)
 

Bijdrage moederdepartement (EZK)

Bijdrage overige departementen

Bijdrage derden

Overige baten

Totale baten

Agentschap Telecom (AT)

31.665

4.654

24.116

0

60.435

Dienst ICT Uitvoering (DICTU)

206.530

93.922

1.751

0

302.203

Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

7.446

3.601

0

0

11.047

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

351.480

386.137

35.219

0

772.836

Totaal

597.121

488.314

61.086

0

1.146.521

Tabel 51 B – Bijdrage aan agentschappen per begrotingsartikel EZK (begroting 2021) (bedragen x € 1.000)
 

Raming Ontwerpbegroting 2021

Agentschap Telecom (AT)

31.234

art. 1 Goed functionerende economie en markten

25.883

art. 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

531

art. 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

4.820

Dienst ICT (DICTU)

206.530

art. 40 Apparaat

21.147

Bijdrage agentschappen

185.383

Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

7.194

art. 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

7.194

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

351.480

art. 1 Goed functionerende economie en markten

11.232

art. 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

105.068

art. 3 Toekomstfonds

13.908

art. 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

56.861

art. 5 Een veilig Groningen met perspectief

152.877

art. 40 Apparaat

11.534

Subtotaal

596.438

af: Geraamde bijdrage agentschappen aan DICTU1

‒ 185.383

Totaal geraamde bijdrage ten laste van de begrotingsartikelen

411.055

X Noot
1

Een deel van de bijdrage aan DICTU wordt verstrekt door andere agentschappen van EZK. Om een juist totaalbedrag voor de bijdrage van EZK aan agentschappen te laten zien, wordt voor deze dubbeltelling gecorrigeerd.

Opmerkingen bij verschillen tussen ramingen in tabel A en tabel B

Het verschil tussen de totale omzet moederdepartement en de totale geraamde bijdrage ten laste van de begrotingsartikelen van per saldo € 0,7 mln is, gezien het bedrag, niet gespecificeerd.

Agentschap Telecom (AT)

De begroting van Agentschap Telecom is opgemaakt in een periode van grote onzekerheid door de COVID-19 uitbraak. Een zekerheid in deze tijd is dat Nederland grote afhankelijkheid kent van een goed functionerende digitale infrastructuur. Agentschap Telecom staat voor een Veilig Verbonden Nederland en met deze begroting kan het hier invulling aan geven én kan het haar werkzaamheden op belangrijke zaken uitbreiden.

Tabel 52 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2021 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2019

Vastgestelde begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

       

Omzet

47.954

51.247

60.435

60.489

60.549

60.614

60.685

waarvan omzet moederdepartement

23.377

25.004

31.665

31.665

31.665

31.665

31.665

waarvan omzet overige departementen

1.455

3.785

4.654

4.654

4.654

4.654

4.654

waarvan omzet derden

23.121

22.458

24.116

24.171

24.230

24.295

24.367

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

1.524

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

1

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

49.480

51.247

60.435

60.489

60.549

60.614

60.685

        

Lasten

       

Apparaatskosten

48.703

48.373

57.260

56.714

56.173

55.938

55.710

Personele kosten

31.270

30.779

36.495

36.070

35.983

35.983

35.983

waarvan eigen personeel

25.543

25.610

30.624

30.252

30.170

30.170

30.170

waarvan inhuur externen

3.280

2.846

3.403

3.361

3.352

3.352

3.352

waarvan overige personele kosten

2.447

2.323

2.468

2.457

2.461

2.461

2.461

Materiële kosten

17.433

17.594

20.765

20.644

20.190

19.955

19.727

waarvan apparaat ICT

225

      

waarvan bijdrage aan SSO's

13.338

10.406

12.556

12.378

12.378

12.378

12.378

waarvan overige materiële kosten

3.870

7.188

8.209

8.265

7.812

7.577

7.348

Afschrijvingskosten

1.935

2.749

3.050

3.600

4.200

4.500

4.800

Materieel

1.586

1.924

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

waarvan apparaat ICT

435

      

Immaterieel

348

825

1.050

1.600

2.200

2.500

2.800

Dotaties voorzieningen

236

75

75

75

75

75

75

Overige kosten

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere lasten

‒ 220

      

Rentelasten

46

50

50

100

100

100

100

Totaal lasten

50.700

51.247

60.435

60.489

60.548

60.613

60.685

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

‒ 1.220

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

‒ 1.220

0

0

0

0

0

0

Het Agentschap Telecom streeft naar een kostendekkende bedrijfsvoering. Alle te verwachten en noodzakelijke kosten zijn in deze begroting meerjarig opgenomen. Het saldo van de baten en de lasten geeft het beeld van een meerjarig kostendekkende agentschapsbegroting. Om dit resultaat te realiseren is het een randvoorwaarde om het uurtarief 2021 reëel met 3,69% te laten stijgen (en de budgetten bij de opdrachtgever(s) vanuit het Rijk hierop aan te laten sluiten).

Om kostendekkende producten en diensten voor externe partijen (Regeling Vergoedingen) te kunnen realiseren, is een netto-verhoging van 5,40% begroot voor 2021.

Toelichting op de baten

Tabel 53 Omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2019

Vastgestelde begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Structurele bijdragen moederdepartement

       

Beleidsopdrachten (DG B&I)

6.120

6.940

7.687

7.687

7.687

7.687

7.687

Toezichttaken

14.143

16.384

16.902

16.902

16.902

16.902

16.902

Subtotaal structurele bijdragen

20.263

23.324

24.590

24.590

24.590

24.590

24.590

        

Incidentele bijdragen

       

Projecten

3.114

1.680

7.075

7.075

7.075

7.075

7.075

Subtotaal projecten

3.114

1.680

7.075

7.075

7.075

7.075

7.075

        

Totaal omzet moederdepartement

23.377

25.004

31.665

31.665

31.665

31.665

31.665

De structurele bijdragen van het moederdepartement zijn in overeenstemming met de budgetten die de opdrachtgevers beschikbaar hebben. De toegestane loon- en prijscompensatie is opgenomen bij de structurele bijdragen. Daarnaast is € 1,68 mln beschikbaar voor projecten en zijn de nieuwe taken salderingsregeling, Digitaal Veilige Apparatuur en Telecom Security toegevoegd.

Tabel 54 Omzet overige departementen (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2019

Vastgestelde begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

        

Ministerie van Defensie

0

1.495

1.551

1.551

1.551

1.551

1.551

Ministerie van IenW

0

605

1.037

1.037

1.037

1.037

1.037

Ministerie van J&V

0

416

581

581

581

581

581

Ministerie van OC&W

0

0

156

156

156

156

156

Ministerie van VWS

70

25

27

27

27

27

27

Ministerie van BZK

1.385

1.243

1.303

1.303

1.303

1.303

1.303

Totaal omzet overige departementen

1.455

3.785

4.654

4.654

4.654

4.654

4.654

Per 2021 is een inkomstenstroom van € 156.000 voor het Ministerie van OC&W opgenomen als gevolg van gesprekken die gevoerd zullen worden om de kosten gedekt te krijgen vanuit OC&W.

Tabel 55 Omzet derden (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2019

Vastgestelde begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Vergunninghouders en overige:

18.930

20.664

22.061

22.062

22.062

22.062

22.062

- Vaste verbindingen

2.084

0

0

0

0

0

0

- Mobiele communicatie

4.988

0

0

0

0

0

0

- (Openbare) (mobiele) elektronische communicatie

2.056

0

0

0

0

0

0

- Radiodeterminatie

4

0

0

0

0

0

0

- Radiozendamateurs

5

0

0

0

0

0

0

- Overige/verlengingen

0

0

0

0

0

0

0

- Landelijke exclusieve vergunningen (exclusief omroep)

0

2.669

2.912

2.913

2.913

2.913

2.913

- Vergunningen met algemene planning met regionaal bereik

0

2.094

2.285

2.285

2.285

2.285

2.285

- Vergunningen met individuele planning met regionaal bereik

0

2.730

2.979

2.979

2.979

2.979

2.979

- Vergunning regionale planning tijdelijk gebruik

0

193

211

211

211

211

211

- Omroep

5.044

5.611

5.637

5.637

5.637

5.637

5.637

- Vergunningen straalverbindingen

0

2.428

2.649

2.649

2.649

2.649

2.649

- Registraties radiozendamateurs en maritiem

2.783

2.920

3.186

3.186

3.186

3.186

3.186

- Certificaten

169

143

156

156

156

156

156

- Verklaringen, keuringen en erkenningen

6

0

0

0

0

0

0

- Eindapparaten

1.791

1.875

2.046

2.046

2.046

2.046

2.046

Satellietoperators

489

531

580

634

693

758

830

Caribisch Nederland

1.325

1.200

1.200

1.200

1.200

1.200

1.200

Hercontroles meetinstrumenten

59

50

50

50

50

50

50

Diversen

0

13

0

0

0

0

0

Innovatieprojecten

14

0

225

225

225

225

225

Ministerie van Defensie

1.411

0

0

0

0

0

0

Ministerie van IenW

558

0

0

0

0

0

0

Ministerie van J&V

335

0

0

0

0

0

0

Totaal omzet derden

23.121

22.458

24.116

24.171

24.230

24.295

24.367

Onder omzet derden staan alle opbrengsten die voortvloeien uit de werkzaamheden in het kader van de Telecommunicatiewet en overige opbrengsten uit de markt. Vanaf 2019 is de indeling van de Regeling Vergoedingen gewijzigd. Deze wijzigingen zijn meegenomen in de agentschapsbegroting. Bij de berekening van de omzet derden wordt, los van loon- en prijscompensatie, uitgegaan van een tariefstijging van 5,40%.

Toelichting op de lasten

Personele kosten

De verwachte bezetting voor 2021 is 370,67 fte waarvan 333,6 fte ambtelijk personeel. De gemiddelde loonkosten per fte worden voor ambtelijk personeel begroot op € 89.543 en voor niet-ambtelijk personeel op € 112.099. Zowel de correctie op basis van werkelijke loonsom over 2019 (1,3%), de toegestane loonbijstelling (3,1%) als het effect van het vereiste hogere opleidingsniveau (1%) zijn hierin verwerkt wat leidt tot een reële tariefstijging van 5,42%.

Het percentage externe inhuur is meerjarig begroot op 10%. De in de begroting 2019 verwachte daling van de externe inhuur tot 8% wordt niet gerealiseerd, vanwege inbedding van nieuwe taken en de huidige arbeidsmarkt.

Materiële kosten

De bijdrage aan SSO’s wordt grotendeels gevormd door de bijdrage aan DICTU voor de jaarlijkse dienstverleningsovereenkomst van € 10,8 mln. De stijging ten opzichte van de begroting 2020 is cf. de afgestemde looncompensatie.

Rentelasten

De rente betreft de vergoeding die Agentschap Telecom betaalt voor leningen bij het Ministerie van Financiën om investeringen in vaste activa, zoals elektronische apparatuur en antennes, te financieren. Als gevolg van de hogere leningen om de investeringen te financieren stijgen deze lasten.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten nemen als gevolg van toenemende investeringen jaarlijks toe vanwege de ICT-ontwikkelingen zoals Digi-AT, beheer Genius, STG-C omgeving en overige ICT-projecten. Dit betreffen afschrijvingen voor investeringen, welke voorheen direct vanuit de exploitatie werden gefinancierd. Om te voldoen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van het klimaatakkoord investeert AT in elektrische voertuigen. Deze investeringen brengen extra kosten en derhalve extra afschrijvingen met zich mee. Dit effect is pas vanaf 2022 zichtbaar.

Dotaties voorzieningen

Voor 2021 is de dotatie voorzieningen dubieuze debiteuren en ambtsjubilea € 75.000.

Tabel 56 Kasstroomoverzicht over het jaar 2021 (bedragen x € 1.000)
  

Stand slotwet 2019

Vastgestelde begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

18.559

10.600

9.352

8.802

8.400

7.431

5.989

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

47.284

52.909

60.756

60.811

60.870

60.935

61.006

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 50.044

‒ 50.160

‒ 57.706

‒ 57.211

‒ 56.670

‒ 56.435

‒ 56.207

2.

Totaal operationele kasstroom

‒ 2.760

2.749

3.050

3.600

4.200

4.500

4.800

 

-/- totaal investeringen

‒ 4.439

‒ 6.000

‒ 6.455

‒ 5.650

‒ 5.650

‒ 5.650

‒ 5.650

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 4.439

‒ 6.000

‒ 6.455

‒ 5.650

‒ 5.650

‒ 5.650

‒ 5.650

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

‒ 344

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

435

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

‒ 1.260

‒ 2.098

‒ 2.910

‒ 4.101

‒ 5.269

‒ 6.041

‒ 6.036

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

3.100

4.100

5.765

5.750

5.750

5.750

5.750

4.

Totaal financieringskasstroom

1.931

2.003

2.855

1.649

481

‒ 291

‒ 286

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

13.291

9.352

8.802

8.400

7.431

5.989

4.853

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal.

Investeringskasstroom

In 2021 wordt een investering begroot van € 6,45 mln te investeren in materiële vaste activa zoals elektronische apparatuur, (elektrische) auto’s en antennes (€ 2,76 mln), ICT-projecten (€ 3,0 mln) en voor het project Digi-AT (€ 0,69 mln).

Financieringsstroom

Voor de financiering van de begrote investeringen wordt een beroep gedaan op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën.

Tabel 57 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

Stand slotwet 2019

Vastgestelde begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Inputindicatoren

       

Kernindicatoren

       

Verhouding direct/indirect (in fte)

 

231,0

262,1

258,9

258,2

258,2

258,2

  

95,8

108,6

107,3

107,0

107,0

107,0

Verklarende/achterliggende variabelen

       

Personeelskosten per fte

€ 85.912

€ 87.075

€ 91.798

€ 91.798

€ 91.798

€ 91.798

€ 91.798

Totaal aantal fte's (excl. externe inhuur)

303,8

294,1

333,6

329,6

328,7

328,7

328,7

Kosten inhuur externen (PAO-definitie: x € 1.000)

 

2.846

3.403

3.361

3.352

3.352

3.352

        

Outputindicatoren

       

Uurtarief (wijziging in reële termen)

6,91%

4,57%

     

Kostprijzen per product (wijziging Regeling vergoedingen in reële termen)

1,30%

4,00%

     
        

Verklarende/achterliggende variabelen

       

Bedrijfsresultaat (x € 1.000)

‒ 1.220

0

0

0

0

0

0

Omzet

47.954

51.246

60.435

60.489

60.549

60.614

60.685

Saldo van baten en lasten (%)

‒ 2%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

        

Kwaliteitsindicatoren

       

Kernindicatoren

       

Klanttevredenheid

 

>7

>7

>7

>7

>7

>7

        

Doorlooptijd primaire processen

       

Vergunningaanvragen binnen 8 weken

98%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

Reactietijd storingsklachten

       

Klachten van levensbelang ≤ 4 uur

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

Klachten van maatschappelijk belang ≤ 12 uur

93%

98%

98%

98%

98%

98%

98%

Klachten van individueel belang ≤ 3 werkdagen

97%

90%

90%

90%

90%

90%

90%

Gegrond verklaarde bezwaarschriften aantal

8%

<5%

<5%

<5%

<5%

<5%

<5%

        

Aantal klachten

8

<7

<7

<7

<7

<7

<7

Medewerker tevredenheid

 

>7

>7

>7

>7

>7

>7

        

Verklarende/achterliggende variabelen

       

Ziekteverzuim

3,40%

<3%

<3%

<3%

<3%

<3%

<3%

Personeelskosten per fte

De ambtelijke personeelskosten per fte zijn begroot op € 89.543. Dit bedrag is opgebouwd uit de stand Slotwet 2019 (incl. looncompensatie 2020) vermeerderd met de toegestane looncompensatie 2021 en 1% voor de aanpassing op het functiehuis in verband met inbedding nieuwe taken (hogere schalen).

Kosten inhuur externen (PAO-definitie; x € 1.000)

Het percentage externe inhuur is meerjarig begroot op 10%. De in de begroting 2019 verwachte daling van de externe inhuur tot 8% wordt niet gerealiseerd, vanwege inbedding van nieuwe taken en de huidige arbeidsmarkt.

Maximaal aantal declarabele uren (per fte)

Het aantal declarabele uren voor 2021 en verder is vastgesteld op 1.117 uren per fte.

Dienst ICT Uitvoering (DICTU)

Tabel 58 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2021 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2019

Vastgestelde begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

       

Omzet

309.923

295.743

302.203

308.247

314.412

320.700

327.114

waarvan omzet moederdepartement

218.515

188.787

206.530

210.750

214.965

219.264

223.649

waarvan omzet overige departementen

89.925

106.732

93.922

95.712

97.627

99.579

101.571

waarvan omzet derden

1.483

224

1.751

1.785

1.820

1.857

1.894

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

309.923

295.743

302.203

308.247

314.412

320.700

327.114

        

Lasten

       

Apparaatskosten

271.254

263.905

270.483

275.891

281.409

287.037

292.778

Personele kosten

174.194

170.747

179.758

183.353

187.020

190.761

194.576

waarvan eigen personeel

69.174

79.299

83.468

85.137

86.840

88.577

90.348

waarvan inhuur externen

104.451

87.048

91.990

93.830

95.707

97.621

99.573

waarvan overige personele kosten

569

4.400

4.300

4.386

4.474

4.563

4.654

Materiële kosten

97.060

93.158

90.725

92.538

94.389

96.277

98.202

waarvan apparaat ICT

22.965

22.369

16.700

17.034

17.374

17.722

18.076

waarvan bijdrage aan SSO's

19.105

20.433

20.760

21.175

21.599

22.031

22.471

waarvan overige materiële kosten

54.990

50.356

53.265

54.329

55.416

56.524

57.655

Afschrijvingskosten

30.481

31.313

31.212

31.836

32.473

33.122

33.785

Materieel

15.618

15.813

15.744

16.059

16.380

16.707

17.042

waarvan apparaat ICT

15.618

15.813

15.744

16.059

16.380

16.707

17.042

Immaterieel

14.863

15.500

15.468

15.777

16.093

16.415

16.743

Dotaties voorzieningen

2.847

500

500

510

520

531

541

Overige kosten

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

9

25

9

9

9

9

9

Totaal lasten

304.591

295.743

302.203

308.246

314.411

320.699

327.113

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

5.332

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

5.332

0

0

0

0

0

0

Toelichting op de baten

Tabel 59 Omzet moederdepartement per soort dienst (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2019

Vastgestelde begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Applicatiebeheer (applicatieservices)

27.492

78.926

74.606

76.131

77.653

79.207

80.790

Ontwikkelopdrachten

49.386

55.894

58.344

59.536

60.727

61.941

63.180

Infrabeheer

40.793

0

0

0

0

0

0

Werkplekservices

38.323

44.927

54.391

55.502

56.612

57.744

58.899

Overige omzet

17.596

2.668

12.526

12.782

13.038

13.298

13.564

Generieke eBS

4.933

6.372

6.663

6.799

6.935

7.074

7.216

Indirect

39.992

0

0

0

0

0

0

Totaal

218.515

188.787

206.530

210.750

214.965

219.264

223.649

DICTU levert voor het Ministerie van EZK en het Ministerie van LNV ICT-diensten die zowel de primaire processen als de bedrijfsvoeringsprocessen (zoals werkplekdiensten) ondersteunen. De omzet van het moederdepartement is ten opzichte van de realisatie 2019 afgenomen in het product Overige omzet omdat het Cloudwerkplek programma is afgerond, de Overige omzet betreft alleen nog Rijkszaak.

DICTU hanteert met ingang van 2020 een nieuw kostprijsmodel. In dit model zijn alle kosten opnieuw toegerekend aan de diensten die DICTU levert. Dit zorgt ervoor dat DICTU beter kan sturen op de kosten en transparanter is naar zijn opdrachtgevers. Daarnaast hanteert DICTU andere, integrale, tarieven die op het nieuwe kostprijsmodel zijn gebaseerd. Als gevolg hiervan is de omzet over de verschillende diensten vanaf 2020 verschoven en niet goed vergelijkbaar met eerdere jaren. Zo worden de diensten Infrabeheer en Indirect niet meer als individuele diensten gezien. De (voormalige) dienst Infrabeheer komt met name terug in de dienst Applicatiebeheer en de (voormalige) dienst Indirect is over alle andere diensten verdeeld.

Tabel 60 Omzet overige departementen per soort dienst (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2019

Vastgestelde begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Applicatiebeheer (applicatieservices)

16.985

26.034

45.887

46.762

47.697

48.651

49.624

Ontwikkelopdrachten

11.763

33.463

14.118

14.387

14.675

14.968

15.268

Infrabeheer

13.288

0

0

0

0

0

0

Werkplekservices

13.825

18.041

19.560

19.933

20.332

20.738

21.153

Overige omzet

16.002

27.157

12.841

13.085

13.347

13.614

13.886

Generieke eBS

1.608

2.037

1.516

1.545

1.576

1.608

1.640

Indirect

16.454

0

0

0

0

0

0

Totaal

89.925

106.732

93.922

95.712

97.627

99.579

101.571

Applicatiebeheer neemt toe bij het Ministerie van VWS als gevolg van het in beheer nemen van de Toegangsverlening Service (TVS). De Overige omzet neemt toe ten opzichte van 2019 als gevolg van nieuwe implementatietrajecten voor Rijkszaak bij verschillende onderdelen van het Ministerie van VWS. Daarnaast neemt de omzet ten opzichte van realisatie 2019 en begroting 2020 af, doordat DICTU geen diensten aan het Ministerie van SZW meer levert.

Als gevolg van het nieuwe kostprijsmodel dat DICTU vanaf begin 2020 hanteert is er sprake van herverdeeleffecten in de omzetverdeling tussen producten in 2020 en verder. Hierdoor is vanaf de begroting 2020 de omzetverdeling over producten niet goed vergelijkbaar met voorgaande jaren.

Tabel 61 Omzet overige departementen (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2019

Vastgestelde begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Ministerie van BZ

277

0

200

204

208

212

216

Ministerie van BZK

17.158

17.669

17.844

18.201

18.565

18.936

19.315

Ministerie van Fin

348

516

101

103

105

107

109

Ministerie van IenW

10.180

12.125

10.587

10.799

11.015

11.235

11.460

Ministerie van J&V

379

80

519

529

540

551

562

Ministerie van LNV

45.043

49.153

46.845

47.782

48.738

49.713

50.707

Ministerie van OCW

336

109

449

458

467

476

486

Ministerie van SZW

6.306

7.223

0

0

0

0

0

Ministerie van VWS

9.896

19.360

17.375

17.634

17.987

18.347

18.714

Ministerie van Defensie

0

0

0

0

0

0

0

Overig

2

497

2

2

2

2

2

Totaal

89.925

106.732

93.922

95.712

97.627

99.579

101.571

De omzet voor het Ministerie van VWS stijgt ten opzichte van 2019 als gevolg van Rijkszaak en Toegangsverlening Service (TVS). Ten opzichte van de begroting 2020 daalt de omzet in de loop van 2020, omdat Rijkszaak bij een paar klanten is uitgerold en in beheer is genomen. Met het beheer zijn minder kosten, dus minder omzet gemoeid, dan de uitrol of implementatie bij klanten.

In de loop van 2020 is DICTU gestopt met de ICT-ondersteuning aan het Ministerie van SZW. Dit effect was nog niet meegenomen in de begroting van 2020.

Toelichting op de lasten

Personele kosten

De personele last wordt in 2021 iets zwaarder als gevolg van meer activiteiten zelf doen dan door middel van uitbesteding. Dit is het gevolg van de volledige overgang naar de Cloudwerkplek, waar in 2019 nog een gedeelte via de oude werkplek omgeving liep. Hierdoor is een verschuiving zichtbaar tussen de posten «Personele kosten» en «waarvan Apparaat ICT».

ICT is een zeer specialistisch vakgebied. Zelf alle kennis in huis hebben is dikwijls niet mogelijk en ook niet altijd zinvol, gezien de snelle ontwikkelingen op ICT-gebied en daardoor snel wisselende expertises. Hiermee rekening houdend streeft DICTU naar een verhouding tussen ambtelijk personeel en externe inhuur van 75/25 (uitgedrukt in fte).

Het realiseren van deze doelstelling is sterk afhankelijk van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt voor ICT-personeel. Vanwege toenemende krapte is DICTU zeer actief op het gebied van arbeidsmarktcommunicatie en recruitment en worden oplossingen gehanteerd zoals zgn. detavast-constructies (een detacheringsovereenkomst met potentiële overname). Daarnaast investeert DICTU in de contacten met het onderwijsveld om de instroom van young professionals en zij-instromers te bevorderen en deze intern op te leiden. Daarnaast is DICTU gestart met het opleiden van interne medewerkers ten behoeve van het invullen van specialistische, moeilijk te werven, vacatures. Bij al deze activiteiten haakt DICTU waar mogelijk aan op Rijksbrede initiatieven en campagnes.

Overige personeelskosten

Vanaf 2020 worden de kosten voor reiskosten woon/werk en opleidingen niet meer onder de post «waarvan apparaat ICT», maar onder de post «waarvan overige personeelskosten» verantwoord.

Materiële kosten

Binnen de materiële kosten daalt de post «waarvan apparaat ICT» ten opzichte van 2020, omdat de begrote kosten voor de onderliggende post uitbesteding verschoven zijn naar personele inzet.

Afschrijvingen

De afschrijvingen nemen toe vanwege de benodigde hardware en licenties voor de Cloudwerkplek.

Tabel 62 Kasstroomoverzicht over het jaar 2021 (bedragen x € 1.000)
  

Stand slotwet 2019

Vastgestelde begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

19.426

20.158

20.158

20.158

20.158

20.158

20.158

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

302.679

295.743

302.203

308.247

314.412

320.700

327.114

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 275.801

‒ 264.430

‒ 270.991

‒ 276.411

‒ 281.939

‒ 287.578

‒ 293.329

2.

Totaal operationele kasstroom

26.878

31.313

31.212

31.836

32.473

33.122

33.785

 

-/- totaal investeringen

‒ 17.248

‒ 30.000

‒ 32.000

‒ 32.000

‒ 32.000

‒ 32.000

‒ 32.000

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

635

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 16.613

‒ 30.000

‒ 32.000

‒ 32.000

‒ 32.000

‒ 32.000

‒ 32.000

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

‒ 26.138

‒ 31.313

‒ 31.212

‒ 31.836

‒ 32.473

‒ 33.122

‒ 33.785

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

15.320

30.000

32.000

32.000

32.000

32.000

32.000

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 10.818

‒ 1.313

788

164

‒ 473

‒ 1.122

‒ 1.785

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

18.873

20.158

20.158

20.158

20.158

20.158

20.158

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom geeft de kasstroom weer uit de reguliere bedrijfsuitoefening.

Investeringskasstroom

DICTU verwacht (vooralsnog) in 2021 en latere jaren op een investeringsniveau uit te komen van € 32 mln. Dit zullen grotendeels vervangingsinvesteringen zijn.

Financieringskasstroom

DICTU begroot een financieringskasstroom die aansluit bij het begrote investeringsniveau. Het beroep op de leenfaciliteit volgt hierbij de verwachte investeringsbehoefte.

Tabel 63 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

Stand slotwet 2019

Vastgestelde begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Kostprijzen per product (groep)

       

a. Basistarief werkplek CW

3.746

3.746

3.746

3.746

3.746

3.746

3.746

Tarieven/uur1

       

a. Senior medewerker (ontwikkeling)

101

137

136

136

136

136

136

b. Medior medewerker (bouw)

80

114

112

112

112

112

112

c. Junior medewerker (test en beheer)

69

102

100

100

100

100

100

Indicatoren

       

Aantal werkplekken CW

13.343

13.000

13.400

13.400

13.400

13.400

13.400

FTE-totaal (excl. externe inhuur)2

775

822

898

898

898

898

898

Aantal interne FTE’s in percentage van het totale aantal FTE’s

54,0%

58,6%

61,2%

61,2%

61,2%

61,2%

61,2%

Saldo van baten en lasten (%)

1,8%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Ziekteverzuim

4,4%

4,0%

4,0%

4,0%

4,0%

4,0%

4,0%

Klanttevredenheid3

Nb

7

7

7

7

7

7

Beschikbaarheid Applicaties3

Nb

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

Oplospercentage 1ste lijn helpdesk3

Nb

80%

80%

80%

80%

80%

80%

X Noot
1

DICTU hanteert met ingang van 2020 een nieuw kostprijsmodel. In dit model wordt overgegaan van directe kostprijzen naar integrale kostprijzen, met als gevolg een (financieel-technische) stijging van de tarieven.

X Noot
2

Gemiddeld aantal FTE over het jaar.

X Noot
3

Dit betreft nieuwe indicatoren. De waarden voor 2019 staan niet in het jaarverslag over 2019.

Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) borgt als uitvoeringsorganisatie en toezichthouder dat bedrijven die deelnemen aan het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) en de wet- en regelgeving voor hernieuwbare energie vervoer en brandstoffen luchtverontreiniging, voldoen aan hun verplichtingen. Dat doet de NEa door bedrijven te informeren, te adviseren en door toezicht te houden.

De uitvoering van de wettelijke taken van het agentschap NEa valt onder de eindverantwoordelijkheid van het bestuur van de NEa dat als zodanig een ZBO is. Het gaat daarbij waar het emissiehandel betreft om het verlenen en actualiseren van emissievergunningen, het onderhouden van het CO2-register en toezicht en handhaving van de wetgeving. Voor wat betreft biobrandstoffen gaat het om uitvoering en toetsing van de Richtlijnen Hernieuwbare energie en Brandstofkwaliteit.

Tabel 64 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2021 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2019

Vastgestelde begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

       

Omzet

9.328

9.067

11.047

10.841

10.281

10.281

10.281

waarvan omzet moederdepartement

5.927

5.664

7.446

7.240

6.680

6.680

6.680

waarvan omzet overige departementen

3.401

3.403

3.601

3.601

3.601

3.601

3.601

waarvan omzet derden

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

178

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

9.506

9.067

11.047

10.841

10.281

10.281

10.281

        

Lasten

       

Apparaatskosten

8.480

8.747

10.727

10.521

9.661

9.981

9.981

Personele kosten

6.265

7.050

7.237

7.557

7.639

7.639

7.639

waarvan eigen personeel

5.177

6.058

6.305

6.434

6.577

6.577

6.577

waarvan inhuur externen

461

588

630

640

653

653

653

waarvan overige personele kosten

627

404

302

483

409

409

409

Materiële kosten

2.215

1.697

3.490

2.964

2.022

2.342

2.342

waarvan apparaat ICT

477

392

1.682

1.120

601

601

601

waarvan bijdrage aan SSO's

865

661

1.146

1.201

1.201

1.201

1.201

waarvan overige materiële kosten

873

644

662

643

220

540

540

Afschrijvingskosten

618

320

320

320

620

300

300

Materieel

0

0

0

0

0

0

0

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

Immaterieel

618

320

320

320

620

300

300

Dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Overige kosten

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere lasten

3

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

9.101

9.067

11.047

10.841

10.281

10.281

10.281

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

405

0

0

0

0

0

0

Toelichting op de baten

Omzet Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK)

De omzet EZK is een vergoeding voor het leveren van producten en diensten betreffende wettelijke en niet wettelijke taken vanuit ETS en werkzaamheden voortkomend uit de Richtlijnen voor hernieuwbare energie en brandstoffenkwaliteit. Daarnaast zijn in dit budget de werkzaamheden van de nieuwe taken vanuit het Regeerakkoord opgenomen, namelijk Bijstook Biomassa en CO2 Minimumprijs, vernieuwing ICT (EH Portaal). De werkzaamheden in het kader van CO2-heffing en de allocatie vierde handelsperiode worden in overleg met beleid voorbereid en zijn om deze reden nog niet meegenomen in de begroting.

Omzet Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW)

Dit betreft een vergoeding van € 3,6 mln voor de wettelijke of daarmee sterk verbonden taken op het gebied van Energie voor Vervoer (EV).

Toelichting op de lasten

Personele kosten

De NEa levert meer personele inzet, op de reguliere en nieuwe taken en in de advisering op beleid. Voor een aantal nieuwe taken, waarover nog politieke besluitvorming zal plaatsvinden, zijn de werkzaamheden en personele inzet nog niet bekend.

Overige personele kosten

De overige personele kosten betreffen onder andere de vacatiegelden voor het bestuur, de kosten van vorming en opleiding en de reiskosten binnen- en buitenland.

Materiële kosten

De materiële uitgaven betreffen onder andere ICT beheer- en onderhoudskosten, communicatie en facilitaire kosten. De stijging van deze kosten komt voort uit de bouw van het Emissiehandel portaal (EHP) en een stijging van de kosten van de huisvestingskosten (SSO’s) in het kader van een herrekening van het vloeroppervlak van de NEa.

Tabel 65 Kasstroomoverzicht over het jaar 2021 (bedragen x € 1.000)
  

Stand slotwet 2019

Vastgestelde begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

5.060

986

1.386

2.186

4.186

4.336

4.486

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

9.020

9.067

11.047

10.841

10.281

10.281

10.281

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 8.759

8.667

10.647

10.441

10.131

10.131

10.131

2.

Totaal operationele kasstroom

261

400

400

400

150

150

150

 

-/- totaal investeringen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

31

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen1

‒ 140

0

0

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

400

1.600

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 109

0

400

1.600

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

5.212

1.386

2.186

4.186

4.336

4.486

4.636

X Noot
1

In de begroting 2020 is de reeks afschrijvingskosten abusievelijk opgenomen onder aflossingen op leningen.

Toelichting

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten gecorrigeerd voor afschrijvingen en vooruitontvangen bedragen.

Investeringskasstroom

De investering betreft de doorontwikkeling van de Registers Emissie Handel en Energie voor Vervoer.

Financieringskasstroom

Het beroep op de leenfaciliteit wordt gedaan voor de doorontwikkeling van de Registers Emissie Handel en Energie voor Vervoer.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren

Uitgangspunt van de NEa is dat zij op een doelmatige wijze haar rol als bevoegd gezag voor emissiehandel, hernieuwbare energie voor vervoer en brandstofkwaliteit binnen Nederland vervult. In onderstaande tabel zijn de indicatoren voor de komende jaren weergegeven.

Tabel 66 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

Stand slotwet 2019

Vastgestelde begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Omschrijving Generiek Deel

       

Kostprijzen per product (groep)

       

Naleving ETS (per broeikasgasinstallatie)

14.281

9.516

11.849

11.795

11.795

11.795

11.795

Naleving EV (per deelnemersrol)

39.547

10.704

52.188

55.400

55.400

55.400

55.400

Tarieven/uur

       

Laag

68

69

68

68

68

68

68

Midden

92

90

92

92

92

92

92

Hoog

116

109

116

116

116

116

116

Omzet per productgroep (x € 1000)

       

Naleving ETS

5.568

5.664

6.036

6.360

6.360

6.360

6.360

Naleving EV

3.191

3.403

3.601

3.601

3.601

3.601

3.601

Bijstook Biomassa

320

320

320

320

320

320

320

EH Portaal

  

1.090

560

   

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

59

64

64

64

64

64

64

Saldo van baten en lasten (%)

4,26%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Kwaliteitsindicatoren

       

Naleving ETS

       

% Vergunningsaanvragen binnen wettelijke termijn afgehandeld

100%

90%

90%

90%

90%

90%

90%

% Meldingen binnen wettelijke termijn afgehandeld

92%

80%

80%

80%

80%

80%

80%

% Jaarlijks uitgevoerd toezicht programma

93%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

% Vragen binnen de gestelde termijn afgerond

89%

80%

80%

80%

80%

80%

80%

Naleving EV

       

Opleveringsdatum rapportage Naleving jaarverplichting 2019 EV en brandstoffen luchtverontreiniging

6-7-2019

<15 juli

<15 juli

<15 juli

<15 juli

<15 juli

<15 juli

% Jaarlijks toezichtprogramma is uitgevoerd

144%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

% Vragen binnen de gestelde termijn afgerond

83%

80%

80%

80%

80%

80%

80%

Algemeen

       

Directe uren/totaal aantal gewerkte uren

58%

>70%

>70%

>70%

>70%

>70%

>70%

Toelichting

Naleving ETS

Het gaat hier om het percentage meldingen en vergunningen dat binnen de wettelijke termijn van acht weken is afgehandeld.

Naleving EV

Het gaat hier om het percentage van het totaal aantal tijdig opgeleverde rapportages naleving jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer en brandstoffen luchtverontreiniging.

Directe uren/totaal aantal gewerkte uren

Hieronder wordt verstaan het percentage van het totaal aantal directe uren gedeeld door het totaal aantal gewerkte uren van alle medewerkers (primair en secundair proces). Gewerkte uren is gelijkgesteld aan de beschikbare productieve uren op jaarbasis.

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

Tabel 67 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2021 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2019

1e suppletoire begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

       

Omzet

700.363

834.418

772.836

555.904

556.949

543.176

542.676

waarvan omzet moederdepartement

300.815

380.756

351.480

172.047

176.559

170.886

170.886

waarvan omzet overige departementen

365.040

418.706

386.137

352.021

350.654

350.654

350.654

waarvan omzet derden

34.508

34.956

35.219

31.836

29.736

21.636

21.136

Vrijval voorzieningen

1.344

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

1.901

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

56

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

703.664

834.418

772.836

555.904

556.949

543.176

542.676

        

Lasten

       

Apparaatskosten

690.769

821.091

757.779

540.847

536.892

518.119

512.619

Personele kosten

392.597

423.149

415.682

332.386

330.138

319.469

316.342

waarvan eigen personeel

302.058

321.756

326.360

281.496

279.767

271.558

269.152

waarvan inhuur externen

68.847

79.819

65.526

33.906

33.511

31.640

31.092

waarvan overige personele kosten

21.692

21.574

23.796

16.984

16.860

16.271

16.098

Materiële kosten

298.172

397.942

342.097

208.461

206.754

198.650

196.277

waarvan apparaat ICT

3.187

0

3.496

2.495

2.477

2.390

2.365

waarvan bijdrage aan SSO's

161.294

177.702

176.941

121.289

120.366

115.982

114.698

waarvan overige materiële kosten

133.691

220.240

161.660

84.677

83.911

80.278

79.214

Afschrijvingskosten

11.220

12.399

14.557

14.557

19.557

24.557

29.557

Materieel

934

812

557

557

557

557

557

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

Immaterieel

10.286

11.587

14.000

14.000

19.000

24.000

29.000

Dotaties voorzieningen

26

928

500

500

500

500

500

Overige kosten

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere lasten

1.045

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

183

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

703.243

834.418

772.836

555.904

556.949

543.176

542.676

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

421

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

421

0

0

0

0

0

0

Toelichting op de baten

Tabel 68 Omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2019

1e suppletoire begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

DG Bedrijfsleven en Innovatie

103.010

139.167

118.976

93.639

93.111

93.111

93.111

DG Klimaat en Energie

58.973

69.949

56.861

56.713

61.552

61.552

61.552

DG Groningen Bovengronds

106.485

153.180

150.386

0

0

0

0

DG Groningen Bovengronds kosten commissie

1.416

1.820

2.491

0

0

0

0

Chief Economist

10.829

10.598

11.232

10.161

10.362

4.689

4.689

Overig

20.102

6.042

11.534

11.534

11.534

11.534

11.534

Totaal

300.815

380.756

351.480

172.047

176.559

170.886

170.886

In deze begroting wordt uitgegaan van de bij de opdrachtgevende DG’s beschikbare budgetten ten tijde van het opstellen van deze begroting. Dat verklaart ook grotendeels het verschil met de omvang van de omzet bij de 1e suppletoire begroting 2020, waarbij de budgetten zijn aangepast aan de opdrachtverstrekking 2020. Daarnaast zijn in de 1e suppletoire begroting 2020 diverse meerwerkopdrachten verwerkt.

DG Bedrijfsleven en Innovatie (DG B&I)

RVO voert opdrachten voor het DG Bedrijfsleven & Innovatie (B&I) uit die zich richten op het versterken van de Nederlandse economie door vernieuwing op innovaties, technologieën en manieren van werken en samenwerken. Vernieuwing is onmisbaar in een wereld die steeds sneller verandert door mondialisering en technologische vernieuwing waaronder digitalisering. Ook is vernieuwing noodzakelijk als reactie op maatschappelijke uitdagingen zoals vergrijzing en klimaatverandering, en om de brede welvaart te behouden. De opdracht van DG B&I bevat tevens verschillende regelingen als onderdeel van het steunpakket naar aanleiding van het COVID-19 virus. De opdrachtenbundel is onder te verdelen in financiële instrumenten om innovaties te bevorderen, het beschermen van innovaties, het stimuleren van internationale samenwerking bij innovaties, het werven van buitenlandse bedrijven en het faciliteren van de transitie van bedrijven naar een koolstofarme economie.

DG Klimaat en Energie (DG K&E)

In opdracht van het DG Klimaat en Energie (K&E) draagt RVO bij aan het bereiken van klimaatneutraliteit en energieverduurzaming. Duurzame energieproductie, energiebesparing, energie-innovatie en een goed werkende energiemarkt en infrastructuur staan hierbij centraal. In toenemende mate is hierbij sprake van complexe opgaven door verwevenheid van duurzaamheidsdoelen op het gebied van energie, klimaat, mobiliteit, gebouwde omgeving, industrie en regio. RVO voert voor het DG K&E onder andere de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE+), het Expertisecentrum Warmte (ECW), de innovatie- en klimaatenveloppe regelingen van de Topsector Energie (TSE) en de Energie-investeringsaftrek (EIA) uit.

DG Groningen Bovengronds

De aanvragen tot schadevergoedingen door bodembeweging in het Groningse gasveld worden vanaf 1 juli 2020 afgehandeld door het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). RVO stelt hierbij personeel ter beschikking aan het Bureau IMG en levert ondersteunende diensten welke in het tarief vervat zijn. De uitvoeringskosten voor RVO ten behoeve van de ondersteuning van het bureau IMG worden door het IMG jaarlijks in de begroting opgenomen. Voor het 2021 is dit een raming die is omgeven met de nodige onzekerheden, aangezien er nieuwe regelingen worden geïntroduceerd: de Waardedalingsregeling en Immateriële schade, waar nog geen ervaringscijfers van beschikbaar zijn.

Chief Economist

RVO voert taken uit in opdracht van de Chief Economist en de directie Mededinging & Consumenten. Dit werkpakket bestaat uit twee componenten. Als eerste het beheer en de doorontwikkeling van TenderNed, het elektronisch systeem voor aanbesteden. Daarnaast geeft RVO advies en voorlichting over met name de aanbestedingswet door het delen van informatie via de website PIANOo.nl, door het beantwoorden van vragen hierover, en door bij te dragen aan het traject Beter Aanbesteden.

Overig

In opdracht van het moederdepartement worden inkooptaken uitgevoerd door het Inkoop Uitvoeringscentrum (IUC), dat is ondergebracht bij RVO. Daarnaast zijn hier de budgetten opgenomen voor de uitvoering van de Werkgroep Internationale Mobiliteit (WIM) en Expert National Detaché (END).

Tabel 69 Omzet overige departementen (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2019

1e suppletoire begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

203.537

226.633

210.753

195.732

195.732

195.732

195.732

Ministerie van Buitenlandse Zaken

104.397

121.031

112.599

95.408

94.041

94.041

94.041

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

26.556

40.910

33.391

33.391

33.391

33.391

33.391

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

17.986

18.125

19.500

17.500

17.500

17.500

17.500

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

4.256

3.953

3.853

3.930

3.930

3.930

3.930

Ministerie van Justitie en Veiligheid

604

861

861

878

878

878

878

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

206

244

245

249

249

249

249

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

6.565

3.205

3.333

3.399

3399

3399

3399

Overig

933

3.744

1.602

1.534

1.534

1.534

1.534

Totaal

365.040

418.706

386.137

352.021

350.654

350.654

350.654

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)

Vanuit een opgavegerichte houding voert RVO opdrachten uit voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in het kader van eerlijke en verantwoorde landbouw en visserij. Economisch perspectief, duurzaamheid en welzijn bij het produceren in verbondenheid door boeren, tuinders en vissers staan centraal. Belangrijk hierbij is het herstel en behoud van Nederlandse natuur. Een belangrijk doel is ook om de internationale koppositie van de agrarische sector te verstevigen met een nadruk op het benutten van kennis en innovatie. Daarmee draagt Nederland bij aan de aanpak van het wereldvoedselvraagstuk. Regelingen die worden uitgevoerd door RVO zijn onder andere het Europees Gemeenschappelijk Landbouw- en Visserijbeleid, de Mestwetgeving en het beleid met betrekking tot Visserij, Natuur en Dierenwelzijn & -gezondheid.

Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ)

RVO voert activiteiten uit op de beleidsterreinen van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking. Voor het DG Internationale Samenwerking (DGIS) is de expertise en inzet van RVO met name toegespitst op duurzame handel en investeringen, infrastructuur en ontwikkeling van de private sector, verbeterd waterbeheer, sanitatie en drinkwater, toegang tot duurzame energie en het tegengaan van klimaatverandering in ontwikkelingslanden. RVO voert voor het DG Buitenlandse Economische Betrekkingen (DGBEB) de opdracht Internationaal Ondernemen uit. Uitgangspunt bij deze opdracht is het bieden van een volledig pakket aan diensten (kennis & regelingen) aan ondernemers, hetgeen hen ondersteunt in alle opeenvolgende stappen die zij nemen bij het realiseren van omzet in dan wel met het buitenland.

In de loop van 2021 zal de, op het buitenland gerichte, financieringsinstelling Invest International worden opgericht. Daarmee zullen een aantal bestaande regelingen, die nu nog door RVO worden uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van BZ, overgaan naar de nieuwe instelling.

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)

RVO werkt voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan opdrachten op het gebied van wonen en de digitale overheid. Voor het DG Bestuur, Ruimte en Wonen voert RVO opdrachten in het kader van de beleidsdoelstellingen energietransitie in de gebouwde omgeving, leefbaarheid en bouwkwaliteit, woningmarkt, openbaar bestuur en democratie, ruimtelijke ordening en de omgevingswet. De opdrachten bevatten onder andere de subsidieregeling Energiebesparing Eigen Huis en de stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen. Voor het DG Overheidsorganisatie werkt RVO aan opdrachten in het kader van beleidsdoelstellingen op het gebied van informatiebeleid en de e-overheidsvoorzieningen. De opdrachten richten zich met name op informatievoorziening aan ondernemers en het beheer van systemen en websites. RVO werkt ook aan opdrachten voor het DG Koninkrijksrelaties in Caribisch Nederland en op Aruba, Curaçao en Sint-Maarten op het gebied van duurzame economische ontwikkeling (financiering, toerisme, landbouw, ondernemerschap stimulering).

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW)

De opdrachten die RVO voor het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) uitvoert zijn samen te vatten in drie maatschappelijke opgaven: (i) transitie naar een circulaire economie, (ii) slimme en groene mobiliteit en (iii) klimaatadaptatie. Voor de transitie naar circulaire economie voert RVO onder andere het Versnellingshuis Nederland Circulair! uit, voor mobiliteit onder andere de subsidieregeling elektrisch rijden voor particulieren en de LNG-subsidie, en voor klimaatadaptatie onder andere de Verbinding Topsector Water en Maritiem en Water as Leverage. Sommige instrumenten die RVO voor het Ministerie van IenW uitvoert zijn generieker en dragen bij aan alle bovengenoemde transities, zoals bijvoorbeeld de MIA\Vamil, GroenBeleggen, Interreg en Horizon 2020.

Tabel 70 Omzet derden (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2019

1e suppletoire begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Europese Unie

2.385

4.377

4.889

4.989

4.989

4.989

4.989

Provincies

29.111

28.799

27.186

23.700

21.600

13.500

13.000

Overig

3.012

1.780

3.144

3.147

3.147

3.147

3.147

Totaal omzet derden

34.508

34.956

35.219

31.836

29.736

21.636

21.136

De omzet derden heeft betrekking op opdrachten voor de Europese Unie, de provincies en een aantal kleinere opdrachtgevers waaronder gemeenten. De opdracht voor de provincies bevat onder andere de omzet voor het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer en tevens de omzet voor de uitvoering van het Plattelands-ontwikkelingsprogramma 3 (POP3) van het Ministerie van LNV.

Toelichting op de lasten

Personele kosten

Door het lagere opdrachtenpakket in 2021 ten opzichte van de begroting 2020 (tot en met de 1e suppletoire) dalen de personele kosten met € 14,0 mln. Een reden hiervoor is dat in deze begroting wordt uitgegaan van de bij de opdrachtgevende DG’s beschikbare budgetten ten tijde van het opstellen van deze begroting. De personele kosten in de 1e suppletoire begroting van 2020 zijn reeds aangepast aan de definitieve opdrachtverlening 2020 dan wel meerwerkopdrachten. De inzet van RVO is om de daling van de personeelskosten in de jaren na 2021 zoveel mogelijk via een afname van externe inhuur te realiseren.

Materiële kosten

De totale materiële kosten zijn voor 2021 geraamd op € 284,4 mln. Dit is een daling van € 113,5 mln ten opzichte van de begroting 2020 (tot en met de 1e suppletoire). Hiervoor geldt dezelfde verklaring als benoemd in de toelichting op de personele kosten. De materiële kosten zijn onder te verdelen in directe en indirecte materiële kosten. De daling vindt met name plaats binnen de directe materiële kosten welke direct verband houden met de uitvoering van opdrachten. Een ander onderdeel van de materiële kosten vormen de bijdragen aan Shared Service Organisaties (SSO’s), welke in 2020 totaal € 162,0 mln bedragen. Deze bestaan uit kosten voor producten en diensten van DICTU en het Rijksvastgoedbedrijf voor de huisvestingskosten. Daarnaast zijn op basis van voortschrijdend inzicht automatiseringskosten (niet zijnde DICTU kosten) die voorheen onder bijdrage aan SSO’s vielen, nu begroot onder apparaat ICT.

Tabel 71 Kasstroomoverzicht over het jaar 2021 (bedragen x € 1.000)
  

Stand slotwet 2019

1e suppletoire begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

125.906

109.085

112.718

112.669

113.326

113.143

113.220

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

692.268

834.418

772.836

555.913

556.958

543.185

542.685

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 704.081

‒ 822.019

‒ 758.279

‒ 541.356

‒ 537.400

‒ 518.628

‒ 513.128

2.

Totaal operationele kasstroom

‒ 11.813

12.399

14.557

14.557

19.558

24.557

29.557

 

-/- totaal investeringen

‒ 5.570

‒ 29.200

‒ 29.200

‒ 29.200

‒ 29.200

‒ 29.200

‒ 29.200

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

1.128

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 4.442

‒ 29.200

‒ 29.200

‒ 29.200

‒ 29.200

‒ 29.200

‒ 29.200

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

1.511

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

‒ 7.677

‒ 8.766

‒ 14.606

‒ 13.900

‒ 19.740

‒ 24.480

‒ 29.200

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

5.600

29.200

29.200

29.200

29.200

29.200

29.200

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 566

20.434

14.594

15.300

9.460

4.720

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

109.085

112.718

112.669

113.326

113.144

113.220

113.577

De investeringen worden voor 2021 tot en met 2025 op € 29,2 mln geraamd, dit is hetzelfde bedrag als is opgenomen in de eerste suppletoire begroting 2020. De investeringen worden gefinancierd via de leenfaciliteit van Ministerie van Financiën. Vanwege een hoger investeringsbedrag in 2021 ten opzichte van voorgaande jaren, neemt daardoor het aflossingsbedrag de komende jaren toe.

Tabel 72 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

Stand slotwet 2019

Vastgestelde begroting 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Inputindicatoren

       

Kernindicatoren

       

Verhouding direct/indirect personeel

83%

84%

84%

84%

84%

84%

84%

        

Outputindicatoren

       

Kernindicatoren

       

Tariefindex in reële termen

100,1%

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

3.906

3.569

3.917

3.525

3.525

3.525

3.525

Saldo van baten en lasten (%)

0,1%

      
        

Kwaliteitsindicatoren

       

Kernindicatoren

       

Klanttevredenheid

7,4

7,3

7,3

7,3

7,3

7,3

7,3

Gehonoreerde bezwaarschriften

36,0%

25,0%

25,0%

25,0%

25,0%

25,0%

25,0%

RVO maakt haar overhead inzichtelijk met de indicator die het percentage geeft van de directe personele kosten als onderdeel van de totale personele kosten. Hoe hoger dit percentage van directe personele kosten, hoe lager de overhead. RVO streeft voor het totaal van de organisatie naar een percentage van 84% (overhead: 16%). Daarnaast verwacht RVO de fluctuaties in het opdrachtenpakket op te vangen met externe inhuur. Hierdoor zal onder verder gelijkblijvende omstandigheden de ambtelijke bezetting in grote lijnen stabiel blijven vanaf 2021. De klanttevredenheid meet RVO per kwartaal.

6. Bijlagen

Bijlage 1: ZBO's en RWT's

Tabel 73 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat)

Naam organisatie

RWT/ZBO

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen

Uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet

Volgende evaluatie ZBO

Centraal Bureau voor de Statistiek

RWT/ZBO

1

154.210

Kamerstuk 25 268, nr. 148

2021

Edelmetaal Waarborg Nederland

RWT/ZBO

 

Geen bijdrage

 

2022

Examinerende instanties als bedoeld in artikel 19 van de Examenregeling frequentiegebruik 2008

RWT

 

Geen bijdrage

Evaluatieplicht niet van toepassing

 

Kamer van Koophandel

ZBO

2

118.5951

Kamerstuk 32 637, nr. 302

 

Keuringsinstanties als bedoeld in artikel 10.3 Telecommunicatiewet

ZBO

 

Geen bijdrage

Evaluatieplicht niet van toepassing

 

Nederlandse Emissieautoriteit

ZBO

4

200

Kamerstuk 25 268, nr. 168

 

Raad voor de Accreditatie

RWT/ZBO

1

271

Kamerstuk 25 268, nr. 136

2020

Bestuur Autoriteit Consument en Markt

ZBO

1

761

Kamerstuk 25 268, nr. 132

2020

Instituut Mijnbouwschade Groningen

ZBO

5

2

 

2025

Stichting COVA

RWT

4

111.000

Kamerstuk 32 489, nr, 131

 

TNO

RWT/ZBO

2 en 4

209.403

Evaluatieplicht niet van toepassing

 

VSL

RWT

1

9.741

Evaluatieplicht niet van toepassing

 

De in het kader van de Metrologiewet art. 11 en 12 aangewezen instanties en erkende keurders

ZBO

 

Geen bijdrage

Kamerstuk 33 159, nr. 3

2024

WaarborgHolland

RWT/ZBO

 

Geen bijdrage

 

2022

X Noot
1

Dit bedrag is exclusief budgetfinanciering van het Handelsregister groot € 4.903.000.

X Noot
2

Het budget voor Instituut Mijnbouwschade Groningen na 2020 staat gereserveerd op de Aanvullende Post en wordt in 2021 overgeheveld naar de begroting van EZK.

Tabel 74 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder andere ministeries)

Naam organisatie

Ministerie

RWT/ZBO

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen

NWO-TTW

OCW

ZBO

2

25.476

Bijlage 2: Verdiepingsbijlage

Beleidsartikel 1 Goed functionerende economie en markten
Tabel 75 Uitgaven beleidsartikel 1 (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

215.326

220.465

215.528

215.436

215.480

 

Mutatie Nota van Wijziging 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

7.226

3.143

6.123

6.324

660

 

Mutatie 3e incidentele suppletoire begroting 2020

1.804

0

0

0

0

 

Mutatie 4e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 5e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Nieuwe mutaties

      

Caribisch Nederland Telecom

 

3.000

    

EU-cofinanciering Digital Europe

 

5.000

15.000

15.000

15.000

 

Loon- en prijsbijstelling

6.046

6.070

5.927

5.920

5.920

 

Overig

1.138

1.350

1.350

1.350

1.350

 

Stand ontwerpbegroting 2021

231.540

239.028

243.928

244.030

238.410

222.989

Caribisch Nederland Telecom

Omdat de vaste lasten van essententiele diensten, zoals telecommunicatie, op Caribisch Nederland relatief hoog zijn en deze diensten in deze moeilijke tijd meer dan ooit nodig zijn (homescholing, thuiswerken), heeft het kabinet in 2020 maatregelen genomen om de kosten van deze diensten te verlagen. Van mei tot en met december 2020 was 25 USD per aansluiting per maand beschikbaar om de kosten van een vaste internetverbinding te verlagen. Deze tijdelijke maatregel wordt in 2021 tijdelijk grotendeels gecontinueerd, maar omdat internet Bovenwinds aanzienlijk duurder is in verband met de kleine schaal wordt bezien of differentiering tussen de eilanden zal plaatsvinden.

EU-cofinanciering Digital Europe

Het Digital Europe Programma (DEP) is een nieuw programma binnen het MFK (Meerjarig Financieel Kader voor Europa) om het innovatie & concurrentievermogen van de EU te verhogen en de strategische digitale capaciteiten te verstevigen. Dit is aanvullend aan het Horizon Europe Programma, dat zich meer richt op ‘onderzoek en innovatie’. De voorgestelde prioriteiten binnen het programma zijn onder meer: Artificiële Intelligence, Cybersecurity en vertrouwen, Digitale vaardigheden voor gevorderden en European Digital innovation Hubs.

Loon- en prijsbijstelling

De bij 1e suppletoire begroting 2020 ontvangen loon- en prijsbijstelling is verdeeld over de diverse instrumenten.

Tabel 76 Ontvangsten beleidsartikel 1(bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

31.934

31.934

31.934

31.934

31.934

 

Mutatie Nota van Wijziging 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

20

0

0

0

0

 

Mutatie 3e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 4e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 5e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Nieuwe mutaties

      

Veiling 5G kavels

822.586

407.924

    

Stand ontwerpbegroting 2021

854.540

439.858

31.934

31.934

31.934

31.934

Veiling 5G kavels

Deze mutatie betreft de opbrengst van de veilingen van de zogenoemde frequentiebanden voor 700, 1400 en 2100 Megahertz, waarvan een gedeelte in 2020 wordt ontvangen.

Beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei
Tabel 77 Uitgaven beleidsartikel 2 (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

1.075.493

1.026.507

1.024.090

1.036.761

1.026.736

 

Mutatie Nota van Wijziging 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie incidentele suppletoire begroting 2020

609.000

0

0

0

0

 

Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2020

2.375.000

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

15.751

‒ 10.040

387

8.934

15.254

 

Mutatie 3e incidentele suppletoire begroting 2020

204.000

0

0

0

0

 

Mutatie 4e incidentele suppletoire begroting 2020

1.500.000

50.000

0

0

0

 

Mutatie 5e incidentele suppletoire begroting 2020

‒ 942.700

1.642.200

200.000

200.000

100.000

 

Nieuwe mutaties

      

Noodloket (TOGS)

‒ 775.000

     

Urgendamaatregelen industrie

5.500

49.500

0

0

0

 

Bevorderen Ondernemerschap

‒ 40.000

0

0

0

0

 

Bedrijfssteun

40.000

0

0

0

0

 

Bedrijfssteun

‒ 100.000

100.000

    

Verduurzaming industrie

0

‒ 10.000

‒ 10.000

0

0

 

Urgendamaatregelen industrie

0

10.000

10.000

0

0

 

Omscholing tekortsectoren

 

37.500

    

EU-cofinanciering

 

28.000

54.000

40.000

21.000

 

Loon- en prijsbijstelling

21.111

20.545

20.409

20.330

20.135

 

PPS-toeslag

‒ 25.000

 

12.000

8.000

5.000

 

Bijdrage aan TNO

18.300

     

Overig

9.920

6.784

6.184

5.034

5.809

 

Stand ontwerpbegroting 2021

3.991.375

2.950.996

1.317.070

1.319.059

1.193.934

1.167.780

Noodloket (TOGS)

Het budget wordt verlaagd in verband met neerwaartse bijstelling van de geraamde uitgaven, deze verlaging vloeit terug naar het generale beeld. Na de laatste uitbetalingen wordt de eindbalans opgemaakt, waarna een tekort generaal wordt aangevuld en een overschot terugvloeit naar het generale beeld.

Urgendamaatregelen industrie

Vanaf de aanvullende post worden middelen overgeboekt naar de EZK begroting voor 'stimulering specifieke maatregelen industrie'.

Bevorderen Ondernemerschap / Bedrijfssteun

De € 40 mln die bij de 3e incidentele suppletoire begroting ten behoeve van Royal IHC zijn toegevoegd aan de begroting worden ingezet onder het financiele instrument 'leningen'. Daarnaast wordt € 100 mln aan kasbudget ten behoeve van de lening aan Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR) verschoven naar 2021 omdat de verwachting is dat SGR pas in 2021 aanspraak zal maken op de lening.

Verduurzaming industrie / Urgendamaatregelen industrie

Deze mutatie betreft alternatieve inzet voor doelen klimaatakkoord industrie middels nieuwe openstelling en verlenging van de VEKI-regeling.

Omscholing naar tekortsectoren

Tegenover de stijgende werkloosheid die de komende tijd verwacht wordt, staat dat verschillende sectoren nog altijd hard op zoek zijn naar arbeidskrachten. In sommige gevallen vereist dat intersectorale omscholing, die bewezen moeilijk is en nog onvoldoende van de grond komt. Het gaat daarbij ook om banen die essentieel zijn om de klimaat- en energietransitie uit te voeren. Mkb-ondernemers zijn extra kwetsbaar als het gaat om het vinden en opleiden van geschikt personeel. Daarom wordt in 2021 € 37,5 mln. beschikbaar gesteld voor intersectorale scholing naar tekortberoepen in het mkb. Hiermee kunnen 10.000 trajecten met een gemiddeld subsidiebedrag van € 3.750,- per stuk worden gesubsidieerd, zijnde 50% van de verwachte gemiddelde kosten van een omscholingstraject van € 7.500,- per individu. De werkgever draagt zelf zorg voor de overige 50% (d.w.z. uit eigen middelen, sectorale opleidings- en ontwikkelingsfondsen of andere samenwerkingsverbanden).

EU-cofinanciering

Dit betreft de middelen voor cofinanciering van Europese programma's gericht op regionale ontwikkeling en onderzoek en innovatie. Dit biedt Nederlandse deelnemers een grotere slaagkans in de Europese calls for proposals, waarmee er meer Europese middelen worden geïnvesteerd in Nederlandse bedrijven, universiteiten en andere deelnemers. In 2021 is voor deze programma's in totaal € 155 mln verplichtingenbudget beschikbaar dit betreft EFRO (REACT EU € 30 mln), Cofinanciering Fonds voor Rechtvaardige Transitie (JTF, € 60 mln), Horizon partnerschappen (€ 45 mln) en het Europese Defensie Fonds (€ 20 mln). De kasuitfinanciering vindt verspreid over de komende jaren plaats, conform het weergegeven kasritme.

Loon- en prijsbijstelling

De bij 1e suppletoire begroting 2020 ontvangen loon- en prijsbijstelling is verdeeld over de diverse instrumenten.

PPS-toeslag

Vanwege een vertraging in de uitfinanciering van de PPS-toeslag worden deze kasmiddelen meerjarig in de tijd gespreid.

Bijdrage aan TNO

Van artikel 4 wordt budget overgeheveld voor investeringen in de infrastructuur van laboratoria van TNO.

Tabel 78 Ontvangsten beleidsartikel 2 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

129.867

111.863

105.672

107.145

106.249

 

Mutatie Nota van Wijziging 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

22.600

1.875

1.875

1.875

1.300

 

Mutatie 3e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 4e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 5e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Nieuwe mutaties

      

Overbruggingsfaciliteit IHC

 

40.000

    

Bedrijfssteun / SGR

  

32.000

32.000

32.000

 

Overig

266

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2021

152.733

153.738

139.547

141.020

139.549

137.536

Overbruggingsfaciliteit IHC

Dit betreft de raming van de aflossing van de overbruggingsfaciliteit door Royal IHC.

Bedrijfssteun / SGR

Dit betreft de raming van de terugbetalingen op de leningen aan SGR en kleine garantiefondsen/regelingen in de reisbranche.

Beleidsartikel 3 Toekomstfonds
Tabel 79 Uitgaven beleidsartikel 3 (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

184.452

169.678

164.062

152.777

152.772

 

Mutatie Nota van Wijziging 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2020

100.000

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

152.278

‒ 1.500

‒ 1.500

‒ 1.500

‒ 1.500

 

Mutatie 3e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 4e incidentele suppletoire begroting 2020

200.000

0

0

0

0

 

Mutatie 5e incidentele suppletoire begroting 2020

75.000

75.000

0

0

0

 

Nieuwe mutaties

      

Fund to Fund

3.800

0

0

0

0

 

ROM's

18.905

10.000

0

0

0

 

Co-investment venture capital instrument / EIF

‒ 32.462

‒ 10.154

0

0

0

 

Innovatiekrediet

0

‒ 7.500

0

0

0

 

Seed Capital

15.000

0

0

0

0

 

Vroege fase / inormal investors

‒ 5.038

6.154

7.000

7.000

0

 

Thematische Technology Transfer (subsidie)

‒ 14.377

3.281

2.916

2.916

2.916

 

Thematische Technology Transfer (leningen)

‒ 27.548

7.773

7.364

6.955

4.284

 

Fundamenteel en toegepast onderzoek

‒ 6.452

6.452

0

0

0

 

Onco Research

‒ 2.622

531

‒ 69

1.170

630

 

ROM's

‒ 16.000

0

12.000

4.000

0

 

Bijdrage RVO.nl

‒ 5.350

5.350

0

0

0

 

Overig

‒ 199

251

251

251

251

 

Stand ontwerpbegroting 2021

639.387

265.316

192.024

173.569

159.353

157.602

Fund to Fund

Deze mutatie betreft het opnieuw inzetten van terug te ontvangen middelen (zie ontvangsten).

ROM's

Deze mutatie betreft het opnieuw inzetten van terugontvangen middelen als gevolg van het beëindigen van het Innovatiefonds Noord-Nederland (zie ontvangsten). De middelen zijn als kapitaal gestort in de NOM. Daarnaast is € 20 mln verspreid over 2 jaar beschikbaar gesteld aan de BOM voor een investering ten behoeve van het fotonica ecosysteem.

Co-investment venture capital instrument / EIF

Deze mutatie betreft de verdeling van de middelen van het Co-investment venture capital instrument / EIF ten behoeve van de Seed Capital regeling, de regeling Vroegefasefinanciering en een investering ten behoeve van het fotonica ecosysteem. Het Co-investment venture capital instrument is conform de machtigingswet Invest-NL overgedragen aan Invest-NL.

Innovatiekrediet

Deze middelen worden via de BOM ingezet voor een investering ten behoeve van het fotonica ecosysteem.

Seed Capital regeling

Deze middelen zijn afkomstig uit het Co-investment venture capital instrument / EIF en worden ingezet voor de Seed Capital regeling.

Vroege fase / informal investors

Deze middelen zijn ondermeer afkomstig uit het Co-investment venture capital instrument / EIF en worden ingezet voor de regeling Vroegefasefinanciering. Tevens worden de middelen aangepast naar het jaar waarin ze benodigd zijn.

Thematische Technology Transfer Voor zowel het subsidie als het leningen gedeelte wordt de raming van de middelen aangepast naar het jaar waarin ze nodig zijn.

Fundamenteel en toegepast onderzoek

Een deel van de middelen voor de regeling Toekomstfondskrediet Onderzoeksfaciliteiten wordt via een kasschuif verschoven naar 2021.

Onco Research

De kasmiddelen voor Onco Research worden meerjarig verspreid in het verwachte ritme van uitfinanciering.

ROM's

De middelen voor de aanvullend geplande kapitaalstortingen in de ROM's Utrecht en Flevoland worden verschoven naar de jaren waarin de aanvullende stortingen naar verwachting zullen plaatsvinden.

Bijdrage RVO.nl

De middelen die meerjarig nodig zijn voor de uitvoeringskosten van de TTT-regeling en Onco Research worden doorgeschoven naar 2021.

Tabel 80 Ontvangsten beleidsartikel 3 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

34.600

44.000

45.300

50.200

50.300

 

Mutatie Nota van Wijziging 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

15.000

0

0

0

0

 

Mutatie 3e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 4e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 5e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Nieuwe mutaties

      

ROM's

8.905

0

0

0

0

 

Fund to Fund

3.800

0

0

0

0

 

COL

  

30.000

30.000

30.000

 

Stand ontwerpbegroting 2021

62.305

44.000

75.300

80.200

80.300

262.100

ROM's

Deze mutatie betreft de terugontvangst van een lening in het kader van het Innovatiefonds Noord-Nederland.

Fund to Fund

Deze mutatie betreft de terugontvangst van het Dutch Venture Initiative.

Coronaoverbruggingsleningen (COL)

Dit betreft de raming van de aflossingen van de aan de ROM’s verstrekte leningen voor het uitvoeren van de Coronaoverbruggingsleningen. Als meer duidelijkheid bestaat over de verliespercentages op deze leningen zal de raming daarop worden aangepast.

Beleidsartikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering
Tabel 81 Uitgaven beleidsartikel 4 (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

3.671.790

3.790.555

3.854.573

4.406.585

4.489.284

 

Mutatie Nota van Wijziging 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2020

100.000

0

0

0

0

 

Mutatie incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

‒ 17.000

‒ 625.127

48.944

7.399

‒ 7.820

 

Mutatie 3e incidentele suppletoire begroting 2020

5.340

0

0

0

0

 

Mutatie 4e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 5e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Nieuwe mutaties

      

Onderuitputting op de SDE, SDE+, de HER en de ISDE

‒ 1.167.657

     

Storting reserve duurzame energie

1.167.657

     

Infrastructuur laboratoria TNO

‒ 18.300

     

ETS-compensatie

 

179.000

    

Beleidsdeelneming Bonaire

9.000

     

Klimaatakkoordmiddelen voor ECW

 

7.500

    

Bijdrage aan NEa

1.145

1.090

560

   

Urgenda 2.0

2.520

2.680

    

Bijdrage aan COVA

‒ 10.000

     

Caribisch Nederland

 

8.000

    

Nationale co-financiering EU Innovation fund

 

5.000

20.000

10.000

10.000

 

Overige

‒ 5.000

4.392

3.400

1.190

‒ 2.310

 

Stand ontwerpbegroting 2021

3.739.495

3.373.090

3.927.477

4.425.174

4.489.154

4.319.797

Onderuitputting op de SDE, SDE+, de HER en de ISDE

De budgetten voor de SDE/SDE+, de HER en de ISDE worden voor 2020 afgeroomd naar de geprognotiseerde bedragen. De verwachte onderuitputting wordt in zijn geheel in de begrotingsreserve duurzame energie gestort.

Storting reserve duurzame energie

Betreft het voornemen om € 1.168 mln te storten in de begrotingsreserve duurzame energie naar aanleiding van de verwachte onderuitputting op de SDE/SDE+, de HER en de ISDE.

Infrastructuur laboratoria TNO

Er wordt € 18,3 mln overgeheveld naar beleidsartikel 2 voor de investering in de infrastructuur van laboratoria van TNO.

ETS-compensatie

De subsidieregeling indirecte emissiekosten ETS uit het Energieakkoord biedt bedrijven die gevoelig zijn voor carbon leakage en deelnemen aan een convenant ter bevordering van energie-efficiëntie compensatie voor hogere eiektriciteitskosten als gevolg van EU-emissiehandel. Mede door de gestegen ETS-prijs is er een tekort ontstaan in 2020. Om dit op te lossen zijn alle beschikbare middelen voor ETS-nadeelcompensatie van 2021 naar 2020 geschoven, zodat er in 2020 naar verwachting voldoende budget is. Gevolg is dat in het jaar 2021 geen budget meer voor deze regeling beschikbaar is. Het verwachte tekort, gebaseerd op het gebruik van de regeling in voorgaande jaren en de vastgestelde ETS-prijs, is € 179 mln en wordt vanuit de algemene middelen aan de EZK-begroting toegevoegd.

Beleidsdeelneming Bonaire

Voor de in 2020 op te richten deelneming in de opslag van brandstof op Bonaire leveren IenW en EZK eigen vermogen aan. IenW heeft € 5 mln overgeheveld naar EZK, waarvan € 4,5 mln ten behoeve van in te brengen eigen vermogen. Vanuit andere beleidsartikelen binnen de EZK-begroting is € 4 mln beschikbaar gesteld.

Klimaatakkoordmiddelen Expertisecentrum Warmte (ECW)

Voor het expertisecentrum wordt € 7,5 mln beschikbaar gesteld. Hiervan is € 6 mln beleidsbudget en € 1,5 mln RVO-uitvoeringsbudget.

Bijdrage aan agentschap NEa

Vanuit het ICT-Ontwikkelbudget op artikel 40 wordt over de jaren 2020 tot en met 2022 in totaal € 2,8 mln overgeheveld naar de NEa, ter financiering van ICT-investeringen op het vlak van het emissiehandelssysteem. Hiermee ontstaat een toekomstbestendige applicatie welke zorgt voor kwalitatieve data en verbeterde toegang en controle hiervan.

Urgenda 2.0

Voor het aanvullende Urgenda-pakket, waarover op 24 april 2020 is gecommuniceerd (Kamerstuk 32 813, nr. 496), zijn middelen van de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financien aan de EZK-begroting toegevoegd. Hiermee wordt de ondersteuning van de uitvoering van de energiebesparingsverplichting (Wm+) verder versterkt via Rijkswaterstaat en wordt een strengere controle op F-gassen ondersteund via de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).

Bijdrage aan COVA

Als gevolg van de coronacrisis is er minder getankt. Hierdoor is er minder voorraadheffing opgehaald en wordt er ook minder uitgekeerd aan COVA voor het aanhouden van een strategische olievoorraad voor Nederland.

Caribisch Nederland

In het kader van het corona-herstelpakket wordt € 8 mln aan de begroting van 2021 toegevoegd om de netbeheertarieven in Caribisch Nederland op 0 te kunnen zetten, net als in 2020.

Nationale co-financiering EU Innovation fund

Vanuit het groen herstel pakket wordt € 50 mln toegevoegd aan artikel 4 ten behoeve van nationale cofinanciering voor het EU Innovation Fund.

Overige

De bedragen bij de overige mutaties betreffen voornamelijk de de loon- en prijsbijstelling van de agentschappen, TNO en NRG.

Tabel 82 Ontvangsten beleidsartikel 4 (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

3.387.161

3.152.011

3.176.011

3.852.311

4.016.011

 

Mutatie Nota van Wijziging 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2020

100.000

0

0

0

0

 

Mutatie incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

139.375

235.760

80

80

80

 

Mutatie 3e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 4e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 5e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Nieuwe mutaties

      

Bijstelling ETS-raming

‒ 70.000

‒ 10.000

50.000

10.000

  

Overige

467

1.600

    

Stand ontwerpbegroting 2021

3.557.003

3.379.371

3.226.091

3.862.391

4.016.091

3.922.091

Bijstelling ETS-raming

Op basis van nieuwe ETS-ramingen worden de huidige ramingen in de begroting aangepast. Dit betreft een nieuwe raming van de prijzen, die door de Corona-crisis zijn gedaald. Daarnaast is er een nieuwe raming van de hoeveelheid te veilen rechten, die afhankelijk is van het marktstabiliteitsmechanisme (market stability reserve).

Beleidsartikel 5 Een veilig Groningen met perspectief
Tabel 83 Uitgaven beleidsartikel 5 (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

264.781

263.739

49.361

34.014

31.680

 

Mutatie Nota van Wijziging 2020

‒ 98.704

‒ 97.663

‒ 35.615

‒ 34.014

‒ 31.680

 

Mutatie amendement 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 2e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2020

196.178

1.700

1.700

0

0

 

Mutatie 3e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 4e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutatie 5e incidentele suppletoire begroting 2020

0

0

0

0

0

 

Nieuwe mutaties

      

Schadevergoedingen

90.000

150.000

    

Waardedaling Groningen

298.000

245.000

    

Immateriële schade Groningen

5.000

100.000

    

Uitvoeringskosten RVO

12.000

55.000

    

Overige mutaties

‒ 6.807

4.237

1.126

2

2