Gepubliceerd: 24 juni 2020
Indiener(s): Anne Mulder (VVD)
Onderwerpen: begroting financiën
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35492-3.html
ID: 35492-3

Nr. 3 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 26 juni 2020

De vaste commissie voor Financiën, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 22 juni 2020 voorgelegd aan de Minister van Financiën. Bij brief van 24 juni 2020 zijn ze door de Minister van Financiën beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie, Anne Mulder

Adjunct-griffier van de commissie, Schukkink

1

Kan beschreven worden wanneer het Internationaal Monetair Fonds (IMF) Nederland gevraagd heeft voor hoeveel special drawing rights (SDR’s) aan additionele steun voor de Poverty Reduction and Growth Trust (PRGT)?

Het IMF heeft Nederland op 15 april jl. een officiële brief gestuurd, gericht aan Klaas Knot in zijn hoedanigheid als Nederlandse gouverneur IMF. In deze brief verzoekt het IMF Nederland om een bijdrage van SDR 500 – 750 mln. aan additionele steun voor de PRGT t/m 2029 en een verlenging van de huidige bijdrage van 1 mld. SDR t/m 2029.

2

Kan uitgesplitst worden hoeveel andere landen vanuit het IMF is gevraagd extra bij te dragen aan de PRGT?

Het IMF heeft een verzoek tot bijdrage ingediend bij de huidige donorlanden. Daarnaast heeft het IMF aangegeven ook een verzoek tot bijdrage te doen aan andere kredietwaardige landen en in gesprek te zijn met nieuwe potentiele donoren.

De huidige donorlanden zijn België, Brazilië, Canada, China, Denemarken, Frankrijk, Italië, Japan, Korea, Nederland, Noorwegen, Zweden, Zwitserland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Op basis van de laatst beschikbare publieke informatie verstrekt door het IMF kan ik melden dat als nieuw donorland Australië is toegetreden.

3

Hoeveel SDR’s heeft Nederland op dit moment zelf aan reserve?

Op 19 juni jl. bedroeg de totale SDR reservepositie van De Nederlandsche Bank 4,887 mld.

4

Betreft de additionele steun voor de PRGT gebruikmaking van de SDR-reserves die Nederland heeft, of van steun die technisch gezien losstaat van de SRD-reserves die Nederland op dit moment heeft?

Het verstrekken van SDR 500 mln. voor de PRGT betreft een additionele lening ten behoeve van IMF-steun voor lage-inkomenslanden. Dit staat technisch gezien los van de SDR-reserveposities die Nederland op dit moment heeft.

5

Wat zijn de overwegingen deze additionele steun wel of niet te verlenen via het beschikbaar stellen van de reeds bestaande SDR-reserves?

Het IMF geeft de mogelijkheid de nieuwe PRGT-lening te financieren vanuit de SDR-positie op de balans van DNB. Dit kan DNB doen omdat zij SDRs gealloceerd heeft gekregen van het IMF. Gealloceerde SDRs vergen als dusdanig geen garantie van het Ministerie van Financiën, er wordt enkel een garantie afgegeven voor het gebruik van de SDRs op de DNB balans bovenop de gealloceerde SDRs (tot 200%, zie antwoord op vraag 29). Wanneer de nieuwe PRGT lening gefinancierd wordt vanuit de gealloceerde SDRs is er sprake van gebruik van niet gegarandeerde SDRs en daarom moet een garantie worden afgegeven. Tot op heden financiert DNB de bestaande PRGT-lening met euro’s en niet via de SDR-positie omdat dit destijds geprefereerd werd door zowel IMF als DNB. Voor de beheersing van het SDR valutarisico is het financieren in SDR voordelig. Dit voorkomt toename van de SDR blootstelling waarmee eventuele kosten voor valuta risico-afdekking worden bespaard. DNB heeft er daarom voor gekozen de nieuwe PRGT-lening in SDR te verstrekken. DNB maakt in dit geval gebruik van de gealloceerde SDR’s die het op de balans heeft staan. In de situatie dat DNB niet langer beschikt over SDR’s, kan DNB, in overleg met het IMF, er ook voor kiezen om de PRGT-middelen in euro’s te voldoen. Het zijn additionele middelen, dus de totale SDR exposure van DNB neemt met maximaal SDR 500 mln. toe, daarom is het afgeven van een garantie noodzakelijk.

6

Heeft het IMF inzicht gegeven in de beleidsmatige onderbouwing voor het verzoeken om 500 miljoen SDR’s beschikbaar te stellen en waarom heeft het IMF bijvoorbeeld niet gevraagd om 1 miljard SDR’s?

Ja, het IMF heeft in aanloop naar de IMFC van 16 april de Executive Board geïnformeerd over de financieringsbehoefte voor de PRGT, die naar verwachting uitkomt t/m 2024 op SDR 12,5 mld. Dit is het gevolg van het verdubbelen van de toegangslimieten voor noodliquiditeit – de zogenaamde Rapid Credit Facility – voor 6 maanden, waar Nederland op 14 april in de Executive Board formeel mee heeft ingestemd en de Kamer eerder over is geïnformeerd in het verslag van de IMFC op 16 april1.

Op het moment van het ontvangen van het officiële verzoek aan Nederland van het IMF voor SDR 500–750 mln. op 15 april jl. was reeds duidelijk dat een aantal bestaande donoren, waaronder Japan, Frankrijk en het VK een substantiële bijdrage aan de PRGT konden leveren. Het verzoek van het IMF voor een bijdrage van SDR 500 – 750 mln. is in lijn met eerdere bijdragen van Nederland aan de PRGT. Nederland heeft in 1999 een bijdrage van SDR 450 mln. gedaan aan de PRGT met een looptijd t/m 2014. Nederland heeft in 2010 een bijdrage van SDR 500 mln. gedaan en verlengd in 2016 met een uiteindelijke looptijd t/m 2024.

7

Heeft het IMF aangegeven te verwachten dat de huidige aanvullingen van de 15 lidstaten voldoende zijn voor een effectieve werking van de PRGT de komende jaren?

Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 6, heeft het IMF de Executive Board geïnformeerd over de financieringsbehoefte voor de PRGT. Onder de huidige toegangscriteria van de noodliquiditeit – de zogenaamde Rapid Credit Facility –, maar ook van het reguliere instrumentarium, is de verwachting van het IMF thans dat de huidige voorziene aanvullingen voldoende zijn voor de komende periode. Daarbij heeft het IMF heeft eveneens aangegeven dat er een marge van onzekerheid is. Zoals aangegeven in de beantwoording op vraag 2 is het IMF thans nieuwe donoren aan het werven.

8

Is er een reële mogelijkheid dat Nederland in de toekomst door het IMF opnieuw gevraagd zal worden om additionele middelen voor de PRGT beschikbaar te stellen?

Er bestaat de mogelijkheid dat donoren in de niet al te verre toekomst opnieuw worden gevraagd om een bijdrage te doen. Ik hecht hierbij aan om te benadrukken dat dit vervolgens een individuele beslissing is van Nederland en dit parlementaire goedkering vergt.

De omvang van de COVID-19 crisis is dermate groot en het verloop onvoorspelbaar dat een toekomstig beroep op donorlanden een mogelijkheid is. Dat zou bijvoorbeeld kunnen wanneer er wordt besloten tot het verder verhogen en/of verlengen van de toegangslimieten voor noodliquiditeit via de zogenaamde Rapid Credit Facility van 100% quota tot 150% quota en mogelijk van de reguliere PRGT toegangslimieten. De IMF Executive Board kan hier na verkenning toe besluiten indien de COVID-19 crisis verder verslechterd. Het is momenteel onduidelijk of hogere toegangslimieten en de grote vraag naar PRGT-middelen als gevolg, kan worden opgevangen door de nieuwe toegezegde PRGT-middelen. Dit omdat het IMF nog met een aantal landen in gesprek is over een eventuele bijdrage aan de PRGT.

Het IMF heeft aangegeven te monitoren of er voldoende PRGT bijdragen worden gedaan door donorlanden om een dergelijke verdere verhoging en/of het verlengen van de toegangslimieten te kunnen opvangen. Als dit niet het geval is zal het IMF donorlanden mogelijk vragen voor additionele bijdragen. Omdat Nederland met SDR 500 mln. reeds een substantiële bijdrage aan de PRGT levert, zal Nederland blijven pleiten voor een bredere donorbasis en/of hogere bijdragen van andere donorlanden om additionele middelen aan de PRGT te leveren indien nodig.

Naast de PRGT-leningenaccount heeft het IMF ook een PRGT-subsidieaccount. De SDR-rente die lage inkomenslanden over PRGT-leningen moeten betalen wordt via giften uit de PRGT-subsidieaccount vergoed. Het IMF heeft al aangegeven dat de subsidieaccount onvoldoende gefinancierd is om aan de grote vraag naar PRGT leningen te kunnen voldoen. Naar verwachting komt het IMF in de zomer met een update over de financiële situatie van de PRGT-subsidieaccount en kunnen donorlanden om een bijdrage worden gevraagd. Bijdragen aan de PRGT-subsidieaccount zijn ODA-relevant. Een bijdrage hieraan is echter niet voorzien vanuit de BHOS begroting. Het voorliggende garantievoorstel gaat alleen over middelen op de PRGT-leningenaccount en niet over de PRGT-subsidieaccount.

9

Hoe financiert De Nederlandsche Bank (DNB) de lening aan het IMF (aan de rechterzijde van haar balans)?

Zoals in het antwoord op vraag 5 aangegeven heeft DNB ervoor gekozen om deze de nieuwe PRGT-lening te voldoen in SDR. DNB maakt hiervoor gebruik van de SDRs die zij op de balans heeft staan

Via het IMF SDR mechanisme heeft DNB een SDR-allocatie, die aan de passivazijde (rechterkant) van de balans staat. Aan de activazijde (linkerkant) van de balans staat daartegenover de SDR-positie, die kan variëren doordat landen SDR’s omruilen tegen harde valuta. Indien de SDR-positie afwijkt van de SDR-allocatie ontstaat een long of short SDR (valuta)blootstelling. De SDR-valutapositie is long (short) wanneer de SDR-positie groter (kleiner) is dan de SDR-allocatie. Figuur 1 illustreert dat bij financiering in SDR de omvang van de balans niet wijzigt. De SDR-allocatie staat aan de passivazijde (rechterkant) van de balans en die blijft constant. Aan de linkerkant staan de SDR holdings en die variëren naar gelang het gebruik van SDRs. De netto SDR-positie (gedefinieerd als het verschil tussen de SDR holdings en de SDR-allocatie) neemt af bij financiering in SDR.

Figuur 1. Balansimpact PRGT-lening in SDR

Activazijde (SDR holdings)

Passivazijde (SDR-allocatie)

PRGT-lening + 500 mln.

SDR holdings – 500 mln.

10

Kan een overzicht gegeven worden van de commitments en de additionele steun van Nederland in de richting van het IMF sinds het uitbreken van de coronacrisis?

Nederland heeft sinds het uitbreken van de COVID-19 crisis op één andere manier additionele steun aan het IMF toegezegd. Nederland draagt vanuit de begroting BHOS EUR 15 mln. bij aan de Catastophe Containment and Relief Trust (CCRT) en stelt daarnaast, vanuit dezelfde begroting, EUR 10 mln. op aanvraag beschikbaar2. Via het CCRT realiseert het IMF schuldendienstverlichting voor de allerarmste landen, met als doel ruimte op de begroting van deze landen vrij te maken om de gevolgen van de COVID-19 crisis te bestrijden.

11

Welke harde conditionaliteiten zijn er ingebouwd om te zorgen dat de financieringen van de Europese Investeringsbank (EIB) ook enkel bij het mkb terechtkomen?

Het EGF heeft een aantal minimum en maximum limieten gesteld voor het type producten per eindbegunstigde, waaronder het mkb. Zo is vastgesteld dat minimaal 65% van de leningen bestemd is voor het mkb. Van de overige 35% zal maximaal 28% naar leningen voor niet-mkb bedrijven gaan (waarvan maximaal 5% voor publieke bedrijven die actief zijn in de gezondheidszorg) en maximaal 7% naar equity en durfkapitaal voor mkb en middelgrote bedrijven. Aan leningen aan grotere bedrijven (meer dan 3.000 werknemers) worden een aantal voorwaarden verbonden, waaronder dat alleen werkkapitaal of leverancierskrediet gefinancierd mag worden, waardoor deze financieringen indirect ook veelal het mkb ten goede zullen komen, omdat zij onderdeel uitmaken van de waardenketens.

12

Wat zijn de voorwaarden qua duurzaamheid dan wel verduurzaming van de bedrijfsvoering die gesteld worden aan de financieringen die de EIB verstrekt onder haar pan-Europese garantiefonds?

Onderdeel van het «contribution agreement» (bijlage 1 bij de aan de Kamer verzonden Kamerbrief) zijn de regels voor het type partnerschap waar het EGF onder valt bij de EIB (EIB Partnerships Platform for Funds Rules). Hierin staat onder andere vermeld dat alleen projecten en bedrijven door het EGF gesteund worden als ze voldoen aan de reguliere voorwaarden van de EIB. Dit houdt onder andere in dat projecten van maatschappelijke waarde zijn en niet op de markt gefinancierd kunnen worden. Daarnaast sluit de EIB een aantal activiteiten uit met negatieve maatschappelijke effecten.3 Ook is het ondersteunen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen en het mitigeren van klimaatverandering en -adaptatie onderdeel van de Partnerships Platform for Funds Rules waar het EGF als aangegeven onder opgezet wordt. Het recent goedgekeurde beleid voor financieringen in de energiesector is ook van toepassing op de activiteiten van het EGF.4

13

Op welke manier gaat de EIB waarborgen dat de financiering terechtkomt op die plekken waar de economische crisis het hardste heeft toegeslagen?

Het EGF is erop gericht steun te bieden aan bedrijven die het hardst geraakt worden door COVID-19. Dit wordt in eerste instantie gedaan door te focussen op projecten met een hoger risicoprofiel dan de EIB-groep normaliter onder eigen risico kan financieren. Daarnaast richt het fonds zich voornamelijk op het mkb, een groep bedrijven waar de capaciteit om negatieve schokken op te vangen kleiner is dan bij grotere bedrijven. Het EGF werkt vraaggestuurd en er is daarom geen concentratielimiet vastgesteld als het gaat om sectoren. Bedrijven moeten aantonen dat ze moeilijkheden ondervinden bij financiering van hun activiteiten en liquiditeitsproblemen hebben als gevolg van de COVID-19 crisis, maar ook dat ze financieel gezond waren voor de uitbraak van COVID-19. Voorstellen voor financiering moeten vervolgens worden goedgekeurd door het Contributors Committee waarin alle deelnemende lidstaten vertegenwoordigd zijn. Dit comité neemt strategische beslissingen over het gebruik van de EGF garantie en beoordeelt individuele operaties die de EIB en het EIF zullen uitvoeren. Deze besluitvorming vindt plaats op basis van een gekwalificeerde meerderheid. Dat wil zeggen dat 50% van de deelnemende lidstaten die minimaal twee derde van de totale bijdrages aan het EGF vertegenwoordigen voor moet zijn om goedkeuring voor een besluit te krijgen. Belangrijke strategische besluiten vereisen een supermeerderheid (50% van de deelnemende lidstaten goed voor 80% van de totale bijdrages). Vergaderingen van het comité zullen maandelijks plaatsvinden.

14

Hoe gaat de EIB erop toezien dat de steun zoveel mogelijk zal gaan naar bedrijven die toekomstig levensvatbaar zijn?

Zoals in vraag 13 benoemd, zal alleen steun worden verstrekt aan bedrijven die voor de uitbraak van COVID-19 financieel gezond waren. In het geval van een aantal producten onder het EGF zoals benoemd in Appendix A, B en C van bijlage 1 bij de aan de Kamer verzonden Kamerbrief zal de General Block Exemption Regulation van toepassing zijn om dit te borgen.5 Zoals ook eerder genoemd bij vraag 13, moeten bedrijven aantonen dat ze moeilijkheden ondervinden bij financiering van hun activiteiten en liquiditeitsproblemen hebben als gevolg van de COVID-19 crisis, maar ook dat ze financieel gezond waren voor de uitbraak van COVID-19. Met dit laatste wordt ondervangen dat de steun zoveel mogelijk zal gaan naar bedrijven die toekomstig levensvatbaar zijn. Daarnaast zullen alleen bedrijven door het EGF gesteund worden die voldoen aan de reguliere leenvoorwaarden voor financiering door de EIB.

15

Worden er bepaalde sectoren, bijvoorbeeld de fossiele industrie, uitgesloten van steun in het EIB-instrument?

Zoals in beantwoording vraag 13 uitgelegd dienen individuele voorstellen te voldoen aan de leenvoorwaarden van de EIB, waaronder eisen op het gebied van milieu en duurzaamheid.6 Een voorbeeld hiervan is het afgelopen november goedgekeurde nieuwe beleid voor financieringen in de energiesector7. Onderdeel van dit nieuwe beleid is dat de EIB vanaf 2022 geen nieuwe ongemitigeerde fossiele energieprojecten meer goedkeurt8, waarbij projecten in fossiele energie die op dit moment al «under appraisal» zijn bij de EIB, en gasinfrastructuurprojecten die op de vierde EU projects of common intrest-lijst staan, tot eind 2021 goedgekeurd kunnen worden.

16

Worden aan bedrijven die steun ontvangen specifieke eisen gesteld met betrekking tot het uitkeren van dividenden aan private partijen, het opkopen van eigen aandelen (daar waar het geen mkb betreft), het uitdelen van bonussen en de verdere prudentie van de financiële huishouding?

Zoals in beantwoording vraag 11 uiteengezet komt maximaal 28% van het fonds ten goede aan leningen voor niet-mkb (maximaal 5% voor publieke bedrijven die actief zijn in de gezondheidszorg en de rest voor grotere bedrijven vanaf 3000 werknemers) en maximaal 7% aan equity en durfkapitaal voor mkb en middelgrote bedrijven. Aan deze financieringen aan grotere bedrijven worden een aantal additionele eisen gesteld. Zo mogen er geen equity investeringen en asset-backed securities transacties worden gedaan en mag alleen werkkapitaal en leverancierskrediet gefinancierd worden. Er zijn in het EGF geen expliciete regels opgenomen over het uitkeren van dividenden aan private partijen, het opkopen van eigen aandelen (daar waar het geen mkb betreft) en het uitkeren van bonussen, maar steun dient in overeenstemming te zijn met het tijdelijke staatssteunkader (zie voorwaarde «vi» onder «Eligible Beneficiaries» zoals benoemd in bijlage 1 bij de aan de Kamer verzonden Kamerbrief). In het tijdelijke staatsteunkader worden voor herkapitalisatiemaatregelen eisen gesteld ten aanzien van bonussen en dividenduitkeringen. Wat betreft het stellen van eisen aan een prudente financiële huishouding is de eerdergenoemde voorwaarde dat alleen steun worden verstrekt aan bedrijven die voor de uitbraak van COVID-19 financieel gezond waren relevant (dit vereiste volgt ook uit het tijdelijk staatssteunkader). Daarnaast is een vereiste dat de financieringen voldoen aan de reguliere vereisten van de EIB waar een financiële beoordeling onderdeel van het proces is. 9 Tot slot wordt elke individuele financiering voorgelegd aan het Contributors Committee waar Nederland bij deelname aan het fonds ook vertegenwoordigd zal zijn.

17

Waarom wordt er in de memorie van toelichting zelf geen inhoudelijke toelichting gegeven op de begrotingswijziging?

In de memorie van toelichting op de vijfde incidentele suppletoire begroting ligt de focus op de budgettaire effecten van de coronacrisismaatregelen inzake zowel PRGT en het EGF als de 15e quotaherziening van het IMF en worden oorzaak en inhoud kort benoemd. De inhoudelijke toelichting is in de bijbehorende Kamerbrieven en toetsingskaders risicoregelingen te vinden die als bijlage bij de vijfde incidentele suppletoire begroting zijn meegestuurd aan uw Kamer. In de memorie van toelichting wordt daarom naar deze stukken verwezen.

18

Wat zijn de gevolgen van de verdubbeling van de New Arrangements to Borrow (NAB)-middelen?

De huidige omvang van de Nederlandse garantie voor de New Arrangements to Borrow (NAB)-middelen bedraagt EUR 5,697 mld. t/m 31 december 202010. Door de NAB-middelen te verdubbelen zal de Nederlandse garantie voor de NAB-middelen per 1 januari 2021 toenemen naar een totaal van EUR 11,394 mld. waar het IMF gebruik van kan maken t/m 2025.

19

Welke voorwaarden worden er aan de Bilateral Borrowing Agreements (BBA)- en NAB-middelen gesteld?

Om de NAB-middelen te kunnen gebruiken moet de NAB eerst geactiveerd worden. In de NAB-overeenkomst is bepaald dat de NAB alleen geactiveerd mag worden wanneer de quota-middelen onder de SDR 100 mld. zijn gedaald. Daarnaast is opgenomen dat NAB-crediteuren die minimaal 85% van de NAB-middelen vertegenwoordigen, moeten instemmen met activatie. De NAB is sinds 2016 niet geactiveerd.

BBA-middelen vormen de derde linie van middelen van het IMF na de quota en de NAB. Voor het activeren en gebruiken van BBA-middelen geldt als voorwaarde dat de NAB geactiveerd moet zijn en dat de NAB-middelen onder de SDR 100 mld. moeten zijn gedaald. Voor activering buiten deze voorwaarden om, moeten ook NAB-crediteuren op basis van 85% van de NAB-aandelen instemmen. Middelen uit de BBA zijn sinds de oprichting in 2012 nooit geactiveerd door het IMF.

Het IMF heeft aangegeven dat het aannemelijk is dat door COVID-19 crisis activatie en gebruik van de NAB- en mogelijk ook BBA-middelen nodig zal zijn. Gezien de grote vraag naar IMF-middelen als gevolg van de huidige crisis zullen de NAB-middelen mogelijk nog dit jaar geactiveerd worden. De noodzaak voor het activeren van de BBA-middelen is eveneens niet uitgesloten door het IMF.

De NAB- en BBA-middelen worden gebruikt om IMF-leningen te verstrekken aan landen. Een IMF-programma kent waar nodig conditionaliteiten. Hiermee verlangt het IMF niet alleen economische aanpassingen van de lidstaat om de betalingsbalansproblemen op orde te krijgen, maar zorgt het IMF er ook voor dat het land de lening tijdig terugbetaalt. Ik verwijs hierbij graag naar het antwoord op vraag 38.

20

Kan een overzicht gegeven worden van alle landen die garant staan voor het IMF, en meer specifiek ook BBA en NBA, en wat de omvang van de garantstellingen is?

Alle IMF-leden, 189 landen, staan via de quota-inleg garant aan het IMF11. De totale garantstelling via de quota’s is ca. SDR 477 mld.

Het huidige aantal leden dat aan de NAB bijdraagt, bestaat uit 40 landen. De totale garantstelling via de NAB bedraagt momenteel ca. SDR 182 mld. Het gaat hier om de volgende leden.

Tabel 1: NAB bijdragen in mln. SDR
 

t/m 31 december 2020

Voorgesteld NAB per 1 januari 2021

Australië

2,220.45

4,440.90

Oostenrijk

1,818.49

3,636.98

Chili

690.97

1,381.94

Portugal

783.50

1,567.00

Filipijnen

340.00

680.00

Israël

340.00

680.00

België

3,994.33

7,988.66

Brazilië

4,440.91

8,881.82

Canada

3,873.71

7,747.42

China

15,860.38

31,720.76

Cyprus

340.00

680.00

Denemarken

1,629.76

3,259.52

Duitsland

12,890.02

25,780.04

Finland

1,133.88

2,267.76

Frankrijk

9,479.16

18,958.32

Griekenland

840.60

1,681.20

Peoples Republic of China Hong Kong Special Administrative Region

340.00

680.00

India

4,440.91

8,881.82

Ierland

957.97

1,915.94

Italië

6,898.52

13,797.04

Japan

33,508.50

67,017.00

Zuid-Korea

3,344.82

6,689.64

Koeweit

341.29

682.58

Luxemburg

493.12

986.24

Maleisië

340.00

680.00

Mexico

2,537.66

5,075.32

Polen

1,285.40

2,570.80

Nederland

4,594.80

9,189.60

Nieuw-Zeeland

340.00

680.00

Noorwegen

1,966.69

3,933.28

Rusland

4,440.91

8,881.82

Saudi-Arabië

5,652.74

11,305.48

Singapore

648.55

1,297.10

Zuid-Afrika

340.00

680.00

Spanje

3,405.14

6,810.28

Zweden

2,255.68

4,511.36

Zwitserland

5,540.66

11,081.32

Thailand

340.00

680.00

Verenigd Koninkrijk

9,479.16

18,958.32

Verenigde Staten

28,202.47

56,404.94

     

Totaal

182,371.14

364,742.30

Op dit moment dragen 40 landen bij aan de bilaterale leningen. De totale garantstelling via de BBA-middelen is ca. SDR 318 mld. Het IMF sluit met elk land onafhankelijk een bilaterale lening. Aangezien de nieuwe bilaterale leningen definitief zijn is ook geen update van de bijdrage per land te geven vanaf 2021.

2016 Bilaterale leningen
 

Munteenheid

Bedrag

(in mld.)

Algerije

USD

5

Australië

SDR

4,61

Oostenrijk

EUR

6,13

België

EUR

9,99

Brazilië

USD

10

Brunei Darussalam

USD

0,3

Canada

SDR

8,2

Chili

SDR

0,96

China

USD

43

Tsjechië

EUR

1,5

Denemarken

EUR

5,3

Finland

EUR

3,76

Frankrijk

EUR

31,4

Duitsland

EUR

41,5

India

USD

10

Italië

EUR

23,48

Japan

USD

60

Zuid-Korea

USD

15

Luxemburg

EUR

2,06

Maleisië

USD

1

Malta

EUR

0,26

Mexico

USD

10

Nederland

EUR

13,61

Nieuw-Zeeland

USD

1

Noorwegen

SDR

6

Peru

SDR

1,1

Filipijnen

USD

1

Polen

EUR

6,27

Rusland

USD

10

Saudi-Arabië

USD

15

Singapore

USD

4

Slowakije

EUR

1,56

Slovenië

EUR

0,91

Zuid-Afrika

USD

2

Spanje

EUR

14,86

Zweden

SDR

7,4

Zwitserland

CHF

8,5

Thailand

USD

4

Turkije

USD

5

Verenigd Koninkrijk

SDR

9,1782

Totaal

SDR

318

21

Hoe wordt getoetst dat deze BBA- en NAB-middelen op de juiste plekken terechtkomen en effectief worden ingezet?

Het IMF leent zijn ingelegde middelen uit aan landen die betalingsbalansproblemen kennen. Afhankelijk van het type financiële steun, worden verschillende voorwaarden gesteld. Voor alle leningen geldt dat landen een houdbare schuld moeten hebben. Dit wordt vastgesteld door het IMF middels een schuldhoudbaarheidsanalyse.

Voor de zogenaamde noodliquiditeit via het Rapid Financing Instrument geldt dat landen in een «letter of intent» moeten aangeven hoe de verkregen middelen besteed zullen worden, in de huidige situatie gaat dat veelal om committering dat middelen besteed worden t.b.v. het bestrijden van de COVID-19 crisis. Daarnaast vraagt het IMF aan landen om uitvoerig te rapporteren over de begroting. Voor reguliere IMF-programmafinanciering via de Extended Fund Facility of de stand-by Arrangement geldt dat landen met het IMF een hervormingsprogramma overeenkomen, onder meer op het gebied van begrotingsbeleid, structurele hervormingen, schuldentransparantie en schuldenplafonds als voorwaarde voor IMF-programmafinanciering. De uitkering van tranches van IMF-middelen is gekoppeld aan het behalen van doelstellingen zoals geformuleerd in het IMF-programma.

22

In hoeverre wordt de inzet van deze BBA- en NAB-middelen (regelmatig) geëvalueerd op effectiviteit en efficiency?

In de Articles of Agreement van het IMF is opgenomen dat in principe iedere vijf jaar een quotaherziening plaatsvindt. Een quotaherziening gaat in op twee onderwerpen: 1) de toereikendheid van IMF-middelen voor het uitvoeren van het mandaat; 2) de herziening van stemgewichten binnen het IMF. Bij de evaluatie van de omvang van het IMF worden de NAB- en BBA-middelen meegenomen, omdat deze onderdeel vormen van de totale financiële slagkracht van het IMF. In het IMFC van 16 april jl. hebben Ministers van Financiën en centralebankpresidenten afgesproken dat de 16e quotaherziening in december 2023 afgerond moet zijn. Daarnaast is afgesproken om binnen de 16e quotaherziening verder te werken aan de governance-hervormingen van het IMF, waarbij de nadruk ligt op de vraag of de permanente quota-middelen toereikend zijn.

23

Wat zijn de beleidsregels voor de vergoedingen bij garantstellingen en hoe en in hoeverre wordt hieraan voldaan voor het IMF in algemene zin en BBA en NAB in het bijzonder?

Uitgangspunt bij risicoregelingen is dat een premie gevraagd wordt, die een reële weergave vormt van het risico. Bij de vaststelling van de premie wordt rekening gehouden met zaken zoals de verwachte schade, de uitvoeringskosten en risico-opslag. In geval van de Nederlandse garanties aan het IMF is het niet gebruikelijk om met risicopremies te werken omdat Nederland medeaandeelhouder is.

24

Waarom heeft het kabinet nee gezegd tegen het verzoek van voorzitter van de Europese Raad Michel afgelopen februari om als medeaandeelhouder van de EIB bij te dragen aan het versterken van het eigen vermogen van de EIB?

Zoals vermeld in de brief inzake de kabinetsappreciatie van het nieuwe onderhandelingsvoorstel over het EU Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2021–27 van 17 februari jl.12 zag het kabinet op dat moment niet de nut en noodzaak van het nieuw geïntroduceerde voorstel voor een kapitaalverhoging van de EIB van 100 miljard euro (10 miljard euro volgestort kapitaal en 90 miljard euro op te roepen kapitaal). Zoals vermeld in het verslag van de extra Europese Raad van 20 en 21 februari jl.13 hebben een aantal lidstaten, waaronder Nederland, zich zeer terughoudend getoond over de voorgestelde kapitaalverhoging vanwege vragen over de haalbaarheid, absorptievermogen en governance. Het voorstel in februari bevatte geen onderbouwing voor waarom extra kapitaal nodig zou zijn en wat de EIB precies zou bereiken met het extra kapitaal.

25

Is het kabinet op dit moment voornemens de EIB samen met andere aandeelhouders van extra eigen vermogen te voorzien?

Er is op dit moment nog geen formeel verzoek tot een kapitaalverhoging vanuit de EIB. De EIB heeft aangegeven tijdens de jaarvergadering op 9 juni jl. dat het op dit moment beschikbare kapitaal waarschijnlijk onvoldoende is om de negatieve impact van COVID-19 op het portfolio van de EIB-groep, het beheer van het EGF en met name de uitvoering van de recente voorstellen van de Europese Commissie voor het komende MFK en herstelfonds uit te voeren. Het kabinet heeft de Europese Commissie en de EIB gevraagd om duidelijkheid te geven over de eventuele additionele kapitaalbehoefte van de EIB als gevolg van de recente voorstellen waar de EIB-groep een belangrijke uitvoerende rol is voorzien te spelen.

Deze informatie is nodig voor een transparante en integrale besluitvorming omtrent het MFK en het herstelfonds, waarbij de uitvoeringskosten van de EIB-groep moeten worden meegenomen in het totale pakket voordat hierover wordt besloten. Een bijdrage van de EIB-groep aan de beleidsdoelen in de voorstellen en een eventuele benodigde kapitaalverhoging voor de EIB-groep moeten worden bezien in het totale pakket van beleidsdoelen en kosten.

26

Hoeveel eigen vermogen zou de EIB nodig hebben om op een veilige solvabiliteitsratio te komen, als invulling wordt gegeven aan de rol van de EIB zoals in het Commissievoorstel voor het nieuwe meerjarig financieel kader (MFK) en herstelfonds, en gegeven de andere crisismaatregelen die de EIB reeds in gang gezet heeft?

Het kabinet hecht aan een transparant en integraal besluitvormingsproces omtrent het MFK en herstelfonds. Dit houdt onder andere in dat alle directe en indirecte kosten van de verschillende voorstellen bekend moeten zijn voordat een besluit wordt genomen, zodat deze mee kunnen worden gewogen in het besluitvormingsproces. Op dit moment is het nog niet duidelijk voor alle voorstellen waar de EIB-groep een rol speelt, wat er precies van de EIB-groep wordt verwacht en wat het effect hiervan is op de kapitaalpositie van de EIB. Zoals vermeld in het antwoord op vraag 25, heeft het kabinet aan de Europese Commissie en aan de EIB gevraagd naar een overzicht van het benodigde additionele kapitaal (uitgesplitst naar volgestort kapitaal en op te roepen kapitaal) voor elk van de recente voorstellen waar de EIB-groep een rol speelt.

27

Is het kabinet bereid constructief te kijken naar een wens om meer eigen vermogen vanuit de EIB op het moment dat daartoe een officieel verzoek komt?

De EIB speelt een belangrijke rol in de evenwichtige en ongestoorde werking en ontwikkeling van de interne markt in het belang van de EU en in het creëren van groei en banen in de EU-lidstaten. Het kabinet is daarom van mening dat de EIB ook een belangrijke rol kan spelen in het opvangen van de negatieve economische gevolgen van COVID-19 en bij verdere ontwikkeling van de interne markt als onderdeel van het nieuwe MFK.

Zoals in het antwoord op vraag 26 vermeld hecht het kabinet aan een transparant en integraal besluitvormingsproces omtrent het MFK en herstelfonds. Kosten in de vorm van een kapitaalverhoging van de EIB zullen meegenomen moeten worden in de totale kosten. Een formeel verzoek om meer eigen vermogen vanuit de EIB als gevolg van de voorstellen van de EC over het MFK en herstelfonds, zal dus integraal worden bezien in het licht van het totale pakket aan te realiseren beleidsdoelen en de kosten die hieraan verbonden zijn voor Nederland.

28

Aan welke lage-inkomenslanden worden de concessionele leningen uit de PRGT zoal verstrekt? Wat zijn de gemiddelde looptijden van deze concessionele leningen en om welke rentepercentages gaat het hier?

De concessionele leningen uit de PRGT zijn beschikbaar voor 70 landen met een laag per capita inkomen14. Dit zijn landen met geen of beperkte markttoegang.

Toegang tot PRGT financiering is vraaggestuurd en alleen beschikbaar voor landen die voldoen aan de gestelde criteria. Zo moeten landen een houdbare schuld hebben. Om dat te bepalen voert het IMF een schuldhoudbaarheidsanalyse uit. Daarnaast stelt het IMF waarborgen voor terugbetaling van PRGT-middelen. Voor reguliere financiering via de zogenaamde Extended Credit Facility of de stand-by Credit Facility gelden bijvoorbeeld conditionaliteiten die ervoor zorgen dat landen economische aanpassingen doorvoeren die het land in staat stellen de betalingsbalansproblemen op orde te krijgen. Dit beoogt eveneens de terugbetaalcapaciteit van deze landen te vergroten.

Momenteel lopen er financieringen via een Extended Credit Facility van het IMF in: Burkina Faso, Kameroen, Centraal Afrikaanse Republiek, Tsjaad, Congo-Brazzaville, Ivoorkust, Ethiopië, Gambia Guinée, Liberia, Malawi, Mali, Mauritania, Niger, Sao Tomé en Principe, Sierra Leone en Somalië. Daarnaast is er een lopende stand-by Credit Facility in Honduras. Ook heeft het IMF recent noodliquiditeit aan een grote groep landen verstrekt via de zogenaamde Rapid Credit Facility.15

De rente op PRGT-leningen zijn 0 procent voor noodliquiditeit uit de Rapid Credit Facility. De rente op leningen voor IMF-financiering via de Extended Credit Facility of de stand-by Credit Facility is gekoppeld aan de SDR rente16 en bedraagt momenteel 0 procent. Bij een SDR-rente tussen de 2 procent en 5 procent bedraagt het rentepercentage 0,25 procent en bij een SDR-rente hoger dan 5% bedraagt deze 0,5 procent. De looptijd van de Extended Credit Facility en de Rapid Credit Facility bedraagt 5,5 tot 10 jaar. De looptijd van de stand-by Credit Facility bedraagt 4 tot 8 jaar.

29

Kunt u per onderdeel toelichten waar de garanties voor bedoeld zijn en wat het nut daarvan is (quota, NAB, BBA, SDR, PRGT, Poverty Reduction and Growth Facility (PGRF) en Enhanced Structural Adjustment Facility (ESAF))?

Quota, NAB, BBA

Het IMF beschikt over een totale omvang van SDR 975 mld. of ca EUR 1.209 mld. 17 voor niet-concessionele leningen. Aangezien het IMF prudentiële reserves hanteert, zijn niet al deze middelen beschikbaar voor het IMF om op te trekken. De leencapaciteit van het IMF is daarom SDR 716, of ca. EUR 888 mld.18 De middelen van het IMF bestaan uit de drie verschillende type middelen: de «permanente quotamiddelen» en de twee linies «tijdelijke bilaterale leningen» van landen aan het IMF, waar zowel de «New Arrangements to Borrow» (NAB) als de «Bilateral Borrowing Arrangements» (BBA) toe behoren. Nederland staat voor deze drie linies garant, om zo de financiële slagkracht van het IMF te waarborgen.

PRGT

De PRGT voorziet lage-inkomenslanden van concessionele leningen met een lange looptijd en rentesubsidie en staan daarom los van de overige IMF-middelen. PRGT-programma’s worden gefinancierd uit leningen van donoren via de zogenaamde leningenaccount, aangevuld met een rentesubsidie die gefinancierd wordt door giften en uit het rendement op giften uit het verleden via de zogenaamde subsidieaccount. Middelen in de PRGT-leningenaccount moeten volledig worden terugbetaald binnen de daarvoor geldende looptijd zoals benoemd in het antwoord op vraag 28. De PRGT-leningenaccount is op dit moment gevuld met middelen van 15 donorlanden waaronder Nederland.

PRGF, ESAF

PRGF en ESAF zijn voorlopers van de PRGT en werden gebruikt voor concessionele leningen aan lage inkomenslanden. Op deze fondsen staan nog kleine bedragen uit die moeten worden terugbetaald. De garanties voor de PRGF en ESAF lopen af zodra alle middelen zijn terugbetaald.

SDR

Het IMF heeft speciale trekkingsrechten (Special Drawing Right, SDR) uitgegeven om de reserveposities van centrale banken te versterken. In totaal zijn er op dit moment SDR 204 mld. in omloop, gelijk aan ca. EUR 253 mld.19 In 2009 is de laatste SDR-allocatie van SDR 182,7 mld. geweest in reactie op de mondiale financiële crisis van. Centrale banken hebben deze SDRs op de balans staan en kunnen deze SDRs onder meer omwisselen voor harde valuta, zoals de euro, Amerikaanse dollar, yen, renminbi, en Britse pond, bij andere centrale banken.

De SDR-allocatie is een bijdrage van het IMF aan de Nederlandse reservepositie. Er is een staatsgarantie afgegeven aan DNB ter waarde van SDR 9,6 mld., gelijk aan twee keer de SDR-allocatie van het IMF aan DNB (SDR 4,8 mld.). DNB kan, net als andere leden met een sterke betalingsbalanspositie, door het IMF verzocht worden SDR’s van leden met een zwakke positie in te wisselen voor harde valuta tot maximaal drie keer de eigen SDR-allocatie. Dit betekent dat DNB, bovenop de Nederlandse SDR-allocatie, nog voor 200% aan additionele SDR’s op de balans kan hebben staan. Dit kan gebeuren in het extreme scenario dat DNB verzocht wordt de maximale SDR-positie om te wisselen voor harde valuta. In de situatie dat het IMF en/of andere centrale banken deze additionele 9,6 mld. SDR (200% van de eigen allocatie) niet meer willen accepteren, zal de Nederlandse Staat garant staan aan DNB voor eventuele verliezen.

30

Hoe kan het dat het verlengen van een deel van de BBA per saldo leidt tot 7,75 miljard euro minder garanties?

Nederland heeft het verzoek ontvangen van het IMF voor het verstrekken van een nieuwe tijdelijke bilaterale lening voor EUR 5,863 mld. die ingaat op 1 januari 2021. De huidige bilaterale lening bedraagt EUR 13,61 mld. en loopt af op 31 december 2020. Het verschil bedraag EUR 7,75 mld. De NAB-middelen worden tegelijkertijd verdubbeld van EUR 5,697 mld. naar EUR 11,394 mld. per 1 januari 202120. Per saldo neemt de Nederlandse garantie aan het IMF af met EUR 2,05 mld. (excl. bijdrage aan PRGT). De totale omvang van het IMF blijft gelijk, maar doordat meer landen bijdragen aan de NAB-middelen daalt de totale Nederlandse garantie.

31

Hoe beoordeelt u het pan-Europees garantiefonds (EGF)?

Het kabinet beoordeelt de oprichting van het EGF als positief, omdat het naar mening van het kabinet gaat om een relatief efficiënt en effectief, vraaggestuurd en tijdelijk instrument om de negatieve economische effecten van het COVID-19 virus te mitigeren. Daarmee is het EGF een goede aanvulling op de maatregelen die op nationaal niveau worden getroffen. Voor het snel operationeel zijn van het fonds is het positief dat het fonds wordt opgezet onder een bestaand raamwerk van de EIB waardoor het gebruik kan maken van bestaande wettelijke kaders, gestandaardiseerde processen en governance bepalingen. Ook is het fonds interessant voor Nederlandse partijen, bijvoorbeeld voor banken die leningen verstrekken aan mkb in de meest getroffen sectoren.

32

Hoe verhoudt de extra garantie aan het EGF van 1,3 miljard euro zich tot het uitgesproken voornemen van het kabinet om garanties af te bouwen?

Het kabinet heeft twee overwegingen ten grondslag liggen aan de keuze deze nieuwe garantie te verstrekken. Allereerst is van belang aan te geven dat het karakter van deze garantie tijdelijk is. Voorts is er sprake van exceptionele omstandigheden door de COVID-19 crisis die exceptionele maatregelen vergen om de negatieve gevolgen voor onder meer de economie op te vangen. De extra garantie aan het EGF van 1,3 miljard euro is namelijk bedoeld om de negatieve economische impact van COVID-19 in de Europese Unie, waaronder Nederland, te mitigeren. Door het weggevallen van een groot deel van hun omzet hebben veel bedrijven behoefte aan externe financiering voor liquiditeit. Door de grote onzekerheid omtrent de ontwikkeling van COVID-19 en de maatregelen om het virus in te perken zijn marktpartijen minder bereid dan anders om deze financiering te verstrekken. Het EGF zal tot 200 miljard euro aan financiering voor het Europees bedrijfsleven mobiliseren. Het is daarmee een aanvulling op de nationale maatregelen om de negatieve economische effecten van COVID-19 tegen te gaan. Het kabinet is van mening dat deze economische effecten dermate groot zijn dat het een tijdelijke verhoging van de Nederlandse garanties rechtvaardigt. Het EGF is daarnaast onderdeel van de gezamenlijke maatregelen die in Europees verband zijn afgesproken. Het kabinet ziet het afgeven van deze garanties als een effectieve manier van ondersteuning, omdat door middel van een hefboomwerking een veelvoud van de gereserveerde middelen aan private financiering beschikbaar kan komen.

33

Waarom wordt verwacht dat het netto verlies van het EGF 20% van de 25 miljard euro zal bedragen?

De transacties die het EGF zal garanderen hebben een hoger risicoprofiel dan de transacties die de EIB-groep op haar eigen balans kan dragen. Een voorbeeld hiervan is het verstrekken van durfkapitaal aan mkb, een activiteit die de EIB ook onder normale omstandigheden niet op de eigen balans zou ondernemen. Het is nodig om ook in deze tijd van onzekerheid omtrent de ontwikkeling van COVID-19-, externe financiering te kunnen leveren aan bedrijven in Europa, met name aan kleinere partijen en in de hard getroffen sectoren, maar dit heeft ook tot gevolg dat dit fonds verwacht netto verliezen te zullen incasseren.

De EIB schat de verwachte netto verliezen in op 16,6% in een basis scenario en op 23% in een conservatief scenario, de geschatte 20% netto verliezen zijn hier het gemiddelde van. De netto verwachte verliezen van 20% bestaan uit de verwachte verliezen op het portfolio inclusief de terugvorderingen (29,2%) plus alle kosten die voortkomen uit het opzetten en beheren van het fonds min de verwachte inkomsten uit premies. De EIB zal actief ex-ante risicobeheer toepassen om de verwachte netto verliezen rond de 20% te houden en regelmatig rapporteren over de gerealiseerde en verwachte verliezen aan het zogeheten Contributors Committee van het EGF.

34

Wat is de looptijd van het EGF en waarom is er onvoldoende informatie van de EIB beschikbaar over de verdeling van de uitgaven over de looptijd van het fonds?

De investeringsperiode van het EGF loopt tot 31 december 2021, met mogelijkheid tot een verlenging van 6 maanden, indien gewenst, als een gekwalificeerde meerderheid van de deelnemende lidstaten hiermee instemt. Hierna kan de investeringsperiode alleen verlengd worden als alle deelnemende lidstaten hier unaniem mee instemmen.

Het fonds zal blijven bestaan totdat één van de volgende situaties zich voordoet: (1) het fonds wordt opgeheven met een unaniem besluit van de deelnemende lidstaten, (2) de onderliggende committeringen zijn verlopen of, (3) de datum 31 december 2037 is bereikt. Op 31 december 2037 vervallen de garanties van de deelnemende lidstaten aan het EGF. Aan het eind van de investeringsperiode zal de Contributors Committee op basis van een voorstel van de EIB bepalen of een verlaging van de garanties van de lidstaten passend is gegeven de dan uitstaande committeringen.

De EIB heeft informatie over de verdeling van de uitgaven over de looptijd van het fonds nog niet beschikbaar of kunnen delen. Zoals in de vijfde incidentele suppletoire begroting is opgenomen zal bij ontvangst van het betaalschema de verdeling van de uitgaven over de looptijd van het fonds, in het eerstvolgende (meerjarige) begrotingsstuk worden geactualiseerd.

35

Waarom neemt Nederland nu al het verlies van 260 miljoen euro op in de begroting, terwijl de verdeling van de uitgaven over de looptijd van het fonds nog niet bekend is?

Op dit moment is er nog geen betaalschema van de EIB aan de deelnemende landen gecommuniceerd. Om het budgetrecht van het parlement te respecteren wordt de maximale verwachte schade als een slechtst mogelijk scenario geheel in 2020 opgenomen, zodat naast de garantstelling ook de schades volgend uit de garantstelling aan het parlement middels de begrotingswet ter besluitvorming aan u voorligt. Zoals in de vijfde incidentele suppletoire begroting is opgenomen zal bij ontvangst van het betaalschema de verdeling van de uitgaven over de looptijd van het fonds, in het eerstvolgende (meerjarige) begrotingsstuk worden geactualiseerd.

36

Welke landen zullen vooral van het EGF profiteren? Hoe zal het Nederlandse mkb van het EGF profiteren?

Financiering wordt verstrekt in de lidstaten die inleggen in het EGF. De verwachting is dat alle EU-lidstaten de intentie hebben om direct in te stappen en nu in afwachting zijn van parlementaire goedkeuring. Er zijn concentratielimieten opgesteld als gaat om geografische spreiding: steun mag niet meer dan 50% van de grootte van het fonds zijn voor de drie landen die de meeste financiering ontvangen en steun mag niet minder zijn dan 10% van de grootte van het fonds zijn voor de 15 lidstaten die de minste financiering ontvangen. In het geval dat het parlement instemt zal het Nederlandse mkb en overige bedrijven die voldoen aan de gestelde eisen zich bij de EIB-groep kunnen melden voor financiering met eventuele garantie van het EGF.

37

Wat zijn de gevolgen van de meer dan halvering van de BBA-middelen?

De huidige omvang van de Nederlandse garantie voor de BBA-middelen bedraagt EUR 13,61 mld. t/m 31 december 2020. Door de BBA-middelen meer dan te halveren, daalt de Nederlandse garantie voor de BBA per 1 januari 2021 met EUR 7,75 mld. naar een totaal van EUR 5,863 mld. waar het IMF gebruik van kan maken t/m 2024. Als onderdeel van de 15e quotaherziening zullen de NAB-middelen worden verdubbeld van EUR 5,697 mld. naar EUR 11,394 mld. t/m 2025. Door een verdubbeling van de totale NAB-middelen en de meer dan halvering van de totale BBA-middelen zal de omvang van het IMF behouden blijven, terwijl de Nederlandse garantie aan het IMF met EUR 2,05 mld. zal afnemen (excl. bijdrage aan de PRGT). Dit omdat meer landen deelnemen aan de NAB-middelen.

38

Welke voorwaarden worden er verbonden aan de leningen van de PRGT?

Afhankelijk van het type financiering worden verschillende voorwaarden gesteld aan leningen via de PRGT. Voor alle leningen geldt dat landen een houdbare schuld moeten hebben. Dit wordt bepaald door het IMF middels een schuldhoudbaarheidsanalyse.

Voor noodliquiditeit via de zogenaamde Rapid Credit Facilty geldt dat landen in een «letter of intent» moeten aangeven hoe de verkregen middelen besteed zullen worden, onder andere t.b.v. het bestrijden van de COVID-19 crisis. Daarnaast vraagt het IMF aan landen om te rapporteren over de crisis gerelateerde uitgaven. Daarnaast moeten landen voldoen aan eisen die gesteld zijn onder het «safeguards assessment» beleid21 van het IMF, dat erop toeziet dat van centrale banken voldoen aan de juiste governance-criteria op het gebied van accounting, onafhankelijkheid, financiële rapportage, audit en interne controle mechanismen.

Voor reguliere IMF-financiering via de Extended Credit Facility of de stand-by Credit Facility geldt dat landen met het IMF een hervormingsplan overeenkomen, onder meer op het gebied van begrotingsbeleid, structurele hervormingen, schuldentransparantie en schuldenplafonds als voorwaarde voor IMF-programmafinanciering. De uitkering van tranches van IMF-middelen is gekoppeld aan het behalen van doelstellingen zoals geformuleerd in het IMF-programma.

39

Hoe wordt voorkomen dat er te zijner tijd kwijtschelding gaat plaatsvinden van de leningen van de PRGT?

Er zijn verschillende mitigerende factoren die moeten voorkomen dat kwijtschelding gaat plaatsvinden van de leningen uit de PRGT. In de eerste plaats moet de schuld in een land als houdbaar worden gekwalificeerd om in aanmerking te komen voor PRGT-financiering. Ten tweede kent IMF-financiering waar nodig conditionaliteiten onder meer over begrotingsbeleid, structurele hervormingen, schuldentransparantie en schuldenplafonds. Met deze conditionaliteiten worden niet alleen economische aanpassingen van het land als voorwaarde gesteld om de betalingsbalansproblemen op te lossen, maar zorgt het IMF er ook voor dat ontvangende landen de leningen tijdig kunnen terugbetalen. Ten derde heeft het IMF een de facto preferred-creditor status, waardoor het IMF bij terugbetalingen voorrang krijgt boven andere private en publieke crediteuren. Tot slot hanteert het IMF ook een PRGT-reservebuffer, die eind 2019 ca. SDR 3,9 mld. bedroeg, waarmee eventuele achterstallige betalingen kunnen worden opgevangen.

40

Hoe wordt getoetst dat deze PRGT-middelen op de juiste plekken terechtkomen en effectief worden ingezet?

Zie antwoord vraag 38.

41

In hoeverre wordt de inzet van deze PRGT-middelen (regelmatig) geëvalueerd op effectiviteit en efficiency?

Er zijn verschillende herzieningen binnen het IMF gerelateerd aan het gebruik van PRGT-middelen. Zo wordt gemiddeld elke vijf jaar de Low-Income Countries Facilities evaluatie uitgevoerd, waarin wordt beoordeeld in hoeverre de leenfaciliteiten van de PRGT effectief en efficiënt zijn22. Daarnaast wordt gemiddeld eens per vijf jaar gekeken naar de rentestructuur die gekoppeld is aan de PRGT en of de methodiek volstaat of dient te worden aangepast. Tot slot vindt er jaarlijks een update plaats over toegang tot de PRGT. Wanneer landen boven een vooraf gedefinieerde per capita inkomensgrens komen kunnen zij niet langer aanspraak maken op PRGT-financiering. Dit zogeheten graduatiemechanisme moet ervoor zorgen dat PRGT-middelen alleen beschikbaar komen voor lage-inkomenslanden en dit vergroot de effectiviteit van PRGT-leningen en het efficiënt gebruik van middelen.

42

Wat zijn de donorlanden voor de PRGT naast Nederland en voor welke omvang?

Tabel 1 geeft inzicht in de huidige donorlanden van de PRGT. De toegezegde bedragen zijn, behalve van Japan, nog niet bekend gemaakt.

Tabel 1. Overzicht PRGT bijdragen

Donorlanden

Omvang in mln. SDR

Toegezegd

Australië

 

België

700

 

Brazilië

500

 

Canada

1.000

 

China

1.600

 

Denemarken

500

 

Frankrijk

2.000

 

Italië

1.200

 

Japan

3.600

3.600

Korea

1.000

 

Nederland

1.000

 

Noorwegen

600

 

Saudi Arabië

500

 

Spanje

855

 

Zweden

500

 

Zwitserland

1.000

 

VK

3.328

 

Totaal

19.883

3.600

43

Waarom valt de PRGT onder de begroting van het Ministerie van Financiën en niet onder Official development assistance (ODA)?

De garanties voor de leningen aan de PRGT-leningenaccount, staan net als alle andere garanties inzake het IMF op de begroting van het Ministerie van Financiën. Dit is een garantie en geen uitgave. Garanties als dusdanig, indien deze niet worden ingeroepen, vallen niet onder ODA.

De PRGT-subsidieaccount vergoedt de rente aan lage-inkomenslanden. Bijdragen aan de subsidieaccount zijn ODA-relevant en zijn in het verleden op verschillende wijze gefinancierd. Het voorliggende garantievoorstel gaat alleen over middelen op de PRGT leningenaccount en niet over de PRGT subsidieaccount.

44

Wat zijn de beleidsregels voor de vergoedingen bij garantstellingen en hoe en in hoeverre wordt hieraan voldaan voor de PRGT?

Uitgangspunt bij risicoregelingen is dat een premie gevraagd wordt, die een reële weergave vormt van het risico. Bij de vaststelling van de premie wordt rekening gehouden met zaken zoals de verwachte schade, de uitvoeringskosten en risico-opslag. Ingeval van IMF-garanties is het niet gebruikelijk om met risicopremies te werken omdat Nederland medeaandeelhouder is.

45

Hoeveel hebben in de afgelopen jaren de Nederlandse bedrijven en die in het mkb in het bijzonder gebruikgemaakt van de instrumenten en faciliteiten van de EIB? En hoeveel heeft het mkb in verhouding geprofiteerd ten opzichte van het grootbedrijf?

De EIB-groep (EIB & EIF) is sinds 1969 actief in Nederland en heeft tot nu toe 254 projecten gefinancierd met een totale hoogte van 31,4 miljard euro. In de afgelopen 5 jaar (2015–2019) is door de EIB 11,3 miljard euro aan projecten in Nederland verstrekt waarvan 3,4 miljard euro aan het mkb. Een overzicht van deze financieringen is te vinden op de website van de EIB.23 In dezelfde periode heeft het EIF, dat zich exclusief op mkb-financiering focust, 1,6 miljard euro in Nederland geïnvesteerd. In totaal komt dit voor de EIB-groep in de periode tussen 2015 en 2019 neer op 5 miljard euro aan mkb-financiering.

Als het gaat om specifieke faciliteiten van de EIB dan is tussen 2015 en 2019 onder andere door EFSI 2,1 miljard euro verstrekt, gevolgd door Innovfin (374 miljoen euro) en de Connecting Europe Facility (112 miljoen euro).

46

Hoe zorgt het kabinet ervoor dat Nederlandse bedrijven en het mkb in het bijzonder voldoende gebruik gaan maken van deze nieuwe regeling?

Zoals aan de Kamer gemeld in de aanvulling op de Geannoteerde Agenda van de Eurogroep van 15 mei 2020 heeft het kabinet bij de onderhandelingen over het EGF erop ingezet dat het EGF zich voornamelijk op het mkb richt. Dit is ook het geval in het uiteindelijke voorstel; zoals in het antwoord op vraag 11 uiteengezet zal minimaal 65% van het fonds ten goede komen aan leningen voor het mkb en zullen financieringen aan grotere bedrijven gericht zijn op werkkapitaal en leverancierskredieten zodat het mkb hier ook van kan profiteren. 7% van het fonds zal naar equity en durfkapitaal voor mkb en middelgrote bedrijven gaan. Voor Nederlandse bedrijven is deelname van Nederland aan het fonds een vereiste om aanspraak te maken op het EGF. Omdat Nederlandse bedrijven hard geraakt door COVID-19, is het voor het kabinet van belang dat zij gebruik kunnen maken van het EGF. Hierbij werkt het fonds vraaggestuurd en zullen bedrijven zichzelf moeten melden voor ondersteuning. Het EIB-kantoor in Amsterdam is o.a. verantwoordelijk voor de samenwerking tussen de EIB-Groep en publieke en private partners en kan Nederlandse bedrijven helpen bij het aanvragen van steun via het EGF.

47

Voor welke concrete problemen moet het EGF een oplossing gaan bieden?

Door het weggevallen van een groot deel van de omzet van bedrijven door de impact van COVID-19 hebben veel bedrijven behoefte aan externe financiering voor liquiditeit. Vanwege de grote onzekerheid omtrent de ontwikkeling van COVID-19, zijn marktpartijen minder bereid dan anders om deze financiering te verstrekken. Daarbij is het mkb specifiek kwetsbaar, omdat ze vaak beschikken over minder grote buffers dan grote bedrijven. Door het wegvallen van de liquiditeitsverschaffing door de markt ligt er een rol voor de EIB-groep om in financiering te voorzien. Het EGF zal projecten helpen financieren die niet of niet in dezelfde mate uitgevoerd kunnen worden zonder steun van de EIB-groep waardoor deze projecten additioneel zijn aan de markt.

48

Welke meetbare effecten worden verwacht van het EGF? Hoe wordt dit vastgesteld?

Het garantiefonds zal first loss garanties verstrekken aan de EIB en het EIF ten bate van projecten met een hoog risico die op lange termijn levensvatbaar zijn en die niet (of slechts ten dele) op de markt gefinancierd kunnen worden. Resultaten van het fonds zullen zijn dat er minder bedrijven die voor de COVID-19 crisis gezond waren in grote liquiditeitsproblemen verkeren en uiteindelijk failliet zullen gaan. Hoe dit precies wordt vastgesteld is aan de onafhankelijke evaluatie unit van de EIB (Operations Evaluation, EV) die het Fonds zal evalueren.

49

Wanneer wordt het EGF geëvalueerd?

Er is een evaluatie over het EGF voorzien twee jaar na het einde van de investeringsperiode. Deze zal worden uitgevoegd door de onafhankelijke evaluatie unit (EV) van de EIB, dat haar rapporten openbaar maakt.

50

Hoe wordt ervoor gezorgd dat vooral het mkb baat heeft bij het EGF?

Er wordt voor gezorgd dat het mkb baat heeft bij het EGF door duidelijke bepalingen op te nemen over de grootte van bedrijven en de mate waarin zij aanspraak kunnen maken op het fonds. Zoals in antwoord op vraag 11 uiteengezet zal minimaal 65% van het fonds ten goede komen aan het mkb. Van de overige 35% zal maximaal 28% naar leningen voor niet-mkb bedrijven gaan (waarvan maximaal 5% voor publieke bedrijven die actief zijn in de gezondheidszorg) en maximaal 7% naar equity en durfkapitaal voor mkb en middelgrote bedrijven. Voor leningen aan grotere bedrijven (meer dan 3000 werknemers) wordt o.a. als conditionaliteit gesteld dat financiering alleen werkkapitaal of financiering van de waardenketen mag inhouden, waardoor deze financieringen indirect ook veelal bij mkb ten goede zullen komen, omdat zij onderdeel uitmaken van de waardenketens.

51

Hoe kan de gezondheidszorg in Nederland gesteund worden door het EGF dan wel daar baat bij hebben?

Bedrijven actief in de gezondheidszorg die voldoen aan de gestelde voorwaarden kunnen aanspraak maken op het fonds. Daarnaast zal maximaal 5% van het fonds beschikbaar zijn voor publieke bedrijven die actief zijn in de gezondheidszorg. Dit geldt ook voor Nederlandse bedrijven actief in de gezondheidszorg.

52

Wat betekent actief ex ante-risicobeheer van de EIB precies; wat houdt dat in? Wat zou het percentage verliezen zijn zonder dit ex ante-risicobeheer?

Het EGF biedt verschillende producten (o.a. garanties met of zonder maximum op leningen en garanties op equity) aan verschillende type begunstigden, elk met een ander risicoprofiel. Het EGF heeft een aantal voorwaarden opgesteld voor de mix aan producten en type begunstigden (zie vraag 11), maar laat zich binnen die kaders leiden door de vraag vanuit de markt.

Omdat vanuit de lidstaten de wens is geuit om de netto verwachte verliezen rond de 20% te houden, zal de EIB de verwachte verliezen actief monitoren en, indien nodig, ondanks het vraaggestuurde karakter zeer risicovolle projecten mijden en/of de producten zo aanpassen dat ze minder risicovol worden. Daarnaast zorgt de EIB ervoor 1) goed inzicht te hebben in de risico’s van de onderliggende transacties, 2) dat de belangen van de financiële intermediairs in lijn zijn met die van de EIB-groep en het EGF («skin in the game») en 3) dat financiële intermediairs zelf ook gedegen risicobeheer toepassen.

De EIB zal regelmatig rapporteren over de ex-ante schatting van de verwachte netto verliezen op het EGF-portfolio aan het Contributors Committee. Daarnaast zal de EIB de gerealiseerde verliezen goed in de gaten houden en de resultaten delen met het Contributors Committee zodat ook dit Committee een rol kan spelen bij het bijsturen indien nodig. Het Contributors Committee beslist of individuele projectvoorstellen goedgekeurd worden en kan hierbij de resultaten van het risicomanagement mee laten wegen.

Het is lastig te zeggen wat de verwachte verliezen zouden zijn zonder dit ex-ante risicobeheer.

53

Wat zijn de deelnemende landen aan het EGF?

Alle lidstaten van de EU kunnen deelnemen aan het EGF. Deelnemende lidstaten tekenen een individuele overeenkomst («Contribution Agreement») met de EIB waarin is opgekomen voor welk bedrag de lidstaat garant staat (op basis van het stemgewicht bij de EIB) voor de verliezen van het fonds (pro rata) over de gehele looptijd van het fonds. Daarnaast zal een overeenkomt worden getekend tussen alle deelnemende lidstaten en de EIB («Guarantee Agreement»).

Het EGF is operationeel zodra een groep lidstaten die samen goed is voor 60% van het stemgewicht bij de EIB meedoet. Lidstaten kunnen ook op een later moment instappen en zullen op moment van instappen naar rato risico lopen, ook op het al opgebouwde portfolio. Het EGF ondersteunt alleen activiteiten in deelnemende lidstaten.

54

Hoe kan het dat er geen kapitaalverhoging EIB nodig is?

Het EGF zal los staan van de balans van de EIB-groep, hierdoor kan het fonds transacties garanderen met een hoger risicoprofiel dan de risicobereidheid van de EIB-groep. Het fonds wordt zo gestructureerd dat de EIB-groep geen resterende kredietrisico’s of kosten zal dragen. Wel wordt de inzet van sommige producten (met name de «funded products») mogelijk gemaakt door financiering van de EIB-groep wat dus gevolgen zal hebben voor de balans van de EIB-groep. Daarnaast zal de EIB liquiditeit verstrekken aan deelnemende lidstaten, om ervoor te zorgen dat er middels vaste termijnen betaald kan worden indien er wordt getrokken op de garanties. De EIB heeft aangegeven dat de impact hiervan beperkt is en op zichzelf geen kapitaalverhoging vereist.

55

Kunt u een reactie geven op het artikel in Het Financieele Dagblad «EIB vreest met een wankele kapitaalbasis het coronaherstel te moeten stutten)» d.d. 20 juni 2020, waarin wordt gesteld dat de EIB dringend moet worden geherkapitaliseerd?

Het artikel in Het Financieele Dagblad van 20 juni jl. citeert de President van de EIB Hoyer: «De bank moet dringend worden geherkapitaliseerd, anders kunnen we niet het reddingsplan dat de Commissie voor de EIB voor ogen heeft, in zijn geheel uitvoeren.» Zoals vermeld bij het antwoord op vragen 26 en 54 heeft het kabinet de Europese Commissie en de EIB gevraagd om duidelijkheid te geven over de eventuele additionele kapitaalbehoefte van de EIB als gevolg van de voorstellen waar de EIB-groep een belangrijke uitvoerende rol zal spelen. Deze informatie is niet gedeeld en kan dus nog niet worden afgewogen tegenover de andere beleidsdoelen en verwachte kosten binnen het totale pakket aan voorstellen.

56

Wie gaat Nederland afvaardigen voor het EGF Contributors Committee?

De EIB heeft een aantal criteria meegegeven om de lidstaten te helpen een geschikte vertegenwoordiger te selecteren voor in het Contributors Committee. Het gaat hierbij met name om kwalificaties (financiële expertise in private of publieke sector en kennis van de EU), integriteit (hoge integriteit en goede reputatie), onafhankelijkheid (geen positie in de EIB Raad van Bewind en/of één van de gerelateerde comités) en tijdsinzet (voldoende tijd beschikbaar om aan de taken te besteden). Nederland zal ervoor zorgen dat er een vertegenwoordiger wordt aangesteld die aan deze eisen voldoet.

57

Welke landen stappen direct in bij het EGF, welke later en welke niet?

Het EGF maakt onderdeel uit van het pakket aan Europese maatregelen dat de Eurogroep in inclusieve samenstelling op 9 april jl. heeft verwelkomd. De verwachting is daarom dat alle EU-lidstaten de intentie hebben om in te stappen en nu in afwachting zijn van goedkeuring van hun parlement.

Het fonds wordt operationeel op het moment dat een groep lidstaten die samen goed is voor 60% van het kapitaal van de EIB meedoet. Lidstaten kunnen ook op een later moment instappen en zullen dan naar rato risico lopen, ook op het al opgebouwde portfolio. Het EGF ondersteunt alleen activiteiten in deelnemende lidstaten.

Het kabinet streeft ernaar om vanaf het begin deel te nemen aan het fonds zodat het EGF vanaf het begin activiteiten in Nederland kan ondersteunen en Nederland kan mee beslissen over individuele projectvoorstellen door deelname aan de Contributors Committee.

58

Wat zijn de gevolgen als Nederland niet zou deelnemen aan het voorgestelde garantiefonds?

Als Nederland niet deelneemt aan het EGF zal er geen garantie worden afgegeven aan het fonds. Het EGF zal dan geen activiteiten in Nederland kunnen ondersteunen. Nederland zal ook niet deelnemen aan het Contributors Committee waarin de investeringsbesluiten worden genomen.

59

Wat zijn de beleidsregels voor de vergoedingen bij garantstellingen, zoals de mkb’ers bijvoorbeeld bij de BMKB moeten betalen, en hoe en in hoeverre wordt hieraan voldaan?

Voor garantieregelingen dient conform het garantiekader in principe een kostendekkende premie te worden gevraagd. De BMKB bevat echter een subsidie-element omdat de premie niet op kostendekkend niveau is vastgesteld.

Om verdrukking van private partijen te voorkomen en ervoor te zorgen dat de EU staatssteunregels worden nageleefd, zal voor de producten van het EGF-fonds een (risicogebaseerde) vergoeding worden gevraagd. Gegeven de uitzonderlijke omstandigheden is de verwachting dat op de 25 mrd euro, die tot maximaal 200 miljard euro aan financiering mogelijk zou kunnen maken, 20% netto verliezen gemaakt zullen worden.