Kamerstuk 33891-175

Verslag van een schriftelijk overleg over de voorhang aanwijzing betreffende inwerkingtreding Wet langdurige zorg

Dossier: Regels inzake de verzekering van zorg aan mensen die zijn aangewezen op langdurige zorg (Wet langdurige zorg)

Gepubliceerd: 13 januari 2015
Indiener(s): Martin van Rijn (staatssecretaris volksgezondheid, welzijn en sport) (PvdA)
Onderwerpen: verzekeringen zorg en gezondheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33891-175.html
ID: 33891-175

Nr. 175 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 14 januari 2015

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de brief van 12 november 2014 over de voorhang aanwijzing betreffende inwerkingtreding Wet langdurige zorg (Kamerstuk 30 597, nr. 480).

De vragen en opmerkingen zijn op 3 december 2014aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 13 januari 2015 zijn de vragen beantwoord.

De voorzitter van de commissie, Lodders

Adjunct-griffier van de commissie, Clemens

I. VRAGEN EN OPMERKINGEN VANUIT DE FRACTIES

Vragen en opmerkingen van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van voorliggende brief. Genoemde leden hebben hier nog een aantal vragen bij.

De Staatssecretaris geeft aan dat hij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) opdracht geeft om vanaf de datum van inwerkingtreding van de Wet langdurige zorg (Wlz) (beleids)regels vast te stellen voor zorg als omschreven bij of krachtens de Wlz. Wat is exact de timing van het opstellen van deze beleidsregels ten opzichte van de inwerkingtreding van de Wlz? Wat zijn de consequenties van deze aanwijzing voor de cliënten, de zorgaanbieders, de zorgkantoren en overige betrokkenen?

Vragen en opmerkingen van de SP-fractie

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief «Voorhang aanwijzing betreffende inwerkingtreding Wet langdurige zorg». Zij hebben over deze brief nog een aantal vragen.

De leden van de SP-fractie vragen de Staatssecretaris hoe de aanwijzing, die hij voornemens is te doen, er precies uitziet. De Staatssecretaris geeft aan dat het om een nieuwe vorm van zorg gaat. Deze leden vragen de Staatssecretaris of deze nieuwe vorm alleen wetstechnisch het geval is, in het kader van uitvoering binnen de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), of dat er in de uitvoering en het karakter van de zorg ook wijzigingen plaats gaan vinden op basis van deze aanwijzing. Zijn er dergelijke wijzigingen, en zo ja hoe zien die eruit? Genoemde leden vragen de Staatssecretaris om een uitgebreide toelichting.

Vragen en opmerkingen van de CDA-fractie

Het wetsvoorstel Wet langdurige zorg is op 2 december jl. door de Eerste Kamer aangenomen. De leden van de CDA-fractie vragen wat dit betekent voor de daadwerkelijke uitvoering van de Wlz per 1 januari 2015. Bijvoorbeeld, blijven in 2015 de bestaande zorgzwaartepakketten (zzp’s), klassen en functies bestaan? Zo nee, worden dan nieuwe zorgprofielen vastgesteld? Zo ja, dan ontvangen deze leden die graag voor het weekend om de inhoud te kunnen beoordelen. Dit geldt ook voor de toekomstige tarieven.

II. REACTIE VAN DE STAATSSECRETARIS

VVD

De leden van de VVD-fractie vragen naar de timing van het opstellen van de (beleids)regels door de NZa ten opzichte van de inwerkingtreding van de Wlz.

De Nederlandse Zorgautoriteit (verder: NZa) heeft haar (beleids)regels reeds eerder vastgesteld, alle onder voorbehoud van inwerkingtreding van de Wet langdurige zorg. Dit was noodzakelijk om een tijdige zorginkoop mogelijk te maken. Nu de Wlz per 1 januari 2015 in werking is getreden, dient de NZa ook bevoegd te zijn om (beleids)regels vast te stellen voor zorg of diensten als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg. Omdat ik deze aanwijzing vóór 1 januari 2015 verstuurd heb, is de NZa bevoegd vanaf de datum van inwerkingtreding Wlz.

Tevens vragen de leden van de VVD-fractie naar wat de consequenties zijn voor de cliënten, zorgaanbieders, zorgkantoren en overige betrokken van deze aanwijzing.

De aanwijzing die gestuurd wordt aan de NZa is een opdracht van mij aan de NZa, om ook (beleids)regels vast te stellen voor zorg als omschreven bij of krachtens de Wlz. De NZa kan dit namelijk niet zonder deze aanwijzing. Omdat het een nieuwe vorm van zorg betreft, als bedoeld in artikel 59 van de Wet marktordening gezondheidszorg (verder: Wmg), is een aanwijzing aan de NZa verplicht. Deze is echter niet meer dan technisch van aard en kent daarom geen verschillen ten opzichte van de eerdere bevoegdheid van de NZa ten aanzien van het vaststellen van (beleids)regels voor zorg als omschreven bij of krachtens de AWBZ.

SP

De leden van de SP vragen hoe de aanwijzing er precies uit ziet.

De aanwijzing die ik voornemens ben aan de NZa te versturen, bevat dezelfde onderdelen als omschreven in de voorhangbrief. De voorhangbrief bevat de zakelijke inhoud van de aanwijzing. Derhalve bevat de aanwijzing één artikel waarin de opdracht aan de NZa om (beleids)regels voor zorg als omschreven bij of krachtens de Wlz vast te stellen, vermeld staat.

Door de inwerkingtreding van de Wlz valt de zorg als omschreven bij of krachtens de Wlz onder de werkingssfeer van de Wmg. Het gaat hierbij om een nieuwe vorm van zorg onder de reikwijdte van de Wmg. Op grond van artikel 59 van de Wmg is een aanwijzing aan de NZa in dat geval verplicht. De aanwijzing is hier de juridische uitwerking van, voorzien van een toelichting. Deze aanwijzing wordt op grond van artikel 8 Wmg ook in de Staatscourant gepubliceerd.

De leden van de SP-fractie vragen of deze nieuwe vorm van zorg alleen wetstechnisch het geval is, in het kader van de uitvoering binnen de Wmg, of dat er in het karakter van de zorg ook wijzigingen plaatsvinden op basis van deze wijzigingen. Tevens vragen zij indien deze wijzigingen zich voordoen, hoe deze eruit zien.

De voorgenomen aanwijzing is technisch van aard, in die zin dat de NZa met deze aanwijzing ook bevoegd wordt (beleids)regels voor zorg als omschreven bij of krachtens de Wlz vast te stellen. Met de inwerkingtreding van de Wlz valt een nieuwe vorm van langdurige zorg onder de reikwijdte van de Wmg: de Wlz in plaats van de AWBZ. Omdat het een nieuwe vorm van zorg betreft, als bedoeld in artikel 59 Wmg, is een aanwijzing aan de NZa verplicht. Zonder deze aanwijzing is de NZa hier niet toe bevoegd. In het karakter van de zorg zullen op basis van deze aanwijzing dan ook geen wijzigingen optreden. De wijzigingen in het karakter van de zorg vloeien voort uit de reeds aangenomen Wlz.

CDA

De leden van de CDA-fractie vragen wat dit betekent voor de daadwerkelijke uitvoering van de Wlz per 1 januari 2015. Zo vragen zij of in 2015 nog de bestaande zorgzwaartepakketten (zzp’s) en klassen en functies blijven bestaan. Of indien dit niet het geval is, of nieuwe zorgprofielen worden vastgesteld, en indien dit het geval is, hoe deze eruit zien en wat de bijbehorende tarieven zijn.

De voorgenomen aanwijzing heeft tot gevolg dat de NZa bevoegd is tot het vaststellen van (beleids)regels. Zonder deze aanwijzing ontbreekt deze bevoegdheid voor zorg of diensten als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg. De huidige bekostigingssystematiek zal in 2015 nog worden gehandhaafd. De Kamer heeft een motie1 aangenomen waarin de regering is verzocht een zorgvernieuwingsagenda op te stellen en voor de zomer van 2015 naar de Kamer te zenden. Het onderwerp bekostiging maakt expliciet onderdeel uit van deze agenda.