Kamerstuk 35517-64

Motie van de leden Koerhuis en Dik-Faber over het verlagen van de minimuminvestering en het minimumaantal woningen in de regeling voor het Volkshuisvestingsfonds

Dossier: Wijziging van de Huisvestingswet 2014, de Woningwet, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek naar aanleiding van de evaluatie van de herziene Woningwet en om de mogelijkheden voor tijdelijke huurovereenkomsten te verruimen

Gepubliceerd: 8 maart 2021
Indiener(s): Carla Dik-Faber (CU), Daniel Koerhuis (VVD)
Onderwerpen: huisvesting organisatie en beleid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35517-64.html
ID: 35517-64

100,0 %
0,0 %

SP

PvdD

CDA

PVV

vKA

D66

SGP

GL

CU

DENK

PvdA

50PLUS

Krol

FVD

VVD


Nr. 64 MOTIE VAN DE LEDEN KOERHUIS EN DIK-FABER

Voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg van 8 maart 2021

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Volkshuisvestingsfonds ook gericht is op grens- en krimpregio's;

constaterende dat een minimuminvestering van 10 miljoen euro en een minimumaantal woningen van 250 is vereist in de conceptregeling;

overwegende dat dit aantal woningen te hoog is voor kleine gemeenten in grens- en krimpregio's;

verzoekt de regering, in de definitieve regeling de minimuminvestering van 10 miljoen euro en het minimumaantal woningen van 250 te verlagen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Koerhuis

Dik-Faber