Gepubliceerd: 31 augustus 2020
Indiener(s): Hans Vijlbrief (staatssecretaris financiƫn) (D66), Kajsa Ollongren (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (D66)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35544-2.html
ID: 35544-2

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van het gemeentefonds.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2 van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.

Wetsartikel 3

Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet hebben gemeenten gezamenlijk recht op het bedrag dat in de begroting als verplichting voor het totaal van de algemene uitkering c.a. en de aanvullende uitkeringen is opgenomen. Ingevolge artikel 5, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet hebben de gemeenten gezamenlijk recht op de bedragen die in de begroting als verplichting voor het totaal van de integratie-uitkeringen en het totaal van de decentralisatie-uitkeringen zijn opgenomen.

De in dit wetsartikel opgenomen bedragen zijn niet rechtstreeks uit de begrotingsstaat af te leiden. De bedragen worden nader onderbouwd in deze memorie van toelichting.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

De Staatssecretaris van Financiën, J.A. Vijlbrief

B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

Artikel 1 Gemeentefonds

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na suppletoire begrotingen1

Mutaties 2e ISB

Stand 2e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

31.901.410

32.762.308

303.275

33.065.583

160.000

0

0

0

                 

Uitgaven

31.901.410

32.848.676

303.275

33.151.951

160.000

0

0

0

Waarvan juridisch verplicht

100%

   

100%

       
                 

Opdrachten

1.261

2.005

0

2.005

0

0

0

0

Kosten Financiële-verhoudingswet

1.261

2.005

0

2.005

0

0

0

0

                 

Bijdragen aan medeoverheden

31.900.149

32.846.671

303.275

33.149.946

160.000

0

0

0

Algemene uitkering c.a. en de aanvullende uitkeringen

26.354.315

26.557.709

204.300

26.762.009

160.000

0

0

0

Integratie-uitkeringen

4.461.903

4.728.118

50.000

4.778.118

0

0

0

0

Decentralisatie-uitkeringen

1.083.931

1.560.844

48.975

1.609.819

0

0

0

0

                 

Ontvangsten

31.901.410

32.848.676

303.275

33.151.951

160.000

0

0

0

X Noot
1

Eerste suppletoire begroting (Kamerstukken II 2019/20, 35450 B, nr. 1) en 1e ISB 2020 (Kamerstukken II 2019/20, 35480, nr. 1)

Toelichting algemeen

Het kabinet heeft een tweede pakket maatregelen getroffen om gemeenten en provincies te compenseren voor de financiële gevolgen van de coronacrisis. In tabel 2 zijn deze maatregelen opgenomen, voor zover de financiering direct via het gemeentefonds verloopt. Onder de tabel worden de verschillende maatregelen kort toegelicht. Een uitgebreide toelichting is opgenomen in de kamerbrief «Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden augustus 2020».

Tabel 2 Mutaties artikel 1 gemeentefonds (bedragen x € 1.000)
 

Uitgaven 2020

Uitgaven 2021

Vastgestelde begroting 2020

31.901.410

31.744.803

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

428.266

– 313.879

Mutaties 1e incidentele suppletoire begroting 2020

519.000

0

Stand na suppletoire begrotingen 2020

32.848.676

31.430.924

     

Mutaties 2e incidentele suppletoire begroting

   

1) Precariobelasting en markt- en evenementenleges

20.000

 

2) Lokale culturele voorzieningen

60.000

 

3) Buurt- en dorpshuizen

17.000

 

4) Toezicht en handhaving

50.000

 

5) Vrijwilligersorganisaties Jeugd

7.300

 

6) Verkiezingen

28.975

 

7) Sociale werkbedrijven

50.000

 

8) Incidenteel schrappen opschalingskorting

70.000

160.000

Stand 2e incidentele suppletoire begroting 2020

33.151.951

31.590.924

Toelichting mutaties

1) Inkomstenderving precariobelasting en markt- en evenementenleges

Door de corona-maatregelen waren er in de periode van 1 maart tot 1 juni geen terrassen opgesteld en zijn er geen markten- en evenementen geweest. Gemeenten zijn daardoor geconfronteerd met een terugval van inkomsten uit terrasprecario en uit markt- en evenementenleges. Het kabinet heeft besloten de gemeenten voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 1 juni 2020 voor dit doel te compenseren voor een bedrag van € 20 mln. Dit bedrag wordt uitgekeerd in de vorm van een decentralisatie-uitkering.

2) Lokale culturele voorzieningen

Eerder heeft het kabinet de gemeenten, voor de periode van medio maart tot en met 1 juni 2020, € 60 mln. verstrekt voor de borging van de lokale en regionale culturele infrastructuur. Deze organisaties missen onder andere inkomsten uit kaartverkoop en horeca, terwijl de vaste lasten zoals huisvesting en beveiliging doorlopen. Het kabinet stelt aan gemeenten nogmaals € 60 mln. beschikbaar voor de periode van 1 juni tot en met 31 december 2020. Dit bedrag zal worden toegevoegd aan de algemene uitkering.

3) Buurt- en dorpshuizen

Het kabinet stelt € 17 mln. voor 2020 beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra uitgaven voor de dorps- en buurthuizen. De extra uitgaven bestaan onder andere uit het kwijtschelden van huur en het compenseren van tegenvallende inkomsten uit bijvoorbeeld horeca en zaalverhuur van buurt- en dorpshuizen. Dit bedrag zal worden toegevoegd aan de algemene uitkering.

4) Toezicht en handhaving

Het kabinet stelt € 50 mln. voor 2020 beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra toezicht- en handhavingskosten als gevolg van onder andere de extra inzet van boa’s en de extra verkeersmaatregelen. Ook dit bedrag zal worden toegevoegd aan de algemene uitkering.

5) Vrijwilligersorganisaties Jeugd

Het kabinet stelt € 7,3 miljoen beschikbaar om lokale vrijwilligersorganisaties, zoals de scouting en speeltuinen, te compenseren. Hiermee wordt opvolging gegeven aan de motie van het lid Peters c.s. Dit bedrag zal worden toegevoegd aan de algemene uitkering.

6) Verkiezingen

Het kabinet stelt € 29 mln. beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra kosten bij de herindelingsverkiezingen in november 2020 en de Tweede Kamer-verkiezing in 2021 als gevolg van de corona-maatregelen. De extra kosten hangen onder meer samen met aanvullende kosten voor de inrichting van stemlokalen, voor het mogelijk moeten huren van alternatieve locaties die in de coronacrisis beter geschikt zijn om als stemlokaal in te richten, voor toegankelijkheid van die locaties en voor de aanvullende werkzaamheden die gemeenten moeten doen ter voorbereiding van de verkiezingen. Dit bedrag wordt uitgekeerd in de vorm van een decentralisatie-uitkering.

7) Sociale werkbedrijven

Eerder heeft het kabinet de gemeenten, voor de periode van 1 maart tot 1 juni 2020, € 90 mln. verstrekt voor het opvangen van de exploitatietekorten van de Sociale Werkbedrijven. Het kabinet stelt voor ditzelfde doel aanvullend € 50 mln. beschikbaar voor de periode van 1 juni tot en met 31 december 2020. Dit bedrag zal worden toegevoegd aan de integratie-uitkering Participatie via een verhoging van de Rijksbijdrage Wsw.

8) Incidenteel schrappen opschalingskorting

Gezien de toegenomen financiële druk bij gemeenten door corona heeft het kabinet besloten de oploop in de opschalingskorting voor gemeenten in de jaren 2020 en 2021 incidenteel te schrappen. Dit leidt tot een verhoging van de algemene uitkering van het gemeentefonds van € 70 mln. in 2020 en € 160 mln. in 2021.