Gepubliceerd: 27 september 2016
Indiener(s): Jet Bussemaker (minister onderwijs, cultuur en wetenschap) (PvdA)
Onderwerpen: onderwijs en wetenschap organisatie en beleid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34458-8.html
ID: 34458-8

Nr. 8 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS EN MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 september 2016

Goed onderwijs biedt onze kinderen welzijn, ontplooiing en een fundament voor de toekomst. Wij spreken onze grote waardering uit voor de leraren die hier elke dag weer aan werken. Het is voor hen, en daarmee voor onze leerlingen en studenten, belangrijk dat zij zich eigenaar weten van hun beroep en zich daarin kunnen blijven ontwikkelen.

Met het wetsvoorstel lerarenregister (Kamerstuk 34 458) en het beroep van leraar zetten wij daarom samen met de beroepsgroep in op versterking van de positie van leraren en op versterking van hun beroepskwaliteit. Dit doen we door de omschrijving van het beroep van leraar en diens zeggenschap in de school in de wet op te nemen. We brengen de beroepsgroep in positie om de kwaliteit van het leraarschap te bewaken en te onderhouden. Net als het onderwijs zelf is deze kwaliteit voortdurend in ontwikkeling. Het is daarom belangrijk dat ook elke leraar in de gelegenheid is zich te blijven ontwikkelen. Het register is het instrument waarmee de leraar zijn ontwikkeling zichtbaar maakt.

De invoering van het wetsvoorstel zorgt voor een belangrijke ontwikkeling in het Nederlandse onderwijs. Leraren gaan op basis van eigen kwaliteitscriteria gerichter aan de slag met hun bekwaamheidsonderhoud. Dit met de erkenning dat zij staan voor hun beroepskwaliteit en zeggenschap hebben over en verantwoordelijkheid dragen voor wat er gebeurt in hun klas. De bekwaamheid en het bekwaamheidsonderhoud van leraren wordt zichtbaar voor leraren zelf, maar ook voor ouders, leerlingen en studenten. De verwachting is dat van deze elementen een positieve impuls uitgaat op de beroepskwaliteit van leraren en daarmee op de kwaliteit van ons onderwijs. Het wetsvoorstel creëert zo een kans voor de beroepsgroep: het schept de voorwaarden om meer recht te doen aan het belangrijke werk van leraren in de school en het legt een basis voor verdere uitbouw naar een meer zelfregulerende rol van de beroepsgroep.

Dit alles betekent dat we met dit wetsvoorstel een stevige stap voorwaarts zetten in de positionering van de beroepsgroep. Een stap die raakt aan de belangen van de circa 250.000 leraren in het primair en voortgezet onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs. Het gaat hier om één van de grootste beroepsgroepen in Nederland, die bovendien nog eens werkt in een sector die zo essentieel is voor onze samenleving. Het maatschappelijk belang is kortom groot, reden waarom de invoering van het wetsvoorstel verantwoord dient te gebeuren.

Mede om die reden start de registratie in 2017 waarbij de consequenties van het lerarenregister en het registervoorportaal in de tijd worden gefaseerd. Zoals aangekondigd in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel gaan wij met deze brief in op die fasering en de bijbehorende randvoorwaarden.1

1. Gefaseerde invoering van het lerarenregister en registervoorportaal

Het wetsvoorstel waarmee het lerarenregister en registervoorportaal in 2017 worden ingevoerd bestaat uit twee onderdelen. Ten eerste zijn er de meer inhoudelijke bepalingen, die ingaan op het beroep van leraar en de professionele ruimte in de school. Ten tweede zijn er de bepalingen die het lerarenregister en het registervoorportaal omvatten. Het voornemen is om de inhoudelijke bepalingen in te voeren direct nadat het wetsvoorstel is aangenomen; deze artikelen worden anders gezegd niet gefaseerd ingevoerd. Om het register verantwoord in te voeren hebben we de volgende stappen voor ogen:

a. Invoering van het register tussen 01-08-2017 en 01-08-2018

Alle leraren komen gedurende dit startjaar in het lerarenregister respectievelijk registervoorportaal te staan; leraren kunnen zichzelf registreren, hun bevoegdheid opvoeren en ook hun professionaliseringsactiviteiten bijhouden in het systeem. De beroepsgroep heeft voorafgaand aan deze fase, uiterlijk voor het zomerreces van 2017, het voorstel voor de herregistratiecriteria en valideringsregels opgesteld. Dit voorstel kan waar relevant zijn gedifferentieerd naar vakgebied of sector.

b. Eerste fase herregistratie tussen 01-08-2018 en 01-08-2022

Na het registratiejaar start in 2018 voor alle leraren in het lerarenregister een herregistratietermijn van vier jaar. Leraren houden hun scholingsactiviteiten bij op basis van de criteria van de beroepsgroep. Als een leraar aan het einde van deze periode niet voldoet aan de criteria, dan wordt daarvan aantekening gemaakt in het register. Deze aantekening is voor iedereen zichtbaar. In deze fase wordt hieraan nog niet de volledige consequentie verbonden en mag de leraar nog steeds lesgeven. Van het zichtbaar maken gaat echter al wel een zekere werking uit. Zo maakt deze fase zowel voor leraren als voor schoolbesturen duidelijk wat ervoor nodig is om aan de eisen rond bekwaamheidsonderhoud te voldoen en kan het personeelsbeleid hierop worden ingericht.

c. Tweede fase herregistratie tussen 01-08-2022 en 01-08-2026

Na deze eerste «proefperiode» start de tweede herregistratieperiode van vier jaar. Voor leraren die aan het einde van die periode niet aan de eisen van de beroepsgroep voldoen betekent de aantekening in het register dat zij niet langer zelfstandig voor de klas mogen staan. Om weer als leraar aan de slag te kunnen moeten zij via het register aantonen dat zij alsnog aan de herregistratiecriteria voldoen.

2. Betrokkenheid van de beroepsgroep bij het lerarenregister

In 2017 wordt de eerste stap gezet in dit omvangrijke invoeringsproces. Het is een proces dat start met het opnemen van alle leraren in het register en dat nauw is verbonden met de versterking van de beroepsgroep. Het gaat daarbij niet alleen om de realisatie van het register. Het register is immers «slechts» een instrument in een breder proces van versterking van de positie van leraren en het verbeteren van hun beroepskwaliteit. Stappen die in dat proces de komende jaren worden gezet, leggen de basis voor een sterkere, zoveel mogelijk zelfregulerende beroepsgroep.

Het wetsvoorstel geeft de beroepsgroep de verantwoordelijkheid om herregistratiecriteria en regels waarlangs de validering van het professionaliseringsaanbod verloopt op te stellen. Dat is echter niet het eindpunt, want idealiter beoordeelt de beroepsgroep in de toekomst ook zelf herregistratiedossiers van leraren en aanvragen tot validering van professionaliseringsaanbod.

Samen met de Onderwijscoöperatie (OC) werken we gericht toe naar een situatie waarin de beroepsgroep zo’n rol heeft. Zoals gemeld in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel en de Nota naar aanleiding van het verslag richt de OC als eerste stap in dit proces een deelnemersvergadering op (zie ook §3.1) (Kamerstuk 34 458, nrs. 3 en 6). Op basis van deze deelnemersvergadering stellen we voor de eerste fase van herregistratie een adviescommissie in. De beslissingen over individuele aanvragen tot herregistratie en validering worden gebaseerd op de adviezen van deze commissie. Deze lijn werken wij de komende tijd samen met de OC verder uit in onder meer een algemene maatregel van bestuur.

Na deze stap volgt het uitbouwen van de adviescommissie tot een beoordelende instantie. Hiervoor ontwikkelt de adviescommissie zich tot een geaccrediteerde organisatie die voldoet aan de benodigde bestuursrechtelijke normen op het vlak van legitimiteit en zorgvuldigheid van het beoordelingsproces. Waar nodig passen we dan ook de relevante wet- en regelgeving aan.

3. Overige randvoorwaarden

In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel hebben we aangegeven dat er bij de invoering verschillende randvoorwaarden zijn: het borgen van het draagvlak voor het register, de ontwikkeling van relevant professionaliseringsaanbod en het voorkomen van onbedoelde effecten op de vraag- en aanbodverhoudingen op de onderwijsarbeidsmarkt. Hieronder gaan we in op de verschillende voorwaarden.

3.1 Draagvlak

Draagvlak voor het wetsvoorstel in het algemeen en het register in het bijzonder is van wezenlijk belang voor het bereiken van ons gezamenlijke doel: versterking van de beroepsgroep en de beroepskwaliteit van leraren. Voor een succesvolle invoering moeten zowel het register als het ontwikkelingsproces van de beroepsgroep in verschillende opzichten gebaseerd zijn op betrokkenheid en breed draagvlak.

In de eerste plaats gaat het om de steun van leraren. Zij zijn het die de verschillende elementen van de professionele keten inclusief het register gestalte geven. Door hun eigenaarschap komt de beroepsgroep tot wasdom. Zoals gezegd zal de OC hiervoor binnenkort een deelnemersvergadering instellen en de bevoegdheden statutair vastleggen. Alle geregistreerde leraren hebben een gelijke stem in deze vergadering. Het voorstel van de beroepsgroep over de herregistratiecriteria en de valideringsregels moet de instemming van deze deelnemersvergadering hebben.

Ten tweede is het draagvlak onder schoolbesturen en schoolleiders van belang. In het wetsvoorstel is dit als uitgangspunt verwoord, waarbij is opgemerkt dat de beroepsgroep de inbreng van de sectorraden tijdig betrekt. De sectorraden gaan na of de inhoud van het voorgenomen voorstel zich op redelijke wijze verhoudt tot de werkzaamheden van de leraar in de schoolcontext. De Minister toetst het voorstel van de beroepsgroep mede op het punt of het de uitkomst vormt van een gedragen proces. Uw Kamer wordt aansluitend geïnformeerd over de uitkomst van deze ministeriële toets.

In de derde plaats komt het het draagvlak ten goede als de beroepsgroep ook de inbreng van andere belanghebbenden, waaronder lerarenopleidingen en andere aanbieders van scholingsactiviteiten, betrekt bij het komen tot herregistratiecriteria, valideringsregels en de invulling van andere elementen van de professionele keten. De betrokkenheid van de lerarenopleidingen is met name relevant voor het realiseren van adequaat professionaliseringsaanbod, dat zowel een duidelijke relatie heeft met de bekwaamheidseisen als met de herregistratiecriteria.

Tot slot vraagt de inrichting van de professionele ruimte van leraren draagvlak op lokaal niveau. Het is voor het maken van afspraken over de manier waarop de zeggenschap van leraren in de school invulling krijgt zaak dat er goed overleg plaatsvindt tussen de leraren en hun schoolbestuur. Zij kunnen onderling immers het beste in gezamenlijkheid beslissen over wat op hun school nodig en gewenst is. Via reguliere peilingen onder leraren en scholen, zoals Onderwijs werkt!,monitoren we de mate van steun voor de verschillende onderdelen van het wetsvoorstel. Daarnaast volgen we de ontwikkeling van de deelnemersvergadering, de realisatie van het professioneel statuut en de ontwikkeling van de professionele standaard.

3.2 Onderwijsarbeidsmarkt

Het wetsvoorstel verandert niets aan de huidige voorwaarden die schoolbesturen hanteren bij het benoemen van leraren. Omdat registratie geen aanvullende voorwaarde is voor het benoemen van leraren, krijgt het lerarenregister ook niet het karakter van een drempel voor schoolbesturen bij het aanstellen van leraren. Een in deze zin beperkende werking van het wetsvoorstel op de onderwijsarbeidsmarkt wordt dan ook niet verwacht. Daarentegen verwachten we wel dat van het wetsvoorstel een positieve werking uitgaat op beroepskwaliteit en het imago van het leraarschap. Dit kan mensen juist enthousiasmeren voor werken in het onderwijs.

Het aspect onderwijsarbeidsmarkt zullen we betrekken bij de toets op het voorstel over de herregistratiecriteria en valideringsregels. Bij de toets wordt nagegaan of van de inhoud van het voorstel in beginsel geen verstorende invloed uit gaat op de vraag- en aanbodverhoudingen op de onderwijsarbeidsmarkt. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat er meer factoren zijn dan alleen het register die een rol spelen op de onderwijsarbeidsmarkt. We zullen deze ontwikkelingen dan ook breder blijven monitoren.

3.3 Implementatie en organisatie

De invoering van het lerarenregister vindt plaats onder gemeenschappelijk opdrachtgeverschap met de OC. Het programma dat is ingericht voor de invoering, bestaat uit verschillende, onderling samenhangende projecten die zijn gericht op de ontwikkeling van de relevante informatietechnologie, de levering van de benodigde basisgegevens van leraren, de implementatie van en communicatie over het register en het inrichten van de registerorganisatie. Het overkoepelende programmaplan is voorzien van duidelijke mijlpalen die in de tijd gerealiseerd moeten worden. Bij de verschillende faseovergangen wordt, samen met de beroepsgroep en andere belanghebbenden, de stand van zaken op de in deze brief beschreven randvoorwaarden meegenomen. Voor de sturing op het programma is een gemeenschappelijke programmadirecteur aangesteld.

4. Sturing op het proces

De invoering is zoals gezegd een omvangrijk traject. Tegelijkertijd merken wij op dat het register vooral een instrument is dat in dienst staat van de vorming van een sterke beroepsgroep die verantwoordelijkheid neemt voor de eigen beroepskwaliteit. We hebben in de vorige paragraaf geschetst dat het register gefaseerd wordt ingevoerd en dat het gedurende dit invoeringsproces noodzakelijk is om met elkaar de nodige randvoorwaarden in ogenschouw te blijven nemen. Wij zullen hiervoor intensief optrekken met de beroepsgroep en in overleg blijven met relevante belanghebbenden waaronder de sectorraden en lerarenopleidingen. We rapporteren uw Kamer periodiek over de voortgang op het invoeringsproces van de verschillende elementen uit het wetsvoorstel. Hiervoor sluiten we zoveel mogelijk aan bij bestaande rapportages zoals de voortgangsrapportage Lerarenagenda.

2017 is een belangrijk jaar omdat de grote groep van 60.000 leraren die zich nu al heeft aangemeld voor het vrijwillige register, in dat jaar wordt uitgebreid tot alle leraren die werkzaam zijn in het primair en voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. In 2018 zijn dan 250.000 leraren geregistreerd, en dat is een bijzonder feit. Zeker wanneer we terugblikken op de afgelopen 20 jaar waarin veel over registratie door leraren werd gesproken, maar het niet kwam tot daadwerkelijke, onderwijsbrede invoering. Deze stap is nu mogelijk omdat we in nauwe samenwerking met de beroepsgroep zijn opgetrokken en het wetsvoorstel de instemming heeft van de beroepsgroep.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker