Kamerstuk 34002-107

Verslag van een algemeen overleg

Dossier: Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2015)

Gepubliceerd: 28 juli 2015
Indiener(s): Eric Wiebes (staatssecretaris financiƫn) (VVD)
Onderwerpen: belasting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34002-107.html
ID: 34002-107

Nr. 107 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 28 juli 2015

De vaste commissie voor Financiën heeft op 28 mei 2015 overleg gevoerd met Staatssecretaris Wiebes van Financiën over:

  • de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 20 februari 2015 houdende Reactie op het verzoek van het lid Bashir, gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van 10 februari 2015 over misbruik van fiscale voordelen groene projecten (Kamerstuk 34 002, nr. 97);

  • de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 12 november 2014 houdende Reactie op vragen van de leden Bashir en Groot tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan 2015 over de tijdelijke willekeurige afschrijving van schepen en het tonnageregime (Kamerstuk 34 002, nr. 53)

  • de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 11 november 2014 houdende Reactie op het verzoek van het lid Bashir om een brief naar aanleiding van het krantenartikel in het NRC Handelsblad van vrijdag 31 oktober 2014 met als titel «Strop voor fiscus, onderzoek naar investeringen in schepen» (Kamerstuk 34 002, nr. 73);

  • de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 2 maart 2015 inzake Verslag van een schriftelijk overleg over de tijdelijke willekeurige afschrijving van schepen en het tonnageregime (Kamerstuk 34 002, nr. 99);

  • de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 8 december 2014 houdende Reactie op het verzoek van het lid Bashir gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden d.d. 13 november 2014 inzake investeringen in asbestsanering en zonnepanelen (Kamerstuk 34 002, nr. 80);

  • de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 18 maart 2015 houdende Reactie op de brief over de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen;

  • de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 12 februari 2015 inzake Analyse vennootschapsbelasting-opbrengsten 2000–2011 (Kamerstuk 31 369, nr. 11);

  • de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 1 april 2015 houdende Antwoorden op vragen van de commissie over de analyse van de vennootschapsbelasting-opbrengsten in de periode 2000–2011 (Kamerstuk 31 369, nr. 13);

  • de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 16 september 2014 inzake Fiscale moties en toezeggingen aan de Tweede Kamer (Kamerstuk 34 000 IX, nr. 5);

  • de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 8 december 2014 houdende Antwoorden op vragen van de commissie over Fiscale moties en toezeggingen aan de Tweede Kamer (Kamerstuk 34 000 IX, nr. 11);

  • de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 16 december 2014 inzake Partnerbegrip fiscaliteit en toeslagen (Kamerstuk 34 002, nr. 81);

  • de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 23 januari 2015 inzake Technische appreciatie Belgisch verlaagd btw-tarief op digitale kranten (Kamerstuk 34 002, nr. 93);

  • de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 17 april 2015 houdende Verslag van een schriftelijk overleg over de technische appreciatie Belgisch verlaagd btw-tarief op digitale kranten (Kamerstuk 34 002, nr. 101);

  • de brief van de Minister van Financiën d.d. 16 februari 2015 inzake Onderzoeksopzet van de drie beleidsdoorlichtingen (Belastingen, Buitenlandse Financiële Betrekkingen en Financiering Staatsschuld) n.a.v. de motie-Harbers c.s. (Kamerstuk 34 000, nr. 36) (Kamerstuk 31 935, nr. 15);

  • de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 29 april 2015 houdende Antwoorden op vragen van de vaste commissie voor Financiën over het plan van aanpak van de beleidsdoorlichting Belastingen (31 935, nr. 17).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, Duisenberg

De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Berck

Voorzitter: Duisenberg

Griffier: Van den Eeden

Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Duisenberg, Neppérus, Van Vliet, Dijkgraaf, Groot, Koolmees, Bashir

en Staatssecretaris Wiebes van Financiën, die vergezeld is van enkele ambtenaren van zijn ministerie.

Aanvang 10.01 uur.

De voorzitter: Ik heet de Staatssecretaris van Financiën en zijn ambtenaren van harte welkom. Hetzelfde geldt voor de Kamerleden en de mensen op de publieke tribune.

Mevrouw Neppérus (VVD): Voorzitter. Het is een gemêleerde agenda, maar daar hebben we als Kamer zelf voor gekozen. Ik zal er een paar punten uithalen.

Ik begin met het misbruik van fiscale voordelen bij groene projecten. Wij zijn altijd kritisch op regelingen die via de belastingen moeten lopen. Als je een andere optie kunt vinden, bijvoorbeeld beperken, schrappen of terugsluizen via een algemene lastenverlichting, zou dat onze voorkeur hebben, maar de meningen liggen in dit huis verdeeld. Het blijft gewoon gevoelig.

Ik kom op het tonnageregime en de regelingen. Als er onderzoek loopt, gaan we daar als Kamer niet doorheen fietsen. Dat heb ik steeds gezegd. Dat moeten we niet doen zolang er onderzoek loopt naar eventueel misbruik en de voortgang. Daar kan ik me veel terughoudendheid bij voorstellen.

De opbrengsten uit de Vpb zijn gedaald. We hebben dan ook bewust gezegd dat we een lager tarief willen voor de vennootschapsbelasting. Dat betekent dat de opbrengst terugloopt. Met dat tarief moet je goed in Europa zitten.

Over het partnerbegrip in de toeslagen hebben we het eerder al gehad, onder andere vorig jaar bij het Belastingplan. De Staatssecretaris wil bekijken wat er mogelijk is. Dat lijkt ons heel verstandig, want ik meen dat wij Kamerbreed zeiden dat dit niet de bedoeling kan zijn. Wat is nu de gedachte hierover? Wat is de voortgang?

Ik vind het goed als een overheid aan beleidsdoorlichtingen doet. Ik lees heel veel over dienstverlening. Dat spreekt mij aan. Ik blijf echter ook roepen dat de Belastingdienst er is om te heffen en te innen, en minder om uit te keren. Ik zie de heer Dijkgraaf al glimlachen. Daar hoort ook gewoon toezicht bij. Ik vind dienstverlening van belang, maar het is ook een dienst die een staatsopdracht heeft om ervoor te zorgen dat er jaarlijks 240 miljard binnenkomt.

De heer Van Vliet (Van Vliet): Voorzitter. Dank dat wij hier weer bij elkaar kunnen zitten met mijn favoriete Staatssecretaris. Dat heeft ook te maken met het thema waarover hij gaat uiteraard. Ik had op dit moment ook kunnen deelnemen aan een plenair debat over woningcorporaties, maar daar was mijn spreektijd beperkt tot één minuut, terwijl ik hier een Fidel Castrospeech kan afsteken. Ik zal echter proberen het kort te houden.

Ik wil beginnen met een overkoepelende vraag, aangezien het kabinet altijd met één mond geacht wordt te spreken. Ik hoorde van premier Rutte deze week dat een voorstel voor de belastingherziening niet meer voor de zomer te verwachten is en dat de oppositie hierin ook een rol moet spelen om een zo breed mogelijk draagvlak te krijgen. Ik denk dat dit een heel goede uitspraak van de premier was waar het gaat over het bevorderen van de werkgelegenheid en de economische groei. Zou de Staatssecretaris daar nog even kort op in kunnen gaan? Hoeven wij inderdaad geen verdere brieven meer te verwachten over de belastingherziening? Heeft dat gevolgen voor het draaien aan tariefsknoppen? Gaat bijvoorbeeld de ib omlaag en de btw omhoog? Kan de Staatssecretaris daar iets over zeggen?

Ik heb gekeken naar de lijst met afgedane moties en toezeggingen, waarvoor hartelijk dank. Daar staan ook altijd wel wat moties van ondergetekende bij. Een daarvan ging over autobelastingen, meer specifiek de import van auto's en de mogelijkheid om daarbij met waardes te manipuleren, zodat je in Nederland minder belasting betaalt. In dit geval gaat het om de bpm. Zou de Staatssecretaris kunnen schetsen hoe het staat met de voortgang van de in het Belastingplan 2015 opgenomen maatregel met betrekking tot de inperking van de mogelijkheid om een taxatierapport te gebruiken voor de waardebepaling van een geïmporteerde auto? Ik vind het een heel goede zaak dat de motie op die manier uitvoering heeft gekregen – dat vooropgesteld – maar wordt er ook gemonitord hoe en wat?

Ik kom op de bouwstenen voor schenk- en erfbelasting. De vrijstelling in de erfbelasting voor partners bedraagt ruim zes ton, namelijk € 627.000. De vrijstelling voor een erfenis van ouder naar kind bedraagt een kleine € 20.000. Vindt de Staatssecretaris dat nog steeds een te rechtvaardigen onderscheid tussen partners en kinderen? Kan hij de budgettaire consequenties schetsen wanneer de vrijstelling voor kinderen wordt opgehoogd naar bijvoorbeeld € 100.000? Dat mag hij ons ook per brief laten weten.

Ik kom op de vennootschapsbelasting. De innovatiebox draagt er uiteindelijk aan bij dat er derving wordt genoten in de Vpb en er dus minder opbrengst is. Is er voorzien in een horizonbepaling of wordt daarover nagedacht? Heeft de Staatssecretaris nog nagedacht over het eventueel stroomlijnen van de vele verspreide renteaftrekbeperkingen in de vennootschapsbelasting? Dat zou dan wat mij betreft gecombineerd kunnen worden met het nadenken over het faciliteren van eigen vermogen in plaats van vreemd vermogen.

Als laatste wil ik ingaan op de toeslagen en het partnerbegrip. Als ik kijk naar de fiscaliteit in het partnerbegrip, dan zou ik de stelling willen voorleggen dat gehuwden, die immers verplicht fiscaal partner worden, daarmee fiscaal worden achtergesteld ten opzichte van samenwoners die kunnen kiezen. Mijn stelling is dat dit ongeoorloofde fiscale discriminatie is van gehuwden. Ik zie ook geen rechtvaardiging voor die achterstelling. Gehuwden komen hierdoor in een nadeliger positie dan veel samenwoners die meer rechten hebben. Wil de Staatssecretaris reageren op die stelling?

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter. Ik mag ook het woord voeren namens de ChristenUnie, want mevrouw Schouten kan er wegens ziekte niet bij zijn.

Bij de behandeling van het Belastingplan hebben wij een motie ingediend over de btw op digitale kranten. In de technische appreciatie en de schriftelijke vragenronde werd duidelijk dat de Luxemburgse en Franse route op een inbreukprocedure kunnen rekenen. De Staatssecretaris gaf dat toen aan. De Belgen passen de regeling ook aan. Het ligt dus niet meer voor de hand om de oplossing daar te zoeken. Gelukkig heeft de Europese Commissie aangegeven dat zij ermee aan de slag gaat en wat gaat doen. Dat leidt bij mij tot twee vragen aan de Staatssecretaris. In de Kamer had de Staatssecretaris een actieve route op dit punt. Die kwam positief over. Als ik echter het BNC-fiche lees dat afgelopen dinsdag naar de Kamer werd gestuurd, vind ik daarin een erg passieve passage. Gaat de Staatssecretaris zijn best doen om actief de besluitvorming te proberen te bespoedigen, in het bijzonder tijdens het Nederlandse voorzitterschap? Dan kunnen we daar namelijk een mooie rol in spelen. Kan de Staatssecretaris bevestigen dat de Europese Commissie de optie geeft om digitale kranten onder het lage btw-tarief te brengen en dat Nederland daar dan zo spoedig mogelijk gebruik van zal maken? Als die optie geboden wordt, maken we er wat ons betreft zo spoedig mogelijk gebruik van. Dat is ook in lijn met de motie die wij toen hebben ingediend.

Ik wil aandacht vragen voor de fiscale behandeling van letstelschade-uitkeringen. De kern van het probleem is dat een letstelschade-uitkering aangemerkt wordt als vermogen en als zodanig onder de vermogenstoets valt bij de berekening van toeslagen. Een letstelschade-uitkering wordt meestal in een keer uitgekeerd en hierdoor lijkt het alsof iemand over een enorm vermogen beschikt. Dit kan ervoor zorgen dat mensen niet langer recht hebben op toeslagen, wat een inkomensverlies kan veroorzaken tot € 200 per maand. Nu heeft de vorige Staatssecretaris van Financiën ervoor gezorgd dat letstelschade-uitkeringen die voor 11 oktober 2010 zijn vastgesteld, kunnen worden aangemerkt als bijzonder vermogen. Daarmee zijn ze vrijgesteld. Waarom worden nieuwe letstelschade-uitkeringen niet als bijzonder vermogen behandeld? Is de Staatssecretaris op de hoogte van deze problematiek en is hij bereid om mee te denken over een oplossing, bijvoorbeeld door letstelschade-uitkeringen volledig aan te merken als bijzonder vermogen? Mij lijkt daar alle reden toe.

In het verlengde hiervan wil ik aandacht vragen voor de wijze waarop het pgb-voorschot door de fiscus wordt behandeld. Vanaf 2014 worden pgb-voorschotten niet meer voor 1 januari uitbetaald waardoor het niet meetelt voor de vermogensinkomensbijtelling. Voor 2012 en 2013 is afgesproken dat het voorschot als bijzonder vermogen wordt aangemerkt waardoor het buiten beschouwing gelaten wordt bij de definitieve bepaling van het recht op huurtoeslag. Dat is op zich dus prima geregeld. Toch kreeg ik onlangs het bericht van iemand die meer dan € 3.000 huurtoeslag over 2013 moest terugbetalen omdat het pgb-voorschot wel degelijk meetelde. Dat was onoplosbaar. Is dit probleem bij de Staatssecretaris bekend en hoe gaat hij dit oplossen?

Ik wil graag aanhaken bij de vraag die collega Van Vliet zojuist stelde over de belastingherziening. We hebben een debat gehad met de Minister-President. Hij gaf aan dat er geen plan naar de Kamer komt, ook geen houtskoolschets, als er geen breed draagvlak is in de Eerste Kamer. Is de Staatssecretaris het met de Minister-President eens? Betekent dit dat we, als er geen draagvlak is, geen plan krijgen, niet voor de zomer en ook niet na de zomer met Prinsjesdag?

De heer Groot (PvdA): Voorzitter. Er liggen veel stukken voor en dat illustreert hoe ingewikkeld de fiscale wetgeving is geworden en dat we daar echt iets aan moeten doen. Niettemin zitten er veel goede antwoorden van de Staatssecretaris in al die stukken, waarvoor dank.

Ik begin met de tonnageregeling voor de zeescheepvaart en de fiscaliteit rondom groene projecten. Dan gaat het over de samenloop van de MIA (Milieu Investeringsaftrek), de Vamil (vervroegde afschrijving milieuinvesteringen) en de willekeurige afschrijving. De boodschap die daaruit naar voren komt, is dat als je die drie met elkaar combineert je meer belasting terug kunt krijgen dan je aan eigen vermogen in dat soort projecten steekt. Als dat het geval is, gaan al heel gauw oneigenlijke motieven een rol spelen in de sfeer van belastingontwijking. Dit is een oproep aan de Staatssecretaris, maar ook aan de Tweede Kamer zelf, om terughoudend te zijn met de inzet van dat soort fiscale stimuleringsmaatregelen. Die zijn heel kwetsbaar voor ontwijkingsconstructies. De Staatssecretaris stelt dat extra aftrek nu leidt tot latere extra belastingopbrengsten. Dat moeten we nog maar zien.

Ik kom op het onderzoek naar de opbrengsten van de vennootschapsbelasting. Dank voor de heldere analyse. Ik vind het opvallend dat de heer Klaver, die om dit hele onderzoek heeft gevraagd, niet aanwezig is op het moment dat de resultaten besproken worden. Als je de resultaten naloopt, zie je dat de commerciële jaarwinsten met 8 miljard zijn gestegen tussen 2000 en 2011. Je ziet ook dat de opbrengsten van de Vpb met 4,3 miljard zijn gedaald. Daar zijn allerlei goede en plausibele redenen voor. Een heel belangrijke is de tariefsverlaging van 35% naar 25% in die periode en van 30% naar 20% voor kleine bedrijven. Dat heeft dus een hap genomen uit de opbrengsten uit de vennootschapsbelasting. De bedoeling is dat dit de investeringen zou aanjagen. Maar wat zien we over de periode tussen 2000 en 2011? De investeringsquote, het aandeel investeringen in het bbp, daalt van 120 naar 13,7. Is de Staatssecretaris het met de Partij van de Arbeid eens dat het verband tussen de hoogte van de vennootschapsbelasting en de investeringen op zijn best zwak is, zo niet afwezig, en dat het beter zou zijn om de lasten op arbeid, bijvoorbeeld werkgeverslasten, te verlagen?

Wat betreft het btw-tarief op pdf-kranten sluit ik me aan bij de heer Dijkgraaf. Wat gaat de Staatssecretaris in Europees verband doen, ook nu Commissievoorzitter Juncker heeft gezegd dat hij zich er sterk voor gaat maken?

De doorlichtingen van onder andere de Belastingdienst gaan met name om de dienstverlening. Ik vraag me af of zo'n uitgebreid onderzoek nog zin heeft nu we op het punt staan om de werkwijze helemaal op de schop te nemen. Wat heeft het nog voor zin om uitgebreid in de achteruitkijkspiegel te kijken als je al een heel andere opzet voor de Belastingdienst in gedachten hebt? Vorige week hebben we daarover van gedachten gewisseld. Is het dan niet beter om je aandacht daarop te richten en de schaarse capaciteit van het ministerie daarvoor in te zetten?

De heer Koolmees (D66): Voorzitter. Excuus dat ik wat later was. Ik sluit mij aan bij de vraag over het stelsel van de heer Dijkgraaf en ik meen ook de heer Van Vliet. De Minister-President zei afgelopen dinsdag: we zien wel hoe het loopt. Dat vond ik een weinig regievolle uitspraak. Graag krijg ik daar een reactie op van de Staatssecretaris.

Ik heb twee punten die ik vandaag wil bespreken: het partnerbegrip fiscaliteit en toeslagen en het verlaagde btw-tarief op kranten. Ik doe dat heel kort overigens. Ik begin met het partnerbegrip. We hebben in de deze commissie en bij de behandeling van het Belastingplan gesproken over de situatie in de opvanghuizen. Iemand die met een kind in een opvanghuis terechtkomt, krijgt automatisch een toeslagpartner toegewezen en dat leidt tot allerlei rare effecten. Ik maak de Staatssecretaris een compliment voor het feit dat hij aan een oplossing wil werken. De brief daarover was helder. Het is een rare situatie waarvoor een oplossing moet komen. Ik ben benieuwd of er een werkbare vormgeving in zicht is. Hoever is de Staatssecretaris met de uitwerking? Ik ben in ieder geval erg blij dat hij het heeft opgepakt.

Een soortgelijke kwestie doet zich voor bij de kinderopvangtoeslag. Ik kaart dit mede aan namens collega Omtzigt, die hier al aandacht voor heeft gevraagd in een aantal schriftelijke vragen. Ik heb zelf ook een aantal situaties doorgestuurd naar de Staatssecretaris. Het gaat om een situatie waarin een van de ouders niet in staat is om te werken. Ik heb een voorbeeld doorgestuurd van een vrouw die in een coma is beland en van wie de man werkt. Omdat het gezin intact is, heeft het geen recht op kinderopvangtoeslag. Dat leidt tot wrange situaties. Bij de totstandkoming van de wet op de kinderopvangtoeslag zou in de wet iets worden geregeld voor dit soort gevallen, maar dat is uiteindelijk doorgeschoven naar de gemeenten, naar de sociaal-medische indicatie (SMI), die een tegemoetkoming in de kosten kunnen geven. Daarbij doen zich twee problemen voor. In de eerste plaats is deze regeling slecht bekend. In de tweede plaats is er de vraag of er sprake is van rechtsongelijkheid. Dat gaat met name over de hoogte van de tegemoetkoming, want die verschilt heel erg per gemeente. De helft van de gemeenten hanteert een strak inkomenscriterium tussen 105% en 150% van het wettelijk minimumloon, waardoor een groot deel van de gezinnen die in deze situatie zit, niet in aanmerking komt voor kinderopvangtoeslag. En dan krijg je de kromme situatie dat de vrouw in coma ligt, de man werkt en een goed inkomen heeft, maar de kinderopvang zelf moet betalen en niet in aanmerking komt voor toeslag omdat beide ouders er nog zijn, terwijl juist dan een ontlasting heel rechtvaardig voelt.

Vooral omdat de kinderopvang een landelijke regeling is en de eventuele tegemoetkoming in de SMI-regeling lokaal gemaximeerd is tot een bepaald inkomensniveau, is mijn vraag aan de Staatssecretaris – en dat is een open vraag – of hij mogelijkheden ziet om gemeenten voor wat betreft het inkomenscriterium te laten aansluiten bij de kinderopvangtoeslagtabel van de Belastingdienst. Een tweede optie kan zijn dat een zware zorgindicatie van de ouder opgenomen wordt in de lijst van zaken die gelijkgesteld zijn aan werk, net als nu het geval is voor omscholingstrajecten en een inburgeringscursus. Dit zou in de wet op de kinderopvangtoeslag kunnen worden opgenomen. Een derde optie is een mogelijkheid voor een hardheidsclausule voor het Rijk. Ik geef een aantal opties omdat ik het echt een onrechtvaardige situatie vind, die in de praktijk heel wrang uit kan pakken. Ik ben benieuwd of de Staatssecretaris hierop wil reflecteren en hierover wil nadenken.

Dank voor de uitgebreide set met antwoorden over het verlaagde btw-tarief van de kranten. Voor mij is het speelveld wel helder. Mijn fractie steunt de Staatssecretaris om dit Europees op te pakken en te bekijken of er een EU-regeling te maken valt, misschien wel tijdens het Nederlands voorzitterschap. Het aanpassen van de btw-richtlijn lijkt mij de beste en meest structurele oplossing. Hoe ziet het krachtenveld eruit? Gaat dat lukken?

De vergadering wordt van 10.21 uur tot 10.38 uur geschorst.

Staatssecretaris Wiebes: Voorzitter. Dit is wat je krijgt als je een AO fiscale maatregelen organiseert met de Staatssecretaris die over de fiscaliteit gaat: dan gaat het over alles. Dit is een markant AO, want degene die het heeft aangevraagd, was bij de eerste termijn niet aanwezig. Degene die het belangrijkste agendapunt had geagendeerd, was er ook niet. De belangrijkste vragen die gesteld zijn, slaan op zaken die niet op de agenda staan. Toch gaan we proberen er wat van te maken. Om op de beginzin van de heer Van Vliet in te gaan: dualisme kan ook plaatshebben in vriendschappelijke sfeer. Ook u bent allemaal mijn favoriete woordvoerders en dat heeft niet eens met het onderwerp te maken! Ik kan hier geen enkel staatsrechtelijk verhaal van bakken. Het is los stortgoed en daarom zal ik er in de volgorde van de vragenstellers doorheen gaan. Dat moeten de leden mij maar vergeven. Ik zal proberen tempo te houden, want je kunt je ook enorm verliezen in discussies. We zullen zien hoever we komen.

Verschillende woordvoerders vroegen naar het partnerbegrip: mevrouw Neppérus, de heer Koolmees, de heer Dijkgraaf en de heer Van Vliet. Dat hebben we inderdaad langs de lijnen van de brief geprobeerd te regelen. Als het goed is, komt dat binnenkort in het Staatsblad. De voortgang zou dan maximaal zijn. We hopen dat het daarmee, met een beperkt terugwerkende kracht, geregeld is.

De heer Van Vliet (Van Vliet): Gaat de Staatssecretaris ook in op mijn stelling over de fiscale discriminatie van gehuwden?

Staatssecretaris Wiebes: Daar ben ik nog lang niet. Ik ga de vragen af in volgorde van de sprekers.

De heer Van Vliet (Van Vliet): Ah, de volgorde van sprekers.

Staatssecretaris Wiebes: Ja. Het partnerbegrip is door mevrouw Neppérus genoemd. Ook door de heer Van Vliet, dus dan loop ik daar automatisch op vooruit, maar ik kom langs al uw vragen. Ik weet niet of ik op al uw gedetailleerde vragen een bevredigend antwoord heb, maar ik ga het proberen. Wat de heer Van Vliet vroeg over de achterstelling van gehuwden is wat anders dan wat we nu regelen voor mensen in opvanghuizen. De meeste gehuwden zitten niet samen in een opvanghuis, alhoewel sommigen het zo zien natuurlijk. Wij willen het huwelijk echter niet betitelen als een opvanghuis.

Mevrouw Neppérus stak mij nog een hart onder de riem inzake de beleidsdoorlichting. Tegelijkertijd is het natuurlijk de vraag hoe dat moet. Is dit een geschikt moment? Als u het mij persoonlijk vraagt, zou ik zeggen dat ik er wel geschiktere momenten voor had kunnen verzinnen. Aan de andere kant is het ook wel weer zuiver. Kijk, de Minister van Financiën doet vanuit zijn verantwoordelijkheid beleidsdoorlichtingen. Hij is buitengewoon streng voor andere departementen. Dan zou het toch verkeerd zijn als hij de Staatssecretaris van Financiën ineens als een watje zou behandelen? Die moet dan ook op de proppen komen. Dat is een goed voorbeeld. Alle departementen zullen altijd zeggen dat het geen goed moment is. Dat zal ik ook betogen en dat heb ik natuurlijk ook gedaan. Ik heb er echter ook wel weer respect voor dat hij dat toch hard toepast. Zo hoort het ook. Financiën moet vooral streng zijn voor zichzelf. Daarom gaan we dat doen. We zullen wel zo veel mogelijk rekening proberen te houden met de veranderingen die eraan komen. Die zijn niet voor de poes namelijk.

Verschillende leden vroegen naar de uitspraken van de Minister-President over het stelsel. Die uitspraken verschillen natuurlijk niet dramatisch van die van Prinsjesdag, moet ik eerlijk vaststellen. Daarna heeft de Kamer van mij weinig aanvullende toelichting of andere zienswijzen te verwachten. De Minister-President, de vicepremier en ik praten er natuurlijk regelmatig over en we hebben precies dezelfde lijn. Die lijn is dat draagvlak en kwaliteit allebei belangrijk zijn en voor snelheid gaan. Desondanks blijft snelheid een doel. Er is ook totaal niet gezegd dat er iets zou komen voor de zomer, of wanneer er iets zou komen. Draagvlak en kwaliteit staan nog steeds voorop. Het is een buitengewoon serieuze, complexe en belangrijke operatie. We doen het maximale om daar draagvlak voor te krijgen. Tegelijkertijd, maar binnen die randvoorwaarden, doen we het maximale om daar snelheid mee te maken. We zijn allemaal ongeduldig; dat siert u en daar ben ik u dankbaar voor. Zolang u ongeduldig blijft, beschouw ik dat als een aansporing, dus dank daarvoor.

De heer Van Vliet vroeg naar de modeltaxaties. Dat is het laatste wat we konden verzinnen om de ontwijking aan de kant van de bpm bij import wat te verminderen. Onze indruk is dat de naleving daarvan op zich goed is, dus dat men die modeltaxatie volgt. Het blijft echter zo dat ook binnen de kaders van die modeltaxatie nog een uitgebreide ontwijking denkbaar is. Als je allemaal onderdelen van een auto af schroeft, kun je nog steeds een modeltaxatie geven, maar komt er toch een lager modelbedrag uit. Dat was precies beoogd. Ik ben hierover al eerder door de Kamer bevraagd en ik heb daar schriftelijk op geantwoord. Ik ben somber over de mogelijkheden om bpm-ontwijking door parallelimport te voorkomen of terug te dringen. Meer kan ik er niet over zeggen. De regeling wordt goed gevolgd en dient dus in beperktere zin haar doel. Of het in bredere zin zal helpen, mogen wij alleen maar hopen.

De heer Van Vliet vroeg ook naar de erfbelasting en naar rekenvoorbeelden. Het is voor hem belangrijk om te weten dat er in de toezeggingenbrief van afgelopen Prinsjesdag ook een tabel is verschenen met dergelijke rekenvoorbeelden. Hij noemt nu een wel heel hoog bedrag. Het schiet van enkele duizenden naar een ton. De heer Van Vliet houdt van grote penseelstreken. Voor deze grote penseelstreek is het bedrag aan budgettaire derving 300 miljoen.

Hij vroeg ook of er bij de innovatiebox een horizonbepaling is. Nee, die is er niet. Het valt ook niet onder de belastinguitgaven waarvoor we dat wel actief overwegen. Dat is hier dus niet overwogen. Er is wel gezegd dat we het zouden evalueren. Die evaluatie zou eigenlijk nog dit jaar naar de Kamer toe moeten komen. Daar wordt hard aan gewerkt. Aan de hand van die evaluatie kan worden bekeken hoe we verdergaan. Zoals de heer Van Vliet weet, speelt er het een en ander in Europa, dus dat loopt mooi door elkaar heen.

De heer Van Vliet (Van Vliet): Ik dank de Staatssecretaris voor het antwoord. Ik vroeg ernaar omdat ik in het verhaal van de teruglopende Vpb-opbrengsten ook zie dat de kosten van de innovatieregeling stijgen. Dat gaat over honderden miljoenen. Destijds hebben we met de vrijstellingen in de bpm gezien dat de belastingopbrengst als een pudding in elkaar zakte. Als dit straks een structureel materieel effect op de Vpb-opbrengsten heeft, wordt daar dan wel iets mee gedaan in de evaluatie van deze regeling?

Staatssecretaris Wiebes: Het is precies zoals u zegt. De opmerkingen die u maakt, maken ons alleen maar nieuwsgieriger naar de uitkomsten van de evaluatie. Uiteraard is het budgettair beslag en de ontwikkeling daarvan onderdeel van de evaluatie, waarbij natuurlijk niet alleen het bedrag wordt bekeken, maar ook het effect dat het heeft op het vestigingsklimaat en de werkgelegenheid in Nederland.

De heer Van Vliet merkte op dat hij wel wat zou zien in de stroomlijning van de renteaftrekbeperkingen. Dat wil ik eerlijk gezegd beschouwen als een sterke aanmoediging. Ik denk dat hij doelt op een aantal heel complexe regelingen die er bijna om smeken nog eens nader bezien te worden. Die aanmoediging neem ik aan boord.

Worden gehuwden achtergesteld? Nou, dat geloof ik niet. Het kan zijn dat in sommige gevallen wetgeving voor samenwonenden en geregistreerde partners of gehuwden niet altijd dezelfde uitkomsten biedt, maar ze worden niet achtergesteld. Het is zo dat ze eigenlijk allebei niet kunnen kiezen, maar dat het fiscaal partnerschap wordt bepaald aan de hand van omstandigheden. Die zijn voor elk van de drie verschillend. Er wordt echter wel afgegaan op feiten en omstandigheden. Mensen kunnen dat keuzemenu dus niet vrij invullen. Voor samenwonenden wordt het ook bepaald op basis van objectieve factoren. Die zijn voor een deel beïnvloedbaar. Gehuwden hebben ook zelf invloed gehad op hun huwelijk. Afhankelijk van de feiten en omstandigheden wordt voor deze drie groepen fiscaal partnerschap vastgesteld. Het is niet helemaal een vrije keuze zoals de heer Van Vliet dat leek te suggereren in zijn vraag.

De heer Van Vliet (Van Vliet): Ik begrijp dat je als samenwonenden een beroep wilt doen op fiscaal partnerschap en getoetst wordt op criteria. Mijn stelling is dat als je gehuwd bent, je verplicht fiscaal partner bent en er in die zin niets te kiezen valt. Een verplicht fiscaal partnerschap kan ook negatieve effecten hebben. Daar kwam mijn stelling vandaan, namelijk dat je er verplicht aan vast hangt. Wat zou erop tegen zijn om gehuwden, al naar gelang de criteria die van toepassing verklaard kunnen worden, ook dat keuzemodel te geven?

Staatssecretaris Wiebes: Ik bestrijd dat er een vrijekeuzemodel is en dat het in alle gevallen afhangt van feiten en omstandigheden. Afhankelijk van die feiten en omstandigheden komt er weliswaar een model uit. Dat is dan verplichtend, maar dat geldt niet alleen voor gehuwden. De feiten en omstandigheden bepalen of iemand fiscaal partner is. Dat is voor gehuwden anders geregeld dan voor andere groepen, maar er komt altijd één uitkomst uit. Dat is voor geen van de partijen een vrije keuze.

De heer Dijkgraaf vraagt, naast vele anderen trouwens, naar de voortgang van die verschillende btw-tarieven voor digitale en niet-digitale kranten. Hij vraagt eigenlijk: doet de Staatssecretaris zijn best wel en wat gaat er nou gebeuren? Wij hebben een stevige brief naar Eurocommissaris Moscovici gestuurd. Verder hebben wij in allerlei gremia en, zoals dat gaat in het Europese circuit, op hoog ambtelijk niveau steun gegeven aan het beginsel dat deze verschillende behandeling niet berust op diensten die in wezen verschillen, en dat dit dus een idioot verschil is. Juncker heeft daar uitspraken over gedaan. Hij heeft met afgevaardigden van brancheorganisaties van Duitse kranten aangegeven dat hij dit verschil niet verdedigbaar vindt. Nou is Juncker niet degene die daar in eerste instantie over gaat. Dat is Moscovici. De mededeling van de Commissie is dan ook ietsje minder stellig. Daar staat het woord «explore» in. Dat getuigt niet van een stevigheid waar de heer Dijkgraaf helemaal van om rolt. De waarheid zal ergens komen te liggen tussen «ik wil hier iets aan doen» en «explore», maar waar weten wij niet. Dat moeten wij allemaal afwachten, maar Nederland zal blijven uitdragen, ook als het op het voorzitterschap uitkomt, dit verschil in regelgeving voor een dienst die in feite hetzelfde is geworden en waarbij alleen de drager nog anders is, idioot en achterhaald te vinden.

De heer Dijkgraaf (SGP): Ik ben blij met deze woorden, want die geven iets aan van een actieve houding. Ik sla hierop aan omdat er in de BNC-fiches stond: «De verdere uitwerking van de voorstellen wordt met belangstelling afgewacht.» Dat is een nette ambtelijke zin, maar er zit in ieder geval een enthousiasme van de Staatssecretaris achter waarmee richting Brussel vaart gemaakt wordt en gestimuleerd wordt dat dit opgelost wordt.

Staatssecretaris Wiebes: Wat dat betreft is het woord «afwachten» niet zo erg goed gekozen, maar soms raak je bedwelmd door allerlei verzachtende termen en ga je ze zelf ook gebruiken. Dus dank voor deze correctie. Het woord «afwachten» schrappen wij uit het vocabulaire. Tot die tijd moet u nog even wachten.

De heer Dijkgraaf (SGP): Wij moeten wachten, als de Staatssecretaris maar aan de slag gaat.

Staatssecretaris Wiebes: Wij moeten allemaal wachten en ik moet werken.

Ik kom op de letselschadevraag. Alle feitelijkheden die de heer Dijkgraaf daarover meldt, zijn juist. Dat is alleen niet zo'n eenvoudige materie. Hij heeft ook niet specifiek gevraagd wat de oplossing is. Hij heeft gevraagd of ik bereid ben om daar eens over na te denken. Die bereidheid is er. Alleen al het feit dat dit van allerlei kanten bezien kan worden en dat het geen eenvoudige materie is, betekent dat het goed is om daar even over na te denken. Dat ga ik doen. Ook dat beschouw ik als een aansporing. Dat doe ik zowel over letselschade als over pgb-voorschotten. Daar ga ik even mee aan de gang.

De heer Dijkgraaf (SGP): Wat is de timing daar dan van? Die pgb-voorschotten zijn een vrij simpele casus die gewoon binnen de regelgeving opgelost moet worden. Dat zou volgens mij op korte termijn kunnen. Wanneer kan de Staatssecretaris daarover een bericht aan de Kamer sturen? Het punt van de letselschade-uitkeringen lijkt mij opgelost te moeten worden bij het Belastingplan 2016. Eerder zou mooi zijn. Dus wat is de timing van de Staatssecretaris?

Staatssecretaris Wiebes: Iemand die net het woord «afwachten» bij het vuil heeft gezet, moet wel vaart willen maken. Ik kan dat niet zo goed voorspellen, want bij veel onderwerpen in de fiscaliteit zijn er allerlei verschillende manieren om naar de problematiek te kijken, is het vaak net ietsje ingewikkelder en zijn er vaak lange histories van afwegingen over wat redelijk is en wat niet. Dus ik durf daar nu geen termijn voor te noemen, maar ik beloof de heer Dijkgraaf dat ik ga nadenken over wat die termijn dan is. Hij en de Kamer horen dat dan van mij, maar bij een problematiek die ik niet helemaal doorgrond heb, durf ik geen termijnen te noemen of anderszins beloftes te doen. Daar moeten wij zorgvuldig in zijn.

De heer Dijkgraaf (SGP): Maar de mededeling over de verwachte termijn waarop de voorstellen, de analyse of het denken komen, komt dan wel op korte termijn?

Staatssecretaris Wiebes: Dat komt op korte termijn. De metaplanning, de planning over de planning, komt op korte termijn. U hebt heel wat bereikt vandaag.

De heer Groot zegt: je kunt meer belasting terugkrijgen bij de combinatie van Vamil, MIA, EIA (respectievelijk: vervroegde afschrijving milieuinvesteringen, Milieu Investeringsaftrek, Energie-investeringsaftrek) dan je er aan eigen vermogen insteekt. Dat wil ik toch sterk nuanceren. Ten eerste lopen ondernemers – want dat zijn het – niet alleen risico op het eigen vermogen maar ook op het vreemd vermogen. De toevallige verhouding eigen en vreemd vermogen kan dit inderdaad veroorzaken, maar uiteindelijk is een ondernemer aansprakelijk voor de totale hoeveelheid vermogen, eigen en vreemd. Het ene kan hij kwijtraken. Het andere kan hij moeten terugbetalen. Dus ik vind de beperking tot het eigen vermogen daar niet helemaal zuiver. Verder gaat het voor een deel om een verschuiving. Dan zie je de rekening van de fiscus later terugkomen. Die kleine nuance wilde ik aanbrengen. Overigens vertoont zijn pleidooi om terughoudend te zijn met regelingen die allemaal over elkaar heen buitelen en die soortgelijke of zelfs identieke effecten proberen te bereiken met een opstapeling van fiscale stimuli, een opvallende gelijkenis met het pleidooi van mevrouw Neppérus. Die voorzichtigheid neem ik graag aan boord. Wat dat betreft hebben wij de afgelopen tijd op allerlei terreinen ons lesje wel geleerd. Dus ook dit verstandige advies zal ik meenemen.

Verder vraagt hij of ik uit de gedane onderzoeken kan opmaken dat het verband tussen het Vpb-percentage en investeringen zwak is. Ik denk dat dat helemaal niet uit deze onderzoeken kan blijken. Die conclusie kan ik hier niet uit trekken. Er speelde ook nog een economische crisis, die het beeld zomaar beïnvloed zou kunnen hebben. Wij weten zeer in het algemeen dat hoge belastingpercentages niet bijdragen aan een goed investeringsklimaat. Dat heeft de economische wetenschap, waar de heer Groot zich altijd zo voor heeft ingezet en waar hij verschillende keren op heeft gestudeerd, wel aangetoond. In deze conclusie wil ik hem dus niet volgen, maar het staat hem uiteraard vrij om zijn eigen conclusies te trekken.

De heer Groot (PvdA): De Staatssecretaris legt een verband met de economische crisis. Natuurlijk heeft die crisis erin gehakt. Alleen, in de periode tot 2008 was er sprake van een heel goede conjunctuur. Toen zag je dat, terwijl de tarieven voor de vennootschapsbelasting fors daalden, ook de investeringen fors daalden. Dat relativeert in ieder geval het effect van het niveau van de winstbelasting op de investeringen. De Staatssecretaris stelt dat hoge belastingtarieven slecht zijn voor de economie, maar de noordelijke Europese landen laten dat niet zien. Wij hebben een concurrerend vestigingsklimaat, blijkt uit alle onderzoeken, terwijl wij ook hoge belastingtarieven hebben. Dus de Staatssecretaris kan ook het omgekeerde niet beweren, namelijk dat hoge belastingtarieven per definitie leiden tot een slecht vestigingsklimaat.

Staatssecretaris Wiebes: Nee, dat zou ik ook zeker niet willen zeggen. Twee dingen die tegelijkertijd gebeuren, wijzen niet noodzakelijkerwijs op een rechtstreeks verband van oorzaak-gevolg. Verder is er meer in de wereld van het vestigingsklimaat dan alleen het Vpb-tarief, zelf meer dan fiscaliteit, al is dat laatste voor de mensen hier aan tafel misschien moeilijk voorstelbaar. Jawel. Daarbij spelen ook zaken als onderwijs enzovoorts een rol. Ik denk dat de heer Koolmees het meest bedreven is in het opsommen van dit soort lijstjes. Dus ik wil die conclusie niet trekken, maar ik wil ook de omgekeerde conclusie niet trekken. Nederland is een land waarvan ik op geen enkele manier kan beweren dat de belastingtarieven laag zijn. Toch durf ik te beweren dat het vestigingsklimaat van Nederland uitstekend is. Het is altijd voor verbetering vatbaar. Er is voortdurend een strenge dijkbewaking, maar toch is Nederland een aantrekkelijk land. Niemand zal ons verwijten dat de belastingtarieven hier laag liggen, dus ook het omgekeerde zal ik niet beweren.

De heer Koolmees heeft mij inderdaad een mail gestuurd waarin het geval werd behandeld van de mevrouw die in coma was geraakt en die wordt behandeld alsof zij gewoon onderdeel uitmaakt van het huishouden. Bij dat verhaal voelt niemand zich prettig, maar dat verhaal ligt op geen enkele wijze op mijn terrein. Daar moet ik ook streng in zijn. Ik ben niet verantwoordelijk voor de regelgeving omtrent de toeslag. De oplossingen liggen niet op een terrein waar ik direct invloed op heb. Eind maart heeft de Minister van SZW juist over dit geval een brief gestuurd naar de Kamer. Voor de orde van het bestuur zou het niet helpen als ik daardoorheen zou gaan banjeren en in relatieve afstandelijkheid allerlei oordelen zou geven over de oplossingen die de heer Koolmees heel creatief heeft bedacht. Ik ben altijd bereid om niet zurig te doen als iets overlapt. Het is ook één kabinet. Dan doe ik hard mijn best, maar als het echt over het randje valt en helemaal niets meer met mijn portefeuille heeft te maken, dan pas ik. Maar ik wil de heer Koolmees wel meegeven dat het er op papier akelig uitzag.

De voorzitter: Daarmee eindigt de eerste termijn van de Staatssecretaris. Een paar Kamerleden hebben aangegeven een tweede termijn te willen.

Mevrouw Neppérus (VVD): Voorzitter. Ik wil de Staatssecretaris danken voor de antwoorden. Ik denk dat wij op het punt van het partnerschap in opvanghuizen verder komen. Ook nu zie je weer dat wij steeds in het probleem zitten als Kamerleden oplossingen willen vinden op terreinen. Die klinken alleszins redelijk, maar wij moeten ook opletten dat wij het uitvoerbaar houden.

De heer Van Vliet (Van Vliet): Voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor zijn beantwoording. Die heb ik als nuttig en aangenaam ervaren.

Twee punten zijn niet bevredigend, namelijk het antwoord van de Staatssecretaris op de vraag over het verplichte fiscale partnerschap van gehuwden alleen omdat ze dat boterbriefje hebben. Ik zal de Staatssecretaris nu niet vermoeien met het aanvragen van een VAO, maar ik zal er bij het Belastingplan 2016 op terugkomen met een uitgebreid amendement dan wel een doorwrochte motie.

Het tweede punt waarover ik nog een opmerking wil maken, is dat de Staatssecretaris letterlijk zei dat hij somber is over het terugdringen van bpm-ontwijking bij de parallelle import van auto's. Wat daar gebeurt, is dat auto's worden gestript. Dan dalen ze in waarde en moet men minder belasting betalen, maar vervolgens worden die spulletjes weer erop gezet. Dat is geen kwestie van het terugdringen van belastingontwijking. Dat is echt belastingontduiking. Ik vind het geen goed uitgangspunt van een Staatssecretaris van Financiën als hij zegt somber te zijn over het terugdringen ervan. Graag hoor ik daar nog een opmerking over. Uiteraard zal ik ook daar in de toekomst nog op terugkomen. Voor de rest dank ik hem voor de antwoorden.

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor de antwoorden. Wat er gaat gebeuren met de letselschade en het pgb-voorschot, wachten wij dan maar even af. Ik begrijp de Staatssecretaris zo dat het geen uitstel is en dat het niet op de lange baan wordt geschoven, maar dat de tijd wordt genomen die nodig is om dat goed uit te zoeken. Het gaat wel om ingrijpende dingen voor mensen, maar wij horen op korte termijn wat de planning is.

Ik heb nog één korte vraag over de btw-behandeling. Ik had gevraagd of Nederland, als wij de Europese Commissie zo ver hebben dat zij dat lagere btw-tarief voor digitale kranten toestaat, daar dan ook gebruik van gaat maken. Dat zijn twee verschillende dingen. Als ik de woorden van de Staatssecretaris weeg, dan zal het antwoord daarop ja zijn, maar ik hoor dat nog graag van hemzelf.

De heer Groot (PvdA): Voorzitter. Ook dank voor de antwoorden en de snelheid waarmee dat gebeurde. Wij zien vaak voorbeelden als die van het comageval en de kinderopvang. Die mensen belanden tussen wal en schip en komen in een situatie waarin de regelgeving niet voorziet, maar dat wil niemand. Nu wordt weer verwezen naar het Ministerie van Sociale Zaken. Wij krijgen ook vaak van dit soort gevallen. Dan wordt vaak van het ene ministerie naar het andere verwezen. Zou het geen goed idee zijn om een speciaal loket in te richten om oplossingen te bieden voor de gevallen die tussen wal en schip vallen, wat immers niet de bedoeling is van de regelgeving? Dat klemt temeer omdat wij het belastingsysteem gaan vereenvoudigen en wij steeds meer gaan vertrouwen op massale processen. Dan zul je dit soort gevallen vaak zien voorkomen. Graag krijg ik een reactie van de Staatssecretaris op dit idee.

Ik ben het eens met de heer Van Vliet. Wij kunnen niet volstaan met de constatering dat wij somber moeten zijn over het tegengaan van belastingfraude met auto's. Dat dwingt het Ministerie van Financiën om hier nieuwe maatregelen tegen te bedenken, zodat deze belastingontwijking kan worden voorkomen.

De heer Koolmees (D66): Voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor de heldere en korte beantwoording. Ik heb hetzelfde punt als de heer Groot. Het klinkt misschien verwijtender dan bedoeld, maar wij merken de laatste tijd dat bij een aantal voorbeelden sprake is van kastje-muur; bij wie moeten wij zijn? Wij hebben vorige week een discussie gevoerd over de belastingvrije voet, waar ook allang discussie over wordt gevoerd. Dit zijn allemaal voorbeelden waarvan de onrechtvaardigheid van de uitwerking evident is en wordt erkend. Dan krijg je de situatie waarin er een landelijke regeling is voor de kinderopvangtoeslag, met landelijke tabellen waarin staat waar je recht op hebt, maar die door de SMI, die met de beste bedoelingen is opgesteld, met oog voor de uitvoering en rechtvaardigheid, in de praktijk echter een wrange uitwerking krijgt. Als iemand net iets meer verdient dan de lokale regeling voorschrijft, valt hij inderdaad tussen wal en schip. Ik verwacht geen wonderen. Ik wil het niet in één keer op het bordje van de Staatssecretaris leggen. Om te bekijken of daar iets mee kan, heb ik in mijn inbreng heel bewust drie soorten oplossingen geschetst. Nu gaat het zo dat wij een mail binnenkrijgen en die af en toe doorsturen naar het ministerie of in een AO bespreken. Ik voel ook wel iets voor een speciaal loket en als dat niet kan, zou samen met SZW kunnen worden nagedacht zodat de SMI ook aansluit bij de landelijke kinderopvangtoeslagregeling. Ik vraag niet het onmogelijke maar wel een oplossing voor dit soort evidente onrechtvaardigheden.

De voorzitter: Mijnheer Bashir, voordat ik u het woord geef, wil ik even opmerken dat u te laat was voor de eerste termijn. Dat geeft u overigens niet automatisch het recht om te spreken in tweede termijn, maar gegeven uw passie voor het onderwerp heb ik met name de griffier aangekeken en gevraagd om met de hand over het hart te strijken. Ook aan de andere Kamerleden wil ik vragen om u spreektijd toe te staan, maar wel graag kort als ware het een tweede termijn.

De heer Bashir (SP): Voorzitter, ik heb maar een paar aanvullende vragen, dus u hoeft zich geen zorgen te maken.

Allereerst heb ik een vraag over de in de brieven genoemde onderzoeken naar de fiscale regelingen. Hoe staat het met die onderzoeken? Weet de Staatssecretaris wanneer die zijn afgerond? Is hij bereid de Kamer over de uitkomsten te informeren? Wil hij ons ook informeren wanneer zich belangrijke ontwikkelingen voordoen, zodat wij dat niet weer via de krant hoeven te vernemen?

Tot slot, wij hebben nu die regelingen en er zijn ook wat gevallen van misbruik. Welke lessen kunnen wij daaruit trekken? Is toen de regelingen werden ingevoerd bijvoorbeeld goed nagedacht over de samenloop met andere regelingen en mogelijk misbruik? Is überhaupt daarover gesproken binnen de Belastingdienst of het ministerie? Is er ook goed gekeken naar de samenhang met andere regelingen? Het feit dat sommige beleggers meer geld terugkregen dan hun inleg, betekent dat mensen die misbruik willen maken van regelingen, juist aangetrokken worden door die regelingen. Is goed naar dat soort zaken gekeken?

Staatssecretaris Wiebes: Voorzitter. Allereerst wil ik één opmerking van mevrouw Neppérus maar gewoon herhalen. Zij deed de oproep: houd het uitvoerbaar. Die krijgt de Kamer nog verschillende keren van mij te horen. De Belastingdienst heeft echt een probleem met een groot aantal regelingen. Er moet worden gekozen voor een beheerst veranderingstempo, want ook vereenvoudigen is complex, zeg ik altijd. Deze opmerking moeten wij allemaal voor ogen houden. Wij komen allemaal gevallen tegen waarvan wij denken: daar moet iets aan gebeuren. Een voorbeeld daarvan is het partnerbegrip. Dat is natuurlijk met liefde gedaan, maar een vereenvoudiging is het niet. Wij moeten in het hoofd houden dat er uiteindelijk een afweging moet komen tussen dingen die op zich maatschappelijk wenselijk kunnen zijn enerzijds, en de wens om het geheel uitvoerbaar te houden voor de Belastingdienst anderzijds. Dat is een grote oproep en ik dank mevrouw Neppérus daarvoor.

Als de heer Van Vliet met moties komt, is het nu niet productief om hele discussies te gaan voeren over partnerbegrippen, maar dat zullen wij dan op een later en passend moment doen.

Heb ik een zekere somberheid? Ja. Ik heb eerlijk gezegd en vermoedelijk ook in al mijn kennismakingsgesprekken anderhalf jaar geleden met de woordvoerders afgesproken dat ik eraan hecht om het gewoon maar open en eerlijk te doen. Soms is het niet leuk en soms is er niet meteen een oplossing voor. Toen mij in Kamervragen werd gevraagd hoe het daarmee stond, kon ik niet anders dan daar eerlijk over zijn. Daar ben ik inderdaad enigszins somber over. De heer Van Vliet noemt één list om bpm te ontwijken dan wel te ontduiken. Er zijn er nog vijftien. Dat is ingewikkelde materie. Ik kan niet anders zeggen.

De heer Dijkgraaf vroeg of Nederland daar nu gebruik van gaat maken. Het is een goede handelwijze van mij om in de fase waarin er breed naar draagvlak wordt gezocht voor allerlei fiscale bewegingen, even niet zelf allemaal dingen in de microfoon te gaan tetteren, maar om even goed te bekijken waar de zoektocht naar het draagvlak stolt en dan met iets te komen. Allerlei tussentijdse standen helpen mij niet. Om dat principe ferm door te zetten en consequent te hanteren, wil ik ook op deze vraag geen ander antwoord geven dan het antwoord dat ik eerder heb gegeven, namelijk dat ik geen rechtvaardiging zie voor een verschillende behandeling. Daar wilde ik het even bij laten. Anders gaan wij bij allerlei deelonderwerpen hele discussies hebben. Ik denk dat het proces gebaat is bij enige rust op dit terrein. Nou ja, «rust» is het verkeerde woord. «Geen tussenstanden» is een betere uitdrukking.

De heer Dijkgraaf (SGP): Op zich snap ik dat antwoord van de Staatssecretaris. In eerste termijn zei hij: dat verschil is idioot. Dat is een behoorlijke benaming. Stel nou dat er een oplossing komt waarvoor draagvlak is, dan zou het wel – je zou dat woord kunnen herhalen, maar laat ik het zelf zo zeggen – «bijzonder» zijn als je niet van die oplossing gebruikmaakt.

Staatssecretaris Wiebes: Deze vaststelling deel ik dan weer met de heer Dijkgraaf. Als er een groot draagvlak bestaat om iets idioots op te ruimen en je daartoe de mogelijkheid krijgt, dan ... Zover durven wij dan wel weer te gaan.

De heren Groot en Koolmees lanceren samen twee parlementaire evergreens, namelijk «de wal en het schip» en «het kastje en de muur». De ene wil ik graag omarmen, maar de andere in dit geval niet. Dat hier sprake is van een wal-schipkwestie is pijnlijk genoeg. Dat is wel helder aan de hand van het geval dat de heer Koolmees net besprak. Dat gebeurt inderdaad in een samenleving met complexe regels en gedragingen van mensen en huishoudens die soms nog complexer zijn. Het past niet altijd binnen de regels. Dat is een bestaand maatschappelijk fenomeen. In dit geval is het geen kastje-muurkwestie, want het is daadwerkelijk geheel een SZW-kwestie. Dat ontkent mijn collega van SZW ook helemaal niet. Hij heeft hier zelf ook brieven over gestuurd. Het is passend dat het daar behandeld wordt waar het moet, maar om ook maar elke zweem van kastje-muur te voorkomen, wil ik toezeggen dat ik nog even meld aan mijn collega van SZW himself dat dit speelde en dat hier zorgen over zijn bij de Tweede Kamer. Ik neem het graag op mij om het daar te laten behandelen waar het hoort. Verder ben ik erg blij met de toezegging van de heer Koolmees om niet het onmogelijke te vragen. Dat komt ons nog van pas als wij de stelselherziening bespreken.

De heer Van Vliet (Van Vliet): Dat is een toezegging van de Kamer.

Staatssecretaris Wiebes: Inderdaad: een toezegging van de Kamer om niet het onmogelijke te vragen.

De heer Bashir heeft aandacht gevraagd voor regelingen die al eerder in dit overleg – misschien was hij er toen nog niet – getypeerd zijn als over elkaar heen buitelende regelingen. Die hebben allemaal goede bedoelingen en zijn op geen enkele manier objectief fout, maar wel ruimhartig. Ik verzet mij tegen het idee dat het relevant zou zijn dat je meer terugkrijgt dan je inleg. Het gaat voor een belangrijk deel om een verschuiving van belastingafdrachten. Daarbij wordt bovendien de verplichting om ook het vreemd vermogen terug te betalen buiten beschouwing gelaten, maar, toegegeven, het zijn ruimhartige regelingen.

Dan kom ik op de tijdelijke willekeurige afschrijving en eventueel zelfs de samenloop met de tonnageregeling, waar de heer Bashir denk ik specifiek naar vraagt. Er lopen procedures. Het gaat om enkele tientallen belastingplichtigen. Bij verschillenden zijn er correcties toegepast, naheffingen gedaan, die overigens niet altijd onbetwist zijn, of een aanzet gedaan tot schikkingen. Alle zijn echter nog onder behandeling. In sommige gevallen moet de rechter daar een uitspraak over doen. Dat is het geval in een handvol gevallen. Dat verwacht ik niet voor de zomer. Zo zit Nederland ook in elkaar: dat is nog maar de laagste rechter. Wie weet komen wij uit bij verdere rechtsgangen. Dus het is voor mij heel moeilijk om daar uitspraken over te doen. Waar vermoedens bestaan van een verkeerde toepassing van de regels, zit de Belastingdienst erachteraan. Dat is in het vizier en wordt afgehandeld op de manier waarop de Belastingdienst dat doet. Dat is professioneel, maar uiteraard met de rechtszekerheid die daarbij hoort. Dat is dus niet van vandaag op morgen geregeld, maar ik heb wel het vertrouwen dat men uiteindelijk tot een uitkomst zal komen waarbij iedereen recht zal worden gedaan, inclusief de overheid en de Belastingdienst.

Over de samenloop met het tonnageregime is een ongunstige uitspraak van de rechter geweest. Daarop zal cassatie worden ingesteld. Het tijdpad kan ik moeilijk voorspellen. Ook op dat punt wordt het uiterste gedaan om de regels zo toe te passen als ze zijn bedoeld. Daar zit de Belastingdienst achteraan. Dat is ook de taak van de Belastingdienst. Daarmee meen ik antwoord te hebben gegeven op de vragen van iedereen, inclusief de heer Bashir.

De heer Bashir (SP): Dan vraag ik mij het volgende af en dat vragen de andere Kamerleden zich waarschijnlijk ook af. Als wij achteraf zien dat er door een samenloop van regelingen niet beoogde effecten ontstaan, hoe kan het dan dat die niet vooraf gezien zijn? Wellicht is dat iets om voortaan mee te nemen bij nieuwe regelingen.

Staatssecretaris Wiebes: Dat is ook een goede oproep. Uiteraard moet bij alle regels die wij ontwerpen, worden nagedacht over mogelijkheden om er misbruik van te maken. Het vehikel willekeurige afschrijving, dat vroeger «versnelde» of «vervroegde afschrijving» heette, bestaat al vanaf eind jaren tachtig. Dat was de rechtsopvolger van de WIR (Wet investeringsrekening). Ik kan garanderen dat toen, met de WIR toen nog vers in gedachte, ook goed is nagedacht over misbruikmogelijkheden. De tijdelijke verschijningsvorm is in 2009 geïntroduceerd. Toen was alleen de «t» nieuw, want het vehikel, de mogelijkheid bestond al langer. Dus bij al die regelingen moet goed nagedacht worden over onbedoelde samenloop of misbruik. Waar dat toch gebeurt, spring je daarbovenop. En dat doen wij hier.

De heer Van Vliet (Van Vliet): Er waren twee toezeggingen van de Kamer.

De voorzitter: Ja, haha. Misschien kunnen wij de toezeggingen van de Kamer aan de Staatssecretaris nog even oplezen. In die zin was dit een bijzonder overleg.

Ik dank de Staatssecretaris, de ondersteunende ambtenaren van het Ministerie van Financiën, de Kamerleden en de mensen op de publieke tribune.

Sluiting 11.19 uur.