Gepubliceerd: 26 mei 2020
Indiener(s): Kajsa Ollongren (viceminister-president , minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (D66)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35474-2.html
ID: 35474-2

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in:

de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties.

Vanwege de coronamaatregelen is op 21 april 2020 de eerste incidentele suppletoire begroting 2020 naar de Tweede Kamer verzonden (Kamerstukken II 2019/20, 35 443, nr. 1). Daarnaast is op 29 april 2020 de eerste suppletoire begroting 2020 naar de Tweede Kamer verzonden (Kamerstukken II 2019/20, 35 450, nr. 1). Vervolgens is op 14 mei 2020 een tweede incidentele suppletoire begroting 2020 naar de Tweede Kamer verzonden (Kamerstukken II 2019/20, 35 459, nr. 1). De behandeling van deze suppletoire begrotingen in de Staten-Generaal is nog niet afgerond. De mutaties die in de kolom «mutaties suppletoire begrotingen» staan zijn nog niet allen bekrachtigd.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze derde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2 van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze derde incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf geïnformeerd via de kamerbrieven «Besluitvorming rijksministerraad 15 mei betreffende financiële ondersteuning Caribische landen in verband met Covid-19» (Kamerstukken II 2019/20, 35 420, nr. 37) en «Resultaten Rijksministerraad 15 mei betreffende financiële ondersteuning Curaçao en Sint Maarten in verband met Covid-19» (kenmerk: 2020-0000300590). Deze wet treedt daarom in werking met terugwerkende kracht per de datum waarop het voorstel op basis van adviezen van het C(A)ft over het verstrekken van de tweede tranche leningen aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten in de Rijksministerraad besproken is.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht worden, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat mutaties beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV 2020

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € mln.)

Technische mutaties (ondergrens in € mln.)

1. Versterken rechtstaat

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

4. Bevorderen sociaaleconomische structuur

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

5. Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

8. Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

6. Apparaat

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

7. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

1. BES-fonds

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

2. Beleidsartikelen

2.2 Artikel 5. Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5 Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen (3e incidentele suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Stand vastgestelde begroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na suppletoire begrotingen (inclusief ISB's)1

Mutaties 3e ISB

Stand 3e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

0

169.7002

185.150

354.850

0

0

0

0

                 

Uitgaven

28.516

198.216

185.150

383.366

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

       
                 

5.1 Schuldsanering Curaçao

28.516

28.516

0

28.516

0

0

0

0

Leningen

28.516

28.516

0

28.516

0

0

0

0

Schuldsanering

28.516

28.516

0

28.516

0

0

0

0

                 

5.2 Leningen/ garantie Curaçao, Sint Maarten en Aruba

0

169.700

185.150

354.850

0

0

0

0

Leningen

0

169.700

185.150

354.850

0

0

0

0

Leningen aan Aruba

0

46.100

56.650

102.750

0

0

0

0

Lopende inschrijving Curaçao en Sint Maarten

0

123.600

128.500

252.100

0

0

0

0

                 

Ontvangsten

38.516

38.516

0

38.516

0

0

0

0

X Noot
1

Bevat de mutaties van de 1e ISB (Kamerstukken II, 2109/20, 35 443, nr. 1), de 1e suppletoire begroting (Kamerstukken II, 2019/20, 35 450, nr. 1) en de 2e ISB (Kamerstukken II, 2019/20, 35 459, nr. 1)

X Noot
2

In de 2e ISB week het verplichtingenbedrag per abuis af.

Toelichting

De coronacrisis heeft ook impact op de landen Aruba, Sint Maarten en Curaçao binnen het Koninkrijk. De landen hebben op grond van artikel 36 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden een beroep gedaan op de solidariteit binnen het Koninkrijk. De Rijksministerraad (RMR) heeft op basis van de adviezen van het College Aruba financieel toezicht (CAft) en het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Cft) besloten om op korte termijn middelen ter beschikking te stellen. Aan het verstrekken van deze steun zijn per land een aantal voorwaarden verbonden, welke toegelicht zijn in de kamerbrieven «Besluitvorming rijksministerraad 15 mei betreffende financiële ondersteuning Caribische landen in verband met Covid-19» (Kamerstukken II 2019/20, 35 420, nr. 37) en «Resultaten Rijksministerraad 15 mei betreffende financiële ondersteuning Curaçao en Sint Maarten in verband met Covid-19» (kenmerk: 2020-0000300590).

5.2. Leningen/ garanties landen Curaçao, Sint Maarten en Aruba

Leningen

Leningen aan Aruba

Aruba ontvangt een lening van AWG 113,3 mln. (€ 56,65 mln.). Hiervan wordt AWG 63,9 mln. (€ 31,95 mln.) per omgaande aan Aruba ter beschikking gesteld. De overige AWG 49,4 mln.(€ 24,7 mln.) wordt beschikbaar gesteld wanneer Aruba een adequate invulling heeft gegeven aan het eerdere verzoek van de rijksministerraad om te komen met een voorstel voor een eigen bijdrage van 20% van werknemers aan de loonsubsidieregeling. De liquiditeitslening heeft een looptijd van ongeveer twee jaar. De lening heeft een rentepercentage van 0%. Conform het advies van het CAft bestaat de mogelijkheid om over twee jaar de lening te herfinancieren.

Lopende inschrijving Curaçao en Sint Maarten

Curaçao ontvangt een lening van ANG 204,0 mln. (€ 102,0 mln.). Hiervan wordt ANG 141,0 mln. (€ 70,5 mln.) per omgaande aan Curaçao ter beschikking gesteld. De overige ANG 63,0 mln. (€ 31,5 mln.) wordt beschikbaar gesteld wanneer Curaçao een adequate invulling heeft gegeven aan een eigen bijdrage van werknemers binnen de loonsubsidieregeling.

Sint Maarten ontvangt een lening van ANG 53,0 mln. (€ 26,5 mln.). Aan Sint Maarten wordt ANG 24,0 mln. (€ 12,0 mln.) per omgaande ter beschikking gesteld. De overige ANG 29,0 mln (€ 14,5 mln.) inzake de loonsubsidieregeling wordt beschikbaar gesteld nadat Sint Maarten een adequate invulling heeft gegeven aan de gevraagde eigen bijdrage van werknemers.

Beide leningen hebben een looptijd van ongeveer twee jaar en een rentepercentage van 0%. Conform het advies van het Cft bestaat de mogelijkheid om over twee jaar de lening te herfinancieren.