Gepubliceerd: 15 mei 2015
Indiener(s): Stef Blok (minister zonder portefeuille ) (VVD), Edith Schippers (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (VVD)
Onderwerpen: organisatie en beleid verzekeringen zorg en gezondheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34203-3.html
ID: 34203-3

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

Algemeen

Inleiding

Aanleiding

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) wordt als ministerie omringd door een groot aantal organisaties dat een bijdrage levert aan de uitvoering, toezicht en beleidsontwikkeling in het zorgstelsel. Een aantal van die organisaties is zelfstandig bestuursorgaan met een eigen rechtspersoonlijkheid en maakt daardoor geen onderdeel uit van de rechtspersoon Staat der Nederlanden en daarmee ook niet van VWS. Voorbeelden van dergelijke zelfstandige bestuursorganen zijn de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), het CAK en het Zorginstituut Nederland (Zorginstituut). De taken van de zelfstandige bestuursorganen van VWS variëren van toezicht tot advisering en uitvoering. Bij de inwerkingtreding van de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn nieuwe taken ontstaan en gepositioneerd bij deze zelfstandig bestuursorganen. Het takenpakket van deze zelfstandige bestuursorganen heeft zich ten dele incrementeel ontwikkeld waarbij anno 2014 niet altijd de meest logische verdeling van taken meer bestaat. Om deze reden wordt een overheveling van taken van het Zorginstituut naar het CAK voorgesteld, zoals in de toelichting op de begroting van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor 2014 is gemeld1.

Zorginstituut en CAK

Het Zorginstituut kent een verscheidenheid van taken gericht op het vaststellen van goede zorg (kwaliteit), advisering over het verzekerde pakket, beheer van het Fonds langdurige zorg (Flz) en het Zorgverzekeringsfonds (Zvf) en de uitvoering van regelingen voor specifieke groepen burgers: verzekeringsplichtige onverzekerden, gemoedsbezwaarden, missionarissen, wanbetalers en de verdragsgerechtigden; de zogenoemde burgerregelingen.

Sinds 1 april 2014 heeft het Zorginstituut er een aantal nieuwe taken op het gebied van kwaliteit, innovatie en zorgberoepen en opleidingen bij gekregen.

De aandacht is daardoor primair gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland. Daarnaast voert het Zorginstituut ook een regeling uit die gerelateerd zijn aan de vorengenoemde burgerregelingen. Het betreft de verstrekking van bijdragen aan zorgverzekeraars voor verzekerden die een bestuursrechtelijke premie aan dat instituut en geen premie aan hun zorgverzekeraar betalen.

De genoemde burgerregelingen en de extra bijdrage voor zorgverzekeraars voor verzekerden die een bestuursrechtelijke premie betalen, zijn typische uitvoeringsregelingen met veelvuldig klantcontact en forse ICT-ondersteuning en sluiten niet meer aan bij de overige (nieuwe) werkzaamheden van het Zorginstituut.

Ook ontbreken er schaalvoordelen die bij de uitvoering van dergelijke administratieve werkzaamheden behaald kunnen worden. Tot slot heeft de burger op dit moment te maken met verschillende uitvoeringsorganisaties en ontbreekt één helder aanspreekpunt in de zorg.

Het CAK heeft als organisatie veel ervaring met de uitvoering van regelingen voor burgers. Het CAK werkt continu met regelingen voor grote doelgroepen, bijbehorende ICT-systemen en veelvuldige contacten met burgers. Bekende voorbeelden van burgerregelingen die het CAK reeds uitvoert zijn de heffing en inning van de eigen bijdragen voor de Wet langdurige zorg (Wlz) en van de eigen bijdragen voor de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).

Voorstel taakherschikking Zorginstituut en CAK

VWS heeft, gezien het voorgaande, met het Zorginstituut en het CAK overleg gevoerd om een andere ordening aan te brengen in de diffuse taakverdeling bij die zelfstandige bestuursorganen. Dit heeft geleid tot een voorstel om de eerdergenoemde burgerregelingen en de twee daaraan gerelateerde regelingen onder te brengen bij het CAK. De beide organisaties stemmen in met het voorstel. Het CAK kan zich daarmee verder gaan ontwikkelen tot het administratieve loket van de zorg. Hierdoor is de verwachting dat een nog hoger serviceniveau voor de burger haalbaar is en dat de uitvoering door schaalvoordelen nog doelmatiger kan. Door bundeling van deze taken kunnen informatiestromen naar burgers worden geclusterd en processen beter op elkaar worden aangesloten.

Door de overheveling van de eerdergenoemde burgerregelingen en de verlening van de extra bijdrage aan zorgverzekeraars voor verzekerden die een bestuursrechtelijke premie betalen, daalt voor het Ministerie van VWS de complexiteit in de sturing van en het toezicht op deze organisaties. Hiermee zijn ook deze organisaties gebaat.

Dit wetsvoorstel zorgt voor de benodigde wijzigingen van formele wetten om de voorgenomen taakherschikking te realiseren. Het wetsvoorstel moet bijdragen aan een meer logische ordening van taken per organisatie. De uitvoering moet minstens het niveau behouden dat het had en bezien moet worden of er verbeteringen mogelijk zijn. Eén administratief loket in de zorg moet de uitvoering voor de burger in ieder geval overzichtelijker maken. Eventuele investeringen die gedaan worden, dienen afgewogen te worden ten opzichte van de verbeteringen die worden behaald voor de burger. Het streven is immers ook om de uitvoering waar mogelijk op termijn doelmatiger te maken.

Het wetsvoorstel bevat naast de taakoverheveling geen inhoudelijke wijzigingen van de regelingen voor zorgverzekeraars en burgers. Voor de volledigheid worden de over te hevelen taken hieronder kort belicht.

De van het Zorginstituut naar het CAK over te hevelen taken

1. Maatregelen gericht op verzekering van onverzekerde verzekeringsplichtigen

Iedereen die verzekerd is voor de Wlz, is in principe verzekeringsplichtig voor de Zvw. Als een verzekeringsplichtige zich niet heeft verzekerd wordt hij door bestandsvergelijking opgespoord. Als een verzekeringsplichtige zich na herhaaldelijk aanschrijven en boeteoplegging door het Zorginstituut niet heeft verzekerd, wordt hij ambtshalve bij een verzekeraar ondergebracht en wordt gedurende een jaar bestuursrechtelijke premie geheven en geïnd door het Zorginstituut. De Sociale verzekeringsbank (SVB) stelt in opdracht van het Zorginstituut een bestand op van onverzekerde verzekeringsplichtigen. Die zelfstandige bestuursorganen hebben daarvoor een bewerkersovereenkomst gesloten. De SVB zal ook na de taakoverheveling het bestand van onverzekerde verzekeringsplichtigen opstellen. De werkzaamheden van het SVB wijzigen met uitzondering van de verandering van de opdrachtgever niet. De SVB zal hiervoor met het CAK een bewerkersovereenkomst sluiten. De SVB en het Zorginstituut zullen hun overeenkomst voor het opstellen van het bestand van onverzekerde verzekeringsplichtigen beëindigen.

De uitvoering door het Zorginstituut is thans geregeld in paragraaf 2.4 van de Zvw.

2. Maatregelen gericht op wanbetalers

In de Zvw zijn bepalingen opgenomen voor verzekerden die in gebreke blijven de nominale premie aan de zorgverzekeraar te betalen. Wanbetalers die langer dan zes maanden hun premie niet hebben betaald, worden door de zorgverzekeraar aangemeld bij het Zorginstituut. Het Zorginstituut heft en int dan een bestuursrechtelijke premie van de wanbetaler ter vervanging van de nominale premie. Deze bestuursrechtelijke premie wordt vervolgens zoveel mogelijk via het principe van bronheffing ingehouden op het inkomen van de wanbetaler. Indien bronheffing niet mogelijk is, vinden er incassoactiviteiten plaats. Het Zorginstituut heft de bestuursrechtelijke premie totdat de wanbetaler door de zorgverzekeraar wordt afgemeld. De uitvoering door het Zorginstituut is thans geregeld in afdeling 3.3.2 van de Zvw. Een verzekerde die een bestuursrechtelijke premie aan het Zorginstituut moet betalen blijft verzekerd bij zijn zorgverzekeraar. Het Zorginstituut verleent ter compensatie een bijdrage aan de zorgverzekeraar ten laste van het Zfv.

3. Verdragsbijdrage van de verdragsgerechtigden

Personen die in een verdragsstaat wonen en een Nederlands pensioen of uitkering genieten of gezinsleden van in Nederland werkende grensarbeiders zijn, kunnen aanspraak maken op medische zorg in dat land ten laste van Nederland. Het Zorginstituut heft en int daarvoor een verdragsbijdrage van de verdragsgerechtigde. Het Zorginstituut houdt de verdragsbijdrage van een verdragsgerechtigde die een Nederlands pensioen of Nederlandse uitkering ontvangt, in op dat pensioen dan wel die uitkering. De uitvoering door het Zorginstituut is thans geregeld in artikel 69 van de Zvw.

4. Regeling voor gemoedsbezwaarden

Gemoedsbezwaarden zijn personen die op grond van hun geloofsovertuiging bezwaar hebben tegen elke vorm van verzekering. Een gemoedsbezwaarde kan bij de SVB ontheffing van de premieplicht aanvragen voor zowel de volksverzekeringen als de werknemersverzekeringen. De Zvw bepaalt dat een gemoedsbezwaarde die ontheffing van de SVB heeft gekregen geen zorgverzekering hoeft af te sluiten. De gemoedsbezwaarde betaalt een bijdragevervangende belasting die ten behoeve van de gemoedsbezwaarde op individueel niveau wordt beheerd door het Zorginstituut. Ten laste van dit «spaartegoed» kunnen gemoedsbezwaarden kosten voor curatieve zorg declareren. Van het resterend bedrag wordt jaarlijks de helft in het Zvf gestort. Het restant blijft staan ter beschikking van de gemoedsbezwaarde voor een volgend jaar. De uitvoering door het Zorginstituut is thans geregeld in artikel 70 van de Zvw.

6. Overgangsregelingen

6.1 Missionarissenregeling

De circa 700 missionarissen die op 31 december 2005 in een niet-verdragsstaat woonden kunnen op grond van de missionarissenregeling tijdens verblijf in Nederland een vergoeding van het Zorginstituut krijgen voor ziektekosten waarop zij aanspraak hebben indien ze een zorgverzekering zouden hebben gesloten2. De uitvoering door het Zorginstituut is geregeld in artikel 2.2.5 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet. Het aantal personen dat gebruik maakt van de missionarissenregeling is afgenomen en zal blijven afnemen.

6.2 Overgangsregeling bij de opheffing vrijwillige AWBZ

Met de overgangsregeling bij de opheffing vrijwillige AWBZ kunnen de 2004 personen die op 31 december 2005 vrijwillig verzekerd waren voor de AWBZ en zorg in het buitenland genoten die ingevolge de regelgeving van de Algemene Wet Bijzonder Ziektekosten (AWBZ) werd vergoed, deze vergoeding behouden3. Het Zorginstituut verleent deze vergoeding voor de kosten van zorg in het buitenland. De uitvoering door het Zorginstituut is geregeld in de artikelen 3.1.2 tot en met 3.1.4 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet. Het aantal personen dat gebruik maakt van de overgangsregeling bij de opheffing vrijwillige AWBZ is afgenomen en zal blijven afnemen.

Ingang tijdstip taakoverheveling

Het onderhavige wetsvoorstel bevat de benodigde wijzigingen van de formele wetten voor de taakoverheveling. Het onderhavige wetsvoorstel treedt nadat het wet is geworden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking. Het streven van de regering is om dit tijdstip op 1 januari 2016 vast te stellen. De voorgenomen taakoverheveling krijgt grotendeels haar beslag met de inwerkingtreding van de wet. De overheveling van de taak als verbindingsorgaan in het kader van de Europese basisverordening en toepassingsverordening voor de sociale zekerheid en de bilaterale verdragen inzake de sociale zekerheid vereist de intrekking van de aanwijzing van het Zorginstituut gevolgd door de aanwijzing van het CAK als verbindingsorgaan4. De intrekking van de aanwijzing van het Zorginstituut en de aanwijzing van het CAK als verbindingsorgaan geschiedt door de Minister. De intrekking van de aanwijzing van het Zorginstituut en de aanwijzing van het CAK treden op hetzelfde tijdstip als de wet in werking.

Bij deze overheveling van taken geldt de voorwaarde dat burgers hier geen hinder van mogen ondervinden en dat bij voorkeur verbetering plaatsvindt. Ook voor de keten is het streven om een ongestoorde overgang van taken te organiseren.

Verwerking persoonsgegevens

Privacy Impact Assesment (PIA)

Voor de uitvoering van de bovengenoemde regelingen wordt gebruik gemaakt van persoonsgegevens. Dit betekent dat het CAK aanvullend op het huidige takenpakket persoonsgegevens gaat verwerken ten behoeve van de naar hem over te hevelen taken. Het Zorginstituut verwerkt thans die persoonsgegevens voor die taken. De taakoverheveling leidt niet tot de verwerking van meer persoonsgegevens of tot verdere verwerking van persoonsgegevens voor de over te hevelen taken.

Het CAK heeft een Privacy Impact Assessment (PIA) uitgevoerd over de gevolgen van de overheveling van taken op het terrein van de bescherming van persoonsgegevens.

Uit de PIA kwamen een in verband met voorgenomen taakoverheveling een aantal aandachtspunten naar voren. Bij de eenmalige overheveling van bestanden bestaat enig risico op het punt van de integriteit en de beschikbaarheid van persoonsgegevens. Gewaarborgd moet worden dat gegevens beschikbaar blijven en in goede staat in bezit bij het CAK komen. Ook mag de continuïteit van de processen niet in het geding komen. Zowel het CAK als het Zorginstituut werken hard aan een zorgvuldige overheveling van persoonsgegevens in gezamenlijke werkgroepen.

Het CAK verwerkt ook nu al persoonsgegevens ten behoeve van de regelingen van de eigen bijdragen voor de Wlz en de Wmo 2015, de AWBZ en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Door het voeren van meerdere administraties voor de uitvoering van burgerregelingen wordt in theorie de mogelijkheid van het maken van koppelingen tussen de bestanden voor de afzonderlijke regelingen vergroot. Gewaarborgd dient te worden dat het CAK de administraties voor de betreffende burgerregelingen technisch en organisatorisch gescheiden voert, zodanig dat koppeling niet mogelijk is. Het onderhavige wetsvoorstel voorziet in bepalingen voor doelbinding in de Zvw en de Invoerings- en aanpassingswet Zvw. De bepalingen voor de doelbinding zijn ontleend aan artikel 5.1.3 van de Wmo 2015. Het CAK mag alleen persoonsgegevens verwerken die noodzakelijk zijn voor de betrokken taak. Dit impliceert dat die persoonsgegevens alleen worden gebruikt voor de betrokken taak. In die bepalingen is ook neergelegd dat het CAK de verantwoordelijke in de zin van de Wbp, voor de verwerking van persoonsgegevens. De verantwoordelijke stelt het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vast.

Het onderhavige wetsvoorstel legt bepalingen voor doelbinding neer in:

  • a. artikel 9a Zvw (maatregelen gericht op onverzekerden);

  • b. artikel 18g Zvw (maatregelen gericht op wanbetalers);

  • c. artikel 69 Zvw (verdragsbijdrage van verdragsgerechtigden);

  • d. artikel 70 Zvw (regeling voor gemoedsbezwaarden);

  • e. artikel 2.2.5 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet (missionarissenregeling), en

  • f. artikel 3.1.4 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet (overgangsregeling bij opheffing vrijwillige AWBZ).

Het onderhavige wetsvoorstel regelt in artikel 70 van de Zvw en de artikelen 2.2.5 en 3.1.4 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet dat te verwerken persoonsgegevens ook persoonsgegevens betreffende de gezondheid betreffen.

Te verwerken persoonsgegevens

Het CAK zal, net zoals nu het Zorginstituut, voor alle over te hevelen burgerregelingen en de verlening van de extra bijdrage aan zorgverzekeraars voor verzekerden die een bestuursrechtelijke premie betalen, gebruik maken van het burgerservicenummer, ter identificatie van de betreffende burgers. Het CAK kan op basis van artikel 10 van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer (Wabb), gebruik maken van dat nummer bij de uitvoering van de burgerregelingen en de regeling voor de extra bijdrage aan zorgverzekeraars, voor verzekerden die een bestuursrechtelijke premie betalen. Het CAK is namelijk een overheidsorgaan als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, 1°, van de Wabb, omdat het ingevolge artikel 6.1.1. eerste lid, van de Wlz, krachtens publiekrecht ingesteld. Op basis het onderhavige wetsvoorstel vormen de burgerregelingen en de daaraan gerelateerde taak tot het verlenen van een extra bijdrage aan zorgverzekeraars, een publiekrechtelijke taak van het CAK. Die publiekrechtelijke taken zijn, neergelegd in de Zvw en in de Aanpassings- en invoeringswet Zorgverzekeringswet. Het bovenstaande geldt thans evenzeer voor het Zorginstituut dat ingevolge artikel 58, eerste lid, van Zvw, krachtens publiekrecht is ingesteld.

Het CAK zal, net zoals nu het Zorginstituut, gebruik maken van bijzondere persoonsgegevens voor de uitvoering van de taken de regeling voor gemoedsbezwaren, van de missionarissenregeling en de overgangsregeling bij de opheffing van de vrijwillige AWBZ. Het betreft hier de persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid. Het CAK verwerkt dergelijke persoonsgegevens nu al voor de heffing van de eigen bijdragen voor de Wlz, de Wmo 2015, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Het gaat bij die eigen bijdragen om bijzondere persoonsgegevens van veel meer burgers dan bij de naar het CAK over te hevelen burgerregelingen en taken. Het CAK zal, net zoals nu het Zorginstituut, de persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid voor de uitvoering van de regeling voor de gemoedsbezwaren, de missionarissenregeling en de regeling voor de overgangsregeling bij de opheffing van de vrijwillige AWBZ via de betrokken burger ontvangen. De betrokken burger doet immers een verzoek voor vergoeding van met name genoemde medische kosten ten laste van zijn «spaartegoed», het Zvf dan wel het Flz. Het CAK zal, net zoals nu het Zorginstituut, inkomensgegevens verwerken ten behoeve van de heffing van de verdragsbijdrage van de verdragsgerechtigden. Het CAK zal, net zoals nu het Zorginstituut, voor de uitvoering van de maatregelen voor wanbetalers bij de invordering van niet-betaalde schulden, financiële informatie verwerken. Het betreft hier het gegeven van de aanmelding van de betrokken burger als wanbetaler door zijn zorgverzekeraar en de melding van feiten op basis waarvan de betrokken burger informatie buiten de regeling voor wanbetalers valt. De burger behoeft dan geen bestuursrechtelijke premie meer te betalen5. Bij de invordering van niet aan het CAK betaalde (restschulden) zal het CAK, net zoals thans het Zorginstituut, inkomensinformatie en andere financiële informatie gebruiken om de hoogte van een afbetalingsregeling vast te stellen. Het CAK verwerkt thans ook inkomensgegevens in het kader van de eigen bijdragen Wlz en Wmo 2015 en laat deze zo mogelijk verrekenen met de AOW-uitkeringen van de SVB. Het gaat bij die eigen bijdragen om bijzondere persoonsgegevens van veel meer burgers dan bij de over te hevelen burgerregelingen en taken.

EVRM

De verwerking van persoonsgegevens door het CAK voor de over te hevelen burgerregelingen en de taak als verbindingsorgaan vormt een inperking op het respect voor het privéleven van de betrokken burger. Artikel 8, tweede lid, van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) bepaalt dat de inperking:

  • bij de wet is voorzien;

  • een in dat lid genoemd belang dient, en

  • noodzakelijk is in een democratische samenleving.

De vereiste noodzakelijkheid in een democratische samenleving houdt in dat:

  • de inperking voorziet in een dringende maatschappelijke behoefte

  • de inperking geschikt is om het te dienen belang te realiseren, en

  • de inperking voldoet aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit.

De inperking is door de regeling in de Zorgverzekeringswet en in de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet, bij de wet voorzien. De inperking dient het belang van het economisch welzijn van Nederland, in het bijzonder het evenwicht van het zorgstelstel, een artikel 8, tweede lid, van het EVRM, genoemd belang. De inperking is noodzakelijk in een democratische samenleving omdat het voorziet in de dringende maatschappelijke behoefte van een goede uitvoering van de over te hevelen burgerregelingen.

Een goede uitvoering van de bovenbedoelde regelingen vereist dat het CAK de betrokken burgers kan identificeren. Een goede uitvoering van de regeling van de verdragsbijdrage maakt het noodzakelijk dat het CAK beschikt over inkomensgegevens. De aanspraken op grond van de regeling voor gemoedsbezwaarden, de missionarissenregeling en de overgangsregeling opheffing vrijwillige AWBZ, zijn afhankelijk van de gezondheidstoestand van de betrokken burger. Dit betekent dat het CAK voor de uitvoering van de voornoemde regeling moet beschikken over de persoonsgegevens betreffende de gezondheid van de betrokken burgers. De inperking op het recht op respect voor zijn privéleven is derhalve geschikt om het economisch welzijn in het algemeen en de goede uitvoering van de bovengenoemde regelingen in het bijzonder, te realiseren. Een goede uitvoering van de bovengenoemde regelingen is zonder de inperking niet te realiseren. Het CAK gaat bij de over te hevelen burgerregelingen alleen over tot verwerking van inkomensgegevens indien en voor zover die noodzakelijk is voor de uitvoering van één of meer van die regelingen. Er is sprake van noodzakelijkheid bij de heffing van de verdragsbijdrage van de verdragsgerechtigden en de regeling voor wanbetalers. Het CAK gaat bij de over te hevelen burgerregelingen en de taak als verbindingsorgaan alleen over tot verwerking van persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid indien en voor zover die noodzakelijk is voor de uitvoering van één of meer van die regelingen of taak. Er is sprake van noodzakelijkheid bij de uitvoering van de regeling voor gemoedsbezwaarden, de missionarissenregeling en de overgangsregeling opheffing vrijwillige AWBZ. De inperking voldoet gezien het bovenstaande aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit.

Wbp

Het CAK gebruikt de persoonsgegevens van de betrokken burgers voor de uitvoering van de van het Zorginstituut over te hevelen burgerregelingen en de taak als verbindingsorgaan. Het betreft hier de gegevensverwerking die noodzakelijk is voor de goede vervulling van publieke taken door het CAK.

De verwerking van de persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid is noodzakelijk voor de goede uitvoering van:

  • a. de regeling voor de gemoedsbezwaarden;

  • b. de missionarissenregeling, en

  • c. de overgangsregeling bij de opheffing vrijwillige AWBZ.

De bovenbedoelde regelingen voorzien namelijk in aanspraken die afhankelijk zijn van de gezondheidstoestand van de betrokken burger. De inperkingen van het recht op respect voor het privéleven dienen te voldoen aan de eisen aan subsidiariteit en proportionaliteit6. Bij de toetsing aan het EVRM is aangegeven dat de inperkingen op grond van de burgerregelingen voldoen aan die eisen. De bovenbedoelde verwerking van de persoonsgegevens is toegestaan op grond van artikel 8, onderdeel e van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en voor wat betreft de persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid, tevens op grond van artikel 21, eerste lid, onderdeel f, 1▫, van de Wbp.

Het onderhavige wetsvoorstel continueert de omvang en aard van de verwerking van persoonsgegevens die het Zorginstituut thans verricht door het CAK. Omdat het CAK voor verwerking van persoonsgegevens slechts in de plaats treedt van het Zorginstituut, voorziet het onderhavige wetsvoorstel ook niet in meer verantwoordelijken in de zin van Wbp. Het CAK zal net als thans het Zorginstituut bijzondere persoonsgegevens betreffende de gezondheid verwerken ten behoeve van de uitvoering van de regeling voor de gemoedsbezwaarden, de missionarissenregeling en de overgangsregeling bij de opheffing van de vrijwillige AWBZ. Het CAK zal net als thans het Zorginstituut die bijzondere persoonsgegevens via de betrokken burger ontvangen.

Zoals blijkt uit de PIA bestaat door het voeren van meerdere administraties zou voor de uitvoering van burgerregelingen door het CAK in de toekomst de mogelijkheid kunnen ontstaan van het maken van koppelingen tussen de bestanden voor de afzonderlijke regelingen. Om bestendig te verduidelijken dat hiervan geen sprake kan zijn, voorziet het onderhavige wetsvoorstel in verband daarmee in bepalingen voor doelbinding in de Zvw en in de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet. Het CAK mag alleen persoonsgegevens verwerken die noodzakelijk zijn voor de betrokken taak. Dit impliceert dat die persoonsgegevens alleen worden gebruikt voor de betrokken taak. De bepalingen voor de doelbinding zijn ontleend aan artikel 5.1.3 van de Wmo 2015.

Het onderhavige wetsvoorstel is gezien het bovenstaande en artikel 51, tweede lid, van de Wbp, niet ter advisering voorgelegd aan het College bescherming persoonsgegevens.

Administratieve lasten voor het bedrijfsleven en de burger

Het onderhavige wetsvoorstel heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten van het bedrijfsleven en de burger.

Gevolgen voor de Rijksbegroting en exploitatiesaldo Zfv

Het onderhavige wetsvoorstel heeft geen gevolgen voor de Rijksbegroting of het exploitatiesaldo van het Zvf.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdelen B tot en met E (artikelen 9a tot en met 9d van de Zvw).

De wijzigingen van de bovenbedoelde artikelen bewerkstelligen dat de wettelijke taken van het Zorginstituut op het gebied van de maatregelen gericht op de verzekering voor de Zvw van onverzekerden, overgaan naar het CAK. De wijziging van artikel 9d, zevende lid, betreft het herstel van een onjuiste verwijzing.

Artikel I, onderdelen F tot en met J (artikelen18c tot en met 18g van de Zvw)

De wijzigingen van de bovenbedoelde artikelen bewerkstelligen dat de wettelijke taken van het Zorginstituut op het gebied van de heffing en inning van de bestuursrechtelijke premie, overgaan naar het CAK.

Artikel I, onderdeel K (artikel 34a van de Zvw)

Het gewijzigde artikel 34a van de Zvw bepaalt dat de taak van de verstrekking van de extra bijdrage aan zorgverzekeraars voor wanbetalers naar het CAK overgaat.

Het vervallen van het vierde lid hangt samen met het feit dat de verstrekking van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraars een taak blijft van het Zorginstituut omdat dat instituut het Zorgverzekeringsfonds beheert. De verstrekking van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraars is geen burgerregelingen en heeft anders dan de bijdrage op grond van artikel 34a ook geen relatie met een burgerregeling.

Artikel I, onderdeel K (Artikel 35 van de Zvw)

Het CAK maakt voor zijn taken op grond van de Zvw gebruik van de verzekerdenadministratie van het Zorginstituut, te weten de burgerservicenummers en de zorgverzekeraars van de verzekerden. Het CAK gebruikt niet de in de verzekerdenadministratie opgenomen persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid omdat het die langs andere weg krijgt. Het CAK gebruikt de persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid voor de uitoefening van regeling voor gemoedsbezwaarden. Het CAK krijgt die persoonsgegevens van de belanghebbende. Op basis van artikel 70, vijfde lid, van de Zvw, worden slechts uitkeringen gedaan voor verleende zorg, op verzoek van de gemoedsbezwaarde voor wie de rekening in stand wordt gehouden. Het CAK heeft persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid ook nodig voor de uitoefening van de taken als verbindingsorgaan. Het CAK ontvangt die gegevens van verbindingsorganen in andere verdragsstaten. Het CAK heeft de persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid ook nodig voor de uitvoering van de missionarissenregeling en overgangsregeling bij de opheffing van de vrijwillige AWBZ. Het CAK krijgt in dat geval die gegevens van de belanghebbende bij de aanvraag om vergoeding van gemaakte zorgkosten.

Artikel I, onderdeel M (artikel 37 van de Zvw)

De NZa stuurt de financiële jaarstukken van de zorgverzekeraar op basis van de voorgestelde wijziging ook aan het CAK. Het CAK gebruikt die stukken voor de controle op de uitvoering van de wanbetalersregeling.

Artikel I, onderdelen N tot en met P (Paragraaf 6.2 en de artikelen 69 en 70 van de Zvw)

De aanpassing van het opschrift van paragraaf 6.2 van de Zvw hangt samen met de voorgestelde wijzigingen van de artikelen 69 en 70 van de Zvw. De wijziging van artikel 69 bewerkstelligt dat de taken met betrekking tot de verdragsgerechtigden overgaan naar het CAK. De voorgestelde wijziging van artikel 70 voorziet in de overgang van de taken ten aanzien van de gemoedsbezwaarden naar het CAK.

Artikel I, onderdelen Q tot en met T (artikelen 88 tot en met 91 van de Zvw)

De reikwijdte van de bovenbedoelde artikelen wordt uitgebreid tot het CAK in verband met zijn nieuwe taken die op grond van de Zvw worden opgedragen.

Artikel I, onderdeel U (artikel 92 van de Zvw)

De zorgverzekeraars maken op basis van de voorgestelde wijzigingen voor het gegevensverkeer met het CAK ook gebruik van de elektronische infrastructuur die wordt gebruikt voor het gegevensverkeer tussen zorgverzekeraars en het Zorginstituut. Dat instituut kan regels stellen over het gebruik van die infrastructuur.

Artikel I, onderdeel V (artikel 93 van de Zvw)

Het CAK valt op basis van de voorgestelde wijziging binnen de reikwijdte van dat artikel. Dit vloeit voort uit de nieuwe taken van het CAK die van het Zorginstituut naar hem overgaan.

Artikel II (artikel 6.1.2 van de Wlz)

De taakomschrijving van het CAK is uitgebreid met de taken die op basis van het onderhavige wetsvoorstel van het Zorginstituut naar hem overgaan.

Artikel III (artikelen 2.2.5. en 3.1.4 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet)

De wijzigingen van de artikelen 2.2.5 en 3.1.4 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet, vloeien voort uit de overgang van de missionarissenregeling en de overgangsregeling bij de opheffing vrijwillige AWBZ van het Zorginstituut naar het CAK.

Artikel IV (artikel 5 van de Wet op de zorgtoeslag)

De voorgestelde wijziging van het bovenbedoelde artikel vloeit voort uit overgang van de heffing en inning van de bestuursrechtelijke premie van het Zorginstituut naar het CAK.

Artikel V (artikel 17 van de Wet marktordening gezondheidszorg)

Op basis van de voorgestelde wijziging maakt de NZa ook met het CAK afspraken over de aangelegenheden van wederzijds belang en het daarvoor verzamelen van informatie. Door de uitbreiding van de bij de Zvw opgedragen taken van het CAK, bestaat er reden voor het maken van dergelijke afspraken.

Artikel VI, onderdeel A (artikel 90 van de Wet financiering sociale verzekeringen)

In het tweede lid, onderdeel h, van artikel 90 van de Wet financiering sociale verzekeringen is nog steeds het College zorgverzekeringen vermeld in plaats van het Zorginstituut. De voorgestelde wijziging corrigeert dit.

Artikel VI, onderdeel B (artikelen 123 en 124 van de Wet financiering sociale verzekeringen)

Het CAK wordt op basis van de voorgestelde wijzigingen in verband met zijn nieuwe bij de Zvw opgedragen taken, partij bij de in de bovengenoemde artikelen geregelde samenwerking en gegevensuitwisseling.

Artikelen VII (artikelen 34 en 54 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen)

Aangezien een aantal bij de Zvw opgedragen taken op basis van het onderhavige wetsvoorstel overgaan van het Zorginstituut naar het CAK, geschiedt de verwerking door de SVB van buitenlandse gegevens ook voor de uitoefening van die taken door het CAK. De wijziging van artikel 54, derde lid, onderdeel o, betreft een aanpassing aan het vervallen van de AWBZ en de inwerkingtreding van de Wlz.

Artikelen VIII tot en met X (sociale zekerheidswetten)

De voorgestelde wijziging van de sociale zekerheidswetten vloeien voort uit overgang van de heffing en inning van de bestuursrechtelijke premie en/of van de verdragsbijdrage van het Zorginstituut naar het CAK.

Artikel XI (bijlage 2 van de Algemene wet bestuursrecht)

De bovenbedoelde bijlage wordt in de eerste plaats aangepast aan de overgang van taken van het Zorginstituut naar het CAK. De afzonderlijke vermelding van artikel 34a van de Zvw, bewerkstelligt dat een zorgverzekeraar tegen een besluit van het CAK omtrent de extra bijdrage voor wanbetalers, beroep kan instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De bovenbedoelde bijlage wordt in de tweede plaats aangepast op het punt van de rechtsbescherming tegen besluiten van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) inzake de tijdelijke subsidies voor zorginfrastructuur en kapitaallasten op grond van de artikelen 11.4.1 en 11.4.2 van de Wlz. De bovenbedoelde aanpassing bewerkstelligt dat tegen de bedoelde besluiten beroep kan worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Dat college is met uitzondering van de besluiten inzake bestuurlijke boeten de beroepsinstantie voor besluiten van de NZa op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg. De tijdelijke subsidies betreffen aangelegenheden die tot 1 januari 2015 onder de Wet marktordening gezondheidszorg en onder de competentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vielen.

Artikel XII (overgangsbepaling)

Bij de uitvoering van de burgerregelingen zijn circa 350 medewerkers betrokken. Bij overheveling van taken zijn de consequenties voor het personeel beperkt: de medewerkers kunnen hun werk volgen (geen verval van functies). De overgang, met inbegrip van de gevolgen van de gewijzigde standplaats, wordt geregeld in het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) en door het Zorginstituut nader uitgewerkt in een sociaal plan. Het eerste lid van het bovenbedoelde artikel zorgt ervoor dat de personen die door het Zorginstituut als ambtenaar zijn aangesteld en werkzaam waren ten behoeve van de burgerregelingen bij overgang naar het CAK hun ambtelijke status behouden. Het CAK stelt die persoon als ambtenaar aan en sluit dus met die persoon geen arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

De rechtspositieregels in het ARAR blijven ingevolge het tweede lid gelden voor de personen die in verband met de overgang van de burgerregelingen van het Zorginstituut naar het CAK overgaan.

Het bovenbedoelde artikel zorgt ervoor dat de rechtspositie behoudens de standplaats, niet wijzigt.

Artikel XIII (overgangsbepaling)

Dit artikel regelt in de eerste plaats dat alle toekomstige bezwaar-en procedures op het gebied van de over te hevelen taken ook door het CAK worden gevoerd. Dit artikel regelt in de tweede plaats dat het CAK de beschikking geeft op aanvragen die bij het Zorginstituut zijn ingediend, voordat het onderhavige wetsvoorstel als wet in werking treedt. Het bovenbedoelde artikel regelt in derde plaats dat de lopende bezwaar- en beroepsprocedures met betrekking tot de over te hevelen taken overgaan van het Zorginstituut naar het CAK.

Artikel XIV (overgangsbepaling)

Artikel XIV, onderdeel 1, zorgt ervoor dat archiefbescheiden betreffende nog lopende zaken met betrekking tot de taken naar het CAK overgaan, door het Zorginstituut worden overgedragen. Het Zorginstituut kan archiefbescheiden betreffende zaken die wel zijn afgedaan, tijdelijk aan het CAK ter beschikking stellen. Na afloop van die terbeschikkingstelling keren de desbetreffende bescheiden terug naar het archief van het Zorginstituut.

Op basis van artikel XIV, onderdeel 2, treedt het CAK in de plaats van het Zorginstituut voor lopende verzoeken voor een onderzoek door de Nationale ombudsman dan wel lopende onderzoeken door de Nationale ombudsman met betrekking tot de taken die naar het CAK overgaan.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tekent deze memorie van toelichting mede namens de Minister voor Wonen en Rijksdienst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers