Kamerstuk 34300-VI-88

Reactie op artikel in NRC "Veel misbruikzaken in geheim afgehandeld"

Dossier: Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2016

Gepubliceerd: 17 mei 2016
Indiener(s): Ard van der Steur (minister justitie en veiligheid) (VVD)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34300-VI-88.html
ID: 34300-VI-88

Nr. 88 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 mei 2016

Bij brief van 24 maart 2016 heeft de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie mij verzocht een reactie te geven op het artikel in het NRC-handelsblad; «Veel misbruikzaken in geheim afgehandeld». De Vaste commissie heeft mij gevraagd daarbij de volgende punten mee te nemen:

  • In hoeverre is er door de vele geheime schikkingen voldoende zicht op daders die nog steeds werkzaam zijn voor de Rooms Katholieke Kerk of anders elders door kunnen gaan met het plegen van seksueel misbruik?

  • Is er (steun-)bewijsmateriaal verloren gegaan voor zaken die nu nog in procedure zijn?

  • Zijn slachtoffers onder druk gezet om een geheimhoudingsverklaring te ondertekenen?

  • In hoeverre zijn de ingezette mediators onafhankelijk?

Bij brief van 9 mei 2016 heeft de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie mij voorts verzocht een reactie te geven op de uitzending van Argos «De deal van Deetman».

Achtergrond

Op 16 december 2011 publiceerde de Commissie Deetman het eindrapport van het onderzoek naar seksueel misbruik van minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk. Daarna heeft de heer Deetman nog onderzoek verricht naar seksueel misbruik van en fysiek en psychisch geweld jegens minderjarige vrouwen in de Rooms-Katholieke Kerk. Deze rapporten hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan het in kaart brengen van de aard en omvang van seksueel misbruik binnen de Rooms-Katholieke Kerk. De afhandeling van de klachten van seksueel misbruik is vanaf 2010 geprofessionaliseerd door de klachtencommissie en compensatiecommissie van het Meldpunt Seksueel Misbruik dat valt onder de onafhankelijke Stichting Beheer en Toezicht inzake Seksueel Misbruik Rooms-Katholieke Kerk. Daarbij hebben de diverse betrokken partijen het van belang gevonden dat naast de formele klachtenprocedure de mogelijkheid bestaat klachten door middel van een schikking, al dan niet met behulp van een mediator, af te handelen. Een reden voor een klager om te kiezen voor een mediationtraject kan zijn gelegen in het feit dat het hem of haar in staat stelt in een direct gesprek en in alle openheid met de dader of vertegenwoordigers van de Rooms-Katholieke Kerk te spreken, hetgeen kan leiden tot erkenning en genoegdoening. Ook de Commissie Deetman heeft in het tweede tussenadvies en in het op 16 december 2011 verschenen rapport gewezen op het belang van de mogelijkheid om klachten buiten de formele klachtprocedure af te handelen.

Geheimhoudingsclausules en steunbewijs

In zaken waarin partijen, al dan niet met behulp van een mediator, een schikking hebben getroffen vormt een geheimhoudingsclausule meestal onderdeel van de vaststellingsovereenkomst. Hoewel de Rooms-Katholieke Kerk heeft aangegeven dat deze clausules er niet op gericht zijn te bewerkstelligen dat een slachtoffer niet naar buiten kan brengen wat hem of haar is overkomen, roepen deze toch vragen op ten aanzien van de reikwijdte van de gebruikte clausules. Voorts is de vraag gerezen in hoeverre de informatie uit zaken die door middel van een schikking zijn afgehandeld, gebruikt kan worden als steunbewijs.

Nader onderzoek

De Voorzitter van de Nederlandse Bisschoppenconferentie en de Voorzitter van de Konferentie Nederlandse religieuzen hebben aangegeven dat de heer Deetman de rond schikking, mediation en de daarbij gebruikte vaststellingsovereenkomsten gerezen problematiek zal onderzoeken. Voorts krijgt het hoofd Meldpunt Seksueel Misbruik Rooms Katholieke Kerk de informatie betreffende mogelijk steunbewijs ter beschikking zodat zij kan beoordelen of dit steunbewijs in andere zaken kan worden gebruikt.

Ten behoeve van deze nadere onderzoeken worden alle vaststellingsovereenkomsten waarmee mediationtrajecten of schikkingen zijn afgesloten verzonden naar het Bureau KNR en het Bisdom Rotterdam. Overigens geeft de Stichting Beheer en Toezicht inzake seksueel misbruik Rooms-Katholieke Kerk in het Jaarverslag over 2015 aan dat het Meldpunt Seksueel Misbruik in de afgelopen jaren voor het verkrijgen van een zo volledig mogelijk beeld van de wijze waarop klachten zijn afgehandeld, van bisdommen, ordes en congregaties informatie heeft ontvangen over afgehandelde zaken. Dit ten behoeve van de jaarrapportages en wetenschappelijk onderzoek, maar ook vanwege steunbewijs voor andere zaken. In het voornoemde jaarverslag over 2015 geeft de Stichting Beheer en Toezicht inzake seksueel misbruik Rooms-Katholieke Kerk aan dat het daarom al over een bij benadering volledig beeld beschikt van de tot stand gekomen schikkingen en het daaruit voortvloeiend steunbewijs.

De heer Deetman zal op deze manier door de Voorzitter van de Nederlandse Bisschoppenconferentie en de Voorzitter van de Konferentie Nederlandse Religieuzen in staat worden gesteld zich een oordeel te vormen over de overeenkomsten die in het kader van mediation of het schikken van klachten zijn gesloten. Voorts wordt van de zijde van de Rooms Katholieke Kerk aangegeven dat hierdoor wordt zorggedragen voor het vinden en zo mogelijk aan het Meldpunt Seksueel Misbruik ter beschikking stellen van gegevens die eventueel nog bij de behandeling van andere klachten als steunbewijs kunnen dienen.

Op 28 april 2016 hebben de Voorzitter van de Nederlandse Bisschoppenconferentie en de Voorzitter van de Konferentie Nederlandse religieuzen mij een brief doen toekomen met daarbij hun reactie op de artikelen in het NRC-handelsblad. Ik zend u hierbij een afschrift van deze brief1.

Monitorrapportage

De heer Deetman heeft aan de Voorzitter van de Bisschoppenconferentie en de Voorzitter van de Konferentie Nederlandse religieuzen laten weten zo spoedig mogelijk over de resultaten van de onderzoeken te zullen rapporteren in de monitorrapportage. De heer Deetman is thans doende de meer dan driehonderd schikkingen van ruim veertig bisdommen, ordes en congregaties in te zien en te bestuderen. Hij heeft aangegeven alles op alles te zetten om zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval voor het zomerreces de slotmonitor gereed te hebben met daarin ook zijn bevindingen over deze overeenkomsten. Alsdan worden ook de laatste klachten bij de Klachtencommissie behandeld.

Zodra de monitorrapportage is uitgebracht zal ik u een nadere reactie doen toekomen alsmede de door u in uw brief van 24 maart 2016 gestelde vragen beantwoorden.

Berichtgeving Argos

Ik heb kennis genomen van de berichtgeving in het radioprogramma Argos, onder andere over hetgeen tijdens een bespreking op 30 maart 2012 tussen bestuursleden van de slachtofferorganisatie KLOKK en de heer Deetman zou zijn voorgevallen. In een schriftelijke reactie hierop, die is gepubliceerd op de website van de voormalige onderzoekscommissie (www.onderzoekrkk.nl), neemt de heer Deetman afstand van de bewering dat slachtoffers zouden zijn aangezet tot stellingname tegen een parlementaire onderzoek. De heer Deetman geeft in deze reactie aan dat tijdens het gesprek op 30 maart 2012 de vraag voorlag of KLOKK, na een aantal publicaties over het rapport en de heer Deetman, vertrouwen had in Deetman om door te gaan met een vervolgonderzoek en de monitoring van de uitvoering van de aanbevelingen door de Rooms Katholieke Kerk. Ook wordt aangegeven dat de steunbetuiging van KLOKK in het persbericht van 2 april 2012 waarin de lotgenotengroepen hun steun uitspreken voor commissie Deetman in dit licht moet worden gezien. Het VPKK heeft verder naar aanleiding van de uitzending op haar Facebookpagina op 1 mei jl laten weten dat de reden om niet voor een parlementair onderzoek te kiezen was gebaseerd op inhoudelijke argumenten en niet vanwege uitgeoefende druk van de zijde van Deetman.

Ik zie geen aanleiding voor mij om verder inhoudelijk op deze berichtgeving in te gaan.

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur