Kamerstuk 31700-VIII-77

Advies van de Raad voor cultuur inzake de ontwerp-Beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2009

Dossier: Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2009

Gepubliceerd: 5 december 2008
Indiener(s): Ronald Plasterk (minister onderwijs, cultuur en wetenschap) (PvdA)
Onderwerpen: begroting cultuur cultuur en recreatie financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31700-VIII-77.html
ID: 31700-VIII-77

31 700 VIII
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2009

nr. 77
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 december 2008

Hierbij bied ik u aan het advies van de Raad voor cultuur van 3 december 2008 inzake het ontwerp voor de Beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 20091.

Mijn reactie daarop is als volgt:

De Raad is positief over het voorstel om het restrictieve aanwijzingsbeleid, dat van kracht was in opeenvolgende beleidsregels sinds 2004, op te heffen en mogelijkheden te bieden voor toevoegingen aan de lijst met beschermde monumenten. Ook staat de Raad positief tegenover het aanwijzingsprogramma als beleidsinstrument en het feit dat ik bij het formuleren van aanwijzingsprogramma’s en bij de uitvoering daarvan wil samenwerken met deskundigen, andere overheden en particuliere monumentenorganisaties.

Daarnaast plaatst de Raad enkele kritische kanttekeningen.

Ten aanzien van het aanwijzingsprogramma als beleidsinstrument mist de Raad normen en toetsbare criteria. Het normstellend kader voor de aanwijzingsprogramma’s wordt evenwel gevormd door mijn beleid dat gericht is op het opheffen van lacunes en onevenwichtigheden in het monumentenbestand en het doorvoeren van verbeteringen in dit bestand. Daarnaast gelden als criteria voor monumenten die in een aanwijzingsprogramma worden opgenomen steeds minimaal de criteria zoals neergelegd in artikel 3 van de Monumentenwet: het moet altijd gaan om vóór tenminste vijftig jaar vervaardigde zaken welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde of om terreinen welke van algemeen belang zijn wegens daar aanwezige zaken als voornoemd. Specifieke criteria voor onderscheiden aanwijzingsprogramma’s zullen zich richten op de categorie of groep monumenten waarop het desbetreffende aanwijzingsprogramma betrekking heeft. Per aanwijzingsprogramma zal ik de specifieke criteria openbaar maken. Bij mijn keuze voor toekomstige aanwijzingsprogramma’s zal ik de Raad betrekken.

In het licht van de discussie inzake de modernisering van de monumentenzorg (MoMo) heeft de Raad geadviseerd aan de beleidsregel 2009 een geldigheid van maximaal vier jaar toe te kennen. Hoewel ook een beleidsregel met onbeperkte geldigheidsduur tussentijds gewijzigd kan worden om nieuwe ambities vorm te geven of kan worden vervangen door een nieuwe beleidsregel, zal ik dit advies van de Raad overnemen. Deze beleidsregel treedt derhalve in werking op 1 januari 2009 en vervalt uiterlijk met ingang van 1 januari 2013.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R. H. A. Plasterk


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.