Gepubliceerd: 1 juni 2017
Indiener(s): Ronald Plasterk (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (PvdA)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34730-XVIII-2.html
ID: 34730-XVIII-2

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

A.

Artikelsgewijze toelichting bij het wetsvoorstel

2

     

B.

Begrotingstoelichting

3

     

1.

Leeswijzer

3

     

2.

Het beleid

3

2.1

Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties

3

     

2.2

De beleidsartikelen

5

 

Beleidsartikel 1. Woningmarkt

5

 

Beleidsartikel 2. Woonomgeving en bouw

7

 

Beleidsartikel 3. Kwaliteit Rijksdienst

10

 

Beleidsartikel 6. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

11

     

2.3

Baten-lastenagentschappen

12

 

Rijksvastgoedbedrijf (RVB)

12

 

Dienst van de Huurcommissie (DHC)

14

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2017 wijzigingen aan te brengen in:

  • de begrotingsstaat van Wonen en Rijksdienst;

  • de begrotingsstaat inzake de agentschappen.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen en agentschappen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. Leeswijzer

Algemeen

De eerste suppletoire begroting geeft een beeld van de uitvoering van de begroting 2017. De stand van de eerste suppletoire begroting wordt vanaf de stand van de vastgestelde begroting 2017 opgebouwd.

Dit begrotingshoofdstuk is een programmabegroting en heeft geen apart centraal apparaatsartikel. De apparaatsuitgaven zijn opgenomen bij de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

In de tabel budgettaire gevolgen van beleid worden per artikelonderdeel op het niveau van de financiële instrumenten de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht groter dan of gelijk aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel, te weten:

Omvang begrotingsartikel

(stand ontwerpbegroting)

In € miljoen

Beleidsmatige mutaties

(ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties

(ondergrens in € miljoen)

1. Woningmarkt

Verplichtingen / Uitgaven: 10 mln.

Ontvangsten: 5 mln.

Verplichtingen / Uitgaven: 20 mln.

Ontvangsten: 10 mln.

2. Woonomgeving en bouw

Verplichtingen / Uitgaven: 1 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen / Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

3. Kwaliteit Rijksdienst

Verplichtingen / Uitgaven: 1 mln.

Ontvangsten: –

Verplichtingen / Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: –

6. Uitvoering Rijksvastgoed

Verplichtingen / Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

Verplichtingen / Uitgaven: 4 mln.

Ontvangsten: 4 mln.

Daarnaast worden ook enkele mutaties toegelicht vanuit het oogpunt van transparantie dan wel andere overwegingen.

De in de tabel budgettaire gevolgen van beleid gepresenteerde budgetflexibiliteit (juridisch verplicht) is de stand per 21 april 2017.

2. Het beleid

2.1 Overzicht belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangstenmutaties

Overzicht belangrijkste uitgavenmutaties 2017 (bedragen x € 1.000)
 

Artikelnummer

Uitgaven 2017

Vastgestelde begroting 2017

 

4.312.154

Belangrijkste suppletoire mutaties

   

1) Huurtoeslag

1

28.018

2) Huisvesting vergunninghouders

1

– 52.294

3) Overige mutaties

 

153.440

Stand 1e suppletoire begroting 2017

 

4.441.318

1) Huurtoeslag (uitgaven en ontvangsten)

De uitgaven en ontvangsten voor de huurtoeslag laten per saldo een positieve ontwikkeling zien. Naar de huidige demografische en economische inzichten op basis van het Centraal Economisch Plan 2017 (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB) is sprake van een meerjarige meevaller. De dalende werkloosheid, een hogere inkomensontwikkeling en een minder groot effect van de zogenaamde kan-bepaling verklaren het grootste deel van de gunstigere raming.

2) Huisvesting vergunninghouders

Eind 2015 zijn met gemeenten afspraken gemaakt over o.a. de huisvesting van vergunninghouders. Met de Tijdelijke regeling stimulering huisvesting vergunninghouders (TRSHV) is meerjarig € 87,5 mln. beschikbaar gesteld voor de sobere huisvesting van in totaal 14.000 vergunninghouders. De regeling is sinds begin vorig jaar van kracht en loopt tot en met 2018. In 2016 is minder dan verwacht gebruik gemaakt van deze subsidieregeling. Op basis van de realisaties tot nu toe is een nieuwe meerjarenraming opgesteld. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in 2017 eenzelfde hoeveelheid aanvragen worden ingediend als in 2016 en dat het restant van de aanvragen in 2018 plaatsvindt.

Overzicht belangrijkste ontvangstenmutaties 2017 (bedragen x € 1.000)

Artikelnummer

Ontvangsten 2017

Vastgestelde begroting 2017

 

563.825

Belangrijkste suppletoire mutaties

   

1) Huurtoeslag

1

47.000

2) Surplus eigen vermogen RVB

3

79.800

3) Overige mutaties

 

3.146

Stand 1e suppletoire begroting 2017

 

693.771

1) Huurtoeslag (uitgaven en ontvangsten)

Zie de toelichting huurtoeslag bij de belangrijkste uitgavenmutaties.

2) Surplus eigen vermogen RVB

Conform de Regeling Agentschappen dient het eigen vermogen van een agentschap binnen de daarvoor geldende bandbreedte (tussen nihil en 5% van de omzet) te worden gebracht. Interdepartementaal is afgesproken om incidentele surplussen en tekorten tussen shared-service organisaties (SSO’s) van Wonen en Rijksdienst te vereffenen. Het surplus eigen vermogen van het Rijksvastgoedbedrijf (€ 79,8 mln.) wordt daarom ingezet om het negatieve eigen vermogen bij andere SSO’s aan te vullen. Het restant wordt teruggegeven aan de afnemers van het RVB.

2.2 De beleidsartikelen

Beleidsartikel 1. Woningmarkt

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie

2018

Mutatie

2019

Mutatie

2020

Mutatie

2021

Art.

Verplichtingen:

4.103.957

0

4.103.957

4.614

4.108.571

– 47.739

– 25.000

– 62.877

– 108.593

                     
 

Uitgaven:

4.103.957

0

4.103.957

5.145

4.109.102

– 47.739

– 25.000

– 62.877

– 108.593

 

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

100%

 

100%

       
                     

1.1

Betaalbaarheid

4.096.795

0

4.096.795

5.377

4.102.172

– 47.146

– 24.014

– 62.242

– 107.833

 

Subsidies

45.724

0

45.724

– 25.250

20.474

– 5.000

33.800

23.494

0

 

Beleidsprogramma betaalbaarheid

175

0

175

85

260

0

0

0

0

 

Bevordering eigen woningbezit (BEW)

6.922

0

6.922

0

6.922

0

0

0

0

 

Huisvestingsvoorziening statushouders

37.500

0

37.500

– 27.500

10.000

– 5.000

33.800

23.494

0

 

Saneringsbijdrage woningcorporatie WSG

0

0

0

2.100

2.100

0

0

0

0

 

Woonconsumentenorganisaties

1.127

0

1.127

65

1.192

0

0

0

0

 

Opdrachten

867

0

867

381

1.248

0

0

0

0

 

WSW Begrotingsreserve

0

0

0

531

531

0

0

0

0

 

Beleidsprogramma betaalbaarheid

867

0

867

– 150

717

0

0

0

0

 

Inkomensoverdrachten

4.035.882

0

4.035.882

28.018

4.063.900

– 42.541

– 57.646

– 85.733

– 107.833

 

Huurtoeslag

4.035.882

0

4.035.882

28.018

4.063.900

– 42.541

– 57.646

– 85.733

– 107.833

 

Bijdragen aan agentschappen

4.259

0

4.259

– 3.074

1.185

– 3.205

– 168

– 3

0

 

ILT Autoriteit woningcorporaties

635

0

635

0

635

0

0

0

0

 

RVO Uitvoeringskosten BEW

2.870

0

2.870

– 2.870

0

– 3.005

– 168

– 3

0

 

RVO Uitvoeringskosten huisvestingsvoorziening statushouders

754

0

754

– 204

550

– 200

0

0

0

 

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

8.326

0

8.326

4.902

13.228

3.600

0

0

0

 

Huurcommissie

8.326

0

8.326

4.902

13.228

3.600

0

0

0

 

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

1.737

0

1.737

400

2.137

0

0

0

0

 

Belastingdienst (Fin)

1.737

0

1.737

400

2.137

0

0

0

0

                     

1.2

Onderzoek en kennisoverdracht

7.162

0

7.162

– 232

6.930

– 593

– 986

– 635

– 760

 

Subsidies

1.926

0

1.926

860

2.786

– 125

0

0

– 125

 

Samenwerkende kennisinstellingen e.a.

1.926

0

1.926

860

2.786

– 125

0

0

– 125

 

Opdrachten

2.386

0

2.386

– 1.248

1.138

– 468

– 986

– 635

– 635

 

Basisonderzoek en verkenningen

2.386

0

2.386

– 1.248

1.138

– 468

– 986

– 635

– 635

 

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

2.850

0

2.850

156

3.006

0

0

0

0

 

Basisonderzoek en verkenningen

2.850

0

2.850

156

3.006

0

0

0

0

                     
 

Ontvangsten:

425.000

0

425.000

54.454

479.454

62.000

85.900

60.800

57.000

Toelichting

1.1 Betaalbaarheid

Subsidies

Huisvestingsvoorziening statushouders

Tijdelijke regeling stimulering huisvesting vergunninghouders

Eind 2015 zijn met gemeenten afspraken gemaakt over o.a. de huisvesting van vergunninghouders. Met de Tijdelijke regeling stimulering huisvesting vergunninghouders (TRSHV) is meerjarig € 87,5 mln. beschikbaar gesteld voor de sobere huisvesting van in totaal 14.000 vergunninghouders. De regeling is sinds begin vorig jaar van kracht en loopt tot en met 2018. In 2016 is minder dan verwacht gebruik gemaakt van deze subsidieregeling. Op basis van de realisaties tot nu toe is een nieuwe meerjarenraming opgesteld. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in 2017 eenzelfde hoeveelheid aanvragen worden ingediend als in 2016 en dat het restant van de aanvragen in 2018 plaatsvindt.

Saneringsbijdrage woningcorporatie WSG

Aan Woningstichting Geertruidenberg (WSG) is saneringssteun ter hoogte van € 2,1 mln. verstrekt voor het eerste en tweede kwartaal van 2017. Deze middelen worden onttrokken aan de begrotingsreserve voor sanerings- en projectsteun aan woningcorporaties.

Inkomensoverdrachten

Huurtoeslag (uitgaven en ontvangsten)

De uitgaven en ontvangsten voor de huurtoeslag laten per saldo een positieve ontwikkeling zien. Naar de huidige demografische en economische inzichten op basis van het Centraal Economisch Plan 2017 (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB) is sprake van een meerjarige meevaller. De dalende werkloosheid, een hogere inkomensontwikkeling en een minder groot effect van de zogenaamde kan-bepaling verklaren het grootste deel van de gunstigere raming.

Bijdrage aan ZBO’s / RWT’s

Huurcommissie

Conform de Regeling Agentschappen vloeit het surplus Eigen Vermogen van de Dienst Huurcommissie over het jaar 2016 terug naar het moederdepartement. Ook vindt afrekening plaats van de opdracht 2016 en enkele meerjarige projecten (Digitalisering en Inkomensafhankelijke Huurverhoging). In totaal gaat het om circa € 2 mln. die wordt aangewend voor de kosten die de dienst moet maken voor reorganisatie- en transitiekosten. De Dienst Huurcommissie is voornemens per 1/1/2018 te reorganiseren.

Het voorstel aangaande de Wijziging van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Kamerstukken II, 2016–2017, 34 652) in verband met een verdere modernisering van de Huurcommissie en met de introductie van een verhuurderbijdrage is door de Tweede Kamer controversieel verklaard. Er zijn middelen gereserveerd in 2017 en 2018 (totaal € 6,5 mln.) om de continuïteit van de Huurcommissie te kunnen waarborgen.

Ontvangsten

Voor 2017 worden hogere ontvangsten geraamd. Dit betreft hogere ontvangsten bij de huurtoeslag (€ 47 mln.), terugontvangsten van de Dienst Huurcommissie (€ 2 mln.) en de onttrekkingen aan de begrotingsreserve voor sanerings- en projectsteun aan woningcorporaties (€ 2,1 mln.).

De ontvangsten die als gevolg van de afwikkeling van verschillende voorschotten aan de Dienst Huurcommissie voor 2016 stonden geraamd, zijn niet in 2016 gerealiseerd en zijn in 2017 ontvangen (€ 2,4 mln.).

Beleidsartikel 2. Woonomgeving en bouw

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie

2018

Mutatie

2019

Mutatie

2020

Mutatie

2021

Art.

Verplichtingen:

111.500

0

111.500

284.043

395.543

– 1.205

1.805

788

910

                     
 

Uitgaven:

64.510

0

64.510

110.043

174.553

– 1.205

1.805

788

910

 

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

97%

 

97%

       
                     

2.1

Energie en bouwkwaliteit

51.842

0

51.842

29.510

81.352

– 4.793

935

435

560

 

Subsidies

39.228

0

39.228

34.869

74.097

– 5.532

0

0

125

 

Beleidsprogramma Energiebesparing

2.500

0

2.500

1.674

4.174

25

– 100

– 100

25

 

Beleidsprogramma Bouwregelgeving

1.228

0

1.228

819

2.047

100

100

100

100

 

Energiebesparing Koopsector

35.300

0

35.300

11.856

47.156

– 5.000

0

0

0

 

Energiebesparing Huursector

200

0

200

– 200

0

– 657

0

0

0

 

FES IAGO

0

0

0

720

720

0

0

0

0

 

Fonds duurzaam funderingsherstel

0

0

0

20.000

20.000

0

0

0

0

 

Opdrachten

2.910

0

2.910

452

3.362

353

435

435

435

 

Beleidsprogramma Energiebesparing

1.500

0

1.500

0

1.500

0

0

0

0

 

Beleidsprogramma bouwregelgeving

1.410

0

1.410

452

1.862

353

435

435

435

 

Bijdragen aan agentschappen

9.329

0

9.329

– 6.111

3.218

– 114

0

0

0

 

Dienst Publiek en Communicatie

800

0

800

0

800

0

0

0

0

 

Diverse Agentschappen

700

0

700

0

700

0

0

0

0

 

ILT Handhaving Energielabel

500

0

500

– 500

0

0

0

0

0

 

ILT Toezicht EU-Bouwregelgeving

50

0

50

0

50

0

0

0

0

 

RVO Uitvoering Energieakkoord

7.279

0

7.279

– 5.611

1.668

– 114

0

0

0

 

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

0

0

0

500

500

500

500

0

0

 

Toelatingsorganisatie

0

0

0

500

500

500

500

0

0

 

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

375

0

375

– 200

175

0

0

0

0

 

Beleidsprogramma Energiebesparing (EZ)

225

0

225

– 200

25

0

0

0

0

 

Omgevingsloket (I&M)

150

0

150

0

150

0

0

0

0

                     

2.2

Woningbouwproductie

9.968

0

9.968

6.798

16.766

3.339

173

3

0

 

Subsidies

350

0

350

50

400

0

0

0

0

 

Beleidsprogramma Woningbouw

350

0

350

50

400

0

0

0

0

 

Opdrachten

1.173

0

1.173

– 397

776

0

0

0

0

 

Beleidsprogramma Woningbouw

1.173

0

1.173

– 397

776

0

0

0

0

 

Bijdragen aan agentschappen

8.445

0

8.445

7.145

15.590

3.339

173

3

0

 

RVO Beleidsprogramma Woningbouw

8.445

0

8.445

7.145

15.590

3.339

173

3

0

                     

2.3

Kwaliteit woonomgeving

2.297

0

2.297

572

2.869

249

697

350

350

 

Subsidies

1.090

75

1.165

271

1.436

0

0

0

0

 

Beleidsprogramma woonomgeving

1.090

75

1.165

271

1.436

0

0

0

0

 

Opdrachten

1.207

– 75

1.132

301

1.433

249

697

350

350

 

Beleidsprogramma woonomgeving

1.207

– 75

1.132

301

1.433

249

697

350

350

                     

2.4

Revolverend Fonds Energiebesparing Verhuurders

403

0

403

73.163

73.566

0

0

0

0

 

Leningen

0

0

0

72.800

72.800

0

0

0

0

 

Revolverend Fonds Energiebesparing verhuurders

0

0

0

72.800

72.800

0

0

0

0

 

Bijdragen aan agentschappen

403

0

403

363

766

0

0

0

0

 

Uitvoeringskosten Revolverend Fonds Energiebesparing Verhuurders

403

0

403

363

766

0

0

0

0

                     
 

Ontvangsten:

91

0

91

0

91

0

0

0

0

Toelichting

2.1 Energie en bouwkwaliteit

Subsidies

Beleidsprogramma Energiebesparing

De middelen zijn binnen het artikel gerealloceerd naar de juiste regeling voor de uitvoering van de afspraken voor energiebesparing in de gebouwde omgeving en activiteiten om te komen tot bijna-energieneutrale nieuwbouw vanaf 2020. Deze activiteiten bestaan onder andere uit subsidie voor energiebesparend wonen, helpdesk energielabel, subsidie energiesprong (in het kader van innovatie), subsidie nul op de meter woning en de subsidie in het kader van duurzaamheid ontwikkeling stad en regio.

Energiebesparing koopsector

In 2016 niet tot besteding gekomen middelen uit de subsidie energievoorziening eigen huis, blijven beschikbaar in 2017.

Fonds duurzaam funderingsherstel

In 2016 niet tot besteding gekomen middelen uit het fonds duurzaam funderingsherstel, blijven beschikbaar in 2017.

Bijdragen aan agentschappen

RVO Uitvoering energieakkoord

Herverdeling van middelen ten behoeve van uitvoering van het energieakkoord. Middelen worden beschikbaar gesteld voor de jaaropdracht 2017 en uitfinanciering van de projectopdracht 2016 aan het RVO voor uitvoering van met name beheer en onderhoud van het systeem voor verkrijging van een definitief energielabel voor woningen op basis van de herziene Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Toelatingsorganisatie

Voor het beheer van de instrumenten van kwaliteitsborging van bouwwerken worden middelen toegevoegd aan voor dit doel op te richten zelfstandige bestuursorganisatie.

2.2 Woningbouwproductie

Bijdragen aan agentschappen

RVO Beleidsprogramma Woningbouw

Betreft de uitgaven voor de uitvoering van woningmarkt opdrachten aan het RVO op het gebied van energiebesparing in de gebouwde omgeving, woningbouw en kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het programma behelst kennisverspreiding, beleidsonderbouwing en uitvoering van subsidieregelingen over de hele breedte van het wonen- en bouwen beleid.

2.4 Energiebesparing verhuurders

Leningen

Revolverend Fonds Energiebesparing verhuurders

Het beschikbare budget voor het Revolverend fonds Energiebesparing Huursector ad € 73,2 mln. is in 2016 niet tot uitbetaling gekomen en is beschikbaar in 2017.

Beleidsartikel 3. Kwaliteit Rijksdienst

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie

2018

Mutatie

2019

Mutatie

2020

Mutatie

2021

Art.

Verplichtingen:

18.234

0

18.234

32.550

50.784

0

0

0

0

                     
 

Uitgaven:

18.234

0

18.234

32.550

50.784

0

0

0

0

 

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

63%

 

63%

       
                     

3.1

Kwaliteit Rijksdienst

18.234

0

18.234

32.550

50.784

0

0

0

0

 

Subsidies

3.600

0

3.600

0

3.600

0

0

0

0

 

Fysieke Werkomgeving Rijk

200

0

200

0

200

0

0

0

0

 

Subsidie A&O-fonds

3.400

0

3.400

0

3.400

0

0

0

0

 

Opdrachten

7.669

0

7.669

2.740

10.409

0

0

0

0

 

Bedrijfsvoering Rijk

7.669

0

7.669

2.740

10.409

0

0

0

0

 

Bijdragen aan agentschappen

6.965

0

6.965

29.810

36.775

0

0

0

0

 

FMHaaglanden

0

0

0

5.200

5.200

0

0

0

0

 

Logius

1.560

0

1.560

0

1.560

0

0

0

0

 

UBR

0

0

0

7.200

7.200

0

0

0

0

 

UBR Arbeidsmarkt Communicatie

5.405

0

5.405

0

5.405

0

0

0

0

 

P-Direkt

0

0

0

2.210

2.210

0

0

0

0

 

SSC-ICT

0

0

0

15.200

15.200

0

0

0

0

                     
 

Ontvangsten:

0

0

0

89.454

89.454

0

0

0

0

Toelichting

3.1 Kwaliteit Rijksdienst

Opdrachten

Bedrijfsvoering Rijk

BZK dient eerst diverse vorderingen ten behoeve van uitgaven aan Rijkskantoren in te stellen, alvorens uitgaven te kunnen doen. Vandaar dat het ontvangstenbudget wordt verhoogd om vervolgens het uitgavenbudget met eenzelfde bedrag te verhogen.

Bijdragen aan agentschappen

Conform de Regeling Agentschappen is BZK als eigenaar verplicht om het negatieve eigen vermogen van UBR (€ 7,2 mln.), P-Direkt (€ 0,8 mln.) en SSC-ICT (€ 15,2 mln.) aan te zuiveren tot nul. Conform interdepartementale afspraken wordt het surplus eigen vermogen van het RVB en FMH naar rato benut als dekking voor de bijstorting van het negatieve eigen vermogen.

Tevens wordt het eigen vermogen van P-Direkt aangevuld met € 1,4 mln. conform afspraak uit het bestuursoverleg van december 2016.

Ontvangsten

Conform de Regeling Agentschappen dient het eigen vermogen van een agentschap binnen de daarvoor geldende bandbreedte (tussen nihil en 5% van de omzet) te worden gebracht. Conform deze regeling wordt bij 1e suppletoire begroting het surplus eigen vermogen afgeroomd bij FMH (€ 7,1 mln.) en RVB (€ 79,8 mln.). Deze surplussen worden conform interdepartementale afspraken naar rato ingezet om het negatieve eigen vermogen bij andere shared-service organisaties (SSO’s) van Wonen en Rijksdienst aan te vullen. Het restant surplus eigen vermogen van het RVB wordt teruggegeven aan de afnemers van het RVB. Na de aanzuivering van de eigen vermogens van de overige SSO’s, bedraagt het overschot van FMH € 5,2 mln.

Beleidsartikel 6. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie

2018

Mutatie

2019

Mutatie

2020

Mutatie

2021

Art.

Verplichtingen:

125.453

0

125.453

– 18.574

106.879

– 19.760

– 19.856

– 19.301

– 19.163

                     
 

Uitgaven:

125.453

0

125.453

– 18.574

106.879

– 19.760

– 19.856

– 19.301

– 19.163

 

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

93%

 

93%

       
                     

6.1

Een doelmatige uitvoeringspraktijk van de Rijkshuisvesting

44.678

0

44.678

2.868

47.546

958

408

408

55

 

Bijdragen aan agentschappen

44.678

0

44.678

2.868

47.546

958

408

408

55

 

Bijdragen aan RVB voor huisvesting Koninklijkhuis, HoCoSta's en AZ

33.279

0

33.279

700

33.979

0

0

0

0

 

waarvan:

                 
 

begroting I, de Koning

15.173

0

15.173

           
 

begroting IIA, Staten-Generaal

6.282

0

6.282

           
 

begroting IIB, Hoge College's van Staat

8.246

0

8.246

           
 

begroting III, Ministerie van AZ

2.643

0

2.643

           
 

RVB Bijdragen voor monumenten

5.229

0

5.229

0

5.229

0

0

0

0

 

RVB Bijdragen voor rijkshuisvesting

6.170

0

6.170

2.168

8.338

958

408

408

55

                     

6.2

Beheer materiële activa

80.775

0

80.775

– 21.442

59.333

– 20.718

– 20.264

– 19.709

– 19.218

 

Opdrachten

4.711

0

4.711

0

4.711

0

0

0

0

 

Beheer en plankosten

4.711

0

4.711

0

4.711

0

0

0

0

 

Bekostiging

61.525

0

61.525

– 18.287

43.238

– 17.733

– 17.277

– 16.778

– 16.278

 

Zakelijke lasten

61.525

0

61.525

– 18.287

43.238

– 17.733

– 17.277

– 16.778

– 16.278

 

Bijdragen aan agentschappen

14.539

0

14.539

– 3.155

11.384

– 2.985

– 2.987

– 2.931

– 2.940

 

RVB

14.539

0

14.539

– 3.155

11.384

– 2.985

– 2.987

– 2.931

– 2.940

                     
 

Ontvangsten:

138.734

0

138.734

– 13.962

124.772

– 16.802

– 16.802

– 17.302

– 18.302

Toelichting

6.1 Een doelmatige uitvoeringspraktijk van de Rijkshuisvesting

Bijdragen aan agentschappen

Bijdrage aan RVB voor rijkshuisvesting

Deze mutatie bestaat met name uit hogere huisvestingskosten voor de Hoge Colleges van Staat, volgens de meest recente inzichten € 1 mln. ten opzichte van de ontwerpbegroting 2017. Verder betreft het extra middelen voor energiebesparende maatregelen in het kader van de duurzaamheidsdoelstellingen uit het coalitieakkoord (€ 0,9 mln.).

6.2 Beheer materiële activa

Bekostiging

Zakelijke lasten

Het RVB is belast met de betaling van door gemeenten en waterschappen opgelegde belastingen en heffingen op onroerende zaken in eigendom (bij de Staat). Dit wordt bekostigd vanuit de begroting van Wonen en Rijksdienst. Daar staat tegenover dat het RVB middelen ontvangt van de gebruikers en deze vervolgens weer afdraagt aan de moeder (ontvangsten op begroting voor Wonen en Rijksdienst). Besloten is om bij 1e suppletoire 2017 deze budgettaire rondpomp te beëindigen.

Bijdragen aan agentschappen

RVB

De bijdrage van Wonen en Rijksdienst voor de personele kosten voor de verkoopactiviteiten van het voormalig RVOB valt deels vrij als gevolg van het activeren van de verkoopkosten door het RVB per 2017 (De middelen voor de verkoopactiviteiten ten behoeve van I&M en Defensie zijn al vorig jaar afgeboekt).

2.3. Baten-lastenagentschappen

Rijksvastgoedbedrijf (RVB)

Baten-lastenagentschap Rijksvastgoedbedrijf (RVB) Suppletoire begroting 2017 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting

(2) mutaties 1e suppletoire begroting

(3) = 1+2 Totaal geraamd

Baten

     

Omzet moederdepartement

31.579

 

31.579

Omzet overige departementen

1.099.653

15.000

1.114.653

Omzet derden

117.073

– 30.000

87.073

Rentebaten

0

 

0

Vrijval voorzieningen

0

 

0

Bijzondere baten

37.233

20.000

57.233

Totaal baten

1.285.538

5.000

1.290.538

     

Lasten

     

Apparaatskosten

     

– personele kosten

162.649

16.000

178.649

– Waarvan eigen personeel

135.725

 

135.725

– Waarvan externe inhuur

20.000

 

20.000

– Waarvan overige personele kosten

6.924

 

6.924

Materiële kosten

50.677

4.000

54.677

– Waarvan apparaat ICT

22.047

 

22.047

– Waarvan bijdrage SSO's

0

 

0

– Waarvan overige materiële kosten

28.630

4.000

32.630

Rentelasten

77.573

 

77.573

Afschrijvingskosten

282.400

 

282.400

– Materieel

0

 

0

– Waarvan apparaat ICT

0

 

0

– Immaterieel

0

 

0

Overige lasten

     

– Dotaties voorzieningen

11.000

– 5.000

6.000

– Bijzondere lasten

701.240

– 10.000

691.240

Totaal lasten

1.285.538

5.000

1.290.538

       

Saldo van baten en lasten

0

0

0

Toelichting

Baten

Omzet overige departementen

De toevoeging aan de Omzet overige departementen betreft met name omzet uit kleinere projecten die niet geactiveerd worden en derhalve direct worden afgerekend.

Omzet derden

De omzet derden is met € 30 mln. verlaagd, omdat voorzien wordt dat er minder verkopen zullen plaats vinden van de van departementen overgenomen objecten.

Bijzondere baten

Toenemende dienstverlening genereert € 20 mln. additionele baten. Hiermee worden de gestegen apparaatkosten (€ 16 mln. personeel en € 4 mln. materieel) als gevolg van deze toenemende dienstverlening gedekt.

Lasten

Apparaatskosten

Als gevolg van toenemende dienstverlening, met name Defensieprojecten en aan- en verkoop van onroerend goed, nemen de apparaatskosten toe (€ 16 mln. personeel en € 4 mln. materieel).

Bijzondere lasten

De mutatie op de bijzondere lasten bestaat uit een aantal onderdelen:

  • Aanpassingen in het rijkshuisvestingsstelsel per 1 januari 2017, waarbij de grens tussen eigenaarszaken en gebruikerszaken meer marktconform is gedefinieerd, leiden er toe dat er een verschuiving van € 30 mln. plaatsvindt van bijzondere lasten (onderhoudskosten) naar rente (€ 5 mln.) en afschrijving (€ 25 mln.);

  • De dotatie aan de voorziening Herstelonderhoud is, voortvloeiend uit de jaarrekening 2016, geschrapt. De kosten, € 5 mln., komen nu ten laste van de bijzondere lasten (onderhoudskosten);

  • De bijzondere lasten dalen voorts met € 15 mln. mede omdat er minder inkoopkosten worden voorzien voor van materieel beheerders over te nemen onroerend goed;

  • Tenslotte vloeit ook uit de jaarrekening 2016 voort een verschuiving van rente (€ 5 mln.) en afschrijving (€ 25 mln.) naar kosten voor DBFMO.

Kasstroomoverzicht

Suppletoire begroting 2017 (eerste suppletoire begroting) Kasstroomoverzicht baten-lastenagentschap Rijksvastgoedbedrijf (RVB) (Bedragen x € 1.000)
   

(1)

Vastgestelde begroting

(2)

Mutaties 1e suppletoire begroting

(3)=(1)+(2)

Stand 1e suppletoire begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2017

368.948

– 4.939

364.009

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

1.158.305

5.000

1.163.305

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

940.656

5.000

945.656

2.

Totaal operationele kasstroom

217.649

0

217.649

 

Totaal investeringen (-/-)

– 515.000

65.000

– 450.000

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen(+)

60.775

 

60.775

3.

Totaal investeringkasstroom

– 454.225

65.000

– 389.225

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

– 79.826

– 79.826

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

 

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

– 280.683

 

– 280.683

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

515.000

65.000

580.000

4.

Totaal financieringskasstroom

234.317

– 14.826

219.491

 

Rekening-courant RHB 31 december 2017 (=1+2+3+4)

366.689

45.235

411.924

Toelichting

De beginstand rekening courant bij Rijkshoofdboekhouding (RHB) is aangepast naar de stand van 31 december 2016 zoals deze voortvloeit uit de jaarrekening 2016.

De investeringskasstroom en de financieringskasstroom zijn verlaagd met € 30 mln. omdat minder aankopen worden voorzien in van materieel beheerders over te nemen onroerend goed en verhoogd met € 95 mln. voor de overname van gebruikerszaken van departementen.

Daarnaast is in de financieringskasstroom opgenomen de uitkering aan de moeder uit hoofde van het vermogenssurplus dat voortvloeit uit de jaarrekening 2016.

Dienst van de Huurcommissie (DHC)

Baten-lastenagentschap DHC Suppletoire begroting 2017 (Eerste suppletoire begroting) Exploitatie-overzicht (Bedragen x € 1.000)

Omschrijving

(1)

Vastgestelde begroting

(2)

Mutaties 1esuppletoire begroting

(3)=(1)+(2)

Totaal geraamd

Baten

     

Omzet moederdepartement

8.326

3.917

12.243

Omzet overige departementen

0

0

0

Omzet derden

4.910

– 4.195

715

Rentebaten

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

Bijzondere baten

0

2.002

2.002

Totaal baten

13.236

1.724

14.960

       

Lasten

     

Apparaatskosten

12.248

– 1.393

10.855

Personele kosten

6.529

– 413

6.116

– Waarvan eigen personeel

5.859

– 175

5.684

– Waarvan externe inhuur

670

– 238

432

– Waarvan overige personele kosten

0

0

0

Materiële kosten

5.719

– 980

4.739

– Waarvan apparaat ICT

2.823

– 876

1.947

– Waarvan bijdrage SSO's

0

0

0

– Waarvan overige materiële kosten

2.896

– 104

2.792

Rentelasten

0

0

0

Afschrijvingskosten

988

– 499

489

– Materieel

24

73

97

– Waarvan apparaat ICT

0

50

50

– Immaterieel

964

– 572

392

Overige lasten

0

4.216

4.216

– Dotaties voorzieningen

0

0

0

– Bijzondere lasten

0

4.216

4.216

Totaal lasten

13.236

2.324

15.560

       

Saldo van baten en lasten

0

– 600

– 600

Toelichting

De ontwerpbegroting 2017 van de Dienst van de Huurcommissie (DHC) is opgesteld in de zomer van 2016. Op dat moment bestond er nog geen volledig inzicht in de werklast van DHC en de daaraan verbonden kosten in samenhang met de aard en omvang van de verzoeken om

geschilbeslechting in 2017. Inmiddels is de raming van baten en lasten geactualiseerd. Tevens worden het huidige workflowsysteem en de kantoorautomatisering van DHC in 2017 vervangen en is besloten DHC te reorganiseren. In het kader van deze wijzigingen zullen eenmalige transitiekosten gemaakt worden. Deze kosten leiden tot een verhoging van de bijzondere lasten. Als gevolg van het door de Tweede Kamer controversieel verklaren van het wetsvoorstel tot Wijziging van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (TK 2016–2017, 34 653), zal in 2017 geen sprake zijn van baten uit hoofde van de in dit wetsvoorstel opgenomen verhuurderbijdrage. Ter compensatie daarvan is de bijdrage van het moederdepartement navenant verhoogd.

Baten

Omzet moederdepartement en Omzet derden

De verwachte opbrengst uit leges is verlaagd van € 0,993 mln. naar € 0,715 mln. op grond van het aantal verwachte leges-veroordelingen in 2017 en het (op basis van ervaringscijfers) verwachte gemiddelde bedrag per legesveroordeling.

De verwachte opbrengst uit de verhuurderbijdrage is op nihil geraamd als gevolg van het hiervoor genoemde door de Tweede Kamer controversieel verklaren van het wetsvoorstel waarin deze bijdrage is geïntroduceerd. Ter compensatie hiervan is de bijdrage van het moederdepartement navenant verhoogd.

Bijzondere baten

Ter dekking van de hiervoor genoemde transitiekosten, stelt het moederdepartement eenmalig € 2,0 mln. ter beschikking, een bedrag dat DHC in 2017 aan het moederdepartement uitkeert in het kader van de afrekening van de opdracht-2016 en de afroming van het surplus aan eigen vermogen per ultimo 2016 (zie verder onder bijzondere lasten).

Lasten

Apparaatskosten

Op grond van de verwachte werklast in 2017, is de omvang en samenstelling van de personele inzet bepaald. Deze bestaat naast de vaste medewerkers van DHC uit de inhuur van extern personeel, met name om de piekbelasting rond de jaarlijkse huurverhoging per 1 juli op te kunnen vangen. De raming van de materiële kosten is verlaagd in verband met lagere reguliere ICT- en huisvestingslasten.

Bijzondere lasten

De bijzondere lasten hebben betrekking op werkzaamheden en kosten voor specifieke projecten die niet in de 2017-kostprijzen en tarieven voor de opdrachtgever verwerkt zijn, maar waarvoor een aparte bijdrage van het moederdepartement wordt verkregen (zie bijzondere baten). Het gaat om kosten die verband houden met de invoering van een nieuw ICT-systeem, werkzaamheden voor de modernisering van de Huurcommissie en de reorganisatie van de DHC.

Saldo van baten en lasten

Naar verwachting zal het exploitatieresultaat -€ 0,6 mln. bedragen als gevolg van de vermelde bijzondere lasten. Dit zal ten laste van het eigen vermogen gebracht worden, dat naar verwachting niettemin per ultimo 2017 positief zal zijn.

Suppletoire begroting 2017 (eerste suppletoire begroting) Kasstroomoverzicht baten-lastenagentschap DHC (Bedragen x € 1.000)
   

(1)

Vastgestelde begroting

(2)

Mutaties 1esuppletoire begroting

(3)=(1)+(2)

Stand 1e suppletoire begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2017

1.172

3.152

4.324

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

14.200

760

14.960

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

– 14.200

0

– 14.200

2.

Totaal operationele kasstroom

0

760

760

 

Totaal investeringen (-/-)

– 988

– 820

– 168

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 988

– 820

– 168

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

– 4.402

– 4.402

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

2.002

2.002

 

Aflossingen op leningen (-/-)

0

0

0

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

988

– 988

0

4.

Totaal financieringskasstroom

989

– 3.388

– 2.400

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2017 (=1+2+3+4)

1.172

– 1.344

2.516

Toelichting

De verhoging van het tegoed bij de Rijkshoofdboekhouding per 1 januari 2017 is gebaseerd op het desbetreffende bedrag zoals opgenomen in de Jaarrekening 2016 van DHC. De eenmalige uitkering aan het moederdepartement bestaat uit de afrekening van opdrachten in eerdere jaren en afroming van het surplus van het eigen vermogen per ultimo 2016. Een deel van dit bedrag wordt in 2017 weer ter beschikking aan DHC gesteld, zie de toelichting op het exploitatieoverzicht.