Kamerstuk 34000-IIB-4

Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden inzake vaststelling van de begrotingsstaat van de overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs (IIB) voor het jaar 2015

Dossier: Vaststelling van de begrotingsstaat van de overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs (IIB) voor het jaar 2015

Gepubliceerd: 27 oktober 2014
Indiener(s): Magda Berndsen (D66)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34000-IIB-4.html
ID: 34000-IIB-4

Nr. 4 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 27 oktober 2014

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 10 oktober 2014 voorgelegd aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Bij brief van 24 oktober 2014 zijn ze door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie, Berndsen-Jansen

De waarnemend griffier van de commissie, Hendrickx

1

Kunt u in de tabel bij beleidsartikel 1 een splitsing maken tussen de Afdeling bestuursrechtspraak en de Afdeling advisering van de Raad van State?

Antwoord: Het jaarverslag 2013 van de Raad van State bevat een uitsplitsing van de uitgaven naar de Afdelingen op basis van de gerealiseerde uitgaven van dat jaar. De in het jaarverslag gepresenteerde uitsplitsing kan om inzicht in de verhoudingen te krijgen worden geëxtrapoleerd naar 2014 en latere jaren. De uitkomsten van deze extrapolatie zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Deze cijfers gaan uit van de actuele situatie van de Raad van State, zoals verwerkt in de ontwerpbegroting 2015. Budgettaire gevolgen voor de Raad van State van aanstaande wijzigingen in de wet- en regelgeving, waaronder de in de brief van 26 juni 2014 aangekondigde verdere functionele scheiding van taken binnen de Raad van State, zijn niet in de tabel verwerkt.

Uitgaven Raad van State (bedragen *1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

totaal

58.990

61.428

59.034

56.763

55.777

55.664

55.664

waarvan

             

advisering

8.311

8.654

8.317

7.997

7.858

7.842

7.842

bestuursrechtspraak

50.679

52.774

50.717

48.766

47.919

47.822

47.822

2

Wat is de reden dat er in 2014 de ontvangsten ten opzichte van 2013 zijn afgenomen met € 835.000,-?

Antwoord: Het bedrag 2013 betreft de gerealiseerde ontvangsten. De vorig jaar ontvangen griffierechten waren circa € 0,2 mln. hoger dan het bedrag van de raming 2014. De overige – eenmalige ontvangsten – betroffen onder meer een (niet-geraamde) teruggave van in totaal € 0,2 mln. van de Belastingdienst. In 2014 wordt in de raming rekening gehouden met een gedeeltelijke (70%) doorberekening van de uitgaven aan het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, terwijl in 2013 de volledige uitgaven konden worden doorberekend. Ook dit scheelt circa € 0,2 mln. Ten slotte zijn in 2013 diverse andere ontvangsten gerealiseerd, die door hun incidentele aard niet geraamd zijn in 2014.

3

Kunt u nadere informatie verschaffen over het verschil van inzicht dat bestaat tussen de vicePresident van de Raad van State en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de invulling van de taakstelling en de ingeboekte bezuinigingen? Kunt u iets zeggen over het overleg met de Raad van State?

Antwoord: De Raad van State onderkent de noodzaak om financiële maatregelen te nemen, maar stelt tevens dat, na invulling van de taakstelling Rutte I, verdergaande bezuinigingen wezenlijke gevolgen zullen hebben voor met name de afdeling Bestuursrechtspraak: de doorlooptijden zullen oplopen en als gevolg zullen de maatschappelijke kosten toenemen. De Raad van State acht dat niet in het belang van de rechtspraak en de burger. De Raad van State wijst er in dat verband op dat de Raad voor de rechtspraak geen taakstelling opgelegd heeft gekregen. Voorts wijst de Raad van State nog op de taakverzwaring als gevolg van veranderde wetgeving (Vreemdelingenwet, Omgevingswet).

Het kabinet staat op het standpunt dat ieder onderdeel van de Rijksdienst moet bijdragen aan de bezuinigingen en dat de Raad van State hiervan niet gevrijwaard kan worden. In de beheersafspraken tussen de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Hoge Colleges van Staat is bepaald dat eventuele verschillen van inzicht tussen een college en de Minister betreffende de ontwerpbegroting en toelichting eerst in ambtelijk en indien nodig in politiek-bestuurlijk overleg worden behandeld. Een dergelijk politiek-bestuurlijk overleg heeft inmiddels plaatsgevonden.

4

Heeft de regering voornemens om wetten en regels aan te passen om de structurele bezuiniging op de Raad van State in te vullen? Zo ja, welke wetten en regels betreft het?

Antwoord: Het kabinet heeft op dit moment geen concrete voornemens tot aanpassing van wet- en regelgeving met als doel het realiseren van aanvullende besparingen op de Raad van State.

5

Kunt u nadere informatie geven over het overleg met de Algemene Rekenkamer over de aanvullende inspanningsverplichting van € 1,2 mln.?

Antwoord: De Algemene Rekenkamer heeft aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangegeven dat er een toenemend aantal verzoeken tot onderzoek wordt ontvangen. Samen met de risico’s rondom de vorming van, en de bezuinigingen op de Auditdienst Rijk zorgt dit ervoor dat de Algemene Rekenkamer op dit moment geen aanvullende inspanningsverplichting op zich kan nemen. Het kabinet staat op het standpunt dat ieder onderdeel van de Rijksdienst moet bijdragen aan de bezuinigingen en dat de Algemene Rekenkamer hiervan niet gevrijwaard kan worden. Het kabinet gaat er dan ook van uit dat de Rekenkamer haar inspanningsverplichting op zich neemt. In de beheersafspraken tussen de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Hoge Colleges van Staat is bepaald dat eventuele verschillen van inzicht tussen een college en de Minister betreffende de ontwerpbegroting en toelichting eerst in ambtelijk en indien nodig in politiek-bestuurlijk overleg worden behandeld. Een eerste overleg, waarin bovengenoemde standpunten zijn gewisseld, heeft in maart 2014 plaatsgevonden.

6

Hoeveel verzoeken tot onderzoek heeft de Algemene Rekenkamer in 2013 en 2014 ontvangen?

Antwoord: In 2013 zijn vier onderzoeken gepubliceerd op verzoek van de Tweede Kamer en/of een bewindspersoon. Het betreft de volgende onderzoeken:

  • Bekostiging Primair Onderwijs;

  • Budget decentralisatie jeugdzorg;

  • Kunnen Basisscholen passend onderwijs aan?;

  • Validering nota «In het belang van Nederland».

In 2014 publiceert de Algemene Rekenkamer over drie onderzoeken die op verzoek van de Tweede Kamer en/of een bewindspersoon worden uitgevoerd:

  • Bekostiging voortgezet onderwijs;

  • Fiscaal verdragennetwerk;

  • Macrobudget Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

7

Wat was de uitkomst van het bestuurlijk overleg tussen de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de president van de Algemene Rekenkamer?

Antwoord: Zie antwoord op vraag 5.

8

Met welke inzet gaat de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het bestuurlijke overleg in dat bij de voorjaarsnota 2015 met de Algemene Rekenkamer wordt gevoerd?

Antwoord: Zoals opgenomen in de toelichting bij artikel 2 (blz. 8), staat het kabinet op het standpunt dat ieder onderdeel van de Rijksdienst moet bijdragen aan het op orde brengen en houden van ’s Rijksfinanciën en dat de Algemene Rekenkamer hiervan niet gevrijwaard kan worden. Het kabinet gaat er dan ook van uit dat de Rekenkamer haar inspanningsverplichting op zich neemt.

9

Acht de Nationale ombudsman het mogelijk om de opgelegde bezuinigingen te realiseren zonder dat zijn dienstverlening aan de inwoners van Nederland wordt aangetast? Zo nee, welke gevolgen hebben deze bezuinigingen?

Antwoord: Het beleid bij de Nationale ombudsman (No) is de burger te vrijwaren van de bezuinigingen die aan de No worden opgelegd. Dit beleid is en blijft ongewijzigd. Tot en met 2015 zijn en worden bezuinigingen doorgevoerd die geen gevolgen hebben voor de dienstverlening aan de inwoners van Nederland. Er is meer efficiency bereikt en er is gestart met een andere manier van werken. Voor wat betreft de bezuinigingen die in de periode 2016–2019 moeten worden gerealiseerd, zal de No zich tot het uiterste inspannen om deze niet ten koste van de dienstverlening te laten gaan. Maar dit kan niet worden gegarandeerd. Voorbeelden hiervan kunnen zijn, dat de diepgang van de klachtbehandeling vermindert en/of de doorlooptijden van de klachtbehandeling verder kunnen oplopen.

10

Waaruit bestaan de onvoorziene inkomsten van € 17.000,- in 2018?

Antwoord: Bij de verdeling van de taakstelling en de loon en prijsbijstelling is abusievelijk een klein deel van de taakstelling niet toebedeeld. Dit wordt bij Voorjaarsnota 2015 gecorrigeerd.