Gepubliceerd: 7 juni 2010
Indiener(s): Camiel Eurlings (minister verkeer en waterstaat) (CDA)
Onderwerpen: organisatie en beleid verkeer
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32403-2.html
ID: 32403-2

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wegenverkeerswet op een aantal punten van uiteenlopende aard te wijzigen, de Wet personenvervoer 2000 te wijzigen ten aanzien van het openbaar-vervoerverbod en op enkele punten van technische aard, de Wet advies en overleg verkeer en waterstaat te wijzigen aangezien het in verband met het raadplegen van betrokkenen en organisaties bij het beleidsproces wenselijk is een meer op maat gesneden vorm van overleg op het terrein van Verkeer en Waterstaat in te richten alsmede de Wet op de economische delicten, de Wet luchtvaart, de Binnenvaartwet, de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot, de Wet belastingen op milieugrondslag, de Waterwet, de Invoeringswet Waterwet, de Waterschapswet en de Crisis- en herstelwet te wijzigen op enkele punten van technische aard;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wegenverkeerswet 1994 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 12, derde lid, onderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994 komt te luiden:

  • d. de aanstelling van verkeersregelaars, de verlenging en intrekking van die aanstelling, de afgifte van de aanstellingspas aan verkeersregelaars en de inname van die pas in gevallen waarin het verkeer in gevaar is of kan worden gebracht, alsmede de aanstelling van verkeersbrigadiers;

B

Artikel 34 komt te luiden:

Artikel 34

  • 1. Het is verboden bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers, die niet ingevolge artikel 22, 25a of 26 zijn toegelaten tot het verkeer op de weg, of andere voorzieningen die zijn bestemd om de opsporing van bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde misdrijven of overtredingen te belemmeren, te vervaardigen, in te voeren, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden, af te leveren of te vervoeren.

  • 2. Het is verboden bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën onderdelen en uitrustingsstukken te verkopen, te koop aan te bieden of in het verkeer te brengen, tenzij hiervoor ingevolge artikel 30 toestemming is verleend.

  • 3. Ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, worden voor verboden als bedoeld in het eerste en tweede lid, de categorieën aangewezen bij ministeriële regeling.

  • 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de categorie van voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingsstukken of voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers of de andere voorzieningen die zijn bestemd om de opsporing van bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde misdrijven of overtredingen te belemmeren, waarop het verbod betrekking heeft, de handelingen waarop het verbod betrekking heeft alsmede de uitzonderingen op het verbod.

C

Aan artikel 42 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 7. De gegevens omtrent motorrijtuigen en aanhangwagens die de Dienst Wegverkeer verwerkt in het landsbelang, worden niet opgenomen in het kentekenregister.

D

In artikel 50, eerste lid, onderdeel a, vervalt de zinsnede: voor zover de aldaar bedoelde registratie heeft plaatsgevonden.

E

In hoofdstuk IV wordt na paragraaf 5 een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 5a. Erkenningsregeling exportdienstverlening

Artikel 66a

  • 1. De Dienst Wegverkeer kan aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon een erkenning verlenen waardoor deze gerechtigd is de tenaamstelling van motorrijtuigen en aanhangwagens ten behoeve van een derde in het kentekenregister te beëindigen indien het motorrijtuig of de aanhangwagen door die derde wordt geëxporteerd.

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gesteld die aan een erkenning worden verbonden en kunnen met betrekking tot die voorschriften regels worden gesteld.

Artikel 66b

  • 1. De erkenning wordt door de Dienst Wegverkeer op aanvraag en tegen betaling, op de door deze dienst vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief verleend aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon, die voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen. Deze eisen betreffen onder meer de administratieve organisatie van de natuurlijke persoon of rechtspersoon alsmede de wijze waarop deze er voor zorgdraagt dat de aan de vervallenverklaring van de tenaamstelling wegens export verbonden procedures in acht worden genomen.

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de aanvraag van een erkenning.

  • 3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van het krachtens het tweede lid bepaalde.

  • 4. De erkenning wordt geweigerd indien een reeds aan de aanvrager verleende erkenning op grond van artikel 66d, juncto artikel 65, tweede lid, is ingetrokken binnen een direct aan de datum van indiening van de aanvraag voorafgaande periode van twaalf weken, dan wel van zes maanden ingeval reeds twee of meer malen een dergelijke aan de aanvrager verleende erkenning is ingetrokken.

Artikel 66c

  • 1. Met het toezicht op de naleving van de uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen zijn belast de bij besluit van de Dienst Wegverkeer aangewezen ambtenaren. Van een zodanig besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. Het toezicht omvat in ieder geval het periodiek controleren van de ter zake van de vervallenverklaring van de tenaamstelling wegens export gevoerde administratie van degene aan wie de erkenning is verleend.

  • 2. Degene aan wie een erkenning is verleend, is gehouden tot betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door deze dienst ter zake van de kosten van het toezicht vastgestelde tarief.

  • 3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld betreffende de wijze waarop het toezicht wordt gehouden en de verplichting tot medewerking daaraan van degene aan wie een erkenning is verleend. Deze regels kunnen inhouden dat een verscherpt toezicht wordt gehouden indien blijkt dat wordt gehandeld in strijd met een of meer uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen.

Artikel 66d

  • 1. De Dienst Wegverkeer trekt een erkenning in, indien degene aan wie de erkenning is verleend, daarom verzoekt.

  • 2. De Dienst Wegverkeer kan een erkenning intrekken of wijzigen indien degene aan wie de erkenning is verleend:

    • a. niet meer voldoet aan de voor de erkenning gestelde eisen,

    • b. de verplichtingen, vervat in artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 66c, tweede lid niet nakomt, of

    • c. handelt in strijd met een of meer andere uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen.

  • 3. De Dienst Wegverkeer kan in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, een erkenning schorsen voor een door hem daarbij vast te stellen termijn die ten hoogste twaalf weken bedraagt.

  • 4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het intrekken, wijzigen en schorsen van de erkenning.

Artikel 66e

Het is een ieder aan wie niet een erkenning als bedoeld in artikel 66a is verleend, verboden zich op zodanige wijze te gedragen, dat daardoor bij het publiek de indruk kan worden gewekt, dat zodanige erkenning aan hem is verleend.

F

Aan artikel 149 wordt een derde lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Het op grond van het eerste lid tot het verlenen van een ontheffing bevoegde gezag kan van de kentekenplicht als bedoeld in artikel 36, eerste lid, ontheffing verlenen voor aanhangwagens die worden gebruikt ten behoeve van een evenement of optocht waarvoor een vergunning op grond van een gemeentelijke verordening is afgegeven. Bij ministeriële regeling kunnen terzake nadere regels worden gesteld.

G

In artikel 160, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. een gehandicaptenparkeerkaart of een kaart ten behoeve van het vervoer van gehandicapten, indien hij ter zake van het besturen van het motorrijtuig op grond van een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift dient te beschikken over een dergelijke kaart.

H

In artikel 177, tweede lid, wordt na «66» ingevoegd: , 66e.

I

Artikel 186, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. de eisen ten aanzien van de vakbekwaamheid van bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg.

2. In de tweede volzin wordt «hoofdstuk V, paragraaf 1 en hoofdstuk VI» vervangen door: hoofdstuk V, paragrafen 1 tot en met 6, hoofdstuk VI en hoofdstuk VIIA, paragraaf 2.

ARTIKEL II

De Wet personenvervoer 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De concessieverlener kan een ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 19, eerste lid, aan een ieder, die openbaar vervoer anders dan per trein wil verrichten of die verzoekt om door een ander dan de desbetreffende concessiehouder openbaar vervoer anders dan per trein te laten verrichten in een gebied waarvoor aan de verzoeker geen concessie is verleend. De ontheffing, bedoeld in de vorige zin, kan niet worden verleend aan de concessiehouder van het gebied waarvoor openbaar vervoer anders dan per trein wordt verzocht.

2. In het vierde lid wordt «kan slechts worden geweigerd» vervangen door: wordt onverminderd het eerste lid, slechts geweigerd.

B

Aan artikel 31 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 7. Indien een voorgenomen wijziging van een dienstregeling, het tarief en overige in de concessie geregelde onderwerpen door de concessieverlener is geïnitieerd, vraagt in afwijking van het eerste lid die concessieverlener advies aan de in dat lid bedoelde consumentenorganisaties. Het tweede tot en met het zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

C

Aan artikel 39 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens die de in het eerste lid bedoelde opgave ten minste moet bevatten.

D

Artikel 98 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede tot vierde lid worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de duur van een ontzegging als bedoeld in het eerste lid.

  • 3. Het is verboden in strijd te handelen met een op grond van het eerste lid opgelegde ontzegging.

E

In artikel 101, eerste lid, wordt «de artikelen 70 tot en met 73,» vervangen door: de artikelen 70 tot en met 73 en 98, derde lid,.

ARTIKEL III

In artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten komt de zinsnede met betrekking tot de Wegenverkeerswet 1994 te luiden: de Wegenverkeerswet 1994, de artikelen 34, eerste tot en met vierde lid, en 35;.

ARTIKEL IV

De Wet luchtvaart wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2.11, tweede lid, alsmede de aanduiding «1» voor het eerste lid vervallen.

B

In artikel 2.12, zesde lid wordt «het derde, vierde en vijfde lid» vervangen door: het eerste, derde, vierde en vijfde lid.

ARTIKEL V

De Binnenvaartwet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 14, eerste lid, wordt na «personen of rechtspersonen» toegevoegd: of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen erkende classificatiebureaus.

B

In artikel 39f van de Binnenvaartwet wordt «artikel 4.4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht» vervangen door: artikel 4:86 van de Algemene wet bestuursrecht.

ARTIKEL VI

De Wet advies en overleg verkeer en waterstaat wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel c, komt te luiden:

  • c. overlegorgaan: Overlegorgaan verkeer en waterstaat, bedoeld in artikel 4.

B

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4

Er is een Overlegorgaan verkeer en waterstaat voor het voeren van overleg over het beleid inzake verkeer en waterstaat.

C

Artikel 5 komt te luiden:

Artikel 5

Door of namens Onze Minister en, waar daartoe aanleiding bestaat door of namens Onze Ministers wie het mede aangaat, worden in het overlegorgaan beleidsvoornemens aan de orde gesteld met betrekking tot onderdelen van het beleid inzake verkeer en waterstaat.

D

Artikel 6 komt te luiden:

Artikel 6

In het overlegorgaan wordt door of namens Onze Minister en waar daartoe aanleiding bestaat, door of namens Onze Ministers wie het mede aangaat, overleg gevoerd met betrokkenen en hun organisaties.

E

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt «, het overlegorgaan gehoord,» en wordt «een overlegorgaan» vervangen door: het overlegorgaan.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Door of namens Onze Minister en, waar daartoe aanleiding bestaat door of namens Onze Ministers wie het mede aangaat, kunnen andere betrokkenen of organisaties dan de betrokkenen of organisaties, bedoeld in het eerste lid, bij een vergadering van het overlegorgaan worden betrokken, voor zover dat voor een goede invulling van het overleg wenselijk is.

F

Artikel 8 vervalt.

G

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat personen als voorzitter van het overlegorgaan. Behoudens toepassing van het vijfde lid, wordt het voorzitterschap van een overlegvergadering steeds door een van deze personen bekleed.

2. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. In bijzondere omstandigheden kan een overlegvergadering worden voorgezeten door een andere persoon die door of namens Onze Minister is aangewezen.

H

Artikel 10 vervalt.

I

Artikel 11 komt te luiden:

Artikel 11

Het overlegorgaan komt bijeen, indien ten minste 5 van de betrokkenen of hun organisaties, bedoeld in artikel 7, eerste lid, daarom verzoeken.

J

In artikel 12 wordt «een overlegorgaan» vervangen door: het overlegorgaan.

K

De artikelen 13 en 14 vervallen.

L

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt: «De overlegorganen hebben» vervangen door: Het overlegorgaan heeft.

2. In het tweede lid wordt «de overlegorganen» telkens vervangen door: het overlegorgaan.

3. In het vierde lid wordt «geen lid van de overlegorganen en van de deelorganen» vervangen door: geen lid van het overlegorgaan.

4. In het vijfde lid wordt «benoemt» telkens vervangen door «stelt aan» en wordt «de overlegorganen» vervangen door: het overlegorgaan.

M

De artikelen 16 en 17 vervallen.

ARTIKEL VII

In artikel 3 van de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot, wordt «het Permanent overlegorgaan goederenvervoer» vervangen door: het Overlegorgaan verkeer en waterstaat, bedoeld in artikel 4 van de Wet advies en overleg verkeer en waterstaat.

ARTIKEL VIII

In artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Wet belastingen op milieugrondslag wordt «artikel 6.1 van de Waterwet» vervangen door: artikel 1.1 van de Waterwet.

ARTIKEL IX

In artikel 3.6, eerste lid, van de Waterwet wordt «de zorg van het waterschap of de provincie» vervangen door: de zorg van de beheerder of de provincie.

ARTIKEL X

De Invoeringswet Waterwet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2.12, tweede lid, eerste volzin, wordt «laatstgenoemde wet» vervangen door «de Wet op de waterhuishouding» en wordt «voorbereiding en vaststelling» vervangen door: voorbereiding, vaststelling en goedkeuring.

B

In artikel 2.25, tweede lid, onder a en b, wordt «artikel 1, derde lid, van de Wet milieubeheer» telkens vervangen door: artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer.

ARTIKEL XI

De Waterschapswet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 122c wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel f komt de definitie van «drinkwater» te luiden:

drinkwater: drinkwater als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drinkwaterwet;

2. Onderdeel g komt te luiden:

  • g. drinkwaterbedrijf: drinkwaterbedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drinkwaterwet;

3. In onderdeel j komt de definitie van «ingenomen water» te luiden:

ingenomen water: geleverd drink- en industriewater en warm tapwater, onttrokken grond- en oppervlaktewater en opgevangen hemelwater;

4. Na onderdeel j wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

  • k. warm tapwater: warm tapwater als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drinkwaterwet.

B

Artikel 122h wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. In afwijking van het eerste lid kan bij verordening van het algemeen bestuur worden bepaald dat de vervuilingswaarde van de stoffen geheel of gedeeltelijk wordt bepaald aan de hand van de door het drinkwaterbedrijf geleverde hoeveelheid drinkwater en door de betrokken leverancier geleverde hoeveelheid warm tapwater.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. De heffing met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde woonruimten wordt geheven over het tijdvak van 12 maanden zoals dat door het betrokken drinkwaterbedrijf bij de levering van drinkwater of door de berokken leverancier bij de levering van warm tapwater ten behoeve van die woonruimten wordt gehanteerd.

ARTIKEL XII

Artikel 2.4, eerste lid, van de Crisis- en herstelwet wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder verlettering van de onderdelen c tot en met j tot onderdelen d tot en met k, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • c. de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;.

2. In onderdeel j (nieuw) wordt «, of» vervangen door een puntkomma.

ARTIKEL XIII

Indien artikel I, onderdeel C, van de wet van 24 oktober 2008 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de invoering van een recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten (puntenstelsel) (Stb. 433) in werking is getreden voor het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, wordt de Wegenverkeerswet 1994 als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4b, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Na onderdeel g wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • g1: het afgeven van een verklaring in verband met de aanvraag van een rijbewijs;.

2. In onderdeel n wordt na «149a, vierde lid,» ingevoegd: het vaststellen van het tarief voor de in onderdeel g1 bedoelde verklaring,.

B

Artikel 9, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede «of zijn geldigheid overeenkomstig artikel 123b, eerste lid, heeft verloren» vervalt.

2. Er wordt aan het slot een volzin toegevoegd, luidende: Hetzelfde verbod geldt voor degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren en dat hij bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs moet voldoen aan de bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 123b, derde lid, gestelde voorwaarden, tenzij aan hem, nadat hij aan deze voorwaarden heeft voldaan, een ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën is afgegeven.

C

Artikel 123b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid vervalt de zinsnede «door het verstrijken van de geldigheidsduur, of reeds eerder ongeldig is verklaard en deze ongeldigverklaring onherroepelijk is geworden».

2. In het vierde lid wordt «het ongeldige rijbewijs» vervangen door: een rijbewijs dat op grond van dit artikel ongeldig is of ten aanzien waarvan een aantekening is geplaatst als bedoeld in het derde lid.

3. Aan het slot wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.

D

Artikel 126 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid, onderdeel f, komt te luiden:

f. ontzeggingen van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen, alsmede de uitvoering van artikel 123b;.

2. Het zesde lid komt te luiden:

  • 6. Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.

ARTIKEL XIV

Indien deze wet in werking treedt voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel C, van de wet van 24 oktober 2008 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de invoering van een recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten (puntenstelsel) (Stb. 433) in werking treedt, wordt artikel I van die wet als volgt gewijzigd:

A

Onderdeel A0 komt te luiden:

A0

Artikel 4b, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Na onderdeel g wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • g1: het afgeven van een verklaring in verband met de aanvraag van een rijbewijs;.

2. In onderdeel n wordt na «149a, vierde lid,» ingevoegd: het vaststellen van het tarief voor de in onderdeel g1 bedoelde verklaring,.

B

Na onderdeel AO wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

A01

Aan artikel 9, tweede lid, wordt aan het slot een volzin toegevoegd, luidende: Hetzelfde verbod geldt voor degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren en dat hij bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs moet voldoen aan de bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 123b, derde lid, gestelde voorwaarden, tenzij aan hem, nadat hij aan deze voorwaarden heeft voldaan, een ander rijbewijsvoor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën is afgegeven.

C

In onderdeel C wordt artikel 123b als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid vervalt de zinsnede «door het verstrijken van de geldigheidsduur, of reeds eerder ongeldig is verklaard en deze ongeldigverklaring onherroepelijk is geworden».

2. In het vierde lid wordt «het ongeldige rijbewijs» vervangen door: een rijbewijs dat op grond van dit artikel ongeldig is of ten aanzien waarvan een aantekening is geplaatst als bedoeld in het derde lid.

3. Aan het slot wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.

D

Na onderdeel C wordt een onderdeel ingevoegd, dat luidende:

Cc

Artikel 126 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid, onderdeel f, komt te luiden:

  • f. ontzeggingen van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen, alsmede de uitvoering van artikel 123b;.

2. Het zesde lid komt te luiden:

  • 6. Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.

ARTIKEL XV

1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met uitzondering van de artikelen I, onderdeel E, en XI.

2. De artikelen I, onderdeel E, en XI treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

3. Indien de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht eerder in werking treedt dan artikel XII van deze wet, werkt artikel XII terug tot en met het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

ARTIKEL XVI

Deze wet wordt aangehaald als: Verzamelwet Verkeer en Waterstaat 2010.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De minister van Verkeer en Waterstaat,