Voorgesteld 11 december 2025
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen ertoe leidt dat bij gemeenten extra druk ontstaat op het gebied van financiën, onderwijspersoneel en onderwijshuisvesting;
overwegende dat er door de wet onwenselijke segregatie en concurrentie tussen scholen ontstaat, publieke middelen niet doelmatig worden besteed en de onderwijskwaliteit niet altijd gegarandeerd is, terwijl in tijden van dalende onderwijskwaliteit en een lerarentekort juist doelmatigheid en samenwerking noodzakelijk zijn;
overwegende dat gemeenten op dit moment in de wet geen recht hebben om hun advies in te brengen, terwijl zij veel kennis hebben van het lokale onderwijsveld en het verloop van de samenwerking met andere aan onderwijs gerelateerde maatschappelijke organisaties, zoals kinderopvang en buurtteams;
overwegende dat eind 2025 een evaluatie van de wet verschijnt, maar dat een beleidsreactie pas voor de zomer van 2026 is voorzien;
verzoekt de regering de beleidsreactie voor de Voorjaarsnota naar de Kamer te sturen en per heden te starten met het opstellen van een nieuwe wet voor de vestiging van nieuwe scholen, waarin:
– de onwenselijke effecten van de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen worden tegengegaan, zijnde ondoelmatig gebruik van publieke middelen, druk op de onderwijskwaliteit, het creëren of vergroten van personeelsschaarste, en onwenselijke segregatie en concurrentie;
– expliciet een adviesrecht voor gemeenten wordt opgenomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Moorman