Kamerstuk 33219-28

Aanbieding ontwerpbesluit houdende aanpassing van algemene maatregelen van bestuur in verband met de Wet basisregistratie personen (Aanpassingsbesluit basisregistratie personen)

Dossier: Nieuwe regels voor een basisregistratie personen (Wet basisregistratie personen)

Gepubliceerd: 6 september 2013
Indiener(s): Ronald Plasterk (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (PvdA)
Onderwerpen: bestuur gemeenten
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33219-28.html
ID: 33219-28

Nr. 28 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Ontvangen ter Griffie op 9 september 2013.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aan de Kamer overgelegd tot en met 9 oktober 2013.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder worden gedaan dan op 10 oktober 2013.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 september 2013

Hierbij bied ik u aan het ontwerpbesluit houdende aanpassing van algemene maatregelen van bestuur in verband met de Wet basisregistratie personen (Aanpassingsbesluit basisregistratie personen). Voor de inhoud van het ontwerpbesluit verwijs ik u naar de ontwerpnota van toelichting1.

De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure van de artikelen 6.13, zesde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, 2b van de Wegenverkeerswet 1994, 109 van de Wet op de jeugdzorg, 10, vijfde lid, van de Wet op de orgaandonatie en 17b van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld.

Op grond van de aangehaalde bepalingen geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het ontwerpbesluit niet eerder dan vier weken2 nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Een gelijkluidende3 brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk