Gepubliceerd: 5 juli 2019
Indiener(s): Cora van Nieuwenhuizen (minister infrastructuur en waterstaat) (VVD)
Onderwerpen: verkeer water
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35248-2.html
ID: 35248-2

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is dat de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten te wijzingen om ter bevordering van de veiligheid op de scheepvaartwegen de loodsplichtwetgeving te herzien door onder andere de invoering mogelijk te maken van een Pilotage Exemption Certificate (PEC);

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Scheepvaartverkeerswet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3, eerste lid, wordt «de artikelen 4, 11 en 12» vervangen door «de artikelen 4, 10, vierde lid, 11 en 12».

B

Artikel 10 komt te luiden:

Artikel 10

  • 1. De kapitein van een zeeschip maakt tijdens de vaart op de scheepvaartwegen die deel uitmaken van een zeehavengebied, gebruik van de diensten van een loods.

  • 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder zeehavengebied verstaan de scheepvaartwegen die deel uitmaken van een zeehaven, die de aanloop daarnaar vormen of de verbinding vormen tussen zeehavens.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de in het eerste lid bedoelde zeehavengebieden en scheepvaartwegen nader aangeduid.

  • 4. Onverminderd het eerste lid maakt de kapitein van een zeeschip in ieder geval in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen omstandigheden, ook op andere daarvoor aangewezen scheepvaartwegen gebruik van de diensten van een loods.

  • 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt het gezag aangewezen dat op een in die maatregel aan te geven wijze belast wordt met de uitvoering van deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen.

C

Artikel 11 komt te luiden:

Artikel 11

  • 1. Van de verplichting, bedoeld in artikel 10, eerste lid, kan ten aanzien van een of meerdere aangewezen scheepvaartwegen in een zeehavengebied bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:

    • a. aan de kapitein van een zeeschip behorend tot een bepaalde categorie zeeschepen vrijstelling worden verleend;

    • b. aan de kapitein vrijstelling, respectievelijk ontheffing, worden verleend voor een zeeschip indien de kapitein of eerste stuurman tijdens de vaart op de betreffende scheepvaartweg, voldoet aan de bij of krachtens die maatregel gestelde eisen wat betreft opleiding, kundigheid en ervaring of aan andere bij of krachtens die maatregel vastgestelde eisen;

    • c. worden bepaald dat bij wijze van experiment, onder bij of krachtens die maatregel te bepalen voorwaarden, van de onderdelen a en b, kan worden afgeweken, om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om in andere gevallen dan bij of krachtens die onderdelen is bepaald, vrijstelling of ontheffing te verlenen.

  • 2. Onverminderd het eerste lid kunnen personen die op grond van het eerste lid zijn vrijgesteld of ontheven van de verplichting gebruik te maken van de diensten van een loods, in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, niettemin worden verplicht van de diensten van een loods gebruik te maken.

  • 3. Bij de behandeling van een aanvraag voor het verlenen van een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid, de periodieke controle daarop en de intrekking daarvan kunnen persoonsgegevens worden verwerkt. De verwerking vindt plaats om te kunnen beoordelen of aan de wettelijke vereisten voor de afgifte van een ontheffing en de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen wordt voldaan. Het gezag dat bevoegd is de ontheffing te verlenen, is verantwoordelijk voor deze verwerking.

  • 4. Aan een besluit tot vrijstelling, respectievelijk ontheffing, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.

D

Artikel 12 komt te luiden:

Artikel 12

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor kapiteins regels gesteld over operationele zaken betreffende het loodsen, waaronder het gelijktijdig gebruik van de diensten van meer dan één loods en het gebruik maken van de diensten van een loods vanaf de wal of vanaf een ander schip.

E

Artikel 14a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «en verklaringen van vrijstelling als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel b,» vervangen door «en van vrijstellingen, respectievelijk ontheffingen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b».

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. De tarieven voor de kosten verbonden aan de deelname aan de opleidingen en de examens die door de regionale loodsencorporaties op grond van artikel 13 van de Loodsenwet, worden verzorgd in het kader van het verlenen van een vrijstelling of ontheffing, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, worden vastgesteld bij besluit van de Autoriteit Consument en Markt overeenkomstig hoofdstuk VIA van de Loodsenwet en de daarop gebaseerde bepalingen.

F

Artikel 15, eerste en tweede lid, komen te luiden:

  • 1. De kapitein die gebruik maakt van de diensten van een loods, dan wel de eigenaar of rompbevrachter van het schip waarvoor gebruik wordt gemaakt van de diensten van een loods, is gehouden loodsgeld te betalen.

  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de kapitein of gezagvoerder van een Scheldevaarder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Scheldereglement.

G

Artikel 31, zesde lid, komt te luiden:

  • 6. Niet-nakoming van de verplichtingen, bedoeld in artikel 10, vierde lid en 11, tweede lid, alsmede overtreding van de regels, gesteld krachtens artikel 12, en van de voorschriften verbonden aan een besluit genomen krachtens artikel 11, eerste lid, onderdeel b, met een zeeschip of een schip als bedoeld in artikel 13 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie.

H

De eerste volzin van artikel 36, eerste lid, komt te luiden: Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de artikelen 10, eerste en vierde lid, 15c, eerste lid, en 17 alsmede de krachtens de artikelen 4, 11, eerste en tweede lid en 12 gestelde regels die in die maatregel zijn aangegeven, niet of slechts met beperkingen van toepassing zijn op Nederlandse of daarmee in die maatregel gelijk te stellen oorlogsschepen, die zich bevinden in de territoriale zee of daarop aansluitende Nederlandse scheepvaartwegen die in die maatregel zijn aangewezen.

I

In artikel 52, eerste lid, wordt «artikel 11, eerste lid», vervangen door «artikel 11, eerste en tweede lid».

J

De bijlage vervalt.

ARTIKEL II. WIJZIGING LOODSENWET

De Loodsenwet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 4, derde lid, wordt «artikel 11, onderdeel b, van de Scheepvaartverkeerswet» vervangen door «artikel 10, vierde lid, van de Scheepvaartverkeerswet».

B

Artikel 13, eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. het ten behoeve van de verlening van een vrijstelling of ontheffing van de loodsplicht, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Scheepvaartverkeerswet, leveren van een aandeel bij de opleiding en examinering van personen die een dergelijke ontheffing aanvragen.

ARTIKEL III. WIJZIGING VAN DE ARBEIDSTIJDENWET

In artikel 2:9, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet vervalt «of in de haven van Scheveningen,».

ARTIKEL IV. WIJZIGING AANPASSINGSWET ZBO’S IENM AAN DE KADERWET ZBO’S

Artikel VIII van de Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwetwet zbo’s vervalt.

ARTIKEL V. EVALUATIEBEPALING

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

ARTIKEL VI. INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,