Kamerstuk 32827-41

Verslag van een algemeen overleg

Persbeleid en Lokale publieke omroep

Gepubliceerd: 20 juli 2012
Indiener(s): Marja van Bijsterveldt (minister onderwijs, cultuur en wetenschap) (CDA)
Onderwerpen: cultuur en recreatie media
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32827-41.html
ID: 32827-41

Nr. 41 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 20 juli 2012

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op 13 juni 2012 overleg gevoerd met minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over:

  • de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 6 december 2011 met de evaluatie van het Stimuleringsfonds voor de Pers (32 827, nr. 28);

  • de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 7 maart 2012 met het verslag van een schriftelijk overleg inzake het evaluatieverslag van het Stimuleringsfonds voor de Pers (32 827, nr. 31);

  • de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 6 december 2011 met het onderzoek naar de positie van Nederlandse persbureaus in de nieuwsketen en een adviesrapport inzake Regionale Media Centra (31 777, nr. 26);

  • de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 6 maart 2012 over publieke-private samenwerking op mediagebied (32 827, nr. 30);

  • de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 1 juni 2012 met het verslag van een schriftelijk overleg inzake publiek-private samenwerking op mediagebied (32 827, nr. 33);

  • de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 5 december 2011 over lokale publieke omroep (32 827, nr. 29);

  • de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 11 mei 2012 met het jaarverslag 2011 Commissariaat voor de Media (33 000 VIII, nr. 190);

  • de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 4 mei 2012 over toekomstige mediavoorziening voor de Caribische eilanden (32 033, nr. 11).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Van Bochove

De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, De Kler

Voorzitter: Elias

Griffier: Arends

Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Bosma, Braakhuis, Van Dam, Van Dijk, Elias, Van der Ham, Haverkamp en Van Miltenburg,

en minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die vergezeld is van enkele ambtenaren van haar ministerie.

De voorzitter: Ik heet alle aanwezigen welkom, de minister in het bijzonder, maar ook de mensen op de publieke tribune en diegenen die ons anderszins volgen. Aan de orde is een AO over het persbeleid en de lokale publieke omroep.

De heer Bosma (PVV): Voorzitter. Je zult maar journalist zijn bij NRC Handelsblad en een jaar lang allerlei dingen hebben opgeschreven: dat er een Arabische lente is, dat Israël is bezet, dat de mens invloed heeft op het klimaat, dat de moslimimmigratie leidt tot culturele verrijking, dat kunstsubsidies een vorm van beschaving zijn, en hopen op een schouderklopje en denken dat het allemaal goed komt. En dan wordt je bedrijf overgenomen door iemand met onvervalste progressieve credentials. Iemand die al bij de oprichting lid geworden is van de SP, oud-lid van het Marxistisch-Leninistisch Centrum, oud-lid van de Kommunistische Eenheidsbeweging Nederland (marxistisch-leninistisch) en voormalig drager van een rouwband bij de dood van Mao-Tse-Tung, moordenaar van 100 miljoen mensen. Je denkt dat je carrière in een rustig vaarwater terechtkomt, maar dan word je ontslagen. Bij NRC Handelsblad verdwenen 30 van de 350 mensen; dat is behoorlijk. Je denkt dan dat dit alles is. Dat is echter niet zo. De heer Sauer, de man die NRC Handelsblad heeft gekocht samen met Egeria, een investeringsvehikel dat geen verstand heeft van media en dus goed luistert naar de heer Sauer, gaat nog eens flink tekeer in het eigen vermogen van NRC Media waardoor de solvabiliteit en de liquiditeit gevaar lopen. Dat zegt de or althans. Dit lijkt me een vorm van roofsocialisme. De heer Sauer werd bij de oprichting lid van de SP, een partij die zich afzet tegen een bonuscultuur, maar nu kent hij zichzelf «een buitensporig superdividend» toe van tweeënhalf keer de winst, dat wil zeggen 12,5 mln.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik heb een punt van orde. Het is erg lastig om een debat te voeren terwijl er een boor doorheen drilt. Misschien is het wel heel toepasselijk, een opvolger van de hamer en de sikkel. En dat juist tijdens deze geweldige inbreng.

De voorzitter: Ik vond dat die inbreng juist onder het boren wel door kon ga maar ik geloof dat we kunnen vervolgen.

De heer Bosma (PVV): Ik dank de voorzitter voor dit stukje suspense tijdens mijn bijdrage. Ik had het over de SP-bonuscultuur. Ik had het over het roofsocialisme dat nu plaatsvindt bij NRC Media: tweeënhalf keer de jaarwinst uit het bedrijf halen en daardoor de solvabiliteit en de liquiditeit in gevaar brengen. En deze zaak staat niet op zichzelf. Bij de hoorzitting die we recentelijk hadden, werd ook ter sprake gebracht dat Wegener financieel wordt uitgewoond door Mecom, het Engelse bedrijf. We hebben gezien dat PCM zijn bestaan in gevaar gebracht zag door Apax, ook Britten. Ik ben een groot voorstander van de vrije markteconomie, maar als krantenbedrijven op deze manier allemaal financieel worden uitgewoond door derden, loopt de pluriformiteit op den duur gevaar. Ik hoor graag wat de minister hiervan vindt. Ik begrijp dat haar mogelijkheden klein zijn, maar het lijkt me toch dat dit een groot gevaar is.

Het is fijn dat collega Haverkamp ervoor zorgde dat we wat later aan deze bijeenkomst begonnen. Nu kunnen we wat actuele dingen meenemen. Ik ben erg blij met de televisiegids van De Telegraaf die eindelijk het dossier over de programmagegevens, dat al twintig jaar speelt, weer eens openbreekt. We hebben de initiatiefwet gehad die wel vier keer van naam is veranderd. De huidige eigenaar, de heer Van der Ham, is inmiddels ook al weer verdwenen. We zien uit naar de zesde naamgever. De initiatiefwet is een beetje uit de markt gehaald doordat er een motie kwam met betrekking tot het verkopen van de programmagegevens waarmee ik heel blij was. Nu doet De Telegraaf iets anders: men koopt de gegevens niet maar haalt deze uit de vrije nieuwsgaring en stelt daarmee zo'n televisiegidsje samen. Hoe verhoudt dit zich tot de mening van de Kamer dat de programmagegevens verkocht moeten worden? Hoe staat de minister in deze zaak? Ik weet dat deze zaak onder de rechter ligt, maar het is wel een heel interessante en pikante zaak.

Bij de hoorzitting kwam de volgende klacht van de krantenbedrijven evenzeer ter sprake. De krantenbedrijven willen expanderen naar de nieuwe media en komen daar de publieke omroep, de staatsomroep, tegen. Als men dat in het verleden zei, werd men vaak weggezet als onderdeel van de Telegraaflobby. Tot mijn grote blijdschap zit nu ook de Volkskrant op die lijn en ziet de concurrentie van de staatsomroep. Men concurreert op het gebied van eyeballs, dus kijkers. Als men naar de site van de Nederlandse Omroepstichting (NOS) gaat, kan men op dat moment niet naar de site van de Volkskrant gaan.

Er kwam een nog veel interessanter punt naar voren, namelijk de concurrentie op het gebied van de gross rating points (grp's), oftewel de advertentietarieven. De kranten klagen erover dat de advertentietarieven dalen doordat de staatsomroep in de advertentiemarkt zit, en niet alleen online. Deelt de minister deze bezwaren? Nu word ik weer gestoord door de bel, maar ik sla me er manhaftig doorheen.

De voorzitter: U kennende weet ik dat u er een complot in zult zien. We wachten even tot de bel afgelopen is.

De heer Bosma (PVV): Deelt de minister de klacht van de kranten dat er sprake is van een negatief effect op de advertentietarieven doordat we een publieke omroep hebben die zich niet alleen hoeft te bedruipen uit advertentietarieven zoals de dagbladen dat wel moeten, maar bijvoorbeeld ook geld krijgt van de belastingbetaler?

Het laatste onderwerp is FunX. Hoe staat het daarmee? De minister bezuinigt 200 mln. op de media en schraapt dat geld op een aantal zaken bij elkaar. FunX moet bijvoorbeeld stoppen omdat de minister het geen geld meer geeft. Komen die frequenties, die heel veel geld waard zijn maar die ze gratis hebben gekregen, nu vrij? Hoe worden die frequenties verdeeld?

De heer Jasper van Dijk (SP): Voorzitter. Door al dat bellen en boren is mij het betoog van de heer Bosma volledig ontgaan. Misschien mag hij het nog een keer houden?

De heer Bosma (PVV): Roofsocialisme.

De heer Jasper van Dijk (SP): Dat is een neologisme. Mijn complimenten.

Ik onderschrijf het belang van een goede nieuws- en informatievoorziening in ons land. Die is van cruciaal belang voor het functioneren van onze parlementaire democratie zowel regionaal als landelijk, aldus minister Van Bijsterveldt in antwoord op mijn schriftelijke vragen. Ik deel deze opvatting voor de volle 100%. We spreken over persbeleid en daartoe is alle aanleiding want er is sprake van een proces van verschraling. We zien met name regionaal en lokaal een verlies aan kritische journalistiek. Als de macht niet meer wordt gecontroleerd, is dat een ondermijning van de democratie. Bovendien voorziet een goede pluriforme nieuwsvoorziening in een belangrijke informatiebron.

Er zijn plaatsen waar nauwelijks nog een kritische pers te vinden is, maar waar wel tientallen communicatiemedewerkers in dienst zijn van gemeenten en provincies. Er is geen journalist meer op de tribune van de gemeenteraad te vinden, maar er zijn meer dan genoeg voorlichters. Wat vindt de minister van deze discrepantie? Hoe krijgt de bevolking een onafhankelijke blik op het beleid? Hoe kan de kritische nieuwsvoorziening gewaarborgd blijven? Dat is een belangrijke vraag voor ons.

Welke rol kan de overheid hierbij spelen? De overheid kan innovatie steunen en daartoe kan het Persfonds dienen. Er zijn veel creatieve ideeën rond nieuwsvoorziening maar die hebben soms wel een steuntje in de rug nodig. Het is immers niet gemakkelijk om winstgevend te worden in de digitale wereld. Is de minister het met ons eens dat dit soort initiatieven steun verdienen?

We kunnen bezien of de regionale pers meer kan samenwerken met de regionale omroepen. Hoe kijkt de minister daartegen aan? Gaat de minister werk maken van de adviezen van de commissie-Brinkman, fiscale maatregelen zoals een lager btw-tarief, samenwerking in de distributie en, zoals ik al zei, minder communicatiemedewerkers en persvoorlichters? Er valt veel geld te besparen als ze bijvoorbeeld een maximum stelt aan het budget voor communicatie bij gemeenten en andere overheden.

Ten slotte kunnen we bezien of een volwaardiger Mediafonds uitkomst kan bieden. Digitale media, dagbladen en andere nieuwsbronnen zouden aanspraak kunnen maken op zo'n fonds. Dat gebeurt ook in andere landen. Uiteraard moet de onafhankelijkheid vooropstaan. Wil de minister die mogelijkheid verkennen?

De lokale omroep kan bijdragen aan een goede nieuwsvoorziening. Er is een convenant tussen gemeenten en omroepen, maar de bekostiging kan een probleem zijn. Hoe gaat een kleine omroep in de regio de kosten dragen? Hoe wordt de kwaliteit gewaarborgd als dit niet lukt? Wat kan de minister doen om een duurzame toekomst van de persbureaus te garanderen?

Ik grijp deze gelegenheid om een heel andere vraag te stellen. Ik krijg brieven en mails van mensen die heel ongelukkig zijn met het opheffen van de Wereldomroep. Die vragen wat de mogelijkheden zijn om via Radio 1 uit te zenden op de korte golf of de middengolf zodat het publiek bereikt wordt.

Er is geen makkelijke oplossing voor de verschraling van het nieuwsaanbod. Ik wil het verlies aan expertise door het ontslag van vele journalisten, bijvoorbeeld bij Wegener, voorkomen. Ik wil iets doen aan de oorzaken van deze verschraling. Nieuwe initiatieven hebben een steuntje in de rug nodig. De verschraling van de journalistiek dient geremd te worden. Zonder kritische pers blijft de vervlakking over. Alles wordt van een grijze middelmaat en entertainment. Een domme pers leidt tot domme mensen; dat wil ik ten koste van alles voorkomen.

De heer Bosma (PVV): De SP is een partij met leden. Ik vind dat een rare constructie, maar ik heb er alle begrip voor. Een van de topleden is de heer Derk Sauer. Tegenwoordig is hij samen met Egeria de baas van NRC Media en hij is nog steeds een van de naaste adviseurs van Jan Marijnissen, de voorzitter van de SP. De heer Sauer heeft de hoofdredacteur van NRC Handelsblad eruit geschopt. Dat is een ingreep in de redactionele autonomie. Hij heeft er 30 journalisten uitgeschopt en nu gaat hij er met heel veel geld vandoor, 12,5 mln. Hoe staat de SP tegenover deze manier van bedrijfsvoering en vreest de heer Van Dijk met mij dat dit kan leiden tot wat hij noemt een proces van verschraling in de media?

De heer Jasper van Dijk (SP): Volgens mij is de heer Sauer geen lid van de SP. Verder neem ik volstrekt afstand van elke insinuatie van de heer Bosma. Ik raad hem aan eens te kijken naar leden binnen een partij want democratie is best een goed idee.

De heer Bosma (PVV): In 2010 zegt de heer Sauer in een interview in Vrij Nederland dat hij nog steeds lid is van de SP. Ik weet niet waar de heer Van Dijk de wijsheid vandaan haalt dat de heer Sauer geen lid meer zou zijn. Ik stel de heer Van Dijk een heel simpele vraag. De heer Ulenbelt houdt altijd tranentrekkende verhalen over sociale zaken. Bij NRC Handelsblad wordt ongeveer 10% van de werknemers ontslagen en vervolgens gaan de eigenaren er met heel veel geld vandoor. Daar moet de SP zich toch zorgen om maken? Dat is toch een bonuscultuur?

De heer Jasper van Dijk (SP): Ik ben niet verantwoordelijk voor elk lid van een politieke partij. Ik ga niet reageren.

De heer Braakhuis (GroenLinks): Voorzitter. Vandaag spreken we over persbeleid. Als nieuwkomer op deze portefeuille valt me op dat er sprake is van een soms wat fossiel karakter. Het is alsof internet niet bestaat en de wereld van de media nog steeds alleen bestaat uit papier en beeldbuis. We zijn toch echt een stuk verder. Dit is de tijd van onlinenieuws, snappy en snel, led-schermen, een draadloze wereld waarin we steeds het nieuws binnen handbereik hebben. Dat zet natuurlijk de wereld van de media op zijn kop en leidt ertoe dat er een ander soort concurrentieveld ontstaat. Het verschil tussen achtergrondjournalistiek en actueel nieuws wordt daardoor enorm verscherpt. Het papier lijkt er niet tegen gewapend te zijn en de krantenmarkt staat zwaar onder druk, en hiermee ook een groot stuk kwaliteitsjournalistiek. Hoe kijkt de minister hiertegen aan? Aan de ene kant begrijp ik dat we niet kunnen ingrijpen in een vrije markt, maar aan de andere kant maak ik me hier zorgen over.

We hechten zeer grote waarde aan het Stimuleringsfonds voor de Pers. Als ik de evaluatie evalueer, lees ik vooral positief commentaar met wat verbeterpunten. Het is goed dat deze punten worden aangepakt maar het blijft ons bevreemden dat internetinformatieproducten een tijdelijke regeling is en niet tot een permanente taak van het fonds wordt verheven. Ik begon mijn betoog er al mee: dit getuigt in mijn optiek van een verouderde visie op het persbeleid. We hebben al vaker gepleit voor een omslag in het mediabeleid van de overheid: niet kijken naar het medium, maar het borgen van de functies. In dat opzicht kan men het Stimuleringsfonds voor de Pers zien als een voorloper van de manier waarop het verder moet. Het heeft immers een van de belangrijkste publiekemediafuncties ten doel, namelijk handhaven en bevorderen van de pluriformiteit van de pers voor zover dit van belang is voor de informatie en opinievorming. Dan is het gek dat juist bij dit fonds de digitale journalistiek niet als integraal onderdeel van de media wordt gezien. Wat vindt de minister hiervan en gaat zij hieraan wat doen?

Ditzelfde merkwaardige en wat mij betreft fossiele onderscheid zien we bij de btw-heffing op boeken en kranten. De papieren versies vallen nog steeds onder het lage btw-tarief en de digitale versies vallen onder het hoge tarief. Hiervan heeft mijn fractie door moties van Femke Halsema en Mariko Peters al vaker een punt gemaakt. Elke keer wordt dan verwezen naar Europa. Dit was ook de laatste keer het geval. De staatssecretaris wilde zich niet sterker maken voor een lager tarief want eerst is Europa aan zet. Vandaag maak ik er nog een keer een punt van, maar dan wel krachtiger en duidelijker. Het kabinet kan wel verwijzen naar Europa, maar nota bene mevrouw Kroes zegt zelf op de Frankfurter Buchmesse dat dit verschil heel raar is. En Frankrijk en Luxemburg hebben inmiddels eigenstandig wel degelijk voor één laag tarief gekozen. Ik zie dan ook geen enkele reden meer waarom we dat in Nederland niet zouden doen. Is de minister bereid hierover met staatssecretaris Weekers in gesprek te gaan en hierover een besluit te nemen? Tegelijkertijd dring ik erop aan dat het kabinet zich in Europa inzet voor een gelijk tarief voor hetzelfde product op papier dan wel digitaal, voor e-books en kranten. Wat mij betreft is dat het lage tarief. Laten we daarmee eens beginnen.

Het is fijn dat de aanbevelingen van de commissie-Brinkman voor het grootste deel geheel of gedeeltelijk zijn overgenomen. Onze zorgen over de stand van de journalistiek in Nederland zijn echter onverminderd groot, met name wat betreft de regionale journalistiek. Het is goed dat er wat stappen worden gezet om die positie te verbeteren, maar is dat wel genoeg?

Ik wil nog één ding heel nadrukkelijk kwijt. Publieke middelen moeten een publiek doel dienen. Het gaat dan om de waarde en werking van de democratie, pluriformiteit, achtergronden, opinies en lokale informatie. Deze zaken zijn bij commerciële partijen niet noodzakelijk geborgd. Ik hecht eraan dat we als overheid eindelijk eens loskomen van dit mediakanaaldenken en één lijn trekken voor alle media. We willen dat, net als op televisie, ook op andere kanalen de inzet van publieke middelen dezelfde doelen dienen, dus ook op internet. Belastinggeld is dus bijvoorbeeld niet goed besteed aan een nieuwsfragment waarmee gepoogd wordt om te concurreren met snappy commerciële sites. Het ontbreekt aan een glashelder toetsingkader om te bepalen of publieke middelen te allen tijde binnen welk medium dan ook wel aan publieke doelen worden besteed. Is de minister bereid om die publieke doelen goed uit te werken? Is zij bereid op die manier een toetsingskader te vormen dat van toepassing is op alle media zodat we ophouden met denken in media, maar gaan denken in termen van functies en publieke doelen? Is ze bereid daarop toe te zien binnen welk medium dan ook?

De heer Haverkamp (CDA): Voorzitter. In de ogen van mijn fractie zijn democratie en een onafhankelijke pers onlosmakelijk met elkaar verbonden. In de Verenigde Staten kan men dat het beste zien. Daar is een museum dat volledig privaat gefinancierd is, het Newseum. Daar hangt een heel grote kaart van de wereld. Daarop kan men precies zien in welke landen het redelijk goed staat met de persvrijheid, in welke landen dat zorgelijk is en welke landen in de gevarenzone zitten. Op die kaart scoort Nederland goed; we staan op de derde plaats in het onderzoek van de Amerikaanse organisatie Freedom House. Zorgpuntje is wel de bronbescherming zoals we recentelijk hebben kunnen zien bij de discussies over De Telegraaf. Zorgpunten zijn ook de positie van het koningshuis en de hoge concentratie van krantentitels. Collega Bosma refereerde er al aan. De pluspunten van het Nederlandse mediabestel zijn de grote concurrentie op de televisie en de pluriformiteit van de publieke omroep. Iedereen zal zich realiseren dat een land als Noord-Korea lager scoort. Opvallend is dat een land als Italië in de gevarenzone zit. Het probleem is de onafhankelijke positie van de pers. Dat is deels te wijten aan de grote concentratie. In Nederland dreigt dat ook; dat geeft het onderzoek ook aan.

Een ander zorgpunt in Nederland werd in het rondetafelgesprek door de Nederlandse Vereniging van Journalisten aangegeven: het grote aantal voorlichters bij overheidsorganisaties versus het beperkte aantal journalisten dat hen moet controleren. We zien elementen die misschien kunnen helpen om dit gevaar tegen te gaan. Eén element is bijvoorbeeld een betere bescherming van de persbureaus. Als iemand van een persbureau wat opschrijft, kunnen andere journalistieke media dat gebruiken als bronmateriaal. De lage tarieven en het feit dat iedereen denkt dat de informatie gratis is als het eenmaal gepubliceerd is, maakt dat wel erg lastig. TNO heeft hierover een rapport gepubliceerd. Wat doet de minister met de bevindingen van dit rapport, en met name met betrekking tot de auteursrechtelijke bescherming?

Het is een opvatting van onze fractie dat het niveau stijgt wanneer er competitie is. We mogen dat zelf als politici ervaren in de Haagse kaasstolp. Journalisten van bijvoorbeeld RTL en de NOS lopen net even harder omdat ze weten dat het risico bestaat dat een ander er met een primeur van doorgaat. Het is voor politici niet altijd even leuk als je bonnetje van McDonalds op de RTL-website terechtkomt, maar controle is wel heel belangrijk voor de democratie. De onafhankelijke media zijn de waakhonden maar ze moeten wel voldoende tanden hebben. Dat geldt ook voor de medeoverheden.

Wij zijn met een aantal journalisten. Ik zie ze hier tegenover mij zitten. Dat is echter niet altijd het geval voor mijn collega's in gemeenteraden en provinciale staten. Vooral in de regio staat de onafhankelijke nieuwsvoorziening onder druk. We zijn dan ook blij met de initiatieven die de minister heeft genomen om juist binnen de regio te bekijken wat er mogelijk is tussen publiek-privaat. Kunnen een regionale omroep en een regionaal dagblad niet samenwerken? Kunnen die niet samen een correspondent ergens heen sturen? Iedere tiener kan tegenwoordig een filmpje maken met zijn mobiele telefoon. Dat moet een journalist toch ook kunnen. Hoe staat het met het experimenteerartikel dat de minister heeft geïntroduceerd en hoe loopt de samenwerking op dat terrein?

We moeten oppassen voor valse concurrentie. In de hoorzitting gaven de geprinte media heel duidelijk aan dat op internet de publieke omroep hun concurrent is. Het is lastig voor uitgevers om een gezond verdienmodel te krijgen. Ik refereerde al aan de VS. Daar zien we ook dat de ene na de andere krant verdwijnt. Dat is niet zozeer omdat daar een sterke publieke omroep is, als wel omdat het heel lastig is voor geprinte media om een gezond verdienmodel te krijgen.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik ben blij dat de heer Haverkamp dit punt maakt. Dat is inderdaad heel pregnant naar voren gekomen tijdens het rondetafelgesprek. Ik heb het ook al een paar keer naar voren gebracht in debatten over oneerlijke concurrentie vanaf het internet. Toen heeft mijn fractie gezegd dat we er in ieder geval voor moesten zorgen dat de publieke omroep geen reclame meer mocht maken op internet. Dan hebben we in ieder geval daar een gelijk speelveld. De mensen bij het rondetafelgesprek pleitten daar ook voor. Is de heer Haverkamp het met ons eens dat het inderdaad nodig is dat in ieder geval op het internet de publieke omroep geen Ster-reclame meer mag verkopen, zodat daar zo min mogelijk concurrentie is?

De heer Haverkamp (CDA): Nee, we delen die opvatting nog niet. Neem bijvoorbeeld een website als NU.nl. Die hebben geen geprinte media; die verdienen namelijk ook geld. We hadden het eerder over advertenties. Er is wel een concurrentie tussen de media. Als we zeggen dat ook de publieke omroep geen advertenties meer mag hebben op de website, houden we de NU.nl's van deze wereld die concurreren met de NRC.nl's, de Telegraaf.nl's enzovoort. Ik weet niet of ik ze allemaal moet noemen; dan krijg ik misschien zelf een boete omdat ik aan sluikreclame doe.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): De heer Haverkamp herhaalt wat hij in dit debat al eerder zei. Ik vind het interessant en nieuw dat hij zich nu inderdaad zorgen maakt over het ongelijke speelveld op internet, maar hij verbindt er geen enkele conclusie aan. Wat is zijn oplossing dan, als we de publieke omroep niet moeten verbieden reclame te maken op internet? Of signaleert hij het alleen maar bij het rondetafelgesprek en denkt hij: na mij de zondvloed?

De heer Haverkamp (CDA): Dat zijn een aantal stellingen. Allereerst zou het natuurlijk raar zijn als we niets doen met de informatie die zo duidelijk naar voren wordt gebracht door mensen die we zelf hebben uitgenodigd. Vandaar dat ik het hier ook noem. Ik wil ook naar de minister gaan. We hebben afspraken gemaakt in de brief van 1 juni waarin we hebben gezegd dat de publieke omroep terughoudend moet zijn met zijn activiteiten op bijvoorbeeld internet. Dat is al een eerste stap. Wees kritisch: wat gebeurt er wel op internet en wat niet? Adverteren is natuurlijk niet de primaire taak van de publieke omroep. Ik vrees alleen dat een reclamevrije publieke omroep niet automatisch de redding zal zijn van de dagbladen. Daarom kijk ik ook naar de VS. Daar zien we geen publieke omroep, maar we zien wel dat de kranten onder druk staan. The Wall Street Journal is een positieve uitzondering. Andere media, zoals NU.nl, springen ook in het gat van het internet. We moeten kritisch bekijken wat de publieke omroep moet doen. De publieke omroep heeft bijvoorbeeld een aanbod gedaan aan uitgevers het nieuwsmateriaal van de NOS gratis op hun website te publiceren. Ziet de minister het als een positieve stimulans dat iets wat met belastinggeld geproduceerd is, vervolgens ten dienste van de hele samenleving komt?

Er is een convenant gesloten tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de lokale omroepen. De minister is bezig met de voorbereiding van een wetsvoorstel. Mogen we ervan uitgaan dat de inhoud van het wetsvoorstel niet strijdig zal zijn met het gesloten convenant?

De heer Van Dam (PvdA): Voorzitter. Het is vervelend te moeten constateren dat we al jarenlang hetzelfde debat aan het voeren zijn. De situatie in de pers is al jarenlang hetzelfde en er bestaat al jarenlang geen echt persbeleid. Het is voor mij bijzonder om te ervaren dat ik het in waarschijnlijk een van de laatste debatten in deze Kamer met de heer Bosma eens ben. Ik zeg er gelijk bij dat ik het niet eens ben met al zijn kwalificaties, maar wel met zijn analyse dat een deel van het probleem in de sector zelf zit, namelijk activistische aandeelhouders die veel meer waarde toekennen aan het eigenbelang dan aan het maatschappelijke belang van de pers. NRC Handelsblad is er natuurlijk een absurd voorbeeld van; aan de ene kant ontsla je 30 man en aan de andere kant trek je miljoenen euro's uit het bedrijf om in je eigen zak te steken. Ik maak me veel meer zorgen over het feit dat dit normaal gevonden wordt dan over de politieke kleur van de persoon die het toevallig betreft zoals de heer Bosma doet. Het is namelijk niet uniek. Het gebeurt bij meerdere media. Bij Mecom en Wegener hebben we soortgelijke ontwikkelingen gezien. Bij Apax, destijds eigenaar van PCM, gebeurde hetzelfde. Het is lastig om deze minister nu nog van alles te gaan vragen, want ik denk niet dat ze nog lang op deze post zal zitten, hoewel je dat overigens nooit zeker weet. In dit debat moeten we eerder de lijnen uitzetten voor de komende periode en wat daarin moet gebeuren. Dit punt zal ongetwijfeld ook in de volgende periode terugkomen, evenals het debat over mediaconcentraties.

Een andere ontwikkeling is de veranderende markt. Het wordt steeds moeilijker om geld te verdienen met journalistieke content. Het gaat niet meer om kranten. Na elk debat krijg ik enorm veel reacties vanuit de onlinewereld dat kranten ouderwets zijn, maar het gaat niet om kranten, het gaat om journalistieke inhoud. Het gaat wel om het verschil tussen grote en kleine redacties. Grote redacties hebben wel degelijk een meerwaarde. Ze hebben een journalistieke functie omdat in die redacties meer wordt afgewogen en bediscussieerd wat precies het nieuws is, op welke manier het gebracht wordt en waaraan prioriteit gegeven wordt.

We zien dat de exploitatiemogelijkheden voor journalistieke content minder worden. De bereidheid om abonnee te worden van een krant, en al helemaal van een onlinekrant, wordt minder. De advertentie-inkomsten lopen terug. In die hoorzitting was ik wel verbaasd dat vertegenwoordigers van twee grote concerns zeggen dat hun grootste concurrent de publieke omroep is. De grootste concurrenten voor de kranten zijn op dit moment Google en Facebook online. Een grote smak van het advertentiegeld in Nederland gaat daar naartoe en wordt linea recta de oceaan overgeheveld. Bij de commissie-Brinkman destijds heb ik gedegen onderzoek naar dit soort toekomstige ontwikkelingen gemist. Hoe gaan die exploitatiemogelijkheden zich ontwikkelen? Hoe gaat die markt er uitzien? Wat zijn de echt grote concurrenten? Wordt de journalistiek daadwerkelijk in zijn maatschappelijke functie bedreigd, zoals vaak gezegd wordt? Is de minister bereid zo'n onderzoek in gang te zetten en daarin mee te nemen wat de impact is van de reclame op de website van de publieke omroep? Dat is wel degelijk een mogelijk punt van discussie. Ik zeg er meteen bij dat dit niet het moment is om met publiek geld een derving van reclame-inkomsten bij te passen, maar voor de langere termijn lijkt dit me wel iets om over na te denken.

De heer Haverkamp (CDA): Dit is natuurlijk heel interessant. We hebben al stapels onderzoeken. De heer Van Dam zegt terecht dat dit debat al jaren loopt. Als er uit het onderzoek komt dat Google inderdaad een grote bedreiging is voor de media in dit land, wat is dan de vervolgstap van dit parlement? Wat gaan we dan doen met het onderzoek?

De heer Van Dam (PvdA): Ik verval ook weer in herhaling. Dat is het vervelende van een debat dat al zoveel jaar gevoerd wordt. Als we constateren dat de exploitatiemogelijkheden voor journalistieke content in Nederland teruglopen en dat dit ook te maken heeft met bijvoorbeeld het kleine taalgebied, kunnen we overwegen om de exploitatiemogelijkheden wat makkelijker te maken. Dat kunnen we bijvoorbeeld doen via een lager btw-tarief op digitale publicaties. Ik wil het pleidooi van de heer Braakhuis ook nu weer ondersteunen want het is echt absurd dat voor digitale publicaties een hoger btw-tarief moet worden afgerekend dan voor papieren publicaties. Ik vraag de minister opnieuw of Europa dit werkelijk in de weg staat. Ik ben er na al die jaren nog steeds niet van overtuigd.

We hebben op voorstel van de heer Van der Ham indertijd voorgesteld om onderzoeksjournalistiek onder te brengen in de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). We kunnen natuurlijk een soortgelijke regeling voor journalistiek personeel ontwerpen vanwege het maatschappelijk belang van de journalistiek. Het grote voordeel is dat de overheid dan niet aan het subsidiëren is, maar dat er een fiscaal voordeel ontstaat voor iedereen die journalistieke content produceert. Daarmee zouden we de exploitatie makkelijker kunnen maken. Dat zou de conclusie van een dergelijk onderzoek kunnen zijn. Ik had zelf graag gewild dat dit uit het rapport van de commissie-Brinkman wat sterker naar voren was gekomen.

Ik spring nog even naar de lokale omroepen. Ik vraag de minister, in het verlengde van de heer Haverkamp, of het voor lokale omroepen mogelijk is om bovenlokaal te gaan samenwerken of zelfs te fuseren. Dat wil men graag. Als we de wet goed lezen is het al mogelijk. Als men bijvoorbeeld in een dorp een omroepstichting opricht en zegt: we zijn lokaler dan het gemeenschappelijke initiatief, heeft men bij het Commissariaat voor de Media (CvdM) het eerste recht op een uitzendvergunning, De wet staat niet in de weg dat lokale omroepen met elkaar samenwerken en bijvoorbeeld een conglomeraat vormen voor een stadsregio. Dat zou heel goed denkbaar zijn.

Lokale omroepen komen er niet tussen bij Digitenne. Zijn er mogelijkheden om te forceren dat ook de lokale omroep digitaal via de ether wordt uitgezonden?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Voorzitter. Ik moet altijd weer even nadenken waar ik moet beginnen. Er zijn zo veel onderwerpen om te bespreken. Om eerlijk te zijn dacht ik bij de voorbereiding dat ik mijn inbreng van het wetgevingsoverleg van twee jaar geleden wel weer tevoorschijn kon halen. Alle punten die ik toen naar voren heb gebracht, spelen nog steeds en zijn pregnanter naar voren gekomen, ook tijdens het rondetafelgesprek van een paar weken geleden. Gelukkig hoor ik nu wel wat meer begrip bij de collega's aan tafel. Indertijd zei ik: geen reclame op de publieke websites op internet. De heer Van Dam zei daarop tegen me dat ik Wilma Flintstone was. Nu wil de heer Van Dam dat de minister in ieder geval onderzoekt of dit inderdaad niet de markt verpest. Ik heb heel duidelijk gehoord tijdens die rondetafelgesprekken dat de pers, die het toch al moeilijk heeft, er last van heeft dat ze openlijk beconcurreerd wordt door de publieke omroep. Ze wordt niet alleen beconcurreerd door het feit dat de publieke omroep er is. Niemand heeft aan die tafel dan ook bepleit dat de publieke omroep moest verdwijnen; dat is het punt helemaal niet. Het gaat over de manier waarop de publieke omroep zich positioneert, namelijk nadrukkelijk als een concurrent. De NOS zegt zelf dat ze de best bekeken nieuwssite van Nederland wil worden. De NOS maakt gebruik van haar journaaluitzendtijd om elke ochtend reclame te maken: download deze app nu gratis. En ze gebruikt daarvoor volgens mij de stem van de inspreker van de spotjes van de commerciële radio. Het klinkt ook als een spotje. Afgelopen vrijdag zie ik in het achtuurjournaal een item van drie minuten waarin reclame gemaakt werd voor de NOS Sportzomer op de radio. Er werd niets gezegd, er zat een leuk muziekje onder; het was gewoon een reclamespot. De NOS positioneert zich nadrukkelijk als een concurrent van private journalistiek. Daartegen maken we bezwaar. De publieke omroep heeft een taak. Die is trouwens in de wet veel te breed neergelegd. Die taak mag smaller en duidelijker en moet zich veel meer alleen met het nieuws, achtergronden van het nieuws en cultuur bezighouden. De NOS heeft geen enkele reden om zich als concurrent te positioneren en ze zou dat ook echt niet moeten doen. Ik vind dat de minister daarop moet ingrijpen.

De heer Braakhuis (GroenLinks): Is mevrouw Van Miltenburg bereid om mijn pleidooi voor het vormgeven van een helder toetsingskader dat van toepassing is op alle publieke middelen die besteed worden binnen het medialandschap? Dan kan datgene waarover ze nu klaagt, getoetst worden aan de hand van wat de minister ons levert.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Dit riekt naar de kwaliteitseisen waarvoor ook de PvdA al eerder gepleit heeft. Ik vind het lastig dat de heer Braakhuis vindt dat de politiek moet toetsen of er goede dingen gebeuren met betrekking tot de inhoud van de journalistiek. Het heldere toetsingskader in de wet, namelijk de taakopdracht, moet beperkt worden. Als de heer Braakhuis dat bedoelt, ben ik het met hem eens. Ik ben geen voorstander van een kader om te toetsen of de inhoud voldoet aan de door de politiek gewenste normen.

De heer Braakhuis (GroenLinks): Dat vind ik een merkwaardige opvatting. Volgens mij heeft de politiek allang uitgesproken dat de publieke omroep bijvoorbeeld een publiek doel heeft. Daarom worden er ook publieke middelen voor ter beschikking gesteld. Mij gaat het erom dat er een helder toetsingskader komt, of het nu smal of breed is, dat voor alle media van toepassing moet zijn en dat we niet langer onderscheid maken tussen de kanalen, maar wel toetsen waaraan de publieke middelen worden uitgegeven. Hierover wil ik graag de mening van mevrouw Van Miltenburg.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Misschien moet de heer Braakhuis met een voorbeeld komen hoe dat er dan uit moet komen te zien. De manier waarop hij dit beschrijft, en de beelden die ik erbij krijg, vind ik heel naar. De politiek moet zich niet bezighouden met de inhoud van de media. Om die reden moeten er overigens zo veel mogelijk private media zijn en moeten we voortdurend opletten of de publiek gefinancierde media de privaat gefinancierde media niet te veel in de weg zitten. Er moet een gelijk speelveld komen. We kunnen ons afvragen of we private media die het moeilijk hebben, meer moeten subsidiëren en dus publieker moeten maken en onze vinger in de pap groter maken want we gaan er weer subsidievoorwaarden aan stellen. Of moeten we ervoor zorgen dat de publieke media de private media niet te veel in de weg zitten?

De heer Haverkamp (CDA): Het is interessant te constateren dat de VVD-woordvoerster zegt dat de politiek niet de inhoud van een programma moet toetsen. Vervolgens komt het hele kijkgedrag van mevrouw Van Miltenburg langs over wat wel of niet goed zou gaan bij de publieke omroep. Het is toch de taak van het CvdM om dat te handhaven? Mevrouw Van Miltenburg heeft redelijk veel tijd besteed in de schriftelijke voorbereiding van dit debat dat de criteria helder moeten zijn. Heeft ze het gevoel dat het CvdM onvoldoende stokken heeft om eventueel de publieke omroep te slaan als die zich niet aan de spelregels houdt?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Op dit moment geeft het CvdM ook zelf aan dat die stokken voor een deel beter aangescherpt zouden moeten worden. De heer Haverkamp verwijt me dat ik me niet met de inhoud bezighoud, maar ik zie een reclamespot voorbijkomen. Ik verwijs naar de uitspraken van de NOS-directeur waarin hij zegt dat hij wil dat de NOS de best bekeken nieuwssite van Nederland wordt. Met die uitspraak positioneert hij zich duidelijk als concurrent, terwijl hij zeker weet dat het geld overgemaakt wordt om de dingen te doen die hij moet doen. Hij heeft een publieke taak die hij goed moet uitvoeren. Hij moet geen concurrent worden. Hij doet niets wat niet mag; dat zegt hij in de media als hij wordt aangevallen en daarin heeft hij gelijk. Hij heeft een brede taakopvatting en hij mag op internet actief zijn. Ik wil dat in de nieuwe Mediawet deze omissie uit de vorige Mediawet gehaald wordt en dat de taak van de publieke omroep weer beperkt wordt tot het maken van radio- en televisie-uitzendingen en dat internet alleen gebruikt wordt voor het hergebruiken van dingen die al eerder gemaakt zijn.

De heer Haverkamp (CDA): Dat was een lang antwoord op een korte vraag. Bent u van mening dat het CvdM op dit moment niet kan handhaven? Het heeft zelf aangegeven dat de spelregels voor hen duidelijk waren en dat het degenen die gehandhaafd worden, helpt door nog een folder uit te brengen. U bent als VVD-woordvoerster ook in het verslag uitgenodigd om contact op te nemen met het CvdM. Hebt u dat ook gedaan?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Jazeker, ik ben er een hele dag geweest. Ik ben van mening dat de regeltjes niet verder aangescherpt moeten worden. Ik ben blij dat het CvdM duidelijk laat weten dat allerlei vormen van samenwerking mogelijk zijn. Voor zover ik kan zien, zijn er geen problemen. Ik weet verder niet waarom u een probleem ziet dat ik niet zie. Ik ben er op bezoek ben geweest en ze hadden lekkere broodjes.

De heer Jasper van Dijk (SP): Ik vind het een beetje moeilijk een lijn te ontdekken in het betoog van mevrouw Van Miltenburg want ze zegt op het laatst toch weer dat de publieke omroep zich moet beperken tot radio en televisie. Dat doet me weer aan de Flintstones denken want volgens mij leven we in een ander tijdperk. We hebben samen gesprekken gevoerd over innovatieve ideeën rond de verspreiding van nieuws, ook op internet. Dat hebben we gedaan met jongeren die daarover heel creatieve ideeën hebben. Ze zeiden er wel heel duidelijk bij dat ze een startkapitaal nodig hebben. Is mevrouw Van Miltenburg het ermee eens dat die vorm van ondersteuning heel vruchtbaar kan zijn?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik heb die jongeren inderdaad samen met de heer Van Dijk gesproken. Zij zeiden dat het makkelijker zou zijn als ze een startkapitaal zouden hebben. Dat snapt iedereen want als je een startkapitaal hebt, hoef je in ieder geval geen energie te stoppen in het vinden van kapitaal. Ze zeiden tijdens dat gesprek ook dat de dingen die het Stimuleringsfonds voor de Pers op dit moment doet, op geen enkele wijze bijdragen aan de innovatie van de media. Dat had ik zelf ook al geconstateerd. Het enige wat het Stimuleringsfonds voor de Pers tot nu toe doet is bestaande media helpen met het zoeken naar nieuwe manieren om geld te verdienen, maar niet om innovatief, op een leuke nieuwe manier, media te maken. Als het Stimuleringsfonds voor de Pers er dan toch is, zou het zich veel meer zou moeten richten op innovatieve manieren om journalistiek te bedrijven dan op innovatieve manieren om geld te verdienen.

De heer Jasper van Dijk (SP): Mag ik dan dus vaststellen dat de VVD geen voorstander is van het opheffen van dit fonds, maar vindt dat dit fonds zich moet richten op innovatieve ideeën?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Als het fonds er toch is, moeten we het beter inzetten, maar wat mij betreft hoeft het fonds er niet te zijn.

FunX zou worden afgeschaft. Het is ondergebracht bij de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) of die heeft die taken overgenomen De rechtstreekse subsidie is afgeschaft. Het lijkt er nu op dat de NPO allerlei radiofrequenties kaapt en daarvoor niet hoeft te betalen. Daardoor kunnen commerciële radiozenders die ook dat soort radio willen maken in de grote steden, hun bedrijf niet voeren. Het lijkt me oneerlijke concurrentie en het zou me wat waard zijn als het CvdM dat eens bekijkt. Ik zou overigens denken dat ze dat al gedaan heeft. Graag hoor ik een reactie van de minister.

Ik heb inderdaad samen met mijn collega Boris van der Ham indertijd een amendement met betrekking tot de programmagegevens ingediend. Dat ligt momenteel in de Eerste Kamer. De Telegraaf is nu bezig ervoor te zorgen dat de uitspraak van Europa over het geheel vrijgeven van programmagegevens definitief uitgevoerd wordt. Het was ooit de inzet van mijn partij en die van collega Van der Ham om dat voor elkaar te krijgen in de wet. Er was toen geen meerderheid voor in de Kamer. Ik mag me er verder niet mee bemoeien, maar ik ben blij met de uitspraak van Europa dat die programmagegevens geheel vrijgegeven moeten worden. Als ons amendement daarmee overbodig wordt, laat ik daar geen traan om.

De publieke omroep moet zich beperken in zijn taak vanwege een ander punt in de Mediawet, namelijk de pluriformiteit van de media. De pluriformiteit van de media staat onder druk. Dat hebben we allemaal kunnen horen tijdens het rondetafelgesprek. We moeten ervoor zorgen dat waar de druk groot is door de publiek gefinancierde media, de taak van de publieke omroep weer kleiner wordt zodat de pluriformiteit van de private media gehandhaafd blijft. Uiteindelijk is de democratie daarmee het meest gediend.

De heer Van der Ham (D66): Voorzitter. De overheid moet een persbeleid vormgeven dat gericht is op het invullen van hiaten. Als de samenleving de hiaten zelf niet kan invullen of moeilijk tot kwaliteit kan komen, moet de overheid helpen. Ik sluit aan bij de woorden van mevrouw Van Miltenburg dat dit natuurlijk kan verschuiven door nieuwe communicatiemiddelen of door demografische ontwikkelingen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik na de hoorzitting nog meer besefte dat op landelijk gebied het belang van de publieke diensten op een aantal punten afneemt. Er is immers heel veel aanbod, zowel op internet als via de kranten. De diversiteit staat onder druk maar is er nog wel. Op lokaal gebied staat de diversiteit er echter ongelooflijk kritisch voor. Er zijn gemeenteraden waar geen journalist meer op de bankjes zit en waar een soort basisaanwezigheid van journalistieke kennis en expertise ontbreekt. Daarover moeten we ons als samenleving, en de overheid als verlengstuk van die samenleving, wel druk maken want dit is een heel belangrijk element in het vormgeven van onze democratie. Ik wil graag die scheiding tussen landelijk en lokaal aanbrengen. Het zijn echt verschillende debatten.

Eén debat gaat over de manier waarop we het probleem landelijk moeten aanpakken. Een aantal kranten onder andere De Telegraaf en de Volkskrant, heeft gezegd dat ze grote concurrentie ondervinden van de publieke omroep, bijvoorbeeld op internet. Als dit zo is, sta ik aan de kant van de kranten, maar ook aan de kant van andere commerciële partijen. Ik heb ook gezegd: toon dat dan aan. Al er dan verwezen wordt naar de NOS-website vind ik dat niet het sterkste argument.

Ik vind het wel interessant om een economisch onderzoek te laten doen naar de overlap. Dat heeft onder andere de heer Van Nispen van V-ventures ook gezegd. Zo'n onderzoek wil ik ondersteunen. Ik vind het wel moeilijk om te bepalen waar we dan precies de vinger op moeten leggen. Er wordt gezegd dat de NOS-website alleen een soort internetvariant moet zijn van wat er op televisie gebeurt. Dat is precies wat er ongeveer op die site gebeurt; er gebeurt niet zo heel veel meer. Door de Volkskrant en De Telegraaf wordt gezegd dat materiaal, bijvoorbeeld filmmateriaal, beter ontsloten moet worden voor commerciële partijen. Daarbij kan ik me wel iets voorstellen. Het materiaal kan nu gebruikt worden door embedding, maar men kan zich voorstellen dat ook grover materiaal, dus het oorspronkelijke materiaal, gebruikt zou mogen worden. Ik ben ervan overtuigd dat dit soms heel complex is omdat er ook allerlei auteursrechten aankleven. Ik vind het interessant om dat eens te onderzoeken. Ik begrijp dat punt heel goed en ik vind dat er op die punten een level playing field moet worden nagestreefd. Welke stappen wil de minister nemen om die concurrentie eerlijker te maken en is ze bereid om met de partijen te praten om meer in te zetten op bijvoorbeeld samenwerking en het delen van materiaal?

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): De heer Van der Ham spreekt over het delen van beeldmateriaal van de publieke omroep, dat de publieke omroep zijn beeldmateriaal gratis ter beschikking moet stellen aan derden. Bij het rondetafelgesprek werd daarvoor ook gepleit. Gelukkig heeft hij het ook over het level playing field. Als we het ene probleem oplossen voor de geschreven pers, namelijk dat ze gratis beeldmateriaal krijgen, creëren we een ander probleem. We creëren dan namelijk een ongelijk speelveld voor andere commerciële bedrijven die beeldmateriaal maken en die van de verkoop ervan moeten leven. Heeft hij daarover een opvatting?

De heer Van der Ham (D66): Dat is natuurlijk een ongelofelijk groot dilemma. Op het moment dat we iets verschuiven, zetten we van alles onder druk. Het dilemma dat mevrouw Van Miltenburg schetst, zie ik ook. De panelen in de landelijke media zijn aan het verschuiven juist omdat alles met elkaar verbonden is, omdat het via internet gaat en omdat er steeds meer vormen van audiovisuele media zijn. Ik vind het een fundamenteel onderzoek waard. Hoe gaan we ermee om? Als we de publieke omroep zo houden, is die niet meer helemaal passend bij deze tijd. Ik denk dat die geschetste dilemma's allemaal uit zo'n onderzoek zouden moeten komen. Ik heb niet onmiddellijk de oplossing want het is lastig.

Het is nog steeds een heel belangrijke taak van de NOS en zeker ook van het NOS-journaal dat ze dingen doet waartoe commerciële partijen zich niet zo snel geroepen voelen omdat het te duur is om het te maken. Ik heb wel eens eerder bij debatten over het persbeleid gevraagd waarom de NOS niet veel meer in moeilijke continenten en in moeilijke landen is. Elke commerciële partij zit wel in New York omdat daar vandaan mooie rapportages worden gemaakt, maar het is belangrijk dat er journalistieke berichtgeving gebracht wordt over Afrika, over landen waarvan de nieuwswaarde misschien wat minder in het oog springt. Dat is een heel belangrijke taak en ik vind dat de NOS daarin op een aantal punten tekortschiet.

Ik heb al jaren geleden een initiatiefwetsvoorstel overgenomen van mijn collega Bert Bakker over het proper financieren van de lokale publieke omroepen. Er is een amendement van gemaakt bij de behandeling van de Mediawet een paar jaar geleden, een soort vingerwijzing naar gemeenten. Heel veel gemeenten houden zich er niet aan waardoor lokale omroepen in de problemen komen. Ik weet dat de minister op de lijn staat die ik ook uitdraag, namelijk dat het gewoon moet worden uitgegeven aan de lokale media. Ik ben benieuwd hoe het er nu voorstaat. Ik heb begrepen dat er heel veel beweging is, ook bij de VNG. Wat is de laatste stand van zaken en gaat het nu een keer goed gebeuren?

Ik sluit me aan bij het citaat van de heer Van Dam uit mijn koker dat de WBSO gebruikt mag worden voor onderzoeksjournalistiek op alle fronten, dus ook op internet.

Er komt een brochure over het experimenteerartikel. Wat gaat de minister precies doen met die brochures? Is het enige wat de minister gaat doen dat experimenteerartikel onder de aandacht brengen?. Vooruitlopend op haar antwoord, hoe voorkomt de minister dat deze goedbedoelde plannen leiden tot concurrentievervalsing?

Tot slot, we zijn blij met het Stimuleringsfonds voor de Pers en wat daaruit is voortgekomen.

De heer Bosma (PVV): De heer Van der Ham was een van de draagvaders van het initiatiefwetsvoorstel inzake de programmagegevens. Nu speelt er een nieuwe zaak die hier zijdelings mee te maken heeft, namelijk dat De Telegraaf uit vrije nieuwsgaring die gegevens achter elkaar plakt en op zaterdag met een gidsje komt. Hoe staat de heer Van der Ham als draagvader tegenover dit initiatief?

De heer Van der Ham (D66): Ik verwijs naar mevrouw Van Miltenburg want op dat punt zijn we het eens. We hebben een prachtig wetsvoorstel ingediend dat heel duidelijk vormgeeft aan onze ideeën. De uitspraken die in Europa zijn gedaan en de vraag vanuit de sector, van onder andere De Telegraaf om dit eens goed te regelen, wordt ondervangen door dit wetsvoorstel. Nogmaals, we hebben een amendement ingediend dat in die richting komt. Als dat kan worden overtroefd door een nog veel beter voorstel, namelijk ons oude voorstel, juichen we dat alleen maar toe.

De heer Bosma (PVV): Volgens mij bestaat er toch een verschil tussen de inhoud van het initiatiefwetsvoorstel en wat er nu gebeurt. Het initiatiefwetsvoorstel gaat over het verkopen van programmagegevens tegen een bepaald tarief, terwijl De Telegraaf deze nu zelf vanuit vrije nieuwsgaring verkrijgt. Een antwoord waarin de heer Van der Ham vertelt over het initiatiefwetsvoorstel vind ik interessant, maar niet relevant. Ik wil graag weten wat hij vindt van de huidige constructie waarbij De Telegraaf dit zelf doet.

De heer Van der Ham (D66): Dat staat op gespannen voet met de manier waarop het nu in de wet geregeld is, maar we hebben er nooit een geheim van gemaakt dat dit van ons in de wet mag worden aangepast.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Voorzitter. Ik dank de geachte afgevaardigden voor de vragen in de eerste termijn. Uit de vragen spreekt grote betrokkenheid bij de pluriformiteit van de pers in Nederland, of die nu publiek of commercieel is, het belang ervan voor de samenleving omdat uiteindelijk de pers transparantie moet geven in een steeds complexer wordende samenleving en de grote relevantie voor de democratie zowel op lokaal, regionaal als nationaal niveau. En natuurlijk spreekt uit de vragen ook de zorg of het aan de commerciële zijde de komende jaren de goede kant opgaat of dat we zien wat breder zichtbaar is, namelijk dat er in andere landen een grote beweging gaande is die ons ook raakt omdat we geen eiland zijn, ongeacht of er nu een publieke omroep is of niet. De heer Haverkamp heeft dat excellent neergezet. Dat is een groot punt van zorg en een primaire verantwoordelijkheid van de eigenaren van de betreffende media, maar natuurlijk ook een zorg van ons. Daarom hebben we hieraan de afgelopen jaren veel aandacht besteed. Niet alleen door er hier met elkaar over te spreken, maar ook om tot bescheiden daden te komen, wetende dat de overheid op dit punt slechts een bescheiden rol speelt.

Ik heb al iets gezegd over de samenwerking en de zorg rondom de commerciële omroep. Er is veel gedaan. Een paar sprekers komen terug op de commissie-Brinkman. De heer Van Dijk vraagt zich met name af of we voldoende gedaan hebben. De heer Brinkman deed in 2009 zeventien aanbevelingen om aan de gang te gaan met de pluriformiteit en te waarborgen dat die ook in de toekomst goed overeind gehouden wordt. Mijn voorganger heeft uitgebreid onderzocht welke aanbevelingen haalbaar waren binnen de Nederlandse context. Daarbij speelt natuurlijk ook Europa een rol. Ik heb dat beleid voortgezet. Twaalf van de zeventien aanbevelingen zijn opgevolgd en dat is heel veel.

Over de afschaffing van de tijdelijke wet op de mediaconcentratie werd verschillend gedacht in dit gremium, maar dit is wel gebeurd. Er waren aanbevelingen met betrekking tot Innovatieregelingen, jonge journalisten, reclameonderzoek, persbureauonderzoek, een onderzoek van de regionalemediacentra – dat rapport heeft de Kamer inmiddels ook in haar bezit – en verruiming van de publiek-private samenwerking. Hierop zal ik later nog uitgebreider ingaan en hiervoor komt nog verdere wetgeving. De kranten zelf werken op dit moment aan het distributienetwerk waarbij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) meekijkt. Dat lijkt me een heel goede score. De fiscaliseringsmaatregel is nog niet uitgewerkt. Met betrekking tot de maximering van de voorlichters hebben we vastgesteld dat het niet aan ons is dit op lokaal niveau te doen. Het ministerie van Algemene Zaken heeft wel een richtlijn voor de voorlichters uitgegeven. Andere aanbevelingen betroffen onderzoekjournalisten en samenleving, verlaging van de btw-tarieven en reserach- and developmentgelden. Al deze punten kwamen uit het rapport-Brinkman en het overgrote deel ervan hebben we goed uitgevoerd binnen de bestaande mogelijkheden. De btw komt ongetwijfeld nader in beeld, maar daarop ga ik later nog in.

Het is belangrijk de publiek-private samenwerking te bekijken. Hoe kunnen we stimulerend zijn vanuit de publieke omroep? Dat er veel belastinggeld naartoe gaat, kan ook behulpzaam zijn. We kennen bijvoorbeeld het lichtere regime voor de culturele en journalistieke samenwerking die ook verwerkt is in de beleidslijn van het CvdM, die bovendien heel recent nog is uitgebreid. Dat betekent dat er samenwerking kan zijn bijvoorbeeld bij festivals en evenementen. Met name op lokaal niveau is dat een interessante optie.

In de komende tijd komen er wijzigingsvoorstellen aan via de Mediawet. Het belangrijkste onderdeel daarvan is dat niet eerst alles helemaal getoetst moet worden door het CvdM qua publiek-private samenwerking. Men kan gewoon starten en het CvdM volgt het. Dit experiment moet wel begrensd worden tot drie jaar. Dan moet het voorgelegd worden en moet er bekeken worden of dit uiteindelijk structureel zo mag. Met dit experimenteerartikel kom ik in het grote voorstel voor de Mediawet. Dan kan de Kamer daarover uitgebreid het debat aangaan.

Wat kan er nu al? Een omroep kan samenwerken met persbureaus voor de eigen nieuwsvoorziening. Er kan redactioneel materiaal ten behoeve van websites en kranten uitgewisseld worden. Door de verruiming van de beleidsregel van het CvdM is bijvoorbeeld samenwerking tussen omroep en krant bij crossmediale projecten mogelijk. Vrouwen in oorlogstijd is hiervan een voorbeeld. Samenwerking tussen omroep en uitgever bij een gezamenlijke geschiedeniskatern is mogelijk. Dit is bijvoorbeeld in het Historisch Tijdschrift gebeurd. Een voorbeeld van samenwerking tussen Omroep Gelderland en de Gelderlander is een crossmediaal concept voor het cultureel aanbod in Gelderland. We hebben de afgelopen jaren deze vormen van samenwerking al mogelijk gemaakt. Met het experimenteerartikel in de nieuwe wet kan men beginnen zonder dat het eerst getoetst wordt. Nadat het CvdM gezegd heeft dat het goed is, moet het na drie jaar van incidenteel structureel worden. Dat geeft meer mogelijkheden voor creativiteit en initiatief: men kan gewoon starten. We moeten natuurlijk altijd buitengewoon scherp blijven toekijken omdat Europa, maar ook wijzelf, willen dat er geen weglek is tussen privaat en publiek. Daarop zijn we scherp en dat moet ook, anders krijgen we van bovenaf een reprimande.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik heb begrepen dat het CvdM zelf pleit voor toetsing vooraf. Dat lijkt me ook een veel logischer gang van zaken. Ik weet dat het ministerie van OCW altijd graag achteraf wil toetsen. Dat is ook zo bij de themakanalen. Maar bij een dreiging van een verstoring van de markt ga je natuurlijk niet achteraf bekijken of je de markt verstoord hebt. Je bekijkt dan vooraf of er een kans bestaat dat je de markt gaat verstoren.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Het gaat juist om de experimenten met publiek-private samenwerking die de markt ook graag wil. Het kan zijn dat het CvdM het liever vooraf toetst. Het kan ook zijn dat het beter is die ruimte te geven in het kader van het stimuleren van het innovatief vermogen en de samenwerking waarover meerdere mensen hier iets over gezegd hebben. Als het CvdM gedurende dit traject tot de conclusie komt dat het zo echt niet kan, hebben we een andere situatie. Alles voorleggen kan betekenen dat partijen zeggen dat het ze te veel gedoe is door de bureaucratie die erbij komt en ze het laten zitten. Dan missen we de mogelijkheid tot innovatie en het nemen van initiatief daartoe.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): De markt is niet één partij. De minister gaat er in haar redenering vanuit dat er één publieke partij is en dat de hele private markt, die enorm veelvormig is, ook één partij is. Eén partij in de markt wil dat graag om haar positie in de markt te verbeteren ten koste van de andere partijen.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik was afgelopen week in Zeeland bij een van de kleinere regionale omroepen. Ook de heer Van Dijk spreekt hierover zijn zorgen uit. We kennen die ook in Flevoland. Ze moeten hard werken om overeind te blijven met een klein budget omdat er minder inwoners zijn. Die gaven ook aan dat ze het ontzettend belangrijk vinden dat ze op allerlei manieren goed kunnen samenwerken bijvoorbeeld met een regionale krant. Dat was daar nog niet eens zo eenvoudig, begreep ik. Ik wil wel dat het mogelijk is dat men gewoon iets met elkaar gaat doen. Als dat allemaal eerst voorgelegd moet worden aan het CvdM ben ik bang dat er heel weinig gebeurt op het gebied van innovatie en initiatief. Ik zeg: begin nu maar gewoon in het belang van onze burgers en laat het CvdM toetsen. We lopen natuurlijk een beetje vooruit op mijn wetsvoorstel. Ik kan me voorstellen dat we er nog uitgebreid met elkaar op in zullen gaan. Ik weet alvast hoe mevrouw Van Miltenburg er tegen aankijkt. Ik vind het de moeite waard om het toch zo te doen, juist vanwege de situaties die ik net beschreven heb.

De heer Jasper van Dijk (SP): Ik heb een vraag over die richtlijn voor de voorlichters. De minister wijst er even op dat deze onder het ministerie van Algemene Zaken valt. Ik herinner me nog dat de heer Plasterk, haar voorganger, daar ook naar verwees. We hebben niet op korte termijn een debat met de minister-president over dit punt. Kan de minister ons geheugen opfrissen? Ze zegt dat die richtlijn is aangescherpt, maar hoe zit het precies?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Daarop ga ik graag in de tweede termijn in.

De heer Van der Ham (D66): Het is inderdaad vooruitlopen op het wetsvoorstel rond het experimenteerartikel. In mijn bijdrage heb ik ook aangeduid dat het op zich heel goed is dat er nieuwe dingen verzonnen mogen worden om tot een soort basisniveau van journalistieke aanwezigheid te komen. Ik wil de minister wel meegeven dat we moeten voorkomen dat we vanuit paniek om dingen overeind te houden geen monopolisten gaan creëren die bij wijze van spreken andere innovaties eruit gaan drukken. Er zou een marginale toetsing moeten zijn zodat er niets zomaar uitgedrukt wordt onder het mom van «er moet iets bij».

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Daar hebben we het CvdM voor. Dat volgt hoe het werkt en aan het eind van de rit komt er een toets en bekijkt het of dit structureel mag worden na die experimenteerperiode. Voor wie wacht komt alles steeds te laat. Ik vind dat we die ruimte moeten bieden, juist in het belang van het regionale en lokale niveau.

De heer Van der Ham (D66): Dat begrijp ik, maar in drie jaar kan er veel kapot gaan. Nogmaals, ik wil het positief aanvliegen. Ik vind het van groot belang dat er meer wordt samengewerkt. Maar zeker in de gang naar de komende wetgeving is het belangrijk dat er ergens een haakje is. Als bijvoorbeeld een grote commerciële partij zegt: als u dit experiment voor drie jaar gaat toestaan komen onze businessmodellen helemaal onder druk te staan, moet er wel ergens een moment zijn waarop een soort van evenwicht wordt gevonden. Dat vind ik heel belangrijk.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Gedurende de werking van het experimenteerartikel moet er natuurlijk ook op toegezien worden. Het CvdM grijpt altijd in als er iets echt niet op orde is. Het voorkomen van een hele bureaucratie voordat men van start kan gaan, vind ik een goede zaak. Laat men maar creatief zijn. Het moet ook experimenteel zijn want qua omvang en duur kent het zijn beperkingen. Uiteindelijk moet het structureel ingebed worden.

De heer Braakhuis (GroenLinks): Een van de zorgmarkten die we hebben zijn de persbureaus. We weten van het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) dat het graag zou willen samenwerken met de publieke omroep. Valt dit dan ook onder het experimenteerartikel?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Dat zou kunnen, maar ook dat moet zijn uitwerking krijgen en ook daarop zal het CvdM tijdens het traject moeten toezien hoe het plaatsvindt.

De heer Braakhuis (GroenLinks): Gaat het CvdM dan ook toezien op bijvoorbeeld de arbeidsvoorwaarden bij Novum waar men geen pensioenopbouw heeft en dergelijke? Als het CvdM een soort economische waakhond wordt, waar zijn we dan mee bezig? Dat snap ik niet.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Die zorg kan ik meteen bij de heer Braakhuis wegnemen: dat gaat het CvdM niet doen. Het CvdM is er niet om toe te zien op arbeidsvoorwaarden maar om te bekijken of de spelers in die intermediale markt op een goede manier met elkaar bezig zijn.

Ik heb het onderzoeksrapport over de positie van de Nederlandse persbureaus, met name ANP, Novum en Geassocieerde Pers Diensten (GPD), toegestuurd aan de Tweede Kamer. Uit dat rapport blijkt dat de posities onder grote druk staan, niet alleen in Nederland, maar overal in Europa. Dat komt door de scherpe concurrentie, maar ook omdat de afnemers steeds scherper onderhandelen. En de afnemers zijn weer die kranten die zich ook zorgen maken over de pluriformiteit. Iedereen heeft natuurlijk zijn eigen positie. De onderzoekers geven aan dat de overheid daarin geen rol heeft. Die conclusie onderschrijf ik. Het zijn primair commerciële partijen. We hebben het over onafhankelijke nieuwsvoorziening. Wel kunnen er natuurlijk kortstondige projecten opgezet worden als het ANP, de GPD of andere persbureaus aankloppen bij het Stimuleringsfonds. Ze zorgen immers ook voor een pluriforme nieuwsvoorziening en dat is een van de criteria die het Stifo heeft. In die zin heeft de overheid dus wel een rol, maar verder niet.

In het TNO-onderzoek is gekeken naar de schending van auteursrechten bij het ANP. Dit onderzoek gaat over de rol en positie van de persbureaus in de toekomst, met name in relatie met de rol van de overheid. Dat zit er ook heel dicht tegenaan. Er is ook gekeken naar kansen en risico's in dat verband, waar onder de problematiek van de auteursrechten, maar dat was niet de focus. Ik kan me overigens voorstellen dat dit wel een onderzoek waard is, maar dan zou het ANP daarin zelf het voortouw kunnen nemen, want het is in hun belang dat er op een goede manier met die auteursrechtelijke kant wordt omgegaan. Men zou voor zo'n project bijvoorbeeld kunnen proberen of het Persfonds daar een rol in zou kunnen spelen. Ik begrijp het punt maar ik vind het niet primair mijn taak om dat te doen.

De heer Haverkamp (CDA): Het TNO-rapport geeft wel aan dat er een probleem is rond de auteursrechtelijke bescherming. Als iemand inderdaad in die raadszaal gaat zitten en zijn stukje tikt dat vervolgens op de website komt en dat iedereen vervolgens kan overnemen, is hij zijn inkomsten kwijt. In het TNO-rapport staat dat dit toch de Auteurswet betreft en de minister is de wetgever. Het Stifo is dat niet. Wat doet de minister als wetgever eraan om ervoor te zorgen dat iemand die een stukje schrijft, straks het geld krijgt voor zijn of haar arbeid?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: De heer Haverkamp heeft een punt. Dat klopt. Het ministerie van Veiligheid en Justitie gaat erover en zal moeten toezien dat de wet gehandhaafd wordt. Dat staat buiten kijf. Als er zaken niet op orde zijn, zal er net als bij andere situaties rondom het auteursrecht ingegrepen moeten worden.

De heer Haverkamp (CDA): We hebben juist het TNO-rapport om te constateren dat de wereld toch anders is dan in de tijd dat de Auteurswet is geschreven. Toen hadden we geen websites. We hebben bij het rondetafelgesprek heel duidelijk van de persbureaus gehoord dat ze snappen dat die tarieven niet een taak van de overheid is; dat is de vrije markt. Maar ze hebben de bescherming van de overheid wel nodig om ervoor te zorgen dat, op het moment dat ze een journalistiek product hebben, ze er ook voor betaald worden. Ik heb nu een debat met deze minister. Vervolgens gaat de minister van Veiligheid en Justitie erop wijzen dat zijn collega van OCW een schitterend TNO-rapport gestuurd heeft. Ik heb geen zin om van het kastje naar de muur gestuurd te worden.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Daarin heeft de heer Haverkamp volstrekt gelijk. Naar mijn idee moet datgene wat in de auteursrechtelijke wetgeving staat, gehandhaafd worden. Dat is het allerbelangrijkste dat we hier kunnen concluderen. Ik kan het nog een keer onder de aandacht brengen van mijn collega. Als hij zegt dat het niet handhaafbaar is, dan moeten we met elkaar bekijken of het inderdaad nog wel handhaafbaar is of dat we het wettelijk anders moeten gaan regelen.

De heer Haverkamp (CDA): Die laatste conclusie lees ik in het TNO-rapport en heb ik getrokken uit het rondetafelgesprek. Mijn fractie zou het waarderen als de minister het meeneemt naar haar collega van Justitie en dat ze op basis van de inspraakreactie – die zijn allemaal openbaar – met een brief naar de Kamer komen over de manier waarop ze hiermee omgaan, of anders misschien in het wetsvoorstel dat de minister nu in voorbereiding heeft.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Dat lijkt me een uitstekend idee.

De heer Van Dam (PvdA): Ik weet dat deze minister niet over het auteursrecht gaat, maar dit is wel heel gemakkelijk. Auteursrecht valt binnen het civielrechtelijk rechtssysteem, dus de rechter is degene die handhaaft en niet de minister van Veiligheid en Justitie. De belofte van de minister om dit bij hem neer te leggen vind ik prachtig, maar het levert uiteindelijk niets op. De echte discussie gaat over de nieuwsexceptie op het auteursrecht. De Telegraaf maakt nu gebruik van de vrije nieuwsgaring om omroepgidsen samen te stellen. Tegelijkertijd wordt de Telegraaf hiervan het slachtoffer doordat andere partijen natuurlijk net zo makkelijk dit nieuws onder het mom van vrije nieuwsgaring binnen vijf minuten op een andere website kunnen zetten. De vraag is of daartegen daadwerkelijk iets te doen valt. Die nieuwsexceptie komt inderdaad uit de tijd van «het komt vandaag in de krant en morgen mag je uit die krant citeren». In die tijd is het ooit bedacht, maar het ligt internationaal allemaal vast. Is er daadwerkelijk ruimte om er überhaupt iets aan te doen of is dit een gegeven waarmee de media het maar moeten doen? Iets waar ze meer gebruik van maken maar waarvan ze in de toekomst ook veel meer het slachtoffer zullen worden?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Daarop kan ik niet zomaar een antwoord geven. Ik neem dat mee met het punt dat ik aan de heer Haverkamp toegezegd heb en zal het oppakken met mijn collega van Veiligheid en Justitie.

De heer Van Dam (PvdA): Dan is het misschien handig als de minister van Veiligheid en Justitie in die brief op die nieuwsexceptie ingaat en niet op de handhaving. Iedereen kan immers gewoon naar de rechter stappen, zo werkt de Auteurswet. Het zijn juist dit soort elementen in die Auteurswet die exploitatie vandaag de dag veel moeilijker maken.

De voorzitter: Ik wil dit even helder hebben. Zegt u de heer Van Dam toe dat u de minister van Veiligheid en Justitie zal vragen om op dit punt in te gaan?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ja. De heer Van Dam vraagt heel nadrukkelijk naar het aspect van de exceptie van de vrije nieuwsgaring. Dat is complex. Het nieuws moet enerzijds beschikbaar zijn, maar op dat moment is het ook opraapbaar en kan er gelijk iets mee gebeuren. Het is nu inderdaad mogelijk dat dit gebeurt. Ik denk dat het goed is dat ik dit aspect meeneem met mijn vragen van de heer Haverkamp.

Voorzitter. Met betrekking tot de btw is het slechte nieuws dat de aanpassing van het btw-tarief op dit moment om een unaniem besluit vraagt van Europa. Het goede nieuws is dat de Europese Commissie dit aan het bekijken is omdat dit verschil in btw-tarieven toch heel vreemd is. We vinden het zelf eigenlijk ook, maar we hebben afgesproken dat er een voorstel tot aanpassing binnen Europa komt en dat er vervolgens een vertaalslag moet plaatsvinden op Nederlands fiscaal niveau. Frankrijk en Luxemburg hebben hierop niet willen wachten. Binnen het kabinet is hierover gesproken en de staatssecretaris voor Fiscale Zaken wil in één keer die slag maken want er zijn meerdere dingen aan de orde. Daarop wachten we en vervolgens zal de zaak aangepast worden. Op dit moment is de zaak in Europa zoals die er ligt en is de lijn van het kabinet zoals ik die net heb aangegeven.

Ik kom bij de stand van zaken met betrekking van het vrijgeven van programmagegevens. Het Europees Hof heeft onlangs is een uitspraak gedaan over het vrijgeven van wedstrijdgegevens, een ander aspect. In die uitspraak staat eigenlijk alleen wanneer een databank auteursrechtelijk beschermd is, namelijk als die databank op creatieve wijze is samengesteld. De Nederlandse rechter zal uiteindelijk uitspraak doen of dat bij de programmagegevens ook zo is. Die uitspraak is overigens vanmiddag. Als er geen auteursrechtelijke bescherming is, wil dat niet zeggen dat de publieke omroep verplicht is de gegevens actief te verstrekken. Het betekent dat andere partijen de gegevens als vrije nieuwsgaring mogen oppakken. Dat geldt dan overigens ook voor de programmagegevens van de commerciële omroepen. Hierin trekt men heel gebroederlijk op. Het amendement dat voorligt over het vrijgeven van de programmagegevens, regelt niet alleen de prijs, maar verplicht de omroepen om die te geven. Dat zou een plus zijn bovenop de uitspraak die vanmiddag van de rechter komt. Ik moet verder afwachten hoe het zit. Indien de uitspraak van het Europese Hof consequenties heeft, dan kan het CvdM deze betrekken bij de periodieke evaluatie van de prijs. Men moet de zaken even afwachten.

Kan de minister het budget voor voorlichters en communicatiemedewerkers bij gemeenten, provincies en het Rijk maximeren? Het lijkt wel of we het hebben over de lumpsum van het onderwijsgeld. Nee, dat kan ik niet. De gemeente krijgt een gemeentefonds als lumpsum-uitkering. Daarbinnen kan ik niet aangeven waaraan men het wel of niet mag uitgeven. Ik denk overigens dat hier ook een taak voor de journalistiek zelf ligt om te bekijken of men op een goede manier met elkaar kan samenwerken. Ik doel niet op de voorlichters, maar er werd gesproken over een check of balances tussen de voorlichters en journalisten.

Over het verlies aan werkgelegenheid bij het Wegener Concern heeft de heer Bosma vrij uitgebreid gesproken. Hij noemt Amerikanen die onze krantenconcerns leeghalen. Laat één ding duidelijk zijn: in een tijd als deze betreur ik elk verlies van werkgelegenheid en dit baart mij ook zorgen. We hebben hierover net al in algemene zin gesproken. We hebben stimulansen gegeven via de commissie-Brinkman. De verschillende mogelijkheden van publiek-private samenwerking kennen ook allemaal hun grenzen. Ik ben niet in staat om mensen uiteindelijk in een werkpositie te houden. Het is de taak van de eigenaren van een concern om te bekijken of dat bedrijfsmatig haalbaar is.

De heer Bosma (PVV): Ik vrees dat de minister daarin helaas gelijk heeft. Ik stel wel vast dat inmiddels drie krantenbedrijven geplunderd worden door eigenaren en dat kan op den duur de pluriformiteit aantasten. Ik wil een vraag stellen over de programmagegevens. Ik respecteer volledig dat de minister zegt dat het bij de rechter ligt en dat vanmiddag de uitspraak is. Ik wacht dus af. Omdat de minister het amendement omarmd heeft, denk ik dat ze blij zal zijn als er een zekere mate van vrije nieuwsgaring van programmagegevens gaat plaatsvinden.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik heb het amendement van mevrouw Van Miltenburg en de heer Van der Ham aanvaard en daarmee is het ook het mijne geworden. Ik heb het aanvaard onder de condities zoals die in de wet aangegeven zijn. Mocht er een andere situatie ontstaan, mocht die vrije nieuwsgaring daadwerkelijk gelegitimeerd zijn volgens de rechter, dan ontstaat er een nieuwe situatie. Ik zal dan moeten bekijken wat dit betekent voor de verdere uitwerking. Ik moet wel eerst de uitspraak zien. Tot die tijd, en parallel daaraan, kunnen we doorgaan met dit wetsvoorstel waarin in ieder geval de basis geregeld wordt die nu in het amendement geregeld wordt.

Ik heb begrepen dat in de aanloop naar dit debat een hoorzitting gehouden is met de partijen uit het journalistieke veld. Deze heeft vooral in het teken gestaan van de internetpraktijken van de NOS. Dat is een behoorlijke versmalling als het gaat om een heel belangrijk thema. Dat is opmerkelijk. Ik verbaas me overigens over de verschillende cijfers die daar over de tafel gingen. Er zou 800 mln. besteed worden aan internetpagina's, althans de NOS zou dat budget hebben. Dat kwam later nog terug in de kranten; die pakten dat zo op. Kijk, ik begrijp heel goed dat de makers van de krant het nu niet heel gemakkelijk hebben. Dat hebben we net met elkaar besproken. Dat is ook zorgwekkend. Daarom vind ik het heel belangrijk dat we een beleid hebben dat we daadwerkelijk kunnen uitvoeren vanuit de beperkte rol van de overheid. Ik vind het geen oplossing om in plaats daarvan iets anders af te breken, bijvoorbeeld de NOS. Dat vind ik niet verstandig. Dat is niet mijn ding. Ik geloof ook niet dat het helpt. Voor de volledigheid, de bedragen die omgaan in de NOS zijn echt van een totaal andere orde. De publieke omroep als geheel ontvangt op dit moment 800 mln. Daar gebeurt van alles mee. Dat is voor heel veel omroepen etc. De Ster verdient met reclame 200 mln., die gaan naar het Rijk en daarvan betalen we vervolgens de publieke omroepen en andere media-activiteiten.

De NOS heeft een budget van 150 mln. Daarmee maakt de NOS alle televisiejournaals, radiojournaals, jeugdjournaals, Nieuwsuur en bovenal alle sportjournaals, alle sportevenementen, de Champions League, de Tour de France en noem maar op. Laten we de Koninginnedag niet vergeten. Het bedrag dat de NOS uitgeeft aan internetactiviteiten is een schijntje. Het bedrag aan reclame-inkomsten dat bij de NOS binnenkomt, is echt een buitengewoon kleine vis. Het is nog niet eens een guppy. Wat is er nog kleiner?

Mediapartijen zoals de publieke en commerciële zenders en kranten verdienen niet veel op internet. Dat is de werkelijkheid. De echte grootverdieners zijn Google en Facebook. Dat zei de heer Van Dam al heel duidelijk. Dat hebben we laten uitzoeken. Dat heeft er ook toe geleid dat we ons afvragen wie er nu met wie concurreert en of we ons wel op de goede speler richten. De totale reclamemarkt van de Ster is ongeveer 3 mln. op een markt van 2 mld. Dan denk ik: waar hebben we het over? Is het verstandig de focus dan zo op de NOS te richten? De NOS doet goede dingen en probeert zoveel mogelijk te brengen met het geld dat we ze geven. Echte concurrentie is er niet van de kant van de NOS; daarvoor is dat bedrag echt veel te klein. Komt er een nieuwsapp van de NOS, dan is dat een nevenactiviteit, en een nevenactiviteit moet gaan over het hergebruik van bestaand materiaal. Nevenactiviteiten worden uiteraard getoetst door het CvdM.

Wat betreft de eigen spotjes denk ik dat de NOS doet wat ze moet doen. Ze geeft veel geld uit voor goede televisieprogramma's. Ik vind het plezierig dat burgers die dit met belastinggeld opgebracht hebben, gewezen worden op het feit dat die programma's er zijn. Dat is geen reclame; dat is goede informatievoorziening over wat er met publiek geld gedaan wordt. Ik zou voor mezelf zeggen: ga daarmee door. Er mag natuurlijk nooit een commercieel aspect aan zitten. Dat soort activiteiten moet wel binnen beperkingen plaatsvinden, maar dat wordt getoetst door het CvdM.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): De minister verdedigt de NOS en dat is haar goed recht. Ik heb ook niet bedoeld de NOS aan te vallen op wat ze doet binnen haar publieke taak. De minister heeft echter geen woord gewijd aan het feit dat de NOS zich positioneert als een concurrent ten opzichte van al die andere media, terwijl ze wel zegt zich hierover zorgen te maken. De andere media voelen zich belemmerd. Daarop is de minister niet ingegaan en ik vind dat ze dit alsnog moet doen. Ik heb overigens geen bedrag in de mond genomen.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Als een publieke omroep of een publieke institutie in Hilversum willens en wetens andere media in de weg zit, moeten we er zijn. En dan moet het CvdM er ook zijn. Als een omroep zegt dat hij met zijn publieke geld de taak heeft om zo breed mogelijk het publiek te bedienen, dat hij daarvoor gaat en dat dit zijn ambitie is, zeg ik: chapeau, doe dat. Elke belastingcent is er een en die moet zo goed mogelijk gebruikt worden. Dat vind ik wel een verantwoordelijkheid van een publieke omroep en ook van de NOS.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): De minister zegt dat het heel goed is dat de NOS bestaat en dat het dus ook belangrijk is dat de NOS mensen erop wijst dat ze bij de NOS nieuws kunnen halen. Mag de NOS volgens deze redenatie bijvoorbeeld ook reclame maken voor de app van De Telegraaf? Het is immers heel goed dat De Telegraaf er is voor de pluriformiteit van de media en ze brengt nieuws. Vanuit de redenatie van de minister zou de NOS dus ook gewoon mogen zeggen: download niet alleen onze app, maar ook de app van De Telegraaf of van NU.nl of van wie dan ook.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Daarmee loop ik meteen op tegen de grenzen van wat men met publiek geld mag doen naar private partijen en het bevoordelen daarvan. Er zal natuurlijk netjes een bedragje betaald moeten worden. Zo werkt dat. In dat geval gaat het ook niet over het feit dat we met publiek geld het bereik optimaliseren. Dan gaat het erom dat we de winstomzet van De Telegraaf aan het optimaliseren zijn. Ik gun De Telegraaf van ganser harte een verhoging van de omzet. Dat is prima en uitstekend, maar dat kan nooit via de publieke lijnen. Dat weet mevrouw Van Miltenburg natuurlijk ook.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Met respect, de minister vindt het wel goed dat de NOS het voor zichzelf doet. Als ik dan zeg dat vanuit die redenatie de NOS het ook voor andere nieuwsuitingen zou moeten doen, zegt de minister dat dit niet mag omdat het dan reclame is. Dat is nu precies mijn punt. Wat de NOS doet is reclame maken.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik heb het over het optimaliseren van belastinggeld en niet over het optimaliseren van de grote nieuwsgaring in algemene zin. Op het moment dat De Telegraaf, in de woorden van de heer Bosma, de grote Staatscourant zou worden, zou ik zeggen: laat De Telegraaf aan de weg timmeren om zichzelf zo veel mogelijk te laten lezen. Dit gelet op het feit dat er dan misschien veel belastinggeld naartoe zou gaan. Nu is De Telegraaf gewoon een commercieel blad en moet gewoon voor de eigen reclamevoorziening zorgen. Ik vind het belangrijk bij de NOS dat er belastinggeld ingaat. Dat belastinggeld wil ik optimaliseren qua benutting.

De heer Braakhuis (GroenLinks): Dat ben ik met de minister eens. Dat was ook een beetje mijn pleidooi: publieke middelen moeten naar publieke doelen. Ik wil dan wel weten of een app die NU.nl een beetje aan het nabeppen is, een publiek doel is en de pluriformiteit dient. Daarover denk ik dan toch heel anders. Ik wil graag weten wat de minister daarvan vindt. In dit opzicht ben ik het eens met mevrouw Van Miltenburg.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: De app is getoetst door het CvdM. Het gaat hierbij over hergebruik van informatie. Door hergebruik kunnen meer burgers gebruik maken van de geleverde informatie. In die zin kan ik me voorstellen dat het CvdM deze app goedgekeurd heeft.

De heer Braakhuis (GroenLinks): Ik kan het me dus helemaal niet voorstellen, want het barst van dat soort apps. Ik zie niet wat de NOS hiermee toevoegt en ook niet welk publiek doel hiermee gemoeid is. Bovendien stel ik vast dat we blijkbaar wel voor de publieke omroep een helder toetsingskader hebben waarmee het CvdM wat kan, maar blijkbaar niet voor internet. Ik roep de minister dus nog een keer op om dat toetsingskader ook scherp te krijgen voor online en in lijn met de publieke omroep te brengen en de Kamer daarover te rapporteren.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik moet de heer Braakhuis erop wijzen dat we ook een toetsingskader hebben voor internet bij het CvdM. Dat is vanzelfsprekend want er zijn veel internetactiviteiten. Er zijn een tijdje te veel internetactiviteiten geweest. Daarom heb ik het aantal diensten en internactiviteiten in de afgelopen jaren ook teruggedrongen. Dit ter informatie van de heer Braakhuis. Naar mijn idee heeft hij een verkeerd uitgangspunt. Hij gaat ervan uit dat de publieke omroep complementair moet zijn aan datgene wat er commercieel gebeurt. Dat is ten principale niet het geval. De publieke omroep heeft een eigenstandige pluriforme taak en dient mensen aan zich te binden omdat we willen dat die centen goed besteed worden. Als de NOS met haar nieuwsvoorzieningen dat niet doet via internet, is men buitengewoon geamputeerd in een toekomst waarin internet steeds relevanter wordt. De publieke omroep heeft een eigen autonome taak. Die wordt naar mijn idee buitengewoon consciëntieus en integer vormgegeven via deze internetactiviteiten.

Ik complimenteer de directeur en de voorzitter van de Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland (OLON). De OLON is bezig met een heel actief wervend nieuw beleid en probeert samen met de VNG de zaken goed op de rails te krijgen. Ook de VNG wil ik een compliment geven voor wat ze in de afgelopen tijd heeft gedaan. Er is veel geharrewar geweest rond de lokale omroepen maar er ligt nu een convenant dat niet primair begint bij geld, maar bij inhoud. Die inhoud wordt heel goed op een rij gezet. Ze gaan er de komende jaren met elkaar mee aan de slag en bekijken hoe het werkt. De VNG heeft heel duidelijk een omroep gedaan aan de individuele gemeenten om een bijdrage te leveren conform de gemaakte afspraken in de richtlijn. Daarnaast zal deze binnenkort geëvalueerd worden want we houden ook de vinger aan de pols. Begin 2013 komt de evaluatie naar de Kamer. Dan kunnen we zien of er ook werkelijk gebeurt wat we afgesproken hebben. Dit is de stand van zaken waarnaar de heer Van der Ham vraagt.

Er lag een visierapport Sector onder de radar en op basis daarvan ligt er nu een convenant. Ik ben niet van plan dat convenant te gaan doorkruisen met wetgeving. Ik weet dat de OLON dit het liefst met wetgeving vastlegt, maar ik vind dat niet zo passen bij de wetgever. Als mensen er met elkaar op een goede manier uitkomen, moeten er we vooral niet met wetgeving doorheen lopen. Hoe minder wetgeving hoe beter, is mijn motto. Ik zie dat de lijn heel goed opgepakt wordt. Er vinden allerlei activiteiten plaats, ook achter de schermen en ook met betrekking tot bijvoorbeeld digitalisering. Men is bezig allerlei nieuwe activiteiten en innovaties die de lokale omroepen niet mogen missen, vorm en inhoud te geven. Een goede zaak, denk ik.

We steunen dat convenant. We zijn formeel geen partij in het convenant tussen de lokale omroepen en de VNG. We hebben het ook niet mede getekend. We zijn wel aan tafel geweest maar we zijn geen medeondertekenaars van dit verhaal. Het is wettelijk zo geregeld dat wij de richtlijn hebben opgesteld en dat men er op lokaal niveau vorm en inhoud aan moet geven. De Mediawet verzet zich in ieder geval niet tegen de samenwerking die tussen die beide partijen ontstaat en dat is een goede zaak.

De heer Van Dam heeft nog een vraag over de digitale doorgifte van de lokale omroep. De distributie kan de lokale omroep ook via Digitenne doorgeven. De distributiecapaciteit van Digitenne is beperkt. Op regionaal niveau kan Digitenne verschillende zenders doorgeven maar op lokaal niveau is hier eigenlijk geen ruimte voor. Het netwerk is ook niet geschikt om 143 lokale omroepen in hun eigen verzorgingsgebied door te geven. Ik ben geen techneut, maar mij is verteld dat dit te complex is. Bij verschillende experimenten zoals in Haarlem is op zeer lokaal niveau gebruik gemaakt van restfrequenties om de lokale omroep door te geven, maar restfrequenties zijn zeldzaam. Laat ik duidelijk zijn: er is geen ruimte om dat in heel Nederland te kunnen doen. Mochten gemeenten met lokale omroepen op Digitenne op lokaal niveau willen experimenteren vind ik dat uiteraard prima. Men heeft de ruimte om dat te doen. Voor dergelijke vergunningen is mijn collega van EL&I het eerste aanspreekpunt en ook hij zit op een lijn dat hij ruimte wil geven aan dit soort dingen. Onze ministeries trekken op dit punt veel met elkaar op.

Via de lokale omroep kom ik bij FunX dat natuurlijk voor het grootste deel lokaal is. Klopt het dat de NPO frequenties kaapt, waren de woorden die mevrouw Van Miltenburg koos. Laat ik helder zijn: er is op geen enkele manier sprake van kaping. Dat zou buitengewoon illegaal zijn. De frequenties worden uitgegeven door mijn collega van EL&I. De vergunningen van die lokale FM-frequenties in de G4 waarop de lokale edities te beluisteren zijn, zijn door het ministerie aan de lokale omroepen en niet aan de NPO verstrekt. De lokale omroepen maken ruimte voor de activiteiten van FunX. Conform de afspraak financier ik FunX niet meer. Daarmee ben ik gestopt. Op dit moment is er een gesprek over samenwerking tussen gemeenten en de NPO. De NPO heeft een opdracht van ons in de prestatieafspraken die we jaarlijks sluiten om een gemêleerd publiek van media te voorzien. Die activiteiten van FunX zijn voor de NPO een belangrijk onderdeel hiervan. Dit betreft overigens niet de lokale activiteiten, want die zijn van de gemeenten. Die zijn ook aan snee om eventueel iets daaraan te doen. Het betreft met name de internetactiviteiten en dan zijn we inmiddels helemaal ver van de frequenties afgedwaald. Dat is er gaande en dat past in het beleidsprogramma. Ik heb dus mijn eigen subsidie ingetrokken conform het regeer- en gedoogakkoord dat weliswaar niet meer overeind staat. Dat heb ik wel netjes uitgevoerd heb omdat een afspraak een afspraak is.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik snap het antwoord van de minister maar ik zou het toch zeer waarderen als ze het CvdM deze constructie wil laten bekijken. Volgens mijn observatie is er een soort raamprogrammering ontstaan doordat de NPO de activiteiten van FunX onder haar hoede heeft genomen. Op basis daarvan zijn nu allerlei frequenties gevraagd. FunX heeft ze aangevraagd via de genoemde constructie, maar ze wordt aangestuurd vanuit de NPO. Zo'n soort raamprogrammering mag volgens mij niet via de Mediawet. Het is complex en technisch. Ik vraag de minister dus om het CvdM er alstublieft naar te laten kijken.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Als mevrouw Van Miltenburg hierover zorgen heeft, dan leg ik het voor aan het CvdM.

De vraag wordt gesteld of de Wereldomroep via Radio 1 gedistribueerd kan worden. Voor het uitzenden van programma's van de publieke omroep op de middengolf bestaat niet echt een alternatief. Dat is mij verteld want nogmaals, ik ben natuurlijk op dit vlak niet echt de techneut. De middengolf is zeer kostbaar en het bereik is zeer wisselend en beperkt. Het is niet echt een oplossing. Ook is de middengolf weinig duurzaam vanwege het grote energieverbruik dat eraan vastzit. Ik heb begrepen dat ook de BBC inmiddels weer van de middengolf afgegaan is omdat het te duur was. Een belangrijke factor is daarbij dat de frequentieruimte op de middengolf schaars is. Daarnaast is Radio 1 op heel veel plaatsen goed via internetstreaming te beluisteren.

Het plezierige is dat ik net het antwoord op de vraag rondom de richtlijn Algemene Zaken Voorlichters binnengekregen heb. Het gaat helemaal niet om een richtlijn maar om een onderzoek. Daaruit blijkt dat veel voorlichters zich bezighouden met interne communicatie. Ik vraag me dan gelijk af wat interne communicatie is en of dat ergens toe dient, maar dat is een heel ander punt. Het aantal voorlichters is niet zo groot als de commissie-Brinkman stelde. Het aantal is gedaald door de bezuinigingen bij het Rijk van 795 naar 608 in 2011. Het beleid is: kernachtige directies Communicatie. Er zijn twee belangen: goede voorlichting en goede journalistiek in balans. Er is dus geen richtlijn; er is een onderzoek gedaan en uit dat onderzoek blijkt dat het aantal voorlichters daalt doordat er bezuinigd wordt. Dat heeft dus ook zijn positieve kanten. Men is veel bezig met interne communicatie en dat maakt dat ik nog eens ga kijken naar mijn eigen ministerie en wat er allemaal intern gecommuniceerd wordt. Ik dacht dat we vooral naar buiten toe moesten communiceren.

De heer Jasper van Dijk (SP): Ik heb even een feitelijke vraag: 608 voorlichters in totaal of bij gemeenten, provincies, landelijk?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: In het Rijk, maar we hebben veel organen binnen het Rijk. Troost u: het waren er nog meer. In 2009 waren het er een kleine 800. We hebben er nu rond de 600.

De heer Jasper van Dijk (SP): Maar dit betreft dus niet de gemeenten?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Nee, dit betreft niet de gemeenten. De gemeente is nog altijd een soevereine bestuurslaag op lokaal niveau.

De heer Bosma (PVV): Voorzitter. Ik dank de minister voor haar demissionaire antwoorden. We hebben er erg van genoten. Het bestaansrecht van een publieke omroep is marktfalen. Als het bedrijfsleven iets niet kan doen, is het goed dat we voor die doelen een publieke omroep hebben. Daarom heeft de heer Braakhuis helemaal gelijk als hij zegt: publiek geld, publieke taak. Als we de activiteiten op internet, of breder gesteld de nieuwe media bekijken, concurreren die volledig met het bedrijfsleven. Dat lijkt me geen publieke taak. Die concurrentie bestaat heel eenvoudig uit eyeballs die wel op NOS.nl en niet op Volkskrant.nl zitten. De apps zijn veelvuldig langskomen. Daarbij komt nog eens dat de staatsomroep kan concurreren door zijn eigen marketing via zijn eigen kanalen. Sowieso worden kranten beconcurreerd doordat de advertentietarieven lager zijn vanwege de grp'tjes die de publieke omroep voor minder geld kan aanbieden. Er bestaat dus wel degelijk concurrentie. Ik ben blij dat die nu benoemd is, ook door een partij als de Volkskrant die dat in het verleden niet deed.

Met FunX kan de minister heel veel geld verdienen. Ze kan die frequenties veilen. Met de opbrengst kan ze heel veel leuke dingen doen. Iets wat even genoemd werd door mijn gewaardeerde collega van de SP is de Wereldomroep. Radio 5 zendt nu uit via de AM 747. Dat is een intens krachtige zender. Die haalt de Gotthardtunnel, maar is heel weinig duurzaam en heeft een enorme ecologische voetafdruk. We moeten heel Saudi-Arabië verstoken om die zender in de lucht te houden. Radio 5 zendt er nu op uit, een soort nostalgische zender. Voor hetzelfde geld kan Radio 1 hierop uitzenden tot de Gotthardtunnel via AM 747. Is dat niet een geweldig idee? Ik geef het mee als suggestie.

De heer Jasper van Dijk (SP): Voorzitter. Ik onderken twee stromingen in dit debat. De ene stroming zegt dat we die publieke media zo klein mogelijk moeten maken en daarvoor worden allerlei soms destructieve voorstellen gedaan. De andere stroming zegt: we moeten meer kansen bieden. Ik ben duidelijk van die laatste stroming. Ik moet zeggen dat ik vaak met de minister van mening verschil, maar op dit dossier ben ik het zeer met de minister eens. Ik vind het goed dat zij stelt dat een publieke omroep pluriform moet zijn en dat ze vandaar begint te denken, in plaats van de publieke media als complementair te zien of iets dergelijks. Zijn de zorgen hiermee weggenomen? Dat vind ik niet. Ik wil tegen de minister zeggen: noblesse oblige. Ze neemt een aantal prima maatregelen, maar de pluriformiteit en de kritische pers staan nog altijd onder druk, met name regionaal. Dat moeten we goed in de gaten houden, maar misschien moeten we dat aan een nieuw kabinet overlaten.

Landelijk zijn er dus nog 608 voorlichters. Dan zijn er dus nog vele voorlichters in gemeenten en provincies. Die zaak is toch wel zeer uit proportie, want er zijn veel meer voorlichters dan journalisten. Dat verschil loopt volgens mij ook steeds meer op. Ik kan me voorstellen dat we een bezuiniging laten plaatsvinden, in ieder geval op die rijksvoorlichters. Daarover gaat de minister wel. Ik zal bezien of ik daarover een voorstel zal indienen.

De heer Braakhuis (GroenLinks): Voorzitter. Op dit moment regeert de Kamer volgens mij. Aangezien de minister een paar ontwijkende antwoorden gaf op punten die ik heel belangrijk vind, zullen we toch een VAO nodig hebben om wat moties in te dienen. Vooral het antwoord over de btw staat me echt niet aan. Als andere landen al bezig zijn het voortouw te nemen en als mevrouw Kroes hiermee al bezig is, zie ik geen enkele reden om te wachten. Ik wil dat er opvolging aan wordt gegeven en dat we zo snel mogelijk het btw-tarief voor digitale producten verlagen.

De heer Haverkamp (CDA): Ik begrijp de snelheid van de heer Braakhuis op dit dossier. Het Belastingplan wordt volgens mij maandag besproken in deze Kamer. Btw klinkt als belasting. Is het een idee dat de fractie het dan inbrengt?

De heer Braakhuis (GroenLinks): Ja, dat is ook een idee. Dat zal ik even overleggen. Ik zit nu bij dit debat. Ik weet hoe het gaat bij dit kabinet. Als er meerdere minister bij zijn betrokken, wordt de hete aardappel doorgeschoven. Ik zou beide ministers hierop toch willen aanspreken.

De heer Haverkamp (CDA): Laten we het even zuiver stellen. De heer Braakhuis brengt hier de btw op. De btw is duidelijk een belastingonderwerp. We kunnen natuurlijk een motie indienen waarin we allerlei brieven noemen, maar dan kan hij het pas bij het volgende Belastingplan regelen. Ik wil wel even weten of we het bij het Belastingplan ook gaan hebben over de btw op kunst. Dan kan ik mijn woordvoerder voorbereiden op dat dossier.

De heer Braakhuis (GroenLinks): De heer Haverkamp weet dat mijn partij zich continu inzet voor het terugschroeven van allerlei bezuinigingen op de kunst. Dat onderwerp zal dus ongetwijfeld ook aan de orde komen.

De voorzitter: Ik vind uw antwoord van zodanige aard is dat u aan uitlokking doet, maar ik denk dat de heer Van der Ham dat wel zal duiden.

De heer Van der Ham (D66): We hebben er inderdaad in het Lenteakkoord voor gezorgd dat het btw-tarief op kunst en cultuur wordt teruggedraaid. Daarvoor was wel een dekking. Wat nu voorgesteld wordt rond de btw is op zich hartstikke sympathiek en we staan er ook voor open, maar ik ga dit soort voorstellen niet doen als ik er geen dekking voor heb. Ik vraag de heer Braakhuis wel om aan te geven dat als er in dit debat iets wordt gezegd, dat in een ander debat ook gedekt is. Heeft hij hiervoor nu een dekking of is het een noodkreet of een symbolische uitspraak?

De heer Braakhuis (GroenLinks): Dat is een terechte vraag. Ik gaf daarnet ook al aan dat ik nu zelf terug moet naar mijn eigen medewerker om die dekking te zoeken. Ik verwacht overigens niet dat het om reusachtige bedragen gaat, maar de heer Van der Ham heeft zeker een punt.

Wat betreft het toetsingskader ben ik het oneens met de minister met betrekking tot de complementariteit of de overlap met het commerciële veld. De huidige Mediawet is tot stand gekomen op een moment dat er nog geen sprake was van internet. Juist nu, met alle media die ons ter beschikking staan, merken we dat de pluriformiteit in gevaar komt. Die wordt nog sterker bedreigd als het publieke omroep hetzelfde gaat doen als de commerciële markt. Dat is onlogisch. We willen het publieke geld besteden om juist die dingen te waarborgen die nog niet door anderen worden uitgevoerd, met specifieke doelgroepen en specifieke onderwerpen. Daarvoor moet een toetsingskader komen. Ik roep de minister op om te komen met een toetsingskader en een verandering van inzicht in dit opzicht. We leven nu in een tijd waarin wel commerciële partijen op de markt zijn, zowel op televisie als op andere media. Vandaar dat ik dat VAO nodig heb, als was het alleen maar hiervoor. Ik vind dat de publieke omroep en de publieke middelen moeten worden ingezet voor het doel dat we tot nu toe hebben nagestreefd.

De heer Haverkamp (CDA): Voorzitter. Ik dank de minister voor de toezegging met betrekking tot het auteursrecht voor de nieuwe media. Voor je het weet zie je als fotograaf je foto's over internet zwerven. Ook hartelijk dank dat de minister niet met haar wetgeving het convenant met OLON gaat doorkruisen. Ik zou het fijn vinden als ze het ondersteunt waar dat mogelijk is.

Ik dank de minister voor de initiatieven voor publiek-private samenwerking en dat ze op bezoek gaat in het mooie Zeeland om die te bekijken. Ze heeft terecht gerefereerd aan Gelderland. Wat mijn fractie betreft is het bij publiek-privaat niet of/of maar en-en, juist met betrekking tot de versterking in de regio. De publieke omroep hoeft niet terug te gaan naar uitzendingen in zwart-wit. Ze mogen ook op internet actief zijn. Dat moet wel getoetst worden.

Daar zit mijn fractie nog wel even met een punt. Heel vaak komt het CvdM langs. In mijn traditie kennen we het salomonsoordeel, maar om nou Salomon te vervangen door het CvdM... Het is uiteindelijk wel de wetgeving waarmee we de spelregels vaststellen. Ik wil dat in het wetsvoorstel dat nu in voorbereiding is, duidelijk aangegeven wordt waar de Kamer over gaat. De minister merkt de aanwezige emoties over wat wel publiek-privaat kan en wat niet. We willen niet dat we straks een soort zelfrijzend bakmeel blijken te hebben en dat het CvdM straks alles gaat bepalen en dat de Kamer vervolgens zegt: ja, maar de bal ligt daar en we kunnen er niet bijkomen.

De heer Van Dam (PvdA): Voorzitter. Zo lukt het ons toch weer een AO over persbeleid over de publieke omroep te laten gaan. Dat is altijd een beetje zonde. Dit debat zou over de pers moeten gaan omdat de pers de aandacht zou moeten krijgen die hij verdient als een eigenstandige sector binnen onder mediabestel met een heel andere relatie tot de overheid dan de publieke omroep. Bij deze relatie staat de overheid veel verder op afstand en daar zal ze moeten blijven staan. Er zijn en blijven redenen voor zorg over de ontwikkelingen in de pers zelf, even los van wat er bij de publieke omroep gebeurt. Ik heb daarvoor de afgelopen twee jaar – dit is een puntje van kritiek voor de minister – niet heel veel urgentie bespeurd. Als ik het debat zo beluister, staat het in ieder geval voor de komende periode op de agenda. Dat is winst.

Heb ik de minister goed begrepen dat de lokale omroepen naar de eigen gemeenten toe moeten en samen met die gemeenten moeten bekijken of ze gebruik kunnen maken van eventuele lokale of regionale restfrequenties of evenementenfrequenties om digitale distributie mogelijk te maken waarbij ze ook voor abonnees op Digitenne te ontvangen zijn via Free2air?

We wachten het amendement van GroenLinks over de btw af. Dat hele Kunduzakkoord bestaat toch allang niet meer. Volgens mij heeft de heer Braakhuis alle ruimte om overal dekking te zoeken. Als hij met een goede dekking komt, zullen we dat steunen.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Voorzitter. Allereerst bedank ik de minister voor de toezegging voor de twee brieven: de brief over de nieuwsexceptie en over het onderzoek van het CvdM. Ik hoop dat die brieven snel naar de Kamer komen.

We hebben een meningsverschil over het experimenteerartikel. Ik kan het niet helemaal inschatten want ik heb het nog niet gelezen. Ik vraag me af wanneer het wetsvoorstel naar de Kamer komt want dan begint de discussie daarover pas echt. Ook dan zal ik opnieuw een pleidooi houden over het beperken van de taakomschrijving van de publieke omroep. Nogmaals, de NOS doet nu niets wat niet mag met betrekking tot de website, maar ik vind dat ze het niet moet doen.

Over het maken van reclame hebben we echt een meningsverschil over de concurrentiepositie. Ik zal de minister nog een extra reden geven waarom ik er zo gehaaid op ben. Ik gaf de minister het voorbeeld van De Telegraaf. Het is blijkbaar wel reclame als De Telegraaf op het nieuws van de NOS komt, maar als de NOS het voor zichzelf doet is het geen reclame. Radio 538 probeert al sinds enige tijd reclame te maken via de Ster en dat lukt ze niet. Ze worden buiten de deur gehouden. Ik vind dat opmerkelijk. Deze beide dingen moeten meegenomen worden in het salomonsoordeel dat bij ons het oordeel van het CvdM heet en ik vraag de minister ons daarover te berichten. Ik denk dat dit het laatste debat over de media is dat ik met de minister heb, in ieder geval voor de verkiezingen. Al die andere onderwerpen komen in heel veel andere debatten weer terug.

De heer Van der Ham (D66): Voorzitter. Over de lokale omroep zegt de minister dat dit nu niet meer op haar bordje ligt. Ze zegt dat ze erbij heeft gezeten toen het tot stand kwam, maar dat ze zich niet meer verantwoordelijk acht om het uit verder te voeren. Het veranderprogramma van de komende jaren moet echter wel actief ondersteund worden door het ministerie van OCW, zowel beleidsmatig, infrastructureel als financieel. Zonder het ministerie kunnen de beleidsafspraken toch minder gemakkelijk worden geïmplementeerd. Er is een stok achter de deur nodig. Ik hoop niet dat de minister op dat punt haar handen ervan aftrekt. De Kamer heeft al diverse malen heel duidelijk aangegeven, ook door het amendement dat ik een aantal jaren geleden heb ingediend, dat we het van groot belang vinden dat het op de juiste plek terechtkomt. Het is prima als het via een convenant gaat, maar de intentie moet wel zijn dat het op de juiste plek terechtkomt. Daarvoor maak ik de minister verantwoordelijk.

De heer Van Dam heeft gelijk dat dit AO niet alleen moet gaan over de publieke omroep, alsof de publieke omroep het grootste probleem is van de pers. Dat is absoluut niet zo. Ik heb er wel een paar kritische opmerkingen over gemaakt. Ik vind dat de publieke omroep, de NOS, op een aantal punten soms haar taak verzaakt. De dingen die nu bij de Wereldomroep gebeuren, zouden veel meer opgepakt mogen worden door de normale NOS. In een onderzoek mag best worden bekeken hoe we die ongelofelijke kluwen tussen commerciële en semi-commerciële activiteiten van de publieke omroep en concurrentienadelen ten opzichte van commerciële partijen moeten ontwarren. Dat is heel moeilijk, maar ik zou het prettig vinden als dat verder wordt bekeken en ontward zodat we er ook politieke conclusies uit kunnen trekken. Ik denk dat ik deze week nog heel veel debatten ga hebben met deze minister over allerlei andere onderwerpen, maar we wensen elkaar veel plezier in ons toekomstige leven.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Voorzitter. Ik begin even met de laatste woorden van de heer Van der Ham. Ik zal hem absoluut missen, ook vanwege zijn creativiteit en zijn denken dat inspireert. Dat moet ik eerlijk zeggen. Dus het is helemaal wederzijds. We stoppen nu want ik krijg er tranen in mijn ogen van. Gelukkig zien we elkaar nog bij een paar onderwijsdebatjes.

De voorzitter: Ik stel even voor dat de minister na deze uitwisseling van verklaringen over en weer gewoon antwoord geeft op de gestelde vragen.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Dit was ook een soort vraag.

Voorzitter. Ik begin met de heer Bosma. Hij geeft nog eens aan dat hij vindt dat de publieke omroep niet op internet moet zijn. Ik zeg dat de publieke omroep moet zijn waar het publiek is. Daarvoor betalen wij ons belastinggeld waarvoor door alle Nederlanders hard gewerkt wordt. Internet is echt cruciaal. Internet afsluiten voor de publieke omroep en alles wat daar omheen zit, is het afsluiten van de weg naar de toekomst. We hebben erover nagedacht. In 2008 is een heel grote wetswijziging geweest, zoals we die weer gaan krijgen. In die wetswijziging is toen opgenomen dat het niet alleen ging over radio en televisie maar over alle media op alle platformen. Dat is nodig omdat de gewone radio en vooral de televisie straks van het toneel gaan verdwijnen. Daarvoor komen allerlei andere dingen terug. Dan hoort de publieke omroep ook op dat andere platform present te zijn. Als de publieke omroep daar niet present is, krijgt deze op gegeven moment ook niet meer de aansluiting met de corebusiness. De corebusiness was ooit de televisie. Daarmee is het ooit begonnen, maar de corebusiness is nu mediabreed geworden.

De heer Braakhuis (GroenLinks): Dat bestrijd ik ook niet. Sterker nog, ik vind ook dat een publieke omroep op internet hoort te zitten. Het gaat er mij niet om of ze op internet horen te zijn. Het gaat er mij om wat ze er doen. Ik vind het schier onnodig dat ze concurreren met andere commerciële organisaties, eenzelfde product aanbieden, van belastinggeld terwijl ik denk: zorg nu echt voor die pluriformiteit en doe precies wat we belangrijk vonden met zijn allen. En dat is wat de commerciële omroepen nu eenmaal niet doen. Daarom gaat het en daar is ook publiek voor. Ik ben er in deze commerciële wereld, een wereld waarin publiek en commercieel naast elkaar bestaan, wel degelijk voor om complementair te gaan werken en niet altijd supplementair.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: De wet geeft aan dat er een brede opdracht ligt. Die brede opdracht is er niet zomaar. Die brede opdracht is er om ervoor te zorgen dat mensen daadwerkelijk gebruikmaken van de taak waarin de publieke omroep zich onderscheidt en dat het publiek ook naar de publieke omroep toegaat. Daarvoor is die brede invalshoek nodig. Je moet mensen aan je binden om vervolgens je brede product neer te kunnen zetten. Internet hoort daarbij. Op het moment dat de mensen op de app van internet iets zien, zeggen ze ook: wacht, ik wil hier ook het NOS-journaal eens goed bekijken. Die wisselwerking moet er naar mijn idee zijn. Nogmaals, het wordt getoetst door het CvdM op basis van de grote wetswijziging in 2008 waarin internet en alle commerciële partijen die daarop zitten, meegewogen zijn. Toen is die keuze gemaakt.

De heer Braakhuis (GroenLinks): Dan stel ik wel vast dat de minister eigenlijk zegt dat er inderdaad staatsgesteunde concurrentie is voor de commerciële omroepen.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Deze minister doet niets anders dan de wet uitvoeren waarmee GroenLinks indertijd zelf heeft ingestemd. Niet meer en niet minder. Soms sta je ergens niet achter – daarover hebben we de afgelopen weken discussies gehad – en soms sta je ergens wel achter. Hier sta ik voor de volle 100% achter en het is bovendien de wet; en de Kamer gaat over de wet.

Radio 5 naar de Wereldomroep is een creatief idee, maar ik denk dat de huidige gebruikers van Radio 5 het niet zo'n goed idee vinden. Overigens vind ik de heer Bosma met zijn grote globale denken hier toch echt een provinciaaltje. Als we niet verder komen dan de Gotthardtunnel ... Sorry, zelfs ik ga verder weg terwijl ik toch erg gehecht ben aan mijn kleine dorpje en de koeien daar.

De heer Bosma (PVV): Wat mij betreft mag de ecologische voetafdruk van de AM 747 nog verder gaan dan de Gotthardtunnel, maar dan is de minister wel half Saudie-Arabië kwijt aan dieselolie.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Daarvan heb ik te weinig verstand en daarbij laat ik het even.

Geen bezuinigingen bij de omroepen maar wel bij de voorlichters; dat vind ik zo plezierig van de SP. Er zijn al veel mensen wegbezuinigd. Het aantal voorlichters is van 800 naar 600 gegaan. Dat toch mooi een vierde. Misschien gaat de heer Van Dijk als de SP straks aan het bewind is nog wel meer bezuinigingen. Dan kan er opnieuw naar voorlichters gekeken worden, maar ik denk dat er al best veel zijn uitgegaan.

De heer Jasper van Dijk (SP): Het is crisis en we hebben geen geldboom. We moeten dus echt goed bekijken waar we nog kunnen bezuinigen.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik hoor het de SP zeggen.

De heer Jasper van Dijk (SP): Schrijf het maar goed op.

De voorzitter: Kan dit in een motie gegoten worden?

De heer Jasper van Dijk (SP): Reken maar. Ik stel een halvering van het aantal voorlichters voor.

De voorzitter: Dat was een stelling. De minister vervolgt haar betoog.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik zie met warme belangstelling een en ander van de heer Braakhuis tegemoet, maar ik denk inderdaad dat het goed is dat de staatssecretaris van Financiën het even goed bekijkt. In algemene zin geldt altijd: benut de aanwezige kansen, maar ik moet heel netjes zeggen dat het kabinet vindt dat we mee moeten met Europa zoals we dat afgesproken hebben.

De Kamer wil de experimenteerregel goed besproken hebben. Dat komt goed uit want de wet gaat binnenkort naar de Raad van State en komt daarna hopelijk spoorslags naar de Kamer. Die kan de Kamer dan in volle omvang bespreken.

De heer Haverkamp (CDA): U bent nu bezig met het schrijven van die wet. Mijn verzoek is om niet te veel bij het CvdM neer te leggen, aangezien we als Kamer hierover natuurlijk ook graag praten. Dat heeft u vandaag ook mogen ervaren.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: U bedoelt dat ik die wet heel gedetailleerd moet maken? De Kamer kan niet toetsen. Het spijt me, maar daarvoor hebben we een onafhankelijke organisatie. Ik moet er niet aan denken dat de Kamer gaat toetsen. Ik acht de Kamer hoog, maar ik wil het haar niet aandoen.

De heer Haverkamp (CDA): Dat is terecht. De Kamer moet de kaders vaststellen. Ik constateer alleen in de mooie pakken papier die we hebben gekregen met de antwoorden dat heel veel kaders nu vastgesteld worden door het CvdM. Als dat niet zo is, heb ik het verkeerd begrepen waarvoor mijn excuses.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Het gaat altijd op basis van de wet. Ik kan de heer Haverkamp aanbevelen om tijdens de zomervakantie de wet van 2008 nog eens goed door te nemen. Hij zal verrast staan hoeveel kaders en restricties daarin gegeven worden. We zullen weer netjes proberen het bij de wetgeving zo te doen dat het CvdM niet zijn eigen goddelijke gang kan gaan, maar de geest van de wet ter uitvoering brengt.

De heer Van Dam heeft geen vragen maar een paar statements.

De heer Van Dam (PvdA): Ik had nog een vraag over Digitenne, of ik dat verhaal goed begrepen had.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ja, dat heeft u goed begrepen. Ik dacht dat u voor uzelf zei dat u het goed begrepen had.

Mevrouw Van Miltenburg refereert aan de twee toezeggingen die ik heb gedaan. We zullen de lokale omroep zeker steunen. Dat is ook de reden dat we wel aan de tafel zaten toen er afspraken werden gemaakt en dat is ook de reden dat ik de OLON zelf ondersteun via een financiële bijdrage. Ik hecht eraan dat de OLON goed georganiseerd is en betrokken zal blijven.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Die twee toezeggingen heeft de minister in de eerste termijn gedaan. In de tweede termijn heb ik gevraagd of de minister ook de casus wil bekijken waarbij Radio 538 aangeeft dat ze geen Ster-reclame kan inkopen en om dat koppelen aan de reclame die de NOS maakt.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: De mores tussen de media is dat men niet bij elkaar adverteert. Dat is ook de mores die de Ster hanteert. De Volkskrant adverteert niet bij De Telegraaf en andersom. Daarom gebeurt het niet. Dat zit erachter.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): De Ster mag dus weigeren?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ja, de Ster is een onafhankelijke organisatie. Dit is de hoofdlijn die men daarbij volgt.

De heer Bosma (PVV): De Ster is inderdaad een onafhankelijke organisatie, maar er zitten twee vertegenwoordigers van het ministerie in het bestuur van de Ster. Wat De Telegraaf doet, moet De Telegraaf weten, maar dit is zeer nauw gelieerd aan het ministerie en de publieke omroep.

De voorzitter: Dit is een stelling en geen vraag. De heer van der Ham heeft wel een vraag.

De heer Van der Ham (D66): Ik borduur even voort op wat mevrouw Van Miltenburg en de heer Bosma zeggen. Ik kan me er iets bij voorstellen dat de Ster mag zeggen dat ze geen reclames gaan uitzenden omdat het niet in overeenstemming is met de zeden of allerlei andere inhoudelijke zaken. Wanneer er echt een commerciële partij wordt uitgesloten, gaat dat me een beetje te ver. Dan moeten daarvoor wel gegronde redenen zijn. Als kranten iets kunnen weigeren en dat ook zullen doen, is er toch iets minder aan dan hand dan als een publiek orgaan als de publieke omroep dat doet. Deelt de minister dit met mij?

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik ga in op de punten die naar voren gebracht worden. Het ministerie van OCW is slechts met twee mensen waarnemer en niet medebeslisser bij de Ster. Dat is conform de wet. De Ster heeft een eigen beleid en mag toetsen of men reclames wel of niet toelaat. Dit is inderdaad een gebruik, maar ik moet zeggen dat ik ook mijn wenkbrauwen optrek. Dit is misschien een mooie uitsmijter voor mevrouw Van Miltenburg, maar vooral voor de heer Van der Ham die dit nog eens naar voren brengt: ik zal dit ook nagaan.

De voorzitter: Ik zal even met de minister kortsluiten wanneer de Kamer hierover bericht krijgt. Ik probeer altijd de toezeggingen die de minister aan de Kamer doet te voorzien van een datum.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik neem het mee in de brief over de mediabegroting. Dat lijkt me een goed idee. Ik heb net iets tegen de heer Van Dam gezegd wat niet helemaal goed was. De gemeente is degene die men aan moet spreken voor de financiering, het ministerie van ELI is voor de restfrequenties.

De voorzitter: Dan zijn we nu gekomen aan het einde van de tweede termijn en de beantwoording van de minister. Er zijn een aantal toezeggingen gedaan.

  • De minister heeft toegezegd dat zij de minister van Veiligheid en Justitie zal vragen te reflecteren op de handhaafbaarheid van de wet auteursrecht in relatie tot internetactiviteiten en in het bijzonder op de exceptie voor vrije nieuwsgaring. Ze zal de Kamer daarover informeren door middel van een brief bij de begrotingsbehandeling na de zomervakantie.

De heer Haverkamp (CDA): Mijn fractie zou het prettig vinden als de informatie komt als ook het wetsvoorstel voor de publieke omroep naar de Kamer komt.

Minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Er is een dikke kans dat die brief net iets eerder komt dan het wetsvoorstel. Dat voorstel moet eerst nog naar de Raad van State.

De voorzitter: De informatie komt met de begroting en anders kan de Kamer er altijd weer om vragen bij de behandeling van het wetsvoorstel.

  • De minister heeft toegezegd dat ze het CvdM voor de Media zal verzoeken een oordeel te geven over de ondersteuning van de NPO van de activiteiten van FunX en de Kamer daarover informeren gelijktijdig met de eerder genoemde brief.

  • De minister heeft toegezegd dat de Kamer begin 2013 een evaluatie ontvangt van de financiering van de lokale omroep door de gemeente.

  • De minister heeft toegezegd dat in de wijziging van de Mediawet ook de mogelijkheid wordt meegenomen om driejarige experimenten te starten voor pps-constructies, gemonitord door het CvdM.

  • De minister heeft toegezegd de Kamer bij de mediabrief te informeren over de wijze van opereren bij de Ster.

Ik stel vast dat de heer Van Dijk als eerste heeft gevraagd om een VAO. Dat zullen we aanmelden.

Ik dank de minister en haar medewerkers voor hun aanwezigheid en hun inbreng, de belangstellenden op de publieke tribune en mijn collega's en ik sluit dit overleg.