Gepubliceerd: 3 februari 2021
Indiener(s): Sandra Beckerman (SP)
Onderwerpen: huisvesting organisatie en beleid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35517-19.html
ID: 35517-19

45,6 %
54,4 %

PvdA

PvdD

DENK

CDA

50PLUS

SP

Krol

SGP

VVD

PVV

vKA

D66

GL

CU

FVD


Nr. 19 AMENDEMENT VAN HET LID BECKERMAN

Ontvangen 3 februari 2021

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel Z, wordt na onderdeel 1 een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • 1a. In onderdeel b wordt «het in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag genoemde bedrag» vervangen door «€ 1.500».

II

Na artikel Ia wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL Ib

In artikel 247 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt «het krachtens artikel 3 lid 2 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgesteld bedrag» vervangen door «het in artikel 3 lid 2 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte genoemde bedrag».

III

Na artikel IIb wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IIba

De Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3, tweede lid, wordt vervangen door twee leden, luidende:

  • 2. Het in artikel 7:247 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde bedrag van de huurprijs bij aanvang van de bewoning waarboven ingevolge dat artikel voornoemde onderafdeling ten dele van toepassing is, is € 1.500.

  • 3. Het in het tweede lid genoemde bedrag wordt, met ingang van 1 januari van elk jaar, bij ministeriële regeling gewijzigd met het percentage van de huurprijsontwikkeling, zoals die naar redelijke verwachting in het tijdvak dat loopt van 1 juli van het aan het berekeningsjaar voorafgaande jaar tot 1 juli van het berekeningsjaar zal plaatsvinden.

B

In artikel 14, tweede lid, onderdeel c, wordt «het krachtens artikel 3, tweede lid, vastgestelde bedrag» vervangen door «het in artikel 3, tweede lid, genoemde bedrag».

C

In artikel 46 vervalt «3, tweede lid,».

Toelichting

Met dit amendement worden de liberalisatiegrens en de DAEB-huurgrens voor sociale huurwoningen opgehoogd naar € 1.500. Gezien de woningnood is er een noodzaak om snel meer betaalbare en wat duurdere woningen te realiseren voor mensen met een laag en middeninkomen. Woningcorporaties hebben hierbij een belangrijke rol. De liberalisatie- en DAEB-grens zullen jaarlijks worden geïndexeerd en gelijk aan elkaar blijven. Door de DAEB-grens te verhogen zullen meer huurwoningen onder de Woningwet vallen en moeten voldoen aan de geldende regels. Dit past in de lijn van de aangekondigde regulering van huurprijzen in de vrije sector, waar een brede meerderheid in de Tweede Kamer voor bestaat. Huurwoningen met een huurprijs tot € 1.500 vallen onder het Woningwaarderingsstelsel (huurpunten).

Huurtoeslag zal blijven gelden voor het goedkopere deel van de sociale huursector, dus tot een huurprijs van € 752,33 (prijspeil 2021). Deze huurtoeslaggrens wordt jaarlijks geïndexeerd. Ook de grens voor de verhuurderheffing blijft gekoppeld aan deze huurtoeslaggrens van € 752,33 (prijspeil 2021), om te voorkomen dat verhuurders geen of te weinig investeringsruimte overhouden voor belangrijke maatschappelijke opgaven als het bouwen van betaalbare huizen, goed onderhoud en verduurzaming.

Beckerman