Gepubliceerd: 12 mei 2011
Indiener(s): Marja van Bijsterveldt (minister onderwijs, cultuur en wetenschap) (CDA)
Onderwerpen: hoger onderwijs onderwijs en wetenschap
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32770-2.html
ID: 32770-2
Wijzigingen: 32770-7

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is maatregelen te treffen ter bestrijding van het ten onrechte ontvangen van de uitwonendenbeurs, en dat het daartoe wenselijk is onder meer toezicht op de uitwonendenbeurs uit te breiden alsmede ter zake een bestuurlijke boete in de Wet studiefinanciering 2000 op te nemen;

dat in verband hiermee wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 noodzakelijk is;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet studiefinanciering 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

De definities van thuiswonende studerende en uitwonende studerende komen te luiden:

thuiswonende studerende:

studerende die niet een uitwonende studerende is,

uitwonende studerende:

studerende die voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 1.5,.

B

Artikel 1.5 komt te luiden:

Artikel 1.5. Verplichtingen uitwonende studerende

Voor het normbedrag voor een uitwonende studerende komt in aanmerking de studerende die voldoet aan de volgende verplichtingen:

  • a. de studerende woont op het adres waaronder hij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven, en

  • b. het woonadres, bedoeld onder a, van de studerende is niet het adres waaronder zijn ouders of een van hen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat of staan ingeschreven.

C

Artikel 1.7, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b vervalt «en»,

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door «, en» wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. in contacten met de toezichthouders, bedoeld in artikel 9.1a.

D

Na artikel 9.1 worden twee artikelen ingevoegd, luidend:

Artikel 9.1a. Toezicht in verband met artikel 1.5

  • 1. Met het toezicht op de naleving van artikel 1.5 zijn belast:

    • a. de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren of andere personen,

    • b. de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.

  • 2. Indien de ambtenaren of andere personen, bedoeld in het eerste lid, onder a, die worden aangewezen, ressorteren onder een andere minister, wordt het besluit samen met die minister genomen.

  • 3. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  • 4. De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 9.1b. Informatie-uitwisseling

  • 1. De toezichthouders, bedoeld in artikel 9.1a, en Onze Minister wisselen de persoonsgegevens en inlichtingen uit die nodig zijn voor de uitoefening van het toezicht onder vermelding van het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het onderwijsnummer van de studerende op wie de persoonsgegevens of inlichtingen betrekking hebben.

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze van verstrekking van persoonsgegevens en inlichtingen op grond van het eerste lid en wordt een nadere specificatie gegeven van de persoonsgegevens en inlichtingen die op grond van het eerste lid worden verwerkt.

E

Aan artikel 9.2, derde lid, wordt een volzin toegevoegd, luidende:

De inlichtingen, bedoeld in de eerste volzin, omvatten niet het doorgeven van een wijziging van het adres als bedoeld in de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.

F

Het opschrift van paragraaf 9.3 komt te luiden:

Paragraaf 9.3. Bestuursrechtelijke geldschulden en bestuurlijke boete

G

Het opschrift van artikel 9.7 komt te luiden:

Artikel 9.7. Niet verstrekken inlichtingen door instelling over studievoortgang

H

Het opschrift van artikel 9.8 komt te luiden:

Artikel 9.8. Niet verstrekken inlichtingen door instelling over langdurige afwezigheid deelnemers

I

Na artikel 9.8 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 9.9. Niet voldoen aan verplichtingen artikel 1.5 door studerende

  • 1. Indien een studerende het normbedrag voor een uitwonende studerende toegekend heeft gekregen maar niet heeft voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 1.5, kan Onze Minister hem een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste 50 procent van het bedrag dat van de studerende in verband daarmee wordt teruggevorderd bij een herziening.

  • 2. De herziening vindt plaats met ingang van de dag waarop de studerende zijn laatste adreswijziging heeft doen inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens. Indien de ouders van de studerende of een van hen zich na de laatste adreswijziging, bedoeld in de vorige volzin, heeft doen inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op hetzelfde woonadres als de studerende, dan vindt de herziening plaats met ingang van de dag van deze inschrijving.

  • 3. Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan Onze Minister de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn.

Artikel 9.9a. Geen aanspraak meer bij tweede maal niet voldoen aan verplichtingen artikel 1.5

  • 1. Indien Onze Minister de studerende een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 9.9, eerste lid, heeft opgelegd en de studerende heeft, nadat voormelde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden, voor een tweede maal niet voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 1.5, kan Onze Minister hem een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste 100 procent van het bedrag dat van de studerende in verband daarmee wordt teruggevorderd bij een herziening.

  • 2. De herziening vindt plaats met ingang van de dag na de laatste dag van de periode waarop de herziening, bedoeld in artikel 9.9, eerste lid, ziet of, indien dit een latere datum betreft, de dag waarop de studerende zijn laatste adreswijziging heeft doen inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens. Indien de ouders van de studerende of een van hen zich na de laatste dag van de periode waarop de herziening, bedoeld in artikel 9.9, eerste lid, ziet of na de laatste adreswijziging, bedoeld in de vorige volzin, heeft doen inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op hetzelfde woonadres als de studerende, dan vindt de herziening plaats met ingang van de dag van deze inschrijving.

  • 3. Indien Onze Minister de studerende een boete als bedoeld in het eerste lid heeft opgelegd kan hij tevens beslissen dat elke aanspraak op studiefinanciering vervalt.

  • 4. Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan Onze Minister de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn.

J

In artikel 12.1a wordt «in afwijking van artikel 1.5» vervangen door: in afwijking van artikel 1.5, zoals dat artikel luidde op 31 december 2011,.

ARTIKEL II INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,