Kamerstuk 35252-14

Gewijzigd amendement van het lid Van den Berge c.s. t.v.v. nr. 11 over vergoeding voor leden van studentenraden

Dossier: Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een aantal andere wetten in verband met diverse maatregelen gericht op het versterken van de positie van mbo-studenten (Wet versterken positie mbo-studenten)


85,3 %
14,7 %

GL

vKA

50PLUS

PVV

Van Haga

SGP

FvD

D66

DENK

CU

PvdD

VVD

CDA

PvdA

SP


Nr. 14 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VAN DEN BERGE C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 111

Ontvangen 3 maart 2020

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel R, wordt het voorgestelde artikel 8.1.5c als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Onverminderd het eerste lid, kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat een lid van de studentenraad als bedoeld in artikel 8.1.5, tweede lid, onderdeel a, een financiële ondersteuning ontvangt ter hoogte van een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen minimumbedrag. De voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

II

In artikel II, onderdeel P, wordt het voorgestelde artikel 8.1.6d als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Onverminderd het eerste lid, kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat een lid van de vertegenwoordiging als bedoeld in artikel 8.1.6a, tweede lid, onderdeel a, een financiële ondersteuning ontvangt ter hoogte van een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen minimumbedrag. De voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Toelichting

In het wetsvoorstel wordt op dit moment niet bepaald wat de minimale hoogte is van de compensatie voor mbo-studenten die zitting hebben in de studentenraad van hun instelling. Dit wordt per instelling bepaald. Zeggenschap is volgens indieners geen gunst die met inzet van eigen tijd en middelen van de student bekostigd kan worden, maar een recht dat vormgegeven dient te worden vanuit goede randvoorwaarden.

Daarnaast is de studentenraad in het kader van de burgerschapsopdracht een goede leerschool voor studenten om ervaring op te doen met democratische besluitvormingsprocessen en de invloed die zij daarop kunnen uit kunnen oefenen.

Daarom willen indieners graag dat bij algemene maatregel van bestuur een eerlijke minimumvergoeding vastgesteld kan worden in samenspraak tussen JOB, MBO Raad en ministerie, waarbinnen mbo-studenten redelijkerwijs geacht kunnen worden van hun recht op zeggenschap gebruik te maken. Indien van de mogelijkheid gebruik wordt gemaakt om bij algemene maatregel van bestuur regels te stellen over de minimumvergoeding, wordt deze voorgehangen.

Van den Berge Kuik Van Meenen Smals