Gepubliceerd: 3 september 2012
Indiener(s): Henk Kamp (minister sociale zaken en werkgelegenheid) (VVD)
Onderwerpen: organisatie en beleid sociale zekerheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33318-5.html
ID: 33318-5

Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 3 september 2012

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

1. Algemeen

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de Wet vereenvoudiging regelingen SVB. Zij delen de uitgangspunten dat regels eenvoudiger moeten worden, zodat ze goedkoper uitgevoerd kunnen worden en ook beter begrijpbaar zijn voor burgers. Daarnaast vinden zij het van belang dat – zoals de regering voorstelt – regels zijn gemaakt op hoofdregels, met zo weinig mogelijk uitzonderingen. Dat komt de uitvoering en begrijpbaarheid ten goede. Niet voor elke groep een apart regime. De leden van de VVD-fractie hebben wel nog enkele vragen over het wetsvoorstel.

De leden van de PvdA-fractie hebben kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel. Zij menen dat de gevolgen voor uitkeringsgerechtigden aanzienlijk kunnen zijn, en dat dan niet om een vereenvoudiging van regelingen gaat. Zij hebben een aantal vragen die in dit verslag zijn opgenomen

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van dit wetsvoorstel. Zij onderschrijven het doel van het wetsvoorstel om de regelgeving transparanter, efficiënter en eenvoudiger te maken. Zij hebben nog wel een aantal vragen, die in dit verslag zijn opgenomen.

2. Hoofdlijnen

De leden van de PvdA-fractie vragen of de regering nader kan toelichten wat de redenen zijn geweest van uitzonderingen in de huidige wetgeving. Kan de regering nader toelichten waarom die redenen nu niet meer aanwezig zouden zijn?

De leden van de CDA-fractie willen van de regering vernemen welke gevolgen het onderhavige wetsvoorstel heeft voor de organisatie van de SVB.

Hebben de voorstellen om regelgeving te vereenvoudigen en af te schaffen gevolgen voor de wijze van toezicht? Zo ja, welke gevolgen zijn dat?

Kan de regering toelichten op welke wijze de voorgestelde wijzigingen worden uitgewerkt in lagere regelgeving?

3. Toelichting per voorstel

3.1 Niet meer uitkeren kruimelpensioen AOW

Kan de regering aan de leden van de VVD-fractie een overzicht verstrekken van het percentage AOW dat mensen opgebouwd hebben (bijvoorbeeld per percentiel)? Zij horen graag wat er gebeurt met iemand die een AOW-opbouw heeft van 4% en die door de verhoging van de AOW-leeftijd een jaar «kwijtraakt» en dus opeens een kruimelpensioen heeft. Is het mogelijk om het kruimelpensioen af te kopen?

De leden van de VVD-fractie willen graag weten wat het precies betekent dat binnen de EU mensen wel het recht op het opgebouwde tijdvak behouden. Betekent dit enkel dat ze bij de berekening van de opbouw van een ouderdomspensioen ook de kruimel-AOW wordt meegenomen, of kunnen ze ook daadwerkelijk alsnog de kruimel-AOW opeisen?

Met betrekking tot het voorstel om het zogenaamde «kruimelpensioen» af te schaffen geeft de regering aan dat er uitzonderingsgevallen zijn, waarvoor de regeling niet geldt. De leden van de CDA-fractie vragen of de regering nader kan toelichten om hoeveel uitzonderingsgevallen het zal gaan.

Kan de regering nader toelichten in welke bilaterale verdragen er sprake is van de verplichting om een kruimelpensioen toch uit te betalen? Ziet de regering mogelijkheden om het aantal uitzonderingsgevallen terug te dringen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Kan de regering nader toelichten hoe de samenstelling van delen van kalenderjaren ten behoeve van het vaststellen van een kruimelpensioen zal worden vormgegeven?

3.2 Anw-halfwezenuitkeringintegreren met de nabestaandenuitkering.

Kan de regering voor de duidelijkheid aan de leden van de VVD-fractie vermelden welke inkomsten wel of niet worden verrekend met de nabestaandenuitkering. Hoe ziet de inkomenstoets eruit?

Ten aanzien van de ANW vragen de leden van de PvdA-en CDA-fracties of de regering nader kan toelichten waarom de keuze is gemaakt voor de systematiek van de voormalige Algemene Weduwen- en Wezenwet. Heeft de regering andere alternatieven overwogen? Zo ja, welke alternatieven zijn dat? Hoeveel ouders of verzorgers zullen hun halfwezenuitkering verliezen?

Kan de regering nader toelichten waarom de regering een overgangsperiode van zes maanden voor de aanpassing van de Algemene nabestaandenwet voor de halfwezenuitkering redelijk en proportioneel acht?

De leden van de PvdA-fractie vragen of de koopkrachtgevolgen voor deze groep ouders of verzorgers inzichtelijk kunnen worden gemaakt. Wat is de maximale inkomensachteruitgang waar deze groep ouders of verzorgers mee kunnen worden geconfronteerd? Kan in een tabel worden weergegeven wat de inkomensgevolgen zijn voor modale inkomens wanneer een van de ouders overlijdt en er geen beroep op de ANW wordt gedaan?

3.3 Vereenvoudigingen kinderbijslag

Het afschaffen van de onderhoudstoets enkelvoudige kinderbijslag en afschaffing inkomenstoets voor uitwonende kinderen onder de 16 jaar leidt tot een structurele stijging van de uitgaven van € 3,4 miljoen kinderbijslag en € 0,8 miljoen kindgebonden budget. Kan de regering aan de leden van de VVD-fractie uitleggen of er ook een vereenvoudiging te voorzien is, of overwogen is, die niet leidt tot een uitgavenstijging? Of een uitgavenstijging die minder is dan de structurele besparing van de uitvoeringskosten?

Kan de regering al iets meer duidelijkheid geven over de groepen die bij ministeriële regeling de mogelijkheid krijgen om de kinderbijslag gesplitst te laten uitbetalen? Komt hier ook een voorhangprocedure voor?

De voorzitter van de commissie, Van Gent

Adjunct-griffier van de commissie, Esmeijer