31 927
Bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten

nr. 5
VERSLAG

Vastgesteld 9 juni 2009

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1, belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

1. Algemeen

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van dit wetsvoorstel. Zij onderschrijven van harte de uitgangspunten die tot onderhavig voorstel hebben geleid en stellen vast dat dit wetsvoorstel uitvoering geeft aan het Bestuursakkoord «Samen aan de slag» van 4 juni 2007.

Mensen die niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien, moeten via de gemeente een beroep kunnen doen op aanvulling van hun inkomen tot minimumniveau. De regelingen die hiertoe in het leven zijn geroepen vragen volgens de leden van de CDA-fractie om maatwerk.

Dit maatwerk kan nog beter worden toegepast als taken en bevoegdheden verder worden gedecentraliseerd en daarbij ook kan worden overgegaan tot verdere deregulering. De leden van de CDA-fractie constateren met genoegen dat dit wetsvoorstel maatwerk bevordert en tevens zowel voor gemeenten als cliënten kan leiden tot administratieve lastenvermindering.

Met de uitvoering van de WWB als goed voorbeeld, onderschrijven deze leden dat de financiële prikkel van het I-deel goed toe te passen is op de IOAW en de IOAZ. Deze regelingen kennen analoog aan de WWB een uitstroomdoelstelling. Door de IOAW en IOAZ middelen toe te voegen aan het I-deel, kan deze financiële prikkel ook het volume aan uitkeringsgerechtigden beïnvloeden. Deze leden hebben hierbij wel een vraag. Uit de memorie van toelichting blijkt dat vanwege deze verwachte beïnvloeding ervan uit gegaan wordt dat op de uitkeringslasten kan worden bespaard en er dus kan worden bezuinigd. Deze leden wagen dit gezien de huidige economische crisis echter te betwijfelen. Is bij de budgettoekenning hiermee voldoende rekening gehouden? Is het niet beter om voorlopig nog niet op het budget te bezuinigen, maar hiermee te wachten tot de recessie voorbij is?

De leden van de CDA-fractie zijn het eens met de constatering dat het specifieke karakter van de WWIK met zich mee brengt, dat gemeenten, anders dan het geval is bij de WWB, de uitkeringsduur en daarmee de uitkeringslasten niet kunnen beïnvloeden via op uitstroom gerichte maatregelen. Deze leden ondersteunen daarom het voorstel om het WWIK-budget binnen het gebundelde deel apart te ramen en te verdelen op grond van historische uitgaven. Zij constateren derhalve dat het voordeel van bundeling van de WWIK-gelden vooral moet worden gezocht in de vermindering van administratieve lasten. Is nader aan te geven hoe groot deze verwachte administratieve lastenvermindering zal zijn?

De leden van de SP-fractie hebben kennis genomen van het wetsvoorstel. Zij vragen op welke wijze er verantwoording wordt afgelegd aan het Rijk over de besteding van de gebundelde specifieke uitkeringen. Wordt de jaarlijkse informatie, die gemeenten aan het Rijk moeten verschaffen over relevante realisatiegegevens, met invoering van dit wetsvoorstel individueel per regeling aan het Rijk verstrekt? Zo neen, waarom niet?

Kan de regering een uitgebreide toelichting geven op de administratieve lastenverlichting die dit wetsvoorstel heeft voor gemeenten?

De leden van de PVV-fractie hebben kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel. Zij hebben de volgende vragen

Wordt met dit wetsvoorstel de verdeling van het participatiebudget niet nog onduidelijker?

Vereenvoudiging en vermindering administratieve lasten is prima, maar gaat dit niet ten koste van de controle?

Kan de regering garanderen dat het hele I-deel en participatiebudget wordt gebruikt om minder uitkeringen te verstrekken in plaats van meer? Dat vooraf vastgestelde budgetten voor regelingen elkaar niet overlappen?

Met de komst van het participatiebudget en nu het I-deel, kan de gemeente het budget besteden zonder verantwoording af te leggen. Wie let er dan nu op de rechtmatige besteding en vooral verdeling van het geld?

Is er al bekend hoeveel gemeenten gaan besparen met deze wet voor zowel administratieve lasten evenals uitvoeringskosten?

Hoe wordt de verantwoording vormgegeven als de uitvoering van het beleid (participatie) volledig wordt gedelegeerd aan de gemeenten?

Wat blijft er nog over van de participatiedoelstelling van deze regering (80% in 2016) en hoe kan de regering hierop worden afgerekend?

Hoe vindt de controle plaats op fraude met uitkeringen?

Hoe vindt de verantwoording plaats over behaalde resultaten en rechtmatigheid van bestedingen door gemeenten aan het ministerie; zijn hierover afspraken gemaakt?

Is het doel van deze maatregel kostenbesparing of effectiever beleid?

Mogen gemeenten kostenbesparingen anders aanwenden of worden deze gelden teruggestort in de staatskas?

De voorzitter van de commissie,

De Wit

Adjunct-griffier van de commissie,

Esmeijer


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), De Wit (SP), voorzitter, Van Gent (GL), Blok (VVD), Nicolaï (VVD), Van Dijk (CDA), Smeets (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Omtzigt (CDA), Van Hijum (CDA), Timmer (PvdA), Koşer Kaya (D66), Jonker (CDA), ondervoorzitter, Luijben (SP), Ulenbelt (SP), Ortega-Martijn (CU), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Van der Burg (VVD), Koppejan (CDA), Van Dijck (PVV), Spekman (PvdA), Vermeij (PvdA), Thieme (PvdD), Karabulut (SP) en Vos (PvdA).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Gerkens (SP), Sap (GL), De Krom (VVD), Weekers (VVD), Smilde (CDA), Depla (PvdA), Aptroot (VVD), Pieper (CDA), Willemse-van der Ploeg (CDA), Linhard (PvdA), Pechtold (D66), Spies (CDA), Irrgang (SP), Lempens (SP), Cramer (CU), Biskop (CDA), Elias (VVD), Joldersma (CDA), Fritsma (PVV), Tang (PvdA), Heerts (PvdA), Ouwehand (PvdD), Gesthuizen (SP) en Heijnen (PvdA).