Gepubliceerd: 14 oktober 2011
Indiener(s):
Onderwerpen: organisatie en beleid verkeer
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32376-15.html
ID: 32376-15

Nr. 15 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 oktober 2011

Op 11 oktober 2011 heeft uw Kamer besloten om de voor woensdag 12 oktober geplande plenaire behandeling over de wijziging van de Wet personenvervoer 2000 (Wp2000) uit te stellen. Voorts heb ik vernomen dat de behandeling eerst volgend jaar kan plaatsvinden. Het leek mij goed om u middels een brief te informeren over de consequenties van dit uitstel.

Met het wetsvoorstel wordt de Wp2000 verder in overeenstemming gebracht met de PSO-verordening nr. 1370/2007 over de verlening van openbaar vervoerdiensten. De aanpassingen betreffen met name de concessietermijnen, waarborgen tegen overcompensatie, vergroten van transparantie en voorschriften voor reciprociteit. Deze elementen hebben geen haast en de wetsbehandeling kan mijns inziens wel volgend jaar plaatsvinden. Het gaat wel om een flinke opschoning van de Wp2000, dus spoedige behandeling in het nieuwe jaar zou ik op prijs stellen.

Het uitstel van de behandeling is geen aanleiding om wijziging aan te brengen in het in gang gezette proces van aanbesteding van het stadsvervoer in de genoemde stadsregio’s. De wettelijke grondslag voor aanbesteding van het regionaal openbaar vervoer ligt reeds in de bestaande Wet personenvervoer 2000.

Een uitwerking van het uitgangspunt in het regeerakkoord dat het stadsvervoer in de drie grote steden wordt aanbesteed heb ik gegeven in mijn brief aan de Tweede Kamer van 6 juni 2011 (Kamerstuk 23 645, nr. 452). In de uitkomsten van het debat hierover in uw Kamer op 23 juni alsook in de resultaten van de stemmingen op 28 juni over de hierbij ingediende moties heb ik een bevestiging gevonden van dit uitgangspunt. De gestelde termijnen voor aanbesteding zijn neergelegd in het Besluit personenvervoer, zoals gepubliceerd in het Staatsblad op 30 juni 2011.

De minister van Infrastructuur en Milieu,

M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus