Kamerstuk 31409-27

Verslag van een algemeen overleg

Zeevaartbeleid; Verslag van een algemeen overleg; zeebrieven in relatie tot de Sea Shepherd Conservation Society

Gepubliceerd: 8 maart 2010
Indiener(s): Maxime Verhagen (minister buitenlandse zaken, minister zonder portefeuille ) (CDA), Tineke Huizinga (minister volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer) (CU)
Onderwerpen: verkeer water
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31409-27.html
ID: 31409-27

31 409
Zeevaartbeleid

nr. 27
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 8 maart 2010

De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat1, de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken2 en de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit3 hebben op 10 februari 2010 overleg gevoerd met staatssecretaris Huizinga-Heringa van Verkeer en Waterstaat en minister Verhagen van Buitenlandse Zaken over:

– schriftelijke vragen van het lid Ouwehand d.d. 15 januari 2010 met het antwoord hierop over de aanvaring van een schip van Sea Shepherd Conservation Society door Japanse walvisvaarders (Aanhangsel der Handelingen 2009–2010, nr. 1386);

– de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 14 december 2009 inzake de walvisvangst (32 123 XIV, nr. 130);

– de brief van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 27 november 2009 houdende de beantwoording vragen van de commissie inzake de kwestie met het schip «Steve Irwin» van de Sea Shepherd Conservation Society (31 409, nr. 23).

Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,

Jager

De voorzitter van de commissie voor Buitenlandse Zaken,

Ormel

De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Atsma

De griffier van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,

Sneep

Voorzitter: Atsma

Griffier: Jongepier

Aanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: Aptroot, Atsma, Haverkamp, Ouwehand en Poppe.

en staatssecretaris Huizinga-Heringa en minister Verhagen, die vergezeld zijn van enkele ambtenaren van hun ministeries.

De voorzitter: Ik heet u allen welkom in dit overleg met de minister van Buitenlandse Zaken en de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over Sea Shepherd. We hebben hier de afgelopen weken verschillende keren over gelezen en gehoord. De Kamer heeft een aantal zaken aan het kabinet gevraagd. We hebben voor dit overleg twee uur gepland. Er zijn nu drie fracties. De fractie van de Partij van de Arbeid heeft dringende bezigheden elders, althans zo leg ik het uit. Zij zijn verhinderd. Dat betekent dat er op dit moment drie fracties aanwezig zijn, maar ik sluit niet uit dat er nog een vierde komt. Die is inmiddels binnen. Mocht er nog een vijfde komen, dan is die ook welkom. Vooralsnog is er vijf minuten spreektijd. De minister van Buitenlandse Zaken heeft aangegeven dat hij absoluut dringende verplichtingen heeft om 15.30 uur. Ik heb gezegd dat wij zullen trachten te bewerkstelligen dat hij dan in elk geval het huis kan verlaten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Allereerst even een toelichting. Mijn fractie heeft om dit algemeen overleg verzocht naar aanleiding van de aankondiging van het kabinet om de Zeebrievenwet te wijzigen. Wij wilden daarover debatteren voordat het kabinet allerlei werk zou doen voor een nieuwe wetswijziging. Deze ligt er nu, maar er zijn inmiddels ook weer allerlei dingen gebeurd in het gebied waar op walvissen wordt gejaagd door Japan, dus er is een aantal punten toegevoegd aan de agenda. Het lijkt me goed om de vragen die leven bij mijn partij hier vandaag te stellen.

Waar gaat het om? We hebben internationaal afgesproken dat we de walvisjacht niet willen, maar we moeten concluderen dat Japan ieder jaar toch onrechtmatig een heel aantal walvissen bejaagt, doodt en uit walvisreservaten naar het vasteland sleept, om deze onder het mom van wetenschappelijk onderzoek in de winkelschappen te laten belanden.

Nederland is daartegen. Mijn eerste vraag is: hoe scherp kunnen wij de acties van Japan nog veroordelen? Ik heb laatst een aantal uitspraken van onder andere de minister van Buitenlandse Zaken gezien, samen met zijn collega’s in Nieuw-Zeeland en Australië. Die verklaring was op zichzelf prima, maar Japan luistert niet, dat kunnen we ook wel vaststellen. Wanneer doen we nu een stapje verder? Ik hoor graag of de minister van Buitenlandse Zaken tevreden is met de ontwikkelingen aan de andere kant van deze discussie.

Dan een aantal vragen over de incidenten die hebben plaatsgevonden. Bij een eerder debat over de walvisjacht hebben we er al over gesproken dat Japan Nederland op het matje had geroepen, omdat het vindt dat het wat last heeft van Sea Shepherd. Toen we daarover debatteerden, waren er nieuwe gegevens binnengekomen, namelijk dat er vanaf een Japans walvisschip op de bemanning van de Steve Irwin was geschoten. Ik heb destijds aan minister Verburg gevraagd of dit zou worden meegenomen in het onderzoek dat werd gestart. Ja, zei ze, dat is werk in uitvoering, u hoeft daar geen motie over in te dienen. In latere brieven van het kabinet was het antwoord dat er geen aanleiding was om aan te nemen dat het schietincident had plaatsgevonden en dat het niet onder de verantwoordelijkheid van de inspectie valt. Mijn vraag is: wat was er dan waar van die toezegging van mevrouw Verburg dat het werk in uitvoering was en dat ook naar het schietincident zou worden gekeken? Ik heb er in de tussentijd niets op teruggezien.

De belangrijkste vraag is hoe we dit incident moeten beoordelen. We hebben gezien dat de inspectie met een rapport is gekomen. Het kabinet geeft aan dat op basis daarvan niet kan worden vastgesteld dat er onrechtmatige daden zijn gepleegd. Mijn fractie had graag gezien dat onderzoek in het kader van een strafrechtelijke vervolging was gestart om de feiten boven tafel te krijgen. Op basis van wat we weten en de beelden die we hebben gezien, zou het om behoorlijk ernstige feiten kunnen gaan. Ik denk dat we daarover duidelijkheid moeten hebben. Wat nu lijkt te gebeuren, is dat het kabinet wel erkent dat de feiten niet duidelijk zijn, maar toch op basis van die onduidelijke feiten beslist dat er onvoldoende bestuursrechtelijke mogelijkheden zijn om te kunnen optreden. Waar is die veronderstelling op gebaseerd? Zouden we niet duidelijkheid moeten hebben, ook voor de toekomstige toepassing van die bestuursrechtelijke maatregelen? Nogmaals, we zullen nog spreken over het wetsvoorstel, maar deze aanleiding is wel van groot belang. Wat is precies de motivering van het kabinet? Zouden we het niet over de feiten moeten hebben en niet over veronderstellingen?

De heer Haverkamp (CDA): Even voor de helderheid, u zegt dat u graag had gezien dat er strafrechtelijke vervolging had plaatsgevonden. Als ik het goed heb begrepen, heeft de Inspectie Verkeer en Waterstaat een rapport opgesteld. Dat rapport is in handen gesteld van het OM. Het OM is vervolgens tot de conclusie gekomen dat het niet overgaat tot vervolging. Wat ons betreft is dat ordentelijk. Het OM bepaalt of er wel of niet overgegaan moet worden tot vervolging. Roept u het kabinet op om alsnog het OM te overrulen en toch over te gaan tot strafrechtelijke vervolging? Dat vinden wij een vermenging van machten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dank voor deze vraag. Wij roepen het kabinet niet op om het OM te dwingen tot vervolging over te gaan. Ik vraag wel aan het kabinet om een beoordeling te geven van de analyse die door het OM is gemaakt. Bij mijn fractie rijst de vraag of de juridische analyse van het OM wel gedegen is uitgevoerd. Ik wil graag weten hoe het kabinet daarnaar kijkt. Uit correspondentie tussen het OM en de advocaat van Sea Shepherd heb ik begrepen dat het OM heeft gezegd dat het geen verzoek tot vervolging heeft ontvangen, noch van de zijde van de Japanse autoriteiten, noch van Verkeer en Waterstaat. Ik vraag me af hoe ik die uitspraak van het OM moet beoordelen. Graag een reactie daarop.

Er is recent weer een aanvaring geweest tussen de Ady Gil en de Japanse walvisvloot. Dat was eigenlijk een overvaring, die er op de beelden gevaarlijk uitzag. Er was ook een Nederlands staatsburger aan boord. Ik wil graag weten welke verantwoordelijkheid het kabinet in dezen voelt. In hoeverre gaat Nederland zelf actie ondernemen als het onderzoek door Australië en Japan is afgerond? Omwille van de tijd moet ik het hier even bij laten.

De voorzitter: Ik meld de leden dat de gevraagde vertrouwelijke brieven inmiddels binnen zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik was nog een vraag vergeten. In een uitzending van het programma De goede wereld bij Het Gesprek heb ik woordvoerders van Sea Shepherd aan het woord gezien. Zij deelden in die televisie-uitzending mee dat zij in gesprekken met ambtenaren van Verkeer en Waterstaat te horen hebben gekregen dat het er uiteindelijk op neerkomt dat de relatie met Japan niet onder druk mag komen te staan. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of dat klopt. Is dat uiteindelijk ook de motivering voor het wetsvoorstel?

De heer Haverkamp (CDA): Voorzitter. Op zichzelf is het heel lastig dat wij bij dit algemeen overleg over zeebrieven in relatie tot Sea Shepherd niet mogen spreken over het voorstel tot wijziging van de Zeebrievenwet. De collega van de Partij voor de Dieren geeft terecht aan dat dit de aanleiding was voor dit AO. Ondertussen hebben we genoeg stukken van het kabinet mogen ontvangen en naar ik begrijp ook vertrouwelijke stukken, waarvoor hartelijk dank. Deze zullen we na het AO lezen, dan kunnen we altijd nog bekijken of we naar aanleiding daarvan een VAO willen. Ook dank aan de minister van Buitenlandse Zaken voor de oproep die hij heeft gedaan met zijn collega’s van Australië en Nieuw-Zeeland. Zij hebben gedrieën extra benadrukt dat zij tegen commerciële walvisvaart zijn en dat zij zich betrokken voelen bij rechtens protest daartegen, wat wel vreedzaam moet zijn. Wij kunnen ons ook vinden in het standpunt van het kabinet om zo veel mogelijk de Europese lijn te volgen. Ik denk dat dit het meest verstandig is in het buitenlands beleid, zeker bij dit onderwerp. Het is goed als Nederland verzet uitspreekt tegen de walvisvaart, zeker als deze plaatsvindt voor zogenaamd wetenschappelijke doeleinden. Het kabinet geeft terecht aan dat er grote teleurstelling is over de afvaart van de Japanse walvisvloot richting de Stille Zuidzee. Nieuw-Zeeland en Australië hebben initiatieven genomen om te kijken of op diervriendelijke wijze wetenschappelijke kennis kan worden verworven. Is al bekend hoe het daarmee staat? Kunnen we dat op een of andere manier ondersteunen?

Wij ondersteunen ook de oproep van het kabinet dat eenieder zich binnen de wet moet opstellen. Daarom interrumpeerde ik ook bij mijn collega. Ik vind dat het een taak is van het OM om te toetsen of mensen zich aan de wet houden. Ik heb de voorliggende stukken bestudeerd en zoals ik het zie, heeft men gezegd geen reden te zien voor vervolging. Dan denk ik dat het ook niet aan de Kamer is om in dat proces te treden. Hoogstens zou je kunnen zeggen dat er toch aanleidingen toe zijn. Dan kan er bij een wetgevingstraject worden gezegd dat de spelregels waaraan wordt getoetst, moeten worden veranderd. Over dat wetgevingstraject zullen wij nog met elkaar spreken, dus daarover kan ik buitengewoon kort zijn. Wij danken het kabinet voor de toegezonden brieven. Wij ondersteunen van harte de oproep, ook richting Japan, om af te zien van de commerciële walvisvaart. Wij zullen met veel belangstelling de discussie met het kabinet aangaan over de ondersteuning van het wetsvoorstel.

De heer Aptroot (VVD): Voorzitter. Het is geen leuk onderwerp, maar het is wel prettig om te kunnen constateren dat de VVD-fractie de lijn van de regering verstandig vindt. Het is goed dat de Europese Unie bij dit onderwerp gezamenlijk optreedt. Wij zijn blij dat de Europese Unie duidelijk heeft gemaakt dat we geen jacht op walvissen willen. Het moratorium voor de commerciële walvisvaart vinden wij prima. Wij verwerpen het dat dit door Japan toch wordt gedaan. Het excuus van wetenschappelijk onderzoek is natuurlijk flauwekul. Er wordt gewoon doorgegaan met de vangst van walvissen. Wat ons betreft wordt Japan zo hard mogelijk aangepakt, maar natuurlijk wel binnen de grenzen van de mogelijkheden die er zijn. Ik denk dat wij het met elkaar eens zijn dat de walvisvangst echt beëindigd zou moeten worden.

De heer Haverkamp (CDA): Wat verstaat u onder zo hard mogelijk?

De heer Aptroot (VVD): Dat zal in de rest van mijn verhaal wel blijken. Er zijn natuurlijk juridische mogelijkheden, maar ik vind wel dat je je aan het zeerecht moet houden. Daar kom ik nog op als het gaat om Sea Shepherd. We hebben herhaaldelijk incidenten en aanvaringen gehad; in 2008, in 2009 en in de afgelopen weken. We kunnen best sympathie hebben met het doel van Sea Shepherd, want wij willen de walvisvangst ook stoppen, maar wij vinden wel dat iedereen zich gewoon aan de regels op zee moet houden. Wat dat betreft twijfelen wij aan de acties van de Japanners, maar ook aan de acties van Sea Shepherd. De veiligheid op zee wordt gewoon aangetast. Ze gooien dingen naar elkaar en ze varen tegen elkaar aan. Wij vinden dat niet fraai, maar zoals wij het zien moet het recht hier zijn loop hebben. Het is duidelijk dat dit is gebeurd in de territoriale wateren van Australië en Nieuw-Zeeland. Zij zijn ermee bezig en dat moet dan ook maar door hen gebeuren.

Wij vinden ook wel dat de regering druk op Japan zou moeten en kunnen uitoefenen. Volgens mij gebeurt dat ook door de Europese Unie. Dat wil niet zeggen dat wij meteen ons leger eropaf willen sturen, want dat gaat wat ver.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb hierover twee vragen. De VVD-fractie zegt dat iedereen zich aan de wet moet houden. Natuurlijk, dat vindt mijn fractie ook. Het eigenaardige is dat in dit geval niet kan worden vastgesteld of er daadwerkelijk onrechtmatige feiten zijn gepleegd. We kunnen ons allemaal voorstellen dat Japan last heeft van Sea Shepherd. Zij varen met hun schip tussen de harpoenjager en het fabrieksschip, met als doel dat de gevangen walvissen niet op het fabrieksschip verwerkt kunnen worden. Het resultaat daarvan is dat er minder walvissen worden gevangen. Is dat een onrechtmatige daad? Dat weet ik niet. Japan is daar in elk geval onrechtmatig, omdat je niet in dat gebied mag zijn met jagersschepen. Er zijn vragen te stellen over het gebruik van de middelen door Japan en over wat Sea Shepherd doet, maar we weten het dus niet. De heer Aptroot zegt dat men zich aan de wet moet houden. Vindt hij deze twijfel voldoende reden om met bestuursrechtelijke maatregelen te komen? Dat is vraag een. Ik heb zijn collega mevrouw Neppérus mogen zien bij Pauw & Witteman. Zij vindt het ook vreselijk dat er op walvissen wordt gejaagd door Japan, en daar ben ik blij mee. Naar aanleiding van de opmerking dat wij het allemaal heel erg vinden, maar dat Japan jaar na jaar gewoon zijn gang gaat, en we moeten toch iets, suggereerde zij dat er best gedacht kan worden aan handelssancties. Ik wil graag weten of dat het standpunt van de VVD-fractie zou zijn. Ik zou er blij mee zijn als we ook eens wat concreets richting Japan kunnen inzetten, al is het maar om erop te wijzen dat we die mogelijkheid niet schuwen. Graag een reactie daarop.

De heer Aptroot (VVD): Volgens ons zijn de landen aan zet in welks territoriale wateren het is gebeurd. Dat moet dan maar gebeuren. Op dit moment kan ik nog niet de conclusie trekken dat ik voel voor handelssancties. Wij hebben de indruk dat zowel de walvisvaarders als Sea Shepherd dingen doen die gewoon niet kunnen, maar dat moet via de normale procedure worden vastgesteld. Om elkaar te gaan bekogelen vanaf een ander schip kan niet. Als iemand in de weg vaart, vinden wij het ook niet fraai om er dwars doorheen te proberen te varen, maar daar zijn regels voor.

Dan kom ik op de Zeebrievenwet. Wij hebben wel de indruk dat er te weinig mogelijkheden zijn voor de overheid om sancties te treffen, maar daarover gaan wij nog apart praten. Wij zien dat het aantal mogelijkheden in de Zeebrievenwet wordt aangescherpt. Nu kun je alleen ingrijpen als er bijvoorbeeld oorlog ontstaat, maar dat is toch wat overdreven. Het voorstel is om de mogelijkheid om onder de nationale vlag te varen op grond de Zeebrievenwet aan te pakken door de zeebrief in te trekken. Wij vinden dit in grote lijnen een heel goed wetsvoorstel. We zouden willen dat andere landen ook dit soort maatregelen nemen.

Op dit moment zeggen wij dat we eerst de diplomatieke druk verder moeten uitoefenen in plaats van handelssancties. Ik denk dat het goed is als Nederland dat doet, maar dat het nog wat meer indruk maakt als we dat in Europees verband doen.

De heer Haverkamp (CDA): Eerder in uw betoog zei u dat wij zo hard mogelijk moeten optreden. Vervolgens nuanceerde u dit en zei u dat wij niet onze eigen vloot laten opstomen richting Japan.

De heer Aptroot (VVD): Dat zou belachelijk zijn, maar ik zou het wel interessant vinden als de CDA-fractie dat zou steunen.

De heer Haverkamp (CDA): Ik heb niet gezegd: zo hard mogelijk. Dat zijn uw eigen woorden. Uw collega heeft op de televisie gesproken over handelssancties, maar daar neemt u nu ook afstand van. Bent u het met ons eens dat de oproep die de minister buiten de Europese Unie om heeft gedaan met de partners Australië en Nieuw-Zeeland, een juist signaal is?

De heer Aptroot (VVD): U kent het antwoord al. Ik heb gezegd dat Australië en Nieuw-Zeeland op dit moment aan zet zijn. Dat moet gewoon zijn beloop hebben en daarna zien we wel verder. Er zijn best drukmiddelen richting Japan. Handelssancties zijn een uiterste middel. Dat vind ik nu wat zwaar, vooral omdat ik het wel jammer vind dat een op zichzelf wel sympathiek doel wordt nagestreefd met middelen waarmee men zelf ook in overtreding is. Wat dat betreft vind ik dat wij naar beide kanten haast sancties zouden moeten treffen.

De heer Poppe (SP): Voorzitter. Het is duidelijk: Japan jaagt illegaal op walvissen en probeert de wereld te misleiden door het stempel «onderzoek» op de walvisjagers te zetten. Japan vindt ook dat we de acties van Sea Shepherd niet moeten vergelijken met wat zij doen, omdat zij bezig zijn met legale visvangst voor onderzoeksdoeleinden. We weten al jaren dat dit leugens zijn. Bewindslieden hebben dat ook erkend, ook internationaal. Het gaat gewoon om piraterij, zeeroof. Nooit zijn er wetenschappelijke publicaties van resultaten van die zogenaamde onderzoeken gepubliceerd, ook dat is een teken. Laten we helder zijn, we weten gewoon dat het gaat om onderzoek hoe zo veel mogelijk walvissen aan de wal te krijgen voor de sushi. Daar gaat het allemaal om. Is de minister van Buitenlandse Zaken bereid om de ambassadeur van Japan op het matje te roepen? Is hij bereid de Verenigde Naties, eventueel samen met de EU, te vragen om de Japanse walvisvangst als piraterij, zeeroof aan te duiden en eventueel met maatregelen te dreigen, zoals in de wateren van Somalië gebeurt? Dat waren een paar vragen.

Wij wijzen het plan af om de Zeebrievenwet aan te passen om meer bestuursrechtelijke middelen te scheppen. Dat is puur gelegenheidswetgeving en daar zijn we zeer tegen. Door zowel de Japanse kapiteins als de kapiteins van Sea Shepherd worden elementaire regels voor de zeevaart overtreden. Deze zijn: de veiligheid van schip en bemanning vooropstellen en te allen tijde zorgen voor een veilige koers. Dat blijkt in beide gevallen waarschijnlijk niet het geval te zijn.

Wat hebben we daarvoor sinds 1909? De Raad voor de Scheepvaart, een onafhankelijk onderzoeks- en tuchtcollege dat onderzoek doet naar oorzaken van scheepsrampen en aanvaringen met schepen onder Nederlandse vlag. De vraag is of deze raad dit al heeft onderzocht. Zo nee, waarom niet? Zijn de bewindslieden bereid om de Raad voor de Scheepvaart te laten onderzoeken wat er precies aan de hand is? Dat zijn ervaren mensen die alle logboeken goed kunnen lezen.

De internationale walvisvaartcommissie heeft vanaf 1986 een moratorium ingesteld. De Nederlandse regering en verschillende andere regeringen onderschrijven ook dat het doden van walvissen niet in lijn is met dat verdrag. De zogenaamd wetenschappelijke vlag van de Japanse walvisvaarders moet dus gestreken worden. Dat moet in internationaal verband aangepakt worden.

De heer Haverkamp (CDA): U verwijst terecht naar dat tuchtcollege, dat al in 1909 is opgericht. Dat wist ik even niet. Maar volgens mij is daardoor onderzoek verricht en is het OM op basis van dat onderzoek tot de conclusie gekomen dat het niets kan doen. De andere incidenten hebben plaatsgevonden met schepen die niet varen onder Nederlandse vlag. Dan vind ik het ook logisch dat de rechtsmacht van het land waar die vlag wel gevestigd is, met name Australië en Nieuw-Zeeland, het initiatief neemt. Het is mij eigenlijk niet helder waar u voor pleit.

De heer Poppe (SP): Het is mij niet bekend of de Raad voor de Scheepvaart een onderzoek heeft gedaan. Als dat zo is, zou ik graag willen weten wat hun bevindingen zijn. Dan kunnen we ook kijken waar eventueel de schuld ligt, enz. Het gaat volgens mij om incidenten in internationale wateren, buiten de territoriale wateren van Nieuw-Zeeland en Australië, dus het internationale zeerecht speelt hierbij een rol, maar als er een schip met de Nederlandse vlag bij betrokken is, waar ter wereld dat ongeluk ook gebeurt, dan is de Raad voor de Scheepvaart gerechtigd om tuchtmaatregelen te nemen. Het is namelijk een onderzoeks- en tuchtcollege. Vandaar mijn vraag. Ik hoor wel van de staatssecretaris, die er verstand van heeft, of er onderzoek is gedaan en of we dat kunnen krijgen.

Wij wijzen de pogingen af om in de Zeebrievenwet te komen tot het mogelijk strijken van de Nederlandse vlag op een van de schepen, want dat is precies koren op de molen van de Japanse illegale visserij. Dat de protesten van Sea Shepherd gepaard gaan met het varen van gevaarlijke koersen, maar dan wel door beide partijen, is zeer waarschijnlijk, want anders zouden zij niet tegen elkaar aan varen. Dat zijn levensbedreigende situaties in die onherbergzame zeeën van Antarctica.

Ik wil toch wel even gezegd hebben dat burgerlijke ongehoorzaamheid en acties wat ons betreft horen te kunnen, mits zij openlijk, geweldloos, proportioneel en gewetensvol zijn, met als doel om groot onrecht aan te kaarten. Onder die voorwaarden steunen wij ook de protesten van Sea Shepherd, maar wel onder die voorwaarden. Als de illegale visserij stopt, dan stopt Sea Shepherd ook. Dan ben je het probleem kwijt, dus het is eigenlijk heel eenvoudig.

De vraag is of de wijziging van de Zeebrievenwet nodig of wenselijk is. Is het niet beter om de huidige wetgeving te handhaven? In Nederland kan het OM strafrechtelijk onderzoek instellen naar het handelen onder de Nederlandse vlag. Ik wees al op de mogelijkheden van de Raad voor de Scheepvaart. Waarom heeft het OM afgezien van strafrechtelijk onderzoek? Als het moeilijk is voor het OM om dit te onderzoeken, waarom zou dat dan ineens wel kunnen in een andere bestuursrechtelijke procedure? In beide gevallen zal er toch deugdelijk onderzoek gedaan en bewijs geleverd moeten worden?

De vraag is ook of de plannen met de Zeebrievenwet evenwichtig en proportioneel zijn. In dit verband wijs ik op het antwoord op vraag 8: «De Japanse overheid zal naar verwachting niet snel bereid zijn die medewerking te verlenen aangezien in een strafrechtelijk onderzoek ook de handelingen van de walvisvaarders onder de loep worden genomen.» De vraag is dan hoe de maatregelen die Nederland in de planning heeft, zich verhouden tot de maatregelen die Japan dus juist niet neemt. Dit is buitenproportioneel.

Daarom vraag ik om te kappen met het plan tot aanpassing van de Zeebrievenwet en om nog meer stappen te ondernemen om de illegale onderzoeksvlag van de Japanse vloot te halen. Betrek hier voor mijn part de internationale wetenschapswereld bij via de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. Is dit wel wetenschap? Mogen we het wel zo noemen? Als dat niet zo is, dan is daarna ook wetenschappelijk vastgesteld dat dit illegaal is. Nogmaals, is de minister van Buitenlandse Zaken bereid om de Japanse ambassadeur op het matje te roepen, om Japan duidelijk te maken dat het gaat om onaanvaardbare Japanse zeepiraterij, zeeroof? Ik weet dat er een internationaal belang is, maar dat moet dan maar blijken. Daarom is mijn laatste vraag of de minister van Buitenlandse Zaken bereid is om te bekijken of er in internationaal verband, desnoods samen met de EU of de Verenigde Naties, sancties tegen Japan kunnen worden ingesteld.

De voorzitter: De minister heeft aangegeven dat hij onmiddellijk tot beantwoording kan overgaan. Ook gelet op zijn eigen agenda lijkt me dat verstandig.

Minister Verhagen: Mijnheer de voorzitter. Dank voor deze coulance. Ik dank de Kamer voor de reacties en ik deel de zorgen van de Kamer over de ontwikkelingen rond de walvisvaart. De walvisvloot van Japan is wederom uitgevaren voor de walvisvangst, zogenaamd voor wetenschappelijke doeleinden. Nederland, de Europese Unie, Australië en Nieuw-Zeeland zijn absoluut van opvatting dat dit wetenschappelijk onderzoek niet noodzakelijk is of beter gezegd ook door niet-dodelijke onderzoeksmethoden kan plaatsvinden. Met andere woorden, je hebt die walvisvaart niet nodig voor het doel dat men beoogt. Ik proef hetzelfde gevoel bij de Kamer. Dat is evident. Dat is ook de reden waarom wij gezamenlijk met andere landen optrekken op dit punt. Ik denk dat daar het verschil van mening totaal niet zit.

De voorzitter: Ik stel voor dat de minister na zijn aanloopje even een paar inhoudelijke vragen beantwoordt en dat de Kamer dan alle gelegenheid krijgt om te reageren.

Minister Verhagen: Ik denk dat de stellingname vrij duidelijk is, zelfs voor de heer Poppe.

De heer Poppe (SP): U zegt dat Australië en Nieuw-Zeeland zeggen dat wetenschappelijk onderzoek niet nodig is. Daarmee geeft u toe dat het toch een vorm van wetenschappelijk onderzoek is.

Minister Verhagen: Ik herstelde mijzelf, want ik zei dat walvisvangst voor het wetenschappelijk onderzoek niet nodig is.

De heer Poppe (SP): Dan is het nu nog duidelijker.

De voorzitter: Ik stel toch voor dat de minister even de ruimte krijgt om een aantal antwoorden te geven, opdat misverstanden worden voorkomen.

Minister Verhagen: Die zorg die wij hebben over het doorgaan van de walvisvangst, wordt nog versterkt, aangezien wij uiteraard ook zorgen hebben over de toenemende confrontaties tussen de Japanse walvisvloot en de Sea Shepherd Conservation Society. Die confrontaties krijgen een steeds gewelddadiger karakter. Ik constateer wat dit betreft escalatie bij beide partijen. Van het over en weer gooien van objecten, waarmee het is begonnen, is het nu gekomen tot het gebruik van laserstralen, Long Range Acoustic Devices en zelfs aanvaringen. Vorig jaar was er een aanvaring van de Steve Irwin met de Yushin Maru 3 en dit jaar was er op 5 januari een aanvaring waarbij de Ady Gil is gezonken.

Het is van groot belang, zeker in die barre omstandigheden van de Antarctische wateren, dat de veiligheid op zee wordt gehandhaafd. Dat houdt wat ons betreft in dat zowel de walvisvaarders als de demonstranten zich houden aan de internationale regelgeving die is vastgelegd in de Convention on the International Regulations for Preventing Collisions at Sea. De heer Aptroot en de heer Haverkamp hebben daar ook op gewezen, maar ook anderen, dacht ik. Het gaat puur om de veiligheid; dat je je dan ook houdt aan de regelgeving die daarover bestaat. Daar zijn ook een aantal andere conventies voor. Ik zal de Kamer de namen daarvan besparen, want zij zal mij op mijn woord geloven. De partijen zijn door ons en door anderen zeer nadrukkelijk aangesproken op de noodzaak om die internationale regelgeving na te leven. Tegelijkertijd is door ons zowel mondeling als schriftelijk meegedeeld aan Sea Shepherd dat het naleven van de internationale regelgeving met betrekking tot de veiligheid op zee een conditio sine qua non is voor het uitoefenen van het recht op demonstratie. Juist omdat men dat recht op demonstratie vervult met gebruikmaking van Nederlandse schepen, is dat van onze kant duidelijk gemaakt.

Uit bevindingen van de Inspectie voor Verkeer en Waterstaat inzake het aanvaringsincident van februari 2009, dus vorig jaar, maar ook na het zien van de beelden van het incident in december van vorig jaar en januari van dit jaar blijkt dat de Sea Shepherd Conservation Society zich niet houdt aan deze regelgeving. Ik kan er niet meer of minder van maken. Tegelijkertijd is ook duidelijk dat het gooien van objecten, het te weinig veilige afstand bewaren en het gebruik van Long Range Acoustic Devices door Japanse walvisvaarders strijdig zijn met de internationale regelgeving. De Kamer heeft daar terecht op gewezen.

Net zo goed als Sea Shepherd op dat gedrag is aangesproken, zijn ook de Japanse autoriteiten aangesproken op het gedrag van die walvisvaarders. Daarvoor hoef ik de ambassadeur niet op het matje te roepen, want daar zijn veel effectievere middelen voor. Een ambassadeur roep je op het matje wanneer je de minister of de premier niet aanspreekt; je vraagt aan de ambassadeur om de gevoelens van de Nederlandse regering over te brengen aan zijn bewindslieden. Wij hebben dat anders gedaan, zowel op diplomatiek als politiek niveau. Premier Balkenende heeft in zijn gesprek met premier Hatoyama tijdens zijn bezoek aan Japan, eind oktober vorig jaar, net als ik zelf benadrukt dat ook de bemanning van de Japanse walvisvaarders zich niet aan de regels heeft gehouden en dat hun optreden naar onze mening strijdig is met de internationale regelgeving. Die boodschap komt veel directer aan wanneer je dat rechttoe-rechtaan zegt als premier of als minister van Buitenlandse Zaken dan wanneer je dat indirect via de ambassadeur zou doen, dus ik ben nog verder gegaan dan de heer Poppe wenst.

Tegelijkertijd is in het licht van die incidenten in 2009, voorafgaand aan het jachtseizoen 2009–2010, met Nieuw-Zeeland en Australië, de vlaggenstaat van de Ady Gil en de havenstaat van Sea Shepherd, contact opgenomen om te komen tot de bekende gezamenlijke verklaring, waarnaar alle woordvoerders verwezen. In die verklaring hebben wij nogmaals onze positie ten aanzien van de walvisvangst tot uitdrukking gebracht, dus dat wij deze afwijzen en van mening zijn dat wetenschappelijk onderzoek geen excuus vormt voor walvisvangst. Daarin hebben wij ook onze positie benadrukt met betrekking tot het recht op demonstratie en het belang dat wij hechten aan veiligheid op zee. Tegelijkertijd is bij alle partijen aangedrongen op terughoudendheid. Dat was de basis van die verklaring. De incidenten nadien hebben natuurlijk wel aangetoond dat deze oproep van de drie landen gezamenlijk tot weinig heeft geleid en dat deze in ieder geval in de wind is geslagen.

Op dit moment is het onderzoek dat door Nieuw-Zeeland en Australië wordt uitgevoerd naar het aanvaringsincident van 5 januari voor ons van belang. Ik denk dat het niet opportuun is om lopende dat onderzoek in te gaan op de schuldvraag. Laat eerst die technische experts het onderzoek naar de feiten uitvoeren. Voor Nieuw-Zeeland als vlaggenstaat van de Ady Gil zal het daarna van belang zijn om te overwegen welke vervolgstappen naar hun mening in eerste instantie moeten worden genomen.

Mevrouw Ouwehand vroeg in dat kader wat ik zou gaan doen als ... Even los van het feit dat ik echt vind dat we dat onderzoek moeten afwachten en dat «wat als»-vragen relatief weinig relevant zijn, wil ik toch even onderstrepen dat Nieuw-Zeeland als vlaggenstaat van de Ady Gil in eerste instantie moet bekijken op welke wijze vervolg wordt gegeven aan de uitkomsten van dat onderzoek dat door Nieuw-Zeeland en Australië is ingesteld naar de feiten van de aanvaring als gevolg waarvan de Ady Gil is gezonken. Ik zou het echt in die volgorde willen houden.

Die recente incidenten hebben de regering wel gesterkt in de opvatting dat Nederland met gelijkgezinde landen, zoals onder meer Australië en Nieuw-Zeeland, moet blijven bepleiten dat de walvisvangst ook voor wetenschappelijke doeleinden moet worden gestopt. Dat zullen we natuurlijk vooral doen in het kader van de International Whaling Commission. Die opvatting zullen we bilateraal blijven uitdragen en dat zullen we ook multilateraal blijven doen.

Daarnaast vinden wij het wel van belang dat die herziening van de Zeebrievenwet wordt gerealiseerd. Ik weet dat de SP-fractie het daar niet mee eens is, maar in een democratie geldt ook dat er verschillende opvattingen kunnen voorkomen. De opvatting van de regering is dat er een herziening van die Zeebrievenwet moet komen die de regering ook in staat zal stellen om op te treden tegen schepen die willens en wetens internationale regelgeving overtreden, die mede onder onze verantwoordelijkheid vallen en die daaraan bepaalde bescherming willen ontlenen. Dat is de reden waarom wij ook de Zeebrievenwet op dat punt wensen aan te passen. De staatssecretaris zal hierover uiteraard in de toekomst nader met de Kamer van gedachten wisselen.

Ik vind het dus zaak om duidelijk onze opvattingen kenbaar te blijven maken en om in het kader van de International Whaling Commission te blijven werken aan het beëindigen van de walvisvangst. Ik wil het wel vooral binnen deze context oplossen. Ik moet zeggen dat het naar mijn mening niet zinvol is om hieraan woorden te koppelen als zeeroof en piraterij, zoals de heer Poppe doet. Zeeroof en piraterij zijn zeer duidelijk omschreven in de conventie voor het zeerecht en daar valt dit niet onder. Ik vind dat wij op een andere wijze moeten blijven werken aan het respecteren van bestaande regels voor verkeer op zee.

De heer Poppe (SP): Voorzitter. Wij zijn eigenlijk al vanaf 1986 hiermee bezig en ondertussen gaat de walvisvangst gewoon verder. Er is geen antwoord gegeven op mijn vraag over het onderzoek. Ons standpunt is dat onderzoek niet nodig is. Zij zeggen dat het onderzoek is en dat staat ook met grote letters op die schepen. Mijn vraag aan de bewindslieden is om aan te tonen dat het geen onderzoek is, maar gewoon walvissen vangen voor de sushi. Daar gaat het om. Mijn vraag is om aan de internationale wetenschapswereld, bijvoorbeeld via de Koninklijke Academie van Wetenschappen, te verzoeken om dat aan te pakken. Zij kunnen zeggen: dit is geen onderzoek, wij hebben nog nooit een publicatie gezien, we hebben nooit onderzoeksresultaten gezien. Hoeveel wetenschappers zitten er dan wel op die schepen, dat wil ik dan ook wel eens weten. Wat voor laboratoria zijn er op die schepen? Wat voor monsters nemen ze? Wat gebeurt er met de kadavers van de gevangen proefvissen? Dat zijn zaken die wetenschappers moeten uitzoeken. Als zij zeggen dat dit geen onderzoek is, is duidelijk dat het ook wat dit betreft illegaal is.

Mijn tweede vraag was – die is nog niet beantwoord – of de minister bereid is om samen met de EU de aan VN te vragen of die maatregelen wil nemen in de zin van dat het eigenlijk zeeroof is, dat internationale regels ernstig worden overtreden en dat er, net als tegen de Somalische piraterij, actie wordt ondernomen of sancties worden opgelegd, dus dat er internationale sancties komen tegen Japan vanwege illegale visserij onder het mom onderzoek. Wij hebben hier met de Japanse regering te maken, die de commerciële vissers gewoon de gelegenheid biedt.

De voorzitter: De vragen zijn duidelijk, zij betreffen de wetenschap en de VN.

Minister Verhagen: De International Convention for the Regulation of Whaling is van de VN. Daarin is in artikel 8, lid 1, vastgelegd dat iedere verdragspartij, of wij dat nu leuk vinden of niet, een speciale licentie mag afgeven voor walvisvangst ten behoeve van wetenschappelijke doeleinden. In lid 2 van dat zelfde artikel is vastgelegd dat iedere gevangen walvis na de verwerking van de wetenschappelijke data moet worden verwerkt overeenkomstig de richtlijnen van de overheid die de licentie heeft verstrekt. Daar kan je de sushi bij gaan halen, om de woorden van de heer Poppe te gebruiken. Tegen de achtergrond van deze conventie van de VN -wij willen toch niet tegen de VN optreden; dat zou echt illegaal zijn -kan niet worden gesteld dat Japan illegaal handelt. Wat onze stelling is -dat is de reden dat wij willen wij werken aan een wijziging van de conventie in het kader van de International Whaling Commission – dat het heden ten dage mogelijk om niet-dodelijk wetenschappelijk onderzoek te bedrijven. Met andere woorden, onze stelling is – die is gebaseerd op de wetenschap – dat een walvis niet gedood hoeft te worden om het wetenschappelijke onderzoek te doen. Het is tegen die achtergrond dat de regering de walvisvangst voor wetenschappelijk onderzoek van de hand wijst. De stelling is dan niet: zij zijn illegaal. De stelling is dan dat wij ervoor moeten zorgen dat die uitzondering ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek verdwijnt. Daar is onze inspanning op gericht. Daar heb ik niet voor nodig dat wordt aangetoond dat de walvissen worden gedood ten behoeve van de sushi. Het is veel nuttiger om aan te tonen dat het niet meer noodzakelijk is voor wetenschappelijk onderzoek om walvissen te doden en derhalve om ze te vangen.

De heer Poppe (SP): Het wijzigen van internationale regels is een langdurige en ingewikkelde zaak. Wat wij sneller kunnen doen, is de wetenschappelijke wereld vragen – de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen zou daar het voortouw in kunnen nemen – om aan te tonen dat hier niet eens sprake is van wetenschappelijk onderzoek. Er is namelijk nooit iets gepubliceerd. Zij hebben nooit een wetenschappelijk artikel gepubliceerd in de tijdschriften, zoals normaal gesproken gebeurt. Als de wetenschap internationaal vaststelt dat het geen onderzoek is, hebben wij het misschien sneller voor elkaar. Misschien hoeft dat artikel niet eens te worden gewijzigd. Er wordt immers helemaal nergens in de wereld onderzoek gedaan, dus is hier sprake van illegale visserij en het besodemieteren van de hele wereld.

Minister Verhagen: Ik ben het met veel van wat u zegt eens, behalve met dat dus. Onze stelling, wetenschappelijk onderbouwd, is dat het doden van walvissen niet nodig is om data te verzamelen voor wetenschappelijk onderzoek. Met andere woorden, onze stelling is dat de uitzondering van artikel 8, lid 1, niet nodig is. Ik kan de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen allemaal opdrachten geven en ze vragen om die walvissen na te gaan en te bekijken of ze op de sushimarkt in Tokio of Osaka belanden. En dan? Wat heb ik er dan aan? Wat is het nut, behalve de publieke verontwaardiging omdat wij nog eens bevestigd krijgen door de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen dat die walvissen op de sushimarkt van Osaka terecht zijn gekomen? Wat heb ik er verder aan? Daarmee verandering de wetgeving niet, daarmee verander ik de VN-conventie niet en daarmee kan ik Japan niet houden aan hetgeen wij willen, namelijk het stoppen van de walvisvangst.

Het is veel nuttiger om hetgeen te doen wat wij samen met de andere landen doen. Dat is in de eerste plaats ervoor zorgen dat landen, maar ook Sea Shepherd, zich houden aan de gedragsregels voor het varen op zee. In de tweede plaats is dat ervoor zorgen dat Japan stopt met de walvisvangst in het kader van de afspraken die wij maken in de International Whaling Commission. Dat is het.

De voorzitter: U krijgt niet het woord, mijnheer Poppe.

De heer Poppe (SP): De minister stelde mij een vraag en daar moet ik een antwoord op geven.

De voorzitter: Ik dacht dat u even wat langer wilde nadenken.

De heer Poppe (SP): Nee, nee. Ik hoef daar niet langer over na te denken.

De voorzitter: Dan komt er straks niet meer op terug, dan is het klaar.

De heer Poppe (SP): De minister zegt in welke volgorde, met welke stappen, hij het wil doen. Ik heb ook een aantal stappen genoemd. Als vastgesteld is dat het doden van walvissen voor onderzoek niet noodzakelijk is, wil dat niet zeggen dat Japan daarmee niet kan zeggen dat het walvissen doodt voor onderzoek. Dat doen ze namelijk. Ik wil aangetoond hebben dat het geen onderzoek is. Er zijn geen publicaties. Laten de wetenschappers zich er ook mee bemoeien. Dan doe je dus twee dingen die elkaar versterken. Dat is wat ik bedoel.

Wat betreft het naleven van de regels in internationale vaarwateren het volgende: als het een aanvaring betreft van een schip dat onder Nederlandse vlag vaart, kan de Raad voor de Zeevaart daar onderzoek naar doen. Ik denk dat die beter onderzoek kan doen, beter geoutilleerd is en meer kennis van zaken heeft, dan het Openbaar Ministerie.

De voorzitter: Het is helder, mijnheer Poppe. U hebt antwoord gegeven op de vraag van de minister. Heeft de minister nog behoefte om daarop te reageren?

Minister Verhagen: Nee, want ik heb mijn antwoord gegeven op dit punt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb een aantal vragen naar aanleiding van de beantwoording van de minister, waarvoor overigens dank. Wat is blijven liggen, is het schietincident. Minister Verburg heeft gezegd dat het werk in uitvoering is en dat het wordt uitgezocht. Later heeft het kabinet gezegd dat het niet onder de verantwoordelijkheid van de inspectie valt en dat het er dus niet naar kijkt. In antwoord op onze vragen, heeft het kabinet bovendien gezegd dat er geen aanwijzingen zijn dat er een schietincident heeft plaatsgevonden. Nu heb ik beelden gezien van de kapitein die kogelgaten in zijn kogelvrije vest had. Misschien zijn die beelden gemanipuleerd, dat weet ik niet. Je zou echter toch op zijn minst wat getuigen moeten horen. Wat is er overgebleven van de toezegging van minister Verburg?

Ik heb ook nog een vraag over de Ady Gil. Australië en Nieuw-Zeeland doen inderdaad onderzoek. Ik heb erop gewezen dat er een Nederlandse onderdaan aan boord was. Is het dan niet zo dat Nederland volledige rechtsmacht heeft? Zouden wij ons niet wat steviger moeten uitspreken, zeker als het kabinet op de lijn zit dat de veiligheid op zee belangrijk is? Wij kunnen toch niet wegkruipen achter Australië en Nieuw-Zeeland als een van onze eigen onderdanen zich bleek te bevinden op een schip dat zou gaan zinken?

Welke resultaten heeft het aanspreken van Japan op de veiligheid op zee? Als dat onze lijn is, moet het kabinet ergens zeggen dat er een keer actie moet komen van Japanse zijde. Nederland kondigt nu aan de Zeebrievenwet te wijzigen op basis van niet-gecontroleerde feiten. In feite wordt dus één partij benadeeld in dit systeem. Japan staat natuurlijk te lachen, dat snap ik ook wel. Japan wordt immers aangesproken en komt niet met zulke stappen. Wat vindt de minister daarvan?

Minister Verhagen: Ik ga, met alle respect, niet over het OM. Het is niet aan mij om daar een oordeel over uit te spreken. Dat komt door de trias politica, waar wij ons al sinds jaar en dag op baseren. De onafhankelijkheid van de rechterlijke macht brengt mij er niet toe om nu een oordeel uit te spreken over de vraag waarom het OM niet is overgaan tot vervolging.

Mevrouw Ouwehand spreekt over een incident en legt daarbij een relatie met uitspraken van minister Verburg. Daar zal ik de Kamer schriftelijk over informeren, aangezien mij niet bekend is wat mevrouw Verburg heeft toegezegd en wat de stand van zaken is. Dat moet ik navragen.

Mevrouw Ouwehand zegt dat er niets bewezen is en dat de regering wel Sea Shepherd pakt door middel van de wijziging van de Zeebrieven. De staatssecretaris zal hier ongetwijfeld nader op ingaan. Ik heb echter in mijn antwoord al gezegd dat wij, ook op basis van het onderzoek in het verleden en de beelden die wij daarvan hebben gezien, in elk geval hebben geconstateerd dat Sea Shepherd zich niet heeft gehouden aan de afspraken die wij met deze organisatie hebben gemaakt. Die afspraken met hen hebben wij niet voor niets gemaakt. Ik mag ervan uitgaan dat als zij vragen om de Nederlandse vlag te mogen voeren, zij houden aan de afspraken. Wat in de wijziging van de Zeebrievenwet wordt voorgesteld – dat debat zullen wij in het kader van de wetswijziging voeren – is een middel om te kunnen optreden als schepen zich niet houden aan de afspraken. Ik heb immers als Nederlandse overheid een directe relatie met een schip dat onder Nederlandse vlag vaart. Dat is de reden. Mevrouw Ouwehand stelt dat wij Japan niet aanpakken. Als de Nederlandse vlag op Japan van toepassing zou zijn, zou ik dat kunnen doen. Daar zijn echter andere regels voor. Dat gebeurt in het kader van de VN, de International Whaling Commission en het gezamenlijk optrekken met andere landen om Japan aan te spreken. Dat is het normale verkeer.

Ik weet wel dat u het er niet mee eens bent, mijnheer Poppe. Dat zijn standpunten. Het gaat niet om de feiten. Ik mag als overheid eisen stellen, mag ik schepen vragen dat zij zich houden aan de regels die wij met elkaar hebben afgesproken. Zij hoeven de Nederlandse vlag niet te voeren.

De heer Aptroot (VVD): Ik heb een punt van orde. Ik dacht dat de minister ongeveer klaar was en dat de staatssecretaris kon gaan antwoorden. Dan hebben wij een tweede termijn en kan de minister eerst antwoorden, zodat hij in elk geval om 15.30 kan vertrekken. De discussie loopt nu dwars door de portefeuille van de staatssecretaris.

De voorzitter: Ik wil ook een voorstel doen. De minister heeft nu zeer uitgebreid geantwoord en hij is ingegaan op een aantal interrupties, bijvoorbeeld op de drie vragen van mevrouw Ouwehand. Ik stel voor de dat de minister de vragen beantwoordt. Als er dan nog iets ligt, verzoek ik de leden om hun vraag meteen te stellen. Dan kan de minister namelijk zijn weg vervolgen.

De heer Poppe (SP): Ik heb een vraag aan de minister naar aanleiding van de uitspraken die hij nu heeft gedaan.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand was nog niet klaar. Daarna bent u aan de beurt, mijnheer Poppe.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik dacht, laten we alle vragen aan de minister van Buitenlandse Zaken zo snel mogelijk afhandelen.

De voorzitter: Dat was ook mijn voorstel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan kan hij naar buiten gaan, of waar hij ook heen moet.

Ik kom even terug op de afspraken die met Sea Shepherd zijn gemaakt. Zij hebben die Nederlandse zeebrief en die houden zij totdat onomstotelijk kan worden aangetoond dat zij de wettelijke voorschriften daarvoor hebben overtreden. Dat is natuurlijk niet het geval. Ik weet wel dat de zeebrief nu niet wordt afgepakt, maar dat is wel de redenering op basis waarvan het kabinet heeft aangegeven hoe het dit in de toekomst wil gaan doen. Dan wordt het tricky. Het is inderdaad een beetje ongemakkelijk dat wij nu niet over de wetswijziging zelf kunnen spreken. De redering om hiertoe te komen, vind ik echter mager. Als je niet de feiten hebt, kun je ook niet oordelen of Sea Shepherd, maar ook Japan, de regels heeft overtreden. Wij hebben allerlei vermoedens, maar wij kennen de feiten niet en wij hebben het niet onomstotelijk aangetoond. In dat licht vind ik het merkwaardig dat als Nederland zich inderdaad wil inzetten voor de bescherming van de walvis, alleen Nederland heel ver gaat en ingrijpende maatregelen gaat doorvoeren ten aanzien van een organisatie die eigenlijk doet wat de internationale gemeenschap laat liggen, namelijk het handhaven van het moratorium op de walvisjacht. Ik vind het ook merkwaardig dat de minister geen enkele deadline koppelt aan de oproep aan Japan om in elk geval de veiligheid op zee te waarborgen, maar ook aan het handhaven van het moratorium op de walvisjacht. Dat zijn allemaal open eindjes. Ik vind die zaken niet in verhouding staan tot elkaar: wel optreden tegen een maatschappelijke organisatie en tegen de andere kant van het verhaal niet. Laten wij het maar even kinderachtig zeggen: Japan is begonnen, maar Japan gaat vrijuit.

Minister Verhagen: Dat is een opvatting die ik op zich respecteer, maar waar wij een andere opvatting tegenover hebben staan. Die moet en zal aan de orde komen bij de behandeling van de wijziging van de Zeebrievenwet. Dit onderwerp staat echter los van de discussie hier en het staat ook volgens mij niet helemaal op de agenda. Ik was vriendelijk. Wij stellen dat wij beide partijen aanspreken op het handhaven van de veiligheid op zee. Wij veroordelen walvisvangst en wij blijven ons inzetten voor het beëindigen van de walvisvangst, al dan niet voor wetenschappelijke doeleinden omdat wij die redengeving niet erkennen. Dat is de opvatting. Die staat los van de discussie die wij ongetwijfeld in het kader van de Zeebrievenwet zullen voeren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb nog een vraag gesteld over de Nederlandse rechtsmacht vanwege de aanwezigheid van een Nederlandse onderdaan op de Ady Gil. Kan de minister daar nog op ingaan?

Minister Verhagen: Ook daar heb ik het antwoord al op gegeven: ik ga niet zitten op de stoel van het OM en ik wacht de stappen die Australië en Nieuw-Zeeland allereerst af.

De heer Haverkamp (CDA): Ik heb een vraag aan mevrouw Ouwehand. De orde van de vergadering is voor mij wat onduidelijk. Ik wil weten hoeveel dossiers bij haar bekend zijn waarin onze regering samen met de regeringen van Australië en Nieuw-Zeeland een duidelijk statement maakt richting een ander land en waarin de minister-president en de minister van Buitenlandse Zaken een ander land op aanspreekt, los van dit dossier? Zij zegt dat de regering niets doet en allen maar naar Sea Shepherd wijst. Ik heb toch het gevoel dat de regering binnen haar mogelijkheden heel veel kansen pakt. Wij treden zelfs buiten de Europese Unie.

De voorzitter: Het antwoord kan kort zijn: nul, tien of vijftien.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het antwoord is: ik ben er niet van onder de indruk. Het moratorium op de walvisjacht geldt al heel erg lang. Nederland is tegen schendig van het moratorium. Dat is een prachtige positie. Als het resultaat echter is dat Japan dat voor kennisgeving aanneemt en gewoon ieder jaar 1000 walvissen uit de zee sleurt, denk ik dat wij er wel een schepje bovenop zouden kunnen doen. Ik heb al gezegd dat die verklaring met Nieuw-Zeeland en Australië mooi is, maar er moeten uiteindelijk wel conclusies aan worden verbonden. Dit kunnen wij toch niet nog eens vijftien jaar gaan accepteren?

De voorzitter: De heer Poppe heeft nog een vraag en daarna de heer Aptroot.

De heer Poppe (SP): Ik heb twee vragen. Ik heb gevraagd naar sancties tegen Japan, dus verdergaande stappen omdat het zich al jaren niets van de wereld aantrekt. Daar is nog geen antwoord op gekomen.

Mijn andere opmerking betreft de uitspraken die de minister zojuist deed over het wijzigen van de Zeebrievenwet zodat je de toestemming om een vlag te mogen voeren, kan intrekken. Dan maak je een schip tijdelijk stateloos, maar binnen een scheet heeft het natuurlijk via een andere goedkope vlaggenstaat voor een paar centen weer een vlag. Dat lost het probleem dus niet op. Ik heb gewezen op de Raad voor de Scheepvaart. Dat is een tuchtcollege.

Minister Verhagen: Die valt onder de portefeuille van de staatssecretaris.

De heer Poppe (SP): U ging erop in. Die Raad voor de Scheepvaart kan indien een schip bewust keer op keer de fout in gaat de bevoegdheid om het gezag te voeren over een schip intrekken. Dat zijn maatregelen die proportioneel zijn. Een algemene regel in de Zeebrievenwet aanpassen is buitenproportioneel en functioneert niet. Daarop wil ik een reactie van de minister hebben.

De voorzitter: Ik wijs eenieder erop dat de Zeebrievenwet separaat wordt behandeld, voor alle duidelijkheid. Anders kunnen wij wel een uurtje langer doorgaan en ik geloof niet dat dit het doel is van dit overleg.

Minister Verhagen: Laat ik antwoorden op de vragen. Het antwoord op vraag één is nee. Het antwoord op vraag twee is dat ik geen sancties tegen Japan aan de orde zal stellen. Drie is dat er overleg plaatsvindt tussen de Europese Unie en Australië en dat voor het overige de staatssecretaris zal ingaan op de vragen die over de Zeebrievenwet zijn gesteld.

De heer Aptroot (VVD): De VVD-fractie vindt dat de regering een verstandige lijn volgt en het maximale doet. Dat vinden wij eigenlijk met elkaar niet voldoende, maar er zijn geen andere middelen. Ik vraag de minister of hij bereid is om als de Japanse premier of zijn collega op bezoek zijn ze hinderlijk te blijven volgen, ook in de Europese Unie. Nee, niet aanvaren, mijnheer Poppe. Als het aanrijden zou worden, wordt het rijbewijs van de minister ingenomen. Hinderlijk volgen kan. Het steeds weer agenderen tot ze het zat zijn, ook binnen de EU en in de Verenigde Naties, is volgens mij op dit moment het enige middel. Daar zijn wij voor. De minister rijdt geen Toyota of een Lexus, dus daar kan hij het niet aan wijten.

Minister Verhagen: De heer Hofstra had een heel mooie Lexus, maar wel een hybride geloof ik. Ik ben het volledig met de heer Aptroot eens. Wij zullen daarmee doorgaan. Ik ben blij dat hij, in tegenstelling tot de heer Poppe, niet oproept tot ... Wat hij buiten de microfoon zei, was bijna oproepen tot geweld. Dat zal ik maar niet doen.

De heer Poppe (SP): U zegt het in de microfoon, ik niet. Ik heb het ook niet gezegd, voor de luisteraars.

Minister Verhagen: Oké, gelukkig. Ik dacht dat ik dat verstond. Dat is gelukkig niet het geval. Ik ben het eens met de heer Aptroot. Dat is exact de lijn die de regering nastreeft.

De voorzitter: Dank u wel, minister. De beantwoording van de minister en de interrupties hebben meer tijd gekost dan de inbreng van de Kamer in eerste termijn. Dat duidt erop dat de minister uitgebreid is geweest in zijn beantwoording en ook alle tijd heeft gekregen en genomen om op de interrupties in te gaan. Ik neem aan dat de commissie ermee akkoord gaat dat de minister zijn weg vervolgt, elders in de wereld.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb nog een vraag over de toezegging dat navraag wordt gedaan bij minister Verburg over het onderzoek naar het schietincident. Wanneer horen wij daar iets over?

De voorzitter: Zo snel mogelijk na vandaag, dus binnen twee weken. Is dat mogelijk, minister?

Minister Verhagen: Ik zal het onder de aandacht brengen van minister Verburg.

Staatssecretaris Huizinga-Heringa: Voorzitter. Er is al buitengewoon veel gezegd. Ik hecht eraan om te benadrukken wat ook de minister van Buitenlandse Zaken al heeft aangegeven, namelijk dat het Nederlandse kabinet erg tegen de walvisvangst is, dat het van mening is dat er natuurlijk een recht van demonstratie is en dat dit moet kunnen worden uitgeoefend. Desalniettemin is het buitengewoon jammer dat er een aantal incidenten heeft plaatsgevonden met Sea Shepherd. Ik denk dat ik mijn beantwoording in twee delen uiteen kan laten vallen. Er is een aantal vragen gesteld over de incidenten en er is door een enkeling vooruitgelopen op het voorstel tot wijziging van de Zeebrievenwet. Ik wil heel kort ingaan op de Zeebrievenwet, niet uitgebreid. Wij hebben immers nog alle gelegenheid om daarover te spreken met elkaar.

Ik begin met de vragen over de incidenten. Mevrouw Ouwehand vroeg of Verkeer en Waterstaat dit wel aan het OM heeft voorgelegd. Het voorleggen aan het OM zou moeten gebeuren door Sea Shepherd of door Japan. Er is wel gekeken. Het OM heeft, zoals bekend, een onafhankelijke positie. Het OM heeft met redenen omkleed aangegeven waarom het geen reden zag om daarmee verder te gaan. De minister van Buitenlandse Zaken heeft al gezegd dat dit echt een zaak is van het OM. Vervolgvragen liggen op het terrein van de minister van Justitie, dus ik wil hier niet ingaan op de redenen die het OM heeft aangevoerd. Verkeer en Waterstaat heeft de beoordeling van de Inspectie Verkeer en Waterstaat ter beschikking gesteld aan het OM zodat het kon beoordelen of het hiermee verder wilde gaan of niet.

Mevrouw Ouwehand vroeg ook – dat vond ik eerlijk gezegd een vervelende vraag – naar het verhaal dat blijkbaar gaat dat ambtenaren van Verkeer en Waterstaat gezegd zouden hebben: luister eens, die walvisvaart interesseert ons niets, het gaat natuurlijk uiteindelijk om de goede verhouding met Japan. Dat is niet zoals daar op het ministerie over wordt gesproken, op geen enkele manier. Natuurlijk is dat niet zo. De briefwisseling met Japan is de Kamer vertrouwelijk toegezonden. Daarin is heel duidelijk dat ook Verkeer en Waterstaat Japan helder schrijft dat er sprake is van een recht op demonstratie en dat Nederland tegen de walvisvangst is. Dat houden wij staande. Of het nu een goede economische partner is of niet, wij laten dat niet prevaleren boven het belang van de beide zaken die ik net heb genoemd. Ik wil dat verhaal graag direct naar het rijk der fabelen verwijzen.

De heer Poppe vroeg waarom de Raad voor de Scheepvaart geen onderzoek heeft gedaan naar het incident. De Raad voor de Scheepvaart is een onafhankelijke raad, dus die kan zelf uitmaken waar hij onderzoek naar doet. De raad doet echter onderzoek naar schepen die onder de Schepenwet vallen en dat zijn de bedrijfsmatig varende schepen. De Steve Irwin valt daar niet onder. Dat is een niet-bedrijfsmatig varend schip. Ik geloof zelfs dat het onder de pleziervaart valt, wat een merkwaardige situatie is. De schepen van Sea Shepherd vallen dus niet onder de groep waar de Raad voor de Scheepvaart normaal gesproken zijn onderzoeken op richt. Dat is de reden dat hier geen onderzoek naar is gedaan.

Hier is nog wel het nodige over te zeggen. Zoals bekend, is de Raad voor de Scheepvaart per 1 januari 2010 is opgeheven en is de Onderzoeksraad Voor Veiligheid nu bevoegd om onderzoek te doen. Dit is een vrij ingewikkelde materie, want de bevoegdheden van de Raad voor de Scheepvaart vallen niet een op een samen met de bevoegdheden van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid. Daar is het nodige in veranderd. Als de Kamer dat op prijs stelt, wil ik daar best een brief over sturen zodat helder wordt hoe dat precies zit.

De heer Poppe (SP): Ik heb de Raad voor de Scheepvaart genoemd omdat het een bekend begrip is voor iedereen die kennis heeft van zeevaart. Ik weet dat die is opgegaan in de Onderzoeksraad Voor Veiligheid. Er is echter altijd toegezegd dat de kwaliteit, de kennis en de manier van werken zouden worden overgenomen in een nieuwe vorm, dus wat dat betreft is er niets veranderd. De raad doet alleen onderzoek naar schepen die onder de Schepenwet vallen. Op de schepen waarover wij nu spreken, die schepen van Sea Shepherd, is wel sprake van een kapitein, een gezagvoerder, en bemanning die in loondienst werkt. Dat is niet des pleziervaarts. Ik wil dan wel eens kijken of het wel klopt. Als een schip wel valt onder de Schepenwet en het problemen krijgt, kan de Raad voor de Scheepvaart, of in dit geval de Onderzoeksraad Voor Veiligheid, onderzoek doen naar de vraag wie nu de verkeerde, de onjuiste of de gevaarlijke koers heeft gevaren. Daar gaat net nu om, om de vraag wie de verkeerde koers heeft gevaren.

Staatssecretaris Huizinga-Heringa: De Raad voor de Scheepvaart richt zich inderdaad op de bedrijfsmatig varende schepen en daar valt de Steve Irwin niet onder. De bevoegdheden van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid zijn wat dat betreft wat anders en, naar ik heb begrepen, ook iets ruimer. Wij komen nu in een welles-nietusdebat, wat volgens mij niet zo zinvol is. Ik stuur de Kamer op schrift wat de veranderingen zijn die gepaard gaan met de opheffing van de Raad voor de Scheepvaart en overdragen van de bevoegdheden aan de Onderzoeksraad Voor Veiligheid.

De voorzitter: Ongevraagd wordt een toezegging gedaan. Ik stel voor om die, ook ongevraagd, te accepteren.

Staatssecretaris Huizinga-Heringa: Ik denk dat het ook voor de toekomst heel plezierig is om dat duidelijk te hebben.

Dan kom ik op het tweede deel waarover veel opmerking zijn gemaakt, namelijk de vraag waarom de Zeebrievenwet moet worden gewijzigd. Mevrouw Ouwehand zegt dat het helemaal niet duidelijk is wie aan het incident schuld draagt en hoeveel en vraagt waarom het kabinet nu reageert met een wijziging van de Zeebrievenwet. Ik wil het anders zeggen. Wij zijn er door die incidenten achter gekomen dat er buitengewoon weinig is wat Nederland kan doen als schepen die onder Nederlandse vlag varen geweldsincidenten plegen of geen rekening houden met de regels voor veiligheid en goed varen, de regel die de minister van Buitenlandse Zaken een paar keer in het Engels heeft genoemd. Dan hebben wij eigenlijk niets in handen. Dat is de reden geweest dat wij vonden dat wij daar iets aan moesten doen, dat wij de Zeebrievenwet moesten aanpassen om in volgende gevallen iets te kunnen doen. Dan gaat het natuurlijk niet specifiek om Sea Shepherd. Dan gaat het om overtredingen van onder Nederlandse vlag varende schepen ergens op de wereldzeeën, waaraan je als Nederland iets aan zou willen kunnen doen. Met het OM werken is buitengewoon lastig, zo is gebleken. Wij zouden iets moeten hebben. Dat is de aanleiding van het voorstel voor wijziging van de Zeebrievenwet. Dat wou ik er even over kwijt om geen verkeerde indruk te wekken, namelijk alsof de wijziging van de Zeebrievenwet uitsluitend gericht is op Sea Shepherd. Dat is niet het geval.

De voorzitter: Op 4 maart is een rondetafelgesprek over dit onderwerp gepland. Ik verzoek beide kanten om met betrekking tot dit onderwerp enige terughoudendheid in acht te nemen.

De heer Poppe (SP): Ik heb een terughoudende vraag.

Staatssecretaris Huizinga-Heringa: Dan krijgt u een terughoudend antwoord.

De heer Poppe (SP): Ik merkte zojuist op dat als het met de wijziging van de Zeebrievenwet mogelijk is om een bestuursrechtelijke maatregel te nemen en de vlag te laten strijken, een dergelijk schip binnen de kortst mogelijke tijd in Panama, of weet ik veel welk land met een goedkope statenvlag, weer een zeebrief kan halen. Daarmee is dus geen enkel probleem opgelost. Daarom zeg ik dat de wijziging buitenproportioneel is. Wat vindt u van die opmerking van mij, staatssecretaris?

Staatssecretaris Huizinga-Heringa: U stelde een terughoudende vraag en ik ben geneigd om daar een terughoudend antwoord op te geven door te zeggen dat wij daar uitgebreid op terugkomen bij de bespreking van de Zeebrievenwet. Om even een schot voor de boeg te geven: ik denk dat van zo’n maatregel ook een preventieve werking uitgaat, namelijk van de kans om de Nederlandse vlag kwijt te raken. Laten wij hier verder over spreken in het debat dat ongetwijfeld volgt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het staat het kabinet natuurlijk altijd vrij om te kijken of de wetten die wij hier met elkaar hebben vastgesteld nog functioneren in de moderne tijd. Dat las ik in de memorie van toelichting. Het blijft echter merkwaardig. Het OM haakt af en zegt dat het in dit geval heel lastig is om definitief te bepalen wat er is gebeurd. Het kabinet heeft op basis van deze incidenten echter toch de conclusie getrokken dat het iets wil. Het OM komt er niet uit, maar de indruk blijft hangen dat het kabinet dan toch zelf politieagentje wil gaan spelen. Daarom stellen wij daar vragen over. Als het OM het nu niet kan vaststellen, blijft straks met andere gronden en met meer mogelijkheden voor het kabinet overeind dat kennelijk die feiten niet goed kunnen worden gecheckt. Daar zit natuurlijk wel een gevaar.

Staatssecretaris Huizinga-Heringa: Het gaat om bestuursrechtelijke maatregelen. Daaraan worden andere eisen gesteld dan aan strafrechtelijke maatregelen. Stafrechtelijke maatregelen zijn de zwaarste die er zijn. Aan bestuursrechtelijke maatregelen worden wat andere eisen gesteld. Het kabinet heeft geconstateerd dat als er eigenlijk geen strafrechtelijke maatregelen mogelijk zijn waaraan vanzelfsprekend zware eisen worden gesteld, de Nederlandse regering helemaal niets meer kan. Dat zou toch niet zo moeten zijn. Dat is de reden geweest om te kijken naar een wijziging van de Zeebrievenwet. Dat wetsvoorstel wordt natuurlijk nog uitgebreid besproken in de Kamer.

De voorzitter: Was dit het wat u betreft, staatssecretaris? Ik vraag de leden of er nog vragen aan de staatssecretaris zijn blijven liggen voor de tweede termijn. Dat is het geval.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het is een raar algemeen overleg en het blijft een raar algemeen overleg. Wij gaan inhoudelijk over de wetswijziging spreken. Ik zou die het liefst van tafel hebben. Misschien vraag ik daar nog wel een Kameruitspraak over zodat wij dat hele traject niet in hoeven, maar dat kondig ik nog wel aan.

Ik heb nog wel een vraag aan de staatssecretaris. Ik heb gerefereerd aan een televisie-uitzending waarin woordvoerders van Sea Shepherd hebben gezegd dat zij met het ministerie van Verkeer en Waterstaat hebben overlegd en dat hen werd gezegd dat the bottom line is dat de relatie met Japan niet onder druk kan staan. De staatssecretaris ontkent dat nu, dus een van tweeën zit te jokken. Dat lijkt mij ernstig. Hoe weet de staatssecretaris zo zeker dat zoiets niet is gezegd in die gesprekken?

De heer Haverkamp (CDA): Voorzitter. Ik dank het kabinet voor de zeer uitgebreide beantwoording, ook in drie of vier termijnen. Ik haak eerst even aan bij de vraag van mevrouw Ouwehand. Voor mij is niet zo heel erg relevant, met alle respect voor de mensen aan de overkant van deze tafel, wat ambtenaren vinden. Ik ben geïnteresseerd in het standpunt van het Nederlandse kabinet. Het kabinet spreekt en is verantwoordelijk, dus ik wil van de staatssecretaris een toezegging dat zij het warme pleidooi van de minister van Buitenlandse Zaken onderschrijft om op te treden tegen de illegale walvisvaart. Wij zijn gehandicapt door het feit dat er een internationaal verdrag is waarin een uitzonderingsgrond is gecreëerd voor de Japanse overheid. Nederland spant zich in om die uitzonderingsgrond uit dat verdrag te halen.

Wij hebben zogenaamd niet gesproken over de Zeebrievenwet, maar ik kan al zeggen dat mijn fractie nog niet het enthousiasme heeft dat mijn collega links van mij, de heer Aptroot, heeft over deze wet.

De heer Poppe (SP): Voorzitter. Uit de beantwoording van beide bewindslieden blijkt toch een, na al die jaren frustrerende, geweldige machteloosheid. Wij weten allemaal wat niet goed is, maar wij kunnen niets. Dat moet wel zo zijn. De minister van Buitenlandse Zaken heeft een aantal voorstellen gedaan – ik hoop dat ook de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat daaraan gaat deelnemen – om elke gelegenheid en elk middel te baat te nemen om de regering van Japan, want daar gaat het gewoon om, onder druk te zetten.

Ik stel ook mijn vraag aan de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat. Op het water wordt nu volgens Japan onderzoek gedaan. Ook al weten wij dat het geen onderzoek is en weten wij – dat is internationaal erkend – dat voor het onderzoek het doden van walvissen niet nodig is, blijft Japan zeggen dat het onderzoek doet. Laten wij zeggen dat wij zeker willen weten dat het de wereld niet belazert en Japan om de onderzoeksrapporten vragen. Hoeveel wetenschappers zitten er op die schepen, die met allerlei rare dingen gooien, smijten en spuiten? Dat lijken mij niet zulke wetenschappelijke handelingen. Waar zijn de publicaties? Welke instituten werken hieraan mee? Als wij dat weten, kunnen wij die onderzoeksinstituten op internationaal niveau – ergens moeten toch namen tevoorschijn komen -als het ware koud stellen of uitschakelen uit de wetenschappelijke wereld, omdat zij niet deugen. Dat soort middelen wil ik graag toegevoegd zien.

De voorzitter: Die vraag is al eerder aan het kabinet gesteld. De staatssecretaris gaat daar ongetwijfeld nogmaals op in.

Staatssecretaris Huizinga-Heringa: Voorzitter. Mevrouw Ouwehand vroeg hoe ik weet dat ambtenaren dat niet hebben gezegd. Ik heb gezegd dat het absoluut niet de lijn is van het ministerie, niet mijn lijn, dat het belang van Japan voorop zal staan en dat dit dus de grond is van mijn beleid. Dat is niet zo. Dat garandeer ik, ik geef het zwart op wit. Als de leden de brieven hebben gelezen die wij aan Japan hebben gestuurd in antwoord op verzoeken die zij ons hebben gedaan, zien zij dat ik ook daarin weer aandacht vraag voor het recht op demonstratie en ook, zo meen ik, voor de walvisvangst. Er is duidelijk te zien dat wij niet met Japan meepraten, maar duidelijk maken waar wij staan.

De heer Poppe vraagt of wij op Verkeer en Waterstaat doen wat de minister van Buitenlandse Zaken heeft geschetst. Normaal gesproken doet het ministerie van Verkeer en Waterstaat niet het werk dat het ministerie van Buitenlandse Zaken doet. Daar waar wij contacten hebben, wordt echter ook door ons echt gewezen op het slechte van de walvisvangst, het recht op demonstratie en de Japanse verantwoordelijkheid in verband met de incidenten. Wat er mogelijk is binnen de ruimte die er is en binnen mijn portefeuille, gebeurt.

De heer Poppe (SP): Dat was niet mijn vraag.

Staatssecretaris Huizinga-Heringa: Maar het is misschien nu toch wel even mijn antwoord. De voorzitter zei al dat over de vraag over de onderzoeken uitgebreid is gesproken met de minister van Buitenlandse Zaken. Ik sluit mij aan bij zijn antwoord.

Toezeggingen

– De minister van Buitenlandse Zaken komt binnen twee weken met een reactie inzake de toezeggingen van de minister van LNV.

– De staatssecretaris informeert de Kamer over de precieze taakomschrijving van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid.

De voorzitter: Wellicht kunnen deze zaken in één keer naar de Kamer worden gestuurd, omdat het zaken naar aanleiding van dit overleg betreft.

Ik dank iedereen voor zijn aanwezigheid.


XNoot
1

Samenste lling:

Leden: Vendrik (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Snijder-Hazelhoff (VVD), Mastwijk (CDA), Jager (CDA), voorzitter, Koopmans (CDA), Gerkens (SP), Van der Ham (D66), Aptroot (VVD), Samsom (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Roefs (PvdA), Jansen (SP), Cramer (ChristenUnie), Van Heugten (CDA), Roemer (SP), Koppejan (CDA), Ten Broeke (VVD), ondervoorzitter, Ouwehand (PvdD), Polderman (SP), Tang (PvdA), De Rouwe (CDA), Linhard (PvdA), Meeuwis (VVD) en De Mos (PVV).

Plv. leden: Van Gent (GroenLinks), Van der Vlies (SGP), Bilder (CDA), Pieper (CDA), Atsma (CDA), Van Bommel (SP), Koşer Kaya (D66), De Krom (VVD), Vermeij (PvdA), Jacobi (PvdA), Besselink (PvdA), Anker (ChristenUnie), Van Hijum (CDA), Van Leeuwen (SP), Knops (CDA), Verdonk (Verdonk), Thieme (PvdD), Lempens (SP), Waalkens (PvdA), Haverkamp (CDA), Depla (PvdA), Neppérus (VVD) en Agema (PVV).

XNoot
2

Samenstelling:

Leden: Van Bommel (SP), Van der Staaij (SGP), Waalkens (PvdA), Çörüz (CDA), Ormel (CDA), voorzitter, Ferrier (CDA), Van Velzen (SP), Nicolaï (VVD), De Nerée tot Babberich (CDA), Haverkamp (CDA), Blom (PvdA), Eijsink (PvdA), Van Dam (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Irrgang (SP), Knops (CDA), De Roon (PVV), Voordewind (ChristenUnie), Pechtold (D66), ondervoorzitter, Ten Broeke (VVD), Van Raak (SP), Gill’ard (PvdA), Thieme (PvdD), Peters (GroenLinks) en Schippers (VVD).

Plv. leden: De Wit (SP), Van der Vlies (SGP), Vermeij (PvdA), Omtzigt (CDA), Van Haersma Buma (CDA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Jasper van Dijk (SP), Van Miltenburg (VVD), Ten Hoopen (CDA), Jonker (CDA), Boelhouwer (PvdA), Leerdam (PvdA), Arib (PvdA), Neppérus (VVD), Lempens (SP), Schermers (CDA), Wilders (PVV), Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie), Koşer Kaya (D66), Van Beek (VVD), Gesthuizen (SP), Samsom (PvdA), Ouwehand (PvdD), Halsema (GroenLinks) en Griffith (VVD).

XNoot
3

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), ondervoorzitter, Schreijer-Pierik (CDA), Atsma (CDA), voorzitter, Poppe (SP), Waalkens (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Jager (CDA), Ormel (CDA), Koopmans (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Samsom (PvdA), Van Dijken (PvdA), Neppérus (VVD), Jansen (SP), Jacobi (PvdA), Cramer (ChristenUnie), Koppejan (CDA), Graus (PVV), Zijlstra (VVD), Thieme (PvdD), Dibi (GroenLinks), Polderman (SP), Elias (VVD) en Linhard (PvdA).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Mastwijk (CDA), Ten Hoopen (CDA), Luijben (SP), Tang (PvdA), Bilder (CDA), Biskop (CDA), Pieper (CDA), Koşer Kaya (D66), Van Leeuwen (SP), Eijsink (PvdA), Depla (PvdA), Kant (SP), Blom (PvdA), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Van Heugten (CDA), Brinkman (PVV), Ten Broeke (VVD), Ouwehand (PvdD), Vendrik (GroenLinks), Lempens (SP), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD) en Van Dam (PvdA).