31 894
Uitbreiding en wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de uitvoering van de verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels en tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EEG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 alsmede daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten (Uitvoeringswet EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels)

nr. 4
ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT1

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 10 februari 2009 en het nader rapport d.d. 11 maart 2009, aangeboden aan de Koningin door de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Bij Kabinetsmissive van 15 december 2008, no. 08.003588, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot uitbreiding en wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de uitvoering van de EG-verordening van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels en tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EEG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 alsmede daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten (Uitvoeringswet EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels), met memorie van toelichting.

De Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt een opmerking over de bevoegdheid tot bestuursrechtelijk handhaven van de Minister van VROM. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het wetsvoorstel en de memorie van toelichting wenselijk is.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 15 december 2008, nr. 08.003588, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 10 februari 2009, nr. W08.08.0539/IV, bied ik U hierbij aan.

De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met zijn advies rekening zal zijn gehouden. Hieronder ga ik op de opmerkingen in.

1. Ingevolge de voorgestelde wijziging van artikel 18.2b, tweede lid, Wet milieubeheer (Wm) wordt «Onze betrokken Minister» belast met de bestuursrechtelijke handhaving van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels (hierna: CLP-verordening). Uit paragraaf 4.4 van de toelichting blijkt dat de Minister van VWS wordt aangemerkt als «Onze betrokken Minister» voor de bestuursrechtelijke handhaving van de CLP-verordening en titel 9.3a. Daarbij wordt in de toelichting benadrukt dat artikel 18.2b Wm de bevoegdheid van de Minister van VROM tot bestuursrechtelijk handhaven niet uitsluit. De Raad merkt hierover het volgende op.

De bevoegdheid tot bestuursrechtelijk handhaven voor de Minister van VROM blijkt niet onmiddellijk uit artikel 18.2b Wm. Dit artikel is gewijzigd ingevolge de Uitvoeringswet EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de Minister van VROM mede belast is met de bestuursrechtelijke handhaving. In de wetstekst wordt echter gesproken over «Onze betrokken Minister». Gelet op de wetssystematiek van de Wm, waarin de Minister van VROM ingevolge artikel 1.1, eerste lid, Wm is aangemerkt als «Onze Minister», moet in artikel 18.2b de Minister van VROM derhalve afzonderlijk worden genoemd naast «Onze betrokken Minister».

De Raad wijst er voorts op dat het onderscheid tussen «Onze Minister» en «Onze betrokken Minister» ook in andere bepalingen van hoofdstuk 18 Wm, waaronder artikel 18.2a Wm, niet zonder meer duidelijk is.

De Raad adviseert artikel 18.2b Wm in die zin aan te passen dat «Onze Minister» afzonderlijk wordt genoemd naast «Onze betrokken Minister». Voorts adviseert hij de overige bepalingen van hoofdstuk 18 Wm te bezien op de mogelijkheid van bestuursrechtelijke handhaving door «Onze Minister» en deze zo nodig aan te passen.

1. De Raad is van mening dat, gelet op de wetssystematiek van de Wet milieubeheer (Wm) waarin de Minister van VROM ingevolge artikel 1.1, eerste lid, van de Wm is aangemerkt als «Onze Minister», de Minister van VROM in artikel 18.2b van de Wm afzonderlijk moet worden genoemd naast «Onze betrokken Minister».

Deze opvatting van de Raad deel ik niet. Vanwege het feit dat in de Wm wel een begripsomschrijving van «Onze Minister» en geen begripsomschrijving van «Onze betrokken Minister» is opgenomen, kan naar mijn mening niet geconcludeerd worden dat onder «Onze betrokken Minister» niet (mede) de Minister van VROM kan worden verstaan. Vanwege het ontbreken van een omschrijving van «Onze betrokken Minister» moet de betekenis daarvan volgen uit het normale spraakgebruik. Volgens het normale spraakgebruik kan onder «Onze betrokken Minister» iedere minister worden verstaan, dus ook de Minister van VROM. Per geval moet beoordeeld worden welke minister de betrokken minister is, bepalend daarvoor is wiens ambtsterrein het betreft en tot wiens bevoegdheid het behoort op te treden.

Het advies van de Raad om de overige bepalingen van hoofdstuk 18 van de Wm te bezien op de mogelijkheid van bestuursrechtelijke handhaving door «Onze Minister» en deze zo nodig aan te passen, neem ik gezien mijn bovengenoemde standpunt niet over. Ik ben, zoals ik reeds ten aanzien van artikel 18.2b van de Wm heb aangegeven, van mening dat onder «Onze betrokken Minister» tevens de Minister van VROM kan worden begrepen. Vanwege die uitleg acht ik de mogelijkheid tot bestuursrechtelijke handhaving door de Minister van VROM op grond van hoofdstuk 18 van de Wm voldoende gewaarborgd.

2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.

2. Ten aanzien van de twee redactionele kanttekeningen van de Raad, zoals vermeld in de bijlage bij het advies, merk ik op dat de eerste redactionele opmerking niet is overgenomen. De Raad geeft in overweging om in artikel III van het wetsvoorstel een bepaling op te nemen waardoor in artikel 17.6, eerste en tweede lid, van de Wm het woord «preparaten» wordt vervangen door«mengsels». Met het wetsvoorstel wordt onder andere in verschillende bepalingen van de Wm «preparaten» vervangen door «mengsels». De aanleiding daarvoor is de verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PbEU L 353). Artikel 17.6 van de Wm is implementatie van richtlijn nr. 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade (PbEU L 143). De onderdelen van artikel 17.6 van de Wm, waarin het woord «preparaten» wordt gebruikt zijn te herleiden naar deze richtlijn. Deze richtlijn zal niet vanwege de genoemde verordening worden aangepast.

De tweede redactionele kanttekening is wel overgenomen.

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in het wetsvoorstel en de daarbij behorende memorie van toelichting de gegevens over de eerder genoemde verordening te vermelden, zoals de datum van vaststelling en het publicatiebladnummer van de Europese Unie.

De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State,

H. D. Tjeenk Willink

Ik moge U, mede namens mijn ambtgenoot van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. M. Cramer

Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no. W08.08.0539/IV met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

– In artikel III een bepaling opnemen waardoor in artikel 17.6, eerste en tweede lid van de Wet milieubeheer, het woord «preparaten» vervangen wordt door: mengsels.

– Artikel III, onderdeel T schrappen. Dit onderdeel is identiek aan artikel III, onderdeel R.


XNoot
1

De oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.