3,3 %
96,7 %

PvdA

SP

VVD

GL

PvdD

D66

PVV

CU

50PLUS

SGP

DENK

CDA

FVD


Nr. 51 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VAN RAAN C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 24

Ontvangen 19 december 2018

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Artikel 2, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede «streven Onze Ministers die het aangaat naar een» wordt vervangen door «is de».

2. De zinsnede «van 49%» wordt vervangen door «65%».

3. Na «in 2030 en» wordt ingevoegd «streven Onze Ministers die het aangaat naar».

Toelichting

Dit amendement stelt een harde resultaatsverplichting van 65% CO₂-reductie in 2030 ten opzichte van 19901. Dit is een tussendoel naar 100% CO2-reductie in 2040 en dient om de temperatuurstijging tot maximaal anderhalve graad te beperken. In dit scenario wordt op korte termijn (tot 2030) verhoudingsgewijs meer CO2 gereduceerd dan op langere termijn (tot 2040).

«Klimaatverandering op lange termijn is niet afhankelijk van emissies op een specifiek moment, maar van cumulatieve emissies over een langere periode», stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR)2. «Dat betekent dat het zinvol is om maatregelen eerder dan later te nemen, vooral als er sprake is van een lange doorlooptijd in de effectiviteit van de maatregelen» Het hof stelt dat «naarmate er later wordt ingezet op CO2-reductie neemt het carbonbudget sneller af en moeten op dat latere tijdstip aanzienlijk verdergaande maatregelen worden genomen om het gewenste niveau te bereiken».3 Wachten met reductie is dus allerminst kosteffectief. Tegelijk nemen de klimaatrisico’s daardoor onnodig toe (e.g. overstromingen, stijging van het aantal infectieziekten, verlies van biodiversiteit, verstoring van de drinkwatervoorziening en financiële instabiliteit) met hogere kosten tot gevolg.4 5 De Verenigde Naties waarschuwt dat het na 2030 zelfs niet meer mogelijk is om de opwarming van de aarde nog onder de twee graden te houden. Zij spreken van de noodzaak van «ongekende en urgente actie»

Dit amendement geeft tevens invulling aan het rechtvaardigheidsprincipe zoals internationaal is overeengekomen (artikel 4 van het Parijs-akkoord), namelijk dat rijke, geïndustrialiseerde het voortouw zullen nemen in het zo snel mogelijk realiseren van zo veel mogelijk CO2-reductie.

Van Raan Ouwehand Wassenberg Teunissen Akerboom