Kamerstuk 34950-IIB-1

Jaarverslag overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs 2017

Dossier: Jaarverslag en slotwet overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs 2017

Gepubliceerd: 16 mei 2018
Indiener(s): Kajsa Ollongren (viceminister-president , minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (D66)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34950-IIB-1.html
ID: 34950-IIB-1

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN DE OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT EN KABINETTEN VAN DE GOUVERNEURS VOOR HET JAAR 2017 (IIB)

Aangeboden 16 mei 2018

Gerealiseerde uitgaven verdeeld over de beleidsartikelen (x € 1 mln.)*

Gerealiseerde uitgaven verdeeld over de beleidsartikelen (x € 1 mln.)*

* Door het afronden van de bedragen in miljoenen per artikel, kan een afrondingsverschil in het totaal op hoofdstukniveau ontstaan.

Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over de beleidsartikelen (x € 1 mln.)*

Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over de beleidsartikelen (x € 1 mln.)*

* Door het afronden van de bedragen in miljoenen per artikel, kan een afrondingsverschil in het totaal op hoofdstukniveau ontstaan.

Inhoudsopgave

A.

ALGEMEEN

4

 

1.

Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

4

 

2.

Leeswijzer

7

       

B.

BELEIDSVERSLAG

9

 

3.

Beleidsartikelen

9

   

Artikel 1. Raad van State

9

   

Artikel 2. Algemene Rekenkamer

14

   

Artikel 3. De Nationale ombudsman

18

   

Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

22

   

Artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

25

   

Artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

28

   

Artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten

31

 

4.

Niet-beleidsartikel

35

   

Artikel 10. Nominaal en onvoorzien

35

 

5.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

36

       

C.

JAARREKENING

47

 

6.

Verantwoordingsstaat

47

 

7.

Saldibalans

48

 

8.

WNT-verantwoording 2017 – Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs

53

A. ALGEMEEN

1. AANBIEDING EN DECHARGEVERLENING

AAN de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik het jaarverslag van de begroting van de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de Kanselarij der Nederlandse Orden, het Kabinet van de Gouverneur van Aruba, het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao en het Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten (IIB) over het jaar 2017 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37, tweede en derde lid, en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties decharge te verlenen over het in het jaar 2017 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Rekenkamer op basis van artikel 7.12, van de Comptabiliteitswet 2016, over:

  • a. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen, bedoeld in artikel 3.8 van de Comptabiliteitswet 2016;

  • b. de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen, bedoeld in artikel 3.9 van de Comptabiliteitswet 2016;

  • c. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk, bedoeld in artikel 2.35 van de Comptabiliteitswet 2016;

  • d. het gevoerde begrotingsbeheer, het financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering, bedoeld in de artikelen 3.2 tot en met 3.4 van de Comptabiliteitswet 2016 en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;

  • e. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk stukken voorgeschreven, stukken betrokken:

  • a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2017;

  • b. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2017 opgenomen rijksrekening van uitgaven en geraamde ontvangsten over 2017, alsmede over de rijkssaldibalans over 2017 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, vierde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. LEESWIJZER

Algemeen

Voor u ligt het jaarverslag 2017 van de overig Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs.

Het jaarverslag 2017 is als volgt opgebouwd:

  • A. een algemeen deel met de dechargeverlening;

  • B. het beleidsverslag met de artikelen en de Bedrijfsvoeringsparagraaf;

  • C. de jaarrekening met de verantwoordingsstaat; de saldibalans en de WNT verantwoording 2017.

De begroting van de overig Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs HIIB heeft geen apart centraal apparaatsartikel. In de toelichting per artikelonderdeel is een uitsplitsing opgenomen van de apparaatsuitgaven.

Groeiparagraaf

Er zijn dit jaar geen nieuwe ontwikkelingen voor de groeiparagraaf te melden.

Overgangsrecht Comptabiliteitswet

Op grond van het overgangsrecht in artikel 10.2 van de Comptabiliteitswet 2016 blijven voor de jaarverslagen en slotwetten over 2017 de bepalingen uit de Comptabiliteitswet 2001 en de daarop berustende bepalingen van toepassing zoals deze golden voor de inwerkingtreding van de Comptabiliteitswet 2016 per 1 januari 2018. Om die reden moet telkens bij de verwijzingen naar de bepalingen van de Comptabiliteitswet 2016 worden gelezen de artikelen van de Comptabiliteitswet 2001 conform de transponeringstabel bij de Comptabiliteitswet 2016, Stb. 2017, 139. Het betreft met name de volgende artikelen:

Artikelen in CW 2016 en CW 2001

Art. in CW 2016

Art. in CW 2001

3.2 – 3.4

19, eerste lid; 21, eerste en tweede lid

3.5

22, eerste lid; 26, eerste lid

3.8

58, eerste lid, onderdeel a, en derde lid; 61, derde lid

3.9

58, eerste lid, onderdeel b en c

2.37

60, tweede en derde lid; 63, eerste en vierde lid

2.35

61, tweede tot en met vierde lid

2.40

64

7.12

82, eerste lid; 83, eerste lid

7.14

82, vijfde lid; 83, tweede tot en met vierde lid

Beleidsverslag

Beleidsartikelen

Een beleidsartikel is opgebouwd uit de volgende elementen:

  • A. Algemene doelstelling

  • B. Rol en verantwoordelijkheid

  • C. Beleidsconclusies

  • D. Budgettaire gevolgen van beleid

  • E. Toelichting op het artikelonderdeel

Budgettaire gevolgen van beleid

In de toelichting op de artikelonderdelen wordt een toelichting gegeven bij verschillen tussen de vastgestelde begroting 2017 en de realisatie 2017.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

De Bedrijfsvoeringsparagraaf is onder een aparte paragraaf opgenomen.

B. BELEIDSVERSLAG

3. BELEIDSARTIKELEN

Artikel 1 Raad van State

A Algemene doelstelling

De Raad van State heeft de taak om als adviseur voor wetgever en bestuur en als hoogste algemene bestuursrechter bij te dragen aan behoud en versterking van de democratische rechtsstaat en daarbinnen aan de eenheid, legitimiteit en kwaliteit van het openbaar bestuur in brede zin, alsmede aan de rechtsbescherming van de burger.

De Grondwet en de Wet op de Raad van State vormen het wettelijk kader, waarbinnen de Raad van State zijn taken verricht. Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden vormt de grondslag voor zijn werkzaamheden als Raad van State van het Koninkrijk.

Met ingang van 1 januari 2014 is de Afdeling advisering als instantie aangewezen die in Nederland is belast met het onafhankelijk toezicht op de naleving van de begrotingsregels die in Europa zijn afgesproken. Deze functie vloeit voort uit het Stabiliteitsverdrag dat de lidstaten van de Europese Unie (EU) in 2012 hebben gesloten.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de Minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.1

C Beleidsconclusies

Samenwerking hoogste bestuursrechtspraak

De samenwerking tussen de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de andere hoogste bestuursrechters vindt plaats in de zogenoemde Commissie rechtseenheid bestuursrecht, waarin alle vier colleges vertegenwoordigd zijn. Dit bevordert dat de uitspraken van de betrokken colleges dezelfde antwoorden geven op rechtsvragen over de toepassing van het bestuursprocesrecht, bestuursrechtelijk schadevergoedingsrecht en bestuursrechtelijk sanctierecht.

Samenwerking wordt voorts bevorderd door de mogelijkheid leden van enkele colleges als plaatsvervangende leden in een ander college te benoemen. Daarnaast wordt soms gebruikgemaakt van de mogelijkheid een zaak te verwijzen naar een grote kamer bestaande uit vijf in plaats van drie leden, waarin ook een of meerdere leden van andere colleges plaatsnemen. Door de samenstelling van de kamer is dan voor de juridische praktijk kenbaar dat de hoogste bestuursrechters samen werken aan rechtseenheid en rechtsontwikkeling. Aan de rechtsontwikkeling wordt ook bijgedragen door het nemen van conclusies.

Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht2

De wet, die onder andere beoogt het bestuurs(proces)recht te vereenvoudigen en verplicht tot facilitering van digitaal procederen, heeft ook betrekking op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Standaard wordt dat een beroep elektronisch wordt ingediend (via het ontwikkelde web-portaal) en dat ook het overige berichtenverkeer tussen rechter en partijen digitaal geschiedt. Het wetsvoorstel is op 12 juli 2016 door de Eerste Kamer met algemene stemmen aangenomen. De wet zal gefaseerd in werking treden. De rechtspraak inzake vreemdelingenzaken (asiel en bewaring) zal als eerste verplicht digitaal behandeld worden.

Sinds 12 juni 2017 is het voor een beperkt aantal advocatenkantoren mogelijk om in asielzaken digitaal te procederen via het portaal van de Afdeling bestuursrechtspraak.

De Afdeling advisering

Taak van de Afdeling advisering is het op de meest doelmatige en kwalitatief goede wijze afdoen van binnengekomen adviesaanvragen. Tijdigheid, kenbaarheid en voorspelbaarheid zijn daarbij belangrijke kernbegrippen.

In de onderstaande tabel zijn de realisaties voor de jaren 2014- 2017 weergegeven. Voor het jaar 2017 is een vergelijking gemaakt tussen ontwerpbegroting en de realisatie (afgedaan).

Tabel 1.1 Instroom en afhandeling adviesaanvragen (in aantallen)
 

2014

2015

2016

2017

2017

 

Ontwerpbegroting

Realisatie

Instroom

488

465

447

500

416

Afhandeling

492

452

430

500

442

Toelichting

De aantallen instroom en afhandeling voor het jaar 2017 zijn in lijn met de trend uit de voorgaande jaren. De in de ontwerpbegroting opgenomen aantallen voor instroom en afhandeling zijn, mede door de afhankelijkheid van externe factoren, indicatief.

De Afdeling bestuursrechtspraak

Taak van de Afdeling bestuursrechtspraak is het op de meest doelmatige en kwalitatief goede wijze afdoen van binnengekomen zaken. Tijdigheid, kenbaarheid en voorspelbaarheid en bruikbare rechtsvorming zijn daarbij belangrijke aspecten.

De Afdeling bestuursrechtspraak bestaat uit drie kamers: de Ruimtelijke-ordeningskamer, de Algemene kamer en de Vreemdelingenkamer.

In de onderstaande tabel is de realisatie van de afhandeling van zaken door de Afdeling bestuursrechtspraak weergegeven. De gemiddelde doorlooptijden van alle afdoeningen (hoofdzaken en Voorlopige Voorzieningen) zijn weergegeven.

Tabel 1.2 Doorlooptijd in weken
 

Norm doorlooptijd

Realisatie 2016 gemiddelde doorlooptijd

Realisatie 2017

gemiddelde doorlooptijd

Ruimtelijke-ordeningskamer

52

28

28

Algemene kamer

40

33

37

Vreemdelingenkamer

23

9

8

Totaal bestuursrechtspraak

 

18

17

Tabel 1.3 Instroom en afhandeling van zaken van de Afdeling bestuursrechtspraak
(Hoofdzaken en Voorlopige Voorzieningen)
 

2014

2015

2016

2017

2017

2017

 

Afgedaan

Afgedaan

Afgedaan

Ontwerpbegroting

Ingekomen

Afgedaan

Ruimtelijke-ordeningskamer

2.215

2.258

1.409

1.725

1.279

1.327

Algemene kamer

3.941

3.688

3.161

3.800

3.562

3.295

Vreemdelingenkamer

6.650

5.853

6.402

8.340

8.397

8.216

Totaal bestuursrechtspraak

12.806

11.799

10.972

13.865

13.238

12.838

Toelichting

De in de ontwerpbegroting opgenomen instroomverwachtingen van de Ruimtelijke-ordeningskamer en de Algemene kamer zijn gebaseerd op ervaringsgegevens en een verondersteld ongewijzigd beleid bij de wetgever en de bestuursorganen. In 2017 was het totaalaantal ingekomen zaken lager dan verwacht. Het aantal afgedane zaken kwam iets onder het huidige (jaar)aanbod uit maar lag ruim boven de afdoening in voorgaande jaren.

De Afdeling bestuursrechtspraak is na de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de rechtbanken de laatste schakel in de vreemdelingenketen. De instroom van zaken binnen de Vreemdelingenkamer is grotendeels de uitkomst van de instroom, doorstroom en uitstroom bij de genoemde ketenpartners.

De verwachtingen ten aanzien van de instroom en productie van de Vreemdelingenkamer worden in samenwerking met de partners binnen de vreemdelingenketen jaarlijks vastgesteld. De verwerking van de budgettaire gevolgen van deze actualisatie vindt plaats bij gelegenheid van de Voorjaarnota en in de eerste suppletoire begroting.

D Budgettaire gevolgen van beleid
Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Art.nr.

Verplichtingen:

59.254

58.577

59.570

58.906

54.691

59.314

– 4.623

                 
 

Uitgaven:

58.990

58.521

59.502

57.616

56.173

59.314

– 3.141

                 

1.1

Advisering

0

0

0

7.375

7.519

5.723

1.796

                 

1.2

Bestuursrechtspraak

0

0

0

50.241

24.832

32.264

– 7.432

                 

1.4

Raad van State gemeenschappelijke diensten

58.990

58.521

59.502

0

23.822

21.327

2.495

                 
 

Ontvangsten:

2.987

2.560

2.017

1.725

1.899

1.950

– 51

E Toelichting artikelonderdelen

Bij gelegenheid van de 1e suppletoire begroting 2017 is de raming van de Raad van State – onderdeel Bestuursrechtspraak verlaagd met € 1,3 mln. Dit bedrag was het saldo van enerzijds een verlaging met € 2,8 mln. en anderzijds een verhoging met € 1,5 mln. De verlaging betrof de budgettaire gevolgen van de naar beneden bijgestelde prognose van de instroom van zaken binnen de Vreemdelingenkamer. De verhoging met € 1,5 mln. betrof de toegevoegde eindejaarsmarge (€ 0,5 mln.) en een kasschuif van 2016 naar 2017 van € 1,0 mln. ten behoeve van het programma digitalisering.

Vervolgens is bij gelegenheid van de Miljoenennota 2018 (Vermoedelijke Uitkomsten) het bedrag van de loon- en prijscompensatie (€ 1,46 mln.) toegevoegd aan de drie onderdelen van het uitgavenartikel van de Raad van State.

Ten slotte is bij gelegenheid van de 2e suppletoire begroting 2017 de raming van de Raad van State verlaagd met € 2,9 mln. Dit bedrag betrof een incidentele kasschuif naar 2018 van € 1,2 mln. ten behoeve van in 2018 te maken kosten voor het programma digitalisering en een verhoging van de uitgavenraming met € 2,1 mln. als bekostiging van de hoger dan geprognotiseerde zaaks productie in de Vreemdelingenkamer.

Eveneens in de 2e suppletoire begroting is de uitgavenraming 2017 verlaagd met € 3,6 mln. In het najaar 2017 heeft de Raad van State een businesscase laten uitvoeren, waarin beheerslasten en mogelijke baten (lagere uitgaven) van de digitalisering van het primair proces in kaart zijn gebracht. Een van de bevindingen van de businesscase is dat vooralsnog van baten voor de Raad van State geen sprake zal zijn. Een reeds in de meerjarenraming met het oog op toekomstige baten verwerkte korting van € 720.000 per jaar voor de jaren 2018 t/m 2022 zal daarom worden teruggedraaid.

De gerealiseerde uitgaven op het begrotingsartikel van de Raad van State zijn € 430.000 (0,7%) lager dan de raming bij gelegenheid van de Najaarsnota. De inzet van de Raad van State was € 590.000 onder de raming te blijven. Dit bedrag zou overeen gekomen zijn met de eindejaarsmarge van 1% van de ontwerpbegroting.

Het verschil tussen beide bedragen, € 160.000, heeft onder meer betrekking op hoger dan geraamde beheerskosten ten behoeve van digitaal werken en digitale toegang tot de rechtspraak. Geconstateerd kan worden dat, onder andere als gevolg van toenemende personele inzet, de beheerskosten van de digitalisering zijn gestegen.

Specificatie apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)

Apparaat

2017

Personeel

50.128

Eigen personeel

46.325

Externe inhuur

2.961

Overig personeel

842

Materieel

6.045

Overig materieel

6.045

Totaal apparaat

56.173

Artikel 2. Algemene Rekenkamer

A Algemene doelstelling

De Grondwet en de Comptabiliteitswet vormen het wettelijke kader voor de Algemene Rekenkamer om de ontvangsten en uitgaven van het Rijk en de daarmee verbonden organen te onderzoeken. De Algemene Rekenkamer heeft als doel het rechtmatig, doelmatig, doeltreffend en integer functioneren van het Rijk en de daarmee verbonden organen te toetsen en te verbeteren. Daarbij toetst zij ook de nakoming van verplichtingen die Nederland in internationaal verband is aangegaan.

De Algemene Rekenkamer voorziet de regering, de Staten-Generaal en degenen die verantwoordelijk zijn voor de aan het Rijk verbonden organen van bruikbare en relevante informatie, aan de hand waarvan zij kunnen bepalen of het beleid van een Minister rechtmatig, doelmatig en doeltreffend is uitgevoerd.

De Algemene Rekenkamer keurt de rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk goed. Jaarlijks stelt de Algemene Rekenkamer haar onderzoeksprogramma vast en bepaalt zij zelf wat zij openbaar maakt. Zij voorziet de regering, de Staten-Generaal en degenen die verantwoordelijk zijn voor de gecontroleerde organen van informatie. Deze informatie bestaat uit onderzoeksbevindingen, oordelen en aanbevelingen over organisatie, beheer en beleid en is in beginsel voor het publiek toegankelijk.

De Algemene Rekenkamer doet onderzoek bij de rijksoverheid, bij zelfstandige organisaties die met publiek geld een publieke taak uitvoeren en bij particulieren, bedrijven en overheden die Europese subsidies ontvangen.

Daarnaast rekent zij het tot haar verantwoordelijkheden om een bijdrage te leveren aan goed openbaar bestuur door kennisuitwisseling en samenwerking in binnen- en buitenland.

B Rol en verantwoordelijkheid

In maart 2016 heeft de Algemene Rekenkamer haar strategie «Inzicht als basis voor vertrouwen» voor de periode 2016–2020 vastgesteld. De Algemene Rekenkamer kiest nadrukkelijk voor het scherp volgen van publiek geld. Daarbij ligt de focus op terreinen waar de functie van de Algemene Rekenkamer de meeste toegevoegde waarde heeft. De Algemene Rekenkamer wil meer duiding geven aan het oordeel over rechtmatigheid. Van belang daarbij zijn duidelijke regelgeving, inzicht in de grote uitvoeringsvraagstukken in de publieke sector en in de maatschappelijke resultaten van het beleid voor de samenleving.

De strategie van de Algemene Rekenkamer kent thans de volgende onderzoeksprogramma’s:

  • Verantwoordingsonderzoek;

  • Ontvangsten;

  • Toekomstbestendige Overheidsfinanciën;

  • Doelmatigheid (methoden en technieken);

  • Premiesectoren.

Onderzoek op de terreinen Personeel, ICT, Vastgoed en Decentralisatie wordt doorgezet en op termijn onderdeel van het reguliere verantwoordingsonderzoek gemaakt. Nieuwe onderzoekslijnen Veiligheid en Duurzaamheid worden opgebouwd.

Deze strategie heeft consequenties voor de organisatie. Zo zal moeten worden geïnvesteerd in kwaliteit, innovatie en in de samenwerking met externe partners. Meer expertise op het gebied van overheidsfinanciën, fiscaliteit en data-analyse zal worden aangetrokken. Een en ander door omscholing dan wel vervanging van personeel en waar nodig door externe inhuur van deskundigheden.

C Beleidsconclusies

De bezuinigingstaakstellingen van de kabinetten Rutte I en II en de noodzaak te moderniseren om haar strategie 2017–2022 te kunnen verwezenlijken waren voor de Algemene Rekenkamer aanleiding zich in 2017 te reorganiseren. Deze omvangrijke reorganisatie is succesvol afgerond. De personeelsformatie is in belangrijke mate teruggebracht en de bezettingsgraad is gedaald. In de planning voor 2017 is hiermee rekening gehouden.

Deze gegevens in acht nemend is de Algemene Rekenkamer er grotendeels in geslaagd haar beleidsdoelen voor 2017 te realiseren.

In 2017 heeft de Algemene Rekenkamer het werkprogramma op drie momenten geactualiseerd. Zo kan de Algemene Rekenkamer reageren op ontwikkelingen en op verzoeken van Eerste en Tweede Kamer en/of van bewindspersonen.

In 2017 heeft de Algemene Rekenkamer in totaal 56 publicaties opgeleverd:

  • 36 rapporten, waarvan 23 verantwoordingsonderzoeken en 1 verzoekonderzoek (UWV);

  • 4 updates van webdossiers;

  • 16 brieven aan de Tweede Kamer, waarvan 11 brieven aan de Tweede Kamer met aandachtspunten bij de begroting 2017 (begrotingsbrieven) en een set van 18 factsheets (Rijk in uitvoering).

Met de productie van 56 publicaties realiseert de Algemene Rekenkamer haar planning voor 2017 nagenoeg. In 2017 waren er 58 publicaties voorzien.

In 2017 heeft de Algemene Rekenkamer op verzoek van de Tweede Kamer een verzoekonderzoek uitgevoerd naar de balans tussen taken, mensen en middelen bij het UWV. Dit onderzoek werd in januari 2017 gepubliceerd.

Op www.rekenkamer.nl heeft de Algemene Rekenkamer de onderzoeksrapporten, de brieven aan de Tweede Kamer en het Verslag 2016 gepubliceerd. Daar zijn ook de webdossiers te vinden. Bij het Verslag 2016 heeft de Algemene Rekenkamer al de uitgaven (het «grootboek») openbaar gemaakt in de vorm van open data.

Van juni 2014 tot mei 2017 was de Algemene Rekenkamer voorzitter van de European Organisation of Supreme Audit Organisations.

De Algemene Rekenkamer heeft in 2016 voorbereidingen getroffen voor een omvangrijke wijziging van de organisatiestructuur. Deze reorganisatie heeft in 2017 zijn beslag gekregen. Met de beoogde reorganisatie is geïnvesteerd in wendbaarheid, zakelijkheid en kwaliteit. Aan de reorganisatie zijn personele consequenties verbonden. De formatie is gedaald van 325 fte in de jaren 2002 naar 274 fte anno 2016 naar 232 fte medio 2017.

De financiële ruimte die met de laatste personeelsreductie wordt gerealiseerd biedt mogelijkheden om door inhuur van externe capaciteit wendbaar en flexibel in te spelen op behoefte aan tijdelijk noodzakelijke specifieke expertise.

D Budgettaire gevolgen van beleid
Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Art.nr

Verplichtingen:

29.137

29.947

28.531

29.159

28.555

28.047

508

                 
 

Uitgaven:

29.051

30.028

28.714

28.868

28.576

28.047

529

                 

2.1

Recht- en doelmatigheidsbevordering

29.051

30.028

28.714

28.868

28.576

28.047

529

                 
 

Ontvangsten:

1.157

977

1.137

802

1.153

1.217

– 64

E Toelichting artikelonderdelen

Het begrotingsartikel van de Algemene Rekenkamer bevat alleen apparaatsuitgaven. In onderstaande tabel zijn de apparaatsuitgaven gespecificeerd.

Specificatie apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)

Apparaat

2017

Personeel

24.948

– Eigen personeel

22.901

– Externe inhuur1

1.966

– Overig personeel

81

Materieel

3.628

– Overig materieel

3.601

– Programma

27

Totaal apparaat

28.576

X Noot
1

inclusief inhuur ten behoeve van onderzoek

In het kader van de regeerakkoorden hebben de kabinetten Rutte I en Rutte II aan de Algemene Rekenkamer gevraagd de volgende taakstellingen op zich te nemen:

 

2013

2014

2015

2016

2017

2018 structureel

Rutte I

800.000

1.100.000

1.600.000

1.726.000

1.821.000

1.900.000

Rutte II

     

504.000

1.008.000

1.176.000

Totaal

800.000

1.100.000

1.600.000

2.230.000

2.829.000

3.076.000

Het totaal van de beide taakstellingen loopt daarmee op tot bijna 11% structureel van het oorspronkelijke begrotingsbedrag 2017 van € 28,0 mln. Met het realiseren van de door de Algemene Rekenkamer en parlement geaccordeerde inspanningsverplichting van het kabinet Rutte I is naast een korting op het personeelsbudget van de Algemene Rekenkamer ook het materiële budget sterk versoberd. Met de door de Algemene Rekenkamer bestreden maar door het parlement geaccordeerde inspanningsverplichting van het kabinet Rutte II zijn de mogelijkheden om investeringen in de bedrijfsvoering te realiseren nog verder verkleind. De inspanningsverplichtingen gaf de Algemene Rekenkamer aanleiding tot een verdere reductie van de bezetting.

Artikel 3. De Nationale ombudsman

A Algemene doelstelling

De burger heeft recht op behoorlijke behandeling door de overheid. Meestal gebeurt dat ook, maar het lukt niet altijd. Dan kan de burger terecht bij de Nationale ombudsman. De missie van de Nationale ombudsman is: Wij geloven dat het perspectief van burgers geborgd moet worden in alles wat de overheid doet.

Door burgers (op weg) te helpen als het misgaat tussen hen en de overheid.

Door burgers de weg te wijzen naar het juiste loket. Door ze te empoweren met adviezen en tools. En door op een effectieve manier onderzoek te doen. (reactief)

Door overheden uit te dagen anders te kijken naar diensten, processen en innovaties.

Door met een team van specialisten te kijken naar alles wat de overheid doet. Door na te denken over manieren waarop het anders en beter kan. Met meer oog voor het perspectief van de burger. Om overheden hier vervolgens op aan te spreken. En ze uit te dagen om zaken te verbeteren. (pro-actief).

De Kinderombudsman en de Veteranenombudsman hebben tot doel te bevorderen dat de rechten van respectievelijk jeugdigen en veteranen worden geëerbiedigd door bestuursorganen en door privaatrechtelijke organisaties. De Kinderombudsman en de Veteranenombudsman zijn onderdeel van de Nationale ombudsman.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de Minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.3

C Beleidsconclusies

De evaluatie van de Wet Kinderombudsman is in 2017 afgerond. De bespreking in de Kamer is echter uitgesteld tot 2018.

De Nationale ombudsman heeft op verzoek van burgers 29.380 klachten over de behoorlijkheid van het optreden van de departementen, de zelfstandige bestuursorganen, Caribisch Nederland, en de politie in Nederland ontvangen. T.o.v. het voorgaande jaar zijn dit 5.450 klachten minder. De daling van het aantal klachten ligt voor het overgrote deel bij de belastingdienst (daling 2.200 klachten) en een afname van het aantal buitenwettelijke klachten (afname 1.000 klachten). Daarnaast zijn ook de klachten bij de gemeenten (daling 700 klachten) en politie (daling 400 klachten) afgenomen. Eén van de organisaties waar het aantal klachten in 2017 is toegenomen is DUO (toename 150 klachten). Dit zijn enkele voorbeelden waar een daling c.q. toename van het aantal klachten zichtbaar is.

Wel is een verschuiving zichtbaar van de instrumenten die worden gebruikt. In 2017 zijn bij een dalend aantal behandelde klachten meer rapporten (totaal 158) met hierin aanbevelingen uitgebracht. Ook zijn het aantal uitgevoerde bemiddelingen licht toegenomen (totaal 33). Activiteiten om de ombudsman dichter bij de burger te brengen, zoals de bus tour, waarbij de ombudsman met medewerkers de provincie ingaat en het ontplooien van activiteiten om klachten te voorkomen, zoals contactpersonendagen en trainingen/workshops op maat, zijn sterke instrumenten gebleken.

Het aantal onderzoeken uit eigen beweging naar de behoorlijkheid van overheidsoptreden in individuele en structurele kwesties is in 2017 licht toegenomen (totaal 29). Dit zijn 9 onderzoeken meer dan vooraf was ingeschat. Deze onderzoeken zijn gebaseerd op klachten of ontvangen signalen van burgers. Zo kan de ombudsman door het uitvoeren van één onderzoek vele burgers helpen.

In 2017 is de Kinderombudsman 2.455 keer benaderd voor vragen, hulpverzoeken en klachten. Dit zijn 831 minder contacten dan in 2016 en 296 minder dan in 2015. Het verschil tussen het aantal contacten in 2017 en de jaren daarvoor valt te verklaren doordat er zich in de jaren 2016 en 2015 twee à drie gebeurtenissen per jaar plaatsvonden die leidde tot honderden contacten en daardoor een aanzienlijk deel vormden van het totaalaantal contacten in deze jaren. Naast het behandelen van contacten heeft de Kinderombudsman in 2017 thematische onderzoeken uitgevoerd en invulling gegeven aan haar wettelijke taak voorlichting te geven en informatie te verstrekken over de rechten van jeugdigen. Ook is meermalen gevraagd en ongevraagd advies gegeven aan de regering en de Tweede Kamer over wetgeving en beleid dat rechten van jeugdigen raakt. De Kinderombudsman heeft in 2017 slechts in zeer beperkte mate invulling gegeven aan haar wettelijke taak om toe te zien op de wijze waarop klachten van jeugdigen of hun wettelijke vertegenwoordigers door de daartoe bevoegde instanties werden behandeld.

Een verdere analyse over de klachtbehandeling van de Nationale ombudsman, Kinderombudsman en Veteranenombudsman wordt in het reguliere jaarverslag van de organisatie verder uitgewerkt.

D Tabel budgettaire gevolgen van beleid
Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Art.nr.

Verplichtingen:

15.632

16.676

17.674

16.662

16.131

15.230

901

                 
 

Uitgaven:

16.226

16.361

17.016

16.306

16.266

15.230

1.036

                 

3.1

Reguliere klachten

13.895

13.982

14.472

14.035

14.112

13.057

1.055

                 

3.2

Klachten van lagere overheden

2.331

2.379

2.544

2.271

2.154

2.173

– 19

                 
 

Ontvangsten:

2.840

2.765

3.192

2.775

2.580

2.189

391

E Toelichting artikelonderdelen

3.1 Reguliere klachten

Dit betreft de uitgaven voor klachtbehandeling door de Nationale ombudsman waaronder ook het onderzoek op eigen initiatief. Daarnaast ook uitgaven voor de uitvoering van taken van de Kinderombudsman en de Veteranenombudsman.

Bij Voorjaarsnota is éénmalig 1,45 mln. extra budget toegekend voor het uitvoeren van nieuwe taken binnen de bedrijfsvoering, voor de uitvoering van taken voor Caribisch Nederland en voor de transitie van de organisatie naar een toekomstbestendige organisatie. Daar de transitie van de organisatie meer tijd nodig heeft dan vooraf is voorzien, is een deel van dit budget doorgeschoven naar 2018.

3.2 Klachten van lagere overheden

Op Artikel 3.2 worden alle uitgaven van de klachtbehandeling voor de decentrale overheden zichtbaar.

Tabel 1: Aantal klachten naar ontvangst Nationale ombudsman

Klachten

2015

2016

2017

Per post

3.750

3.860

3.140

Digitaal

9.420

6.810

6.490

Totaal schriftelijk

13.170

10.670

9.630

       

Mondeling

24.980

24.160

19.750

Totaal

38.150

34.830

29.380

In bovenstaande tabel zijn alle ontvangen klachten opgenomen, uitgezonderd de klachten die ontvangen zijn bij de Kinderombudsman.

Specificatie apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)

Apparaat

2017

Personeel

 

Eigen personeel

11.660

Externe inhuur

304

Overig personeel

300

Materieel

 

Overig materieel

4.003

Totaal apparaat

16.266

Ontvangsten

De ontvangsten hebben voornamelijk betrekking op de klachtbehandeling voor de decentrale overheden en ontvangsten die betrekking hebben op het voorgaande begrotingsjaar. Ook zijn er enkele buitenlandse subsidieprojecten afgerond.

Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

A Algemene doelstelling

De Kanselarij der Nederlandse Orden (KNO) is bij Koninklijk Besluit (KB) van 3 juni 1844 ingesteld. De Kanselarij der Nederlandse Orden is de organisatie die:

  • het Kapittel voor de Civiele Orden en het Kapittel der Militaire Willems-Orde huisvest en ambtelijk ondersteunt in hun advisering over de voorstellen tot decoratieverlening;

  • zorg draagt voor het beheer van de versierselen van de onderscheidingen en voor de correcte verzending ervan aan de betrokken Ministeries en/of gemeenten;

  • zorgt dat registers worden aangehouden van in het Koninkrijk der Nederlanden onderscheiden personen.

Kapittel der Militaire Willems-Orde

De taken van het Kapittel der Militaire Willems-Orde behelzen:

  • het adviseren van het hoofd van het betrokken departement van algemeen bestuur over de voordrachten voor benoeming of bevordering in en ontslag uit de Orde dan wel over aanvragen om in de Orde te worden opgenomen of bevorderd;

  • het verstrekken van inlichtingen aan het hoofd van het betrokken departement van algemeen bestuur alsmede het geven van inzage in alle zakelijke gegevens en bescheiden aan deze departementen;

  • het aanhouden van registers voor elk der vier klassen van ridders;

  • het houden van aantekening van verlening van het ordeteken aan onderdelen van de krijgsmacht.

Kapittel voor de Civiele Orden

Het Kapittel voor de Civiele Orden heeft als adviescollege op landelijk niveau tot taak Onze Minister wie het aangaat te adviseren over het verlenen van onderscheidingen in één van de Civiele Orden.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de Minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.4

C Beleidsconclusies

De KNO en al haar ketenpartners maken voor de aanvraag en behandeling van Koninklijke onderscheidingen gebruik van een in 2001 gebouwd ICT-systeem, genaamd Daisy. Dit systeem dient dringend te worden vervangen uit hoofde van continuïteit en zekerheid. De realisatie van dit nieuwe ICT-systeem voor aanvraag en behandeling van Koninklijke onderscheidingen heeft in 2017 vertraging opgelopen

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Art.nr.

Verplichtingen:

4.791

3.954

3.933

6.178

3.315

4.671

– 1.356

                 
 

Uitgaven:

4.845

3.583

4.170

4.409

4.807

4.671

136

                 

4.1

Apparaat

2.389

2.462

2.906

3.187

3.326

3.151

175

                 

4.2

Decoraties

2.454

1.120

1.262

1.221

1.480

1.515

– 35

                 

4.3

Riddertoelagen

2

1

2

1

1

5

– 4

                 
 

Ontvangsten:

130

154

241

294

308

29

279

E Toelichting artikelonderdeel

4.1 Apparaat

In onderstaande tabel is het begrotingsartikel apparaatsuitgaven van de Kanselarij der Nederlandse Orden gespecificeerd.

Specificatie apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)

Apparaat

2017

Personeel

2.262

Eigen personeel

1.323

Externe inhuur

802

Overig personeel

137

Materieel

1.064

Overig materieel

1.064

Totaal apparaat

3.326

Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2017 zijn de totale uitgaven 136k hoger uitgevallen. Dit is het gevolg van vertraging die is opgelopen bij de vervanging van het nieuwe ICT-systeem voor de aanvraag en behandeling van Koninklijke onderscheidingen. Ter dekking heeft hiervoor bij VJN 2017 een kasschuif van € 1 mln. plaatsgevonden. Ook in 2017 heeft, vanwege de opgelopen vertraging, een kasschuif bij NJN 2017 plaatsgevonden van € 1,1 mln. als gevolg van uitgestelde betalingsverplichtingen naar de leverancier van het nieuwe ICT-systeem.

4.2 Decoraties

De gerealiseerde uitgaven van decoraties op de begroting heeft onder andere te maken met de jaarlijkse bestelling van versierselen.

Ontvangsten

De ontvangsten zijn hoger uitgevallen door het ontvangen van een vergoeding van de Nationale Politie voor de bestelling van Politiemedailles, jaartekens en batons die de Nationale Politie bij de Kanselarij der Nederlandse Orden afneemt.

Tevens zijn de ontvangsten van borgsommen hoger uitgevallen.

Artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

A Algemene doelstelling

De missie van het kabinet is het optimaal ondersteunen van de Gouverneur in de uitoefening van zijn taken. Gezien deze ondersteunende rol zijn de taken van het kabinet een afgeleide van de wettelijke taken en bevoegdheden van de Gouverneur. De belangrijkste taken en bevoegdheden zijn opgenomen in het Statuut voor het Koninkrijk, de Staatsregeling van Aruba en het Reglement van de Gouverneur. Verder is de regelgeving voor naturalisatie, paspoorten en visa van belang (de rijkswet op het Nederlanderschap, de Paspoortwet, de Paspoortuitvoeringsregeling Nederlandse Antillen en Aruba en de visuminstructies van de Minister van Buitenlandse zaken en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie). De taken en inrichting van het kabinet zijn vastgelegd in een instellings- en beheersbesluit, alsmede een organisatie en formatieplan.

B Rol en verantwoordelijkheid

De bestuurlijke rol van de Gouverneur zowel binnen Aruba als landsorgaan, als in relatie tot het Koninkrijk als Koninkrijksorgaan brengt met zich mee dat op het hele werkveld van deze overheden contacten worden onderhouden, ook door het kabinet ten behoeve van de Gouverneur met de Staten van Aruba, met Ministers, andere bestuurders en instituties in het Koninkrijk, Aruba en Nederland. De relaties met de Gouverneurs van Sint-Maarten en van Curaçao zijn geïnstitutionaliseerd en worden onderhouden.

Met name bij de uitvoering van rijkswetgeving werkt het Kabinet samen met verschillende Ministeries, agentschappen en diensten. Dit zijn in het bijzonder de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Binnen het land Aruba heeft het Kabinet intensief contact met de Staten, de Raad van Ministers, de Hoge Colleges van Staat en met overige landsdiensten. De Gouverneur van Aruba heeft de procedure van de aanvraag en uitgifte van nationale paspoorten aan ingezetenen van Aruba deels gemandateerd aan de Dienst Bevolking en Burgerzaken (Censo).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de Minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.5

C Beleidsconclusies

Er zijn geen beleidswijzigingen. Begin 2017 is sprake geweest van wisseling van Gouverneur en in het derde kwartaal hebben de landelijke regeringsverkiezingen plaatsgevonden. Voor het eerst in 16 jaar is er ook sprake van een coalitieregering op Aruba. Voor de nieuwe Gouverneur is het eerste halfjaar een intensief kennismakingsprogramma opgesteld. Dit heeft een extra beslag gelegd op de inzet en flexibiliteit van de medewerkers van het Kabinet. Daarnaast hebben ook in september 2017 de verkiezingen en aansluitend de formatie van de nieuwe regering plaatsgevonden. Ook deze 2 activiteiten hebben een groot beslag gelegd op de inzet van de medewerkers.

Voor wat betreft de producten van het Kabinet is sprake geweest van een zeer kleine toename van het aantal Naturalisatieverzoeken en een toename van zo’n 45% van het aantal optieverzoeken. Voor wat betreft de visa-aanvragen is sprake geweest van een toename van zo’n 41%.

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Art.nr.

Verplichtingen:

1.985

1.742

2.000

1.978

2.006

2.183

– 177

                 
 

Uitgaven:

1.986

1.759

2.000

1.978

2.006

2.183

– 177

                 

6.1

Apparaat van het Kabinet van de Gouverneur van Aruba

1.986

1.759

2.000

1.978

2.006

2.183

– 177

                 
 

Ontvangsten:

148

78

66

97

100

60

40

E Toelichting artikelonderdeel

6. 1 Apparaat van het Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Specificatie apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)

Apparaat

2017

Personeel

1.541

Eigen personeel

1.329

Externe inhuur

39

Overig personeel

173

Materieel

481

Overig materieel

481

Totaal apparaat1

2.021

X Noot
1

Afwijking ten opzichte van de tabel «Budgettaire gevolgen van beleid» betreft koersverschillen

Onder Eigen personeelskosten zijn de loonkosten opgenomen. Onder Overig personeel zijn de opleidingskosten en de postactieven opgenomen. Per januari 2017 heeft het Kabinet een nieuwe Gouverneur en is afscheid genomen van de voormalige Gouverneur. Vanaf die datum is er sprake van hogere kosten Postactieven. Eind 2017 had nog geen volledige doorbelasting plaatsgevonden van de salariskosten en toelagen VUBZK van de uitgezonden medewerkers. Voor 2 medewerkers geldt dat pas in 2017 de salariskosten over heel 2016 doorbelast zijn. Voor 2017 waren nog geen salariskosten voor deze 2 personen doorbelast. De verwachte doorbelasting van eerdere jaren is ook uitgebleven. Het tijdig doorbelast krijgen van de salariskosten is een aandachtspunt. De personeelskosten en daarmee de totale uitputting zou anders veel hoger zijn geweest.

In 2017 heeft het Kabinet een etiquette/protocol cursus georganiseerd voor het personeel.

In 2017 zou verouderd/versleten meubilair verder vervangen worden, beslist is echter om alles mee te nemen in een groot onderhoud c.q. verbouwing/aanpassing van het Kabinet. Deze verbouwing heeft echter niet meer in 2017 kunnen plaatsvinden.

Ook begin 2017 zijn, in het kader van de gouverneurswisseling, zoals voorzien nog kosten gemaakt voor zowel het afscheid van de tot 1 januari 2017 nog in functie zijnde Gouverneur als voor het aantreden van de per 1 januari 2017 nieuwe Gouverneur (afscheidscadeau, welkomstcadeau, kennismakingsronde, recepties e.d.).

De voor 2017 voorziene inrichting van de bovenverdieping van de Cas ceremonial van de Gouverneur (voormalige ambtswoning) is niet gerealiseerd. Daartegenover zijn uitgaven verricht i.v.m. de huisvesting van de nieuwe Gouverneur. De CCDG is in 2017 meerdere malen voor verschillende activiteiten gebruikt, dit heeft extra kosten met zich gebracht.

De geplande viering (en de daarmee samenhangende extra kosten) van het 30-jarig bestaan van het kabinet heeft ook in 2017 niet plaats kunnen vinden.

Ontvangsten

Zoals hiervoor vermeld is in 2017 in vergelijking tot 2016 sprake geweest van een toename van het aantal verzoeken voor naturalisatie en optie en een toename van de visa-aanvragen.

Artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

A Algemene doelstelling

De missie van het kabinet is het optimaal ondersteunen van de Gouverneur in de uitoefening van zijn taken in zijn beide hoedanigheden: als het onschendbare hoofd van de regering van het land Curaçao en als orgaan van het Koninkrijk. De taken van het kabinet zijn afgeleid van de wettelijke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Gouverneur. De belangrijkste taken en bevoegdheden van de Gouverneur van Curaçao zijn opgenomen in het Statuut voor het Koninkrijk, de Staatsregeling van Curaçao, verschillende (organieke) Curaçaose landsverordeningen, Koninkrijkswetgeving en het Reglement van de Gouverneur van Curaçao. Aan het feit dat de Gouverneur bevoegd orgaan is in de uitvoeringsregelingen van de Rijkswet op het Nederlanderschap en van de Rijkswet Paspoortwet ontleent het Kabinet van de Gouverneur dienstverlenende, uitvoerende consulaire werkzaamheden. Daarnaast zijn de taken en inrichting van het Kabinet vastgelegd in een instellings- en beheersbesluit, evenals in een Organisatie- en Formatieplan.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenaamde beheersafspraken) tussen de Minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.6

C Beleidswijzigingen

Er zijn in 2017 geen beleidswijzigingen geweest.

D Budgettaire gevolgen van beleid
Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Art.nr.

Verplichtingen:

2.491

3.371

3.196

3.227

3.052

3.213

– 161

                 
 

Uitgaven:

2.550

3.062

3.497

3.227

3.052

3.213

– 161

                 

7.1

Apparaat van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

2.550

3.062

3.497

3.227

3.052

3.213

– 161

                 
 

Ontvangsten:

148

51

106

158

163

200

– 37

E Toelichtingen artikelonderdelen

7.1 Apparaat van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Ondersteunen van de Gouverneur

Het Kabinet analyseert maatschappelijke, politieke, juridische, bestuurlijke, economische, sociale en financiële ontwikkelingen en adviseert de Gouverneur hierover. Het gaat hierbij om een veelheid aan onderwerpen, van belastingwetgeving tot constitutionele verhoudingen, van armoedebeleid tot budgetdiscipline, van privatisering tot non-gouvernementele organisatie (NGO)-beleid. Het Kabinet is geen beleidsvormend orgaan. De informatieverwerving en analyses zijn uitsluitend bedoeld ter advisering aan de Gouverneur. De ambtelijke ondersteuning van de Gouverneur is erop gericht dat de Gouverneur zijn taken als Lands- en Koninkrijksorgaan op adequate wijze kan vervullen.

Bekrachtiging Landsverordeningen en Landsbesluiten

De Gouverneur is belast met het toezicht op de naleving van rijkswetten, algemene maatregelen van rijksbestuur en verdragen. In verband hiermee bereidt het Kabinet de toetsing voor van de aan de Gouverneur voorgelegde Curaçaose (concept-) regelgeving aan het hoger wettelijk kader, Koninkrijksbelangen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Aangeboden stukken worden tijdig en in correcte vorm aan de Gouverneur ter tekening of ter goedkeuring voorgelegd.

Uitvoeringstaken

Uit enkele verdragen en rijkswetten vloeit voort, dat de Gouverneur de uitvoering (van delen daarvan) daarvan verzorgt. Hierbij gaat het met name om de rijkswet op het Nederlanderschap, en de Paspoortwet en de vigerende visumregelgeving. Het Kabinet bereidt de afkondiging van rijkswetten en algemene maatregelen van rijksbestuur voor, behandelt de aanvragen voor overvliegvergunningen en havenbezoeken, verzoekschriften en voorstellen voor Koninklijke onderscheidingen. Aanvragen voor naturalisatie en/of optie, paspoorten en visa worden volgens de geldende voorschriften behandeld. Op de – deels gemandateerde – uitgifte van paspoorten door het land Curaçao wordt actief toezicht gehouden.

Bedrijfsvoering

De zorg voor de medewerkers en het beheer van de huisvesting, het secretariaat, de (financiële) administratie, de receptie en het archief maken het gezamenlijk mogelijk dat het Kabinet zijn inhoudelijke taken naar behoren kan uitoefenen. Het Kabinet ondersteunt tevens de logistieke en facilitaire taken ten behoeve van het Paleis van de Gouverneur. Toezicht op doelmatigheid en rechtmatigheid van de ontvangsten en uitgaven vormen eveneens een belangrijk onderdeel van het bedrijfsvoeringsproces.

Operationele doelstellingen

Prestaties en productgegevens (realisatie in aantallen)
 

2014

2015

2016

2017

Landbesluiten/-verordeningen/-personeel

3.785

5.265

3.865

3.898

Reisdocumenten

759

658

767

812

Visa

189

262

258

254

Naturalisaties (ingenomen verzoeken)

167

190

178

195

Naturalisatieceremonies

3

3

5

5

Opties (ingenomen verzoeken)

60

99

80

105

Gratieverzoeken

23

6

6

6

Uitleveringen

0

4

6

3

Paspoortsignaleringen

0

0

0

0

Audits afgifte reisdocumenten

1

1

1

1

Overvliegvergunningen en havenbezoeken

169

117

113

181

Adviseren en doorgeleiden voorstellen Koninklijke onderscheidingen (aantal toegekende Koninklijke onderscheidingen)

29

15

17

10

Totaal

5.185

6.620

5.296

5.470

Artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten

A Algemene doelstelling

Het Kabinet draagt zorg voor de ambtelijke ondersteuning van de Gouverneur in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de Koning als hoofd van de regering van het land Sint-Maarten en als vertegenwoordiger van de regering van het Koninkrijk.

De taken en bevoegdheden van de Gouverneur van Sint-Maarten zijn opgenomen in het Statuut voor het Koninkrijk, de Staatsregeling van Sint-Maarten, verschillende (organieke) Sint-Maartense landsverordeningen, Koninkrijkswetgeving en het Reglement voor de Gouverneur van Sint-Maarten.

Aan het feit dat de Gouverneur bevoegd orgaan is tot uitvoering van de rijkswet op het Nederlanderschap en van de rijkswet Paspoortwet ontleent het Kabinet van de Gouverneur veel dienstverlenende, uitvoerende werkzaamheden. De taken en inrichting van het Kabinet zijn vastgelegd in een instellings- en beheersbesluit, evenals in een organisatie- en formatieplan.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de Minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.7

De bestuurlijke rol van de Gouverneur zowel binnen Sint-Maarten als landsorgaan, als in relatie tot het Koninkrijk als Koninkrijksorgaan brengt met zich mee dat op het gehele werkveld van deze overheden contacten worden onderhouden, ook door het Kabinet ten behoeve van de Gouverneur met de Staten van Sint-Maarten, met Ministers, andere bestuurders en instituties in het Koninkrijk, Sint-Maarten en Nederland. De relaties met de Gouverneurs van Aruba en van Curaçao zijn geïnstitutionaliseerd en worden onderhouden.

Met name bij de uitvoering van (rijks-)wetgeving werkt het Kabinet samen met verschillende Ministeries, agentschappen en diensten. Dit zijn in het bijzonder de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Binnen het land Sint-Maarten heeft het kabinet intensief contact met de Staten, de Raad van Ministers, de Hoge Colleges van Staat en met overige landsdiensten. De Gouverneur van Sint-Maarten heeft de procedure van de aanvraag en uitgifte van nationale paspoorten aan ingezetenen van Sint-Maarten deels gemandateerd aan de landsdienst voor Burgerzaken (Census Office). Met deze dienst wordt periodiek overlegd over de wijze waarop aan dit mandaat invulling wordt gegeven.

C Beleidsconclusies

Geconcludeerd kan worden dat, gelet op de gevolgen van orkaan IRMA van 6 september 2017, de beoogde resultaten/prestaties niet (volledig) zijn gerealiseerd.

De gevolgen van orkaan IRMA op 6 september 2017 heeft op Sint-Maarten het openbare leven, de infrastructuur en economie, met name in de maanden september, oktober en november 2017 ernstig ontregeld. Dit heeft geleid tot uitstel c.q. sobere realisatie van enkele beoogde resultaten/prestaties door het Kabinet in het jaar 2017. Voorbeelden hiervan zijn de in het najaar 2017 geplande werkbezoeken en representatiemomenten, de uitvoering van de naturalisatieceremonies en de vervanging van de dienstauto van de Gouverneur van Sint-Maarten. Daar staat tegenover dat de meerkosten als gevolg van de orkaan IRMA volledig bekostigd zijn uit de begroting 2017 van het Kabinet.

Ten aanzien van de consulaire werkzaamheden wordt, in vergelijking tot het jaar 2016, in het jaar 2017 een overall toename geconstateerd in de behandeling van de afgifte visa (+6,5%), naturalisatie- (+8,5%) en optieverzoeken (+25,9%) en van reis- en nooddocumenten (+39,2%). De toename in de uitgifte van reisdocumenten is voor het grootste deel veroorzaakt door de vele nooddocumenten die na de gevolgen van orkaan Irma zijn verstrekt.

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Art.nr.

Verplichtingen:

2.262

2.803

2.338

2.299

2.168

2.358

– 190

                 
 

Uitgaven:

2.273

2.831

2.365

2.321

2.194

2.358

– 164

                 

8.1

Apparaat van het Kabinet van de Gouverneur van St. Maarten

2.273

2.831

2.365

2.321

2.194

2.358

– 164

                 
 

Ontvangsten:

289

80

67

113

114

50

64

E Toelichting artikelonderdeel

8.1 Apparaat van het Kabinet van de Gouverneur van St. Maarten

Specificatie apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)

Apparaat

2017

Personeel

1.429

Eigen personeel

1.395

Externe inhuur

14

Overig personeel

20

Materieel

885

Overig materieel

885

Totaal apparaat 1

2.314

X Noot
1

Afwijking ten opzichte van de tabel «Budgettaire gevolgen van beleid» betreft koersverschillen

De activiteiten van het Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten bestaan uit:

Ondersteunen van de Gouverneur van Sint-Maarten

Het Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten verzamelt informatie aangaande politieke, juridische, bestuurlijke, economische, financiële en (sociaal)maatschappelijke ontwikkelingen en informeert de Gouverneur hierover. Het Kabinet is geen beleidsvormend orgaan. Het Kabinet voert de correspondentie namens de Gouverneur en begeleidt deze bij binnenlandse en buitenlandse bezoeken. Voorts behandelt en geleidt het Kabinet de aan de Gouverneur verrichte verzoekschriften door De ambtelijke ondersteuning van de Gouverneur is erop gericht dat de Gouverneur zijn taken als Lands- en Koninkrijksorgaan op adequate wijze kan vervullen.

Bekrachtigen landsverordeningen en Landsbesluiten

De Gouverneur is belast met het toezicht op de naleving van rijkswetten, algemene maatregelen van rijksbestuur en verdragen. In verband hiermee toetst het Kabinet de aan de Gouverneur voorgelegde Sint-Maartense (concept-) landsregelgeving en landsbesluiten aan het hoger wettelijk kader, Koninkrijksbelangen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Uitvoeringstaken

Het Kabinet zorgt voor afkondiging van rijkswetten en algemene maatregelen van rijksbestuur. In diverse verdragen en rijkswetten is bepaald dat de Gouverneur belast is met de uitvoering daarvan. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de Paspoortwet, het Verdrag van Schengen en de rijkswet op het Nederlanderschap. Zo geeft het Kabinet paspoorten, laissez-passers en visa uit, beoordeelt en besluit op optieverklaringen, registreert en geleidt naturalisatieverzoeken door en organiseert de naturalisatieceremonies. Ook behandelt het Kabinet aanvragen voor militaire bijstand van de landsregering en aanvragen voor toestemming van vreemde militaire schepen en militaire luchtvaartuigen die de Sint-Maartense wateren respectievelijk het luchtruim willen bezoeken dan wel willen doorkruisen.

Paspoortuitgifte aan ingezetenen Sint-Maarten

De Gouverneur heeft de uitgifte van paspoorten aan ingezeten van Sint-Maarten met ingang van 10 oktober 2011 gemandateerd aan het Hoofd van de Burgeradministratie (Census). Tegelijkertijd blijft het op 10-10-’10 gesloten convenant – en het daarin opgenomen toezichtsinstrument – onverkort van kracht. Op basis daarvan vindt, aan de hand van maandrapportages, maandelijks overleg plaats tussen het hoofd Burgeradministratie en de directeur van het Kabinet van de Gouverneur.

Bedrijfsvoering

De zorg voor de medewerkers en het beheer van de huisvesting, het secretariaat, de (financiële) administratie, de ICT en het archief maken het gezamenlijk mogelijk dat het Kabinet zijn inhoudelijke taken naar behoren kan uitoefenen. Toezicht op doelmatigheid en rechtmatigheid van de ontvangsten en uitgaven vormen eveneens een belangrijk onderdeel van het bedrijfsvoeringsproces.

Ontvangsten

Het Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten heeft behalve de ontvangsten uit consulaire producten, geen eigen inkomsten. De consulaire producten die een opbrengst (leges) genereren zijn naturalisaties en opties, nationale paspoorten en nooddocumenten en visa.

Prestatie en productgegevens Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten

Producten

Aantal

2017

Aantal

2016

Aantal

t.o.v.

2016

Reisdocumenten Kabinet (incl. nooddocumenten)

472

339

+ 133

Reisdocumenten BSBV Sint-Maarten

5.391

4.936

+ 455

Visa

391

367

+ 24

Naturalisatieverzoeken

153

141

+ 12

Optieverzoeken

141

112

+ 29

Doorgeleide Landsbesluiten

752

1.102

– 350

Doorgeleide landsverordeningen

18

12

+ 6

Beëdigingen

32

58

– 26

Adviseren en doorgeleiden voorstellen Koninklijke onderscheidingen

0

6

– 6

Overvliegvergunningen en havenbezoeken

37

23

+ 14

Uitleveringen

2

4

– 2

Gratieverzoeken

7

10

– 3

4. NIET-BELEIDSARTIKELEN 10 NOMINAAL EN ONVOORZIEN

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Art.nr.

Verplichtingen:

0

0

0

0

0

0

0

                 
 

Uitgaven:

0

0

0

0

0

0

0

                 

10.1

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

 

waarvan: Programma

       

0

0

0

 

waarvan: Apparaat

       

0

0

0

                 

10.2

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

 

waarvan: Programma

       

0

0

0

 

waarvan: Apparaat

       

0

0

0

                 

10.3

Onvoorzien

0

0

0

0

0

0

0

                 
 

Ontvangsten:

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Bij miljoenennota 2018 is de tranche 2017 van de loon- en prijsbijstelling verdeeld over de Colleges en de Kabinetten.

5. BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

Bedrijfsvoeringsparagraaf Raad van State

De Raad van State besteedt op een gestructureerde wijze aandacht aan het primair proces, aan de ondersteunende processen en aan de hiermee samenhangende beheerstaken. De Raad beschikt over een planning en controlcyclus, die voorziet in momenten waarop (financiële) managementinformatie wordt beoordeeld.

Paragraaf 1. Uitzonderingsrapportage

1. Rechtmatigheid

In 2017 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden. Er is sprake van een getrouwe weergave.

2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden

3. Financieel en materieelbeheer

Er zijn geen bijzonderheden te melden

4. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Grote lopende ICT-projecten

De Raad van State is geen ministerie en valt derhalve niet onder de rapportageplicht voor grote ICT-projecten.

De Raad van State kent geen projecten met een kasbeslag in 2017 dat de € 5 mln. overstijgt.

Gebruik open standaarden en open source software

In 2017 zijn geen nieuwe projecten gestart die hieronder vallen, vandaar niet van toepassing.

Betaalgedrag

In 2017 wordt gemiddeld 96,8% van de facturen binnen dertig dagen betaald.

Dit onderdeel is derhalve niet van toepassing voor de Raad van State.

Paragraaf 2. Rijksbrede bedrijfsonderwerpen

Audit Comittees

Dit punt is niet van toepassing aangezien de Raad van State geen Audit Comittee kent.

Misbruik en oneigenlijk gebruik

De Raad van State heeft geen regelingen die vallen binnen het kader van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Paragraaf 3. Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

In control verklaring

De Raad van State heeft zijn beleid ten aanzien van informatiebeveiliging in 2017 geactualiseerd. Over de informatiebeveiliging is een in control verklaring opgesteld. De interne beheersing heeft zodanig gefunctioneerd dat er voldoende zekerheid is verkregen dat de bedrijfsvoering voldoet aan het VIR 2007 / BIR:2012 en – waar nodig – aanvullende maatregelen zijn of zullen worden getroffen.

Bedrijfsvoeringsparagraaf Algemene Rekenkamer

Paragraaf 1. Uitzonderingsrapportage

De Algemene Rekenkamer besteedt op een gestructureerde wijze aandacht aan het primaire proces, aan de ondersteunende processen en aan de hiermee samenhangende beheerstaken. Op basis van maandelijkse managementinformatie beoordelen we of die processen doelmatig en rechtmatig worden uitgevoerd. In viermaandelijkse rapportages volgen we de inhoudelijke voortgang van ons werkprogramma en het bereiken van onze doelen. In deze paragraaf lichten we opvallende zaken in de bedrijfsvoering toe.

1. Rechtmatigheid

In 2017 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden. De financiële overzichten geven een getrouw beeld van de uitkomsten van de begrotingsuitvoering8.

2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

De managementinformatiesystemen hebben voldaan aan de kwaliteitseisen. Er hebben zich in 2017 geen zodanige verstoringen voorgedaan dat de juistheid, volledigheid, tijdigheid, continuïteit en vertrouwelijkheid in gevaar zijn gebracht. De managementinformatie is reproduceerbaar.

Naast de maandelijkse managementinformatie zijn in 2017 viermaandelijkse rapportages opgesteld. Enerzijds bedoeld om intern inzicht te krijgen in de impact van onze activiteiten en om hieruit lessen te trekken voor de toekomst. Anderzijds om de uitvoering van ons werkprogramma in kaart te brengen en eventueel bij te stellen. De managementinformatie in de vorm van maandrapporten is in 2017 verder verbeterd. Door die informatie kunnen we beter sturen op de uitvoering van ons werkprogramma en op verbetering van onze werkzaamheden.

In strategische dialogen tussen het college en de organisatie worden voorstellen voor nieuwe en lopende projecten tegen het licht gehouden en beoordeeld op efficiency en de mate waarin zij bijdragen aan de strategie. Besluitvorming daarover vindt plaats in het college.

3. Financieel en materieelbeheer

De bedrijfsprocessen zijn beheerst verlopen. Potentiële risico’s waarop we maatregelen hebben getroffen zijn:

P-controles

Voor wat betreft de controle op de personeelsuitgaven hebben we voor het jaar 2017 aansluiting gezocht bij de rijksbrede controle hierop door de ADR.

Budgetbeheersing

Opeenstapeling van taakstellingen brengen risico’s met zich mee voor de taakuitvoering van de Algemene Rekenkamer. Ook in 2017 heeft de Algemene Rekenkamer invulling gegeven aan de inspanningsverplichtingen van het kabinet-Rutte/Verhagen en het kabinet-Rutte/Asscher. Voor 2017 was dat € 2,8 mln. Vanaf 2018 is dat structureel ruim € 3 mln., bijna 11% van het oorspronkelijke begrotingsbedrag van 2017.

De bezuinigingstaakstellingen en de noodzaak ons toekomstbestendig te maken en te moderniseren in lijn met onze strategie voor de periode 2016–2020, waren voor ons aanleiding in 2017 een omvangrijke reorganisatie door te voeren. Dit gaat onder meer gepaard met een substantieel lagere personeelsformatie en -bezetting.

Om de beoogde personeelsreductie te bereiken hebben we het Van Werk Naar Werk-beleid van het rijk toegepast. Daarmee konden medewerkers onder meer opteren voor beëindiging van het dienstverband. Dit door gebruik te maken van de stimuleringspremie dan wel door gebruik van bijzonder verlof met behoud van salaris. De stimuleringspremies konden voor een groot deel nog in 2017 worden betaald, een klein deel wordt in 2018 betaald. Voor de loonkosten geldt het omgekeerde, een groot deel daarvan komt ten laste van 2018 en later jaren.

De kosten van de reorganisatie in 2017 kunnen als volgt worden weergegeven:

Kosten reorganisatie 2017 in euro’s 2017

Stimuleringspremies

455.451

Buitengewoon verlof

271.852

Begeleiding

129.321

Inhuur deskundigheid

474.258

Totaal

1.330.882

Naast het personeelsverloop door het gebruik van de Van Werk Naar Werk-regeling deed zich in 2017 een natuurlijk verloop voor dat groter was dan verwacht. Een en ander veroorzaakte een onderbezetting, die leidde tot vrijval in het personeelsbudget. We voorzagen een omvangrijke onderuitputting aan het einde van het jaar. In de Najaarsnota van 2017 hebben we voorgesteld dit deel van de middelen met een kasschuif (bijna € 1,2 mln.) door te schuiven naar de Begroting 2018. Met de 2e suppletoire wet heeft de Tweede Kamer dit voorstel gehonoreerd.

Tijdigheid betaling crediteuren

90 procent van de uitgaven is binnen dertig dagen na factuurdatum betaald. Dat is weliswaar een verbetering van 5 procentpunt ten opzichte van 2016, maar we voldoen nog niet aan de rijksbrede doelstelling om ten minste 95 procent binnen dertig dagen te betalen.

Hiervoor zijn meer oorzaken aan te wijzen. In een aantal gevallen betreft het een dispuut met de leverancier die niet conform de contractuele afspraken heeft gefactureerd. Soms worden facturen pas ver na de factuurdatum ontvangen, zijn scans niet op een juiste manier in de digitale workflow gebracht of waren er andere interne oorzaken zoals tijdelijke onderbezetting in de financiële functie.

Samenwerking Tweede Kamer

Sinds 2011 maken we gebruik van het financieel informatiesysteem en de technische en financiële infrastructuur van de Tweede Kamer. De samenwerking was oorspronkelijk gericht op een aantal basisfunctionaliteiten, maar is in de afgelopen jaren uitgebreid met onder andere functionaliteiten voor, het scannen en goedkeuren van digitale facturen en het genereren van managementrapportages. Door deze ontwikkeling was het wenselijk om de bestaande samenwerking te formaliseren in een samenwerkingsovereenkomst waarin producten, diensten, rollen en verantwoordelijkheden zijn benoemd.

In 2016–2017 hebben we in een pilot onderzocht of het uitbesteden van administratieve taken aan de Tweede Kamer een passende, en met name werkbare, oplossing is om de continuïteit van de administratieve gegevensverwerking van de Algemene Rekenkamer beter te waarborgen. Twee van onze financieel medewerkers zijn hiervoor gedetacheerd bij de Tweede Kamer. Deze pilot is medio 2017 met de Tweede Kamer geëvalueerd en beëindigd. We hebben om redenen van efficiency besloten niet over te gaan tot uitbesteding van deze administratieve taken. De overeenkomst voor het gebruik van het financieel informatiesysteem is gehandhaafd.

Informatiebeveiliging

De Algemene Rekenkamer heeft de beheersing van informatiebeveiliging zodanig ingericht, dat op basis van risicobeheer gestuurd wordt op maatregelen ter borging van de vertrouwelijkheid, integriteit en de beschikbaarheid van informatie. De implementatie van maatregelen is gebaseerd op de Baseline Informatiebeveiliging Rijksdienst (BIR 2012). De risico analyse wordt in 2018 geactualiseerd. Dan zal ook in kaart worden gebracht in hoeverre het beveiligingsbeleid moet worden aangepast naar aanleiding van de BIR 2017. In 2017 hebben zich negen beveiligingsincidenten voorgedaan. Daarbij is het beveiligingsbeleid effectief gebleken in de zin dat de incidenten tijdig zijn gedetecteerd, gemeld en door de getroffen maatregelen niet tot ernstig nadelige gevolgen hebben geleid.

4. Overige aspecten van bedrijfsvoering

De inrichting van de accountantscontrole

De controle op de jaarrekening is in 2017 anders ingericht dan in voorgaande jaren. De interne accountant van de Algemene Rekenkamer, die afkomstig is van een externe accountantsorganisatie en de ADR stellen beide een controleplan op. De interne accountant controleert de materiële uitgaven, de ontvangsten en het gevoerde financieel en materieelbeheer. Hij rapporteert aan de secretaris. De ADR controleert de personeelsuitgaven, gebruikt de bevindingen van de interne accountant en doet eventueel nader onderzoek. De ADR geeft een accountantsverklaring bij de rekening van de Algemene Rekenkamer. Daarna rapporteert de ADR aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het jaarverslag en de Slotwet. De controleplannen, het rapport van de interne accountant en het rapport van de ADR worden ook door het Audit en Advisory Committee besproken.

Bedrijfsvoeringsparagraaf Nationale ombudsman

Paragraaf 1. Uitzonderingsrapportage

1. Rechtmatigheid

In 2017 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden. Er is sprake van een getrouwe weergave

2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden

3. Financieel en materieelbeheer

Het financieel beheer voldoet aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid en wordt overigens zo doelmatig mogelijk ingericht.

4. Overige aspecten van bedrijfsvoering

MenO beleid en MenO-risico’s

Er zijn geen bijzonderheden te melden

Grote lopende ICT-projecten

Er zijn geen bijzonderheden te melden

Gebruik open standaarden en open source software

Er zijn geen bijzonderheden te melden

Betaalgedrag

In 2017 zijn 6% van alle ontvangen facturen niet binnen dertig dagen na factuurdatum betaald. Dit is inclusief de dispuut facturen en creditnota’s. Dat is een verbetering van 4%. De verbetering is te danken aan de aanscherping van het betaalproces. De gemiddelde betaaltermijn in 2017 was 16 dagen. Dit is 2 dagen langer dan het voorgaande jaar.

Paragraaf 2. Rijksbrede bedrijfsonderwerpen

Audit Comittees

De Nationale ombudsman maakt geen gebruik van een Audit Committee

Paragraaf 3. Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

De Nationale ombudsman heeft in 2017 een reorganisatie doorgemaakt waarbij het doel was het verbeteren van de kwaliteit, het beleggen van verantwoordelijkheden lager in de organisatie, het vergroten van de synergie en de organisatie effectiever en efficiënter vorm te geven. De reorganisatie is volledig afgerond in 2017.

Door deze reorganisatie is het primair proces omgevormd tot drie sectoren die beter aansluiten bij hun omgeving, is er een volwaardig Ombudsplein voor de behandeling van kort cyclische klachten dicht bij de burger, is er een afdeling Communicatie & Omgevingsmanagement waardoor de kracht van beide expertises is gebundeld en is een Bestuursbureau ontstaan waar veel specialismen zijn samengebracht die voor de hele organisatie van belang zijn.

In 2017 zijn de voorbereidingen getroffen voor de verbouwing van het hoofdgebouw, zodat als deze verbouwing klaar is (2019) de dependance kan worden afgestoten. Mede hierdoor wordt gewerkt aan plannen om locatie onafhankelijk te kunnen werken. Medewerkers worden hierdoor gefaciliteerd om te kunnen flexwerken zowel binnen als buiten het pand.

Bedrijfsvoeringsparagraaf Kanselarij der Nederlandse Orden

Paragraaf 1. Uitzonderingsrapportage

1. Rechtmatigheid

In 2017 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden. Er is sprake van een getrouwe weergave.

2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

3. Financieel en materieelbeheer

Het financieel beheer voldoet aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid en wordt overigens zo doelmatig mogelijk ingericht.

4. Overige aspecten van bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Bedrijfsvoeringsparagraaf Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Paragraaf 1. Uitzonderingsrapportage

1. Rechtmatigheid

Vanuit de bij BZK bekende informatie zijn er geen fouten en onzekerheden op de artikelen van hoofdstuk IIB Overige Hoge Colleges van Staat en kabinetten die gerapporteerd moeten worden.

In 2017 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden.

2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Gegevens over naturalisatieverzoeken, reisdocumenten, visa en optieverzoeken worden ontleend aan de wettelijke registratie, tezamen met de verplichting tot archiveren van de bijbehorende documenten. Voornoemde registraties worden ondersteund door geautomatiseerde gegevensbestanden (zoals RAAS en NVIS). Voorts worden gegevens voor de andere categorieën ontleend aan het Document Management System, waarin alle inkomende en uitgaande stukken waarop een archiveringsverplichting ligt, worden geregistreerd.

3. Financieel en materieelbeheer

Het financieel beheer voldoet aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid en wordt overigens zo doelmatig mogelijk ingericht.

In 2017 zijn de aan vervanging zijnde shredders vervangen. Oude ICT-apparatuur is aan een goed doel geschonken.

4. Overige aspecten van bedrijfsvoering

Organisatie

De personeelsbezetting van het Kabinet was in 2017 compleet. Medio juli is sprake geweest van wisseling van adjudant.

Huisvesting

Reguliere en ad-hoc onderhoudswerkzaamheden aan de huisvesting van het Kabinet zijn uitgevoerd. Eind 2017 zijn de eerste stappen gezet richting groot onderhoud c.q. verbouwing/aanpassing van het Kabinet. Dit o.a. om het Kabinet zo efficiënt en publiekvriendelijk mogelijk in te richten.

De inrichting van de bovenverdieping van de CCDG heeft niet meer in 2017 kunnen plaatsvinden. De CCDG is in 2017 veel meer voor verschillende activiteiten gebruikt zoals vergaderingen/audiënties e.d.

De eind 2017 geplande verhuizing van de Gouverneur heeft geen doorgang meer kunnen vinden.

Bedrijfsvoeringsparagraaf Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Paragraaf 1. Uitzonderingsrapportage

1. Financiële rechtmatigheid

Begrotingsuitvoering wordt regulier door Auditdienst van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gecontroleerd.

2. Totstandkoming (niet financiële) informatie

Gegevens over naturalisatieverzoeken, reisdocumenten, visa en optieverzoeken worden ontleend aan de wettelijke registratie, tezamen met de verplichting tot archiveren van de bijbehorende documenten. Voornoemde registraties worden ondersteund door geautomatiseerde gegevensbestanden (zoals RAAS en NVIS). Voorts worden gegevens voor de andere categorieën ontleend aan het Document Management System, waarin alle inkomende en uitgaande stukken waarop en archiveringsverplichting ligt, worden geregistreerd.

3. Financieel en materieel beheer

Sturing van het financieel beheer verloopt op basis van maandelijks vergelijk tussen begroting, het maandelijks gegenereerde uitputtingsoverzicht en de voorgenomen uitgaven.

4. Overige aspecten

Uitvoering van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

Hierbij verklaart het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao dat er in 2017 op grond van de WNT geen functionarissen met een bezoldiging c.q. uitkering wegens beëindiging dienstverband vermeldt behoeven te worden.

Bedrijfsvoeringsparagraaf Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten

Paragraaf 1. Uitzonderingsrapportage

1. Rechtmatigheid

In 2017 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden. Er is sprake van een getrouwe weergave.

2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

De totstandkoming van de beleidsinformatie in het jaarverslag voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld in de Rijksbegrotingvoorschriften van het Ministerie van Financiën. Processen en informatie worden beheerd in een Document Management Systeem (DMS). Aanvraag en uitgifte van paspoorten en visa worden in beheersystemen van Buitenlandse Zaken verwerkt. Ook organisatie- en personeelsinformatie is gedocumenteerd. Het per 1 juli 2015 geactualiseerde O&F-rapport wordt gehanteerd en hierin zijn in 2017 geen aanpassingen doorgevoerd.

3. Financieel en materieelbeheer

Het financieel beheer voldoet aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid en wordt overigens zo doelmatig mogelijk ingericht.

4. Overige aspecten van bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

C. JAARREKENING

6. DE VERANTWOORDINGSSTAAT 2017

 

1

2

3=(2–1)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

   

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

115.016

115.016

5.695

109.918

113.074

6.317

– 5.098

– 1.942

622

                     
 

Beleidsartikelen

                 

1

Raad van State

59.314

59.314

1.950

54.691

56.173

1.899

– 4.623

– 3.141

– 51

2

Algemene Rekenkamer

28.047

28.047

1.217

28.555

28.576

1.153

508

529

– 64

3

De Nationale ombudsman

15.230

15.230

2.189

16.131

16.266

2.580

901

1.036

391

4

Kanselarij Nederlandse Orden

4.671

4.671

29

3.315

4.807

308

– 1.356

136

279

6

Kabinet Gouverneur Aruba

2.183

2.183

60

2.006

2.006

100

– 177

– 177

40

7

Kabinet Gouverneur Curaçao

3.213

3.213

200

3.052

3.052

163

– 161

– 161

– 37

8

Kabinet Gouverneur St. Maarten

2.358

2.358

50

2.168

2.194

114

– 190

– 164

64

                     
 

Niet beleidsartikelen

                 

10

Nominaal en onvoorzien

0

0

0

0

0

0

0

0

0

7. SALDIBALANS

Saldibalans per 31 december 2017 Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs (HIIB) (bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2017

31-12-2016

 

Passiva

31-12-2017

31-12-2016

 

Intra-comptabele posten

             

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

113.074

114.725

 

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

6.317

5.964

                 

3)

Liquide middelen

595

640

         
                 

4)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

0

0

 

4a)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

105.635

107.832

                 

5a)

Rekening-courant RHB begrotingsreserves

0

0

 

5)

Begrotingsreserves

0

0

                 

6)

Vorderingen buiten begrotingsverband

871

303

 

7)

Schulden buiten begrotingsverband

2.588

1.872

                 

8)

Kas-transverschillen

0

0

         
                 
 

Subtotaal intra-comptabel

114.540

115.668

   

Subtotaal intra-comptabel

114.540

115.668

 

Extra-comptabele posten

             

9)

Openstaande rechten

0

0

 

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

0

0

                 

10)

Vorderingen

137

81

 

10a)

Tegenrekening vorderingen

137

81

                 

11a)

Tegenrekening schulden

0

0

 

11)

Schulden

0

0

                 

12)

Voorschotten

1.404

1.273

 

12a)

Tegenrekening voorschotten

1.404

1.273

                 

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

0

0

 

13)

Garantieverplichtingen

0

0

                 

14a)

Tegenrekening andere verplichtingen

4.786

7.943

 

14)

Andere verplichtingen

4.786

7.943

                 

15)

Deelnemingen

0

0

 

15a)

Tegenrekening deelnemingen

0

0

                 
 

Subtotaal extra-comptabel

6.327

9.297

   

Subtotaal extra-comptabel

6.327

9.297

                 
 

Overall Totaal

120.867

124.965

   

Overall Totaal

120.867

124.965

TOELICHTING OP DE SALDIBALANS per 31 december 2017 HIIB

Ad 1 en 2. Uitgaven en ontvangsten

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar 2017 waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.

Ad 3. Liquide middelen

De post liquide middelen is opgebouwd uit het saldo bij de banken en de contante gelden aanwezig in de kluis van de kasbeheerders.

Het totaalbedrag is als volgt opgebouwd:

 

(Bedragen in €)

Raad van State

4.592

Algemene Rekenkamer

2.130

Nationale Ombudsman

260

Kanselarij der Nederlandse Orden

357

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

259.676

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

111.659

Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten

215.504

Totaal

594.178

Ad 4a. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Op de Rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) is de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën weergegeven. Opgenomen zijn de bedragen conform Rekening-courant afschriften en het saldobiljet van genoemde colleges. De volgende Rekening-courantverhouding is opgenomen in de balans:

 

(Bedragen in €)

a) Rekening-courant FIN/RHB

105.634.527

Totaal

105.634.527

Ad 6. Vorderingen buiten begrotingsverband

Het bedrag aan vorderingen buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

 

(Bedragen in €)

a)

Vorderingen kasbeheerders:

 
 

Raad van State

70.311

 

Algemene Rekenkamer

16.904

 

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

26.550

 

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

71.486

 

Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten

80.942

b)

Overige intra-comptabele vorderingen:

604.697

Totaal

870.890

Ad a) Vorderingen kasbeheerders

De vorderingen van de Raad van State hebben voornamelijk betrekking op loonkosten in verband met detacheringen (€ 31.010), openstaande voorschotten (€ 10.230), en af te wikkelen IND-vergoedingen (€ 18.050).

De vorderingen van de Algemene Rekenkamer hebben betrekking op aangifte loonbelasting, welke bestemd zijn voor BZK.

De vorderingen van het Kabinet van de Gouverneur van Aruba hebben voornamelijk betrekking op verstrekte voorschotten aan het eigen personeel.

De vorderingen van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao hebben voornamelijk betrekking op reguliere debiteuren.

De vorderingen bij het Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten bestaan voornamelijk uit nog te ontvangen paspoortleges (€ 77.643).

Ad b) Overige intra-comptabele vorderingen

De overige posten bestaan uit vorderingen op het eigen personeel (€ 122.973) en te verrekenen bedragen binnen het eigen ministerie (€ 485.724)

Ad 7. Schulden buiten begrotingsverband

Het bedrag aan schulden buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

 

(Bedragen in €)

a)

Schulden kasbeheerders:

 
 

Raad van State

233.523

 

Algemene Rekenkamer

92.636

 

Nationale Ombudsman

1.067

 

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

85.000

 

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

146.222

 

Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten

73.109

b)

Overige intra-comptabele schulden:

1.959.272

Totaal

2.590.829

Ad a) Schulden kasbeheerders

De schuld van de Raad van State bestaat voornamelijk uit de permanente bevoorschotting van griffierechten, die maandelijks per incasso worden verrekend (€ 196.594) alsook een aantal posten in onderzoek (€ 36.929).

De schuld van de Algemene Rekenkamer bestaat voornamelijk uit levensloopsaldi, waarvan de afwikkeling bij BZK ligt (€ 89.836).

De schuld van de Nationale ombudsman bestaat uit studiekosten en levensloopsaldi, waarvan de afwikkeling bij BZK ligt.

De schuld van het Kabinet van de Gouverneur van Aruba bestaat volledig uit nog te verrekenen bedragen omtrent paspoortgelden, noodpaspoortgelden en Naturalisatiegelden.

De schuld van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao bestaat voornamelijk uit nog te betalen bedragen omtrent paspoortgelden, noodpaspoortgelden en Naturalisatiegelden (€ 137.934) en nog te betalen pensioengelden (€ 8.288).

De schuld van het Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten bestaat uit af te dragen leges paspoortgeleden en naturalisatiegelden (€ 66.732) en af te dragen pensioenpremies (€ 6.377).

Ad b) Overige intra comptabele schulden

De schuld bestaat bijna volledig uit de in de maand december ingehouden loonheffing en sociale premies die in januari 2018 door het ministerie aan de betreffende instanties worden.

Ad 10. Vorderingen

Ad 10a. Tegenrekening vorderingen

Het totaalbedrag is als volgt opgebouwd:

 

(Bedragen in €)

Algemene Rekenkamer

73.371

Nationale ombudsman

63.206

Totaal

136.577

Het saldo van de Algemene Rekenkamer bestaat volledig uit door te berekenen loonkosten in verband met detacheringen.

Het saldo van de Nationale ombudsman bestaat uit detacheringskosten welke op korte termijn zullen worden afgewikkeld (€ 50.604) en vergoedingen decentrale overheden (€ 3.945).

Ad 12. Voorschotten

Ad 12a. Tegenrekening voorschotten

Het saldo van de openstaande voorschotten per 31 december 2017 is als volgt opgebouwd:

 

(Bedragen in €)

Voorschotten kasbeheerders:

 

Raad van State

257.885

Algemene Rekenkamer

110.307

Nationale ombudsman

854.400

Kans. der Nederl. Orden en Kapp.

181.087

Totaal

1.403.679

De voorschotten van bovenstaande kasbeheerders bestaan voornamelijk uit aan Loyalis verstrekte voorschotten vanaf 2014. Deze worden per jaar afgerekend na ontvangst van een goedkeurende accountantsverklaring.

Het saldo van de in 2017 afgerekende voorschotten is als volgt opgebouwd:

 

(Bedragen in €)

Afgerekende voorschotten kasbeheerders

 

Algemene Rekenkamer

75.099

Nationale ombudsman

490.764

Totaal

565.863

Ad 14. Andere verplichtingen

Ad 14a. Tegenrekening andere verplichtingen

Het bedrag aan openstaande verplichtingen is als volgt opgebouwd:

 

(Bedragen in €)

 

Verplichtingen per 1/1

7.942.703

 

Aangegane verplichtingen in 2017

109.917.617

+/+

 

117.858.320

 
     

Tot betaling gekomen in 2017

113.074.389

 

Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerder begrotingsjaren

0

 

Verplichtingen Binnen Begrotingsverband

4.785.931

-/-

8. WNT-VERANTWOORDING 2017

Inleiding

De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen – al dan niet fictieve – dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk maximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstbetrekking echter vallen buiten de reikwijdte van de wet.

Voor de Hoge Colleges van Staat heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het algemeen bezoldigings-maximum bedraagt in 2017 € 181.000.

Op 1 juli 2017 is de Evaluatiewet WNT in werking getreden. De Evaluatiewet WNT regelt ondermeer dat de openbaarmakingsverplichtingen niet langer bij wet, maar in de nieuwe artikelen 5, 5a en 5b van Uitvoeringsregeling WNT zijn geregeld (Staatscourant 2017, nr. 23427). De openbaarmakingsverplichtingen zijn daarbij op enkele onderdelen vereenvoudigd. Model 3.70 voor de WNT-verantwoording 2017 sluit aan bij de nieuwe verplichtingen en is daarom ten opzichte van de WNT-verantwoording 2016 op enkele onderdelen gewijzigd.

Bezoldiging van (gewezen) topfunctionarissen

Naam instelling

Naam (gewezen) topfunctionaris

Functie

Datum aanvang dienstverband

(indien van toepassing)

Datum einde dienstverband (indien van toepassing)

Omvang dienstverband in fte

(+ tussen haakjes omvang in 2016)

Op externe inhuurbasis (nee; ≤ 12 kalender-mnd.; > 12 kalender-mnd.)

Beloning plus onkostenvergoedingen (belast)

(+ tussen haakjes bedrag in 2016)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn

(+ tussen haakjes bedrag in 2016)

Totale bezoldiging in 2017

(+ tussen haakjes bedrag in 2016)

Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum

Motivering (indien overschrijding)

Algemene Rekenkamer

Mevr. E.M.A. van Schoten

Secretaris

 

1-10-2017

1 (1)

nee

121.765 (137.534)

12.970 (15.065)

134.735 (152.599)

135.378

 

Algemene Rekenkamer

Dhr. C. van der Werf

Waarnemend Secretaris vanaf 1-10-2017. Secretaris vanaf 1-12-2017.

1-10-2017

 

1

nee

27.782

4.223

32.005

45.622

 

Kanselarij der Nederlandse Orden

Mevr. M.A.K. van Grieken

Directeur

   

0,94 (0,94)

nee

116.045 (115.439)

15.999 (13.844)

132.044 (129.283)

170.944

 

Nationale Ombudsman

Mevr. G. Bekman

Directeur

 

1-8-2017

1 (1)

nee

64.611 (130.880)

10.956 (15.024)

75.567 (145.904)

105.129

 

Nationale Ombudsman

Dhr. P. Tunnisen

Directeur a.i. tot 1-8-2017.

Directeur vanaf 1-8-2017.

   

0,72 (0,67)

nee

86.736 (18.619)

12.201 (2.467)

98.937 (21.086)

130.805

 

Raad van State

Dhr. R.K. Visser

Secretaris

   

1,11 (1,11)

nee

160.786 (151.731)

17.892 (15.547)

178.678 (167.278)

181.000

 

Naam instelling

Naam (gewezen) topfunctionaris

Laatste functie

Eerdere functie(s)

Datum beëindiging dienstverband

Op externe inhuurbasis (nee; ≤ 12 mnd.; > 12 mnd.)

Betaalde uitkeringen in 2017

Individueel toepasselijke maximale ontslaguitkering

Motivering (indien overschrijding)

Nationale Ombudsman

Mevr. G. Bekman

Directeur

n.v.t.

1-8-2017

nee

75.000

75.000

 

Gewezen topfunctionarissen zijn gemarkeerd met *)

Wanneer op een topfunctionaris een vordering is ingesteld vanwege een onverschuldigde betaling is dit gemarkeerd in de kolom Motivering met **)

Naast de hierboven vermelde functionarissen zijn er geen functionarissen die in 2017 een bezoldiging boven het toepasselijke bezoldigingsmaximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WOPT of de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. Naast de hierboven vermelde ontslaguitkering zijn er in 2017 geen ontslaguitkeringen betaald die op grond van de WNT dienen te worden gerapporteerd.