Kamerstuk 32862-50

Vervoer van gevaarlijke stoffen via de spoorroute Elst (aansluiting Betuweroute) – Arnhem – Zutphen – Oldenzaal/grens

Dossier: Wijziging van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en enige andere wetten in verband met de totstandkoming van een basisnet (Wet basisnet)


Nr. 50 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 juni 2012

Tijdens de tweede termijn van het overleg met uw Kamer op 14 juni jl. (Handelingen II 2011/12, nr. 96) over het wetsontwerp Basisnet is onder andere gesproken over het vervoer van gevaarlijke stoffen via de spoorroute Elst (aansluiting Betuweroute) – Arnhem – Zutphen – Oldenzaal/grens.

Beleidsuitgangspunt is dat het vervoer van gevaarlijke stoffen zoveel mogelijk over de Betuweroute wordt geleid. Het gebruik van de spoorroute Elst – Oldenzaal wordt binnen de kaders van Basisnet desondanks mogelijk gemaakt, omdat het voor transporten tussen enerzijds Rotterdam en anderzijds Scandinavië, Noord- en Oost-Duitsland, Polen en Tsjechië de kortste route is. Ook voor de Duitse autoriteiten is gebruik van de route over Oldenzaal van belang. Zij wijzen er op dat het Ruhrgebied intensief bebouwd is, en dat men geen behoefte heeft om goederentreinen, onder andere beladen met gevaarlijke stoffen, onnodig door het Ruhrgebied te laten rijden.

In Basisnet zijn de risicoplafonds langs de route Elst – Oldenzaal zodanig vastgelegd, dat op geen enkele locatie kwetsbare bebouwing binnen de veiligheidszone ligt, en dat geen overschrijding van de oriënterende waarde van het groepsrisico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen zal optreden.

Vanuit de Kamer is tijdens het debat gevraagd of het mogelijk zou kunnen zijn om minder vervoer van gevaarlijke stoffen via deze spoorroute te laten afwikkelen, en of daarover met Duitsland overlegd is. Eind maart jl. is door mijn ministerie en ProRail overleg gevoerd met het Duitse Bundesministerium für Verkehr, Bau und Stadtentwicklung (BMVBS) en DB Netz. In dat overleg is onder andere gesproken over de mogelijkheid om minder spoorgoederenvervoer (waaronder vervoer van gevaarlijke stoffen) via de grensovergang Oldenzaal /Bad Bentheim af te wikkelen en meer via Zevenaar/Emmerich. De Duitse autoriteiten hechten eraan dat het spoorvervoer over de Nederlands-Duitse grens afgewikkeld blijft worden via alle drie bestaande grensovergangen: Oldenzaal, Zevenaar en Venlo, zoals thans ook gebruikelijk is, en zoals is afgesproken tussen beide landen in de Overeenkomst van Warnemünde.

Aan Duitse zijde bestaat dus geen steun voor een eventuele concentratie van het goederenvervoer via de grensovergang Zevenaar/Emmerich. Daarbij speelt mee dat de spoorlijn die in Duitsland aansluit op de grensovergang Oldenzaal / Bad Bentheim nog zeer ruime restcapaciteit heeft, wat niet geldt voor de spoorlijnen in het Ruhrgebied die aansluiten op de Betuweroute en de spoorlijn Zevenaar/grens – Oberhausen.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De minister van Infrastructuur en Milieu, M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus