Kamerstuk 33253-40

Amendement van de leden Pia Dijkstra en Bouwmeester ter vervanging van nr. 33 over het schrappen van de bevoegdheid van de minister om een structurele aanwijzing te geven

Dossier: Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg, de Wet cliëntenrechten zorg en enkele andere wetten in verband met het tijdig signaleren van risico's voor de continuïteit van zorg alsmede in verband met het aanscherpen van procedures met het oog op de kwaliteit en bereikbaarheid van zorg

Gepubliceerd: 27 februari 2013
Indiener(s): Pia Dijkstra (D66), Lea Bouwmeester (PvdA)
Onderwerpen: organisatie en beleid zorg en gezondheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33253-40.html
ID: 33253-40

Nr. 40 AMENDEMENT VAN DE LEDEN PIA DIJKSTRA EN BOUWMEESTER TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 331

Ontvangen 27 februari 2013

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I komt onderdeel A te vervallen.

II

In artikel II komt onderdeel C te vervallen.

III

In artikel II komt onderdeel D te vervallen.

IV

In artikel V komt onderdeel A te vervallen.

V

In artikel V komt onderdeel B te vervallen.

VI

Artikel VI vervalt.

VII

In artikel VII, onderdeel B, komt onderdeel i te vervallen.

Toelichting

De voorliggende wet regelt dat de minister, indien hij van oordeel is dat de grootschalige organisatie van een zorgaanbieder in ernstige mate afbreuk doet aan het verlenen van verantwoorde zorg, een aanwijzing kan geven die inhoudt dat de organisatiestructuur wordt gewijzigd. Het kan daarbij gaan om een verplichting tot opsplitsing van een zorgaanbieder door afstoting van bedrijfsactiviteiten of verkoop van aandelen. De minister doet dit op advies van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en niet eerder dan nadat door de zorgautoriteit een rapportage is uitgebracht over de effecten van de aanwijzing voor de zorgaanbieder. Deze bevoegdheid is uitsluitend bedoeld voor die gevallen dat alle andere middelen tot ingrijpen hebben gefaald.

De indieners zijn van mening dat de toegevoegde waarde van de hier voorgestelde diepingrijpende bevoegdheid overbodig is, omdat de IGZ al over een breed instrumentarium beschikt waarmee zij kan ingrijpen om de risico’s voor de kwaliteit van de zorg te verminderen. Dit betekent dat er altijd minder ingrijpende maatregelen mogelijk zijn dan splitsing van de zorgaanbieder, die voor de kwaliteit en patiëntveiligheid veel meer waarborgen bieden. Verder achten de indieners dit onderdeel van de wet moeilijk uitvoerbaar, omdat het onmogelijk is onomstotelijk aan te tonen dat de grote omvang van een instelling de reden is van slechte kwaliteit van die instelling. Hierdoor ontstaat het risico op een discussie over reorganisatie, in plaats van dat er meteen wordt ingegrepen. Juist de directe borging van kwaliteit en patiëntveiligheid moet worden geborgd, want daarbij is de patiënt pas echt gediend

Pia Dijkstra Bouwmeester