Kamerstuk 32710-IXB-4

Memorie van toelichting

Dossier: Jaarverslag en slotwet Ministerie van Financiën 2010

Gepubliceerd: 18 mei 2011
Indiener(s): Jan Kees de Jager (minister financiën) (CDA)
Onderwerpen: begroting financiën
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32710-IXB-4.html
ID: 32710-IXB-4

Nr. 4 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2010 wijzigingen aan te brengen in:

  • a. de departementale begrotingsstaat van het ministerie van Financiën (IXB);

  • b. de begrotingsstaten inzake de baten-lastendiensten Domeinen Roerende Zaken en Rijksvastgoed-en Ontwikkelbedrijf van dit ministerie.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De minister van Financiën,

mede namens

de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

J. C. de Jager

B. BEGROTINGSTOELICHTING

I. Toelichting departementale begrotingsstaat van het ministerie van Financiën

Slotwetmutaties worden toegelicht voorzover deze op artikelniveau groter zijn dan 5% van het beschikbare bedrag na 2de suppletoire begroting en daarnaast groter zijn dan € 2,5 mln.

Per artikel wordt op de belangrijkste onderdelen een toelichting gegeven (waardoor de som van de afzonderlijke artikelonderdelen kan afwijken van het artikeltotaal).

Beleidsartikel 1 Belastingen

Uitgaven (– € 27,0 mln.) en verplichtingen (– € 95,8 mln.)

Heffings- en invorderingsrente (– € 34,0 mln.)

Door de lage rentetarieven gedurende 2010 zijn de uitgaven € 34,0 mln. lager uitgekomen.

Apparaatsuitgaven (+ € 8,3 mln.)

Dit betreft het saldo van extra uitgaven vanwege vergoeding proceskosten (+ € 0,6 mln.), extra uitgaven apparaat (+ € 7,8 mln.) en een aantal relatief kleine (technische) mutaties en overboekingen van in totaal – € 0,3 mln.

Ontvangsten (– € 1,78mrd.)

Belastingontvangsten (– € 1,74 mrd.)

Met ingang van de Miljoenennota 2005 worden de belastingontvangsten toegelicht in de Voorjaarsnota, Najaarsnota, Voorlopige Rekening en het Financieel Jaarverslag van het Rijk.

Voor een toelichting op de mutaties in de afdracht van het Gemeente- en Provinciefonds en het BTW-compensatiefonds wordt verwezen naar de slotwetten van de betreffende fondsen.

De aansluiting met de bedragen in het jaarverslag IXB 2010 (beleidsartikel 1, tabel budgettaire gevolgen van beleid) is als volgt:

Tabel: aansluiting met jaarverslag, beleidsartikel 1 (x € 1 000)
 

Stand ontwerpbegroting

Stand 1e suppletoire begroting

Stand 2e suppletoire begroting

Mutaties slotwet

Realisatie 2010

Totaal belastingontvangsten

131 637 629

133 551 696

136 465 450

– 1 983 695

134 481 755

–/– Afdracht Gemeentefonds

– 18 046 569

– 18 421 667

– 18 630 735

– 249 634

– 18 381 101

–/– Afdracht Provinciefonds

– 1 302 485

– 1 417 663

– 1 481 355

1 278

– 1 482 633

–/– Afdracht BTW-Compensatiefonds

– 2 670 403

– 2 648 903

– 2 780 270

9 160

– 2 789 430

      

Belastingontvangsten IXB

109 618 172

111 063 463

113 573 090

– 1 744 449

111 828 591

Verschillen hebben betrekking op afrondingen

Niet-belastingontvangsten (– € 34,0 mln.)

Heffing- en invorderingsrente (– € 67,8 mln.)

De realisatie is € 67,8 mln. lager uitgekomen. De belangrijkste oorzaak hiervoor is de lage rentetarieven gedurende 2010.

Overige programmaontvangsten (+ € 30,6 mln.)

Dit betreft het saldo van extra ontvangsten aan doorberekende kosten vervolging (+ € 7,1 mln.), extra ontvangen schikkingen (+ € 2,4 mln.) en hogere boeteontvangsten (+ € 21,1 mln.).

Apparaatsontvangsten (+ € 3,3 mln.)

De extra ontvangsten komen voort uit doorbelaste uitgaven voor werkzaamheden derden.

Verschillen hebben betrekking op afrondingen.

Beleidsartikel 2 Financiële markten

Uitgaven (+ € 57,6 mln.) en verplichtingen (– € 160,95 mld.)

Garantieverplichting uit hoofde van de 200 mld. bancaire garantieregeling (– € 161,0 mld.)

De garantieregeling bancaire leningen was tot 31 december 2010 verlengd. Per deze datum is ook de regeling beëindigd. Hiermee komt het restant van het garantieplafond,  inclusief de ruimte onder dit plafond dat is vrijgevallen als gevolg van vervallen garanties (– € 8,1 mld.), te vervallen.

Garantie en waarborg NWB (– € 6,3 mln.)

Deze mutatie betreft een technische overheveling van de openstaande garantieverplichting voor de Nederlandse Waterschapsbank (NWB) van beleidsartikel 2 Financiële Markten naar beleidsartikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector.

Afname munten in circulatie (uitgaven en verplichtingen + € 65,7 mln.)

De muntverwerkers hebben bij de Nederlandsche Bank (DNB) munten afgestort. De nominale waarde van deze munten wordt door Financiën aan DNB vergoed.

Muntcirculatie (uitgaven – € 7,7 mln. en verplichtingen – € 10,4 mln.)

Doordat er minder munten ten behoeve van de circulatie zijn aangemaakt zijn de grondstofkosten en de overige kosten in 2010 lager.

Ontvangsten (– € 2,9 mln.)

Ontvangsten muntwezen (– € 2,9 mln.)

In 2010 werd minder ontvangen betreffende de uitgifte van bijzondere munten, muntsetjes en royalty's dukaten.

Beleidsartikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector

Verplichtingen (– € 31,44 mld.)

Verplichting ING Back-up facility (+ € 1,25 mld.)

In 2009 is de Staat een Illiquid Assets Back-up Facility overeengekomen met ING. Als gevolg daarvan is er voor de Staat een meerjarige betalingsverplichting aan ING ontstaan. De omvang van deze verplichting in euros is toegenomen door de depreciatie van de euro ten opzichte van de dollar in 2010 (+ € 1,25 mld.). De openstaande verplichting ultimo 2010 is € 13,1 mld.

Garantieverplichting Capital Relief Instrument (– € 32,61 mld.)

Op verzoek van ABN AMRO is de garantie van de Staat op een deel van de Nederlandse hypothekenportefeuille van ABN AMRO in 2010 beëindigd, waardoor de verplichting in zijn geheel is komen te vervallen.

Garantieverplichting staatsdeelnemingen (– € 168,3 mln.)

Bij de verkoop van 2/3 van de aandelen in Connexxion zijn er door de Staat garanties en vrijwaringen afgegeven. Een gedeelte van deze verplichtingen is in 2010 komen te vervallen. Daarnaast heeft de NS een gedeelte van haar leningen die ze bij Eurofima had uitstaan afgelost, waardoor de verplichting van de Staat is afgenomen.

Uitgaven (+ € 404,4 mln.)

Kapitaalstorting coupon MCN’s (+ € 103,0 mln.)

De mandatory convertible notes van € 2,6 miljard zijn inclusief de niet ontvangen couponbetalingen van € 104,4 mln. bij separatie geconverteerd in aandelenkapitaal. Op basis van de regeling niet geldelijke betalingen en ontvangsten zijn deze coupons als een uitgave verwerkt in de departementale begrotingsadministratie.

Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen (– € 10,1 mln.)

De advieskosten in het kader van de kredietcrisis vallen mee. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door lager dan verwachte kosten ten aanzien van de projecten – onder andere EC Remedy – die verband houden met ABN AMRO.

Zuidas (– € 4,0 mln.)

Er is budget beschikbaar gesteld voor de mogelijke verrekening met Amsterdam van de voorbereidingskosten van Zuidas projectbureau 2008. Dit project kan pas starten na het nemen van een besluit over het zogenaamde Dokmodel. Dit besluit is nog niet genomen, derhalve is het budget nog onbenut gebleven.

ING Back-up facility, funding fee (+ € 316,0 mln.)

De ontvangsten in de tweede helft van 2010 zijn door vervroegde aflossingen hoger dan geraamd in de 2e suppletoire begroting voor 2010. Doordat elke dollar die binnenkomt wordt gebruikt om de verplichting aan ING (versneld) te voldoen, is ook de funding fee hoger dan geraamd.

Ontvangsten (+ € 870,9 mln.)

Winstafdracht DNB (+ € 264,7 mln.)

De stijging van de winstafdracht is voornamelijk veroorzaakt door resultaten bij verkoop van obligaties.

Afdrachten Staatsloterij (+ € 18,4 mln.)

Hoger dan verwachte verkoop van (oudejaars)loten heeft tot een hogere omzet bij de staatsloterij geleid.

Dividend staatsdeelnemingen (+ € 6,0 mln.)

De meevaller bij de dividenden wordt veroorzaakt door meevallende resultaten van Schiphol.

Premie-inkomsten counter indemnity (+ € 6,4 mln.)

Het definitieve betalingsschema heeft tot een vervroegde betaling van de premie geleid, wat heeft geresulteerd in hoger dan verwachte ontvangsten in 2010.

ING Back-up facility, portefeuille ontvangsten (+ € 317,1 mln.)

De portefeuille ontvangsten zijn door vervroegde aflossingen hoger dan geraamd in de 2e suppletoire begroting voor 2010.

Rente-ontvangsten Mandatory Convertible Note (+ € 103,0 mln.)

De mandatory convertible notes van € 2,6 miljard zijn inclusief de niet ontvangen couponbetalingen van € 103,0 mln. bij separatie geconverteerd in aandelenkapitaal. Op basis van de regeling niet geldelijke betalingen en ontvangsten zijn deze coupons als een ontvangst verwerkt in de departementale begrotingsadministratie.

Beleidsartikel 4 Internationale financiële betrekkingen

Verplichtingen (+ € 1,16 mld.)

Garantieverplichting IFI’s (+ € 277,1 mln.)

De aanpassing van deze garantieverplichting wordt voornamelijk veroorzaakt door wisselkoersbijstellingen van garanties aan de Wereldbank (+ € 238,5 mln.) en een bijstelling van de garanties aan de EIB uit hoofde van de Lomé en Cotonou overeenkomsten (+ € 38,7 mln.).

Garantieverplichting DNB (+ € 0,88 mld.)

Deze mutatie betreft een aanpassing van de omvang van de garanties aan DNB uit hoofde van het IMF i.v.m. wisselkoersbijstelling (+ € 1,0 mld.) en het onbenut blijven van de stelpostraming voor mogelijke deelname door DNB in de door de Bank voor Internationale Betalingen (BIS) te verstrekken kredietfaciliteiten (– € 0,1 mld.).

Uitgaven (– € 552,7 mln.)

Lening aan Griekenland (– € 552,4 mln.)

Doordat de derde tranche van de lening aan Griekenland niet in 2010 maar in 2011 wordt uitgekeerd, is de uitgave lager dan begroot.

Ontvangsten (– € 16,3 mln.)

Renteontvangsten lening Griekenland (– € 15,1 mln.)

De realisatie van de ontvangsten van rente en service fee voor de leningen aan Griekenland is in 2010 lager uitgevallen dan aanvankelijk werd geraamd. Dit komt doordat de derde tranche niet uitgekeerd is in 2010 maar uitgekeerd wordt in 2011 (zie ook Kamerbrief met kenmerk BFB 2010 – van 14 december 2010 m.b.t. Tweede Review hervormingsprogramma Griekenland). Daarnaast is de tweede tranche relatief laat uitgekeerd in het derde kwartaal van 2010, waardoor er over minder dagen rente berekend is dan aanvankelijk was geraamd.

Beleidsartikel 5 Exportkredietverzekering en investeringsgaranties

Verplichtingen (– € 12,28 mld.)

In de ontwerpbegroting zijn stelpostramingen opgenomen voor de maximaal te verstrekken garanties (verplichtingenplafond). De realisatie van de verplichtingen betreft het saldo van verleende en vervallen garanties.

Garantieverplichting exportkredietverzekering (– 10,13 mld.)

Het jaarlijkse plafond voor de EKV bedraagt € 11,33 miljard. In 2010 is er voor € 4,62 mld. aan nieuwe verplichtingen aangegaan en is € 3,42 mld. aan verplichtingen vervallen. In 2010 bedraagt het saldo van nieuwe en vervallen garanties € 1,20 miljard. Deze mutatie betreft het afboeken van het restant deel van het verplichtingenplafond.

Garantieverplichting Regeling Investeringen (– € 503,0 mln.)

Het jaarlijkse plafond voor de Regeling Investeringen bedraagt € 453,8 mln. In 2010 is er voor € 22,3 mln. aan nieuwe verplichtingen aangegaan en is € 71,6 mln. aan verplichtingen vervallen. In 2010 bedraagt het saldo van nieuwe en vervallen garanties – € 49,2 mln. Deze mutatie betreft het afboeken van het restant deel van het verplichtingenplafond.

Garantieverplichting Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA) (– € 150,0 mln.)

Het jaarlijkse plafond voor de MIGA bedraagt € 150,0 mln. In 2010 is er geen beroep gedaan op de MIGA faciliteit.

Garantieverplichting Omzetpolissen (– € 1,49 mld.)

De regeling voor de omzetpolissen is in 2009 in werking getreden. Het plafond van deze regeling was € 1,5 miljard. In 2010 is er voor € 44,1 mln. aan nieuwe verplichtingen aangegaan en is € 48,8 mln. aan verplichtingen vervallen. Het saldo van verleende en vervallen verplichtingen bedraagt – € 4,4 mln. De totale uitstaande garantieverplichting ultimo 2010 bedraagt € 10,6 mln. Deze regeling is van rechtswege geëindigd per 31 december 2010. Hiermee komt het restant van het plafond te vervallen.

Uitgaven (– € 41,3 mln.)

Schade-uitkeringen EKV (– € 43,9 mln.)

Mede door de schadebeperkende maatregelen die zijn getroffenen de aantrekkende wereldeconomie, zijn de concrete schade-uitkeringen lager dan eerder werd aangenomen.

Kostenvergoeding Atradius DSB (– € 2,7 mln.)

De kostenvergoeding bestaat voor een deel uit variabele componenten; doordat de premieontvangsten lager en de schade-uitkeringen hoger waren dan verwacht is de kostenvergoeding lager dan initieel werd aangenomen. Met ingang van 2010 is de nieuwe kostenvergoeding van kracht geworden; deze nieuwe kostenvergoedingregeling is structureel lager.

Uitgaven SENO-GOM (+ € 5,9 mln.)

Sinds 1 januari 2009 is de SENO-GOM portefeuille volledig geïntegreerd in de EKV. Voor de lopende SENO-GOM dossiers is dit jaar voor € 0,5 mln. uitgekeerd aan schades. Het batig/negatief saldo van de uitgaven en de ontvangsten wordt toegevoegd/onttrokken aan de begrotingsreserve. Dit jaar bedraagt het batig saldo € 5,4 mln.; dit saldo is toegevoegd aan de begrotingsreserve.

Ontvangsten (+ € 12,1 mln.)

Premieontvangsten (– € 9,6 mln.)

Een aantal exporttransacties, waarvan de eerdere verwachting was dat deze nog in 2010 in verzekering zouden worden genomen, zijn nog niet in werking getreden. Hierdoor zijn de premies lager uitgevallen dan verwacht.

Recuperaties EKV (+ € 15,8 mln.)

Met name doordat Dubai zich aan de betalingsafspraken heeft gehouden, zijn de schaderestituties hoger uitgekomen dan geraamd.

Ontvangsten SENO-GOM (+ € 5,9 mln.)

In 2010 is voor € 5,7 mln. ontvangen aan premies en voor € 0,2 mln. ontvangen uit recuperaties.

Beleidsartikel 7 Beheer materiële activa

Verplichtingen (– € 26,7 mln.) en uitgaven (– € 25,4 mln.)

Apparaat (uitgaven – € 3,0 mln.; verplichtingen – € 3,5 mln. )

Door efficiënter werken van het RVOB zijn de apparaatskosten lager dan geraamd.

Anticiperende aankopen (– € 10,0 mln.)

Na de tweede suppletoire is er geen beroep gedaan op de leenfaciliteit anticiperende aankopen.

Overige programma-uitgaven (uitgaven – € 1,9 mln.; verplichtingen – € 0,7 mln.)

De beheerskosten van het gebiedsontwikkelingsproject Valkenburg vielen mee.

Onderhouds- en beheerskosten (uitgaven – € 4,8 mln.; verplichtingen – € 4,6 mln.)

De aanschaf van safehouses (€ 2 mln.) is uitgesteld naar 2011 en er is minder uitgegeven aan pachtafkopen (€ 2 mln.).

Zakelijke lasten (– € 5,1 mln.)

Deze mutatie wordt voornamelijk veroorzaakt doordat nog niet voor alle waterschapslasten het RVOB facturen heeft ontvangen (€ 2,6 mln.) en bij de OZB is op advies van de landsadvocaat uitstel van betaling gevraagd voor een groot object (€ 1,6 mln.).

Ontvangsten (+ € 17,2 mln.)

Verkoop onroerende zaken (+ € 16,1 mln.)

Een aantal verkopen van onroerende zaken is gerealiseerd in 2010 in plaats van 2011.

Overige programma-ontvangsten (+ € 2,5 mln.)

Deze mutatie wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de OZB ontvangsten van de Rijksgebouwendienst (+ € 2,1 mln.) hoger zijn dan geraamd.

Beleidsartikel 8 Begrotingsbeleid

Verplichtingen (– € 1,5 mln.)

Ontvangsten (+ € 2,1 mln.)

Niet-beleidsartikel 9 Algemeen

Verplichtingen (– € 1,3 mln.)

Uitgaven (– € 3,5 mln.)

Apparaatsuitgaven (– € 3,5 mln.)

De wijziging ten opzichte van de 2e suppletoire begroting wordt voornamelijk verklaard doordat vooruitlopend op de Bekker-taakstelling van 2011 een deel hiervan al in 2010 is gerealiseerd.

Ontvangsten (+ € 5,4 mln.)

Apparaatsontvangsten (+ 5,4 mln.)

De hogere ontvangsten worden verklaard door uitgeleend personeel aan derden en hogere ontvangsten van de Rijks Auditdienst als gevolg van meer verrichte werkzaamheden voor derden.

Niet beleidsartikel 10 Nominaal en onvoorzien

Verplichting en uitgaven (– € 2,9 mln.)

Nominaal en onvoorzien (– € – 2,9 mln.)

De post onvoorzien was geraamd om onzekere ontwikkelingen op te vangen. Dit bedrag was dit jaar niet noodzakelijk voor specifieke problematiek binnen de begroting IXB.

II. Toelichting begrotingsstaat inzake de baten-lastendiensten

Domeinen Roerende Zaken

Suppletoire begroting 2010 (slotwet)

Exploitatieoverzicht: Opbouw vanaf de stand ontwerpbegroting naar de stand van de slotwet (x € 1000)

 

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Slotwetmutaties (+ of –) (+ = tekortschietend to.v. geraamd bedrag)

Baten

   

Opbrengst moederdepartement

200

552

352

Opbrengst overige departementen

11 109

11 872

763

Opbrengsten derden

2 885

3 342

457

Rentebaten

60

30

– 30

Bijzondere baten

0

238

238

Totaal baten

14 254

16 034

1 780

    

Lasten

   

Apparaatskosten

   

– Personele kosten

4 455

4 536

81

– Materiële kosten

8 947

9 584

637

Rentelasten

41

19

– 22

Afschrijvingskosten

   

– Materieel

715

546

– 169

– Immaterieel

89

19

– 70

Overige lasten

   

– Dotaties voorzieningen

0

1 252

1 252

– Buitengewone lasten

0

23

23

Totaal lasten

14 247

15 979

1 732

    

Saldo van baten en lasten

7

55

48

Baten (+ € 1,8 mln.)

De hogere baten bestaan voornamelijk uit opbrengsten verwerking executoriaal in beslag genomen voertuigen (+ € 0,3 mln.), opbrengsten schonen datadragers (+ € 0,3 mln.), opbrengsten derden (€ 0,5 mln) en diverse relatief kleine meeropbrengsten.

Lasten (+ € 1,7 mln.)

In de voorzieningen is een bedrag opgenomen van € 1.3 mln. voor de afkoop van vestiging Veldhoven (deze vestiging is per 1 september 2010 gesloten). Het betreft de huurkosten voor 2011.

Domeinen Roerende Zaken

Suppletoire begroting 2010 (slotwet)

Kasstroomoverzicht per 31 december 2010: Opbouw vanaf de stand ontwerpbegroting naar de stand van de slotwet (x € 1 000)
 

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1. Rekening-courant RHB 1 januari 2010

4 867

4 867

0

2. Totaal kasstroom uit operationele activeiten

811

3 513

2 702

    

3a.Totaal investeringen –/–

– 1 000

– 521

479

3b.Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

26

26

3. Totaal investeringskasstroom

– 1 000

– 495

505

    

4a. Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–)

0

– 3 297

– 3 297

4b. Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

4c. Aflossingen op leningen (–/–)

– 434

– 89

345

4d. Beroep op leenfaciliteit (+)

800

0

– 800

4. Totaal financieringskasstroom

366

– 3 386

– 3 752

    

5. Rekening-courant RHB 31 december 2010 (1+2+3+4)

5 044

4 499

– 545

Baten-lastendienst RVOB

Suppletoire begroting 2010 (slotwet)

Exploitatieoverzicht: Opbouw vanaf de stand ontwerpbegroting naar de stand van de slotwet (x € 1000)
 

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Slotwetmutaties (+ of –) (+ = tekortschietend to.v. geraamd bedrag)

Baten

   

Opbrengst moederdepartement

22 904

22 595

– 309

Opbrengst overige departementen

750

142

– 608

Opbrengsten derden

750

629

– 121

Rentebaten

20

19

– 1

Bijzondere baten

 

0

0

Totaal baten

24 424

23 385

– 1 039

    

Lasten

   

Apparaatskosten

   

– Personele kosten

16 682

15 597

– 1 085

– Materiële kosten

6 893

5 280

– 1 613

Rentelasten

64

16

– 48

Afschrijvingskosten

672

375

 

– Materieel

665

351

– 314

– Immaterieel

7

24

17

Overige lasten

   

– Dotaties voorzieningen

0

1 002

1 002

– Buitengewone lasten

0

0

0

Totaal lasten

24 311

22 270

– 2 041

    

Saldo van baten en lasten

113

1 115

1 002

Baten (– € 1,0 mln.)

In de begroting was rekening gehouden met opbrengsten vanuit het voormalige GOB (ongeveer € 500). Door de overgang naar het RVOB zijn de gerealiseerde opbrengsten verantwoord bij het moederdepartement terwijl deze in de begroting onder «opbrengst overige departementen» zijn opgenomen. Daarnaast zijn er door andere departementen minder taxatieopdrachten verstrekt.

Lasten (– € 2,0 mln.)

De lagere personele kosten (– € 1,1 mln.) ) worden voornamelijk veroorzaakt door een behoudend personeelsbeleid en minder gebruik van de zogenaamde flexibele schil bij de directie Ontwikkeling. Daarnaast zijn de materiële kosten lager (– € 1,6 mln.), voornamelijk door lagere automatiseringskosten en lagere huisvestingskosten.

Baten-lastendienst RVOB

Suppletoire begroting 2010 (slotwet)

Kasstroomoverzicht per 31 december 2010: Opbouw vanaf de stand ontwerpbegroting naar de stand van de slotwet (x € 1 000)
 

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1. Rekening-courant RHB 1 januari 2010

1 979

4 234

2 255

2. Totaal kasstroom uit operationele activeiten

– 962

– 4 915

– 3 953

    

3a. Totaal investeringen –/–

– 188 378

– 150 148

38 230

3b. Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

6

6

3. Totaal investeringskasstroom

– 188 378

– 150 142

38 236

    

4a. Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–)

– 88

– 1 963

– 1 875

4b. Eenmalige storting door moederdepartement (+)

756

2 719

1 963

4c. Aflossingen op leningen (–/–)

– 624

– 156

468

4d. Beroep op leenfaciliteit (+)

188 378

155 342

– 33 036

4. Totaal financieringskasstroom

188 422

155 942

– 32 480

    

5. Rekening-courant RHB 31 december 2010 (1+2+3+4)

1 061

5 119

4 058