Gepubliceerd: 12 juni 2020
Indiener(s): Cora van Nieuwenhuizen (minister infrastructuur en milieu) (VVD)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35491-2.html
ID: 35491-2

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van Infrastructuur en Waterstaat.

Op 29 april 2020 is de eerste suppletoire begroting naar de Tweede Kamer verzonden. De behandeling in de Staten-Generaal heeft nog niet plaatsgevonden. Om deze reden is de in de begrotingsstaat opgenomen stand nog niet door de beide Kamers bekrachtigd. Vanwege de snelle opeenvolging van begrotingswetsvoorstellen bevat de kolom «mutaties suppletoire begrotingen» zowel de eerste suppletoire begroting als de mutaties die in de eerste incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen. Dit om het budgetrecht van de Staten-Generaal te waarborgen.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze vijfde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform artikel 2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

B. BEGROTINGSTOELICHTING

a. Inhoudelijke toelichting

Toelichting

Met de brief van 5 juni 2020, Kamerstuknummer 2020Z10292, bent u geïnformeerd over het besluit tot een beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer. De kern is dat bij het verzoek van het kabinet om een volwaardige dienstregeling aan te bieden, terwijl de reizigersaantallen en dus de inkomsten nog beperkt zijn, een vergoeding hoort.

Bedragen x € 1 miljoen

begroting

Uitgaven

Ontv.

HXII

   

16.02 Beschikbaarheidsvergoeding OV

1.488

 

26 Bijdrage Infrafonds

– 167

 
     

INFRASTRUCTUURFONDS

   

13.03.01 Inpassing aandeel IenW beschikbaarheidsvergoeding OV

– 167

 

19 Bijdrage HXII

 

– 167

De vergoeding is bestemd voor al het openbaar vervoer onder een concessie (gebiedsconcessies, lijnconcessies en lijnovereenkomsten) in Nederland en beoogt te komen tot een kostendekkingsgraad van 93% voor de periode 1 maart – 31 december 2020 bij de vervoerders. Een vervoerder kan verzoeken om een verhoging van maximaal 2%-punt als overtuigend kan worden aangetoond dat er bedrijfseconomisch geen andere mogelijkheid is dan de dienstverlening af te schalen om continuïteit te borgen. De regeling kost naar verwachting circa 1,5 miljard euro en loopt tot het einde van 2020.

In lijn met het doorbetalen door de decentrale overheden van de vergoedingen voor regionale concessies, draagt het Ministerie van IenW 167 mln. euro bij door de concessievergoeding die zij ontvangt van NS in te zetten voor de beschikbaarheidsvergoeding. De overige 1,3 miljard euro wordt door het kabinet additioneel beschikbaar gesteld. De vergoeding wordt ingericht op basis van nacalculatie. Dat betekent dat bij niet-volledige besteding van het overgehevelde budget het resterend deel terugvloeit naar generale middelen. Voor de OV-studentenkaart geldt dat het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap conform de reguliere systematiek blijft betalen.

In deze incidentele suppletoire begroting wordt het aandeel van IenW in de beschikbaarheidsvergoeding OV ten laste van het spoorprogramma gebracht. Bij het eerstvolgende begrotingsstuk (de Ontwerpbegroting 2021) zal de samenhang met de reeds begrote uitgaven in 2020 inzichtelijk gemaakt worden.

Artikel 16 Openbaarvervoer en Spoor

De verhoging van subsidies op artikel 16.02 met € 1.488 miljoen is het gevolg van een generale toevoeging van € 1.321 miljoen voor de beschikbaarheidsvergoeding en € 167 miljoen veroorzaakt door de overboekingen van het aandeel IenW in de beschikbaarheidsvergoeding vanuit het infrastructuurfonds.

Artikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen

De neerwaartse bijstelling van de uitgaven wordt veroorzaakt door de overboekingen van het aandeel IenW in de beschikbaarheidsvergoeding vanuit het infrastructuurfonds.

b. Budgettaire gevolgen van beleid

Artikel 16

Budgettaire gevolgen van beleid: beleidsartikel 16 (tweede incidentele suppletoire begroting jaar 2020) (Bedragen x € 1.000)

16

Spoor

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na 1e suppletoire begroting

Mutaties tweede incidentele suppletoire begroting

Stand tweede incidentele suppletoire begroting

Verplichtingen

23.353

30.575

1.488.000

1.518.575

waarvan juridisch verplicht

 

100%

   

Uitgaven

28.508

35.530

1.488.000

1.523.530

16.01

Spoor

28.508

35.530

 

35.530

16.01.01

Opdrachten

6.399

7.298

 

7.298

– Overige Opdrachten

3.743

6.200

 

6.200

16.01.01.01

OV & Stations (S)

2.656

1.098

 

1.098

16.01.02

Subsidies

18.719

20.780

 

20.780

 

– Overige Subsidies

1.119

2.824

 

2.824

16.01.02.07

3e spoor Duitsland

3.000

3.000

 

3.000

16.01.02.15

Maatreg Spoorgoeder

14.600

14.956

 

14.956

16.01.03

Bijdragen aan agentschappen

940

921

 

921

16.01.03.02

– Waarvan bijdrage aan agentschap KNMI

45

46

 

46

16.01.03.04

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

895

875

 

875

16.01.04

Bijdragen aan medeoverheden

2.350

2.429

 

2.429

16.01.04.01

CLU Betuwe en HSL

2.350

2.429

 

2.429

16.01.05

Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties

100

102

 

102

 

– Overige Bijdr (inter)nat.org

100

102

 

102

16.01.10

Leningen

 

4.000

 

4.000

 

– Overige Leningen

 

4.000

 

4.000

16.02

Beschikbaarheidsvergoeding OV

   

1.488.000

1.488.000

Ontvangsten

 

4.750

   

Artikel 26

Budgettaire gevolgen van beleid: beleidsartikel 26 (tweede incidentele suppletoire begroting jaar 2020) (Bedragen x € 1.000)

26

Bijdrage investeringsfondsen

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na 1e suppletoire begroting

Mutaties tweede incidentele suppletoire begroting

Stand tweede incidentele suppletoire begroting

Verplichtingen

6.981.233

6.510.846

– 166.876

6.343.970

Uitgaven

6.979.233

6.509.997

– 166.876

6.343.121

26.01

Bijdrage Investeringsfondsen

6.046.994

5.683.446

– 166.876

5.516.570

26.01.01

Bijdrage aan het Infrastructuurfonds

6.046.994

5.683.446

– 166.876

5.516.570

26.01.01.01

Bijdrage IF

6.046.994

5.683.446

– 166.876

5.516.570

26.02

Bijdrage Investeringsfondsen

932.239

826.551

 

826.551

26.02.01

Bijdrage aan het Deltafonds

932.239

826.551

 

826.551

26.02.01.01

Bijdrage DF

932.239

826.551

 

826.551

Ontvangsten