Gepubliceerd: 3 december 2019
Indiener(s): Eppo Bruins (CU), Erik Ronnes (CDA), Roald van der Linde (VVD)
Onderwerpen: criminaliteit openbare orde en veiligheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35179-11.html
ID: 35179-11
Origineel: 35179-8

82,0 %
18,0 %

GL

50PLUS

VVD

CDA

SGP

DENK

CU

FvD

PVV

PvdD

PvdA

vKA

D66

Van Haga

SP


Nr. 11 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID BRUINS C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 8

Ontvangen 3 december 2019

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In artikel I wordt na onderdeel F een onderdeel ingevoegd, luidende:

Fa

Aan artikel 22 worden drie leden toegevoegd, luidende:

  • 5. Bij een verzoek als bedoeld in het eerste lid om gegevens als bedoeld in artikel 15a voorziet de Kamer in gebruik van een voldoende betrouwbaar identificatiemiddel door de verzoeker. De Kamer registreert de bij de identificatie gebruikte persoonsgegevens van de verzoeker en kan daarbij het burgerservicenummer registreren.

  • 6. De Kamer geeft een uiteindelijk belanghebbende op verzoek inzicht in het aantal keer dat zijn gegevens, bedoeld in artikel 15a, zijn verstrekt, met uitzondering van verstrekkingen aan de Financiële inlichtingen eenheid en aan bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 28, tweede lid. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de uiteindelijk belanghebbende inzicht kan krijgen.

  • 7. De registratie van persoonsgegevens, bedoeld in het vijfde lid, kan op verzoek worden ingezien door de Financiële inlichtingen eenheid en door bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 28, tweede lid.

Toelichting

Dit amendement regelt dat er extra waarborgen in de toegang tot het UBO-register worden ingebouwd en de veiligheid en privacy van uiteindelijk belanghebbenden wordt vergroot. Wanneer het UBO-register goed wordt uitgevoerd kan dit bijdragen aan het bestrijden van criminaliteit, wordt het slecht uitgevoerd dan wordt de basis geschept voor meer criminaliteit. De indieners van het amendement vinden het van belang dat in de wet wordt geborgd dat toegang tot het register alleen wordt geboden aan personen die zich vooraf hebben geïdentificeerd. Tevens vinden de indieners het van belang dat de uiteindelijke belanghebbenden zelf inzicht hebben hoe vaak ze zijn opgezocht in dit register, behoudens de verstrekkingen aan onder andere opsporingsinstanties. Daarnaast worden de bevoegde autoriteiten in staat gesteld na te gaan welke individuen bepaalde gegevens hebben bekeken in het register.

Bruins Van der Linde Ronnes