Kamerstuk 34775-V-9

Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden (herdruk)

Dossier: Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2018

Gepubliceerd: 8 november 2017
Indiener(s): Pieter Omtzigt (CDA)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34775-V-9.html
ID: 34775-V-9

Nr. 9 HERDRUK1 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 8 november 2017

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 13 oktober 2017 voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken. Bij brief van 3 november 2017 zijn ze door de Minister van Buitenlandse Zaken beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De fungerend voorzitter van de commissie, Omtzigt

De griffier van de commissie, Van Toor

1

Hoe vaak heeft u de ministerraad gemist vanwege verplichtingen in het buitenland?

Antwoord:

In de periode 31 oktober 2016 tot 1 november 2017 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken de ministerraad 16 keer gemist vanwege verplichtingen in het buitenland. Bij iedere gelegenheid is de inbreng in de ministerraad geleverd conform de vervangingsregeling in geval van tijdelijke afwezigheid van een Minister.

2

Kunt u een overzicht geven, uitgesplitst per beleidsartikel, van de middelen die beschikbaar zijn voor opvang in de regio op de begroting van Buitenlandse Zaken voor het jaar 2018?

Antwoord:

Het kabinet hanteert een integrale aanpak ten aanzien van opvang in de regio door de inzet van instrumenten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking te combineren met steun op politiek, economisch en veiligheidsterrein. Het merendeel van de financiële middelen die worden ingezet voor opvang in de regio komt ten laste van de begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Wat betreft de begroting Buitenlandse Zaken is voor 2018 vanuit het Stabiliteitsfonds (artikel 2.4) een bijdrage van EUR 1,67 miljoen voorzien aan het EU-trustfund voor opvang van vluchtelingen in de Syrië regio. Vanuit het Shiraka-programma (artikel 2.5) wordt een beurzenprogramma gefinancierd bij de universiteit van Gaziantep in Turkije voor ca. 150 Syrische vluchtelingen per jaar. De voorziene bijdrage voor 2018 aan dit programma is EUR 0,5 miljoen.

3

Hoeveel bedraagt de dagvergoeding voor medewerkers van het Ministerie van Buitenlandse Zaken die in opdracht van het Ministerie naar het buitenland moeten afreizen? Hoeveel bedraagt de dagvergoeding per land? En kunt u hierbij aangeven of de accommodatie uit de dagvergoeding dient te worden gefinancierd?

Antwoord:

Alle ambtenaren in de sector Rijk ontvangen gedurende buitenlandse dienstreizen een dagvergoeding voor verblijfkosten met inachtneming van het Reisbesluit buitenland, de Reisregeling buitenland en de daarbij behorende lijst met vergoedingen per land zoals gepubliceerd op www.wetten.nl. De vergoedingen verschillen per land vanwege de verschillende prijsniveaus wereldwijd. De vergoeding bestaat uit een vergoeding voor de kosten voor logies, ontbijt, lunch, diner en kleine uitgaven.

4

Hoeveel twitteraccounts en Facebookpagina’s worden er door het Ministerie van Buitenlandse Zaken beheerd? Hoeveel FTE’s houden zich bezig met het onderhoud / het updaten van deze accounts en pagina’s?

Antwoord:

Er zijn bij benadering 330 formele Ministerie van Buitenlandse Zaken Twitter en Facebook-accounts. Het beheer van deze accounts/pagina’s is voor het merendeel onderdeel van het standaard takenpakket van de ambtenaren van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Een beperkt aantal corporate kanalen wordt centraal, vanuit de directie Communicatie, beheerd. Het cluster dat onder andere hiervoor verantwoordelijk is, de Newsroom, bestaat uit 10 medewerkers, die allen gemiddeld zo’n 20% van hun tijd besteden aan het beheer van de social media accounts. Omgerekend komt dit neer op 2 FTE’s.

5

Kunt een overzicht geven van alle ambassadeurs, inclusief het jaar waarin ze zijn benoemd?

Antwoord:

LAND

STAD

NAAM Ambassadeur

Datum van benoeming

Afghanistan

Kabul

drs. G.E.W. van Leeuwen (Geoffrey)

20-05-2016

Albanië

Tirana

mw. mr. D. van de Weerd (Dewi)

10-11-2014

Algerije

Algiers

mr. R.L.R.M. van Embden (Robert)

24-06-2016

Angola

Luanda

drs. W.M.C. Aalmans (Willem)

10-07-2015

Argentinië

Buenos Aires

drs. M. de la Beij (Martin)

10-09-2014

Australië

Canberra

mw. drs. E. Schouten (Erica)

20-05-2016

Azerbeidzjan

Bakoe

drs. O.D. Kervers (Onno)

24-06-2016

Bangladesh

Dhaka

mw. mr. L.M. Cuelenaere (Leoni)

26-08-2015

België

Brussel (Ambassade)

mw. drs. M.S.M. van den Heuvel (Maryem)

05-06-2015

Brussel (PV EU)

drs. R.E. de Groot (Robert)

18-01-2017

Brussel (PV NAVO)

mw. dr. M. de Kwaasteniet (Marjanne)

02-07-2013

Benin

Cotonou

ir. H.J.J. van Dijk (Harry)

09-06-2015

Bosnië-Herzegovina

Sarajevo

dr. R.C. Vos (Reinout)

22-08-2017

Brazilië

Brasilia

drs. J.P.M. Peters (Han)

04-07-2014

Bulgarije

Sofia

mw. drs. B.M. ten Tusscher (Bea)

04-07-2017

Burundi

Bujumbura

mr. H.G.J. Verweij (Harry)

20-05-2016

Canada

Ottawa

mr. H.A.C. van der Zwan (Henk)

24-06-2016

Chili

Santiago de Chile

drs. H.C. Idema (Harman)

15-06-2017

China

Peking

mr. E. Kronenburg (Ed)

04-07-2017

Colombia

Bogotá

mr. J. Roodenburg (Jeroen)

24-06-2016

Costa Rica

San José

drs. P.D. Hof (Peter Derrek)

06-06-2016

Cuba

Havanna

mw. drs. A.P. Valkenburg-Roelofs (Alexandra)

06-06-2016

Cyprus

Nicosia

mw. N. Jaarsma MBA (Nathalie)

20-05-2016

Congo

Kinshasa

drs. R. Schuddeboom (Robert)

04-07-2017

Denemarken

Kopenhagen

drs. H.W. Swarttouw (Henk)

09-06-2015

Dominicaanse Rep.

Santo Domingo

R.J.H. de Leeuw (Rob)

20-05-2016

Duitsland

Berlijn

drs. W. Kingma (Wepke)

26-06-2017

Egypte

Cairo

drs. J.L. Westhoff (Laurens)

24-06-2016

Estland

Tallinn

mw. drs. K.S. van Stegeren (Karen)

06-06-2016

Ethiopië

Addis Abeba

drs. B.C.J. van Loosdrecht (Bengt)

08-06-2016

Filippijnen

Manilla

mw. ir. M.C.T. Derckx (Marion)

10-11-2014

Finland

Helsinki

mr. C.J. Bansema (Cees)

09-06-2015

Frankrijk

Parijs (Ambassade)

drs. P. de Gooijer (Pieter)

04-07-2017

Parijs (PV OESO)

dr. N. van Hulst (Noé)

17-05-2013

Parijs (PV UNESCO)

drs. L.S. Veer (Lionel)

10-04-2014

Straatsburg (PV)

mr. R.A.A. Böcker (Roeland)

15-06-2017

Georgië

Tblisi

drs. J. Douma (Jos)

26-08-2015

Ghana

Accra

mr. R.G. Strikker (Ron)

24-06-2016

Griekenland

Athene

drs. C.C.J. Veldkamp (Caspar)

09-06-2015

Hongarije

Boedapest

drs. R.E. van Hell (René)

13-06-2017

Ierland

Dublin

mr. drs. P.W. Kok (Peter)

05-09-2017

India

New Delhi

drs. A.H.M. Stoelinga (Fons)

13-08-2012

Indonesië

Jakarta

drs. R. Swartbol (Rob)

11-11-2014

Irak

Bagdad

mr. drs. M.C. Wolters (Matthijs)

13-06-2017

Iran

Teheran

mw. mr. drs. S. Terstal (Susanna)

10-07-2015

Israël

Tel Aviv

drs. G.A. Beschoor Plug (Gilles)

02-09-2015

Italië

Rome (Ambassade)

mr. J.C.S. Wijnands (Joep)

09-06-2015

Rome (PV FAO)

mr. dr. J.P. Hoogeveen MPA (Hans)

13-06-2016

Ivoorkust

Abidjan

drs. R.J. van den Dool (Robert)

29-08-2016

Japan

Tokio

drs. A. Jacobi (Aart)

12-11-2015

Jemen

Sana’a

mw. I.M.J. van Dueren (Irma)

(vooralsnog vanuit Den Haag)

26-06-2017

Jordanië

Amman

mw. drs. H.M.B. Joziasse (Barbara)

04-07-2017

Kazachstan

Astana

mr. D.J. Kop (Dirk Jan)

06-06-2016

Kenia

Nairobi

drs. F.A. Makken (Frans)

16-06-2015

Koeweit

Koeweit

mr. F.J. Potuyt (Frans)

26-08-2015

Kosovo

Pristina

mw. mr. G. Willems (Gerrie)

09-06-2015

Kroatië

Zagreb

mw. drs. E. Berends (Ellen)

26-06-2014

Letland

Riga

drs. P.J. Langenberg (Pieter)

01-06-2015

Libanon

Beiroet

drs. J.H.A. Waltmans (Jan)

04-07-2017

Libië

Tripoli

mr. H.A. Strating LL.M (Eric)

(vooralsnog vanuit Tunis)

13-06-2016

Litouwen

Vilnius

drs. G.C.H. van der Lingen (Bert)

14-07-2014

Luxemburg

Luxemburg

drs. H.M.S. Schaapveld BSc (Han-Maurits)

04-07-2017

Macedonië

Skopje

mr. W.W. Plomp (Wouter)

01-07-2015

Maleisië

Kuala Lumpur

mw. drs. K.M. Mössenlechner (Karin)

06-06-2016

Mali

Bamako

drs. J.F. Oppewal (Jolke)

24-06-2016

Malta

Valletta

mr. drs. J.J.P. Nijssen (Joop)

05-06-2015

Marokko

Rabat

mw. drs. D.E. Bonis MBA (Désirée)

24-06-2016

Mexico

Mexico

mw. drs. M.N. Leemhuis (Margriet)

20-05-2016

Mozambique

Maputo

mw. drs. P.M.M. Grotenhuis (Pascalle)

05-06-2015

Myanmar

Yangon

drs. W.R.M. Jurgens (Wouter)

20-05-2016

Nieuw-Zeeland

Wellington

drs. R.W. Zaagman (Rob)

30-06-2014

Nigeria

Abuja

drs. R.J. Petri (Robert)

05-09-2017

Noorwegen

Oslo

mr. T.J.M. van Oorschot (Tom)

04-07-2017

Oekraïne

Kiev

drs. E.W.V.M. Hoeks (Ed)

04-07-2017

Oman

Muscat

mw. drs. L.A.P.M. van Asch-Pieters (Laetitia)

13-06-2017

Oostenrijk

Wenen (Ambassade)

drs. M. Hennis (Marco)

05-06-2015

Wenen (PV OVSE)

mw. drs. D.M.J. Kopmels (Desiree)

09-04-2013

Pakistan

Islamabad

mw. drs. G.A.C.M. Stoios-Braken (Ardi)

26-06-2017

Palestijnse Gebiedsdelen

Ramallah

drs. P. Mollema

(N.B. geen ambassadeursfunctie; vertegenwoordiger bij de Palestijnse Autoriteit)

sinds november 2014

Panama

Panama-Stad

drs. D.J. Janssen (Dirk)

16-06-2015

Peru

Lima

drs. W.J. de Boer (Wiebe)

01-07-2015

Polen

Warschau

mr. R.J.P.M. van Dartel (Ron)

24-06-2016

Portugal

Lissabon

drs. G.J.C. Bijl de Vroe (Govert-Jan)

26-06-2014

Qatar

Doha

mw. mr. dr. B.G. Tahzib-Lie (Bahia)

20-05-2016

Roemenië

Boekarest

mw. drs. S. Ronner-Grubacic (Stella)

21-08-2015

Russische Federatie

Moskou

mw. R.V.M. Jones-Bos MA (Renée)

24-06-2016

Rwanda

Kigali

mw. drs. F.M. de Man (Frédérique)

01-07-2015

Saudi-Arabië

Riyadh

drs. T.A. Reintjes (Joost)

24-06-2016

Senegal

Dakar

drs. T. Peters MA (Theo)

09-06-2015

Servië

Belgrado

drs. H.G.C. van den Dool (Henk)

16-06-2015

Singapore

Singapore

mw. drs. G. Vonno-Landman MBA (Margriet)

26-06-2017

Slovenië

Ljubljana

mr. E.F.M. Twaalfhoven (Bart)

01-07-2015

Slowakije

Bratislava

drs. H.C. van der Kwast (Henk-Cor)

13-06-2017

Spanje

Madrid

mr. J.H.M. van Bonzel (Matthijs)

10-09-2015

Sri Lanka

Colombo

mw. ir. J. Doornewaard (Joanne)

09-06-2015

Sudan

Khartoem

mw. dr. K.M. Boven (Karin)

06-06-2016

Suriname

Paramaribo

mr. drs. K.P. Rade (Kees)

Tijdelijk Zaakgelastigde

sinds eind september 2017

Syrië

Damascus

tijdelijk gesloten

 

Tanzania

Dar es Salaam

drs. J. Verheul (Jeroen)

22-08-2017

Thailand

Bangkok

drs. P.A. Menkveld (Paul)

Tijdelijk Zaakgelastigde

sinds medio september 2017

Trinidad en Tobago

Port of Spain

mr. J.G. Bijl (Jules)

22-06-2015

Tsjechië

Praag

drs. K.J.R. Klompenhouwer (Kees)

04-07-2017

Tunesië

Tunis

mr. J.G. van Vloten Dissevelt (Hans)

08-07-2013

Turkije

Ankara

drs. C. van Rij (Kees)

10-07-2015

Uganda

Kampala

drs. H.J. Bakker (Henk-Jan)

24-06-2016

Vaticaanstad

Heilige Stoel

J.B. de Bourbon de Parme MA (Jaime)

30-06-2014

Venezuela

Caracas

drs. N.W.M. Braakhuis (Norbert)

24-06-2016

Verenigde Arabische Emiraten

Abu Dhabi

drs. F.J.M. Mollen (Frank)

26-08-2015

Verenigde Staten

Washington

mr. H.J.J. Schuwer (Henne)

01-07-2015

New York (PV VN)

drs. K.J.G. van Oosterom (Karel)

09-04-2013

Verenigd Koninkrijk

Londen

drs. S.J.H. Smits (Simon)

05-06-2015

Vietnam

Hanoi

mw. drs. C.M. Trooster (Nienke)

26-06-2014

Zimbabwe

Harare

mw. drs. B.M. van Hellemond (Barbara)

26-06-2017

Zuid-Afrika

Pretoria

mw. drs. M.L. Gerards (Marisa)

04-07-2014

Zuid-Korea

Seoul

mr. A.J.A. Embrechts (Lody)

11-12-2014

Zuid-Soedan

Juba

drs. G.S. Geut (Geert)

20-05-2016

Zweden

Stockholm

mw. drs. G.C. Coppoolse (Ines)

05-06-2015

Zwitserland

Bern

mw. mr. A.E. Luwema (Anneke)

09-06-2015

Genève (PV VN)

mw. drs. M.T.G. van Daalen (Monique)

03-04-2017

Nederland / Den Haag

PV OPCW/ICC

mr. P. van den Ijssel (Paul)

07-07-2017

6

Kunt u een overzicht geven van alle directies, eenheden, bureaus en afdelingen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, inclusief het aantal FTE’s per directie, eenheid, bureau of afdeling?

Antwoord:

De organisatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken bestaat, naast de Secretaris-Generaal en haar plaatsvervanger, uit Directoraten Generaals (DG) en directies. In onderstaande tabel vindt u een overzicht van de formatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van 23 oktober 2017. Dit zijn vaste fte’s per DG, directie en post.

Directoraat-Generaal (DG) / Directie

Omschrijving

Aantal FTE

DGBEB

DG Buitenlandse Economische Betrekkingen

111,5

DGBEB

DG Buitenlandse Economische Betrekkingen

3,0

DIO

Directie Internationaal Ondernemen

55,5

EAB

Economische Advisering en Beleidsontwikkeling

12,5

IMH

Directie Internationale Marktordening en Handelspolitiek

40,5

DGES

DG Europese Samenwerking

246,2

DCV

Directie Consulaire Zaken en Visumbeleid

149,2

DEU

Directie Europa

35,0

DGES

DG Europese Samenwerking

3,0

DIE

Directie Integratie Europa

43,0

ESA

Eenheid Strategische Advisering

8,0

ICE

Eenheid Internationaal Cultuurbeleid

8,0

DGIS

DG Internationale Samenwerking

250,6

BIS

Bureau Internationale Samenwerking

15,0

DDE

Dir. Duurzame Economische Ontwikkeling

43,5

DGIS

DG Internationale Samenwerking

8,0

DSH

Directie Stabiliteit en Humanitaire Hulp

85,5

DSO

Directie Sociale Ontwikkeling

49,0

IGG

Inclusieve Groene Groei

49,6

DGPZ

DG Politieke Zaken

272,2

BPZ

Bureau Politieke Zaken

6,0

DAF

Directie Sub-Sahara Afrika

41,2

DAM

Directie Noord-Afrika en Midden Oosten

28,0

DAO

Directie Azië en Oceanië

22,0

DGPZ

DG Politieke Zaken

23,0

DMM

Directie Multilaterale Instellingen en Mensenrechten

67,5

DVB

Directie Veiligheidsbeleid

62,5

DWH

Directie Westelijk Halfrond

22,0

Overige

Overige

9,5

DARE

Innovatieteam Dare

4,5

SG

Secretaris-Generaal Ambtelijke Leiding

3,0

TFBU

Taskforce Beleid en Uitvoering

2,0

POSTEN

Ambassades

901,1

ABI

Abidjan

3,0

ABJ

Abuja

4,0

ABU

Abu Dhabi

4,0

ACC

Accra

9,0

ADD

Addis Abeba

14,0

ALG

Algiers

4,0

ALM

Almaty Ambassadekantoor

1,0

AMM

Amman

7,0

ANK

Ankara

9,0

ANT

Antwerpen Consulaat-Generaal (CG)

1,0

AST

Astana

2,0

ATH

Athene

4,0

BAG

Bagdad

6,0

BAK

Bakoe

2,0

BAL

Balticum

2,0

BAM

Bamako

13,1

BAN

Bangkok

5,0

BDP

Boedapest

3,0

BEI

Beiroet

4,0

BEL

Belgrado

5,0

BEN

Bern

2,0

BKR

Boekarest

3,0

BLN

Berlijn

13,0

BOG

Bogota

5,0

BOM

Mumbai CG

2,0

BRA

Brasilia

5,0

BRE

Brussel Permanente Vertegenwoordiging (PV) EU

24,0

BRN

Brussel PV NAVO

8,0

BRU

Brussel

9,0

BTL

Bratislava

1,0

BUE

Buenos Aires

4,0

BUJ

Bujumbura

6,0

CAN

Canberra

2,0

CAR

Caracas

2,0

CD DEL GNV

Geneve CD Delegatie

2,0

CHI

Chicago CG

2,0

CHO

Chongqing CG

2,0

CHS

Chisinau Ambassadekantoor

1,0

COL

Colombo

3,0

COT

Cotonou

7,0

DAK

Dakar

5,0

DAR

Dar es Salaam

5,0

DBA

Dubai CG

3,0

DHA

Dhaka

11,0

DMC

Damascus

5,0

DOH

Doha

4,0

DUB

Dublin

2,0

DUS

Dusseldorp CG

2,0

ERB

ERBIL CG

2,0

GEV

Genève PV

12,0

GNZ

Guangzhou CG

3,0

HAN

Hanoi

6,0

HAR

Harare

1,0

HAV

Havana

6,0

HCM

Ho Chi Minh Stad CG

2,0

HEL

Helsinki

2,0

HON

Hong Kong CG

2,0

ISL

Islamabad

7,0

IST

Istanbul

8,0

JAK

Jakarta

17,0

JBA

Juba

9,0

KAA

Kaapstad CG

1,0

KAB

Kaboel

7,0

KAI

Cairo

9,0

KAM

Kampala

7,0

KHA

Khartoum

5,0

KIE

Kiev

7,0

KIG

Kigali

10,0

KOP

Kopenhagen

3,0

KSS

Kinshasa

5,0

KUA

Kuala Lumpur

3,0

KWE

Koeweit

2,0

LAG

Lagos Ambassadekantoor

3,0

LIM

Lima

3,0

LIS

Lissabon

2,0

LJU

Ljubljana

2,0

LON

Londen

9,0

LUA

Luanda

3,0

LUX

Luxemburg

2,0

MAD

Madrid

5,0

MAN

Manilla

3,0

MAP

Maputo

9,0

MEX

Mexico

4,0

MIA

Miami CG

2,0

MIL

Milaan CG

1,0

MOS

Moskou

14,0

MSK

Minsk Ambassadekantoor

1,0

MUN

München CG

1,0

MUS

Muscat

3,0

NAI

Nairobi

12,0

NDE

New Delhi

11,0

NIC

Nicosia

2,0

NTIOTAI

Taipei NTIO

1,0

NYC

New York CG

3,0

NYV

New York PV

34,0

OPCW

Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapen

3,0

OSA

Osaka CG

1,0

OSL

Oslo

2,0

OTT

Ottawa

3,0

PAN

Panama-Stad

2,0

PAR

Parijs

17,0

PEK

Peking

16,0

PET

St Petersburg CG

2,0

POR

Port of Spain

2,0

PRA

Praag

2,0

PRE

Pretoria

7,0

PRI

Pristina

2,0

PRM

Paramaribo

4,0

RAB

Rabat

8,0

RAM

Ramallah Eenheid Palestijnse Autoriteit

7,0

RAZI

Regionale Service Organisatie (RSO) Azië

25,0

RIO

Rio de Janeiro CG

2,0

RIY

Riyadh

6,0

RMIO

RSO Midden Oosten

18,0

RNAF

RSO Noord Afrika

14,0

ROEU

RSO Oost Europa

23,0

ROF

Rome PV

1,0

ROM

Rome

6,0

RWEU

RSO West Europa

73,0

RWHA

RSO Westelijk Halfrond

9,0

RZAF

RSO Zuidelijk Afrika

9,0

SAA

Sana'a

9,0

SAO

Sao Paulo CG

2,0

SAR

Sarajevo

3,0

SEO

Seoul

5,0

SFN

San Francisco CG

2,0

SHA

Shanghai CG

5,0

SIN

Singapore

4,0

SJO

San Jose

4,0

SKO

Skopje

3,0

SOF

Sofia

3,0

STD

Santo Domingo

1,0

STG

Santiago de Chile

2,0

STO

Stockholm

2,0

STR

Straatsburg PV

2,0

SYD

Sydney CG

2,0

TAL

Tallinn

1,0

TBL

Tbilisi

3,0

TEH

Teheran

9,0

TIR

Tirana

1,0

TLV

Tel Aviv

7,0

TOK

Tokio

7,0

TOR

Toronto CG

2,0

TRI

Tripoli

3,0

TUN

Tunis

5,0

VAL

Valletta

1,0

VAN

Vancouver CG

2,0

VIL

Vilnius

2,0

WAR

Warschau

6,0

WAS

Washington

13,0

WEL

Wellington

2,0

WEN

Wenen

10,0

YAN

Yangon

4,0

ZAG

Zagreb

2,0

PSG

Plaatsvervangend Secretaris-Generaal

880,8

3W

Directie WereldWijd Werken

156,6

AIV

Adviesraad Internationale Vraagstukken

7,0

AVT

Directie Vertalingen

31,0

BSG

Bureau Secretaris-Generaal

25,7

COM

Directie Communicatie

53,0

CVB

Commissie van Bezwaar

2,5

DBV

Directie Bedrijfsvoering

168,5

DJZ

Directie Juridische Zaken

78,7

DPG

Directie Protocol en Gastlandzaken

24,0

FEZ

Directie Financieel Economische Zaken

144,3

HDPO

Hoofd Directie Personeel en Organisatie

144,0

IOB

Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie

33,0

ISB

Inspectie, Signalering, Begeleiding

9,0

OR

Ondernemingsraad

1,7

PSG

Plaatsvervangend Secretaris-Generaal

2,0

Totaal

 

2.671,8

7

Hoeveel FTE’s op het Ministerie van Buitenlandse Zaken houden zich bezig met diversiteit? Op welke directies, eenheden, bureaus of afdelingen zijn zij werkzaam?

Antwoord:

Een viertal medewerkers van het Ministerie van Buitenlandse Zaken houden zich op het departement voor een deel van hun werkzaamheden bezig met voornoemde onderwerpen (bij elkaar is dat ongeveer 1,5 fte). Zij zijn werkzaam bij de HR-Directie van het ministerie.

Overigens streeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken niet alleen naar diversiteit, maar vooral ook naar een inclusieve werkcultuur, waarin divers talent wordt (h)erkend en benut, dat vorm krijgt via het diversiteitsbeleid. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken hanteert een brede definitie voor diversiteit; niet alleen naar geslacht maar ook naar herkomst, leeftijd, seksuele geaardheid en eventuele (fysieke) beperking.

Omdat managers bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken een eigen HR-verantwoordelijkheid hebben, houden zij zich ook zelf – ondersteund door voornoemde medewerkers bezig met diversiteit.

8

Heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken in 2017 marketing- en/of voorlichtingscampagnes uitbesteed aan derden? Zo ja, aan welke bureaus en om welke projecten ging het?

Antwoord:

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken voert in 2017 de campagne «Overal Dichtbij» middels een RTV-campagne. Vanuit de campagnemantel van Dienst Publieke Communicatie (DPC) hebben de volgende bureaus hier een bijdrage aangeleverd: the Oddshop, Initiative, Memo2, Kantar/TNSNIPO. De campagne geeft het belang van een goede voorbereiding op mogelijke risico’s van de reisbestemming.

9

In de richting van welke staten heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken in 2017 veroordelingen uitgesproken via het Engelstalige twitterkanaal?

Antwoord:

In 2017 heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken veroordelingen («condemn») uitgesproken richting Syrië, Noord-Korea, Iran en Macedonië via @DutchMFA, altijd als uiting van de Minister (met uitzondering van Syrië 07/10/2017, retweet van @NLatUN).

07/10/2017 Syrië – bombardementen ziekenhuizen en scholen

29/08/2017 Noord-Korea – provocaties raketlancering over Japan

26/08/2017 Noord-Korea – raketlanceringen

10/08/2017 Iran – executie Alireza Tajiki

28/04/2017 Macedonië – geweld in het parlement

16/04/2017 Noord-Korea – nucleaire provocatie

Daarnaast zijn er veroordelingen uitgesproken naar aanleiding van aanslagen in Anantnang, India (13/07/2017), Teheran, Iran (07/06/2017) Kabul, Afghanistan (31/05/2017) en op een legerbasis in Afghanistan (22/04/2017) maar die waren niet richting staten.

10

Hoeveel FTE's telt de Taskforce Vrouwenrechten en Gendergelijkheid?

Antwoord:

Deze Taskforce bestaat uit 10 fte, waarvan 7 vaste formatie en 3 fte tijdelijke formatie.

11

Hoeveel FTE's zijn inmiddels werkzaam bij de Eenheid Huwelijksdwang? Kunt een korte update gaven van de voortgang van de oprichting van deze eenheid, zoals aangekondigd in uw brief d.d. 12 juni 2017?

Antwoord:

De Eenheid Huwelijksdwang is in de zomer van 2017 van start gegaan. Met ingang van 1 november 2017 zijn de beoogde 3 FTE werkzaam bij de Eenheid op het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag. Zij richten zich op de activiteiten en doelen zoals geformuleerd in de uitvoeringsbrief van het amendement. Vanaf de zomer is intensief ingezet op alertheid bij casusbehandeling. Zo is er sinds het begin van de Eenheid één nieuwe mogelijke huwelijksdwangzaak in behandeling genomen. Vanwege de complexiteit is de zaak nog niet opgelost, maar betrokkenen zijn momenteel veilig.

Naast casusbehandeling zet de eenheid in op capaciteitsversterking van de vijf focusposten waar zich de afgelopen jaren de meeste huwelijksdwang zaken hebben voorgedaan. Deze vijf focusposten zijn Bagdad, Islamabad, Khartoem, Nairobi (mede i.v.m. Somalië) en Rabat. De komende tijd zal ook worden gewerkt aan versterking van de nationale en internationale samenwerking op bestrijding van huwelijksdwang en zal de Eenheid inzetten op verruiming van de mogelijkheden voor slachtoffers om zich te melden en bijstand te vragen.

De Eenheid verwacht de Kamer volledig te zullen rapporteren halverwege 2018. Dit zal ook het moment zijn waarop dit project als zodanig zal worden afgesloten. Dan zal worden omgeschakeld, waarbij alle kennis en (operationele) ervaring zal worden geïntegreerd in de werkzaamheden van posten en departement voor de duurzame inzet op bestrijding van huwelijksdwang.

12

Hoeveel draagt Nederland in 2018 in totaal bij aan VN-organisaties? Welk deel daarvan is vrijwillig?

Antwoord:

De begrote Nederlandse bijdragen aan VN-organisaties in 2018 ten laste van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken bedragen EUR 156,9 mln. Hiervan is EUR 18,3 mln vrijwillig.

13

Hoe beoordeelt u de beschuldigingen van veel Arabische landen en de VS richting Qatar, over steun van dit land aan radicaalislamitische organisaties? Hoe beoordeelt u in dit licht de berichtgeving (https://www.trouw.nl/home/de-terroristische-banden-van-qatar-zijn-wel-heel-erg-zichtbaar~a0eadc3c/) dat de terroristische banden van Qatar wel héél erg zichtbaar zijn?

Antwoord:

Het kabinet blijft bezorgd over berichten dat verschillende landen, ook in de Golf, ervan worden beschuldigd organisaties te steunen die terroristische aanslagen of de voorbereiding daarvan financieren. Het artikel in Trouw verwijst naar een rapport uit 2014 van Foundation for Defense of Democracies. Sindsdien heeft Qatar progressie geboekt op dit terrein. Zo is de wetgeving tegen private terrorismefinanciering aangescherpt, worden verdachte liefdadigheidsinstellingen scherper in de gaten gehouden en is de financiële inlichtingencapaciteit versterkt. Ook het Memorandum of Understanding met de VS – dat als gevolg van de GCC-crisis versneld tot stand is gekomen – betreft met name samenwerking op het terrein van terrorismefinanciering. Tot slot zijn verschillende individuen in VN- en in EU-verband op sanctielijsten geplaatst en zijn hun tegoeden bevroren

14

Hoeveel geld is er voor 2018 gereserveerd voor militaire missies? Hoeveel is uitgegeven aan missies in de afgelopen vijf jaren?

Antwoord:

Militaire missies worden betaald uit het Budget Internationale Veiligheid (BIV). Dit budget staat op artikel 1 van de Defensiebegroting. In 2018 is er in het BIV in totaal EUR 213 miljoen gereserveerd voor militaire missies. De afgelopen vijf jaar zijn de volgende bedragen uitgeven aan militaire missies: EUR 185 miljoen in 2012, EUR 170 miljoen in 2013, EUR 229 miljoen in 2014, EUR 267 miljoen in 2015 en EUR 275 miljoen in 2016 (Jaarverslag Ministerie van Defensie, 2016).

15

Welke verplichtingen en beperkingen legt het internationaal recht, waaronder het humanitair oorlogsrecht, aan een bezettende mogendheid op ten aanzien van de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen in bezet gebied?

Antwoord:

Het bezettingsrecht, dat deel uitmaakt van het humanitair oorlogsrecht, is het recht dat primair de verplichtingen van een bezettende mogendheid regelt. Het bezettingsrecht stelt grenzen aan het gebruik van natuurlijke hulpbronnen van het bezette gebied door de bezettende mogendheid. Zij mag hiervan gebruik maken voor zover noodzakelijk voor het beheer van het bezette gebied en om te voorzien in de behoeften van de bevolking van het gebied, maar mag deze niet gebruiken voor eigen gewin, d.w.z. ten voordele van de eigen economie of bevolking of ter bestendiging van de bezetting.

Daarnaast is ook het recht op zelfbeschikking van volkeren van belang en het daarvan afgeleide recht van volkeren vrijelijk te beschikken over hun natuurlijke rijkdommen en hulpbronnen. Uit het zelfbeschikkingsrecht vloeit voort dat de oorspronkelijke bevolking van het gebied adequaat moeten worden betrokken bij activiteiten gericht op de (exploratie en) exploitatie van natuurlijke hulpbronnen en dat de opbrengsten ervan ten voordele komen van die bevolking.

16

Welke natuurlijke hulpbronnen exploiteert Israël in bezet Palestijns gebied? Graag een toelichting, met een indicatie per hulpbron van de omvang van deze exploitatie.

Antwoord op vragen 16, 17 en 18

In 2013 publiceerde de Wereldbank het rapport «Area C and the Future of the Palestinian Economy». In dit rapport maakt de Wereldbank een inschatting van de impact van de bezetting op het gebruik van natuurlijke hulpbronnen door Palestijnse bedrijven en de Palestijnse Autoriteit. De belangrijkste natuurlijke hulpbronnen zijn de steengroeven, mineralen uit de Dode Zee, water en landbouwgrond. Uit dit rapport blijkt onder meer dat Israëlische bedrijven ongeveer 12 miljoen ton bouwmateriaal winnen in steengroeven in Area C. Palestijnse bedrijven krijgen geen toegang tot de Dode Zee en hebben daardoor geen mogelijkheid de mineralen te winnen en te gebruiken. Volgens hetzelfde rapport zou de Palestijnse Autoriteit aanzienlijk minder water (87 miljoen kubieke meter, MCM) kunnen gebruiken dan toegekend onder Oslo (138,5 MCM). Doordat 187.000 dunam (1 dunam is 1.000 m2) landbouwgrond gebruikt wordt ten behoeve van Israëlische nederzettingen is die grond niet toegankelijk voor Palestijnse boeren. De belangrijkste beperkingen voor Palestijnse economische activiteiten zijn de beperkingen op toegang, verkeer van goederen en personen, en de moeilijkheid vergunningen te krijgen. Daarnaast hanteert Israël een volgens de Wereldbank «ongewoon uitgebreide lijst» van dual use goederen die Palestijnen niet mogen importeren. Dit verhoogt de productiekosten en laat producenten soms geen andere keus dan minder geschikte alternatieven te gebruiken. In september 2017 schatte de Wereldbank dat het opheffen van deze en andere beperkingen in Area C in 2025 voor een additionele cumulatieve groei van ongeveer 33% zou kunnen zorgen.

17

Welke beperkingen legt Israël in bezet Palestijns gebied aan Palestijnse autoriteiten en bedrijven op ten aanzien van de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen? Graag een toelichting, met nadruk op de situatie en beperkingen in het zogenaamde C-gebied, waarin veel natuurlijke hulpbronnen zijn gelegen.

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 16.

18

Wat zijn de gevolgen van de exploitatie door Israël van natuurlijk hulpbronnen in bezet Palestijns gebied voor de Palestijnse economie en de kansen op een levensvatbare Palestijnse staat? Graag een toelichting met indicatie van de economische schade die de Palestijnse economie door Israëls exploitatie van hulpbronnen in bezet Palestijns gebied momenteel op jaarbasis lijdt.

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 16

19

Beschikt u over informatie dat Nederlandse bedrijven betrokken zijn bij de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen in bezet Palestijns gebied, via investeringen, beleggingen, dienstverlening en/of anderszins? Zo ja, welke informatie en bedrijven betreft het?

Antwoord

De overheid houdt geen overzicht bij van bedrijven die investeren in, beleggen in of diensten verlenen aan bedrijven in Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied. De Nederlandse overheid ontmoedigt economische relaties met bedrijven in Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Indien Nederlandse bedrijven aankloppen bij de overheid, worden zij over dit beleid geïnformeerd. De Nederlandse overheid verleent geen diensten aan Nederlandse bedrijven waar het gaat om activiteiten die zij ontplooien in of ten behoeve van Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Daarnaast informeert zij Nederlandse bedrijven actief in gevallen waarbij zij zelf is betrokken. Hierbij zijn geen gevallen naar boven gekomen waarbij mogelijk sprake was van exploitatie van natuurlijke hulpbronnen door bedrijven in Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Het is overigens aan bedrijven zelf om te bepalen welke activiteiten zij ontplooien en met welke partners zij samenwerken. In het kader van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) wordt van Nederlandse bedrijven verwacht dat zij onder eigen verantwoordelijkheid, met inachtneming van de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen, tot een afgewogen besluit komen waarover zij bereid zijn publiekelijk verantwoording af te leggen.

20

Wat zijn de verplichtingen onder het internationaal recht van derde staten ten aanzien van de exploitatie door een bezettende mogendheid van natuurlijke hulpbronnen in bezet gebied? Graag een toelichting.

Antwoord:

De rechtmatigheid van activiteiten van een bezettende mogendheid met betrekking tot de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen hangt af van welke internationale verplichtingen die mogendheid heeft en de naleving daarvan door die mogendheid. Indien sprake is van een situatie die is veroorzaakt door een ernstige schending van een dwingende regel van internationaal recht door een andere staat, zoals het recht op zelfbeschikking, verbindt het internationaal recht hieraan de consequentie dat derde staten verplicht zijn om die situatie niet te erkennen en geen hulp of bijstand te verlenen aan de instandhouding ervan. Derde staten kunnen wanneer zij hulp of bijstand verlenen aan schendingen van het internationaal recht door een andere staat (de bezettende mogendheid) onder bepaalde omstandigheden aansprakelijk worden gesteld voor hun hulp of bijstand aan die schendingen.

21

Hebben de Israëlische autoriteiten de door Nederland gefinancierde zonnepanelen, die eind juni in het Palestijnse dorp Jubbah al-Dhib door het Israëlische leger zijn geconfisqueerd, conform de toezegging van de Israëlische premier Netanyahu teruggegeven? Zo ja, zijn de panelen intussen teruggeplaatst in het dorp en weer operationeel?

Antwoord

Ja. Zoals aangegeven in de antwoorden op de vragen gesteld door de leden Van Ojik en Diks (GroenLinks) met kenmerk 2017Z10662, zijn de zonnepanelen en overige apparatuur vrijgegeven aan COMET-ME, de organisatie die met steun van Nederland het energiesysteem had opgezet in Jubbet adh Dhib. COMET-ME heeft de panelen op 3 oktober jl. teruggeplaatst in het dorp.

22

Heeft het kabinet schadevergoeding van Israël geëist voor schade die het Israëlische leger bij de confiscatie aan de installatie en materialen in het Palestijnse dorp Jubbah al-Dhib heeft toegebracht? Zo ja, heeft Israël schadevergoeding toegezegd en/of uitgekeerd? Zo ja, hoe hoog is die vergoeding en dekt zij alle kosten die voortvloeien uit de inbeslagname en vernielingen? Wat zijn de eventuele kosten die door Nederland worden gemaakt om het zonenergieproject in Jubbah al-Dhib weer gebruiksklaar te maken?

Antwoord

Schadevergoeding is wat het kabinet betreft niet aan de orde. De zonnepanelen en overige apparatuur zijn vrijgegeven aan COMET-ME, die de panelen heeft teruggeplaatst in het dorp.

23

Wat is er op het gebied van zachte leningen en handelspreferenties voor eersteopvanglanden veranderd sinds de Kamer de motie Ten Broeke/Servaes (34 300-V, nr. 20) heeft aangenomen?

Antwoord:

Op 20 juli 2016 hebben de EU en Jordanië een overeenkomst bereikt over de versoepeling van de oorsprongsregels voor Jordanië. Hierdoor kunnen Jordaanse bedrijven in één van achttien economische zones en met een bepaald percentage Syrische vluchtelingen in dienst (15 procent in jaar één en 25 procent in jaar twee) gemakkelijker producten exporteren naar de EU. De versoepeling geldt voor veel producten, waaronder houtproducten en textielproducten. Op deze producten zijn geen of verlaagde tarieven van toepassing. Niet alleen wordt de economische zelfredzaamheid van Jordanië versterkt door deze maatregel, maar het is ook een aansporing voor bedrijven om Syrische vluchtelingen in dienst te nemen, zodat zij een beter bestaan krijgen terwijl zij in Syrië verblijven. Hier is echter tijd voor nodig. Inmiddels voldoen acht Jordaanse bedrijven aan de voorwaarden voor versoepeling. Twee van deze bedrijven hebben al geëxporteerd onder de overeenkomst. Nederland zet zich onder meer in voor de overeenkomst door het financieren van het project «Decent Jobs for Jordanians and Syrian Refugees in the Manufacturing Sector Project» onder het ILO.2 De concessionele leenfaciliteit van de Wereldbank, die zachte leningen verstrekt aan middeninkomenslanden die veel vluchtelingen opvangen, is een succesvol instrument gebleken. Voor Jordanië en Libanon zijn het afgelopen jaar zeven infrastructurele programma’s goedgekeurd, op het gebied van wegen en werkgelegenheid, energie, afvalwater en gezondheidszorg. Voor deze programma’s is 200 miljoen USD aan ODA beschikbaar gesteld, wat 1 miljard USD aan zachte leningen heeft opgeleverd. En marge van de Vluchtelingentop in New York in september 2016 is de faciliteit – met steun van de deelnemende landen en onder leiding van President Obama – opengesteld voor andere middeninkomenslanden die te maken hebben (of krijgen) met grootschalige vluchtelingenopvang. Meer dan 6 miljoen vluchtelingen worden momenteel opgevangen in middeninkomenslanden, het merendeel in de Syrië regio. Tot op heden is er geen beroep gedaan op de faciliteit door andere landen dan Libanon en Jordanië.

24

Welk bedrag ontving PAX de afgelopen vijf jaar, uitgesplitst per jaar, van het Ministerie van Buitenlandse Zaken? En klopt het dat PAX een subsidietoezegging van 60 miljoen euro tot 2021 heeft gekregen?

Antwoord:

PAX ontving over de afgelopen vijf jaren de volgende subsidiebedragen:

Jaar

Bedrag

2017

EUR 12,47 miljoen (stand 17-10-2017)

2016

EUR 8,14 miljoen

2015

EUR 14,45 miljoen

2014

EUR 9,81 miljoen

2013

EUR 9,23 miljoen

2012

EUR 9,31 miljoen

PAX heeft deelgenomen aan een subsidietender uitgeschreven in het kader van de Strategische Partnerschappen «Samenspraak & Tegenspraak» en een toekenning van EUR 59,5 mln. gekregen tot 2021. Deze subsidie is geboekt ten laste van het begrotingshoofdstuk 17 voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Voor nadere toelichting zie de open data op volgende website:

https://www.openaid.nl/projects/NL-1-PPR-27531/?tab=summary

25

Hoe hoog is het bedrag van de grootste subsidie die het Ministerie van Buitenlandse Zaken in 2017 heeft toegekend? Om welk bedrag gaat het en aan welke organisatie is dit bedrag toegekend?

Antwoord:

Het hoogste subsidiebedrag dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft toegekend over 2017 (peildatum 17 oktober 2017) bedraagt EUR 59.000.000. De ontvanger is Simavi. Deze subsidie is geboekt ten laste van het begrotingshoofdstuk 17 voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Simavi is de penvoerder van het WASH SDG Consortium, een alliantie van negen Nederlandse NGO’s (inclusief PLAN Nederland en SNV) en meer dan honderd partnerorganisaties in ontwikkelingslanden. De bijdrage is bedoeld om in de komende vijf jaar in zeven landen 450.000 mensen toegang tot veilig drinkwater te verschaffen en de sanitaire voorzieningen en hygiëne duurzaam te verbeteren voor tenminste twee miljoen mensen.

26

Zijn er sinds het AO Diplomatieke immuniteit d.d. 14-12-2016 nog ontwikkelingen rondom het achterstallige onderhoud van aan andere landen «uitgeleende» ambassadepanden in Den Haag? Is het kabinet bereid de Kamer over deze ontwikkelingen te informeren?

Antwoord:

De gemeente Den Haag heeft momenteel vijf zaken in behandeling op gebied van achterstallig onderhoud aan een ambassadepand en heeft de betreffende ambassades hierover aangeschreven. Zeer onlangs heeft de gemeente Buitenlandse Zaken gevraagd om in 3 van deze zaken bij te springen.

27

Hoe bevordert de regering via de Nederlandse zetel in de VN-Veiligheidsraad en in de VN-Mensenrechtenraad naleving van de mensenrechten en het humanitair oorlogsrecht in Israël en de bezette Palestijnse gebieden?

Antwoord:

In VN-organen roept het kabinet middels nationale of EU-verklaringen beide partijen op hun verantwoordelijkheden te nemen ten aanzien van naleving van het internationaal recht, waaronder het humanitair oorlogsrecht en de mensenrechten. Ook draagt Nederland bij aan resoluties die het Midden-Oosten Vredesproces betreffen die oproepen tot de naleving van de mensenrechten en het humanitair oorlogsrecht. Nederland stelt zich in deze onderhandelingsprocessen kritisch op om tot evenwichtige teksten te komen. Nederland let daarbij op feitelijke en juridische juistheden, evenals proportionaliteit in taalgebruik over (vermeende) schendingen. Nederland treedt hierbij zoveel mogelijk in EU-verband op.

28

Op welke wijze wordt ingezet op een toekomstgericht Meerjarig Financieel Kader? Kunt u toelichten hoe u zich inzet om de EU-meerjarenbegroting financieel houdbaar, efficiënter, doelgerichter, eerlijker, transparanter en meer gericht op het leveren van toegevoegde waarde te maken?

Antwoord:

Zoals aan uw Kamer medegedeeld in de brief met de stand van zaken Meerjarig Financieel Kader (met kenmerk 2017Z04266/2017D08802, verzonden op 19 mei 2017), richt de Nederlandse inzet zich primair op een gemoderniseerd, toekomstgericht en financieel houdbaar Meerjarig Financieel Kader. Deze inzet sluit goed aan bij de Nederlandse inzet bij voorgaande onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) en bij de Nederlandse inzet voor de jaarlijkse onderhandelingen over de Europese begroting. De regering is van mening dat alleen een modern en toekomstgericht MFK dat zich beter toelegt op Europese meerwaarde, kan bijdragen aan Europese slagkracht en vertrouwen in de Europese samenwerking.

Het volgende MFK moet naar Nederlandse overtuiging gericht zijn op thema’s waarbij de Europese toegevoegde waarde evident is: innovatie en slimme groei, duurzaamheid, energie en klimaat en interne en externe veiligheid. Tevens impliceert dit een inhoudelijke modernisering van bestaande MFK-onderdelen (m.n. het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en Cohesiebeleid) en is over de volle breedte van het EU-beleid een vermindering van uitvoeringslasten noodzakelijk. Ter compensatie van het vertrek van het Verenigd Koninkrijk, een grote nettobetaler, dient de totale omvang van het MFK naar beneden bijgesteld te worden. Nederland wil vermijden dat het moet betalen om zo te compenseren voor de Britse uittreding. De financiering van EU-uitgaven moet daarnaast rechtvaardig, eenvoudig en transparant zijn. Nederland zet in op het voorkomen van het stijgen van de afdrachten in het volgende MFK. De Nederlandse netto-betalingspositie moet in lijn liggen met lidstaten met een vergelijkbaar welvaartsniveau.

Het krachtenveld binnen de EU ten aanzien van het nieuwe MFK is complex en wordt gekenmerkt door uiteenlopende belangen. Om bovenstaande inzet te realiseren werkt Nederland nauw samen met andere nettobetalers, maar zoekt Nederland ook contact met andere lidstaten om zoveel mogelijk draagvlak voor onze positie te verwerven zowel onder lidstaten als binnen de Europese instellingen. Daarnaast wordt op verschillende deelterreinen waaruit het MFK is opgebouwd, bovenstaande inzet op alle niveaus – van raadswerkgroep tot raadsformatie – uitgedragen. De komende maanden zal de Nederlandse positie verder worden uitgewerkt. Deze zal te zijner tijd met uw Kamer gedeeld worden. Dat geldt ook voor de Nederlandse appreciatie van toekomstige voorstellen van de Commissie voor het nieuwe MFK.

29

Kunt u op basis van de bevolkings- en migratiecijfers van de afgelopen jaren een grove inschatting maken van het aantal migranten dat in de periode 2018 tot en met 2050 de oversteek zal maken van Afrika naar Europa?

Antwoord:

De demografische trend wijst richting een verdubbeling van de bevolking van Afrika in 2050. Het is ondoenlijk voorspellingen te doen over aantallen irreguliere migranten naar Europa op deze termijn. De verwachte bevolkingsgroei kan migratie doen toenemen wanneer deze gecombineerd wordt met bijvoorbeeld hoge jeugdwerkloosheid en instabiliteit.

30

Financiert het kabinet in 2018, in Nederland of in het buitenland, nog activiteiten in het kader van deradicalisering? Zo ja, maken activiteiten als studentendebatreeksen, roadshows en toneelprojecten onderdeel uit van die lijst?

Antwoord:

De onder subartikel 2.2 genoemde activiteiten inzake Contraterrorisme (EUR 9,3 mln) zijn bedoeld ter ondersteuning van multilaterale CT-fora (Global Counter Terrorism Forum, Anti-ISIS Coalitie, VN en EU) en van bilaterale dialogen inzake terrorismebestrijding en het voorkomen van radicalisering. Voorbeelden van dit soort activiteiten zijn capaciteitsopbouwprogramma’s om veiligheidsautoriteiten in risicolanden als Tunesië, Marokko, Jordanië, Kenia, Somalië, Nigeria, Bangladesh en de Filipijnen in staat te stellen om strategieën ter voorkoming van gewelddadig extremisme op te stellen en uit te voeren, te werken aan het tegengaan van radicalisering in gevangenissen en terrorismefinanciering te signaleren en aan te pakken. Daarnaast wordt subsidie toegekend aan maatschappelijke organisaties voor activiteiten om radicalisering op individueel- en gemeenschapsniveau tegen te gaan. Studentendebatreeksen, roadshows en toneelprojecten vallen niet onder de onder subartikel 2.2 bedoelde activiteiten.

31

U geeft aan dat Nederland zich – ook binnen de EU – richt op het waarborgen en bevorderen van sterke nationale rechtsstaten. Wat heeft Nederland als onderdeel hiervan binnen de EU gedaan aan het bevorderen van sterke nationale democratieën?

Antwoord:

Om lid te kunnen worden van de EU moeten landen voldoen aan de Kopenhagen criteria, met sterke, onafhankelijke nationale instituties die de rechtsstaat, fundamentele rechten en democratie kunnen garanderen. Op dit moment staan de instituties die de rechtsstaat en daarmee fundamentele rechten kunnen garanderen in verschillende lidstaten onder druk. Thans kan niet worden gesteld dat in de balans van de driehoek rechtsstaat, democratie en fundamentele rechten, met name de democratie in lidstaten onder druk staat. Derhalve richt Nederland zich op de rechtsstatelijke ontwikkelingen in EU-lidstaten. Wanneer er ten aanzien van rechtsstatelijke ontwikkeling twijfel ontstaat, moet dat besproken worden in Europees verband en dat verklaart waarom er een beweging is richting structurele aandacht op politiek niveau, bijvoorbeeld in de Raad Algemene Zaken.

32

Op welke wijze roept Nederland landen waar het humanitair oorlogsrecht wordt geschonden, zoals Jemen, Syrië en Zuid-Soedan, ter verantwoording? Hoe vaak heeft u dit in 2016 en 2017 gedaan?

Antwoord:

Nederland spreekt landen waar het humanitair oorlogsrecht wordt geschonden daar regelmatig op aan, zowel in multilaterale fora als in voorkomend geval bilateraal. Recente voorbeelden van gevallen waarin Nederland landen ter verantwoording heeft geroepen, in het bijzonder Jemen, Syrië, en Zuid-Soedan, zijn de volgende:

  • Tijdens de afgelopen zitting van de Mensenrechtenraad van de VN is mede dankzij de inspanningen van Nederland een resolutie aangenomen waarin schendingen van het humanitair oorlogsrecht in Jemen worden veroordeeld. De resolutie roept de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten op een groep van eminente internationale en regionale experts aan te stellen om onderzoek te doen naar alle vermeende schendingen van de mensenrechten en het humanitair oorlogsrecht in Jemen gepleegd door alle partijen bij het conflict sinds september 2014.

  • Tijdens dezelfde sessie van de Mensenrechtenraad heeft Nederland voor een resolutie gestemd waarin schendingen van het humanitair oorlogsrecht in Syrië worden veroordeeld, en waarin de partijen bij het conflict worden opgeroepen dat recht te respecteren.

  • Zoals in de kamerbrief van 27 september jl. (Kamerstuk 29 521, nr. 351) aangegeven, heeft Nederland in de afgelopen jaren, zodra bekend werd dat er sprake was van schendingen in Zuid-Soedan, zich via politieke en diplomatieke kanalen (inclusief in EU-kader) actief ingezet om een einde te maken aan de schendingen en de straffeloosheid. Het kabinet heeft de Kamer hierover in diverse Kamerbrieven geïnformeerd3.

33

Hoeveel geld heeft de Nederlandse regering sinds 2011 gestoken in diplomatieke, politieke en humanitaire inspanningen in het kader van de crisis in Syrië? Kunt u dit overzicht uitsplitsen over de bestemmingen, inclusief bijdragen aan fondsen via multilaterale instellingen?

Antwoord:

Sinds 2011 heeft Nederland circa EUR 59,2 miljoen bijgedragen aan zowel stabilisatie activiteiten in Syrië als activiteiten die het politiek proces ondersteunen. Hieronder vallen onder andere de bijdragen aan de White Helmets, niet-lethale steun aan gematigde Syrische oppositiegroepen, steun aan de Free Syrian Police, financieren van track II dialogen (het in informeel kader bij elkaar brengen van verschillende partijen in het conflict ter ondersteuning van het politieke proces) en steun aan de Syrische vrouwenadviesraad. Daarnaast heeft Nederland sinds 2011 circa EUR 382 miljoen bijgedragen aan humanitaire hulp in Syrië en de regio.

34

Hoeveel geld heeft de Nederlandse regering sinds 2011 gestoken in diplomatieke, politieke en humanitaire inspanningen in het kader van de crisis in Irak? Kunt u dit overzicht uitsplitsen over de bestemmingen, inclusief bijdragen aan fondsen via multilaterale instellingen?

Antwoord:

Sinds 2011 heeft Nederland op verschillende terreinen bijgedragen aan Irak. Zo is er EUR 78 miljoen uitgegeven aan humanitaire hulp in Irak. Op het gebied van stabilisatie is er circa 55 miljoen Euro uitgegeven. Hieronder valt onder meer de bijdrages aan het Fundig Facility for Stabilisation (FFIS) van totaal EUR 25 miljoen en een bijdrage van EUR 17 miljoen aan humanitaire ontmijning.

35

Op welke wijze draagt de regering de grondwaarde van het Internationaal Strafhof (ICC) «geen vrede zonder gerechtigheid» in het kader van het Midden-Oosten Vredesproces uit, in Europees en internationaal verband en in het bilaterale contact met de Israëlische en Palestijnse regeringen?

Antwoord op vragen 35 en 38

De Nederlandse inspanningen zijn gericht op het bereiken van een duurzame vrede, door de verwezenlijking van de twee-statenoplossing. Respect voor internationaal recht, waaronder het humanitair oorlogsrecht en de mensenrechten, vormt hierbij het uitgangspunt. Het kabinet dringt bij de partijen aan op geloofwaardig en transparant onderzoek naar (vermeende) schendingen van humanitair oorlogsrecht en mensenrechten. Het kabinet blijft bij beide partijen aandringen op de noodzaak van dergelijke onderzoeken, op transparantie van de uitkomsten en op vervolging van eventuele daders en maatregelen om dergelijke incidenten in de toekomst te voorkomen. Nederland ondersteunt diverse Israëlische en Palestijnse mensenrechtenorganisaties, die schendingen door Israël en de Palestijnse Autoriteit, maar ook Hamas, documenteren en aan de orde stellen.

36

Financiert Nederland, los van de EU-toetredingssteun voor Turkije, projecten en/of programma’s in Turkije op het gebied van rechtsstatelijke hervormingen, fundamentele rechten, democratische instellingen en openbaar bestuur? Zo ja, welke projecten en/of programma’s betreft het en voor welke bedragen?

Antwoord:

Ja, Nederland financiert via het decentrale Nederlandse Mensenrechtenfonds en het MATRA-programma voor 2017 in totaal negentien nieuwe projecten. Het betreft programma’s die zich specifiek richten op vrouwen- en kinderrechten en gendergelijkheid (10), de positie van etnische minderheden (2), LHBTI-rechten (1), persvrijheid (1), de capaciteit van mensenrechtenverdedigers (1) en goed bestuur (4). Het totaalbudget voor de uitvoering van deze programma’s in 2017 is EUR 1,5 miljoen. Bij de toekenning van fondsen is naast thematische spreiding ook rekening gehouden met de geografische spreiding. Implementatie vindt verspreid over Turkije plaats, onder andere in het zuidoosten. Ook uit het centrale Mensenrechtenfonds worden twee regionale projecten uitgevoerd die betrekking hebben op de bescherming van fundamentele rechten in Turkije.

37

Hoeveel heeft Nederland bijgedragen aan de in oprichting zijnde bewijzenbank van de VN? Zijn er inmiddels andere landen die hieraan bijgedragen hebben? Zo ja, welke en hoeveel hebben deze landen bijgedragen?

Antwoord:

Nederland leverde in december 2016 een eerste bijdrage van een miljoen euro aan het International, Impartial and Independent Mechanism (IIIM) om de opstartfase van de bewijzenbank te bekostigen. In september 2017 heeft Nederland een aanvullende bijdrage aangekondigd van EUR anderhalf miljoen, voor 2017 en 2018. In totaal hebben nu meer dan 30 landen en de Europese Unie circa EUR 9 miljoen euro bijgedragen.

38

Welke inzet pleegt de regering en welke maatregelen neemt zij ten behoeve van het tegengaan van straffeloosheid in Israël en de bezette Palestijnse gebieden in relatie tot ernstige schendingen van de mensenrechten en het humanitair oorlogsrecht?

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 35.

39

Hoeveel bedragen de extra uitgaven aan de deelname van Nederland aan de VN Veiligheidsraad in 2018?

Antwoord:

In 2016 is EUR 11,7 miljoen verdeeld over drie begrotingsjaren gereserveerd uit HGIS-fondsen voor personele, technische, logistieke en voorbereidingskosten. Het programma-budget voor 2018 voor de Taskforce VN Veiligheidsraad bedraagt EUR 400.000.

40

Hoeveel fte extra is al aangesteld in het licht van de zetel in de VN Veiligheidsraad 2018? Wat zijn de kosten hiervan?

Antwoord:

In totaal zijn 36 fte ingezet (14 fte departement, 11 fte uitgezonden, 11 fte lokaal in dienst genomen). Het bijbehorende apparaatsbudget bedraagt EUR 3,1 miljoen in 2017 en EUR 6,1 miljoen in 2018.

41

Hoeveel fte extra bent u voornemens aan te stellen in het licht van de Nederlandse zetel in de VN Veiligheidsraad 2018? Wat zijn de kosten hiervan?

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 40. Er komen naar huidige inzichten geen nieuwe fte meer bij. Een deel van de fte zal worden gecontinueerd tot uiterlijk zomer 2019. Het bijbehorende apparaatsbudget in 2019 bedraagt EUR 2,5 miljoen.

42

Hoe bevordert de regering dat in de samenwerking en actieve dialoog tussen Europa en de VS ten aanzien van het Midden-Oosten Vredesproces de internationale rechtsorde in acht wordt genomen?

Antwoord:

De inzet van het kabinet, bilateraal en via de EU, is gericht op de verwezenlijking van de twee-statenoplossing, in lijn met de EU-parameters. Het kabinet en de EU onderstrepen dit in directe contacten met de VS, in multilaterale fora zoals de Ad Hoc Liaison Committee (AHLC). Het kabinet is ervan overtuigd dat een oplossing van het conflict een gezamenlijke inspanning van de VS, EU en Arabische partners vereist. Nederland en de EU onderstrepen hierbij dat naleven van internationaal humanitair recht en internationale mensenrechten door staten en niet-statelijke actoren, inclusief accountability, een hoeksteen is voor vrede en veiligheid in de regio.

43

Hoe vaak hebben Nederlanders in crises en noodsituaties in 2016 en 2017 een beroep gedaan op hulp via Buitenlandse Zaken? Op welke momenten heeft u daarbij een «gepast beroep» op de eigen verantwoordelijkheid gedaan? Op welke momenten hadden het postennetwerk, kennis en diplomatieke vaardigheden geen «toegevoegde waarde»?

Antwoord:

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken verleent op verzoek en waar mogelijk consulaire bijstand aan Nederlanders in het buitenland in situaties van nood, waarin zelf geen hulp kan worden gevonden. Voorbeelden van zulke situaties zijn: beroving, vermissing, overlijden, ziekenhuisopname, moord, detentie, etc. Ook kunnen crises en calamiteiten die een stad, streek of land treffen, aanleiding vormen voor consulaire bijstand.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken behandelt per jaar circa 1.000 complexe hulpvragen van Nederlanders in een noodsituatie of in een crisis. Dit zijn situaties waarin de Nederlanders geen mogelijkheid hebben de situatie zelf of met de hulp van familie of derden, zoals een alarmcentrale, op te lossen. Vanzelfsprekend zijn daarbij eerst ook de eigen verantwoordelijkheden en mogelijkheden van betrokkene bekeken. Indien betreffende Nederlanders in een situatie verkeren waarvoor de oplossing alleen door de lokale autoriteiten kan worden geboden, kan de toegevoegde waarde van het Ministerie van Buitenlandse Zaken beperkt zijn. De eerste verantwoordelijkheid en uitvoeringsmacht liggen dan immers bij betreffende lokale autoriteiten. De Nederlandse vertegenwoordiging kan in een dergelijke situatie wel aandacht voor de casus vragen bij betreffende lokale autoriteiten.

44

Klopt het dat er speciale loketten zijn ingericht in zogenaamde grensgemeenten in Nederland voor Nederlanders in het buitenland om een reisdocument aan te vragen? Hoe vaak wordt maandelijks per grensgemeente van dit loket gebruik gemaakt? Hoe lang is per grensgemeente de gemiddelde wachttijd?

Antwoord:

Nederlanders die in het buitenland wonen kunnen ook een paspoort of identiteitskaart aanvragen bij twaalf aangewezen gemeenten, zogenaamde grensgemeenten. Dat zijn Sluis, Bergen op Zoom, Breda, Bergeijk, Maastricht, Echt-Susteren, Venlo, Montferland, Enschede, Oldambt, Den Haag en ook de paspoortbalie van Haarlemmermeer op Schiphol.

Het aantal aanvragen verschilt per gemeente en per maand. In totaal zijn in 2016 72.145 aanvragen ingediend bij de aangewezen gemeenten. Tot en met september zijn in 2017 reeds 63.450 aanvragen ingediend bij de twaalf aangewezen gemeenten.

De wachttijden verschillen per periode en per gemeente. Ze worden gepubliceerd op een centrale website met informatie over het aanvragen van een document bij de aangewezen gemeenten: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/paspoort-en-identiteitskaart/vraag-en-antwoord/kan-ik-in-nederland-een-paspoort-aanvragen-als-ik-in-het-buitenland-woon. Op dit moment is de wachttijd voor het maken van een afspraak bij zes van deze gemeenten 0–2 weken en bij de andere zes 2–4 weken.

45

Hoeveel wordt in 2018 uitgegeven aan internationaal cultuurbeleid? Uit welke onderdelen bestaan deze uitgaven?

Antwoord:

De middelen die jaarlijks beschikbaar worden gesteld voor de uitvoering van het internationaal cultuurbeleid zijn genoemd in het «Beleidskader internationaal cultuurbeleid 2017–2020» dat per brief van 4 mei 2016 door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, aan uw Kamer is aangeboden (31 482, nr. 97). Deze cijfers zijn per doelstelling nader gespecificeerd bij brief van 17 november 2016 over de uitwerking van het internationaal cultuurbeleid (31 482, nr. 101). Deze doelstellingen betreffen de versterking van 1) de Nederlandse culturele sector; 2) de hoofddoelstelling van het buitenlands beleid, namelijk vrede, veiligheid en duurzaamheid en 3) onze bilaterale diplomatie.

De voor 2018 begrote uitgaven zoals genoemd in de brief van 17 november 2016 zijn voor de eerste en de derde doelstelling van het beleidskader nagenoeg onveranderd. In lijn met de kabinetsreactie op de Motie van Veen van 15 februari 2017 (31 482, nr. 103) is de verdeling van de begrote uitgaven bij de tweede doelstelling herzien. Daarbij zijn de budgetten voor posten in drie landen geschrapt. Dat levert al met al de volgende cijfers op voor de voor 2018 begrote uitgaven.

OCW

Doelstelling 1

Instelling /activiteit

Begrote uitgaven

2018 (EUR)

Fonds Podiumkunsten

1.072.000

Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

1.000.000

Mondriaan Fonds

682.000

Nederlands Letterenfonds

299.000

Nederlands Filmfonds

464.000

Fonds voor Cultuurparticipatie

75.000

Gedeeld Cultureel Erfgoed (GCE)

– Nationaal Archief: 450.000

– Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: 450.000

– Matchingsfonds GCE (DutchCulture): 100.000

1.000.000

EYE Film Instituut Nederland

75.000

Uitvoering meerjarenstrategieën (budget belegd bij DutchCulture)

300.000

Het Nieuwe Instituut

200.000

Totaal middelen OCW

5.167.000

BZ + BHOS

Doelstelling 1

 

Posten (t.b.v. uitvoering meerjarenstrategieën)

2.625.000

Posten (t.b.v. Gedeeld Cultureel Erfgoed)

750.000

DutchCulture (t.b.v. basistaken, matchingsfonds GCE, bezoekersprogramma’s en uitvoering meerjarenstrategieën)

1.000.000

Overig, waaronder Vlaams-Nederlands huis deBuren en het Sieboldhuis

900.000

Bezoekersprogramma’s (uitgevoerd door EYE, Letterenfonds, Mondriaan Fonds, Dutch Performing

Arts, Het Nieuwe Instituut)

350.000

Doelstelling 2

 

Non-ODA

2.800.000

waarvan:

 

Posten (Rusland, Turkije)

400.000

Subsidieregeling doelstelling 2

1.600.000

Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

700.000

Overig (w.o. DutchCulture: basistaken; Het Nieuwe Instituut: bezoekersprogramma).

100.000

   

ODA

4.200.000

waarvan:

 

Posten (Egypte, Marokko)

400.000

Prins Claus Fonds (regulier en jongerenprogramma gericht op Gender en Tegengeluid)

3.800.000

Doelstelling 3

 

Non-ODA

 

Posten (kleine culturele activiteiten i.h.k.v. culturele diplomatie)

550.000

   

Totaal middelen BZ1+ BHOS

13.175.000

   

Totaal middelen ICB 2018 (OCW + BZ + BHOS)

18.342.000

X Noot
1

In de memorie van toelichting bij Hoofdstuk V van de Begroting 2018 op p. 47 bij artikel 4.3 is een bedrag opgenomen van 7.856.000 voor het Internationaal Cultuurbeleid. Dit bedrag is exclusief de begrote uitgaven 2018 voor het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en bezoekersprogramma’s EYE, Letterenfonds, Mondriaan Fonds, Dutch Performing Arts, Het Nieuwe Instituut, omdat deze uitgaven via het Ministerie van OCW lopen en met BZ worden verrekend.

46

Wat is de stand van zaken rondom de pilot reisdocumentenverstrekking in het Verenigd Koninkrijk?

Antwoord:

Op 5 september 2016 is in Edinburgh een pilot gestart waarbij Nederlanders bij een externe dienstverlener (VFS Global) een Nederlands reisdocument kunnen aanvragen. Bij aanvang van de pilot konden Nederlanders alleen bij VFS Global terecht voor een reguliere vervolgaanvraag, op vertoon van een eerder verstrekt Nederlands reisdocument. Per 17 juli 2017 is deze pilot uitgebreid naar eerste aanvragen en vervolgaanvragen na verlies of diefstal van het eerder verstrekte Nederlandse reisdocument. In het eerste jaar zijn via deze pilot ongeveer 1.600 Nederlandse reisdocumenten aangevraagd. De pilot is verlengd en loopt nog tot 1 april 2018. Daarna zal de pilot geëvalueerd worden.

47

Wanneer is de pilot in het VK waarbij Nederlanders die hun reisdocument willen vernieuwen daarvoor niet meer naar de ambassade hoeven, afgerond? Binnen welke termijn kan de digitalisering van het proces van aanvraag en verlenging van paspoorten worden geïmplementeerd?

Antwoord:

Deze vraag ziet toe op twee gescheiden trajecten, a) de pilot in Edinburgh waar Nederlanders bij een externe dienstverlener terecht kunnen voor de aanvraag van een Nederlands reisdocument en b) digitalisering van consulaire dienstverlening.

  • a) Onder verwijzing naar de beantwoording van Kamervraag 46, zal de pilot 1 april 2018 zijn afgerond. De pilot in Edinburgh is een aanvulling op de dienstverlening van de Nederlandse ambassade in Londen.

  • b) Digitalisering van dienstverlening staat hoog op de consulaire agenda. In het visumproces zijn hierin al eerste stappen gezet met de pilot voor een digitaal aanvraagformulier. Het aanvraagproces voor Nederlandse reisdocumenten is nog niet gedigitaliseerd, en is mede afhankelijk van de toekomstige vormgeving van het paspoorten en reisdocumenten-proces, waarvoor het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties eerstverantwoordelijk is.

48

Wat zijn de totale uitgaven voor het postennetwerk en het departement in 2018 en hoe zijn deze onder te verdelen?

Antwoord:

Van de totale apparaatskosten van EUR 668 miljoen in 2018 kan circa EUR 216 miljoen toe worden gerekend aan het kerndepartement en circa EUR 452 miljoen aan het postennetwerk. Bij de verdeling van de kosten hieronder is het aantal fte’s per directoraat-generaal als uitgangspunt genomen. Verder is op basis van een inventarisatie van de thematische invulling van de personele inzet in het postennetwerk een schatting gegeven van de kosten op een aantal terreinen. Deze terreinen zijn: economische diplomatie, cultuur, politiek, ontwikkelingssamenwerking, management, consulair en beheer. Op pagina 54 van de memorie van toelichting Ontwerpbegroting 2018 is de verdeling schematisch opgenomen.

49

Hoeveel extra fte is aangetrokken om de Nederlandse belangen bij de scheidingsprocedure van de EU met het Verenigd Koninkrijk voldoende te kunnen waarborgen? Waar worden deze mensen gestationeerd?

Antwoord:

Alle bij de Brexit betrokken directies alsook de EU-posten leveren een extra inspanning om de Nederlandse belangen zo goed mogelijk te dienen. Ook de andere ministeries hebben extra capaciteit vrijgemaakt.

Daarnaast is er binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken een interdepartementale werkgroep (Taskforce) opgezet, die de Rijksbrede inzet ten aanzien van Brexit coördineert. Zoals ook bij de eerste suppletoire begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (2017) gemeld, zijn er voor de komende drie jaar middelen vrij gemaakt voor onder meer extra fte’s ten behoeve van deze interdepartementale Taskforce. In de Taskforce zijn ook ambtenaren van andere departementen werkzaam. Op dit moment worden tien fte bekostigd uit het toegekende budget. Het budget kan flexibel worden ingezet en verdere invulling is nog gaande. Dit hangt ook af van welke kant de onderhandelingen uitgaan en aan wat voor extra soort expertise er behoefte is.

50

Kunt u nader ingaan op de niet-juridisch verplichte uitgaven onder «subartikelnummer 1.2. Mensenrechten»? Kunt u daarbij specifiek aangeven welke mensenrechtenprogramma’s met de niet-juridisch verplichte uitgaven worden gefinancierd en voor welke bedragen?

Antwoord:

De niet-juridisch verplichte uitgaven onder subartikelnummer 1.2 omvatten de jaarlijkse bijdrage aan het kantoor van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR) en de decentrale mensenrechtenprogramma’s uit het Mensenrechtenfonds (MRF).

Voor 2018 is nog niet aan te geven welke mensenrechtenprogramma’s voor welke bedragen uit de decentrale fondsen zullen worden gefinancierd, omdat het veelal kortlopende projecten betreft die gedurende het jaar door de ambassades zullen worden gefinancierd. De centrale fondsen zijn voor 2018 reeds volledig geoormerkt op basis van het in 2017 gepubliceerde subsidiekader.

Voorwaarde voor het aangaan van verplichtingen uit het mensenrechtenfonds is dat deze aansluiten bij de mensenrechtenbrief «Respect en recht voor ieder mens» en de geldende regels en criteria volgen. In de jaarlijkse mensenrechtenrapportage wordt inzichtelijk gemaakt welke uitgaven er gedaan zijn voor zowel de centrale als de decentrale fondsen.

51

Hoeveel wordt uitgegeven aan investeringen in consulaire informatiesystemen ten behoeve van Nederlanders in het buitenland?

Antwoord:

Het budget voor 2018 bedraagt EUR 6.566.000.

52

Hoeveel en welke consulaire afdelingen zijn in 2016 en 2017 gesloten? Welke zijn nieuw geopend?

Antwoord:

Vanaf 2013 is gewerkt aan het afbouwen van het biometrisch proces bij de honoraire consulaten die nog bevoegd waren aanvragen zelfstandig in te nemen en te verwerken. Vanaf juli 2014 is de afbouw van consulaire taken van vijf consulaten-generaal in gang gezet. Het betreft de consulaten-generaal in Antwerpen, Chicago, Düsseldorf, München en Milaan. Tijdens deze trajecten werden eveneens de consulaire taken van de ambassades in Brussel en Canberra afgestoten.

Deze trajecten zijn per 1 januari 2016 (op Indonesië na, zomer 2016) afgerond. Sindsdien zijn geen consulaire balies gesloten of geopend.

53

Wat valt onder de niet-juridische uitgaven ten behoeve van het Corps Diplomatique en Internationale Organisaties in Nederland? Hoeveel wordt hieraan uitgegeven?

Antwoord:

Onder subartikel 4.4 vallen de kosten voor de staats- en werkbezoeken (inkomend en uitgaand), bezoeken van hoogwaardigheidsbekleders en uitgaven voor het Corps Diplomatique (CD) en Internationale Organisaties (IO’s). Het deel hiervan dat de niet-juridische uitgaven ten behoeve van het CD en IO’s betreft omvat uitgaven ten behoeve van zaken als afscheidslunches voor vertrekkende ambassadeurs, ontvangsten voor het CD – zoals de nieuwjaarsreceptie van de Koning – en overige representatiekosten ten behoeve van ontmoetingen met het CD en IO’s. Hieraan is in 2016 EUR 403,000, – uitgegeven.

54

Hoeveel wordt uitgegeven aan inkomende en uitgaande Staats- en werkbezoeken?

Antwoord:

Op de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt jaarlijks een bedrag van twee miljoen euro gereserveerd voor inkomende en uitgaande staatsbezoeken, officiële bezoeken en werkbezoeken. Daadwerkelijke uitgaven aan deze bezoeken bedroegen in 2015 EUR 2,157 miljoen en in 2016 EUR 2,308 miljoen.

55

Waarom zijn de juridisch verplichte uitgaven in subartikel 2.3 «Bevordering van ontwapening en wapenbeheersing» groter dan de geraamde uitgaven en waaruit bestaat dit verschil?

Antwoorden:

Het verschil betreft slechts een afronding; de geraamde uitgaven komen overeen met de juridisch verplichte uitgaven. De juridisch verplichte uitgaven in subartikel 2.3 bedragen EUR 10,855 miljoen en bestaan uit bijdragen aan internationale organisaties zoals aangegeven op pagina 34 van de begroting.

56

Hoeveel FTE’s op het departement hielden zich in 2017 bezig met mensenrechten? En hoeveel FTE’s gaan zich in 2018 bezighouden met mensenrechten?

Antwoord:

Bij de Directie Multilaterale Organisaties en Mensenrechten (DMM), die eerstverantwoordelijke is voor het mensenrechtenbeleid binnen Buitenlandse Zaken, zijn in 2017 13 FTE’s fulltime op dit thema ingezet. Dit aantal is ook voorzien voor 2018. Daarnaast zijn ook medewerkers van andere directies, zoals die voor landenbeleid, juridische zaken en sociale ontwikkeling, frequent bezig met de verdediging en bevordering van mensenrechten.

57

In de begroting wordt gesteld dat met het eindigen van het lidmaatschap van de VN-Mensenrechtenraad onze invloed in afneemt. Ook wordt gesteld dat het kabinet voornemens is om campagne te voeren voor een nieuwe zetel in de Mensenrechtenraad voor de periode 2020–2022. Daarmee wordt gesuggereerd dat het lidmaatschap veel heeft opgeleverd. Welke prestaties maken het kabinet zo positief over lidmaatschap van de Raad?

Antwoord:

Als één van de 47 leden van de Mensenrechtenraad heeft Nederland stemrecht en daarmee directe invloed op de besluitvorming in de Raad. Nederlandse invloed is van belang bij het bevorderen en beschermen van mensenrechten, vaak als tegenwicht tegen landen die het minder nauw nemen met het respecteren van de mensenrechten. Mede dankzij de actieve inzet van Nederland zijn er de afgelopen lidmaatschapsperiode (2015–2017) belangrijke nieuwe mandaten bijgekomen voor rapporteurs en experts die aan fact finding doen in o.a. Zuid-Soedan en Burundi. Onder leiding van Nederland is in september jl. ook een resolutie aangenomen die voorziet in de oprichting van een groep internationaal onafhankelijke eminente experts die onderzoek gaat doen naar alle schendingen van mensenrechten en internationaal humanitair recht in Jemen.

Een ander succes was de instelling van een Independent Expert voor Sexual Orientation and Gender Identity (SOGI) die zich richt op de positie van LHBTI’s.

Een belangrijke doelstelling was bovendien dat de stem van ngo’s doorklinkt in de Mensenrechtenraad. Nederland heeft zich er steeds voor ingezet dat deze organisaties zich kunnen uitspreken, in de Raad en tijdens de vele evenementen die gedurende de Mensenrechtenraad worden georganiseerd.

58

Welke inzet pleegt de regering en welke maatregelen neemt zij voor de bevordering van mensenrechten in Israël en de bezette Palestijnse gebieden ten aanzien van de prioritaire thema’s mensenrechtenverdedigers, vrijheid van meningsuiting en mensenrechten en bedrijfsleven? Graag voor elk van de genoemde prioritaire thema’s een toelichting

Antwoord:

Het kabinet besteedt in de bilaterale contacten en in EU-verband intensieve aandacht aan mensenrechtenonderwerpen met de Israëlische en Palestijnse autoriteiten. Het kabinet benadrukt daarbij het belang van de vrijheid van meningsuiting en het werk van mensenrechtenverdedigers en -organisaties voor een vrije en pluriforme samenleving. Deze thema’s worden ook nadrukkelijk aan de orde gesteld in de verschillende dialogen die Nederland en de EU voeren met beide autoriteiten, waaronder de jaarlijkse mensenrechtendialoog tussen de EU en Israël. Ook binnen de bestaande VN-mechanismen zet het kabinet zich in voor Israëlische en Palestijnse mensenrechtenverdedigers. Zo heeft Nederland tijdens de 34e sessie van de Mensenrechtenraad in maart jl., net als andere EU-lidstaten, voor een resolutie gestemd over de mensenrechtensituatie in de Palestijnse gebieden, waarin het belang wordt benadrukt van de bescherming van mensenrechtenverdedigers om hun werk te kunnen voortzetten. Daarnaast steunt het kabinet Israëlische en Palestijnse organisaties die zich inzetten voor een verbetering van de mensenrechtensituatie. Hierbij biedt Nederland ook ondersteuning aan deze mensenrechtenverdedigers zelf, door een tijdelijke veilige haven in Nederland aan te bieden middels het Shelter City Programma. Ten aanzien van de Nederlandse invulling aan het prioritaire thema «mensenrechten en bedrijfsleven» verwijst het kabinet naar de antwoorden op de feitelijke vragen over de vaststelling van de begrotingsstaat voor het jaar 2017 (34 550-V, nr. 2).

59

Welke door Nederland van tevoren gestelde doelstellingen en/of prioriteiten zijn behaald ten tijde van de Nederlandse zetel in de VN Mensenrechtenraad? Welke niet?

Antwoord:

Bij het bekendmaken van de Nederlandse kandidatuur voor lidmaatschap van de Mensenrechtenraad heeft Nederland aangegeven zich in te zullen zetten voor o.a. de bestrijding van geweld tegen vrouwen, participatie van vrouwen in het publieke domein, het promoten van de UN Guiding Principles on Business and Human Rights, bescherming van LHBTI’s, bescherming van mensenrechtenverdedigers en de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging.

Tijdens de onderhandelingen over resoluties over de positie van mensenrechtenverdedigers, «Violence against Women», «Equal Political Participation» en «Freedom of Religion and Belief» zijn goede resultaten bereikt die mede van belang zijn voor het werk van VN-organisaties en ngo’s die zich inzetten voor deze rechten. Op basis van de EU-Raadsconclusies over Business and Human Rights, die tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de EU zijn opgesteld, is gewerkt aan de uitvoering hiervan in relevante resoluties.

Van groot belang voor de bescherming van LHBTI’s was het besluit van de Mensenrechtenraad in juni 2016 om een Independent Expert voor Sexual Orientation and Gender Identity (SOGI) aan te stellen. Nederland heeft zich hiervoor actief ingezet en doet al het mogelijke om dit mandaat (dat nog steeds omstreden is) veilig te stellen. Met technici uit het bedrijfsleven, ngo’s en academici worden «tools» ontwikkeld voor de veiligheid van mensenrechtenverdedigers en het vergemakkelijken van fact finding door het kantoor van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR).

Tijdens het Nederlandse lidmaatschap van de Mensenrechtenraad zijn er enkele belangrijke nieuwe mandaten bijgekomen voor rapporteurs en experts, o.a. voor Zuid-Soedan en Burundi. Het instellen van internationaal onafhankelijk onderzoek naar alle schendingen van mensenrechten en oorlogsrecht in Jemen was gedurende de drie jaar van het lidmaatschap topprioriteit. Onder leiding van Nederland is in september jl. een resolutie aangenomen die voorziet in de oprichting van een groep internationaal onafhankelijke experts die onderzoek gaat doen naar alle schendingen van mensenrechten en internationaal humanitair recht in Jemen.

Er kan nog meer worden bereikt t.a.v. het versterken van de effectiviteit en de geloofwaardigheid van de Mensenrechtenraad. Hiertoe heeft Nederland recentelijk diverse initiatieven ondernomen. Nederland heeft tijdens de zitting van de Raad in juni jl. namens een groep van bijna 50 landen opgeroepen tot hervorming van de Mensenrechtenraad. Tijdens de Algemene Vergadering van de VN was Nederland samen met de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk co-host van een evenement om verdere hervorming te stimuleren. In Geneve leidt Nederland momenteel een proces om dit verder uit te werken. Versterking van de effectiviteit en geloofwaardigheid kan volgens Nederland onder meer worden bereikt door meer competitie bij de verkiezing van leden van de Mensenrechtenraad en het gebruik van objectieve mensenrechtenstandaarden bij de behandeling van schendingen.

60

Welke subsidies vervallen nu de uitgaven voor subsidies op de post «Internationaal recht» op beleidsartikel 1 dalen?

Antwoord:

Er vervallen geen subsidies. Er was voorgaande jaren sprake van een tijdelijke verhoging, ten behoeve van een subsidie aan de Carnegie Stichting in verband met asbestsanering en herstelwerkzaamheden.

61

Welke subsidies vervallen nu de uitgaven voor subsidies op de post «Bevordering van het vrije woord» op beleidsartikel 1 vervallen?

Antwoord:

Er vervallen geen subsidies. In het verleden werd Radio Nederland Wereldomroep (huidige naam is RNW Media) uit «Bevordering van het vrije woord» gefinancierd. De bijdrage aan RNW Media komt nu uit het Mensenrechtenfonds.

62

Welk percentage van de gelden uit het Mensenrechtenfonds wordt in 2018 besteed in OESO-landen? En om welke OESO-landen gaat het?

Antwoord:

Circa 10% van het Mensenrechtenfonds zal volgens de planning worden gedelegeerd aan ambassades en permanente vertegenwoordigingen in OESO-landen. Het gaat om onze posten in Chili, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Israël, Korea, Mexico, Oostenrijk, Polen, Turkije, Verenigde Staten en Zwitserland.

Het merendeel van deze bijdragen is bestemd voor internationale organisaties en ngo’s die weliswaar zijn gevestigd in deze OESO-landen, maar de bijdragen inzetten buiten het land van vestiging en voor een aanzienlijk deel ook buiten OESO-landen.

Zo wordt in 2017 via de ambassade in Warschau EUR 750.000 besteed aan projecten in Belarus op het gebied van gelijke rechten voor LHTBI, projecten ter bescherming van mensenrechtenverdedigers die zich inzetten tegen de doodstraf en projecten ter bevordering van onafhankelijke media.

Een ander voorbeeld uit 2017 is de ondersteuning (EUR 250.000) die de ambassade in Washington uit het Mensenrechtenfonds geeft aan de Organisatie voor Amerikaanse Staten (OAS) voor projecten in Latijns-Amerika door de Inter-American Commission on Human Rights op het gebied van LHBTI.

63

Hoe hoog is het budget voor het mensenrechtenfonds in 2018 en hoe hoog was dit in de drie jaren daarvoor?

Antwoord:

Het budget voor het Mensenrechtenfonds (MRF) is in de begroting te vinden onder subartikel 1.2 «subsidies – landenprogramma’s mensenrechten» en «bijdragen (inter)nationale organisaties – landenprogramma’s mensenrechten».

In 2018: 26.120 + 20.000 = 46.120

In 2017: 24.615 + 19.705 = 44.320

In 2016: 16.863 + 20.903 = 37.766

In 2015: 9.372 + 29.292 = 38.664

(Bedragen in EUR 1.000).

De relatief grote stijging in 2017 wordt veroorzaakt door de toevoeging van RNW Media aan het budget van het MRF, terwijl het daarvoor onder «bevordering van het vrije woord» werd geregistreerd.

64

Waarom wordt de jaarlijkse bijdrage aan de Office of the High Commissioner for Human Rights begin 2018 juridisch vastgelegd?

Antwoord:

De besluitvorming voor de bijdrage aan het kantoor van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR) wordt gestart als het jaarlijkse financieringsoproep (appeal) van OHCHR bekend is. Dit is het programma dat OHCHR voor dat jaar gaat uitvoeren en op basis waarvan het vrijwillige bijdragen van donoren vraagt. Het volgende appeal zal naar verwachting in maart 2018 uitkomen.

65

Hoeveel geld wordt in 2017 en 2018 door de Nederlandse regering overgemaakt aan VN-organisaties en instellingen? Welke deel hiervan betreft de zogenaamde «vrijwillige contributies/bijdragen»? Kunt u de Nederlandse bijdrage voor iedere VN-organisatie en instelling afzonderlijk weergeven?

Antwoord:

De begrote Nederlandse bijdragen aan VN-organisaties en instellingen in 2017 en 2018 ten laste van de BZ-begroting zijn opgenomen in onderstaande tabellen:

66

Waarom is de Nederlandse bijdrage aan de NAVO verlaagd met ongeveer 3 miljoen?

Antwoord:

De verdragscontributie aan het Civiele Budget van de NAVO is op hetzelfde niveau gebleven als de afgelopen jaren, namelijk EUR 7,2 miljoen euro. Daarnaast heeft Nederland de afgelopen jaren een financiële bijdrage geleverd aan de bouw van het nieuwe NAVO-kwartier. Deze laatstgenoemde bijdrage loopt geleidelijk af naarmate de voltooiing van de nieuwbouw dichterbij komt. Dit verklaart de verlaging van het budget.

67

Hoe wordt de jaarlijkse contributie van de NAVO vastgesteld en kunt u aangeven waarom de jaarlijkse contributie in de periode 2018–2022 aanzienlijk lager ligt dan de periode daarvoor?

Antwoord:

De jaarlijkse contributie wordt in Brussel onder consensus vastgesteld door de 29 Bondgenoten. De begroting is onderwerp van discussie in het Civiele budget comité en wordt goedgekeurd door de Noord-Atlantische Raad. Het budget voor 2018–2022 is nog niet goedgekeurd. Bij het vaststellen van het budget zet Nederland zich in voor het beheersbaar houden van de stijgende kosten zonder hiervoor de politieke doelstellingen naar beneden bij te stellen.

68

Wat wordt bedoeld met «trainingen van buitenlandse diplomaten in Nederland»? Wat voor trainingen zijn dit? Uit welke landen kwamen de diplomaten die Nederland in 2017 heeft getraind?

Antwoord:

Clingendael Academy verzorgt jaarlijks circa dertig verschillende diplomatieke trainingen. Deze trainingen hebben als doel om de band van derde landen met Nederland te verstevigen, diplomatieke netwerken op te bouwen, landen te ondersteunen in de training van hun diplomatieke diensten en bij te dragen aan een beter functionerende internationale samenwerking. Op het programma staan internationale thema’s, diplomatieke vaardigheden, persoonlijke ontwikkeling, werkbezoeken aan o.a. het Nederlandse parlement, het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de Haagse internationale juridische organisaties en Brussel (EU/NAVO) en vaak ook een component match making met het Nederlandse bedrijfsleven.

Ieder jaar traint de Clingendael Academy circa 500 buitenlandse diplomaten. Er zijn inmiddels ongeveer 7.000 diplomatieke alumni wereldwijd op posten en in hoofdsteden, of bij internationale organisaties. De relaties met maar liefst 134 landen zijn versterkt doordat deelnemers uit deze landen hebben deelgenomen aan deze trainingen.

De deelnemers aan het Matra Clingendaelprogramma van 2017 komen uit landen van het Oostelijk Partnerschap en uit Pre-Accessielanden: Albanië, Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Bosnië-Herzegovina, Georgië, Kosovo, Macedonië, Moldavië, Montenegro, Oekraïne en Servië.

69

Waarom is besloten om de bijdrage aan het NFRP per 2018 zo drastisch naar beneden bij te stellen? Welke redenen liggen hieraan ten grondslag? En op welke wijze correspondeert dit besluit met de opdracht en geest van de aangenomen motie-Servaes/Ten Broeke (34 300 V, nr. 26)?

Antwoord:

De motie Servaes/Ten Broeke vraagt om een meerjarige verhoging van het NFRP-budget. In dit kader is in 2016 en 2017 het NFRP-budget verhoogd. Bij de voorbereiding van de begroting 2018 is nog geen besluit genomen over een verhoging van de bijdrage aan het NFRP in 2018 en verder. In het Regeerakkoord is geen verhoging van dit budget opgenomen. Doordat in 2016 en 2017 het budget slechts incidenteel is verhoogd, en er geen additionele middelen in het Regeerakkoord zijn opgenomen, valt de bijdrage aan het NFRP in 2018 terug naar EUR 24,3 miljoen. Het Regeerakkoord wijkt op dit punt dus duidelijk af van de motie Servaes/Ten Broeke.

70

Kunt u aangeven voor welke bedragen Nederland in 2018 (inter)nationale organisaties subsidieert die zich inzetten in de Palestijnse gebieden?

Antwoord:

De verwachte Nederlandse steun voor Palestijnse, Israëlische en internationale organisaties actief in en voor de Palestijnse gebieden is gericht op water (EUR 5,8 miljoen), voedselzekerheid (EUR 4,4 miljoen), rechtsstaat ontwikkeling (EUR 7,4 miljoen), mensenrechten (1,4 miljoen), economische ontwikkeling en energie (EUR 1,1 miljoen), verzoeningsprojecten (EUR 0,8 miljoen), In de begroting staat voor humanitaire hulp aan UNRWA een bijdrage opgenomen van EUR 13 miljoen. De Nederlandse maatschappelijke partners zullen in de Palestijnse Gebieden komend jaar activiteiten ontplooien met een budget van ongeveer 0,8 miljoen.

71

Op welke landen in de Arabische regio is de Nederlandse hulp in het kader van het Shiraka programma gericht, en welke resultaten zijn tot op heden met het Shiraka programma behaald?

Antwoord:

Het NFRP-Shiraka staat in beginsel open voor alle landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten (MENA), met uitzondering van Israël en de partnerlanden (Jemen en de Palestijnse Gebieden). Het Shiraka programma richt zich op het leveren van een bijdrage aan duurzame transitie naar een meer democratische samenleving waarin de burger centraal staat. Een dergelijke transitie is een proces van lange adem. Nederland is daarbij een van de vele landen die dat proces ondersteunt. Resultaten op het niveau van de afzonderlijke activiteiten zoals trainingen, ondersteuning van lokale initiatieven en samenwerking tussen overheden zijn wel aan te geven. Het programma is geëvalueerd in het rapport «The Only Constant is Change» (aan de Kamer aangeboden op 2 september 2015 met Kamerbrief 2014–2015, 32 623, nr. 154). In de evaluatie werd geconstateerd dat afzonderlijke projecten van de programmaonderdelen goed scoorden wat betreft effectiviteit.

Hier volgen enkele voorbeelden van resultaten van gefinancierde activiteiten. Zo zijn tot dusver bijna 1.000 ambtenaren uit MENA-landen getraind, waarvan ruim 100 op het gebied van wetgeving, ook ruim 100 in organisatie van de rechtspraak en eenzelfde aantal wat betreft sociale zaken en werkgelegenheid. Ook zijn ongeveer 150 uit Syrië gevluchte studenten in staat gesteld aan de universiteit van Gaziantep een academische studie te volgen, inmiddels voor het vierde jaar. In Tunesië en Irak zijn de Rekenkamers versterkt, wat bijdraagt aan de «accountability» van de overheden tegenover hun burgers. In Tunesië is in samenwerking met de ILO de werkgelegenheid voor jongeren in het noordwesten van het land bevorderd en in meerdere landen is ondersteuning gegeven aan vrouwen die een onderneming willen opzetten. In Marokko is bijgedragen aan het bestrijden van corruptie via centra die juridische ondersteuning verlenen aan burgers en die werken aan bewustwording van jongeren.

72

Welke initiatieven in de uitvoering van de genoemde verdragen worden ondersteund?

Antwoord:

Bij de initiatieven ter ondersteuning van de uitvoering van wapenbeheersingsverdragen gaat het vaak om universalisering, ervoor zorgen dat alle landen lid worden, capaciteitsopbouw of kennisontwikkeling; daarnaast ondersteunt Nederland initiatieven die als doel hebben het verdragsregime te versterken of te ontwikkelen, bijvoorbeeld door het bevorderen van implementatie of het verkennen van nieuwe instrumenten. Daarnaast kan gedacht worden aan publieksdiplomatie en initiatieven die helpen de Nederlandse invloed te vergroten, in lijn met de regionale conferenties over het Non-Proliferatieverdrag (NPV) die in 2017 in het kader van het Nederlandse voorzitterschap in 2017 van de «voorbereidende commissie» («PrepCom») van het NPV werden georganiseerd.

73

Welke activiteiten onder auspiciën van het G8 Global Partnership worden ondersteund?

Antwoord:

In het kader van het internationale samenwerkingsverband het Global Partnership to Combat the Spread of Weapons and Materials of Mass Destruction, steunt Nederland activiteiten die helpen voorkomen dat kwaadwillenden massavernietigingswapens of radioactief materiaal bemachtigen. Lopende activiteiten omvatten een project ter bevordering van biosecurity in Kenia, uitgevoerd door het Nederlandse RIVM en een activiteit waarbij het VS Department of Energy de Kazachse overheid helpt met het opsporen en opruimen van radioactieve bronnen.

74

Bent u bekend met problemen die Nederlanders ervaren in Canada bij het aanvragen of verlengen van hun paspoort, over lange reistijden naar de ambassade en/of consulaten-generaal in Vancouver en Toronto? Welke mogelijkheden ziet u om aan deze problemen tegemoet te komen? Bij welke consulaten is de dienstverlening ten aanzien van paspoorten in het recente verleden weggehaald?

Antwoord:

Het kabinet is zich ervan bewust dat sommige Nederlanders ver moeten reizen voor het aanvragen van een Nederlands paspoort of een Nederlandse identiteitskaart. Nederlanders kunnen in Canada een paspoort of identiteitskaart aanvragen bij de ambassade in Ottawa en bij de consulaten-generaal in Vancouver en Toronto. Aanvragers kunnen doorgaans binnen twee weken terecht voor het indienen van hun aanvraag. Bij spoed wordt tussentijds een aanvraag ingepland. In een noodgeval kan bij een honorair consulaat nog steeds een laissez-passer worden aangevraagd.

Tegelijkertijd wordt ernaar gestreefd de dienstverlening zo doelmatig mogelijk in te richten. Momenteel worden de mogelijkheden onderzocht voor verbetering van de dienstverlening door middel van uitbesteding van het aanvraagproces. De geldigheidstermijn van een paspoort en identiteitskaart van een volwassene is verlengd van vijf naar tien jaar zodat volwassenen nog maar eens in de tien jaar een nieuw document hoeven aan te vragen. Met de afbouw van een aantal frontoffices in het buitenland is het aantal aangewezen (grens-) gemeenten uitgebreid.

Voor Nederlanders die niet (meer) kunnen reizen biedt in sommige gevallen een Verklaring van bezit van Nederlanderschap of een Nederlandse identiteitskaart uitkomst. Elke niet-ingezeten Nederlander kan per post of digitaal een Verklaring van bezit van Nederlanderschap aanvragen. Verder kan nu buiten Europa een Nederlandse identiteitskaart worden aangevraagd. In een identiteitskaart hoeven geen vingerafdrukken te worden opgenomen. Als de aanvrager aantoonbaar vanwege zwaarwegende redenen niet aan de balie kan verschijnen en als een lokale autoriteit of een notaris de identiteit kan vaststellen dan kan bij wijze van uitzondering op afstand een identiteitskaart worden aangevraagd. Daarmee kan buiten Europa weliswaar niet worden gereisd, maar de identiteitskaart en genoemde verklaring stuiten wél de termijn voor verlies van het Nederlanderschap.

De ambassade kan paspoortaanvragen in ontvangst nemen met mobiele apparatuur voor zover de personele capaciteit en het budget dat toelaten. Sinds 2010 wordt het mobiele aanvraagapparaat bijna ieder jaar gedurende een aantal dagen ingezet in Oost-Canada. Voor het laatst in mei 2017.

75

Bent u bekend met problemen die Nederlanders ervaren in Australië bij het aanvragen of verlengen van hun paspoort, over lange reistijden naar de ambassade in Canberra? Welke mogelijkheden ziet u om aan deze problemen tegemoet te komen? Bent u bereid deze dienstverlening opnieuw te beleggen bij het consulaat in Perth, waar het eerder wegbezuinigd is?

Antwoord:

Het kabinet is zich eveneens ervan bewust dat sommige Nederlanders ver moeten reizen voor het aanvragen van een Nederlands paspoort of een Nederlandse identiteitskaart. Nederlanders kunnen in Australië een paspoort of identiteitskaart aanvragen bij het consulaat-generaal in Sydney. In een noodgeval kan bij een honorair consulaat nog steeds een laissez-passer worden aangevraagd.

Tegelijkertijd wordt ernaar gestreefd de dienstverlening zo doelmatig mogelijk in te richten. Momenteel worden de mogelijkheden onderzocht voor verbetering van de dienstverlening door middel van digitalisering en uitbesteding van het aanvraagproces. De geldigheidstermijn van een paspoort en identiteitskaart van een volwassene is verlengd van vijf naar tien jaar zodat volwassenen nog maar eens in de tien jaar een nieuw document hoeven aan te vragen. Met de afbouw van een aantal frontoffices in het buitenland is het aantal aangewezen (grens-) gemeenten uitgebreid.

Voor Nederlanders die niet (meer) kunnen reizen biedt in sommige gevallen een Verklaring van bezit van Nederlanderschap of een Nederlandse identiteitskaart uitkomst. Elke niet-ingezeten Nederlander kan per post of digitaal een Verklaring van bezit van Nederlanderschap aanvragen. Verder kan nu buiten Europa een Nederlandse identiteitskaart worden aangevraagd. In een identiteitskaart hoeven geen vingerafdrukken te worden opgenomen. Als de aanvrager aantoonbaar vanwege zwaarwegende redenen niet aan de balie kan verschijnen en als een lokale autoriteit of een notaris de identiteit kan vaststellen dan kan bij wijze van uitzondering op afstand een identiteitskaart worden aangevraagd. Daarmee kan buiten Europa weliswaar niet worden gereisd, maar de identiteitskaart en genoemde verklaring stuiten wél de termijn voor verlies van het Nederlanderschap.

Het consulaat-generaal in Sydney organiseert consulaire spreekuren met mobiele apparatuur voor zover de personele capaciteit en het budget dat toelaten. Het afgelopen jaar zijn deze spreekuren met het mobiele aanvraagapparaat gehouden in Melbourne, Adelaide, Perth en Brisbane. Het bezoek aan deze steden wordt tijdig via de website en facebook aangekondigd.

De afbouw van de consulaire taken van de honorair consulaten komt voort uit de algehele hervorming van het Nederlandse netwerk van ambassades en consulaten in het buitenland. Die hervorming vond plaats in het kader van de modernisering van de consulaire dienstverlening. De honorair consulaten en de ambassade zijn zich meer gaan bezighouden met economische diplomatie en consulaire noodhulp.

Er is geen aanleiding om bij het honoraire consulaat in Perth opnieuw reguliere consulaire taken te beleggen.

76

Hoeveel klachten heeft u in 2016 en 2017 ontvangen over en van Nederlanders in buitenlandse detentie?

Antwoord:

Van de circa 2.000 Nederlandse gedetineerden in het buitenland ontvangt het Ministerie van Buitenlandse Zaken, zowel van de gedetineerden zelf als van familie, regelmatig vragen en opmerkingen over hun behandeling tijdens detentie. Deze vragen worden zo goed mogelijk beantwoord, maar niet als formele klacht behandeld. De verantwoordelijkheid voor de detentieomstandigheden en de uitvoeringsmacht om daarin feitelijk iets te veranderen, liggen immers bij de autoriteiten van het land van detentie.

Het aantal klachten van of over Nederlandse gedetineerden dat officieel als klacht staat geregistreerd (klachten over en van Nederlanders in buitenlandse detentie over handelingen van de Nederlandse overheid), bedroeg drie in 2016 en twee tot nu toe in 2017.

77

Waarom komt het jaarlijks 2 miljoen aan in- en uitgaande staatsbezoeken voor rekening van BZ en niet voor De Koning of het Ministerie van Algemene Zaken? Wordt u hiervoor gecompenseerd? Waarom wordt dit geschaard onder artikel 4.4, «Inzetten van Publieksdiplomatie door het Postennetwerk en BZ om het beeld van Nederland in het buitenland te versterken en op een positief realistische manier uit te dragen»?

Antwoord:

Staatsbezoeken staan op de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken omdat dit onderdeel is van de wijze waarop Nederland de buitenlandse betrekkingen onderhoudt. De Staatsbezoeken versterken het beeld van Nederland in het buitenland en deze positieve beeldvorming geeft een impuls aan internationale en bilaterale samenwerking en stimuleert de export. Hiervoor is de Minister van Buitenlandse Zaken verantwoordelijk. Naar aanleiding van het rapport van de Stuurgroep herziening stelsel kosten Koninklijk Huis (commissie Zalm) is besloten deze uitgaven onder te brengen op de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (Kamerstukken II, 2008–2009, 31 700 III, nr. 18). In de evaluatie van de begroting van de Koning is die opzet nog eens herbevestigd (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 000 I, nr. 11). Naar aanleiding van deze evaluatie is overigens met ingang van de begroting 2016 een extracomptabele bijlage bij de begroting van de Koning gevoegd. Daarin worden de uitgaven inzichtelijk gemaakt, die in verband met het koningschap kunnen worden beschouwd maar op andere begrotingen zijn opgenomen. Daartoe behoren ook de uitgaven voor staatsbezoeken op de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

78

Wat verklaart de afnemende bijdrage aan het Internationaal Strafhof?

Antwoord:

De bedragen die genoemd staan onder subartikel 4.5 betreffen betalingen in het kader van de leenovereenkomst tussen het Ministerie van Financiën, het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Internationaal Strafhof en bestaan uit rentebetalingen aan het Ministerie van Financiën en renteontvangsten van het Internationaal Strafhof. De bijdrage neemt af omdat betaling op basis van annuïteiten is afgesproken. Hierdoor wordt het rentedeel jaarlijks lager.

79

Hoeveel fte zijn ter beschikking gesteld aan de diplomatieke dienst, opeenvolgend in de jaren 2012 t/m 2017?

Antwoord:

Jaar

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Uitgezonden BZ medewerkers (in fte)

971

880

823

854

837

828

Peildatum 2012–2016: jaarultimo

Peildatum 2017: 30 september 2017

80

Welke thematische ambassadeurs en/of speciaal vertegenwoordigers zijn momenteel actief, hoeveel fte bezetten zij en hoeveel kosten zij jaarlijks?

Antwoord:

De thematische ambassadeursfuncties zijn:

  • Ambassadeur in Algemene Dienst

  • Mensenrechten-ambassadeur

  • Ambassadeur Internationale Organisaties

  • Ambassadeur Politiek en Veiligheidscomité (PV EU Brussel)

Het betreft 4 fte, loonkosten EUR 0,5 miljoen per jaar.

De speciale vertegenwoordigers functies zijn:

  • Speciaal Vertegenwoordiger Migratie

  • Speciaal Vertegenwoordiger voor Syrië (vanuit Consulaat-Generaal Istanbul)

  • Speciaal Vertegenwoordiger voor Europa en het Oostelijk Partnerschap

  • Urban Envoy (bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)

  • Klimaatgezant

  • Speciaal Vertegenwoordiger Natuurlijke Hulpbronnen (Grondstoffengezant)

  • Speciaal Vertegenwoordiger Conventionele Wapenbeheersing

  • Speciaal Vertegenwoordiger Cyber

Het betreft 8 fte, loonkosten EUR 1,0 miljoen per jaar.

Tevens worden 7 functies van thematisch ambassadeur/speciale vertegenwoordiger uitgeoefend als nevenfunctie binnen een reguliere functie:

  • Ambassadeur Bedrijfsleven en Ontwikkelingssamenwerking, nevenfunctie van directeur DDE

  • Ambassadeur Duurzame Ontwikkeling, nevenfunctie van directeur IGG

  • Arctisch Ambassadeur, nevenfunctie van directeur IGG

  • Ambassadeur Internationale Culturele Samenwerking, nevenfunctie van hoofd ICE

  • Ambassadeur voor Aids en Seksuele en Reproductieve Rechten, nevenfunctie van directeur DSO

  • Ambassadeur voor Sustainable Development Goals, nevenfunctie van directeur DMM

  • Speciaal Gezant voor de Grote Meren, nevenfunctie beleids-coördinerend medewerker DAF

De aan de nevenfuncties toe te rekenen uren en kosten kunnen niet specifiek worden bepaald.

81

Welke residenties zijn in 2016 en 2017 verkocht of afgestoten? Zijn er in deze jaren nieuwe residenties in gebruik genomen? Kunt u de kosten hiervan uiteen zetten?

Antwoord:

Van de gehuurde residenties zijn in 2016 en 2017 de volgende afgestoten:

Residentie

euro / maand

huur oude residentie

huur nieuwe residentie

Mumbai

8.840

8.160

Santo Domingo

4.370

4.050

Panama

5.175

5.850

Boekarest

14.000

11.000

Astana

7.650

6.750

Nicosia

4.000

4.500

San Francisco

14.721

13.500

Miami

7.650

in onderhandeling

Rio de Janeiro

was eigendom

9.207

Sydney

6.800

8.554

De verkoop van een vijftal residenties in eigendom is momenteel gaande, in verschillende stadia van het verkoopproces. Drie van de panden (de residenties in Port of Spain, Rio de Janeiro en Khartoem) staan nu in de verkoop. Voor twee residenties (Santiago de Chile en San Jose) is er reeds een potentiele koper.

82

Welke ICT-projecten lopen of zijn in voorbereiding bij zowel het departement als bij uitvoerende organisaties van het departement?

Antwoord:

De ICT-projectportfolio van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) bestaat uit projecten die gericht zijn op het realiseren van de I-strategie BZ 2016–2019, die met uw Kamer is gedeeld (zie Kamerstuk 26 643, nr. 413). Daarnaast worden er projecten uitgevoerd ter implementatie van rijks breed beleid, realisatie van de verhuizing van het departement naar het gebouw aan de Rijnstraat en het vervangen van verouderde in gebruik zijnde ICT-middelen.

De belangrijkste projecten in de ICT-projectportfolio hebben betrekking op implementatie van het «Open tenzij»-beleid: de compartimentering van informatie en ICT-techniek om zowel betere informatiebeveiliging als een meer open informatiehuishouding mogelijk te maken, en de vervanging van de front- en backoffice processen in de consulaire dienstverlening, waarmee het Ministerie van Buitenlandse Zaken beoogt de burger beter en sneller toegang te geven tot consulaire dienstverlening.

83

Hoe groot is de omvang van deze ICT-projecten, hoe lang is de (verwachte) looptijd van deze projecten, heeft het BIT over deze projecten advies uitgebracht en zo ja, luidde dit positief of negatief?

Antwoord:

De totale waarde van de ICT-projectportfolio van het Ministerie van Buitenlandse Zaken bedraagt (over 2017) ongeveer EUR 20 miljoen. Het Bureau ICT-toetsing heeft geen advies uitgebracht over de projecten in de ICT-projectportfolio of projecten die in voorbereiding zijn omdat deze vooralsnog niet als BIT-plichtig worden aangemerkt (ICT-component minder dan EUR 5 miljoen). De meeste projecten in de ICT-projectportfolio hebben een looptijd van gemiddeld een jaar.

Voor realisatie van het «Open tenzij»-beleid en de vervanging van de front- en backoffice processen in de consulaire dienstverlening zullen wel Gateway reviews worden uitgevoerd, waarvan de uitkomst tot gevolg kan hebben dat er alsnog BIT-adviezen worden uitgevraagd. In lijn met de bevindingen van de Commissie Elias streeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken er echter naar juist geen grote en/of langlopende ICT-projecten te starten.

84

Welke ICT-projecten zijn in de laatste jaren succesvol afgerond en welke zijn als mislukt aan te merken?

Antwoord:

Afgelopen jaar zijn bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken twee grote ICT-projecten (ICT-component meer dan EUR 5 miljoen) succesvol afgerond. Het betrof het project iDiplomatie (realisatie van een digitale werkomgeving en samenwerkplatform voor de moderne diplomatie) en het project IRIS (technisch en organisatorisch onderbrengen van de financiële processen en activiteitencyclus van het Ministerie van Buitenlandse Zaken in het bedrijfsvoeringssysteem dat ook door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu wordt gebruikt).

In 2014 is door het ministerie ten aanzien van een eerste versie van een geautomatiseerd systeem voor visumaanvragen, vanuit een oogpunt van professioneel opdrachtgeverschap en adequate IT-governance, het contract met de betrokken leverancier opgezegd vanwege onvoldoende vertrouwen in een oplevering conform de gestelde eisen. Dit is in lijn met de aanbevelingen van de Tijdelijke commissie ICT projecten bij de overheid. De bevinding van de Algemene Rekenkamer (AR) hierop vindt u in het AR-rapport «Resultaten verantwoordingsonderzoek 2014 Ministerie van Buitenlandse Zaken (V)» (zie Kamerstuk 34 200 V, nr. 2).

85

Heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken islamologen in dienst? Zo ja, hoeveel?

Antwoord:

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft 6 mensen in dienst met een achtergrond als islamoloog in de vorm van een universitaire studie of specialisatie daarvan. Veel meer medewerkers hebben zich in de vorm van korter durende studies of cursussen in aspecten van islamologie verdiept.

86

Wat is het praktische effect op de consulaire diensterlening van het overhevelen van de taken van de huidige zeven Regionale Service Organisaties naar Den Haag?

Antwoord:

Achtergrond van deze overheveling is het doelmatiger inrichten van het backoffice-proces en voor te sorteren op het verder digitaliseren van de dienstverlening. Aan de loketfunctie verandert niets. De klant kan hier nog steeds terecht voor het aanvragen en afhalen van consulaire producten.

Voor dienstverlening aan de klant heeft de overheveling van de backoffices van de zeven Regionale Service Organisaties naar de Consulaire Service Organisatie in Den Haag overigens geen (praktische) effecten.

87

Waarom is de Kamer nog niet, zoals toegezegd tijdens de laatste begrotingsbehandeling, geïnformeerd of paspoortaanvragen op een verantwoorde manier overgenomen kunnen worden door externe dienstverlening? Wanneer kan de Kamer de resultaten van dit onderzoek ontvangen?

Antwoord:

De pilot is verlengd en loopt nog tot 1 april 2018. Over de resultaten tot op heden wordt u nog dit najaar schriftelijk geïnformeerd.

88

Is er al een besluit genomen over het al dan niet verder financieren van het project rondom de receptorbenadering in China?

Antwoord:

Naar aanleiding van de pilot die heeft gelopen tot september jl. zal eerst een eindevaluatie worden uitgevoerd die naar verwachting in de eerste helft 2018 zal worden afgerond. Op basis van deze evaluatie zal een beslissing worden genomen over eventuele verdere ondersteuning.

89

Kunt u de Kamer een overzicht van alle in 2017 toegekende subsidies verschaffen, verwerkt in een tabel, inclusief het bedrag en de ontvanger?

Antwoord:

Het antwoord op deze vraag gaat de Kamer ter vertrouwelijke inzage toe.