Kamerstuk 33240-X-10

Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 20 juni 2012, inzake het Jaarverslag en de slotwet van het Ministerie van Defensie 2011 en het rapport van de Algemene Rekenkamer

Dossier: Jaarverslag en slotwet Ministerie van Defensie 2011

Gepubliceerd: 16 juli 2012
Indiener(s): Willibrord van Beek (VVD)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33240-X-10.html
ID: 33240-X-10

Nr. 10 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG

Vastgesteld 16 juli 2012

De vaste commissie voor Defensie heeft op 20 juni 2012 overleg gevoerd met minister Hillen van Defensie over de Slotwet en het Jaarverslag van het ministerie van Defensie 2011 en het rapport van de Algemene Rekenkamer.

Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Defensie, Van Beek

De griffier van de vaste commissie voor Defensie, Roovers

Stenografisch verslag van een wetgevingsoverleg van de vaste commissie voor Defensie

Woensdag 20 juni 2012

13.30 uur

Voorzitter: Bosman

Aanwezig zijn 4 leden der Kamer, te weten:

Bosman, Holtackers, Hernandez en Eijsink,

en de heer Hillen, minister van Defensie.

Aan de orde is de behandeling van:

  • de brief van de minister van Defensie d.d. 16 mei 2012 over het Jaarverslag 2011 van het ministerie van Defensie (33 240-X, nr. 1);

  • de brief van de minister van Defensie d.d. 8 juni 2012 met de lijst van vragen en antwoorden inzake het Jaarverslag 2011 van het ministerie van Defensie (33 240-X, nr. 5);

  • de brief van de minister van Defensie d.d. 16 mei 2012 over de Slotwet 2011 van het ministerie van Defensie (33 240-X);

  • de brief van de minister van Defensie d.d. 8 juni 2012 met het verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden inzake de Slotwet 2011 van het ministerie van Defensie (33 240-X, nr. 7);

  • de brief van de president van de Algemene Rekenkamer d.d. 16 mei 2012 met het rapport van de Algemene Rekenkamer bij het Jaarverslag 2011 van het ministerie van Defensie 2011 (33 240-X, nr. 2);

  • de brief van de minister van Defensie d.d. 8 juni 2012 met de lijst van vragen en antwoorden inzake het rapport van de Algemene Rekenkamer bij het Jaarverslag 2011 van het ministerie van Defensie (33 240-X, nr. 6);

  • de brief van de president van de Algemene Rekenkamer d.d. 12 juni 2012 met de lijst van vragen en antwoorden over het rapport bij het Jaarverslag 2011 van het ministerie van Defensie (33 240-X, nr. 8).

De voorzitter: Ik heet de minister, zijn team, mijn collega's, de mensen in de zaal en eventuele kijkers of luisteraars van harte welkom. Ik heb een kleine tip voor de minister: vorige week hebben wij in een technische briefing met de Algemene Rekenkamer de zaken nog eens goed doorgespit. De minister is zich daar nu dus van bewust. We hebben een spreektijd van tien minuten afgesproken, maar die hoeft niet vol te worden gemaakt.

De heer Holtackers (CDA): Voorzitter. Vandaag spreken wij over het Jaarverslag van het ministerie van Defensie over 2011. Dat was weer een bewogen jaar, allereerst door de val van het kabinet-Balkenende IV, dat op Prinsjesdag 2010 een beleidsarme begroting indiende. Vervolgens trad in oktober 2010 het kabinet-Rutte/Verhagen aan, dat zich genoodzaakt zag om fors te bezuinigen op Defensie. Maar liefst 1 mld. per jaar heeft minister Hillen in de regeerperiode moeten inboeken en moeten ombuigen om de nieuwe begroting sluitend te krijgen, de exploitatie op orde te krijgen en ruimte te maken voor nieuwe investeringen. Dit is een operatie die haar weerga niet kent. Toen de beleidsbrief naar de Kamer ging, in april vorig jaar, was het begrotingsjaar echter al bijna halverwege. Voor het jaar 2011 heeft de minister noodgrepen moeten toepassen om de eerste klappen op te vangen: het afknijpen van de instroom van personeel en van investeringen. Het was dus een bijzonder jaar, dat Defensie op zijn grondvesten deed schudden.

Tegelijkertijd bleef de organisatie draaien zoals wij van haar gewend zijn, voor vrede en veiligheid. Maar liefst 3 300 militairen zijn ingezet in crisisbeheersingsoperaties en bij de opbouw van de veiligheidsorganisaties in Afghanistan, Libië, Afrika en het Midden-Oosten en op de Balkan. Het CDA dankt onze mannen en vrouwen voor hun inzet, altijd onder moeilijke omstandigheden.

Defensie heeft in het verleden bewezen deze drieslag van bezuinigen, reorganiseren en operaties uitvoeren aan te kunnen. Dat is echter nogal eens ten koste gegaan van de kwaliteit van de bedrijfsvoering. Slechtere rapporten van de Rekenkamer, zelfs tot aan een bewaaronderzoek, en natuurlijk een kritische Kamer waren daarvan het gevolg. De vrees voor herhaling is in 2011 niet bewaarheid. Integendeel, Defensie heeft in 2011 bijna alle doelstellingen van het verbeterprogramma voor 2011 gerealiseerd. Het merendeel van de benodigde maatregelen of mijlpalen is gerealiseerd. Dat heeft ertoe geleid dat het financieel beheer en het materieel beheer zijn verbeterd. Het ministerie heeft zijn betalingsgedrag sterk verbeterd en betaalt nu minimaal 90% van de facturen binnen 30 dagen. Over de hele linie is het aantal onvolkomenheden afgenomen. De president van de Rekenkamer, mevrouw Stuiveling, sprak zelfs van spectaculaire verbeteringen. Dat is een compliment uit onverdachte hoek. De CDA-fractie sluit zich hierbij aan. Wij zijn trots op wat deze minister heeft bereikt, ook met dank aan zijn voorganger, de heer Van Middelkoop.

Dit neemt niet weg dat er onvolkomenheden blijven, vooral in het financieel beheer. Zo was het percentage verplichtingendossiers met fouten bij alle Defensieonderdelen te hoog. Bij de uitgavendossiers was dit percentage bij de meeste Defensieonderdelen verbeterd ten opzichte van 2010, maar nog niet voldoende. Sterker nog: in het financieel beheer is nog geen sprake van een afname van het aantal onvolkomenheden. Natuurlijk heeft Defensie er bewust voor gekozen om de verbeteractiviteiten te richten op de grootste risico's. Dat valt dus te begrijpen. Daarnaast legt de minister verhelderend uit dat een tekortkoming die voor heel Defensie geldt, in het ongunstigste geval als zeven onvolkomenheden wordt meegeteld, omdat Defensie zeven onderdelen heeft. Dat is ook het antwoord op vraag 4 in het rapport van de Rekenkamer. Een nieuwe onvolkomenheid betreft de aanzienlijke achterstand bij de MIVD op het punt van de screenings voor functionarissen die vertrouwensfuncties bekleden. Daarover hebben wij al vaker gedebatteerd, ook vanmorgen nog. Ik zal hier dus niet verder op ingaan, maar ik vraag wel of er een streefdatum voor de verbetering wordt afgesproken en waarom zo'n streefdatum nog niet is vastgelegd.

Een algemenere vraag aan de minister is hoe Defensie de ingezette koers van verbeteringen kan voortzetten en de bereikte resultaten kan vasthouden. Wat het CDA betreft, moet er ingezet blijven worden op vereenvoudiging van de regelgeving. Zo is de maatregel ingevoerd om voor bedragen onder de € 30 000 geen verplichtingen, maar alleen de uitgaven vast te leggen. Dit vermindert de beheerslasten volgens de minister aanzienlijk. Hopelijk kunnen er meer van die quick wins gerealiseerd worden. Zo leidt vereenvoudiging van de interne regelgeving – de regels die Defensie zichzelf oplegt, dus niet de regels die door de Rekenkamer worden opgelegd – tot vereenvoudiging van controleactiviteiten en daarmee tot een vermindering van de benodigde controlecapaciteit. Wel vraagt mijn fractie aandacht voor de waarschuwing van de Rekenkamer dat de geplande reductie van de auditdienst pas verantwoord is als het ministerie zelf voldoende in staat is om betrouwbare informatie over de kwaliteit van het beheer te leveren. De commissie-De Veer vroeg ook al aandacht voor voldoende controlecapaciteit, ook in verband met de reorganisatie. Ik krijg hierop graag een reactie van de minister. Kan hij toezeggen dat de kwaliteit van de auditfunctie gewaarborgd en op peil blijft?

Daarnaast is voldoende centrale regie nodig voor de verbeteringen van het beheer en moet de centrale regiefunctie over voldoende mandaat en capaciteit beschikken. Mijn fractie deelt deze opvatting van de Rekenkamer. Ook delen wij haar oproep om heldere keuzes te maken over de samenhang van de reorganisatie, de ontwikkeling van SPEER en het op orde brengen van het totale beheer. De CDA-fractie wacht met belangstelling de door de minister toegezegde aanpassing van het SPEER-programmaplan in de begroting voor 2013 af. Een en ander heeft natuurlijk alles te maken met het nieuwe besturingsmodel. In het AO over het personeel heb ik daar vanmorgen al de nodige opmerkingen over gemaakt. Het mag duidelijk zijn dat een goed functionerend besturingsmodel cruciaal is voor de bedrijfsvoering.

Geheel zonder risico's zijn de komende jaren niet, maar dat ligt niet aan de minister. Integendeel, deze minister is juist goed bezig. Nee, de grootste risicofactor wordt gevormd door de partijen die het mes nog verder in Defensie willen zetten. Mijn fractie is geschokt door de miljardenbezuinigingen die rondvliegen en het gemak waarmee men die denkt te kunnen inboeken. Het is wrang dat in het verleden ook linkse partijen tegen Defensie aanschopten met het argument dat de bedrijfsvoering niet zou deugen en dat zij om die reden begrotingen soms hun goedkeuring hebben onthouden. Nu Defensie complimenten krijgt van de Rekenkamer, lijkt dat mij geen argument meer om niet hard te werken aan een sterkere Defensie en om niet buitengewoon voorzichtig te zijn met nieuwe bezuinigingen in de toekomst. We kunnen 3 300 militairen complimenteren met hun inzet in diverse operaties, in het belang van vrede, veiligheid en stabiliteit. Dat moeten wij voor de toekomst gewoon behouden.

De heer Hernandez (PVV): Voorzitter. Vanmorgen heb ik de minister flink op de pijnbank gelegd, maar laat ik vanmiddag maar eens positief beginnen door de minister een compliment te geven. Bijna alle doelstellingen van het verbeterprogramma voor 2011 zijn gerealiseerd. Er zijn geen ernstige tekortkomingen geconstateerd door de Algemene Rekenkamer. Het ministerie heeft zijn betaalgedrag in 2011 sterk verbeterd ten opzichte van 2010 en voldoet nu aan de rijksbrede norm van het binnen 30 dagen betalen van 90% van de facturen. Defensie zit in een zware reorganisatie. Het is dan ook knap dat het financiële en materiële beheer bij Defensie zichtbaar verbeterd is.

Tot zover het positieve deel. Defensie blijft namelijk ook kampen met zeventien onvolkomenheden, waarvan een deel hardnekkig is. Verder blijven bij Defensie de achterstanden met betrekking tot de veiligheidsonderzoeken van de MIVD aanwezig en is dit opgevoerd als nieuw punt in het ARK-rapport. De verbeteringen in het financieel beheer hebben zich nog niet doorvertaald in een afname van het aantal onvolkomenheden, omdat eerst prioriteit is gegeven aan de grootste risico's. Er is dus nog zeker werk aan de winkel.

Dat er nog steeds veel werk te verzetten is, hebben we in het vorige debat over personeel kunnen zien. De reorganisatie bij Defensie verloopt niet erg voortvarend. De verwachte vulling in 2011 is niet gerealiseerd en is uitgekomen op 92,4%. De minister geeft aan dat de personele vermindering op schema ligt, maar cijfers tonen ook aan dat bij de verkleining van de staven en het aantal hoge officieren geen of nauwelijks voortgang is geboekt.

De minister heeft toegezegd om de achterstanden bij de MIVD bij herhalingsverzoeken voor vertrouwensfuncties op te lossen. Wij horen dit natuurlijk al jarenlang van Defensie. De MIVD heeft maatregelen genomen om de achterstanden te verkleinen, maar ik voorspel dat wij volgend jaar waarschijnlijk wederom met hetzelfde probleem te maken hebben. Is die problematiek niet structureel bij de MIVD? Heeft de MIVD een concreet en proactief plan? Ik wil graag van de minister horen welk plan er voor het komende jaar aan ten grondslag ligt om deze problematiek op te lossen. Hebben de AIVD en de MIVD niet jarenlang met de ruggen naar elkaar toe geleefd, terwijl zij nagenoeg hetzelfde werk doen en kunnen zij hier iets voor elkaar betekenen? Daarop krijg ik graag een reactie.

Dan het programma SPEER. We hadden vorige week een debat over de kostenstijgingen bij materieelprojecten. Nou, het programma SPEER kan daar naadloos bij aansluiten. Het potje geld blijft nu gelijk, maar de functionaliteiten schuiven door. De Rekenkamer geeft aan dat de reorganisatie, de ontwikkeling van SPEER en het op orde brengen van het beheer afhankelijk zijn van elkaars voortgang. Volgens de Rekenkamer moet Defensie hier heldere keuzes maken en de Kamer hierover informeren. Ik hoor graag hoe de minister hierover denkt.

De evaluatie en de effecten van internationale missies worden volgens de ARK niet adequaat weergegeven in het jaarverslag. Het blijft lastig om de effecten van de Nederlandse bijdrage vast te stellen. Ik begrijp best dat de minister hier moeite mee heeft, aangezien het effect van veel internationale missies waaraan deze regering deelneemt, zo gering is dat deze minister dit volgens mij niet eens kenbaar wil maken. De effecten van de Nederlandse bijdrage in bijvoorbeeld Afghanistan zijn 0,0. Toch wil de PVV graag van deze minister weten welke mogelijkheden hij ziet om het effect van de Nederlandse bijdrage bij internationale missies met als doelstelling «vrede en veiligheid» inzichtelijker te maken.

Dat Europa onze soevereiniteit op alle mogelijke manieren inperkt, kan ook worden opgemaakt uit het Jaarverslag van Defensie. Bij de toelichting op beleidsartikel 24 over het Commando Koninklijke Marechaussee valt te lezen dat met name op luchthavens en in treinen vanaf juni 2011 minder grenscontroles zijn toegestaan dan in de voorgaande jaren. De cijfers voor het Mobiel Toezicht Veiligheid zullen hierdoor structureel lager uitvallen dan in eerdere jaren.

Het verstikkende Verdrag van Schengen en de uitspraken van een wereldvreemd instituut, de Raad van State, hebben voor de aanpassing gezorgd van het Vreemdelingenbesluit. Hierdoor kunnen structureel minder MTV-controles door de Koninklijke Marechaussee worden uitgevoerd langs onze grenzen. De KMar kan bijvoorbeeld maar maximaal twee treinen per dag per traject controleren en per trein maximaal twee coupés. Er mag maar maximaal 90 uur per maand en maximaal 6 uur per dag langs de wegen worden gecontroleerd. De PVV ziet deze dalende trend al terug: in 2011 waren er half zoveel vaststellingen van illegalen in het grensgebied dan in 2010.

Het personeel van de KMar ziet potentiële criminelen de Nederlandse grens oversteken, maar mag niet ingrijpen vanwege Brussel. De EU zorgt ervoor dat Nederland zijn soevereine taak van grensbewaking en de bescherming van haar territoriale integriteit niet kan uitoefenen. Uit cijfers van het MTV blijkt dat de KMar bijna de helft van alle illegalen moet laten lopen. Terugtrekking uit de EU/Schengen is ook op dit gebied voor Nederland de enige mogelijkheid om ervoor te zorgen dat illegalen en criminelen uit Oost- en Midden-Europa niet langer vrijspel krijgen. Mijn fractie wil van de minister graag een reactie op het bovenstaande. Ziet hij hier ook een fundamenteel probleem voor de taakstellingen van de KMar? Wat vindt hij van het feit dat de cijfers van het MTV, zoals aangegeven in het jaarverslag, structureel lager zullen uitvallen dan in eerdere jaren? Welke oplossingen heeft de minister voor dit enorme probleem?

Op verzoek van de PVV heeft de minister onderzocht of de offensieve mentaliteit/mindset van de militair binnen Defensie is geborgd in opleiding en training. De minister geeft aan dat dit zo is. Er hoeft volgens de minister concreet niets te worden veranderd bij Defensie, in tegenstelling tot vele groepen binnen de krijgsmacht, die wel graag veranderingen zien. De PVV is van mening dat militairen zich, tijdens inzet, in eerste instantie moeten richten op hun kerntaak, geweldsuitoefening, en niet op ontwikkelingswerk. Offensief de tegenstander benaderen hoort hierbij. De PVV blijft dan ook van mening dat de offensieve mindset een van de kerncompetenties dient te worden van de visie op leidinggeven. De minister heeft aangegeven dat deze visie aan actualisering toe is. Onze fractie vraagt de minister nogmaals om dit in zijn overwegingen mee te nemen.

Mevrouw Eijsink (PvdA): Voorzitter. Een keer per jaar kijken wij in een wetgevingsoverleg terug aan de hand van het jaarverslag, de slotwet en een advies van de Algemene Rekenkamer, dat ik zeer op prijs stel. Terugkijken blijft altijd stoeien, want ook in 2011 is er op het ministerie uiteraard heel hard gewerkt. Hard werken staat uiteraard niet altijd gelijk aan resultaten. Ik begreep de opmerking van de heer Holtackers zeker, maar de Kamer is er om te controleren. Wij kijken een keer per jaar terug of de duidelijke beleidsconclusies zoals wij die het vorige jaar hebben besproken, nog van toepassing zijn, of de kabinetsdoelstellingen en de beleidsartikelen aan elkaar gekoppeld zijn, of de inputgegevens – dus de feiten die gegeven worden – kloppen, of de verschuivingen binnen de grote geldstromen en binnen de artikelen transparant zijn – want we weten allemaal dat investeringen en exploitatie moeizaam verlopen – en of er een samenhang is tussen beleidsdoorlichtingen en het jaarverslag. Dat is in feite wat wij een keer per jaar bespreken. De PvdA-fractie hecht zeer aan een goede terugblik. Het is uiteraard van belang dat de Kamer haar controlerende taak in die zin uitermate serieus neemt.

De heer Holtackers (CDA): De Kamer controleert inderdaad en de door mevrouw Eijsink opgeworpen vragen hebben wij allemaal keurig kunnen lezen in het verslag van het BOR. Ook de CDA-fractie heeft daarmee gewerkt, maar probeert dit wel te doen in een controlefunctie in een overleg van drie uur over het totaal en over de hoofdlijnen. In dat verband zien wij een aanmerkelijke verbetering ten opzichte van vorig jaar. Zou mevrouw Eijsink daarop kunnen reageren?

De voorzitter: Even een punt van orde: we verwijzen niet naar interne notities. Dat is essentieel; het is een eigen verhaal.

Mevrouw Eijsink (PvdA): Datgene wat ik heb gezegd, kan ook worden afgeleid uit het openbare rapport van de Rekenkamer. Ik vind de vraag van de heer Holtackers een heel snelle vraag over iets waar ik net aan was begonnen. Natuurlijk heeft Defensie verbeteringen doorgevoerd. Dat is maar goed ook; anders zouden wij hier niet voor een overleg hoeven te zitten. Het jaar daarvoor waren er 22 onvolkomenheden en in 2011 waren er 17 onvolkomenheden. Als de heer Holtackers daarop doelt, erken ik meteen dat het lastig is om dit te doen in een uitvoeringsorganisatie. Ik blijf er echter bij dat het een organisatie is met 60 000 mensen en dat wij daar controle op uitoefenen. Het uitspreken van waardering voor het personeel en, in verband met de verbeteringen, voor de minister doe ik met alle plezier, maar het blijft onze taak om kritisch te zijn over de besteding van belastinggeld dat wij met z'n allen hebben betaald. Daar horen complimenten bij, maar ook onvolkomenheden die wij hier vandaag bespreken.

Zoals gezegd: vorig jaar waren er 22 onvolkomenheden en vandaag bespreken wij er 17. Dat zijn er dus vijf minder dan vorig jaar. Ik gun de minister zeker een compliment daarvoor. Op zijn eigen website stond daarvoor een groot compliment voor de organisatie en dat is goed. Het vermelden van iedere verbetering als een compliment is uiteraard goed. Er blijven echter knelpunten bestaan. De vraag is hoe die op dit moment kunnen worden aangepakt met het daarvoor beschikbare personeel en met alle veranderingen die op dit moment in de organisatie spelen, met ook teleurstellingen voor mensen die de organisatie moeten verlaten maar nog niet weten waar zij naartoe gaan, terwijl wel van hen verwacht wordt dat zij hun werkzaamheden goed blijven verrichten. Dat is zuur en vervelend. Ook dat wil ik best meenemen in mijn beschouwing, maar het blijft een feit dat wij hier vandaag de besteding van ongeveer 8 mld. controleren. Dat is niet niets.

Op het punt van internationaal optreden is de beleidsconclusie in het jaarverslag meer een opsomming van de inzet dan een eindconclusie. Ik hoor graag van de minister wat hij daarover volgend jaar in het jaarverslag zou kunnen opnemen. De Rekenkamer is zeer kritisch over beleidsartikel 20. We hebben tussendoor natuurlijk ook vragen over het rapport gesteld. In de antwoorden stelt de minister dat hij de Kamer al verschrikkelijk veel informatie geeft in andersoortige brieven. Daarbij verwijst hij onder andere naar de vijfjaarlijkse evaluatie die wij krijgen over Uruzgan. Ik kan het wel met de minister eens zijn, maar in de systematiek van de Kamer blijft het natuurlijk van belang dat wij dit terugzien in de jaarverslagen. Het kan niet zo zijn dat wij iedere Kamerbrief erbij moeten nemen om vervolgens de conclusies te kunnen trekken. Het is juist ook voor de minister van belang om in de terugblik van het jaarverslag te zeggen: dit was wat wij bedoelden, dit was de opdracht en die opdracht is zo volbracht, met een terugblik. Daarop krijg ik graag een reactie van de minister.

Ook op het punt van de nationale inzet zijn de conclusies meer een opsomming en een constatering dan daadwerkelijke beleidsconclusies. Kan de minister daar in het volgende jaarverslag meer over zeggen? Welke additionele kosten zijn verbonden aan de nationale inzet van Defensie? Ik vraag dit met klem, want de minister zelf zegt terecht dat wij als Kamer in onze debatten te weinig aandacht hebben voor de nationale inzet van Defensie. In het vorige overleg spraken wij drie uur lang over de personele inzet. Ik verwijs naar de oefening Falcon Autumn. Dat was fantastisch. Ik mocht daaraan deelnemen, althans één dag. De minister wil daarmee draagvlak in Nederland creëren en ook duidelijk maken wat de nationale inzet kan zijn. Ik zou het zeer waarderen als de minister daar ook in het jaarverslag wat meer aandacht aan zou besteden, want juist dat wil de minister zelf volgens mij ten behoeve van het draagvlak in Nederland. Ik krijg daarop graag een reactie.

Op het punt van de operationele gereedheid en inzetbaarheid zijn de doelen in 2011 bijgesteld. We hebben het niet meer over ambities, maar over inzetbaarheiddoelstellingen. Het is goed dat de minister daarvan is afgeweken, in die zin dat wij met alle maatregelen die nu zijn ingezet – uit mijn hoofd: tot 2014 – spreken van inzetbaarheiddoelstellingen in relatie tot de mogelijkheden en de onmogelijkheden van de organisatie. De minister meldt dat het grootste deel van de operationele doelstellingen is gerealiseerd, ondanks een lagere personele vulling en een lagere beschikbaarheid van materieel. Ik weet niet of dat zo logisch klinkt. Ik krijg daarop graag een reactie van de minister, want volgens mij kan deze combinatie niet kloppen. Er zit ergens pijn en er zitten ergens ook onmogelijkheden.

Ook met betrekking tot het personeel is sprake van een opsomming van uitgevoerd beleid en niet van conclusies. Ik zeg dit niet voor niets voor de derde keer op rij, want het jaarverslag blijft een beetje moeizaam en blijft ten opzichte van de Kamer een beetje «hangen en wurgen». Over de beleidsdoelstellingen spreken wij altijd in wetgevingsoverleggen in het kader van de behandeling van de begroting. Bij de terugblik is het altijd moeilijk om concreet te zien wat er werkelijk is gedaan. Ook op dit punt is er geen conclusie, al wordt met betrekking tot de vullingsgraad van het personeel wel geconcludeerd dat die op schema ligt. Daar hebben wij zojuist drie uur lang over gesproken en ik heb daar vraagtekens bij gezet. Misschien kan de minister daar toch nog op ingaan. Ik doel daarbij met name op het arbeidsvoorwaardenakkoord en het sociaal beleidskader. Ik kan die punten onvoldoende uit het jaarverslag halen.

In het jaarverslag worden de mijlpalen uiteengezet van de reorganisatie die startte met de beleidsbrief van 8 april 2011. De informatie beperkt zich tot mijlpalen en geeft geen nadere toelichting op de stand van zaken in de uitvoering. Ik erken meteen dat dit lastig is, want we gaan nog een vastgoeddebat en een sourcingdebat voeren. Ook op dit punt blijft het een kwestie van zoeken. Uiteindelijk moet het jaarverslag een eigenstandig document zijn met een terugblik op een jaar. Ik vraag de minister dus om daar toch naar te kijken. Ik wil daarvoor wel suggesties aandragen, maar dat doe ik misschien in de tweede termijn. Ik wacht eerst de reactie van de minister af.

De Algemene Rekenkamer heeft ook gekeken naar de onvolkomenheden op het punt van het financieel beheer. Zij constateert dat er al een aantal jaren forse tekortkomingen in de bedrijfsvoering zijn. Dat weten we. We hebben al jaren gezegd dat dit in 2013 op peil zou zijn. Met het project SPEER, het grote financiële en materiële logistieke informatievoorzieningsysteem, blijft er sprake van hangen en wurgen. Er zijn nog veel parallelle systemen. Een systeem is niet een doel op zich, maar een middel om te zien wat er binnen de organisatie aanwezig is aan materieel en personeel, of we dat nou «PeopleSoft», «FINAD» of «MATLOG» noemen. Kortom, het gaat erom dat de minister weet waar hij iets kan vinden, waar hij iets kan halen, hoeveel wij in huis hebben, wat iets kost en welke investeringen er gedaan moeten worden. Kortom: wat is de exploitatie en wat is de lifecycle cost van alles? Dat blijft moeizaam. SPEER is nog niet op orde. Er bestaan parallelle systemen. Het administratief-financieel bedrijfsvoeringskader is een groot probleem. Ik lees dat de invoering daarvan is opgeschort en dat dit nog niet in 2012 werkzaam is. Dit systeem en SPEER zijn binnen de organisatie de systemen waar alles op gebouwd is. Zowel het materieel-logistieke aspect als het personele aspect is daarop gebouwd. Ik hoor graag van de minister hoe dit er verder uit komt te zien.

Er is 110,5 mln. te weinig ingeboekt voor aangegane verplichtingen. Ik moet eerlijk zeggen dat de minister de vragen daarover voldoende heeft beantwoord. Het stellen van die vragen heeft dus toch een functie, want dit verheldert veel.

Wat de onvolkomenheden in het materieelbeheer betreft: de Rekenkamer constateert dat van het beheer van niet gevoelig materieel geen betrouwbaar en uniform beeld beschikbaar is. De Rekenkamer stelt dat er verschillende methodieken worden gebruikt. Ik vraag de minister om daarop in te gaan.

Ik ben het ermee eens dat wij de screening voor vertrouwensfuncties op andere momenten al voldoende hebben besproken, maar een jaarverslag is er voor een terugblik en moet een zelfstandig, eigenstandig document zijn, zonder dat wij daar als Kamer alles bij moeten halen.

Ik eindig met complimenten, maar ook de voorzitter van de Algemene Rekenkamer heeft ons laten weten dat er nog voldoende zorg is. Het zou ook raar zijn als dat niet het geval was, gelet op de ongelooflijke maatregelen die nu genomen worden. Ik wacht de reactie van de minister af.

Voorzitter: Eijsink

De heer Bosman (VVD): Voorzitter. Dit debat over de jaarrekening en de slotwet is een belangrijk moment in het parlementaire jaar. Het is in feite een debat over de vraag of de regering haar plannen en vooral de financiën in het afgelopen jaar goed heeft uitgevoerd en beheerd. De VVD neemt dit zeer serieus en beschouwt dit als een fundamenteel onderdeel van de parlementaire controlefunctie van de Kamer. Helaas moet ik constateren dat niet alle andere partijen dezelfde opvattingen hebben. Hoewel, misschien is dit positief bedoeld en hebben zij er het volste vertrouwen in dat het dit kabinet allemaal gelukt is. Helaas moet ik constateren dat de SP, GroenLinks en D66 het niet nodig vinden om hier de regering te controleren en dat zij blijkbaar belangrijkere zaken te doen hebben. Vorig jaar waren die partijen er ook al niet. Vooral de SP, een partij die vooral geld uitgeeft, hecht er blijkbaar geen belang aan om te controleren of het geld daadwerkelijk goed is besteed. Wij moeten als parlement niet vergeten dat het controleren van de regering onze hoofdtaak is. Daar hoort dit ook bij.

De VVD ziet dit moment als een goede kans om te bekijken hoe de reorganisatie verloopt. Al met al lijkt het erop dat het bij Defensie weer langzaam de goede kant op gaat. Waar voor het aantreden van dit kabinet Defensie zichzelf aan het opvreten was, is nu een positieve trend te zien. Tekortkomingen, onvolkomenheden en achterstanden worden aangepakt, maar spelen vanzelfsprekend ook nog steeds een negatieve rol. Ik begin met de staven. Wij hebben vanochtend gehoord dat de reducties van de staven op dit moment worden voorbereid en dat in 2014 de doelstelling van 30% minder staven wordt bereikt. De VVD vindt dit belangrijk; het waterhoofd moet kleiner. Toch heb ik hier enkele vragen over. Heeft de minister al zicht op de gevolgen hiervan voor de organisatie? Hoe verschilt de bezuiniging per staf en hoe wordt voorkomen dat er in de begroting slechts met geld wordt geschoven in plaats van dat er echt wordt gesneden? Kortom, hoe kan de Kamer dit in 2014 controleren?

De VVD maakt zich zorgen over de trainingsachterstanden bij de jachtvliegers als gevolg van de deelname aan de missies in Afghanistan en Libië. Die achterstanden zijn kwalijk en laten zien dat de luchtmacht op de achterste benen loopt. Ik wil graag weten of deze problemen structureel zijn wanneer onze jachtvliegers worden ingezet. Hoe kan dit en wat is de oplossing? Hoe zit het met de toegezegde compensatie naar aanleiding van de Libië-missie? Als bij iedere missie waaraan onze luchtmacht deelneemt, meteen de training van de vliegers onder druk komt te staan, hebben wij een probleem. Daarop krijg ik graag een reactie.

De VVD is blij dat er wordt vastgehouden aan de motie-Ten Broeke, waarin wordt gepleit voor maximaal 40% korting ten opzichte van 2009 en voor het structureel, na de zbo-korting, in stand houden van een budget van tenminste 33 mln. voor TNO. Kan de minister de gevolgen van deze bezuinigingen op TNO al zien? Is het mogelijk gebleken om met zoveel minder middelen toch kwaliteit te blijven leveren? Wel wil ik hierbij een kritische kanttekening plaatsen, want er is 2,6 mln. meer uitgegeven dan gepland. Waar komt die stijging vandaan?

Ik maak mij zorgen over de investering in nieuw materieel. Er zijn enkele nieuwe projecten aangekondigd, zoals de nieuwe Chinooks, de SMART-L, Cyber en de UAV's, om er een paar te noemen. Tegelijkertijd is de investeringsquote historisch laag. Zij komt dit jaar onder de 15%, terwijl ooit is afgesproken dat 20% het minimum is om het niveau van de krijgsmacht in stand te houden. Zijn de verkoopopbrengsten van 264,4 mln., die voor de investering in aanmerking komen, hiervoor gereserveerd en ook meegerekend? In hoeverre is de inschatting dat de investeringsquote in 2016 weer op 20% zit, realistisch? Is dit ook afhankelijk van de verkoop van meer materieel? Hoe gaan wij ervoor zorgen dat dit potje de komende jaren gevuld blijft, zodat we wellicht eerder naar 20% kunnen? Dit is cruciaal als de krijgsmacht steeds meer «low on boots and high on tech» moet worden.

Het valt de VVD op dat er grote inzetbaarheidproblemen zijn, vooral bij de landmacht en de luchtmacht. De belangrijkste onderdelen van de luchtmacht, zoals de Apaches, de Chinooks, de NH-90's, de Patriots en de F-16's, kampten in 2011 allemaal met deze problemen. Wat is er aan de hand? Heeft de luchtmacht problemen om aan zijn verplichtingen te voldoen? Hoe komt dit en welke problemen zijn er? Hetzelfde geldt voor de landmacht. De pantserinfanterie heeft veel irreguliere uitstroom. Er zijn onvoldoende CV90's inzetbaar. De veldartillerie heeft een tekort aan opgeleid personeel. De gereedheid van de Fenneks is beperkt, net als die van de YPR's. Tot slot is er een algeheel tekort aan munitie en reserveonderdelen. Al die problemen zijn onder het vorige bewind ontstaan en zijn moeilijk aan te pakken. Wanneer wordt de inzetbaarheid volgens de minister verbeterd? Zal in 2013 bijvoorbeeld het hele oefenschema kunnen worden doorlopen?

Zoals ik al aangaf, is dit debat vooral bedoeld om de regering te controleren. Dan moet de Kamer kritisch zijn. De VVD is kritisch over grote materieelverwervingsprojecten. Er worden door Defensie vaak grote en vooral dure fouten gemaakt. Dit gaat ten koste van belastinggeld. Over de CV90's zijn slechte afspraken gemaakt, waardoor er een tekort is aan reserveonderdelen. De JSS is sinds 2005 ruim 45 mln. duurder geworden. De NH90 is een stuk duurder en is ook veel later geleverd dan gepland. Er is dus een grote noodzaak om dit proces te verbeteren. De minister is op eigen initiatief al gestart met een onderzoek, maar zoals het er nu uit ziet, liggen de problemen binnen de organisatie. Keer op keer gaat er iets mis, waardoor kosten hoger uitvallen dan eerder geschat. Het zijn echter altijd andere oorzaken en andere fouten. Er moeten dus interne problemen worden opgelost. Een van de mogelijkheden die volgens de VVD zouden moeten worden bekeken, is een vaste dubbelcheck door de Algemene Rekenkamer bij langlopende dure projecten. Dat zou bijvoorbeeld bij de aanschaf van de nieuwe Chinooks kunnen gebeuren. Daarop krijg ik graag een reactie van de minister.

De ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie stuurden onlangs een brief naar de Kamer over de uitvoering van de motie-Knops/Ten Broeke en de motie-Aasted-Madsen/Ten Broeke over de aanscherping van de HGIS-criteria. De VVD pleit al tijden voor aanpassing van de criteria van de HGIS, het geldpotje waarmee militaire missies moeten worden betaald. De financiële implicatie van de aanpassing van de criteria voor Defensie komt volgens de regering neer op een raming waarin 10% tot 15% extra kosten worden doorberekend aan de HGIS. De VVD is daar zeer gelukkig mee.

Dit debat is cruciaal voor de controlerende taak van de Tweede Kamer. De VVD neemt die taak serieus en hoopt dat de partijen die nu niet aanwezig zijn, dat in de toekomst ook zullen doen. De overheid geeft belastinggeld uit en dat moet zorgvuldig worden gecontroleerd. Defensie blijft staan voor een lastige taak. De weg naar een krijgsmacht die in 2014 op orde moet zijn, is echter ingeslagen. Als op deze weg wordt doorgegaan, heb ik er vertrouwen in dat dit een haalbaar doel is.

De voorzitter: Ik merk op dat men zich moet realiseren dat collega's ook andere debatten hebben. Er zitten collega's van ons in plenaire debatten, die in verband met de tijdsdruk voor de Kamer op hetzelfde moment gepland zijn als dit debat. Laat dus duidelijk zijn dat het niet altijd zo is dat men niet wil deelnemen aan dit debat. Het is duidelijk dat collega's veel verschillende portefeuilles vervullen en af en toe helaas niet aanwezig kunnen zijn.

De heer Hernandez (PVV): De heer Bosman merkte op dat de missie in Libië er bij de luchtmacht flink in heeft gehakt en afbreuk heeft gedaan aan de geoefendheid van de vliegers. Ik hoop dat de heer Bosman overleg heeft gehad met zijn collega Ten Broeke, want toen ik vorige week hetzelfde aan de orde stelde, werd mij onverantwoord gedrag verweten omdat wij juist vanwege dit soort zaken niet wilden bijdragen aan deze operatie. Kan de heer Bosman daar nader op ingaan?

De heer Bosman (VVD): Dat is geen probleem. Het gaat om de vraag welke rol je wilt spelen in de wereld. Je kunt ervoor kiezen om achter de dijk te blijven zitten en af te wachten totdat de problemen in de wereld zich vanzelf oplossen. Of je zegt: nee, ik heb een verantwoordelijkheid om de wereld daarbuiten, waar problemen zijn en waarbij Nederland een belangrijke rol moet spelen, actief te benaderen. Wij moeten daarbij heel goed bekijken hoe wij dat gaan plooien. Dat is de kern van het verhaal: hoe gaat dit in de Defensieorganisatie geplooid worden?

De heer Hernandez (PVV): Ik vind dit een buitengewoon zwak antwoord. Zeker gelet op de toonzetting van het verwijt dat mijn fractie werd gemaakt, vind ik het teleurstellend dat er nu heel simpel wordt gesteld dat dit te maken heeft met het willen bijdragen aan een stukje wereldvrede. We hebben het hier over de controle over het jaarplan. We hebben vanmorgen al van de minister gehoord dat er een enorme spanning is tussen het ambitieniveau en wat er mogelijk is. Mag ik de heer Bosman eraan helpen herinneren dat die spanning alleen maar groter is geworden doordat zijn partij met die missie heeft ingestemd en dat hij daar dus ook verantwoordelijkheid voor moet nemen? Hij moet dit niet alleen maar afschuiven naar partijen die op voorhand hebben gewaarschuwd voor het ontstaan van die spanning.

De voorzitter: Na de reactie van de heer Bosman sluiten wij dit interruptiedebat af, want dit onderwerp maakt eigenlijk geen onderdeel uit van het debat. Heel kort graag, mijnheer Bosman.

De heer Bosman (VVD): Er is geen sprake van afschuiven van verantwoordelijkheid. Ik heb geen grote woorden nodig. De kern van het verhaal is dat wij een taak hebben en dat wij F-16's hebben. Die gaan ingezet worden, maar dat moeten wij op een zorgvuldige manier doen.

Voorzitter: Bosman

De voorzitter: De minister heeft behoefte aan een schorsing van een kwartier.

De vergadering wordt van 14.05 uur tot 14.20 uur geschorst.

Minister Hillen: Voorzitter. Ik dank de Kamer zeer hartelijk voor de inbreng in de eerste termijn en ook voor de complimenten. We hebben vanmorgen het overleg over het personeel gehad. Toen golden de complimenten met name voor de militairen. Nu gelden de complimenten natuurlijk met name voor onze staven en de organisatie. Ik moet zeggen dat ik het buitengewoon goed vind dat wij, terwijl wij organisatorisch in zulke grote problemen zijn, er op het punt van het beheer en bedrijfsvoering toch in slagen om voortgang te maken. Dat geeft aan dat dit bij ons heel serieus wordt genomen, dat hier heel hard aan wordt gewerkt en dat dit ook mogelijk is.

De Algemene Rekenkamer speelt daarbij een positieve rol. Zij is natuurlijk heel streng, maar is ook een goede kameraad om bij je te hebben. Zij is de agent en de hulp van de Kamer bij het controleren van de regering, maar zij is ook onze hulp bij het ervoor zorgen dat die controle goed kan plaatsvinden, dat wij daarop voorbereid zijn en dat wij van tevoren al worden herinnerd aan dingen die niet goed gaan. Ik beschouw de samenwerking met de Algemene Rekenkamer dus als iets positiefs. Ik vind dat wij gezamenlijk moeten proberen om maximale vooruitgang te boeken in de uitleg van hoe met het belastinggeld wordt omgesprongen.

Er is ook bij Defensie nog best veel te winnen, ondanks het feit dat wij vooruitgaan. Ik blijf daarbij wel zeggen dat Defensie een grote en complexe organisatie is, waar veel tegelijk in beweging is en waar het boeken van vooruitgang ondanks de inzet van velen lang niet altijd gemakkelijk is. Toch zetten wij stappen vooruit.

Een van de vragen, volgens mij van de heer Bosman, was of de Algemene Rekenkamer met name bij grote projecten kan worden ingezet. Feitelijk gebeurt dat al, namelijk bij de opvolging van de F-16. Daarover adviseert de Algemene Rekenkamer. Ook op dat punt is er samenwerking tussen ons en de Algemene Rekenkamer, want wij hebben een gezamenlijke website. Wij weten dus van elkaar over welke gegevens wij spreken en wij proberen samen eenduidig inzicht te geven in wat waarheid en wat Dichtung is. Daar staat tegenover dat je moet oppassen dat je niet weer onnodig veel gedoe maakt door de Algemene Rekenkamer bij elk groot project die functie te geven, want strikt genomen staan wij op het punt van de voortgang van investeringen ook onder controle van Financiën. Ook de IRF doet zeer zijn best en is als een soort schimmel in onze organisatie aanwezig. Je kunt geen deur open doen of er komt iemand van de IRF bekijken of die deur wel goed open is gedaan en daarna weer goed gesloten is. Ook de IRF let dus behoorlijk goed op de planning.

Dat er toch dingen fout gaan, heeft met tal van oorzaken te maken. Er zijn vaak zeer lange termijnen aan de orde. Veel overschrijdingen zijn geen echte overschrijdingen, maar bijvoorbeeld inflatiecijfers. Toch worden zij ervaren als overschrijdingen. Strikt genomen zou je willen dat er nooit meer inflatie was, want dan was het leven een stuk eenvoudiger. Het heeft ook vaak met planning te maken, evenals met de aanvaardbaarheid van bepaalde processen. Ik ben zelf bij ons intern hard bezig om te proberen om dit nog veel inzichtelijker en voorspelbaarder te maken en om ervoor te zorgen dat wij geen tegenvallers hebben. Er is in onze organisatie een geweldige druk om bij de verwerving van een nieuw wapensysteem te proberen om zo goedkoop mogelijk uit te komen; volgens mij heb ik het daar al eerder met de Kamer over gehad. Ik heb liever iets wat bij wijze van spreken een kwart te duur is en wat vervolgens ten opzichte van de aannames meevalt dan iets waarvan je de kosten precies probeert te ramen en wat daarna tegenvalt. Ik merk dat er bij de planning en bij de manier waarop er gepland wordt, zo scherp gecalculeerd wordt dat je – afgezien van de projectreserve, die je toch al inbouwt – bij wijze van spreken al moeilijke dingen te melden hebt als er ook maar iets gebeurt, bijvoorbeeld als er sprake is van een aantal stakingsdagen.

Voorzitter: Eijsink

De heer Bosman (VVD): U hebt het nu over de rol van de Algemene Rekenkamer zoals bij de JSF, maar daarop was mijn vraag niet gericht. Mijn vraag is om een businesscase zoals voor de Chinooks voor te leggen aan de Algemene Rekenkamer. Ik heb het dan niet over een continue toets, maar over een specifieke toets door de ARK. Is dat een optie?

Minister Hillen: Het zou een optie kunnen zijn bij grote projecten. Je hebt natuurlijk ook te maken met de financiën. Bij aanbestedingen is er sprake van concurrerende bedrijven waarbij vanzelf een prijsstelling aan de orde komt. Ik wil in ieder geval nog eens goed kijken naar uw suggestie. Zoals ik zo-even al aangaf, hebben de overschrijdingen meerdere oorzaken. Het is lastig om die onder controle te krijgen. Wat ik als minister vreselijk vind, is om tegenvallers te moeten melden. Dat is dan niet alleen het brengen van slecht nieuws maar het geeft ook de indruk dat je niet in control bent. Alles wat kan helpen om op dat punt maatwerk te blijven leveren en om te laten te zien dat je in control bent, is voor mij welkom.

Voorzitter: Bosman

Minister Hillen: Voorzitter. De heer Holtackers vroeg wanneer de achterstand met betrekking tot de MIVD is ingelopen. Op dat punt ben ik heel voorzichtig. We zullen vooruitgang boeken, al was het maar omdat de digitalisering helpt om sneller te kunnen werken. Een groot probleem bij de MIVD is de achterstand in het vervullen van vacatures. Bovendien heeft de MIVD te maken met personele bezuinigingen. We hebben nu nog een achterstand van een kleine 2000. Ik hoop oprecht dat we wat dat betreft volgend jaar een forse vooruitgang kunnen boeken. Wat mij betreft is de achterstand zo snel mogelijk weggewerkt, maar ik durf me niet vast te leggen op een datum.

De heer Hernandez vroeg naar de samenwerking tussen de MIVD en de AIVD. Ik kan hem zeggen dat die samenwerking uitstekend is. De problemen die er in het verleden zijn geweest, zijn allemaal weggepoetst. Er is een goed samenwerkingskader geschapen. Een aantal subdiensten wordt op het ogenblijk gezamenlijk opgezet. Ik zeg niet dat het allemaal voorbeeldig is maar het komt er wel dicht bij in de buurt. Van de week hebben we een vergadering gehad met de betrokken bewindspersoon en we konden niet anders dan constateren dat de samenwerking tussen de MIVD en de AIVD heel goed is.

De heer Hernandez (PVV): Die achterstanden zijn natuurlijk niet van gisteren. Die zijn er al een hele tijd. De minister geeft aan dat hij voorzichtig is met het doen van uitspraken aangaande de oplossing van het probleem. Mijn vraag was ook meer of de AIVD in deze kwestie niet iets zou kunnen betekenen voor de MIVD. Het is prima dat ze samenwerken maar heeft dat dan ook resultaat in het wegwerken van die achterstand? Zo niet, kan daar in de toekomst dan wel voor gezorgd worden? Ligt er een concreet plan voor om dit op te pakken?

Minister Hillen: Dat concrete plan is er. De AIVD zal op dat punt overigens weinig kunnen betekenen. De MIVD doet ander werk dan de AIVD. Het werk van de MIVD is dedicated. Er ligt dus een concreet plan, maar ik ben wat huiverig om een en ander al te stellig vast te leggen qua datum. De MIVD zelf wil ook zelf zo snel mogelijk van die achterstand af en heeft zijn inspanningen daar dan ook op gericht. Met de digitalisering en de verbinding met de dossiers van Justitie hebben we nu meteen toegang terwijl voor die tijd alles handmatig moest worden gedaan. Dus ook op dat punt is er een behoorlijke sprong voorwaarts gemaakt.

De heer Hernandez (PVV): De minister zegt dat hij voorzichtig is met het doen van uitspraken omdat hij anders bang is dat hij daaraan gehouden wordt en dat hij dan een probleem heeft. Maar dat probleem heeft de minister al, want het klopt al jaren niet. Ik zou dan ook tegen de minister willen zeggen: wees proactief en durf iets revolutionairs te doen om te komen tot een versnelde oplossing van het probleem.

Minister Hillen: Ik zou daarop twee dingen willen zeggen. In de eerste plaats is de achterstand teruggebracht van 6 000 naar 2000. Dat is toch wel spectaculair te noemen. In de tweede plaats wijs ik op de dynamisering die is doorgevoerd waardoor een keer per halfjaar al degenen die een verklaring van geen bezwaar moeten hebben, automatisch aan de orde komen. Dat bestond eerder niet eens. Dus ook wat dat betreft hebben we een forse sprong naar voren gemaakt. De huidige achterstand van die kleine 2000 wordt nu gestaag ingelopen. Overigens, in de korte tijd dat ik minister ben, heb ik tevens de achterstand opgebouwd zien worden omdat er op dat moment een dringend probleem was bij de MIVD om haar intelligence ergens op te richten of omdat er mensen geleend werden om ergens anders bij te springen. Ook de MIVD is een dienst met onderbezetting, dus het blijft moeilijk. Nogmaals, het wegwerken van die achterstand heeft prioriteit. Ik hoop volgend jaar rond deze tijd ten minste op een halvering te zitten van de achterstand die we nu hebben.

De heer Holtackers vroeg hoe we in het spoor kunnen blijven van de verbeteringen die zijn ingezet. Het plan van aanpak dat hiervoor is gemaakt, wordt nauwgezet gevolgd. Een paar jaar geleden hebben we van de ARK buitengewoon slechte rapporten gehad. Daar is de organisatie toen behoorlijk van geschrokken. Het traject dat nu is ingezet, wordt nauwgezet gevolgd. Niet alleen onze auditdienst maar ook de HDFC zit er bovenop om ervoor te zorgen dat op dat punt onze uitstraling naar buiten een stuk professioneler is. En dat gaat goed.

Verder is gevraagd of de kwaliteit van de auditdienst gewaarborgd blijft ondanks de bezuinigingen. Ik denk dat dit voor een deel te maken heeft met de manier waarop je het doet. Wij focussen op een andere manier. Wij gaan niet eerst alle gegevens verzamelen om vervolgens te kijken of het geheel klopt. Wij kijken meer naar het geheel waarbij wij gericht zoeken naar gegevens. Dat is iets meer macro en iets minder micro, maar het geeft wel een heel betrouwbare indruk van datgene wat je aan het doen bent. Er wordt gefocust op de risico's en processen waarvan we het gevoel hebben dat er iets niet goed gaat. Dat leidt tot een behoorlijk betrouwbare uitkomst, in de zin dat je veel gedoe kunt ondervangen.

Daarnaast is er sprake van vereenvoudiging van regelgeving en van centralisatie van de auditcapaciteit. Bovendien is er komend jaar sprake van een overgang naar de rijksauditdienst, hetgeen ook een kwalitatieve impuls zal geven. Dus alles bij elkaar denk ik dat we die zorg onder controle hebben en dat we op het punt van auditing kwaliteit kunnen blijven leveren.

Mevrouw Eijsink (PvdA): Ik heb nog een praktische vraag over de rijksauditdienst. In feite betreft het hier een bezuinigingsmaatregel en dat wil dus niet zeggen dat hiermee de kwaliteit vooruitgaat. Ook daar heeft de Rekenkamer voor gewaarschuwd, in de zin dat waar informatie en kennis uit de organisatie wordt weggehaald, het niet duidelijk is hoe dit verdergaat.

Minister Hillen: Dat klopt wel maar tegelijkertijd is er sprake van meer gezamenlijke kennis. Je gaat veel meer van elkaar leren en je krijgt ook meer inzicht in elkaars processen Natuurlijk was het een overgang waarbij je aan het begin twijfels had kunnen hebben, maar nu de zaak eenmaal in gang is gezet, proberen wij de vruchten ervan te plukken. Opgetaste kwaliteit is zo'n voordeel.

De heer Hernandez heeft gezegd dat de reorganisatie niet erg voortvarend verloopt. Dat is niet waar. De reorganisatie verloopt volgens plan. Wat betreft het schema «de krijgsmacht op orde in 2014» voldoen we tot nu toe aan datgene wat we onszelf tot doel hebben gesteld. Daarnaast zijn er andere processen, bijvoorbeeld als de vulling achter gaat lopen. Dat noem ik echter het buitengebeuren. Maar datgene wat we op het ogenblik in de hand hebben en controleren in het kader van de reorganisatie, verloopt volgens plan.

Enkele woordvoerders hebben gesproken over SPEER. Ik ben daar positief maar tegelijkertijd openhartig over. SPEER betekent een geweldige «omturning» van de manier waarop je je bedrijfsvoering administreert. In het verleden is er ook heel wat fout gegaan. Toen ik minister werd, was de belangrijkste conclusie die ik moest trekken dat het point of no return allang voorbij was. Alles wat je zou doen om het terug te draaien, zou leiden tot meer kosten in plaats van minder kosten. Je had dus geen andere keus dan om door te gaan, waarbij je ervoor moet zorgen dat je je kosten niet overschrijdt en tegelijkertijd het proces goed blijft werken. Daaroverheen kwam vervolgens de bezuiniging. Aan SPEER zijn inmiddels de onderhoudsbedrijven toegevoegd. Dat betekent wel dat bepaalde zaken die gepland waren, zijn veranderd. SPEER is voor een belangrijk gedeelte afhankelijk van de mensen die het moeten doen en uitvoeren. Dus als bijvoorbeeld ergens in een onderhoudsbedrijf mensen zitten die SPEER begrijpen en daarmee kunnen werken maar er vervolgens een verschuiving optreedt, dan is dat een extra belasting voor SPEER om te zorgen dat je tijdig mensen beschikbaar hebt en dat de adresseringen zoals die gepland waren, ook op tijd gerealiseerd worden. Dat valt niet mee. In een organisatie is er sowieso de neiging dat men liever bij de legacysystemen blijft, dus bij het systeem waarmee men vertrouwd is, in plaats van dat men overschakelt naar een nieuw systeem dat nog moet doorgroeien. Dus ik heb voortdurend zorgen over SPEER maar tegelijkertijd heb ik ook het gevoel dat de voortgang gestaag is. Op steeds meer onderdelen van de krijgsmacht is SPEER van toepassing. De heer Hernandez heeft erop gewezen dat bepaalde overschrijdingen worden afgedekt door bepaalde onderdelen uit te zetten. Welnu, dat is een paar jaar geleden gebeurd bij de heroverweging. Ik probeer dat soort dingen nu te voorkomen. Echter, omdat je door allerlei veranderingen een aantal dingen opnieuw moet inregelen, loop je wel een achterstand op van twee tot drie maanden. Op het ogenblik heb ik wat betreft SPEER geen enkele reden om de alarmbel te laten rinkelen, maar ik zeg wel dat het een punt is van aanhoudende zorg.

De heer Hernandez vroeg of de effecten van de missies wat inzichtelijker kunnen worden gemaakt. Mevrouw Eijsink zei dat er in het jaarverslag eigenlijk niets staat over die missies. Dat is ook zo. De evaluaties van de missies worden altijd naar de Kamer gestuurd en daarover praten wij vervolgens met elkaar. Dus op zichzelf is de informatievoorziening aan de Kamer wel compleet, maar is die wellicht niet altijd even overzichtelijk in verband met elkaar. Dus ik zou mij kunnen voorstellen dat we afspreken dat we de evaluaties voortaan onderdeel laten uitmaken van het jaarverslag. Een vorm van een prestatie-indicator zou dan kunnen zijn dat nagegaan wordt of datgene wat wij internationaal voor ogen hadden, ook gerealiseerd is. Natuurlijk kunnen we een evaluatie die we al gestuurd hebben, ook nog eens in het jaarverslag opnemen, maar dan ben je dubbelop bezig. Dus ik zit er wat over te puzzelen hoe we het zodanig in kunnen richten dat we elkaar op dat punt het beste kunnen helpen om het inzicht maximaal te maken. Natuurlijk is het zo, zo zeg ik tegen de heer Hernandez, dat het altijd moeilijk zal zijn om te meten wat precies de vooruitgang is. Als we bijvoorbeeld vijf agenten naar Sudan sturen, gaan we er niet van uit dat die het verschil voor Sudan zullen maken, maar we gaan er wel van uit dat ze ook voor onze eigen organisatie inzicht en ervaring mee terugbrengen waar wij in voorkomende gevallen voordeel van kunnen hebben. Dat is een bijkomend voordeel dat ik niet graag zou willen missen. Over Uruzgan heeft de Kamer een uitgebreide evaluatie gehad. In het kader van de Kunduzmissie leiden we agenten op. We kunnen vrij concreet aangeven hoeveel er al opgeleid zijn en welke diploma's ze gehaald hebben. Dus daar komen we sowieso wel uit. Ik vraag de Kamer om onze missies in hun breedte te meten, dus ook waar het gaat om de waarde die deze missies hebben voor de Defensieorganisatie als geheel en dus niet alleen voor het gebied waar die missies hebben plaatsgevonden.

Mevrouw Eijsink (PvdA): Dan wil ik graag met de minister mee puzzelen. Mijns inziens zou het in het kader van de genoemde evaluatie goed zijn om bij de doelstellingen ook te kijken naar de mogelijkheden, gekoppeld aan de inzet van materieel en personeel. Daar zou een formule voor kunnen worden gevonden in het jaarverslag zonder dat dit meteen leidt tot een uitvoerig verhaal van tien pagina's of meer. Kan de minster toezeggen dat er een apart hoofdstuk in het jaarverslag komt over crisisbeheersingsoperaties met een verdere uitwerking daarvan?

Minister Hillen: Buitenlandse Zaken speelt natuurlijk ook een rol bij de missies. Voor zover het niet valt onder de verantwoordelijkheid van Buitenlandse Zaken maar het zich beperkt tot mijn mensen en mijn materieel, wil ik best proberen om daar iets mee te gaan doen in de richting die u aangeeft, dus het geven van een prestatie-indicator, in de zin dat inzichtelijk wordt dat wat we tijdens een missie hebben gedaan, ook heeft opgeleverd wat we er van tevoren van verwachtten.

Mevrouw Eijsink (PvdA): Dat lijkt me prima, want dan isoleren we in ieder geval de politieke stellingname naar de operationele inzet van personeel en materieel. Dan is voor de Kamer mogelijkerwijs beter te controleren wat de inzetbaarheid in dat jaar was. Nu hebben we een jaarverslag waarin weliswaar veel over personeel en materieel staat maar waarin niet duidelijk wordt wat de inzetbaarheid geweest is. Vandaar mijn eerdere opmerking over nationale inzet.

Minister Hillen: De heer Bosman heeft daar ook op gedoeld in relatie tot de inzet van F-16's toen we spraken over de evaluatie van de missie in Libië, waarbij we aanliepen tegen de randen van wat mogelijk was. Dus we gaan proberen iets te fabrieken wat van toegevoegde waarde is.

De voorzitter: Ik begrijp dat dit een toezegging is.

Minister Hillen: Om op het punt van de inzet van materieel en menskracht te proberen tot een indicator te komen waar het gaat om het wegen van de prestaties die worden geleverd door de Defensieorganisatie.

De heer Hernandez was wat mistroostig over Europa, met name waar het gaat om de grenscontroles door de Koninklijke Marechaussee. Nederland moet zich voegen naar de rechterlijke uitspraak die ter zake is gedaan op basis van internationale regelgeving. Daar zijn we overigens niet gelukkig mee, want de Koninklijke Marechaussee zou er bovenop willen zitten als het gaat om het mobiel grenstoezicht. Voor de duidelijkheid wil ik er wel meteen bij zeggen dat dit niet de schuld van Europa is. Elke Europese regel is vastgesteld door alle landen op basis van vrijwilligheid. Nederland moet zelf in de spiegel kijken als het met wetten heeft ingestemd waar het later problemen over maakt. Als je de schuld aan Europa blijft geven, geef je eigenlijk de schuld aan een organisatie, terwijl de schuld bij jezelf ligt. De Nederlandse regering en de Nederlandse Tweede Kamer hebben er zelf mee ingestemd. De schuld ligt dan bij onszelf op het moment dat we akkoord gaan met iets wat dimensies blijkt te hebben die we wellicht niet overzien hebben. Ik ben het graag met de heer Hernandez eens dat de gaten in het mobiel vreemdelingentoezicht niet erg aantrekkelijk zijn; onze Koninklijke Marechaussee zou op dat punt ook liever niet gehinderd worden, maar het is wel iets wat we met elkaar hebben afgewogen en wat breder is dan alleen Europa.

Verder heeft de heer Hernandez gevraagd om een offensieve mindset. Dat hoort inderdaad bij Defensie. Wat mij betreft mag het ook het ministerie van Offensie heten. Een offensieve mindset is voor een Defensie een logische positie. Op het moment dat je ziet dat je ergens iets kunt doen, moet je niet achter een bank gaan zitten en wachten op een telefoontje, maar moet je zelf al gaan bedenken hoe je wilt gaan handelen. Je moet voortdurend een offensieve manier van denken hebben ten aanzien van elk probleem dat je tegenkomt in plaats van af te wachten totdat het je overkomt. Het betekent ook dat in het ontwikkelingsdeel van de 3D-benadering de dienstverlening door Defensie een plaats heeft. Wij zullen er ook voor zorgen dat ontwikkelingssamenwerking tot haar recht kan komen. Het is een kwestie van afwegen met elkaar waar je dan precies de accenten legt. Defensie maakt het mogelijk dat dit soort processen plaatsvindt en mede daardoor groeien vrede en veiligheid in plaats van rechteloosheid.

Mevrouw Eijsink heeft gevraagd of onze operationele doelstellingen zijn bereikt ondanks de onderbezetting. Het ligt er dan aan wat je operationele doelstellingen zijn. Wat wij in toenemende mate zien, is dat wij specifiek gereed zijn in plaats van generiek gereed. De OpCo's proberen voortdurend om datgene wat direct oproepbaar moet zijn, zo veel mogelijk gereed te hebben. Dat noemen we specifieke gereedheid. Naarmate je verder van de kern af gaat, wordt het steeds algemener totdat je op een gegeven moment echt ondervulling hebt. Dat is geen wenselijke positie. Dat betreft dan niet alleen de mensen maar ook de reservedelen, munitie, brandstof, kleding et cetera. Die achterstanden zijn we op het ogenblik aan het inlopen. We hebben daartoe een schema dat tot nu toe goed wordt gevolgd, maar onze inzetbaarheid is op dit moment niet op het gewenste niveau.

Mevrouw Eijsink vroeg verder naar het algemeen bedrijfsvoeringskader. Er komen bij Defensie twee nieuwe directies, te weten de directie Bedrijfsvoering en de hoofddirectie Beleid. De bedrijfsvoering wordt bij ons op een andere manier georganiseerd. Voor zover bepaalde zaken niet voldoende samenhang hadden, hoop ik dat hierdoor wel sprake zal zijn van voldoende samenhang en regie.

Mevrouw Eijsink (PvdA): Bedoelt de minister hiermee het Financieel Administratie en Beheerkantoor?

Minister Hillen: Nee, het gaat ook over ICT en dat soort dingen, dus over de bedrijfsvoering in den brede. De financiële kantoren worden zodanig georganiseerd dat het centraler wordt en dat het aantal vestigingen wordt teruggebracht. Met betrekking tot de betaalkantoren moet de zaak in 2013 op orde zijn. Dus dat valt nog niet onder dit jaarverslag.

Mevrouw Eijsink (PvdA): Ik kom hierop omdat vorig jaar bij de bespreking van de beleidsbrief d.d. 8 april dit de grote kapstok was voor de hele reorganisatie. SPEER en het Financieel Administratie en Beheerkantoor zijn van uitermate groot belang bij de reorganisatie waar we voor staan. Voor mijn gevoel hoort dat nog wel bij het jaarverslag. In de terugblik naar afgelopen jaar is dat dus de kapstok.

Minister Hillen: Het betaalkantoor is in 2013 gereorganiseerd. De bedrijfsvoering omvat de automatisering en de bedrijfsvoeringprocessen. Daar komt een nieuwe directie voor waar al die processen gealloceerd zijn. Dat staat nu in de steigers en dat wordt in de loop van de komende maanden uitgerold. Dat wil zeggen dat ik in het kader van het jaarverslag alleen maar kan zeggen dat het in de planning zit.

Mevrouw Eijsink (PvdA): U bent iets te laat, want u had het al eerder gepland. Dus de planning is verschoven. Dat heeft dus consequenties voor de bedrijfsvoering.

Minister Hillen: Het is verschoven van 2012 naar 2013.

Mevrouw Eijsink (PvdA): Kan de minister aangeven wanneer het dan wel functioneel zal zijn?

Minister Hillen: Het betaalkantoor in 2013 en de directie Bedrijfsvoering in 2013.

Mevrouw Eijsink (PvdA): 2012 is heel lang en 2013 is heel lang. Kan de minister een indicatie geven van wanneer het functioneel zal zijn?

Minister Hillen: Begin 2013.

De key performance indicators hopen we te presenteren bij de begroting in het najaar. Ze kunnen dan vervolgens worden meegenomen in het jaarverslag.

De heer Bosman kan ik zeggen dat de additionele vlieguren zijn betaald vanuit HGIS.

De motie over TNO is uitgevoerd. Er is een overschrijding van 2,6 mln. Dat betreft 0,2 mln. loonbijstelling, 1,2 mln. opleiding en training voor cyberspace, 0,5 mln. met betrekking tot de motie-Ten Broeke en 0,7 mln. instandhouding van expertise. De samenwerking met TNO is nog steeds intensief. Ook TNO zal de komende tijd niet ontkomen aan bezuinigingen, schat ik zo in. Datgene wat wij hebben afgesproken, voeren wij in ieder geval uit.

Verder is gevraagd of de investeringsquote van 20% in 2016 realistisch is. Ik hoop dat dit het geval zal zijn. We gaan nu naar 14,9%. Ook als we die 20% halen, zitten we lager, omdat we op 20% van een lager totaal zitten. De investeringsquote is een zorgelijk onderdeel van Defensie. Ik wijs er wel op dat bijvoorbeeld de aankoop van de Chinooks vanuit dat schema komt. Zo is dat ook in deze Kamer opgevangen en dat is heel goed. We zijn dus niet extra uitgaven aan het doen. Wij proberen onze planning voor investeringen weer goed op niveau te brengen.

Verder is gevraagd of de oefenschema's allemaal doorlopen worden. Het antwoord is nee. Dan komen we weer op het punt van de achterstanden die we op het ogenblik hebben, hoewel er inmiddels wel sprake is van vooruitgang. De OpCo's zijn er erg mee bezig. De oefenachterstanden zijn er overigens niet alleen vanwege de reorganisatie maar ook vanwege de uitzendingen die hebben plaatsgevonden. Op dat punt gaan we nu weer een beetje «back to normal» en proberen we weer goede oefenprogramma's te maken, zodat iedereen voldoende gereed gesteld kan worden.

Ik denk dat ik hiermee de meeste vragen beantwoord heb.

Mevrouw Eijsink (PvdA): Ik heb in eerste termijn gezegd dat met betrekking tot financiën, materieel en personeel wel de opsommingen zijn opgenomen in het jaarverslag maar dat die niet gerelateerd zijn aan de beleidsconclusies. Ik heb de minister gevraagd om zijn reactie daarop. Ik kan wel over ieder detail vijf vragen stellen – daar ben ik zeer wel toe in staat – maar de vraag is nu even hoe we het volgende jaarverslag op dat punt kunnen verbeteren. Een opsomming is iets anders dan een terugblik en een evaluatie van de begroting van het jaar ervoor.

Minister Hillen: Ik dacht dat ik dat beantwoord had, maar als ik dat niet goed heb gedaan, spijt mij dat. Ik heb toegezegd dat we gaan proberen meer te evalueren, waardoor u beter in staat kunt zijn om uw oordeel te hebben. Dat gaat dus om meer dan alleen opsommingen.

De voorzitter: Praten we dan over het SMART maken, zodat het ook meetbaar en toetsbaar is in de toekomst? Een evaluatie kan veel vrijblijvender zijn.

Minister Hillen: Dat zal er een beetje van afhangen; de ene keer zal het meer SMART zijn en de andere keer wat meer evaluerend. We gaan er nog eens met de stofkam doorheen om te kijken wat we inzichtelijker kunnen maken vergeleken met nu. Misschien dat ik u wel opbel om te vragen of u mij nog wat puntjes kunt aanreiken, want die wil ik dan graag horen.

De voorzitter: Ik hoor de toezegging dat we er een iets andere opzet voor gaan krijgen met een verscherping van de evaluatie en het SMART maken van de jaarrekening.

Dan gaan wij nu over naar de tweede termijn.

De heer Holtackers (CDA): Voorzitter. Ik heb de minister horen zeggen dat hij het traject dat leidde tot verbetering in 2011, nu door gaat zetten en dat daarvoor een plan van aanpak is ingericht dat uitgevoerd zal worden. Ik vind dat voor de nabije toekomst vertrouwenwekkend. Ik dank de minister voor zijn antwoorden. Ik heb verder geen vragen.

De heer Hernandez (PVV): Voorzitter. Ook ik wil de minister bedanken voor zijn antwoorden.

De minister heeft met betrekking tot SPEER gezegd dat het point of no return inmiddels is gepasseerd. Ik vraag hem wel om er voor te waken dat teneinde binnen het budget te blijven te veel functionaliteiten worden geschrapt. Het mag niet zo zijn dat onderdelen binnen de krijgsmacht zo meteen hun zaken niet meer kunnen invoeren omdat de functionaliteiten ontbreken. Dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn, want dan is uiteindelijk wellicht de doelstelling bereikt en is het doorgeschoven naar de krijgsmachtdelen, maar kunnen ze er vervolgens niets mee.

Dan het Mobiel Toezicht Veiligheid. Ik heb eigenlijk nog geen oplossing van de minister gehoord voor het probleem waar we hierbij tegen aanlopen. Hij heeft bevestigd dat het probleem er is. Vervolgens heeft hij het hele EU-gebeuren gebagatelliseerd alsof dat geen probleem is, terwijl het wel degelijk een groot probleem is. Ik heb aangegeven waar de Marechaussee tegen aanloopt. Ik zou toch graag van de minister willen weten of er mogelijkheden bestaan om de Marechaussee beter in staat te stellen om haar taak wat betreft Mobiel Toezicht Veiligheid goed te kunnen uitvoeren.

Mevrouw Eijsink (PvdA): Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn beantwoording. Ik zie uit naar het jaarverslag volgend jaar. We kunnen natuurlijk een aantal zaken waarom we gevraagd hebben, hier wel op detailniveau gaan wisselen, maar daar heb ik geen behoefte aan. Ik hoop dat er wat het terugbrengen van het aantal onvolkomenheden betreft een trend ingezet kan worden. Het jaar ervoor waren er 22 onvolkomenheden en nu hebben we te maken met 17 onvolkomenheden. Het lijkt mij een mooie weddenschap dat we het jaar erop van 17 naar 7 gaan. Dat zou een heel mooie prestatie zijn.

Over de personeelsdossiers zou ik graag de volgende motie indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het personeel de ruggengraat van het Defensieapparaat vormt en dat voor een zorgvuldige reorganisatie verwacht mag worden dat ten minste de personeelsdossiers op orde zijn;

constaterende dat de bedrijfsvoering bij Defensie met name op het gebied van de personeelsdossiers vertragingen en onvolkomenheden laat zien alsmede dat de kwaliteit van de personeelsdossiers en het personeelsadministratiesysteem onvoldoende is;

constaterende dat het op orde zijn van personeelsdossiers, ondanks alle eerder gedane toezeggingen in voorgaande jaren, nog altijd niet is gerealiseerd;

verzoekt de regering, inzake het op orde brengen van de personeelsdossiers een concreet stappenplan met bijbehorend tijdschema op te stellen en dit nog voor de begroting 2013 aan de Kamer toe te zenden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Eijsink, Bosman, Holtackers en Dijsselbloem. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 9 (33 240-X).

Mevrouw Eijsink (PvdA): Ter toelichting nog het volgende. Ik heb begrepen dat bij de indiening van een motie minimaal vijf leden deze moeten ondersteunen. Met het oog op voldoende quotum heeft daarom mijn collega Dijsselbloem deze motie meegetekend. Dat is conform de procedure zoals de Kamer die voorstaat als er geen vijf collega's aanwezig zijn maar in dit geval vier.

Voorzitter: Eijsink

De heer Bosman (VVD): Voorzitter. Ik ben verheugd dat de minister openstaat voor de mogelijkheid om de Algemene Rekenkamer in te schakelen bij projecten die als businesscase aangeleverd kunnen worden. Het gaat dan vooral om het voorkomen van fouten. Ik denk dat daarin Kamer en regering gezamenlijk kunnen optrekken. Het gaat niet zozeer om de inflatiecijfers. Sterker nog, ik zou de Algemene Rekenkamer kunnen vragen een tabelletje uit te zetten met inflatiecijfers voor de komende tien, vijftien jaar om op zo'n manier een beeld te krijgen van de kosten van de begroting, zodat niemand verrast wordt. Dus het geeft veel meer mogelijkheden dan alleen maar een simpel toetsmoment. Het biedt ook de mogelijkheid om de Rekenkamer wat verder te laten kijken.

Voorzitter: Bosman

Minister Hillen: Voorzitter. Dank voor de aanmoedigingen die ik hier gehoord heb. Die zullen met grote voortvarendheid worden opgepakt.

De heer Hernandez heeft groot gelijk met wat hij zegt over SPEER. Als je functionaliteiten schrapt, steek je je kop in het zand. Je kunt iets wel betaalbaar houden, maar als het vervolgens geen functie meer heeft, is dat ook niet goed. Het gaat erom dat SPEER gaat functioneren. Ik blijf er dus bovenop zitten.

Dan het mobiel vreemdelingentoezicht. Het probleem is daarbij wel dat de wetgever hier niet mij regardeert maar Justitie. De Koninklijke Marechaussee valt hierbij onder de verantwoordelijkheid van Justitie. Dus ik durf op dit punt niets toe te zeggen en precies aan te geven hoe de wetgeving ter zake werkt. Ik heb al gezegd dat de desbetreffende uitspraak met een zekere kater door de Koninklijke Marechaussee bekeken is. Ik ga ervan uit dat dit in het jaarverslag van Justitie nog wel aan de orde zal komen en dat door collega Opstelten hierop adequaat gereageerd zal worden.

Dan de motie van mevrouw Eijsink. Ik laat hierover het oordeel aan de Kamer over. Ik zie die als een aanmoediging. Het is een breed ingediende motie. Dus die behoeft wat mij betreft voor de rest geen positieve waardering meer te hebben. Het is prima dat die is ingediend.

De voorzitter: De stemming over de motie vindt aanstaande dinsdag plaats.

Ik heb de volgende toezegging genoteerd. De minister zegt toe in het jaarverslag 2012 prestatie-indicatoren op te nemen wat betreft de internationale inzet van materieel en personeel.

Mevrouw Eijsink (PvdA): En de uitwerking crisisbeheersingsoperaties artikel 20.

De voorzitter: Ja, dat voegen we toe.

Ik dank de minister en zijn medewerkers, de collega's en de mensen op de tribune voor hun aanwezigheid.

Sluiting 15.05 uur.