Kamerstuk 33135-54

Gewijzigd amendement van de leden Kuiken en Wiegman-van Meppelen Scheppink ter vervanging van nr. 53 dat een zodanige aanpassing van artikel 19db Natuurbeschermingswet 1998 beoogt dat ook projecten die voldoen aan de voorwaarden van het plan vergunningplichtig zijn, waarbij bezwaar en beroep open staat voor derden

Dossier: Wijziging van de Crisis- en herstelwet en diverse andere wetten in verband met het permanent maken van de Crisis- en herstelwet en het aanbrengen van enkele verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht


70,7 %
29,3 %

SP

BRINK

PVV

CDA

D66

CU

PvdA

PvdD

VVD

GrKH

GL

SGP


Nr. 54 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN KUIKEN EN WIEGMAN-VAN MEPPELEN SCHEPPINK TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 531

Ontvangen 5 juli 2012

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In hoofdstuk 2, artikel 2.1.2., onderdeel Ba, komt artikel 19db te luiden:

Artikel 19db

  • 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een ontwikkelingsgebied als bedoeld in artikel 2.3 van de Crisis- en herstelwet, kan de voorwaarden, voorschriften en beperkingen bevatten waaronder een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, wordt verleend, indien op grond van een voor dat plan opgestelde passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat projecten die aan deze voorwaarden, voorschriften en beperkingen voldoen de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet kunnen aantasten, dan wel is voldaan aan de artikelen 19g, tweede, derde en vierde lid, en 19h, onderscheidenlijk op grond van artikel 19e een beoordeling is uitgevoerd van andere handelingen.

  • 2. Het bestuursorgaan dat bevoegd is voor de verlening van vergunningen als bedoeld in artikel 19d, eerste lid voor projecten of andere handelingen in een ontwikkelingsgebied, kan voorafgaand aan de vaststelling van een daarop betrekking hebbend bestemmingsplan instemming verlenen aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden, voorschriften en beperkingen.

  • 3. Een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, wordt verleend indien:

    • a. het project of de andere handeling voldoet aan de voorwaarden, opgenomen in een plan als bedoeld in het eerste lid, en

    • b. de beoordelingen, genoemd in het eerste lid, op het moment van de verlening van de vergunning actueel zijn, en

    • c. het bestuursorgaan dat bevoegd is voor de verlening van de vergunning instemt, of voorafgaand aan de vaststelling van het in het eerste lid genoemde plan heeft ingestemd met de in het eerste lid genoemde voorwaarden, voorschriften en beperkingen.

  • 4. Aan een vergunning als bedoeld in het derde lid worden de in het bestemmingsplan op grond van het eerste lid opgenomen voorschriften verbonden. Zij wordt onder de in het bestemmingsplan op grond van het eerste lid opgenomen beperkingen verleend.

Toelichting

De aanpassing van artikel 19db beoogt dat ook projecten die voldoen aan de voorwaarden van het plan vergunningplichtig zijn, waarbij bezwaar en beroep open staat voor derden.

Met het aangepaste voorstel kunnen op basis van de voor een bestemmingsplan opgestelde passende beoordeling de voorwaarden, voorschriften en beperkingen in dat plan worden vastgelegd waaronder nieuwe projecten zich in een ontwikkelingsgebied mogen vestigen. Daarvoor zal de passende beoordeling niet alleen de bestemmingen, maar ook de op grond daarvan toegestane activiteiten en de mogelijke effecten daarvan op Natura 2000-gebieden in voldoende mate van concreetheid moeten beschrijven. Tegen een eventuele onvoldoende onderbouwing daarvan staat bij de vaststelling van het bestemmingsplan rechtsbescherming open. Ook als nieuwe ontwikkelingen hebben plaatsgevonden zal de cumulatie van effecten moeten worden beoordeeld.

De feitelijke toestemming voor projecten wordt in dit voorstel verleend bij de vergunningverlening op grond van het derde lid. Daarbij wordt echter uitsluitend getoetst of (i) het project aan de in het plan gestelde voorwaarden voldoet en (ii) of de bij de planvaststelling gebruikte passende beoordeling nog actueel is. In de vergunningen worden ten minste de in het plan gestelde voorschriften en beperkingen opgenomen. Uiteraard moet het project ook binnen de bestemming passen.

Met dit voorstel wordt bereikt dat een bestemmingsplan voor een ontwikkelingsgebied op voorhand de voorwaarden kan vastleggen waaronder projecten op grond van de Natuurbeschermingswet worden toegelaten. Daarmee wordt de rechtszekerheid voor bedrijven die zich in dat gebied willen vestigen verbeterd, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de rechtsbescherming of de kwaliteit van de besluitvorming. Een dergelijk stelsel doet ook beter recht aan de functie van een bestemmingsplan, n.l. het op voorhand vastleggen van de vestigingsmogelijkheden en daarbij in acht te nemen regels. Met het voorstel wordt dat in ontwikkelingsgebieden ook mogelijk voor wat betreft de randvoorwaarden uit oogpunt van natuurbescherming. Daarmee biedt dit voorstel gelijktijdig duidelijkheid aan bedrijven en bewoners, zekerstelling met betrekking tot de beoogde milieukwaliteit en staat zowel bij de planvaststelling als bij de toestemming rechtsbescherming open.

Aan bedrijven die zich vestigen, biedt deze systematiek de zekerheid, dat zij hun bedrijfsvoering mogen uitvoeren, binnen de voorwaarden van het bestemmingsplan en de vergunning, nadat deze onherroepelijk zijn vastgesteld.

Kuiken Wiegman-van Meppelen Scheppink