Gepubliceerd: 29 november 2011
Indiener(s): Marja van Bijsterveldt (minister onderwijs, cultuur en wetenschap) (CDA)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33000-VIII-121.html
ID: 33000-VIII-121

Nr. 121 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 november 2011

De Onderwijsraad adviseert in haar advies «Ouders als partners» de komende tijd vooral te investeren in partnerschap tussen ouders en school. Investeren in educatief partnerschap is belangrijk. Het thema ouderbetrokkenheid gaat voor mij echter over meer dan dat. Het gaat ook over de ouders als opvoeder, de school als gemeenschap en het gezag van de leraar.

Ouderbetrokkenheid: een opgave voor ouders en scholen

Goed ouderschap is van fundamenteel belang. Ouders die investeren in een goede opvoeding hebben daar thuis veel plezier van én leggen het fundament voor prestaties en welzijn op school en later in de samenleving. Ik heb grote waardering voor ouders die hun kinderen een goede basis meegeven. Hoewel een groot aantal ouders zich actief en betrokken opstelt bij de leerontwikkeling van hun kinderen, constateer ik tegelijkertijd dat de opvoeding onder druk staat. Het is voor veel ouders een hele opgave de juiste balans te vinden tussen werk, gezinsleven en andere activiteiten, dat realiseer ik mij terdege. Toch vind ik het van belang dat alle ouders prioriteit geven aan de opvoeding en aan de overdracht van waarden en normen. En dat ze, wanneer hun kinderen naar school gaan, tijd maken om deze cruciale fase zo goed mogelijk te begeleiden.

Dit geldt niet alleen voor ouders die worstelen met het vinden van de juiste balans. Maar ook voor ouders die door andere factoren een beperking ervaren in de relatie met de school, bijvoorbeeld omdat zij door een taalachterstand een barrière ervaren in het contact met de school van hun kinderen. De verantwoordelijkheid voor een goede schoolontwikkeling van het kind mag en kan niet alleen bij het onderwijs worden neergelegd. Ook ouders hebben daarin een cruciale rol. Door de keuze voor een school worden ouders medeverantwoordelijk voor het onderwijs en voor de schoolgemeenschap. Deze medeverantwoordelijkheid vraagt om betrokkenheid en openheid van twee kanten, zowel van ouders als van school.

Voor de school komt met de ouders een sociaal kapitaal van onschatbare waarde de school binnen. Van scholen en leraren vraagt het betrekken van ouders bij het leerproces dezelfde professionaliteit, zorg en aandacht als die ze besteden aan het onderwijs. Of zoals de pedagoog Micha de Winter het onlangs zei: «Goede ouder–school relaties zijn minstens zo belangrijk als taal en rekenen». Het een gaat niet ten koste van het ander, beide aandachtsgebieden zijn belangrijk en versterken elkaar. Uit de monitor ouderbetrokkenheid (2009) blijkt dat op dit moment 39% van de scholen in het primair onderwijs, en 31% in het voortgezet onderwijs, beleid hebben voor het verbeteren van het pedagogisch klimaat bij de leerlingen thuis, bijvoorbeeld om ouders te bewegen hun kinderen voor te lezen. Ik wil scholen stimuleren om dit op te pakken als onderdeel van hun professionaliteit.

Wat betreft het vergroten van de ouderbetrokkenheid zie ik meerdere belangrijke kansen. Ouders kunnen een grotere rol spelen bij het verbeteren van de leerprestaties van hun kinderen. Verder zijn ze onmisbaar bij loopbaanoriëntatie en -begeleiding en bij het voorkomen van schooluitval en schoolverzuim. Als derde zijn ouders van belang voor de schoolgemeenschap, en kunnen scholen de vitaliteit van deze schoolgemeenschap versterken door ouders meer te betrekken.

Inzet van ouders en scholen voor betere leerprestaties

Het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs is de belangrijkste opgave van scholen. Het verbeteren van de leerprestaties, en ervoor zorgen dat jongeren met een diploma het onderwijs verlaten, zijn dan ook belangrijke uitgangspunten in de actieprogramma’s Basis voor Presteren (po), Beter Presteren (vo) en Focus op Vakmanschap (mbo). Deze opgave ligt niet alleen bij de scholen, betrokkenheid van ouders hierbij is essentieel. Onderzoek wijst keer op keer uit dat ouders een grote invloed hebben op de leerprestaties van hun kinderen. Dat begint bij het bieden van een veilige en stabiele omgeving, en bij een gestructureerd en stimulerend klimaat. Het helpt enorm als ouders thuis op jonge leeftijd lezen met hun kinderen, doorpraten over belevenissen, verhalen vertellen en discussiëren over maatschappelijke thema’s. Daarnaast heeft positieve interactie met de school een gunstig effect op prestaties, zowel bij formele als bij informele ouderparticipatie.

De betrokkenheid van ouders is in het bijzonder van belang bij de taalontwikkeling van jonge kinderen. In het kader van de voor- en vroegschoolse educatie (vve) heb ik met de gemeenten afgesproken dat ze meer gaan doen om ouders te betrekken. De gemeenten gaan stimuleren dat ouders thuis ontwikkelactiviteiten doen, en ouders gaan participeren in de activiteiten op de voor- of vroegschool. Ook zijn er afspraken gemaakt over betere toeleiding van kinderen naar vve.

Het verbeteren van de leerprestaties vraagt om wederkerigheid. Scholen mogen ouders aanspreken op hun betrokkenheid. Andersom mogen ouders van scholen verwachten dat zij ouders actief betrekken bij de school en bij de ontwikkeling van de leerling. Het vraagt daarnaast actieve en blijvende inzet van scholen richting die ouders die vanwege bijvoorbeeld hun achtergrond of cultuur minder bij school betrokken zijn. Het vraagt ook om openheid van de school over de leerresultaten. Om voor ouders betrokkenheid mogelijk te maken moeten scholen ouders inzicht geven in de leerprestaties en de studievoortgang van hun kinderen, en in de kwaliteit van het onderwijs op de school. Met de PO-Raad en de VO-Raad ben ik in gesprek om de kwaliteitsgegevens van scholen toegankelijk te maken via een zogenaamd ouderportaal.

Inzet van ouders en scholen bij loopbaanoriëntatie en schooluitval

Het onderwijs is van grote waarde voor de toekomst en voor de maatschappelijke loopbaan van kinderen. Het is van belang dat ieder kind een startkwalificatie haalt en kiest voor een beroep dat niet alleen bij hem of haar past, maar dat ook goede kansen biedt op de arbeidsmarkt. Dit is niet alleen van belang voor de kinderen, en het tot bloei laten komen van hun talenten, maar ook voor het onderwijs en voor de maatschappij.

Scholen hebben de belangrijke taak hun leerlingen te helpen bij hun loopbaanoriëntatie en -begeleiding (lob). Omdat ouders belangrijke «medebepalers» zijn voor een vervolgopleiding en een baan, liggen er kansen voor scholen bij het sterker betrekken van ouders bij dit proces. De samenwerking met ouders is dan ook een belangrijk onderdeel van de loopbaanscan die scholen gebruiken om hun loopbaanbeleid te beoordelen. In de bijbehorende «Toolbox LOB» staan ook concrete suggesties voor, en goede voorbeelden van, de versterking van de samenwerking met ouders. Bijvoorbeeld het gedegen informeren van ouders over vervolgopleidingen, en het inzetten van ouders als stagebegeleiders of coach. Daarbij kan veel meer dan nu benut worden dat ouders zelf ook een beroep uitoefenen, waarmee zij een uitstekend rolmodel kunnen zijn voor de kinderen op school. Met de VO-Raad maak ik afspraken over extra aandacht voor de rol van ouders bij loopbaanoriëntatie en -begeleiding. Ook met de PO-Raad en de MBO-Raad wil ik hier het gesprek over aangaan.

In het kader van de aanpak voortijdig schoolverlaten zet het Regionale Meld- en Coördinatiepunt (RMC) de extra middelen ook in op het vergroten van de ouderbetrokkenheid. Hiermee worden ouders ingezet om schoolverzuim en schooluitval te voorkomen. Een voorbeeld hiervan is de toepassing van een systeem waarbij ouders een sms-bericht krijgen als hun kind ongeoorloofd afwezig is.

De ouders als onderdeel van de school als gemeenschap

Betrokkenheid van ouders bij hun eigen kind is noodzakelijk, maar niet voldoende. Ouders zijn ook van grote waarde voor de school als gemeenschap. Uit gesprekken die ik de afgelopen periode met scholen en ouders heb gevoerd, blijkt dat veel scholen en ouders hier ook al actief in zijn. Scholen dienen hierbij een visie te hebben op de rol van ouders bij de schoolgemeenschap, die past bij de wijk, bij de ouders en bij de school. Dit gaat verder dan dat ouders vrijwilliger zijn als voorleesvader of luizenmoeder, dat ze hun talenten en deskundigheid inzetten om het onderwijs te verrijken of dat ze participeren in de besluitvorming op de school. Het gaat mij er ook om dat ouders een rol spelen in de school als waardengemeenschap.

In het kader van de school als waardengemeenschap wil ik stimuleren dat scholen en ouders aan de voorkant goede afspraken maken over de wederzijdse verwachtingen, en over de waarden en normen die op de school gelden. Het gaat daarbij om het maken van niet-vrijblijvende afspraken, die vastgelegd worden in overeenkomsten tussen ouders en scholen waar beide voor tekenen. Bij de afspraken horen ook afspraken over het omgaan met conflicten. Het is belangrijk om hier aan de voorkant heldere afspraken over te maken, om te voorkomen dat een conflict uit de hand loopt. Ik zie mooie praktijkvoorbeelden van scholen die daarmee enorme winst boeken in de relatie tussen school, leerling en ouders.

De ouders hebben een belangrijke voorbeeldfunctie waar het gaat om het respecteren van de waarden en normen van de school. Dit betekent dat ouders een belangrijke taak hebben in het ondersteunen en respecteren van het gezag van de leraren. De leraar is de baas in de klas en de schooldirecteur bepaalt de regels binnen de school. De rol van ouders is om hun kinderen hierin op te voeden. En niet om aangifte te doen tegen leraren die optreden tegen disrespect en een gebrek aan gezagsgetrouwheid. Als het desondanks uit de hand loopt, en escaleert tot geweld tegen leraren, is het aan de overheid om in te grijpen. Geweld tegen leraren wordt niet getolereerd. Sinds november 2010 is de strafeis voor geweld tegen werknemers met een publieke taak, waaronder leraren, dan ook verdubbeld. De aangiftebereidheid bij veel scholen en leraren blijkt echter laag. Om de aangiftebereidheid te verhogen heeft de regering afspraken gemaakt in het kader van het programma Veilige Publieke Taak (VPT). Hierin is opgenomen dat werkgevers namens de medewerker aangifte kunnen doen, dat er anoniem aangifte kan worden gedaan, dat er sprake zal zijn van lik-op-stuk beleid en dat het mogelijk zal zijn schade te verhalen.

Het maatschappelijk debat over ouderbetrokkenheid

Het verbeteren van ouderbetrokkenheid is niet primair een kwestie van meer geld of meer regels. Het gaat om een mentaliteitsverandering bij betrokkenen. De afgelopen maanden heb ik met veel ouders, leerkrachten, schoolleiders en ouder- en onderwijsorganisaties gesproken over ouderbetrokkenheid. Hieruit komt een nieuw besef naar voren dat de rol van de ouder te zeer een vergeten rol is. Veel ouders zijn, gewild of ongewild, in een consumentenrol terecht gekomen. Dit wil ik veranderen door een beroep te doen op scholen om niet te bescheiden te zijn om ouders te vragen zich in te zetten voor de school van hun kind. Ouders zijn vaker bereid om iets te doen dan scholen soms denken, maar de school moet de vraag om betrokkenheid en participatie wel expliciet maken. Dat vraagt voor sommige scholen om lef, maar het levert dan ook het nodige op. Daarnaast wil ik een appèl doen op ouders om prioriteit te geven aan de ontwikkeling en opvoeding van hun kinderen. Om in deze drukke tijden ten volle verantwoordelijkheid te nemen voor deze belangrijke taak.

In de mentaliteitsverandering bij scholen en ouders wil ik als minister van Onderwijs een voortrekkersrol vervullen. De laatste tijd merk ik ook dat er al veel discussie is over het thema ouderbetrokkenheid. Daarbij gaat het om de volgende vragen. Wat zijn de rollen en verantwoordelijkheden voor de ouders en voor de school? Wat heeft de school nodig in de thuissituatie? Wat hebben ouders nodig van de school? Hoe kunnen scholen op de beste manier het sociaal kapitaal van ouders benutten, die past bij de school en de wijk? Hoe kunnen andere organisaties als gemeentes en opvoedinstituten helpen om ouderbetrokkenheid tot een succes te maken? Hoe kunnen ouders er mede voor zorgen dat leerlingen de leraren met respect behandelen? Vanuit mijn rol zal ik het thema landelijk sterker op de kaart zetten en ga ik met zoveel mogelijk scholen, ouders en andere betrokkenen, zoals gemeenten en opvoedinstituten, het debat aan over ouderbetrokkenheid. Met deze debatten wil ik beter inzicht krijgen in wat er nog meer leeft op scholen en bij ouders, en wat ze nodig hebben om hun verantwoordelijkheid waar te maken.

De acties

Het verbeteren van ouderbetrokkenheid is zoals gezegd niet primair een kwestie van meer geld of regels. Het gaat om een mentaliteitsverandering en om het inschakelen van zoveel mogelijk maatschappelijke organisaties om scholen en ouders te helpen. Daar concentreren de acties zich op. Daarnaast wil ik als minister extra aandacht geven aan het gezag van de leraar.

Betrekken van maatschappelijke organisaties

Scholen en ouders kunnen alle hulp gebruiken bij het verbeteren van de ouderbetrokkenheid. Naast de acties die ik al eerder in deze brief heb genoemd, zet ik de volgende stappen:

  • In de prestatie convenanten met de po- en vo-sector maak ik afspraken om de ouderbetrokkenheid te versterken. Belangrijk doel hierbij is te zorgen dat ouders ondersteunend zijn om het doel uit de actieprogramma’s, het allerbeste uit onze kinderen halen, te realiseren.

  • In de afspraken van het programmamanagement MBO15 over de voortgang van het Actieplan MBO «Focus op vakmanschap 2011–2015» is er ook aandacht voor het verbeteren van ouderbetrokkenheid.

  • Mede door de motie van het lid Biskop bij de behandeling van de Verzuimwet in februari 2011 ben ik in overleg met de MBO Raad en Ingrado over een verzuimaanpak gericht op het beter melden van verzuim door de mbo-instellingen en op een grotere betrokkenheid van ouders.

  • Met de landelijke ouderorganisaties heb ik prestatieafspraken gemaakt over het ondersteunen van scholen tot het sluiten van school–ouderovereenkomsten, en bij het betrekken van ouders bij taal- en rekenprestaties.

  • Van de Landelijke Pedagogische Centra heb ik gevraagd begin 2012 een overzicht van goede voorbeelden van ouderbetrokkenheid te leveren. Deze voorbeelden komen digitaal beschikbaar en ik zal ze nadrukkelijk onder de aandacht brengen van scholen en ouders.

  • Met de partijen in de onderwijsinfrastructuur (schoolbegeleidingsdiensten en uitgevers) ga ik afspraken maken om het vele materiaal dat ze hebben ontwikkeld voor ouderbetrokkenheid, en voor ouders om thuis te helpen bij het onderwijs, transparant te maken voor scholen en ouders.

  • In overleg met de kennisinstellingen wil ik een bijzondere leerstoel instellen om robuuste kennis op te bouwen. Deze leerstoel richt zich op ouderbetrokkenheid, en zal verbonden zijn aan de lectoraten op de Pabo’s.

  • Met de VO-Raad ben ik in gesprek om onder de noemer Schoolkompas een ouderportaal te maken, zodat de gegevens over de kwaliteit van scholen die in Vensters voor Verantwoording staan toegankelijk worden voor ouders. Dezelfde afspraak wil ik ook met de PO-Raad maken, als onderdeel van Vensters Primair Onderwijs.

  • In overleg met de Stichting Leraar Leerling Ouders zal worden bekeken wat ik kan doen om het recent door hen gelanceerde keurmerk ouderbetrokkenheid te ondersteunen.

De bovenstaande acties richten zich vooral op de organisaties die direct gelieerd zijn aan het onderwijs. Aan een deel van de uitdagingen op het gebied van ouderbetrokkenheid ligt een bredere problematiek binnen het gezin ten grondslag, en is een bredere samenwerking nodig. In overleg met de maatschappelijke organisaties op die terreinen zal ik bezien of het nodig is om ook hier nadere afspraken te maken.

Het gezag van de leraar

Het herstel van het gezag van de leraar is voor mij een belangrijk onderdeel van de waarden en normen op de school. Ik heb met de sectororganisaties en de vakbonden overleg gehad over wat hiervoor nodig is. Mede op basis van dit gesprek kom ik tot de volgende acties:

  • Scholen wil ik stimuleren dat ze in de school-ouderovereenkomsten expliciet aandacht besteden aan de waarden en normen binnen de school, het gezag van de leraar, en aan de omgangsvormen tussen leraar, leerling en ouder.

  • In samenwerking met de minister van Veiligheid en Justitie en Binnenlandse Zaken ga ik, in aanvulling op het programma VPT, in kaart brengen waarom de aangiftebereidheid op scholen laag is, en wat gedaan kan worden om dit te verbeteren. Op basis hiervan wil ik afspraken maken met de schoolbesturen om de aangiftebereidheid te verhogen.

De sociale partners hebben in het genoemde overleg aangegeven dat ze de mogelijke meerwaarde verkennen van een ombudsfunctie voor leraren in de nasleep van geweldsdelicten.

Persoonlijk appèl op ouders en scholen

Vanuit mijn rol als minister van Onderwijs wil ik een persoonlijk appèl doen op ouders om zich in te zetten voor het leerproces hun kinderen, voor de school en voor het respect voor de school en het werk dat daar gedaan wordt. Hiervoor onderneem ik de volgende acties:

  • In 2012 maak ik een tour door het land om het debat aan te gaan met alle betrokkenen bij de school en de opvoeding. De gesprekken vinden plaats op de scholen, de plaats waar ouders en scholen samen de schoolgemeenschap vormen.

  • Via de social media wil ik het gesprek aangaan over onderwijs en de opvoeding. En over waarden op de school, en de betrokkenheid van ouders daarbij.

  • Eind 2012 organiseer ik een conferentie waarin ouderbetrokkenheid centraal staat. De belangrijkste opbrengsten uit de schoolgesprekken, mijn tour door het land, online discussies en goede praktijkvoorbeelden, staan in deze conferentie centraal.

Vanzelfsprekend zal ik de Kamer informeren over de opbrengsten van de debatten en van de conferentie.

Tot slot

Veel ouders en scholen zetten zich dagelijks in voor de ontwikkeling en de opvoeding van hun kinderen en leerlingen, en voor de schoolgemeenschap. Mijn wens is dat álle ouders en álle scholen de handen ineenslaan voor wat hen beiden drijft: de ontwikkeling van de talenten van hun kind of leerling. Hier heeft niet alleen het kind recht op, maar dit is tevens van grote waarde voor de samenleving, nu en in de toekomst.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart