Kamerstuk 35167-22

Nader gewijzigd amendement van het lid Van der Lee ter vervanging van nr. 20 over het eerder sluiten van de minst efficiƫnte kolencentrale

Dossier: Regels voor het produceren van elektriciteit met behulp van kolen (Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie)


30,7 %
69,3 %

CU

GL

PVV

DENK

SP

PvdA

D66

SGP

FvD

VVD

PvdD

50PLUS

CDA


Nr. 22 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VAN DER LEE TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 20

Ontvangen 4 juli 2019

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Artikel 3a wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1. geplaatst».

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. In afwijking van artikel 3 is het verbod, bedoeld in artikel 2, tot 1 januari 2023 niet van toepassing op een door Onze Minister aangewezen kolengestookte productie-installatie die na 2014 in gebruik is genomen en die in vergelijking met andere kolengestookte productie-installaties, die na 2014 in gebruik zijn genomen, de meeste koolstofdioxide per kwh uitstoot. Onze Minister wijst deze productie-installatie op uiterlijk 1 juli 2022 aan na advies van het Planbureau voor de Leefomgeving en de Nederlandse Emissieautoriteit, bedoeld in artikel 2.1 van de Wet milieubeheer.

II

Na artikel 3a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3b

Een kolengestookte productie-installatie die na 2014 in gebruik is genomen stoot per jaar niet meer koolstofdioxide uit dan de hoeveelheid koolstofdioxide die deze productie-installatie heeft uitgestoten in het jaar 2018.

Toelichting

Dit amendement regelt dat in 2023 de minst efficiënte kolencentrale wordt gesloten. Op uiterlijk 1 juli 2022 wordt door de regering, na advisering door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de Nederlandse Emissie Autoriteit (NEA), bepaald welke kolencentrale het minst klimaatefficiënt is, door te kijken naar de CO2-uitstoot per kWh.

Dit amendement heeft als doelstelling innovatie te stimuleren en de CO2-uitstoot van Nederland op korte termijn verder omlaag te brengen. Uit de brief over de uitvoering van het Urgenda-vonnis (Kamerstuk 32 813, nr. 341) blijkt dat Nederland niet aankoerst op het tijdig realiseren van het Urgenda-doel; naar schatting komt de Staat 5 megaton CO2-reductie tekort.

Door in de wet te verankeren dat één van de centrales – degene die de komende jaren de minste CO2-reductie realiseert – sneller een verbod krijgt op de opwek van elektriciteit uit kolen, wordt bereikt dat alle centrales maximale inspanning verrichten om CO2-uitstoot terug te dringen. Doel is dus tevens een wedloop in CO2-reductie los te maken.

Dit amendement regelt tevens dat kolencentrales die na 2014 in gebruik zijn genomen niet meer koolstofdioxide uitstoten dan de hoeveelheid koolstofdioxide die deze productie-installatie heeft uitgestoten in het jaar 2018. Hiermee worden eventuele perverse prikkels, die de regering vreest, voorkomen.

Hoewel met deze wetswijziging het Urgenda-doel mogelijk niet wordt gehaald, is dit een doordachte poging om dichterbij dit doel te komen, zodat de klimaatmaatregelen meer in lijn komen met tijdige realisatie van het Urgenda-vonnis.

Van der Lee