Kamerstuk 34256-10

Eindrapport NCKO pedagogische kwaliteit ouderparticipatiecrèches (opc’s)

Dossier: Wijziging van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen in verband met het opnemen van nadere regels voor ouderparticipatiecrèches

Gepubliceerd: 4 april 2017
Indiener(s): Lodewijk Asscher (viceminister-president , minister sociale zaken en werkgelegenheid) (PvdA)
Onderwerpen: gezin en kinderen sociale zekerheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34256-10.html
ID: 34256-10

Nr. 10 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 april 2017

Om meer inzicht te verkrijgen in de pedagogische kwaliteit van de ouderparticipatiecrèches (opc’s) heb ik opdracht gegeven aan het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NCKO) tot het verrichten van wetenschappelijk onderzoek naar de kwaliteit van opc’s. Op 2 december jl. heb ik u de eerste onderzoeksresultaten doen toekomen en deze toegelicht in een begeleidende brief.1

Nu het onderzoek geheel is afgerond, informeer ik u middels deze brief over de eindresultaten hiervan2. De onderzoekers hebben een vergelijking gemaakt tussen de pedagogische kwaliteit van opc’s, en die van kinderdagverblijven in dezelfde buurten.

Kernconclusie van het definitieve onderzoeksrapport is dat de kwaliteit van de opc’s relatief goed is, maar dat kinderdagverblijven in de buurt gemiddeld iets beter scoren dan de opc’s in termen van pedagogische kwaliteit.

Resultaten onderzoek pedagogische kwaliteit bestaande opc’s

Het onderzoek is uitgevoerd bij de 7 bestaande opc’s. Deze zijn gevestigd in Utrecht en Amsterdam. Uit de eerste onderzoeksresultaten is gebleken dat de kwaliteit van de opc’s relatief goed is, ondanks het feit dat ze niet aan alle kwaliteitseisen voldoen. De onderzoekers geven enkele verklaringen hiervoor.

Factoren die bijdragen aan de relatief goede pedagogische kwaliteit van de opc’s (gemeten ten opzichte van een brede kwaliteitsmeting in 2012) zijn de hoge opleiding van vrijwel alle «draaiers» (ouders die op de opc-groep staan), de geringe omvang van de groepen kinderen en de relatief hoge leeftijd van de kinderen.

Uit een actuele en directe vergelijking tussen draaiers en pedagogisch medewerkers van kinderdagverblijven uit de buurt blijkt het volgende:

  • In termen van pedagogische kwaliteit is een klein verschil zichtbaar ten gunste van de kinderdagverblijven.

  • De pedagogische kwaliteit is gelijkwaardig voor structureren en grenzen stellen, praten en uitleggen, ontwikkelingsstimulering en begeleiden van interacties.

  • Pedagogisch medewerkers in kinderopvangorganisaties zijn iets sterker dan draaiers bij sensitieve responsiviteit en respect voor autonomie.

  • Pedagogisch medewerkers zijn sterker in de reguliere kinderopvang als het gaat om de ervaren relatie met het kind dan de opc’s, zowel voor de ervaren nabijheid als afhankelijkheid en conflict.

Reguliere kinderdagverblijven uit vergelijkbare wijken in Utrecht scoren gemiddeld iets beter dan de opc’s in termen van pedagogische kwaliteit. Deze kinderdagverblijven voldoen wel aan alle wettelijke kwaliteitseisen.

Conclusie

Gegeven de eindresultaten van het onderzoek zie ik geen aanleiding om mijn standpunt te wijzigen met betrekking tot het voorstel om alleen de 7 bestaande opc’s KOT toe te kennen, met een lager maximum tarief. Het bestaande wetsvoorstel3 zal ik daarom aanpassen middels een nota van wijziging, conform de lijn die ik aan u gecommuniceerd heb per brief op 2 december jl4. Ik streef ernaar de nota van wijziging komend najaar aan uw Kamer voor te leggen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher