Gepubliceerd: 5 maart 2018
Indiener(s): Kajsa Ollongren (viceminister-president , minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (D66)
Onderwerpen: bestuur gemeenten
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/34829/kst-34829-5?resultIndex=21&sorttype=1&sortorder=4
ID: 34829-5

Nr. 5 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG

Ontvangen 6 maart 2018

Inhoudsopgave

blz.

     

1.

Inleiding

1

2.

Toets aan het Beleidskader gemeentelijke herindeling

2

3.

Financiële aspecten

3

1. Inleiding

Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de opmerkingen van de leden van de fracties van de VVD, D66 en de ChristenUnie en de vragen en opmerkingen van de leden van de fracties van het CDA, GroenLinks en de SP in het verslag. Bij de beantwoording van de vragen heb ik zoveel mogelijk de volgorde van het verslag aangehouden. In een enkel geval heb ik vragen samengenomen omdat zij hetzelfde onderwerp raken.

De leden van de CDA-fractie vragen waarom het herindelingsadvies en de bijbehorende reactienota niet als bijlagen bij de memorie van toelichting zijn opgenomen. Anders dan in voorgaande jaren heeft de regering ervoor gekozen het herindelingsadvies aan de Minister van BZK, dat strikt genomen geen deel uitmaakt van het wetsvoorstel, op digitale wijze beschikbaar te stellen. Bij deze keuze speelt een rol dat herindelingsadviezen de afgelopen jaren omvangrijker zijn geworden en veelal van een groot aantal bijlagen worden voorzien, met een totale omvang van soms honderden pagina’s. Het meezenden van deze documenten in fysieke vorm leidt op verschillende momenten in het wetgevingsproces tot een papierproductie die niet past in het streven van de rijksoverheid om papierverspilling tegen te gaan. Om ervoor te zorgen dat de Kamers en anderen van de herindelingsadviezen en de achterliggende stukken kennis kunnen nemen, is ervoor gekozen deze documenten, in aanvulling op de beschikbaarstelling via gemeenten en provincies, op www.rijksoverheid.nl te publiceren.

2. Toets aan het Beleidskader gemeentelijke herindeling

De leden van de CDA-fractie vragen een nadere toelichting op het voornemen van de nieuwe gemeente om de dienstverlening in de gehele nieuwe gemeente laagdrempelig te organiseren zonder een fysiek gemeentehuis in de klassieke zin van het woord. De leden van de GroenLinks-fractie vragen hoe de toegankelijkheid en bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen gewaarborgd blijft. De betrokken gemeenten hebben ervoor gekozen de gemeentelijke dienstverlening niet te organiseren op één of meerdere vaste fysieke locaties. Het gaat hier om een vorm van gemeentelijke dienstverlening die de laatste jaren met name in plattelandsgemeenten wel vaker is toegepast. Er wordt dan niet gekozen voor één gemeentehuis met eventuele deelkantoren, maar voor een concept van «dienstverlening naar de burgers toe». In dit concept kan het zijn dat gemeenteambtenaren op gezette tijden op een centrale locatie in het dorp aanwezig zijn, of zelfs dat de gemeenteambtenaar bij de burger thuis komt. Op deze wijze hopen de betrokken gemeenten de dienstverlening in de nieuwe gemeente nog beter bereikbaar te maken voor de inwoners.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen hoe inwoners, maatschappelijke organisaties en de lokale politiek van de gemeenten betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van het voorstel tot herindeling. De raden van de betrokken gemeenten hebben, met betrokkenheid van inwoners en maatschappelijke organisaties, het herindelingsadvies vastgesteld. In het herindelingsadvies is in § 7.1.1 beschreven hoe de betrokkenheid van inwoners en maatschappelijke organisaties is vormgegeven en hoe de gemeenten het draagvlak voor deze herindeling beoordelen. Daarnaast is als bijlage 1 bij het herindelingsadvies een logboek opgenomen dat inzicht biedt in de activiteiten die de vier gemeentebesturen hebben ondernomen om iedereen zo veel mogelijk te betrekken bij en te informeren over de herindeling.

De leden van de SP-fractie vragen of een meerderheid van de inwoners voor de herindeling is en, indien er geen burgerraadpleging heeft plaatsgevonden, waarom daarvoor niet is gekozen. Zoals hiervoor uiteen is gezet, zijn de inwoners van de gemeenten op verschillende momenten geraadpleegd. Het is op grond van het Beleidskader gemeentelijke herindeling primair aan het gemeentebestuur om te bepalen hoe het maatschappelijk draagvlak voor een herindeling wordt onderzocht. Voor de beoordeling van het maatschappelijk draagvlak is niet vereist dat een referendum heeft plaatsgevonden. Op grond van de verschillende bijeenkomsten die zijn gehouden in de betrokken gemeenten kan worden geconcludeerd dat een meerderheid van de bewoners voorstander is van herindeling.

De gemeenten Winsum en Zuidhorn hebben in het najaar van 2016 onder de inwoners van het nationaal landschap Middag-Humsterland een burgerraadpleging gehouden over de vraag in welke nieuw te vormen gemeente dit gebied moet komen te liggen. Aan de inwoners van dit gebied is de vraag voorgelegd of het gebied in zijn geheel onder één gemeente zou moeten vallen en zo ja, of dit dan de nieuwe gemeente Het Hogeland (samenvoeging van de gemeenten Bedum, De Marne, Eemsmond en Winsum) of de nieuwe gemeente Westerkwartier zou moeten zijn. De uitkomst was dat een ruime meerderheid (76%) van mening was dat het gebied na de herindeling in één gemeente moet komen te liggen, waarvan 92% een voorkeur aangaf voor de nieuw te vormen gemeente Westerkwartier. Deze uitslag heeft ertoe geleid dat in het herindelingsadvies is opgenomen dat het gebied in zijn geheel naar de gemeente Westerkwartier over zal gaan. Dit is overgenomen in onderhavig wetsvoorstel en in het wetsvoorstel tot samenvoeging van de gemeenten Bedum, De Marne, Eemsmond en Winsum (Kamerstukken 34 828).

3. Financiële aspecten

De leden van de SP-fractie vragen waarop de verwachting is gebaseerd dat de structurele verlaging van de algemene uitkering wordt opgevangen door de te verwachten vermindering van de bestuurskosten en andere efficiencyvoordelen van de nieuwe organisatie. De verlaging van de algemene uitkering houdt vooral verband met het wegvallen van het vaste bedrag dat iedere gemeente ontvangt. In de huidige situatie ontvangt elk van de vier gemeenten dit bedrag; na de herindeling is dat alleen de nieuwe gemeente. De verwachting dat tegenover deze verlaging een structurele financiële besparing staat, is onder meer gebaseerd op het gegeven dat de nieuwe gemeente minder bestuurders zal tellen (van vier naar één burgemeester, gemeentesecretaris en griffier; minder wethouders). De mogelijke efficiencyvoordelen van de nieuwe organisatie houden verband met het samenvoegen van de verschillende organisaties en het kunnen voorzien in meer specialistische functies. In welke mate dergelijke voordelen worden behaald, hangt vanzelfsprekend af van de sturing daarop door de nieuwe gemeente.

Op grond van de maatstaf herindeling krijgen de gemeenten voor de kosten om de herindeling te realiseren (frictiekosten) een uitkering uit het gemeentefonds, die over een periode van vijf jaar wordt uitgekeerd. Het vorige kabinet heeft deze maatstaf verruimd. In dit geval gaat het om een uitkering van in totaal € 17.907.711. Uit de financiële scan van de vier gemeenten uit 2014 door een onafhankelijk onderzoeksbureau en uit het oordeel van de provincie als financieel toezichthouder blijkt dat de vier betrokken gemeenten financieel gezond zijn en over voldoende weerstandscapaciteit beschikken om eventuele risico’s af te dekken. Het ligt dan ook niet in de lijn der verwachting dat er incidentele of structurele financiële tekorten ontstaan als gevolg van de herindeling.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren