Gepubliceerd: 17 maart 2017
Indiener(s): Jeroen Dijsselbloem (minister financiën) (PvdA)
Onderwerpen: financieel toezicht financiën
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34634-7.html
ID: 34634-7
Origineel: 34634-2

Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 17 maart 2017

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel I wordt na onderdeel U een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ua

Aan artikel 3:248 wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. Voor de toepassing van het eerste lid op een saneringsmaatregel met betrekking tot een verzekeraar, wordt onder gereglementeerde markt mede verstaan een in een staat die geen lidstaat is gelegen financiële markt die aan de volgende voorwaarden voldoet:

a. de markt is, in geval van een verzekeraar met zetel in Nederland of van een verzekeraar met een bijkantoor in Nederland en met zetel in een staat die geen lidstaat is, aangewezen door Onze Minister of is, in geval van een verzekeraar met zetel in een andere lidstaat, erkend door een daartoe bevoegde autoriteit van die lidstaat en voldoet voorts aan vereisten die vergelijkbaar zijn met die van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014; en

b. de financiële instrumenten die op de markt worden verhandeld, zijn van een kwaliteit die vergelijkbaar is met die van de instrumenten die worden verhandeld op de gereglementeerde markten van Nederland, onderscheidenlijk de markten van de andere lidstaat.

B

In het in artikel I, onderdeel Z, voorgestelde artikel 3:264 vervalt «op haar».

C

In artikel I wordt na onderdeel TT een onderdeel ingevoegd, luidende:

TTa

Artikel 3A:30 komt te luiden:

Artikel 3A:30 Verzoek tot faillissement

Indien de Nederlandsche Bank besluit tot overgang van gedeelten van de activa of passiva van een entiteit in afwikkeling, verzoekt zij de rechtbank Amsterdam binnen een redelijke termijn het faillissement van de entiteit uit te spreken, tenzij het voortbestaan van het overgebleven deel van de entiteit nodig is om de afwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken of om aan de beginselen, bedoeld in artikel 14, onderscheidenlijk artikel 15, eerste lid, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, te voldoen.

D

In artikel I wordt na onderdeel FFF een onderdeel ingevoegd, luidende:

FFFa

In artikel 4:50 wordt, onder vernummering van het tweede lid tot derde lid, na het eerste lid een lid ingevoegd, luidende:

2. De beheerder van een icbe stelt bij het aanbieden van de rechten van deelneming of bij de schriftelijke aankondiging dat de rechten van deelneming zullen worden aangeboden, het prospectus, bedoeld in artikel 4:49, het fondsreglement of de statuten van de icbe en, voor zover openbaar gemaakt, de jaarrekening van de icbe over de twee voorafgaande jaren algemeen en kosteloos beschikbaar en publiceert deze informatie op zijn website. In iedere bekendmaking waarin deze rechten van deelneming worden aangeboden, worden de plaatsen vermeld waar het prospectus voor het publiek verkrijgbaar is.

E

Aan artikel II wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

M

Artikel 213w wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 1, onder 13, van richtlijn nr. 93/22/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (PbEG L 141)» vervangen door: artikel 4, eerste lid, onderdeel 21, van richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PbEU 2014, L 173).

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. Voor de toepassing van het eerste lid op een liquidatieprocedure met betrekking tot een verzekeraar, wordt onder gereglementeerde markt mede verstaan een in een staat die geen lidstaat is gelegen financiële markt die aan de volgende voorwaarden voldoet:

a. de markt is, in geval van een verzekeraar met zetel in Nederland of een verzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is met een bijkantoor in Nederland, aangewezen door de Minister van Financiën of is, in geval van een verzekeraar met zetel in een andere lidstaat, erkend door een daartoe bevoegde autoriteit van die lidstaat en voldoet voorts aan vereisten die vergelijkbaar zijn met die van richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PbEU 2014, L 173); en

b. de financiële instrumenten die op de markt worden verhandeld, zijn van een kwaliteit die vergelijkbaar is met die van de instrumenten die worden verhandeld op de gereglementeerde markten van Nederland, onderscheidenlijk de markten van de andere lidstaat.

Toelichting

Algemeen

Deze nota van wijziging strekt er toe om in het wetsvoorstel Herstelwet financiële markten 2018 een redactionele verbetering aan te brengen en op enkele punten nog aan te vullen. Hieronder wordt een toelichting gegeven op deze wijzigingen.

Artikelsgewijs

A

Bij de implementatie van de richtlijn solvabiliteit II is artikel 13, punt 22, onderdeel b, van die richtlijn abusievelijk niet geïmplementeerd. Artikel 13, punt 22, onderdeel a, van de richtlijn betreft een definitie van gereglementeerde markt in een lidstaat. Dit onderdeel was reeds geïmplementeerd in artikel 1:1 van de Wft. Onderdeel b van die richtlijnbepaling breidt voor de situatie waarop het eerste lid van artikel 3:248 van de Wft van toepassing is, de definitie van gereglementeerde markt uit naar vergelijkbare markten in staten die geen lidstaat zijn, mits die zijn erkend door de lidstaat van herkomst. Het voorgestelde derde lid van artikel 3:248 implementeert onderdeel b. Daarin is voorzien in de mogelijkheid dat Onze Minister een gereglementeerde markt aanwijst en daarmee erkent. Ook mogelijk is dat een andere lidstaat dan Nederland een markt heeft erkend. Het valt niet uit te sluiten dat de gevolgen voor de desbetreffende markt van een faillissement van de verzekeraar met zetel in die andere lidstaat ook in Nederland doorwerken. Wanneer die andere lidstaat een markt uit een derde land heeft erkend, worden daardoor die gevolgen in Nederland ook door het recht van het land van die gereglementeerde markt beheerst. Dit is verenigbaar met artikel 5 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek. Het feit dat de gevolgen in dat geval worden beheerst door het recht dat van toepassing is op de gereglementeerde markt, is immers niet het gevolg van een rechtsregel van die staat van internationaal privaatrecht, maar door de erkenning door die lidstaat.

De richtlijn bepaalt niet hoe te handelen indien het een bijkantoor in Nederland betreft van een verzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is. Niet valt in te zien waarom in dat geval anders zou worden gehandeld dan bij een verzekeraar met zetel in Nederland en daarom wordt voorgesteld geen onderscheid te maken.

B

Zoals uiteengezet in de nota naar aanleiding van het verslag, wordt door de voorgestelde wijziging de reikwijdte van artikel 3:264 Wft verduidelijkt. De bepaling heeft betrekking op reclame-uitingen waarin financiële ondernemingen melding maken van de toepasselijkheid van een vangnetregeling, ongeacht of die vermelding betrekking heeft op de toepasselijkheid van de vangnetregeling op bepaalde producten, op de financiële onderneming zelf, of op beiden. Door de voorgestelde beperkte tekstuele aanpassing wordt het voorgaande beter tot uitdrukking gebracht.

C

De richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen bepaalt dat indien door middel van een overdrachtsinstrument een deel van de activa en passiva van een entiteit in afwikkeling wordt overgedragen, het «restant» van de entiteit in afwikkeling op korte termijn in faillissement wordt geliquideerd. Van een spoedige liquidatie in faillissement kan alleen dan worden afgezien indien het voorbestaan van het restant nodig is om de afwikkelingsdoelstellingen te bereiken of aan de afwikkelingsbeginselen te voldoen. De thans geldende regeling in artikel 3A:30 legde de beoordeling van dit laatste (of een belang zich verzet tegen liquidatie) bij de faillissementsrechter. Het ligt echter veeleer in de rede DNB als afwikkelingsautoriteit deze beoordeling te laten maken. De faillissementsrechter beoordeelt dan enkel of aan de voorwaarden voor faillissement is voldaan. De voorgestelde aangepaste redactie van artikel 3A:30 strekt hiertoe.

D

Bij de implementatie van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen1 is abusievelijk het oorspronkelijke tweede lid van artikel 4:50 Wft vervallen. Door de voorgestelde wijziging wordt dit hersteld. Op grond van het tweede lid dient de beheerder van een icbe het prospectus, het fondsreglement of de statuten en (voor zover openbaar gemaakt) de jaarrekening van de icbe voorafgaand aan het aanbod van deelnemingsrechten kosteloos algemeen beschikbaar te stellen, zodat het publiek zich een verantwoord oordeel kan vormen over de icbe alvorens tot de aanschaf van deelnemingsrechten over te gaan. Deze documenten dienen ook op de website van de beheerder te worden gepubliceerd.

E

Met deze wijzigingsopdracht wordt artikel 213w van de Faillissementswet aangepast.

De wijziging in het eerste lid van dat artikel houdt verband met de in artikel II, onderdeel G, van het wetsvoorstel opgenomen wijziging van artikel 212bb van de Faillissementswet. Derhalve wordt verwezen naar de toelichting op dat onderdeel.

De toevoeging van een derde lid aan artikel 213w van de Faillissementswet houdt verband met de wijziging van artikel 3:248 van de Wft zoals opgenomen in het nieuwe onderdeel Ua van artikel I. Voor een toelichting op deze wijziging wordt derhalve verwezen naar de toelichting op onderdeel A van deze nota van wijziging.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem