Kamerstuk 33752-46

Amendement van het lid Klein over verlaging van het percentage voor de forfaitaire vermogensrendementsheffing van 4% naar 2%

Dossier: Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2014)

Gepubliceerd: 13 november 2013
Indiener(s): Norbert Klein (50PLUS)
Onderwerpen: belasting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33752-46.html
ID: 33752-46

1,3 %
98,7 %

PvdA

CDA

PVV

VVD

D66

50PLUS

PvdD

CU

GL

BONTES

SGP

SP


Nr. 46 AMENDEMENT VAN HET LID KLEIN

Ontvangen 13 november 2013

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I wordt na onderdeel F een onderdeel ingevoegd, luidende:

Fbis

In artikel 5.2, eerste en tweede lid, wordt «4%» vervangen door: 2%.

Toelichting

Spaarders betalen thans 1,2 procent belasting over spaargeld dat uitkomt boven de heffingsvrije grens van € 21.139 euro (€ 42.278 voor paren). Deze belasting staat los van de werkelijke rente die spaarders ontvangen.

De fiscus gaat bij het vaststellen van de vermogensbelasting uit van een (fictief) rendement van 4%, waarover vervolgens 30% belasting betaald moet worden. In de praktijk komt dit neer op een jaarlijkse belasting van 1,2% over het vermogen boven de heffingsvrije grens.

Indiener stelt vast, dat rond 40% van de belastingbetalers die te maken hebben met de vermogensrendementsbelasting, hun gehele vermogen op een spaarrekening hebben staan, en een spaarrente genieten die al jaren ruim onder de 4% ligt. Met de inflatie daar nog bij gerekend resulteert de geheven vermogensrendementsheffing in een structurele afname van gespaard vermogen. Beleggers met een bewust gekozen «defensief beleggingsprofiel» komen eveneens veelal niet aan 4% rendement op het vermogen, waardoor ook zij vermogenserosie ondervinden door de huidige vermogensrendementsheffing.

Indiener is van mening, dat de vermogensrendementsheffing in deze omvang grote groepen spaarders en beleggers aanzet tot grote terughoudend bij hun bestedingen, respectievelijk prikkelt tot risicovoller beleggingen. Deze ontwikkelingen zijn contraproductief voor het consumentenvertrouwen, de consumptieve bestedingen, en de financiële moraal van beleggers.

Op grond van deze overwegingen wordt voorgesteld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 het percentage voor de forfaitaire vermogensrendementsheffing te verlagen van 4% naar 2%.Halvering van de rendementsheffing leidt tot een budgettair beslag van € 2,1 miljard structureel. Dekking wordt verkregen door een structurele taakstellende verlaging van de rijksbegroting met € 2,1 miljard.

Klein