Kamerstuk 35300-XVII-43

Motie van het lid Ouwehand c.s. over het ODA-budget brengen op 0,7% van het bruto nationaal inkomen

Dossier: Vaststelling van de begrotingsstaat van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) voor het jaar 2020


Nr. 43 MOTIE VAN HET LID OUWEHAND C.S.

Voorgesteld 28 november 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland in 2020 procentueel het laagste ontwikkelingsbudget heeft sinds 1969;

constaterende dat het de wens van de Tweede Kamer is om te streven naar een ODA-budget van 0,7% van het bruto nationaal inkomen;

constaterende dat er de afgelopen jaren structureel op het ODA-budget bezuinigd is;

spreekt uit dat Nederland zich blijvend moet inzetten om armoede, ongelijkheid en de grondoorzaken van gedwongen migratie aan te pakken;

verzoekt de regering, een concreet stappenplan te ontwikkelen om uiterlijk in 2025 een ODA-budget van netto 0,7% van het bni te hebben;

verzoekt de regering deze regeerperiode daartoe een eerste stap te zetten door bij de aankomende Voorjaarsnota drie structurele bezuinigingen terug te draaien, te weten de correctie-ESA, de EKI-reservering en de ruilvoettaakstelling, zodat al eerder dan 2025 het ODA-budget jaarlijks met 462 miljoen verhoogd wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

Ouwehand

Diks

Alkaya

Van den Hul

Kuzu